Posts tonen met het label Peter Maus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Peter Maus. Alle posts tonen

maandag 2 augustus 2021

Vlaamse leeuwin.

Soms loopt een verhaal al eens vertraging op, maar daarom is het zeker niet minder leuk om alsnog verteld te worden, én gelezen... ;-)

Volgens mijn identiteitskaart ben ik officieel Belg. En daar ben ik eigenlijk best wel blij mee. Ja, ik weet het, we zeggen dikwijls genoeg dat België een apenland is, een zakdoekgrote natie met een veel te duur koningshuis, minstens een regering of 3, 4 teveel, en zakkenvullende leiders die allang de voeling met de werkelijke noden van het volk, de gewone mens, kwijtgespeeld zijn... Maar, het blijft een feit dat we nog steeds -dat kan je toch echt niet ontkennen- in een 'welvaartsstaat' leven, met alles erop en eraan. Niettegenstaande de kloof tussen arm en rijk ook hier aan zeer hoog tempo groter wordt -iets wat ik met behoorlijk wat bezorgdheid en ongerustheid steeds vaker vaststel-, genieten de meesten onder ons nog steeds van alle mogelijke fantastische voorzieningen en, indien nodig, van de meest uiteenlopende vangnetten. Ja, perfectie is het zeker en vast niet, volledig akkoord, maar kijk even rond in de wereld, en dan besef je meteen da't hier écht nog niet zo slecht is. Ik zelf, bijvoorbeeld, zou een ontzettend grote sukkelaar zijn -als ik er überhaupt nog wás- zonder onze prima georganiseerde gezondheidszorg, de toegankelijkheid van ziekenhuizen en zoveel mogelijkheden op geneeskundig vlak. En al is 't zeker gene vetpot, hoeveel erger zou het op financieel vlak met me gaan zonder mijn vaste, maandelijkse uitkering als 'werkonbekwame' mens. En dat geweldige appartement van mij, dat had ik me nooit van m'n leven kunnen veroorloven zonder de hulp van het Sociaal Woningfonds...
En zeker bij uitzonderlijke momenten, positieve of negatieve, voelen we ons als Belg ook allemaal verbonden. Denk maar eens even aan het voetbal! Of zoveel meer op dit moment: de massale hulpacties groot en klein bij die verschrikkelijk dramatische overstromingen. 
En de gouden medaille van Nina Derwael op de Olympische Spelen! Op zulke momenten maakt het plots totaal niet meer uit wat je moedertaal is, waar je oorspronkelijk vandaan komt, en of je arm of rijk bent. Dan zijn we plots, heel simpel, allemaal Belg. En dat vind ik erg mooi. Daar hoor ik graag bij.
Maar, het moet gezegd, behalve Belg ben ik ook Vlaming. En dat vind ik toch ook wel erg mooi om te kunnen zeggen. En om te kunnen voelen. Nee, niet dat ik zo'n vlaggen-zwaaiende, IJzertoren-bedevaart-gaande, barricaden-bestormende flamingant bent. Dat nu ook weer niet. Helemaal niet zelfs. Maar Vlaanderen, het platte land met z'n weiden en velden, met z'n heel verscheidene kustlijn, met de eeuwenoude steden en het roemrijke verleden... Het heeft wel wat om daar deel van uit te maken. Het vult me echt wel met enige fierheid. Niet dat ik daar continu mee bezig ben, hoor. Meestal ben ik gewoon 'mens', met positieve en negatieve kantjes, met aangename en minder fijne dagen, zoals iedereen; bezig m'n leven op elk vlak zo goed mogelijk in te vullen en te leven, ook zoals iedereen.
Maar zo af en toe komt dat 'Vlaming-zijn' toch weer eens een keertje wat sterker naar voren. Zoals dit jaar op 11 juli, de 'Feestdag van de Vlaamse Gemeenschap', of zoals we het nog steeds simpelweg en naar oude gewoonte noemen: de Vlaamse feestdag!
Al meer dan 2 jaar geleden werd ik geboekt door het Davidsfonds van Kapellen om bij hun grootse en uitgebreide jaarlijkse festiviteiten ter ere van die feestdag de plechtige hoogmis te komen opluisteren, uiteraard -ha ja!- begeleid door mijn favoriete organist Peter Maus. De uitbraak van het coronavirus deed die planning echter in het water vallen. Geen feestelijkheden toegestaan, en als gevolg ook geen speciale optredens dus. Onze boeking schoof, op hoop van zege, een jaartje op. 
Dit jaar was het opnieuw in spanning afwachten of het optreden op deze 11 juli wel zou mogen doorgaan. Mits een heel aantal voorwaarden kwam er uiteindelijk toch toestemming, doch alleen voor de eredienst in de kerk, en met een maximum van 150 aanwezigen op correcte afstand van elkaar en met mondmaskers op. Geen receptie, geen bal, geen enkel ander feestelijk extraatje.  Dat was wel een beetje jammer voor Peter en mezelf, want niets is zo fijn, als na een geslaagd optreden gezellig wat te kunnen drinken en na te praten, met elkaar en zeker ook met de aanwezige fans, vrienden, familie enz. Maar niet getreurd: we waren al lang wreed gelukkig dat we nog eens, letterlijk en figuurlijk, alle registers mochten open trekken! 
Uiteraard brachten we -wat had je anders verwacht!?- een volledig Vlaams programma: Nederlandstalig én van uitsluitend Vlaams toondichters. We openden met 'Vlaanderen' van Renaat Veremans, het welgekende nummer met de 'weiden als wiegende zeeën'. Veel Vlaamscher dan dat zal het niet snel worden, denk ik. Zeker eenmaal Peter het nummer in een voor mij zoveel meer geschikte toonaard speelde -een pak hoger dus-, voelde ik m'n Vlaamse fierheid als vanzelf zwellen tot ongekende hoogten. 'Hoe schoon de morgendauw' van Mortelmans is een geweldig pareltje. Ik kende dat al langer en het heeft altijd een mooi plekje in m'n hart gehad, maar nu ook Peter er verliefd op is, zullen we dat vast nog wel eens op het programma zetten. Het andere lied van Lodewijk Mortelmans, dat we als tussenzang ten gehore brachten, 'Als de ziele luistert...', gebruikten we samen al eerder in enkele concertmissen. Het is en blijft een zeer mooi en ingetogen werk, met een paar lastige passages, zowel voor de organist als de zangeres, maar het moet klinken alsof het de doodgewoonste zaak van de wereld is. En... we hebben het -alweer- prima neergezet! Het 'Gebed voor het Vaderland' van Gaston Feremans is een speciaaltje. De tekst gaat over de 'oude Nederlanden' en wordt dus ook vaak in Nederland gezongen. Meestal door mannenkoren en zelden of nooit meer dan alleen de eerste strofe. Maar de boodschap is nog even hedendaags als toen het gedicht geschreven werd: 'Laat ons niet ondergaan in haat, in broedertwist en schande'... Eén nummer zong ik niet in het Nederlands. We hebben de zogezegde 'Vlaamse vertaling' wel even bekeken, maar die werkte qua taalgebruik zodanig op onze beider lachspieren, dat het vermoedelijk nooit goed gekomen was met de live uitvoering ervan. Het 'Ave Maria' van Peter Benoit is trouwens meer dan prachtig genoeg en zeer graag gehoord door ons publiek, zelfs uitgevoerd tijdens de kerstconcerten, in het Latijn. 'Lente - Avond', gecomponeerd door Arthur Meulemans, was nieuw voor ons allebei. Ook een absoluut juweeltje, maar persoonlijk was ik er niet echt gerust in dat het foutloos zou gaan. Met die perfecte ondersteuning van een uitstekende begeleider moest ik me daarover echter niet druk maken: alle noten waren er en ze waren juist. Ik denk dat het nummer alleen nog wat 'schwung' miste, het vanzelfsprekende van iets dat door de jaren 'eigen' werd, iets waarmee je als muzikant al helemaal vergroeid bent. Volgens mij hóórt een doorsnee luisteraar dat niet, maar ik denk wel dat je dat eventueel kan voélen... Het spreekt voor zich dat ik ontzettend genoot van álle uitgevoerde werken, maar als ik er ééntje moest uitkiezen als mijn favoriet van de dag, dan was dat ' 'k En hoore u nog niet' van Jos Ryelandt. Dat staat al sinds het conservatorium op mijn repertoire, maar ik zong het nog niet eerder begeleid door orgel. En geloof me, Peter heeft écht een extra dimensie aan dit nummer voor me toegevoegd! De blâren aan de bomen, de storm en de wind, al het getsjilp en gekwetter van de vogels, hij haalde het allemaal op virtuoze en indrukwekkende wijze uit de orgelpijpen. Helemaal niet zo makkelijk, hoor, als je weet dat die begeleiding eigenlijk voor piano geschreven werd! Tot slot -dat kon uiteráárd zeker niet ontbreken- mocht Peter letterlijk álle registers van z'n orgel opentrekken voor de 'Vlaamse Leeuw'. Vooraf had het bestuur van het Davidsfonds grappend gezegd: "En niet in úwen toonaard, hé, Kristina! De mensen moeten wel allemaal kunnen meezingen, hoor!..." Dus zong ik gezellig mee vanuit mijne kelder en kon daardoor prima luisteren of er ook daadwerkelijk flink en met Vlaamse fierheid meegekweeld werd. Heel eerlijk? 'k Had er meer van verwacht! Meer brullende en bulderende leeuwen. Meer 'klinkt het niet dan botst het maar' zingen met ballen aan het lijf. Meer onstuitbare juichende feestvreugde... Maar misschien vergiste ik me, en waren mijn verwachtingen meer ter grootte van een massabijeenkomst ergens ten velde, en niet echt reëel en passend voor een kerk met een honderdtal gelovigen...  
Och, dat is allemaal niet zo belangrijk. Wat boven alles telt, is dat we weer eens ongelofelijk genoten! Last minute zenuwaanvallen terzijde was het onbeschrijfelijk fijn om eindelijk nog eens écht voluit te kunnen zingen, alsof ik plots weer adem kon halen. En ik moet er geen tekeningetje bij maken, denk ik, dat het feit dat de enige echte Peter Maus achter de klavieren van het orgel zat en alweer op meesterlijke wijze zijn kunnen met ons deelde, de vreugde en het genot alleen maar nóg veel groter maakte. Het uitgebreide dankwoord van de voorgangster en het luide applaus van de aanwezigen bevestigden dat het ook hen deugd gedaan had.
De afwezigen hadden, zoals gewoonlijk, weer eens ongelijk. Ja, ik wist zelf ook maar enkele dagen vooraf dat ook ik mensen mocht uitnodigen voor deze feestmis, en misschien heeft het daar wel aan gelegen, wie weet. De enige, ietwat valse noot voor mij (niet ván mij, hé!...) die dag, was de absolute en volledige afwezigheid van m'n zo vertrouwde, vaste optredenbezoekers, 'zij die er altijd bij zijn', m'n 'fanclub', als je ze liever zo noemt. Het kunnen delen van zoveel moois met mensen die ik graag zie, maakt het geluk voor mij alleen maar groter, en dat heb ik dus toch wel een beetje gemist, moet ik eerlijk bekennen. Maar, -en misschien behoren die ondertussen eigenlijk ook al een beetje bij de fanclub- daardoor heb ik wél dubbel en dik genoten van de aanwezigheid van Peters sympathieke schoonmoeder, z'n immer enthousiaste echtgenote Dolores en, mét stevige oorbescherming op z'n kleine hoofdje tegen zoveel muzikale decibels, hun 4 maanden oude zoontje, Lennie. Het was trouwens meteen de eerste keer dat ik dat super schattige nieuwe Mausje in levende lijve mocht bewonderen! Joepie!
Veel sneller, o zóveel sneller dan gewoonlijk na zulk een stevig optreden zat ik weer thuis in m'n eigen knusse sofa, het gefluit van de vele vogels in de tuin door het open venster en zwaar ruziënde mensen ergens in de andere kant van het gebouw. In de stilte en rust van mijn woonkamer was het nog nauwelijks te geloven dat ik even daarvoor prachtig, majestueus werk van grote Vlaamse toondichters ten beste stond te geven met de kracht en fierheid van een echte Vlaamse leeuwin... Op m'n schoot en naast me rekten Poekie en Pompon, m'n twee katers, zich nog eens lekker lang uit en nestelden zich, uiterst tevreden luid ronkend, zo dicht mogelijk tegen me aan. "Tja, die leeuw in mij mag weer voor een tijdje op stal dus...", bedacht ik me berustend doch eveneens lichtjes geamuseerd, "Voorlopig ben ik opnieuw gewoon 'mens'. En, uiteraard, inwonend bedienend personeel/persoonlijke sofa van die twee 'huiskamertijgers'. Niet echt plaats voor 'leeuwen' hier..." ;-)

Vlaamse leeuwin.




donderdag 9 januari 2020

Schone Bozar kunsten.

Op 16 september 2019, rond ongeveer 20u, mocht ik een zeer bijzonder concert bijwonen. En te denken dat ik het bijna gemist had!...
Goede vriend Jef, die me wel vaker eens met plezier op sleeptouw neemt, had me reeds weken daarvoor met aandrang gevraagd die ene maandagavond speciaal voor hem te reserveren. We zouden samen naar een concert gaan. Maar welk concert,... dat moest tot de avond zelf een verrassing blijven. Spannend!
Een halve week voor het avondje uit zette een serieuze griepaanval me volledig buiten strijd. Nog steeds behoorlijk groggy belde ik Jef de avond vooraf of hij eventueel nog iemand anders mee uit kon nemen. En dat kon, maar... dat was dus eigenlijk ab-so-luut niet de bedoeling. In de hoop me toch nog mee te krijgen, verklapte hij me welk muzikaal gebeuren we zouden gaan bijwonen... En geloof me, meer motivatie had ik absoluut niet nodig om me de volgende late namiddag, nog een beetje onvolledig en wankel, en ondersteund door een paar extra pijnstillers, in iets feestelijks te hijsen, m'n haar in de krul te leggen, en alsnog bij Jef in de auto te stappen, om vervolgens samen richting Brussel te rijden.
In het voormalige Paleis voor Schone Kunsten in het centrum van onze hoofdstad, het prachtige Victor Horta gebouw uit 1928, nu gekend als 'den Bozar', ging die avond een zeer bijzondere muziekcompositie in wereldpremière. Vanwege het geweldige nieuwe orgel in de zaal schreef pianist-componist Jef Neve (voor alle duidelijkheid: dit is dus een totaal andere Jef dan die goeie vriend waarmee ik die avond op stap was!) op vraag van het kunstencentrum een fenomenaal nieuw werk voor orkest, piano én orgel. De compositie zou uitgevoerd worden door, uiteraard, hemzelf aan de vleugelpiano, een uitgelezen selectie muzikanten en met aan het orgel niemand minder dan mijn meest favoriete organist aller tijde: Peter Maus. Wat een fantastisch nieuw hoogtepunt in zijn carrière! U begrijpt meteen waarom wij daar absoluut bij moesten zijn, hé. 
Over het muzikale kunnen van Jef Neve zijn de meningen in mijn entourage ontzettend verdeeld. De ene vindt hem zwaar overroepen, de andere adoreert hem dat het bijna niet netjes meer is... Ik kende deze pianist/componist niet echt. Eigenlijk alleen maar zijn naam, als schrijver van de filmmuziek bij 'De Helaasheid der Dingen'. "Een gat in mijne cultuur", zegt u? Tja, zou kunnen. Ik ben misschien niet meer helemaal mee, hé, dat kan... Alleszins, plots leek het alsof iedereen om me heen er z'n mond over vol had en zag je hem gelijk ook overal opduiken, tot zelfs hier in Deurne in de muziekacademie bij z'n boeklancering. Ondertussen ligt mijn mening -als die al van enig belang zou kúnnen zijn, wat ik zwaar betwijfel- over de man en zijn muzikale kunnen nog steeds niet vast. En dat doet er ook totáál niet toe, want geheel los van elke opinie: dit specifieke spiksplinternieuwe werk liet een fenomenale indruk op mij na!
Het concert begon met Jef solo aan de piano met twee jazz-nummers. Mij liet het nogal onbewogen, ik zat vooral op hete kolen voor de 'hoofdact', hé. Maar Nathalia (ja, inderdaad, dé Nathalia), waarmee Jef toert voor haar akoestische optredens (heel integer, stijlvol en zelfs enigszins ontroerend, volgens m'n goeie vriend Roger, die hen eens samen aan het werk zag op Tchingtchangsplaain), en die -hoe kon het ook anders- vlák achter me zat, brak ongeveer 't kot af van puur enthousiasme. Haar gefluit, geklap en 'gewoehoe' trok bijna meer aandacht dan wat er op de scene gebeurde. En de dame naast me fluisterde, lichtjes in mijn richting buigend, ietwat
 geërgerd maar vooral grappend: "Jaja, 't is al goe, zenne, w'ebben u gezien, ge zijt er ook bij!..." *giechel giechel*
En toen begon het 'echte' werk... We werden volledig ondergedompeld in allerlei ritmes en klanken, uiteenlopende timbres en kleuren, snelle en trage tempo's, diepe innige stukken en bijzonder explosieve extroverte delen, en alles in die erg speciale, en voor mij boeiend nieuwe, mix van klassiek, jazz en pop. Af en toe klonk me iets bekend in de oren, alsof ik het elders al eerder hoorde. Dan voelde de muziek heel even vreemd vertrouwd. Soms was me de overgang van de verschillende delen van het werk wat te abrupt, of was het ene deel veel te verschillend, te contrasterend met het vorige naar mijn gevoel op dat moment. 'k Was precies niet altijd mee. Maar omdat het geheel achteraf nog eens tweemaal volledig uitgezonden werd op de radio kon ik het nogmaals beluisteren. In de rust van m'n huiskamer, zonder afleiding van 'live muzikanten zien' en 'veel volk om me heen', klonk het meteen een heel stuk begrijpelijker, en zoveel mooier ook. Mijn muzikale gehoor moest er vermoedelijk even aan kunnen wennen, hé. Niks mis mee.
Deze zevendelige nieuwe compositie hier voor jullie beschrijven is trouwens onmogelijk. Ik zou niet weten met welke woorden. Daarvoor is mijn muzikaal onderlegd zijn toch te beperkt, denk ik, en vermoedelijk ook wat verouderd. Je moet dit zelf horen, met open geest beluisteren, zonder vooroordeel over je heen laten stromen en vooral voelen. Zoals eigenlijk met álle muziek het geval is.
De energie die van het volledige muziekstuk uit gaat is sowieso (ook al) niet te beschrijven groots. Maar, zo mogelijk nog veel indrukwekkender was de buitengewone, werkelijk verbazingwekkende, eigenlijk gewoonweg onmenselijke hoeveelheid noten die door de muzikanten geproduceerd werd! Man, man, man, ik geloof niet ooit al eens eerder puur door 'kwantiteit' bij een concert van m'n sokken geblazen te zijn. Hoe die fantastische muzikanten het voor mekaar kregen, het is en blijft me een raadsel. On-ge-lo-fe-lijk! Sen-sa-tio-neel! Echt. Volgens mij konden de strijkinstrumenten door de wrijving elk moment vuur vatten! En de lippen en tongen van de blazers moeten na afloop zowat aan flarden gelegen hebben! Van pure inspanning konden ze zelfs amper op hun stoel blijven zitten. De compleet geconcentreerde en intensief werkende muzikantenlijven kwamen allemaal wel eens ergens even 'los'. Vooral de solo-momenten vergden overduidelijk een monumentale lichamelijke inspanning. Ik zat er met open mond en ingehouden adem naar te kijken, in opperste verbazing en bewondering. Wauw, wauw, wauw! Wat een topmuzikanten waren dat, zeg. Zalig moet dat zijn om daarmee te kunnen en mogen werken, en met hen jouw compositie te zien en voelen groeien tot dit spetterend eindresultaat. Heeeeerlijk! 

En dan moet er natuurlijk ook nog -ik was hem niet vergeten, hoor- over Peter en het imposante orgel verteld worden! Tja, 'k wist natuurlijk al langer dat zijn vingers aan een meer dan duivels tempo -en alsof het maar niks is- over de toetsen kunnen dansen, maar dit!?... Pfffft, wat was dat, zeg! Hij had me er vooraf al, wreed enthousiast, 't één en 't ander over verteld, en hoe er o.a. puur qua haalbaarheid van alles in het stuk bijgewerkt en zelf geschrapt was, dus ik was enigszins voorbereid, maar toch... Nondepitjes! Volgens mij zweette hij, daar vooraan op de scene, achter de klavieren van dat geweldige orgel het beste van zich zelve gevend, zowat los z'n kostuum uit! Wat een enorme krachtinspanning moet dat geweest zijn!... 
'k Had Peter trouwens ook nog nooit zo gezellig zien zitten heen en weer swingen op z'n orgelbank. Een erg leuk zicht, dat valt niet te ontkennen.
Zwaar onder de indruk reden we later die avond weer terug richting Antwerpen. Er viel heel veel te zeggen, en toch ook weer niet. Alle emoties, gedachten, meningen en gevoelens rond dit concert mochten gerust nog een tijdje verder in ons brein ronddraaien, ontplooien en rijpen, zoals dat altijd is met memorabele gebeurtenissen in je leven. Want dat was werkelijk: een memorabele maandagavond. Eentje om over te schrijven, op die manier een beetje te delen en vooral om nooit te vergeten. En te denken dat ik het bijna gemist had... Tsss. ;-)









maandag 8 juli 2019

En wij zagen dat het goed was.

Ze zijn getrouwd! En wij, wij waren er bij en zagen dat het goed was! 
Afgelopen zaterdag trad mijn meest favoriete organist/begeleider en vriend Peter Maus in het huwelijk met zijn geliefde en fantastische Dolores. Ja, ik weet het, ‘in het huwelijk treden’ klink geweldig chique, maar dat wás het ook! Niet zomaar iedereen kan en mag z’n ja-woord geven in het fenomenale kader van de Kathedraal van Antwerpen, hé.
Onze verwachting stond dus enigszins gespannen, toen wij –ons moe, m’n beste vriend Roger en ik- ruimschoots op tijd een zo ideaal mogelijk plaatsje in die heerlijke gezegende ruimte uitzochten: twee rijen achter de voor de familie gereserveerde stoelen, en ik mocht naast het grote middenpad zitten, met absoluut zicht op álles. Veel beter kon het écht niet, denk ik. Net op tijd ook, want al snel liep de hele kathedraal, en dus ook elke rij stoelen achter ons, vollédig vol. Nu was het wachten op de komst van de suite. Lang kon het niet meer duren, want op de Groenplaats hadden we nog net het antieke trammetje met de volledige bruidsentourage zien toekomen en nu liep Jef (ja, inderdaad, die uit het vorige verhaal), ceremoniemeester van dienst, als een ware Speedy Gonzales, geweldig lichtvoetig en met stevig tempo, een laatste maal te checken of alles w
at hij zich nog kon bedenken tot in het kleinste detail in orde was voor de komst van de bruid. Het sierlijke roodfluwelen koord dat de eveneens sierlijke roodfluwelen bruiloftsstoelen en knielbankjes voor toeristen vrijwaarde werd weggenomen, gereserveerde plaatsen nog een laatste maal geteld, misboekjes uitgedeeld, laatste instructies en afspraken doorgenomen met voorgangers en muzikanten. Het 100 zangers sterk Chorale Caecilia koor en de koristen van Keizersberg warmde de stemmen op en de 3 organisten hun vingers en voeten. Nu mochten ze komen, iedereen was klaar om het bruidspaar feestelijk te ontvangen.
De grote poort achteraan de kathedraal zwaaide open en een stoet van familieleden zette zich langzaam in beweging, netjes gedirigeerd door de ceremoniemeester, richting gereserveerde plaatsen vooraan. Even later mocht de bruidegom, begeleid door zijn moeder en met een schattig bruidsjongetje dat nog maar nét kon stappen tussen hun beiden in, in een bijzonder rustig tempo dezelfde wandeling maken. Peter zag er afgeborsteld netjes uit, in z’n op maat gemaakte bordeau-kleurige pak. Ongelofelijk lang en verbluffend slank, vond ik tot m'n eigen verwondering. Maar ‘k merkte meteen ook dat hij letterlijk stijf stond van de zenuwen...
Nu keken we allemaal reikhalzend uit naar de bruid. Ik zag ceremoniemeester Jef daar in de verte, helemaal achteraan, nog even met grootse gebaren een sleep en sluier goed leggen -iets wat hij trouw de hele plechtigheid lang bij elke beweging van de bruid zou blijven doen, samen met het eindeloos heen en weer verzetten van die 2 fluwelen ceremoniestoelen-, en, daar kwam ze! 't Is te zeggen, het duurde wel even voor ik haar ook daadwerkelijk kon zién, want een heleboel dames uit de rijen achter me stonden plots midden in het gangpad druk plaatjes te schieten van de breed lachende bruid, stralend aan de arm van haar vader. Maar, ze wás dan ook een plaatje, hoor. Dolores droeg een fraaie prinsessenjurk, helemaal passend in die enorme kerkelijke ruimte. De grote satijnen rok in een lichte crèmekleur met een roze tint waaierde uit in een lange sleep. Het mouwloze kanten lijfje met boothals werd afgeboord door een opstaand satijnen randje dat op de rug in leuke punt een verrassende v-uitsnijding vormde, met daarop een alleraardigst strikje, als was het een speels knipoogje. Persoonlijk, bloemenfreak als ik ben, miste ik in de kathedraal wat fleurige en geurige bruiloftsflora, en stelde het bruidsboeketje me wat teleur. Ik vond het een beetje te eenvoudig, wat klein uitgevallen, zeker bij zulk een fraaie jurk. Alsof iemand op het laatste moment nog snel even wat voor handen zijnde bloemetjes in een ruikertje gebonden had. Bloemetjes uit de tuin van iemand of zo. Goh, wie weet wás dat wel zo, en had het boeketje daardoor een heel speciale emotionele waarde. Dat kan natuurlijk. In dat geval heb ik absoluut niks gezegd, hoor. En eigenlijk moet ik er mij sowieso niet mee bemoeien, hé... Alleszins, de kleuren van de gebruikte bloemen pasten uitstekend bij het kostuum van de bruidegom, en dat vond ik dan wel weer heel erg mooi.
De plechtigheid en de huwelijksinzegening verliepen verrassend klassiek, en niets was langdradig, alles even vlot en eenvoudig. Als huwelijksgeloften weerklonken bijzonder traditionele beloften en dat had iets tijdloos, voor mij dan toch. Beloften over liefhebben en waarderen, elke dag van je leven, ook als het minder goed gaat, en over kindjes en het gelukkige gezin. De opvallende hoeveelheid aanwezige baby’s en kleutertjes, die met regelmaat stevig van zich lieten horen, en zo af en toe even iets met luide stem onderbraken of zelfs overschreeuwden, wierpen dus alvast een grappige blik op de toekomst. En volgens mij toverde dat op zowat elke aanwezig gezicht een terechte glimlach.
Wat me zeker en vast voor altijd zal bijblijven is de muziek. Wauw, wat een ongelofelijk prachtige dingen mochten we beluisteren! De Chorale zong, onder de begeesterende leiding van Paul Dinneweth, duidelijk met hart en ziel, prachtige werken van Rutter en Mendelsohn. Onwaarschijnlijk zálig, die kracht van 100 stemmen, die kleurschakeringen van de meerstemmigheid, het enthousiasme en de inbreng van elk individu... Heerlijk! ‘k Was super blij dat ik tijdens de receptie achteraf de kans kreeg om mijn enthousiasme hierover persoonlijk aan de dirigent mee te kunnen delen. De koristen van Keizersberg namen de misdelen voor hun rekening, en ik genoot met volle teugen van hun Gregoriaanse gezangen. Zooooo mooi, die mannenstemmen in perfecte harmonie. En al deze stemmen werden, waar nodig, begeleid door wel 3 verschillende organisten, Peter Van de Velde, Peter Jeurissen en Gert Amelinck. Zij brachten, afwisselend één van de beide fenomenale orgels van de kathedraal bespelend, ook op virtuoze manier een aantal schitterende instrumentale werken, een orgelconcert waardig. Ja, die muziek, wauw, super. Echt fantastisch! Geweldig gekozen én schitterend uitgevoerd. 
Reeds tijdens de plechtigheid bleven toeristen van over de hele wereld, die de beroemde kathedraal bezochten, staan om het gebeuren even te volgen. Ze applaudisseerden zelfs geestdriftig mee na de huwelijksinzegening. En dat was bij het verlaten van het gebouw niet anders. Het bruidspaar bleef, onder grote belangstelling van de passanten, net buiten de grote poort staan voor een kleine fotosessie met familie, koorleden en muzikanten, en om alvast wat felicitaties in ontvangst te nemen, en natuurlijk ook bloemetjes -in ruil voor een snoepje- van de aanwezige kindjes. Bij de wandeling in stoet, met het bruidspaar voorop, door de Hoogstraat, richting Parochiehuis voor de receptie, weerklonk er opnieuw langs alle kanten applaus, hoera-geroep en menig wens boordevol geluk. Dat was een erg leuke extra om mee te maken, vond ik.
Ondanks het gesukkel met die vreselijk hobbelige kasseien, vervaarlijk kwikkelkwakkelend op m’n hoge hakken –ik niet alleen trouwens- raakten we uiteindelijk toch heelhuids en zonder valpartijen tot in de gezellige en zalig frisse receptieruimte, waar de zeer verzorgde hapjes en drankjes al op ons stonden te wachten. Roger en ons moe deden zich te goed aan de fijne vleeswaren en ik genoot van de rauwkost. Met een lekker glaasje bubbels erbij, uiteraard. Nadat het bruidspaar uitgebreid de tijd genomen had om iedereen te begroeten en welkom te heten, konden ook zij eindelijk ontspannen en genieten. Ceremoniemeester Jef, wiens taak bij deze ook klaar was, vervoegde moe maar zeer tevreden ons gezelschap. Een beetje babbelen, veel mooie, blije en vriendelijk mensen om te bekijken en contact mee te maken, een hapje, een drankje… Perfecte receptie!
Heel erg lang zijn we niet gebleven. Ons moe verlangde reeds terug naar vertrouwde stekje en Jef zou haar, lekker comfortabel, met de auto brengen. Eerst namen we uiteraard nog uitgebreid afscheid van het bruidspaar. De vrolijke, mooie bruid -Dolores, super toffe madam- blij met onze aanwezigheid, knuffelde ons allemaal even stevig. Bruidegom Peter, die zich eindelijk leek te ontspannen, wees ons, met een dikke knipoog naar een 'onder-ons-grapje', nog eens expliciet op z’n nieuwe én netjes gepoetste schoenen, en showde op vraag van de dames nog even uitgebreid z'n fraaie maatpak met strikje. En vervolgens bracht hij me efkes totaal van mijnen apropos door, zonder veel overgang, al vol enthousiasme over de in het verschiet liggende concertmissen samen met mij te beginnen...
Wetende dat mijn moeder in goeie handen was, en veilig en wel thuis zou raken, kuierden Roger en ik op ons duizend gemakjes -niet dat het anders kon, met die nog steeds vervloekte kasseien-hoge-hakken-combinatie...- langs de aanlokkelijke winkeltjes van de Hoogstraat, om tot slot gezellig, genietend op een terras de gebeurtenissen van deze dag, en alle bijhorende emoties, nog even uitgebreid te overlopen.
Ja, ze zijn dus getrouwd. En wij, wij waren er bij en zagen dat het goed was! 💗









zaterdag 11 augustus 2018

2 + 2 = WAUW!

Ja lap, hier zit ik nu, zie, met m'n handen in m'n haar. Ge geraakt als schrijfster wreed in de problemen als ge zwaar in herhaling dreigt te vallen... Tja, niks aan te doen. Er zit niets anders op dan maar wéér eens over 't zelfde onderwerp te schrijven en op de koop toe met de ondertussen bijna vertrouwde superlatieven. Gisteren namiddag had ik namelijk wederom de eer, maar voorál het genoegen, bij een erg bijzonder orgelconcert aanwezig te zijn...
En als je nu als lezer zoiets hebt van 'Zeg, Kristina, dié verhaaltjes kennen we nu al wel!', dan staat het u uiteraard vrij van dit blogje meteen weer te sluiten en elders te gaan scrollen. Maar ik vermoed dat u stiekem, ergens diep vanbinnen, tóch wil weten wat er, na al die vele andere orgelvertelsels, dan wel zooo speciaal aan dít concert was, dat ik er alsnóg een blog aan wil wijden!... Heb ik gelijk, of heb ik gelijk?... hihihi
U bent vast en zeker wel eens in de wereldberoemde kathedraal van Antwerpen geweest. Zelfs los van elke vorm van religie maken de prestigieuze architectuur en illustere kunst een bezoekje zeker de moeite waard. En nu het indrukwekkende Schyven orgel na lange en minutieuze restauratie weer helemaal in elkaar gepuzzeld is, beter dan nieuw hoog op het oksaal achteraan in de kerk staat te blinken en z'n wondermooie klanken als vanouds naar beneden strooit, is het bijwonen van een concert in zulke unieke ruimte bijna een must. Maar... deze kathedraal is nóg een orgel rijk. Het ietsje kleinere, maar eveneens imponerende Metzler orgel hangt vooraan rechts, daar waar schip en dwarsschip kruisen, hoog en droog tegen een enorme steunpilaar aan geplakt. Het heeft iets van een gigantisch, sprookjesachtig vogelnest met torens en kantelen. 
Dat er meerdere orgels staan komt hier en daar nog wel voor, maar dat beide instrumenten tegelijkertijd bespeeld worden, zoals nu in dit duo-concert, dat is hoogst uitzonderlijk. En dat hadden nog mensen begrepen, merkten we meteen bij aankomst. Samen met vriend Jef en vriendin Myriam arriveerde ik bijna een uur op voorhand ter plaatse, maar desalniettemin stond de rij concertgangers al tot ver buiten aan te schuiven. De kathedraal liep volledig vol. Ook imposant om te zien, zo op een zonnige vrijdag vlak na de noen.
Organisten van dienst: Peter Van de Velde en Peter Maus! U begrijpt meteen dat dit voor mij het hele gebeuren zo mogelijk nóg bijzonderder maakte. Twee fantastische muzikanten -waarmee ik zelf als zangeres al zo vaak heerlijk mocht samenwerken-, twee uitzonderlijke instrumenten, vijf fenomenale muziekwerken en alles in een sensationeel kader. Het is bijna te veel van het goede...
Na een korte uitleg over de orgels en de uitvoerders van het concert, vergezeld van de aanmaning plaats te nemen en telefoons af te zetten, alles voor alle duidelijkheid in wel vier talen -voor sommigen blijkbaar en jammer genoeg toch nog een taal te weinig...- rolden de eerste majestueuze tonen uit de pijpen van het Schyven orgel, meteen beantwoordt door de wat meer introverte klank van de Metzler. Al snel ontwikkelde zich een intense dialoog tussen beide. Een ontzettend boeiend spel van afwisseling, ondersteuning en vermenging. Gezeten in het midden van de ruimte viel het eerst nog goed te volgen welk orgel er aan het woord was. Leuk om expliciet naar te luisteren. Maar lang duurde dat niet. Met het complexer worden van de door het enorme gebouw buitelende, in elkaar strengelende muzieklijnen vielen de twee instrumenten nog nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Elke vierkante centimeter onder de eeuwenoude monumentale gewelven vulden ze met hun prachtige samenspel en de combinatie van hun hele eigen stem. Mijn gedachten vielen stil, mijn gezicht bleef op 'hemelse glimlach' vast zitten, het pure genieten nam volledig over. Terwijl de middagzon in kleur door de glasramen naar binnen rolde, luisterde het voltallige publiek ademloos naar grootse werken van o.a. Langlais, Weitz en Gigout, voor de gelegenheid herschreven voor twee orgels. Ik zelf verdween zodanig in de ontelbare, prachtig uiteenlopende klankkleuren dat ik echt schrok toen Jef naast me even kuchte. En Myriam, die maakte zich zorgen over de bijna beangstigende stilte tussen de stukken. Zij had graag élke keer een meer dan laaiend applaus gegeven. Maar dat applaus, dat kwam er, en hoe! Het werd een staande ovatie! Terecht, volkomen terecht. Absoluut.
Tijdens het concert had ik me zitten afvragen hoe die twee organisten zonder elkaar te kunnen zien, met die enorme afstand tussen hun instrumenten en de natuurlijk galm van de kathedraal die aartsmoeilijke stukken überhaupt zo schitterend samen en zonder enige vorm van décalatie -toch niet door mijn oren opgemerkt- of wat dan ook gespeeld kregen. Dat het verbazingwekkende, net niet laconieke antwoord 'puur op gevoel' was, maakte dit concert alleen nóg maar straffer. Ja dadde! Verbluffend. Wow!
"Dat was FAN-TAS-TISCH!" knalde er niet te onderdrukken uit me toen ik Peter Maus na het concert terug zag. En bijna geen blijf meer wetende met mezelf stond ik er in mijn gevoel kinderlijk enthousiast bij op en neer te springen. Mogelijk heb ik Peters verloofde Dolores mogelijk een keertje of twee teveel plat geknuffeld, maar dat kwam omdat ik m'n goede vriend-organist zelf even niet meer durfde vast grabbelen vanuit immens respect en ontzag...
Na nog een warme begroeting en dikke felicitaties aan het adres van de andere fenomenale Peter, de obligate blogfotootjes en een paar gezellige korte babbels met andere aanwezige organisten, muzikanten, dirigenten,... was ik eigenlijk te opgedraaid om nog rustig en uitgebreid de hele kathedraal te bezichtigen. Al dat oogverblindende fraais kon er precies niet goed meer bij. We deden toch nog een klein toerke en ik stak een grote noveen kaars aan. Als dank en als zegen. En voor dat immer sluimerende, weer even opgerakelde muzikale vuur en verlangen in mezelf.
Na een terrasje met kopje koffie, een paar boodschapjes in de stad en tot slot een ijsje in het goed gezelschap van vriend Jef vond ik, doodmoe -mijn (orgel)pijp was echt vollédig uit-, m'n innerlijke rust weer terug. Ik besef dat wij gisteren iets zeer uitzonderlijks en sensationeel uniek mee maakten. De totale diepgang hiervan dringt voorlopig nog niet tot mij door, maar dat het buitengewoon bijzonder was, daar mag je zeker van zijn. 
Twee sublieme orgels + twee fenomenale organisten = een exceptioneel concert! 
Of samengevat: 2 + 2 =WAUW! 😉



zaterdag 7 juli 2018

Tussen kerk en pastorie gewoon een perfecte dag.

"Hey Kristina! Gij weet toch dat het concert morgen in Neeritter (NL) is? En begint om 10u?" Gewekt door de voetbalfestiviteiten hier overal in de buurt opende ik midden in de nacht nog even m'n berichten op de computer en zag deze toch licht bezorgde boodschap van organist en vriend Peter Maus. Ik had eerder diezelfde dag op een repetitiebericht van hem gereageerd 'dat wij er ook bij zouden zijn'. En anderhalf uur rijden, enkele rit, voor zo'n klein concertje van ongeveer een half uur... Tja, begrijpelijk dat het toch toch een beetje ongewoon, en mogelijk volledig ongeloofwaardig over komt, zeker uit de mond van iemand als ik, die zelden of nooit ergens naar toe geraakt... Maar, wij wisten heel goed waar we aan begonnen! Dit was zelfs al maanden geleden netjes afgesproken. En waarom ook niet. Goede vrienden -Roger, Jef en ik- samen in een comfortabele auto, gezellig een dagje uit, met geweldig stralend weer, en dan op een ongekende plek waar je anders nooit zou geweest zijn, mogen luisteren naar een mooi concert van een ook al zo fijne vriend. Meer redenen hoef je toch niet te hebben, hé. Omdat we, heel verstandig rekening houdend met allerlei mogelijke vertragende factoren tijdens onze reis, zeer goed op tijd vertrokken waren, arriveerden we, uiteraard, veel te vroeg. Maar niet getreurd: al meteen spotten we koffiehuis/lunchroom 't Pastorieke, waar met wijd openstaande deuren nog ijverig gedweild werd. Officieel waren ze nog niet open, maar indien we op het terras wilden zitten, serveerden ze ons met plezier alvast koffie! Van gastvrijheid gesproken! Dat kan tellen, vind ik. En die bijzonder verzorgde koffie in de uiterst gezellige binnentuin smaakte fantastisch!
Al even goed op tijd wandelden we richting het kleine kerkje om alvast een goed luisterplekje uit te kiezen. Vol enthousiasme begroette ons Daniel Vanden Broecke, coördinator van 'Het orgel in Vlaanderen', de vzw die mede instond voor o.a. dit concertje dat deel uit maakte van een grote orgel-concertreis. Al snel liep dan ook het kerkje volledig vol met de dames en heren geïnteresseerden uit de twee, ondertussen ook aangekomen, autobussen.
Omdat zijn keurig doorgegeven programma jammer genoeg ergens tussen de voegen van de communicatie sukkelde en verloren ging, was een bijzonder nerveuze Peter Maus genoodzaakt zijn voor dit concert uitgekozen werken in hoogst eigen persoon aan te kondigen. Lastig karwei als je dat niet gewend bent... Eenmaal op het hoogzaal aan de speeltafel van z'n instrument voor die dag voelde hij zich duidelijk meer op z'n plaats en een heel stuk comfortabeler, want al spoedig dwarrelden er allerlei prachtige melodieën naar beneden. Spijtig genoeg onthield ik het volledige programma niet, maar Peter startte met het ingetogen feestelijke en bijzonder fraai bij de dag, de ruimte en het instrument passende 'Der Tag, der ist so freundenreich' van Pachelbel, waarna de uitgevoerde werken 
vol kwinkelerende klanken in duizenden kleuren elkaar opvolgden in stijgende lijn, zowel qua intensiteit als qua uitgesproken vreugde, om te eindigen in een orgelimprovisatie van de bovenste plank, waarvoor het instrument links en rechts nog een paar pijpen bijgestoken leek te hebben. Persoonlijk vond ik het applaus een beetje slapjes, Peter's inspanning verdiende meer. Maar misschien ben ik gewoon meer 'vervoering' gewend, hé...
Na het nemen van wat leuke foto's met onze organist-vriend -natuuuuurlijk!- en een kleine geanimeerde meet-and-greet vertrokken de bussen voor het vervolg van de excursie. Peter bleef in de kerk om een aantal begeesterde zielen die zelf de orgelklavieren eens wilden beroeren wegwijs te maken. En wij? Wij kuierden op 't gemakje terug naar daar waar het goed was, naar 't Pastorieke! Eigenlijk hadden we er bij nog meer lekkers van de drankenkaarten -in dit geval een La Trappe, een ijskoffie en een cappucino- willen bespreken wat we met de rest van de dag zouden doen. Maar zo zalig gezeten, in die knusse zeteltjes, daar in die gezellige binnentuin, in al die weidse vredige rust en heerlijke frisse lommerte, en met al die vriendelijke mensen om ons heen, ontnam de sereniteit en harmonie ons elke vorm van inspiratie. Er viel niets meer te bedenken, of toch zeker niets beter... En dat hoefde ook helemaal niet.
We vroegen de kaart met alle lekkere hapjes en ondertussen bestelden de heren allebei alvast een ijsthee van een kaart geheel en volledig gewijd aan een uitzonderlijk brede keuze van deze nooit eerder geziene uitermate verfrissende drank. En over die 'Sisi', die ik, nostalgisch, percé wou drinken, zullen we vermoedelijk nog lang de grapjes mogen aanhoren, vrees ik... 
Met ongelofelijk veel vriendelijkheid en oog voor detail werd onze tafel netjes ontruimd van lege glazen en gedekt voor onze lunch. En toen die met veel zwier voor ons neergezet werd, ontsnapten er aan alle drie onze monden allerlei bewonderend kreten. Het zag er werkelijk prachtig uit, en zo smakelijk, en gul, en zonnig, en... "Wel netjes jullie borden leeg eten, hoor" zei de dame in koksoutfit met een heerlijke giechel en een vette knipoog, "anders moet er afgewassen worden!" Roger en Jef smikkelden en smulden van hun erg originele bord met een soepje en kleine versies van de verschillende speciale broodjes van het huis. En ik kon m'n geluk niet op met dat grote, meer dan overheerlijke speltbroodje met brie, rucola, noten en honing. En, op de koop toe, viel de prijs van al deze heerlijkheden absoluut onder de noemer 'zeer democratisch'. Maar geloof me, wij hadden indien nodig met heel erg veel plezier een enorme berg afwas gedaan voor deze zalige gerechtjes!
Geheel bij toeval ontdekten we dus een ongelofelijk fijn adresje, daar in het verre Neeritter, in die oude geklasseerde pastorie. Een plekje dat eigenlijk op zich al meer dan de moeite waard is om, zoals wij, even 3 uur in de auto te zitten... Doch bij het verlaten van het dorp merkten we verschillende aanduidingen van allerlei toeristische routes op, zowel voor de minder sportieve autoliefhebbers als voor dartele wandelaars en lustige fietsers. En elk van deze routes slingert zich vrolijk zigzaggen over de Belgisch-Nederlandse grens heen en terug. Nog een extra reden om je ook eens -of nóg eens- tot daar te begeven, volgens mij.
"Such a perfect day..." neuriede ik met een zucht van geluk in de auto op weg naar huis. En Roger en Jef waren het er roerend mee eens. Of hoe een ogenschijnlijk doordeweekse dag ergens tussen een kerkje en een pastorie gewoon perfect kan zijn. 💗



dinsdag 27 februari 2018

Blijven oefenen met ademen.

"Hoe is het in 's hemelsnaam mogelijk dat ik dát niet meer weet!!!" dacht ik in eerste instantie uitermate verwonderd, en een beetje lachend met mezelf. Alsof ik niet alleen totaal vergat hoe te moeten ademen, maar op de koop toe blijkbaar ook al erg lang m'n adem volledig in hield!... 
De alweer hemelse repetitie, ondanks de diepvriestemperatuur van de kerk, met organist Peter Maus, voor de concertmis van vorige week zondag bracht me even compleet van m'n stuk: het overviel me volkomen hoe plots m'n hele lichaam weer vol zuurstof stroomde, en daardoor ook weer vol leven. Hoe ineens elke vezel van mijn lijf mee begon te jubelen op de tonen van de indrukwekkende muzieklijnen van onze geliefde Wagners en Straussjes die, alsof het maar niks is, weer als vanouds, bijna uit zichzelf uit m'n strot stroomden, zorgeloos vrolijk dansend op de wolkjes van mijn adem de met ijslucht gevulde enorme open ruimte van de kerk in. Het was als een heerlijk thuiskomen in mezelf, een 'mezelf terugvinden', voor heel even los van en ver verheven boven de donkere diepte van de depressie. 
Zingen is ademen, zingen is leven! En hoe was het dan in godsnaam mogelijk geweest dat ik zulke, voor mij, levensbelangrijke informatie ergens in een vergeethoekje opgeborgen had?!
Bij de concertmis zelf, twee dagen later, zondagochtend, 'ademde' er iets al een beetje minder... Het voelde wat benepen eigenlijk. En later die dag viel mijne frank -allé mijnen euro tegenwoordig, hé- over het waarom. 
Er blijft nog zo verschrikkelijk weinig over van die sowieso al minimale zangcarrière van mij. Die enkele keren per jaar dat ik nog eens ál m'n registers kan en mag opentrekken zijn steeds schaarser, en daardoor ook heel erg dubbel. Uiteraard ben ik dan meer dan dolgelukkig, elke keer weer. Uiteraard ademt heel mijn zijn dan nog eens volop. Maar 't is ook altijd zo ontzettend verdrietig omdat er eigenlijk nooit ergens een vervolg aan komt en er tussen elke zangmoment oeverloos veel tijd verglijdt...
En natuurlijk is het fenomenaal fijn om na zo een concertmis bij pot en pint van mensen 'uit het vak', mensen die 'het kunnen weten', te mogen horen dat je potverdorie écht wel een serieus stukske kunt zingen, en je een zeer uitzonderlijk talent en orgaan bezit. Maar daar heb ik nu, in deze fase van m'n leven nog zo verschrikkelijk weinig aan, hé. Ja, als dramatische sopraan, met een straf instrument dat zowat álles overleeft -echt, ge kunt het u zo gek niet bedenken- heb ik, meer dan de andere zangstemmen, het potentieel om op m'n 80ste nog steeds met verve de zwaarste klassieke aria's ten beste te geven, maar wie heeft daar boodschap aan? Ik zou het echt niet weten.

Afgelopen zondag werd ik door een lieve vriend getrakteerd op een voorstelling van 'La Bohéme' van G. Puccini, rechtstreeks live vanuit The Met in New York, geprojecteerd op één van de grote schermen in Kinepolis. En extra boeiend met uitgebreide uitleg, plezierige interviews met de vedetten en ook steeds een volledige weergave van elke decorwissel. La Bohème is een opera waar ik zelf erg fijne herinneringen aan heb als koorlid bij de toenmalige Vlaamse Opera. En ik heb intens van die voorstelling afgelopen weekend in de cinema genoten, maar in het donker van de zaal rolde er menig traantje onopgemerkt in stilte over m'n wangen. Want daar voor me, daar vooraan op dat witte doek, zag ik nog een keertje die wereld waar ik me nog steeds het meest thuis voelde, waar ik al zovele decennia totaal geen deel meer van uit maak, en waarnaar ik vermoedelijk ook nooit meer terug zal keren...
Dus, puur uit zelfbehoud, om mezelf van immense pijn en verdriet te behoeden, berg ik 
op al die vele dagen, die vele lange weken en maanden dat er niets te zingen valt, zowel bewust als onbewust dat 'ademen' ergens diep in mij weg, veilig en ongezien in één of ander vergeethoekje. Dan regeert m'n zoveel meer introverte kant. Dan is alles in mijn wereld ingetogen en stil, weken lang. Dan schrijf ik, alleen, thuis, met slechts de poezen, de planten en de geluiden van de tuin en het gebouw om me heen. Maar dat kan ook heel erg mooi zijn. En o ja, wees gerust, binnen in mij weerklinken er hele dagen duizend-en-één liedfragmenten, maar het occasionele nootje dat me op die dagen al eens neuriënd ontsnapt bij de afwas of onder de douche, dat komt uit een totáál andere wereld -ze konden niet méér verschillend zijn- dan die van 'de grote klep'...
En toch. 't Kan erg snel keren. Geef me één kleine aanleiding om te zingen en de sluisdeuren met lucht vol muziek en zang zwaaien wijd open, met een ware vloedgolf van alle mogelijke kleuren en klanken. En alleen dat kleine beetje buiten adem zijn, het af en toe nét niet toekomen op het eind van een zin -wat zelfs m'n meest vertrouwde fans en doorwinterde begeleiders, zij die mij als zangeres echt door en door kennen, niet eens opvalt- verraadt dat ik weken-, misschien zelfs maandenlang niet één écht zanglijntje ten beste gaf... 
Het is een geruststelling, het is een bijzonder fijne geruststelling besef ik nu. Zelfs als ik voor m'n eigen dagdagelijkse levenscomfort het 'ademen' tijdelijk -voor korte of lange tijd- ergens diep in me opberg, weet ik wél dat 'het' er áltijd nog is, klaar om, indien nodig of gewenst, in al z'n formidabele grootsheid, inclusief decibels en boventonen, feestelijk juichend los te barsten. Als je dat kleine beetje gebrek aan conditie over het hoofd wil zien, uiteraard. Dus, blijven oefenen met ademen, hé, altijd blijven oefenen met ademen!... ;-) 




zaterdag 20 mei 2017

Als woorden tekort schieten...

Verdorie, verdorie, verdorie toch! Je zit als schrijfster in een verdraaid lastig parket als je, zelfs met een woordenboek naast je, de juiste termen niet vindt voor wat je wil beschrijven. Als, letterlijk, àlle woorden tekort schieten... 
Allé, denk even met me mee: hoe beschrijf je een concert waar bij elk werk vanuit het diepste van je ziel en elke vezel van je lijf, telkens weer, als een duidelijk hoorbare zucht, een overweldigende 'WAUW' ontsnapt? Hoe verwoord je de ongrijpbare emotionele hartstocht van de meesterlijk gebrachte fenomenale stukken, zo intens dat je jezelf er keer op keer aan moet herinneren te blijven àdemen, zoals ik gisteren. Letterlijk 'adembenemend' mooi dus!... Zeg me, hoe pen je dat neer? In welke taal? En wie kent de woorden? Met de orkestrale orgelklanken en het schitterende geluid van een honderdtal geoefende koorstemmen nog nagalmend in m'n oren overloop ik hier aan mijn computer wanhopig opnieuw en opnieuw die onbeschrijfbare avond, op zoek naar wat dan ook -een woord, een adjectief, een kapstok, een houvast- om dat wat het met me deed enigszins verstaanbaar te kunnen neerkrabbelen.
Op stap gaan met beste vriend Roger staat op zich sowieso gelijk met een aantal bijzonder aangename uurtjes. En ook Rudi, echtgenoot van mijn lieve vriendin, groot liefhebber van (kerk)orgel en absolute fan van organist Peter Maus, ging mee, en dat voelt altijd alsof ik mijne persoonlijke bodyguard bij heb. Dus alvast super gezellig, zo'n avondje uit tussen die twee heren in.
Wachtend op het openen der deuren had ik een fijn weerzien met mevrouw Mia Vinck, m'n leerkracht 'notenleer-voor-zangers' uit m'n lang vervlogen conservatoriumtijd. Als toenmalig leidinggevende van het kinderkoor van de Vlaamse Opera nam ze me als 'assistente' voor de kinderen mee en zo beleefde ik vanuit de coulissen alle voorstellingen van 'Het sluwe vosje' van Leòs Janáček en de hele werking van een opera. Tot op vandaag bewaar en koester ik nog steeds het kleurrijke programmaboek met handtekeningen van de volledige cast. Zàlige tijd was dat, en echt niets dan respect voor deze bijzondere dame!
Tijdens de bijhorende receptie achteraf is het altijd fijn om oude kennissen terug te zien (zoals gisteren o.a. een paar dames en heren uit mijn eigen dagen in de Chorale), om lieve vrienden te kunnen omhelzen (da's waar, hé, Christel, en Jan, en Ingrid) en om boeiende nieuwe mensen -wie weet zelfs nieuwe vriénden- te leren kennen (zoals Dolores, en Phillipe, en Paul, bijvoorbeeld), maar 'k genoot ook -ja, echt, maar wel onopvallend natuurlijk- van het mogen begroeten van de aanwezige 'grootheden', ik noem Ria Bollen, Paul Dinneweth, Peter Van De Velde... De ietwat teleurstellende opkomst qua publiek werd ruimschoots goedgemaakt door -ja dadde- wàt een publiek! 
En hoe vertel ik nu in godsnaam begrijpbaar over het concert zelf?... Kan hier iemand even onmiddellijk een hele rits nieuwe superlatieven uitvinden aub?!... 
De prachtige meerstemmigheid van het koor bezorgde me de hele tijd kippenvel, en bewoog zelfs die twee stoere heren naast me meerdere malen tot nét-geen tranen toe. Het schitterende stereo-effect van zowel de opstelling van de 100 zangers als van de zingende opkomst vertienvoudigde -minstens!- de muzikale belevenis. De stemmen vermengden zich met elkaar én met het gebouw, en omhulden de aanwezigen met een warme mantel van emotie en ontroering. De enorme kracht die uit de samenzang van die vele getrainde kelen kwam stond als een huis, neen, als een bùrcht. En geloof me, ze waren even sterk in de werken ondersteund door het majestueuze orkest, dat Peter Maus -alweer- virtuoos uit het orgel toverde, als in de zeer bijzondere a capella stukken. Echt wereldklasse! Zeker weten. En dat ze er zelf overduidelijk ook van genoten maakte niet alleen de beluistering heerlijk maar ook het visuele geweldig mooi.
Dat Peter Maus een heel speciaal plekje in mijn muzikale hart heeft, da's ondertussen algemeen geweten. Ik hoef echt niet meer uit te leggen wat een geweldige muzikant hij is, naar mijn bescheiden mening dan toch, en hoe ik geniet van elke seconde als ik mag luisteren naar de door hem gespeelde grandioze stukken, en al helemaal als we weer eens mogen samenwerken. En ik dacht zo ongeveer wel te weten wat hij in z'n mars had -en geloof me, dat is heel wat- maar hij verraste me alsnog! En hoe!... 'k Was er even totaal m'n kluts van kwijt. Om te beginnen had hij, voor het concert, net zoals u en ik, 2 benen, met aan elk been één voet; en 2 armen, met aan elke arm één hand met telkens -heel gewoon, zoals gangbaar is bij mensen- 5 vingers. Dat had ik met m'n eigen ogen duidelijk gezien. Maar tijdens het concert vroeg ik me toch ernstig af of hij zichzelf daarboven niet stiekem een paar extra armen met handen en extra benen met voeten aangemeten had! De registrant zwoer alleszins met een kamerbrede smile dat hij alvast niet heimelijk hier en daar -behalve wat de registers betrof uiteraard- een handje toegestoken had. 
Het ene na het andere meesterlijke stuk rolde met een indrukwekkende passie het hoogzaal af en vulde de kerk en de aanwezigen met klankkleuren waar, inderdaad, woorden tekort bij schieten. Peter dreef z'n kunnen en dat van het Stevensorgel tot het uiterste, als was het een strijd op leven en dood. 'Het was ook af en toe een beetje totaal doodgaan", zei hij zelf achteraf. Niet moeilijk als je meer dan het beste van jezelf geeft... Zwaar onder de indruk waren wij, Roger, Rudi en ik, en stonden achteraf tegenover Peter met ontzag en eerbied, en... ook met onze mond vol tanden. 'Wauw' was zo ongeveer het enige dat we eruit gestotterd kregen, gevolgd door een soort eindeloze herkauwing van dat ene woordje. 'Wauw nondedoemme, écht wauw wauw wauw!'
Ja, 'k weet het, hoor: ondanks het feit dat ik beweer woorden tekort te komen heb ik toch alweer stevig wat ruimte volgeschreven over dit concert. Het is echter slechts een povere zoektocht naar het weergeven van een gevoel dat alleen zij die er bij waren woordeloos zullen begrijpen. Wel lastig voor een schrijfster als ik uiteraard, kopzorgen en slapeloze nachten. Nee, hoor, da's een grapje. Alleszins, toch iets om verder over na te denken: hoe beschrijf je in godsnaam iets dat zo prachtig is dat woorden tekort schieten?!... Mocht jij het weten, geef me dan maar een seintje, hé. ;-)



zondag 5 februari 2017

De gevallen diva.

Nooit gedacht da'k nog eens zou schrijven over de gevaren bij het opluisteren van missen... O ja, ik zing wel eens vaker vanop een hoogzaal in bedenkelijke staat. Zo ééntje dat wat schuin omlaag helt, alsof het elk moment de diepte in kan storten. Of ééntje waarvan het hout een wijd verspreid kantpatroon van gaatjes vertoond, gevolg van vraatzuchtige houtwormen. Of veel vaker voorkomend -en gelukkig een stuk minder beangstigend, maar toch...- hoogzalen die aan alle kanten piepend en krakend meedeinen op het ritme van de muziek, zeker als de organist vol enthousiasme even àlles uit het orgel haalt. Daar stel je je als zangeres -met hoogtevrees- noodgedwongen een beetje op in, het went en je staat er op den duur niet echt meer bij stil. Door de jaren heen werden dit soort situaties dan ook eerder grappig dan onheilspellend.
Soms is de weg naar het hoogzaal trouwens nog het meest angstaanjagend. De eindeloos lange, minuscuul smalle wenteltrapjes met krakende treden, gemaakt uit hout waar de tijd hier en daar wat stukken uit hapte, waarin je hak komt vast te zitten of je dreigt doorheen te zakken. Of de stenen torentrapjes, zodanig uitgesleten dat ze eigenlijk meer een spekgladde schuifaf omlaag vormen dan een deftige trap omhoog. En als er al eens een mogelijke leuning is, in de vorm van een dik grof loshangend touw bijvoorbeeld, dan heb je daar weinig of geen houvast -en al zeker geen steun- aan, geloof me. Meestal is die vaak onmenselijk smalle koker waarlangs je je dan, gepakt en gezakt, in mijn geval ook steevast op hoge hakken en in lange rokken, langzaam met het nodige gepuf en gesteun naar omhoog wringt op de koop toe verschrikkelijk smerig. Elke keer weer veeg ik met m'n lange jassen en jurken het stof, vuil en spinnenwebben van jaaaaaren bij elkaar. Soms vraag ik me giechelend af of men daar misschien stiekem rekening mee houdt als ze mij vragen om te zingen... 
Vandaag, op een pas hersteld bakstenen en betonnen hoogzaal, onder een pas hersteld betonnen plafond, met een pas hersteld en dus terug bijzonder robuust Klais-orgel, misten we absoluut niets aan stevigheid. En, daar ook het trapje, zij het met wat rare oneven treden, in beton gegoten is, en zelfs een -heel eigenwijs en vindingrijk uit plastieken waterleidingsbuizen gefabriceerde, geïmproviseerde slappe leuning heeft, moest daar eveneens voor geen instorten gevreesd worden. Met overtuiging marcheerde ik aldus gezwind en onbevreesd door de kerk en langst de wentelende treden omhoog, en met lichte haast ook, want mijn start die ochtend -en daardoor ook mijn aankomst- had een beetje vertraging opgelopen. 
Bovenaan de trap in de stikdonkere houten doorgang, dwars door de grote orgelkast, met aan elke zijde een deurtje tegen de immer felle ijskoude tocht: een gesmoorde gil, een luide bons, een half ingehouden vloek, een gevallen diva. Niet door haast, niet door onoplettendheid of door verstrooidheid, maar domweg door de meedogenloze duisternis miste ik dat éne piepkleine allerlaatste afstapje... en maakte met die onverwachte glissando op een zeer onaangename manier kennis met de niet meegevende hardhouten vloer.
Kort samengevat, ik deed m'n achternaam 'eer' aan: Kristina Meganck, die ging 'mé' ne 'ganck'... hihihi

Snipverkouden organist Peter Maus, die al de hele tijd stevig wat wind door de pijpen zat te blazen, hield gealarmeerd door de vreemde geluiden midden in een groots akkoord op met spelen. Nog voor ik overeind kon krabbelen hoorde ik hem over het hoogzaal in mijn richting rennen en slechts enkele seconden later rukte hij met een verschrikte gezicht het houten deurtje open. Wreed bezorgd, om mij, de verongelukte sopraan, uiteraard, maar toch zeker en vast ook over alle eventuele schade die de gekoesterde en net herstelde orgelkast mogelijk opgelopen kon hebben door zo'n zwaar neerstortende diva... 
Het viel niet mee om, bibberend op m'n benen van 't verschieten, mezelf van de koude planken op en bij elkaar te rapen en genoeg concentratie terug te vinden om al die geliefde, geweldig mooie doch ook zware werken naar behoren en zonder muzikale uitschuivers te zingen. Maar blijkbaar brengt pijn een soort ongeëvenaarde strijdvaardigheid in mij naar boven, want zo mogelijk nog meer dan anders dansten de noten krachtig en zuiver uit me, prachtig begeleid en stevig ondersteund door de virtuoze vingers en vederlichte voeten op de vele klavieren. "Der Engel" zweefde op zonlichte vleugels langs de glasramen, "Gebet" en "Ave Maria" klonken innig warm en oprecht, "Hör mein Bitten" droeg dramatisch en melodieus z'n passionele boodschap uit, de misdelen van Langlais schalden als ware strijdliederen door de immense ruimte, en tot slot, als overheerlijke kers op de taart, een meer dan jubelend "Zueignung". 
Bij deze is het dus nog maar eens bewezen: wiebelende orgelbankjes, dikke snottebellen en stapels zakdoeken op en naast klavieren, domme tuimelingen, geschaafde handen, pijnlijke rug en elastieken bibberbenen... wat de omstandigheden ook zijn, niets houdt ons tegen om, zoals vanochtend, steeds weer een sterk staaltje muzikaal kunnen en prachtig samenspel neer te zetten. Ondanks of dankzij, kies zelf maar.
De vele aanwezigen hebben er absoluut met volle teugen van genoten -dat kwamen ze me bij de 'koffie' achteraf toch allemaal vertellen- maar volgens mij valt hun genoegen in het niets bij de verrukkelijke hoeveelheid deugd die Peter en ik er zelf aan beleefden. Waar een gevallen diva al niet goed voor is, hé... ;-)



zaterdag 2 juli 2016

Emoties en herinneringen, maar vooral veel muziek.

Een melodietje dat dagenlang in je hoofd blijft hangen, je had het vast ook al wel eens voor. Maar dan misschien niet direct met een deuntje van Henry Purcell, zoals ik, de laatste weken. 
Niet dat mijn stem ooit echt geschikt was om barokmuziek mee te zingen, hoor, maar lang geleden, door de kamermuziekklas op het Koninklijk Vlaams Muziek Conservatorium in Antwerpen, stond de aria 'The Plaint: O, let me weep' (De klacht: O, laat mij huilen) uit 'The Fairy Queen' (De Feeënkoningin) van Purcell ook op mijn repertoire. 
En omdat in diezelfde periode m'n allereerste grote liefde zonder verwittiging of uitleg, totaal onverwacht met de noorderzon uit m'n leven verdween dacht ik de essentie van de emotie achter deze muziek ten volle te kunnen omvatten en weergeven. Al m'n verdriet en smart stroomde naar buiten in de hartverscheurende zanglijnen 'He's gone, he's gone, he's gone... and I shall never, never, never, I shall never see him more.' (Hij is weg, hij is weg, hij is weg... en ik zal hem nooit, nooit, nooit, ik zal hem nooit meer zien.)
Dat het vervolg van mijn liefdesleven -tot nu toe alleszins- niet echt over rozen liep is ondertussen zowat algemeen geweten. Deze melodie is door de jaren dus nog wel eens een paar maal m'n gedachten gepasseerd, maar pas toen m'n vader eind juni 2014 totaal onverwacht overleed begreep ik echt hoe in elke noot van deze compositie de intense droefheid om een definitief afscheid en het bijhorende gebroken hart vervat zit. En alsof ik mezelf er 2 jaar later nog steeds van moet overtuigen zingt het nu al weken en weken opnieuw en opnieuw in m'n hoofd dat hij weg is en ik hem nooit meer zal zien...
Afgelopen donderdagavond rinkelde nog laat de telefoon. Of ik nog vrij was om, heel erg last minut, een uitvaart te komen opluisteren. 
In de gesprekken met de familie van de overleden dame borrelden m'n eigen herinneringen aan het plannen van mijn vaders afscheidsviering omhoog. 
Een intrieste echtgenoot, die, nét als mijn moeder, me geforceerd vrolijk verzekerde dat 'zolang hij bezig kan blijven, het wel zal gaan, hoor, maak je maar geen zorgen, we moeten verder, hé.' En een zoon, die, net als ik en m'n broers en zussen, zo verschrikkelijk veel mooie -en spijtig genoeg ook een pak niet realiseerbare- wensen had voor de plechtigheid, als laatste uiting van liefde voor z'n moeder, zoveel dat het een kleine chaos werd en hij het uiteindelijk dan maar verdrietig zuchtend los liet met de woorden 'Och, het maakt uiteindelijk toch allemaal niets meer uit, want ze is weg, mijn lieve mamaatje, z'is weg...'
En zo vertrok ik vanochtend flapperend in m'n lange zwarte uitvaartjurk en met een kaftje netjes geordende partituren richting Lochristi, zoals vroeger zo vaak met va en moe, en bijna even vaak met niet alleen mezelf maar ook organist Peter Maus op de achterbank van onze va zijnen auto. 
Vandaag begeleide en vergezelde Peter me ook, net zoals dag op dag 2 jaar geleden bij dat nog steeds buitengewoon memorabele afscheid van m'n vader. Compleet kapot was hij er van, net als ik, maar zowel voor z'n muzikale begeleiding als z'n aanwezigheid zal ik hem eeuwig dankbaar zijn. Volgens Peter trouwens nog altijd de meest heftige uitvaart die hij ooit speelde, en dat wil ik best geloven. Het 'Wiegenlied' van Johannes Brahms en 'Papa' van Stef Bos zullen voor mij ook nooit meer hetzelfde zijn...
Voor de begrafenis vanochtend werden we aangevuld door violiste en lieve vriendin Marleen Van Holder, en het ontroerend mooie samenspel en de betekenisvolle liedteksten maakten het definitieve afscheid van die voor ons onbekende maar duidelijk zeer geliefde vrouw muzikaal buitengewoon mooi en emotioneel enorm pakkend, zowel voor de familie als voor ons.
'Vaders behoort het eeuwige leven, ze zouden nooit mogen sterven', bedacht ik me een beetje melancholisch in de overvolle trein terug richting Antwerpen, 'en dat geldt ook voor moeders...' Maar da's niet realistisch, hé. 
Die prachtige gele roos van op m'n terras, bruut afgeknakt door de wilde wind, staat -alsof er niéts gebeurt is- nog altijd het beste van zichzelf te geven in een piepklein vaasje naast m'n computer. Met haar onvoorwaardelijke schoonheid en bedwelmend parfum maakt ze me attent op die simpele doch zo snel vergeten belangrijke boodschap: leef, en geniet, liefst met volle teugen, zowel van het geven als van het ontvangen, wat de omstandigheden ook zijn, voor zo lang -of kort- het duurt. En is het voorbij, koester dan de vele fijne herinneringen. 
Of om het met de -mits enige interpretatie- zeer toepasselijke woorden van de goedgeluimde treinconducteur te zeggen: 'Dames en heren, aankomst in Antwerpen. Let goed op dat u niets en vooral niemand vergeet! En ik wens u van harte nog een heel prettig weekend toe!' :-) 

maandag 18 april 2016

Achtbaan der emoties.

Zo, hier zit ik dan weer, achter de computer, met zicht op de tuin -nog maar eens onveilig gemaakt door een bende jong schorriemorrie- waar de zon nog van de partij is en langst het gebouw heen de naaldbomen fraai belicht. Genietend van de gezellige vogeltjesdrukte op m'n terras beleef ik in m'n hoofd opnieuw heel de emotionele achtbaan van deze bijna afgelopen zondag. 
De dag begon met een telefoontje van m'n moeder. Een allergische reactie zorgde er voor dat ze dan toch niet zou komen luisteren naar de concertmis. Een spijtige tegenvaller, maar ik liet me er niet door van m'n stuk brengen.
Vol goede moed besloot ik die, voor mijn doen nogal erg korte, felblauwe jurk aan te trekken én, zo mogelijk nóg uitzonderlijker, m'n lange haren voor 't grootste deel eens een keer niét op te steken. 
M'n spiegelbeeld deed vreemd aan, maar ik zag een best leuk ogende vrouw naar me terugkijken, dus niet getwijfeld en hup, naar de tram. 
Als een sardientje tussen de overdosis andere passagiers gepropt, uitsluitend mensen in sporttenue, vermoedelijk allemaal op weg naar de Ten Miles, viel ik op, zo netjes opgemaakt, in hoge hakken en deftige jas. Ze keken me aan als kwam ik van een andere planeet. 
De vele meters kasseien en het laatste onverwachte stuk te voet deden me te laat, met pijnlijke pootjes, m'n hoge hakken verwensend, buiten adem en een beetje verwilderd toekomen in de kerk. Maar daar wachtte me het heerlijk musiceren met organist Peter Maus. En reeds bij de eerste tonen vielen er feestelijk zonnestralen door de glasramen, als zette iemand ergens hoog daarboven een spot op ons. Zalig.
Door alle commotie rond die blog van mij over de muzikaal-intieme samenwerking met Peter dacht ik een pak meer publiek dan anders te zullen zien plaatsnemen op de kerkstoelen. Doch hier was duidelijk sprake van 'veel geblaat, wreed weinig wol'... Slechts 45 mensen, waarvan 40 'gewone' zondagse kerkgangers. Een beetje een desillusie dus.
Het knip- en plakwerk, waarmee sommige lezers van die ondertussen blijkbaar beruchte blog, mijn hoogste goed en diepste zieleroersels tot een hoofdstuk uit "50 Tinten Grijs" reduceerden, -en ja, ik snap het wel, hoor. En ja, dat is ook best grappig- bracht me toch zodanig van m'n stuk dat ik muzikaal even de pedalen verloor, tot m'n grote opluchting zoals steeds professioneel en daardoor bijna onopgemerkt opgevangen door die geweldige begeleider voor wie ik, zeker als zangeres, inmiddels duidelijk een open boek ben... 
In het grote poeha-stuk van Mendelssohn vond ik mezelf -en dus ook m'n pedalen- gelukkig weer helemaal terug en we eindigden stralend in alle grootsheid en schoonheid met "Zueignung" van Richard Strauss, 'ons' nummer.
En terwijl Peter ten uitgeleide nog een schitterende, alles overdonderende orgelimprovisatie ten beste gaf, waar ik ook steeds glimlachend van sta te genieten, kwam de droeve gedacht 'het is alweer voorbij' reeds in me op...
Goddank stond er in het parochiezaaltje, vast ritueel ondertussen, naast een paar enthousiaste toehoorders met felicitaties en goede vrienden Jan en Flori, al een trappist 'van 't schap' op me te wachten.
Peter ging, richting volgende muzikale onderneming. 
Een 2e trappist kwam. 
En, geheel los van het stijgende alcoholgehalte, werd het bijzonder aangename gesprek met de harde kern van m'n fanclub steeds boeiender. Zodanig zelfs dat de heren besloten deze gezellige namiddag nog een paar uurtjes langer met me door te brengen en namen me mee naar café-restaurant "Lambik". Bij een bord super lekkere asperges op Vlaamse wijze en gebakken aardappeltjes zette de conversatie zich verder. Zowel hele leuke als behoorlijk droeve onderwerpen passeerden de revue. 
Met een uitzonderlijk voldaan gevoel liet ik de tram me weer huiswaarts voeren. M'n hoofd tolde van de duizenden gedachten en bedenkingen, en de emoties, die me alle kanten uit rukten, overweldigden me.
En hier zit ik nu. De vuilbak staat buiten, de poezen hebben gegeten, m'n bad en bed lonken, en ik schrijf een blogje over een dag waarin de emoties op en neer en zelfs totaal overkop gingen. De tekst hierboven even overlopend tel ik, naast een tweetal rustigere stukjes, ongeveer 24 keer op en neer tussen droef en blij, en een keer of 5 een volledig looping. Mijn leven is dus als een pretpark, met deze zondag duidelijk een flinke rit op de duizelingwekkende achtbaan... ;-)
Even luisteren?

zaterdag 9 april 2016

Magisch mooie muzikale middag.

Door alle mogelijke en onmogelijk stormen in m'n leven heen is mijn innige band met muziek zowat de enige relatie die overeind bleef en blijft. En binnen die relatie is één bepaalde en behoorlijk unieke combinatie mijn allerhoogste goed, mijn persoonlijke hemel op aarde. De elementen van die bijzondere combinatie zijn mezelf, dramatische sopraan met een bekoorlijke voorliefde voor grootsheid en poeha in al z'n vormen; Peter Maus, getalenteerde en charmante organist met een breed muzikaal aanvoelen en genoeg lef om al eens buiten de gangbare lijntjes te kleuren; de Hoog Romantische composities van o.a. Strauss, Wagner, Wolf, Brahms, Mendelssohn-Bartholdy... maar ook weinig uitgevoerde andere grootse werken van minder bekende of zelfs vergeten componisten; en tot slot de ongelofelijk fraaie akoestiek van de prachtige Sint-Michielskerk in Antwerpen met het meer dan magistrale, en door ons allebei geliefde, Romantische Stevensorgel op het hoogzaal.
Niets, echt absoluut niets in mijn leven brengt me meer allesoverheersend geluk en grenzeloze vreugde. 
De orkestrale tonen, die Peter met vlugge lenige vingers en vederlicht dansende voeten uit het orgel tovert, nemen elke vezel van m'n lichaam over en vermengen zich naadloos met de klanken uit mijn instrument. Terwijl deze heerlijke notenmix jubelend door de imposante ruimte tuimelt verdwijnt alle tumult in m'n hoofd als sneeuw voor de zon. Lichamelijk en geestelijk los komen en opstijgen uit alles wat klein-menselijk is. Slechts het samen 'muziek-zijn' blijft. "Alsof we vleugels krijgen", zei Peter.
Daarboven op het hoogzaal scheiden ons steeds een meter of 3 plankenvloer, de partituren op de pupiter en de vele klavieren, pedalen en registerknoppen van de orgelspeeltafel, maar hoe meer geabsorbeerd we worden door en opgaan in het gezamenlijke klankenspel, hoe groter de intimiteit tussen ons. Soms zodanig intens dat het ons allebei volledig gegeneerd en verlegen maakt. De lucht om ons heen knettert dan nét niet van geladenheid en ik bedenk me altijd een beetje giechelend dat als ik hem, of hij mij, dàn zou aanraken, we mogelijk één of ander soort ontploffing veroorzaken. En al krijg ik op zulk moment altijd het gevoel dat het hoogdringend tijd is om weer huiswaarts te keren, alles in mij blijft verlangen naar meer van deze heerlijkheid. Zelfs m'n o zo geliefde poezen en m'n alom tegenwoordige en onmisbare bloemen en planten vallen er bij in het niets. Die diepe intense voldoening overstijgt elke andere vorm van genot. Het allerbeste orgasme ooit komt niet eens in de buurt...
Afgelopen donderdag repeteerden Peter en ik voor onze jaarlijkse -ja, deze voor mij allerhoogste zaligheid beleef ik spijtig genoeg slecht één, maximum 2 keer per jaar- concertmis in de Sint-Michielskerk, volgende week zondag 17 april 2016. Ik ging er, zoals altijd eigenlijk, van uit dat de repetitie 'gewoon' en slechts 'muziek doornemen' zou zijn, maar... het werd alwéér zo'n magisch mooi muzikaal moment want als vanouds stegen we meteen weer op, mee met de tonen van de verrukkelijke muziek. 
En ja, Peter werkt mee aan zoveel uitermate boeiende projecten met massa's andere muzikanten, zangers en dus ook met sopranen van mijn kaliber... En ja, ik creëer ook hele fijne muzikale dingen met andere geweldige organisten... 
Maar dit, deze steeds weerkerende, ongelofelijk intense, niet van deze wereld, buitengewoon magische beleving, die hebben we allebei nooit elders meegemaakt. "Schrijf daar maar eens een blogje over", knipoogde Peter. De gulzige goesting en overgave waarmee hij vervolgens z'n laatste nieuwe lievelingsstuk -'Carillon Sortie' van Henri Mulet- ten beste gaf, deden onmiddellijk inspiratie in mij omhoog borrelen en terwijl ik met volle teugen genoot van de over me heen stromende sprankelende orgelklanken draaide mijn brein op volle toeren om alvast de nodige superlatieven bij elkaar te sprokkelen.
Niemand keert graag uit de hemel terug naar de dagdagelijkse vaak harde realiteit. En al was bij het verlaten van de kerk de door een hevige regenbui net frisgewassen wereld vol zonneschijn en kleur, op de tram overviel me een trieste leegte, verdacht veel lijkend op liefdesverdriet... 
Weet je, dit diep innige muzikale samensmelten is echt als een drug: je wil er altijd méér van en na de euforische 'high' komt onvermijdelijk een pijnlijke 'low', met een emotioneel én fysiek gemis, altijd vergezeld door die sluimerende angst 'komt er nog wel een volgende keer?...'
En plots realiseerde ik me dat het deze uitzonderlijke bijna bovenmenselijke intimiteit is die ik zocht en niet vond in een relatie met een man... En naar zoiets kan je hopeloos lang lopen zoeken. Vooral als je het éigenlijk al hebt... 
Ach, misschien word ik steeds meer ik een oude sentimentele dwaas. Dat kan en je mag er van denken wat je wil. De herinneringen aan deze absolute hoogtepunten in mijn bestaan koester ik, met Peter en al, zowiezo voor altijd in een speciaal rood fluwelen kamertje in m'n hart. En hopelijk gunt het leven mij nog lang en veel van deze glorieuze en verrukkelijke momenten... 
En weliswaar gekleurd door een vleugje droefheid -omdat het daarna weer een tijdje stil zal zijn- kijk ik vandaag breed glimlachend uit naar die Magisch Mooie Meesterlijk Muzikale Mis bij sint Michiel met Meneer Maus en Mevrouw Meganck! Mmmmmmmmmm... ;-)
Concertmis Sint-Michielskerk
Zondag 17 april 2016, 11u
Amerikalei 165, 2080 Antwerpen
Inkom gratis
En erg goed bereikbaar met openbaar vervoer