Posts tonen met het label emoties. Alle posts tonen
Posts tonen met het label emoties. Alle posts tonen

maandag 8 juli 2019

En wij zagen dat het goed was.

Ze zijn getrouwd! En wij, wij waren er bij en zagen dat het goed was! 
Afgelopen zaterdag trad mijn meest favoriete organist/begeleider en vriend Peter Maus in het huwelijk met zijn geliefde en fantastische Dolores. Ja, ik weet het, ‘in het huwelijk treden’ klink geweldig chique, maar dat wás het ook! Niet zomaar iedereen kan en mag z’n ja-woord geven in het fenomenale kader van de Kathedraal van Antwerpen, hé.
Onze verwachting stond dus enigszins gespannen, toen wij –ons moe, m’n beste vriend Roger en ik- ruimschoots op tijd een zo ideaal mogelijk plaatsje in die heerlijke gezegende ruimte uitzochten: twee rijen achter de voor de familie gereserveerde stoelen, en ik mocht naast het grote middenpad zitten, met absoluut zicht op álles. Veel beter kon het écht niet, denk ik. Net op tijd ook, want al snel liep de hele kathedraal, en dus ook elke rij stoelen achter ons, vollédig vol. Nu was het wachten op de komst van de suite. Lang kon het niet meer duren, want op de Groenplaats hadden we nog net het antieke trammetje met de volledige bruidsentourage zien toekomen en nu liep Jef (ja, inderdaad, die uit het vorige verhaal), ceremoniemeester van dienst, als een ware Speedy Gonzales, geweldig lichtvoetig en met stevig tempo, een laatste maal te checken of alles w
at hij zich nog kon bedenken tot in het kleinste detail in orde was voor de komst van de bruid. Het sierlijke roodfluwelen koord dat de eveneens sierlijke roodfluwelen bruiloftsstoelen en knielbankjes voor toeristen vrijwaarde werd weggenomen, gereserveerde plaatsen nog een laatste maal geteld, misboekjes uitgedeeld, laatste instructies en afspraken doorgenomen met voorgangers en muzikanten. Het 100 zangers sterk Chorale Caecilia koor en de koristen van Keizersberg warmde de stemmen op en de 3 organisten hun vingers en voeten. Nu mochten ze komen, iedereen was klaar om het bruidspaar feestelijk te ontvangen.
De grote poort achteraan de kathedraal zwaaide open en een stoet van familieleden zette zich langzaam in beweging, netjes gedirigeerd door de ceremoniemeester, richting gereserveerde plaatsen vooraan. Even later mocht de bruidegom, begeleid door zijn moeder en met een schattig bruidsjongetje dat nog maar nét kon stappen tussen hun beiden in, in een bijzonder rustig tempo dezelfde wandeling maken. Peter zag er afgeborsteld netjes uit, in z’n op maat gemaakte bordeau-kleurige pak. Ongelofelijk lang en verbluffend slank, vond ik tot m'n eigen verwondering. Maar ‘k merkte meteen ook dat hij letterlijk stijf stond van de zenuwen...
Nu keken we allemaal reikhalzend uit naar de bruid. Ik zag ceremoniemeester Jef daar in de verte, helemaal achteraan, nog even met grootse gebaren een sleep en sluier goed leggen -iets wat hij trouw de hele plechtigheid lang bij elke beweging van de bruid zou blijven doen, samen met het eindeloos heen en weer verzetten van die 2 fluwelen ceremoniestoelen-, en, daar kwam ze! 't Is te zeggen, het duurde wel even voor ik haar ook daadwerkelijk kon zién, want een heleboel dames uit de rijen achter me stonden plots midden in het gangpad druk plaatjes te schieten van de breed lachende bruid, stralend aan de arm van haar vader. Maar, ze wás dan ook een plaatje, hoor. Dolores droeg een fraaie prinsessenjurk, helemaal passend in die enorme kerkelijke ruimte. De grote satijnen rok in een lichte crèmekleur met een roze tint waaierde uit in een lange sleep. Het mouwloze kanten lijfje met boothals werd afgeboord door een opstaand satijnen randje dat op de rug in leuke punt een verrassende v-uitsnijding vormde, met daarop een alleraardigst strikje, als was het een speels knipoogje. Persoonlijk, bloemenfreak als ik ben, miste ik in de kathedraal wat fleurige en geurige bruiloftsflora, en stelde het bruidsboeketje me wat teleur. Ik vond het een beetje te eenvoudig, wat klein uitgevallen, zeker bij zulk een fraaie jurk. Alsof iemand op het laatste moment nog snel even wat voor handen zijnde bloemetjes in een ruikertje gebonden had. Bloemetjes uit de tuin van iemand of zo. Goh, wie weet wás dat wel zo, en had het boeketje daardoor een heel speciale emotionele waarde. Dat kan natuurlijk. In dat geval heb ik absoluut niks gezegd, hoor. En eigenlijk moet ik er mij sowieso niet mee bemoeien, hé... Alleszins, de kleuren van de gebruikte bloemen pasten uitstekend bij het kostuum van de bruidegom, en dat vond ik dan wel weer heel erg mooi.
De plechtigheid en de huwelijksinzegening verliepen verrassend klassiek, en niets was langdradig, alles even vlot en eenvoudig. Als huwelijksgeloften weerklonken bijzonder traditionele beloften en dat had iets tijdloos, voor mij dan toch. Beloften over liefhebben en waarderen, elke dag van je leven, ook als het minder goed gaat, en over kindjes en het gelukkige gezin. De opvallende hoeveelheid aanwezige baby’s en kleutertjes, die met regelmaat stevig van zich lieten horen, en zo af en toe even iets met luide stem onderbraken of zelfs overschreeuwden, wierpen dus alvast een grappige blik op de toekomst. En volgens mij toverde dat op zowat elke aanwezig gezicht een terechte glimlach.
Wat me zeker en vast voor altijd zal bijblijven is de muziek. Wauw, wat een ongelofelijk prachtige dingen mochten we beluisteren! De Chorale zong, onder de begeesterende leiding van Paul Dinneweth, duidelijk met hart en ziel, prachtige werken van Rutter en Mendelsohn. Onwaarschijnlijk zálig, die kracht van 100 stemmen, die kleurschakeringen van de meerstemmigheid, het enthousiasme en de inbreng van elk individu... Heerlijk! ‘k Was super blij dat ik tijdens de receptie achteraf de kans kreeg om mijn enthousiasme hierover persoonlijk aan de dirigent mee te kunnen delen. De koristen van Keizersberg namen de misdelen voor hun rekening, en ik genoot met volle teugen van hun Gregoriaanse gezangen. Zooooo mooi, die mannenstemmen in perfecte harmonie. En al deze stemmen werden, waar nodig, begeleid door wel 3 verschillende organisten, Peter Van de Velde, Peter Jeurissen en Gert Amelinck. Zij brachten, afwisselend één van de beide fenomenale orgels van de kathedraal bespelend, ook op virtuoze manier een aantal schitterende instrumentale werken, een orgelconcert waardig. Ja, die muziek, wauw, super. Echt fantastisch! Geweldig gekozen én schitterend uitgevoerd. 
Reeds tijdens de plechtigheid bleven toeristen van over de hele wereld, die de beroemde kathedraal bezochten, staan om het gebeuren even te volgen. Ze applaudisseerden zelfs geestdriftig mee na de huwelijksinzegening. En dat was bij het verlaten van het gebouw niet anders. Het bruidspaar bleef, onder grote belangstelling van de passanten, net buiten de grote poort staan voor een kleine fotosessie met familie, koorleden en muzikanten, en om alvast wat felicitaties in ontvangst te nemen, en natuurlijk ook bloemetjes -in ruil voor een snoepje- van de aanwezige kindjes. Bij de wandeling in stoet, met het bruidspaar voorop, door de Hoogstraat, richting Parochiehuis voor de receptie, weerklonk er opnieuw langs alle kanten applaus, hoera-geroep en menig wens boordevol geluk. Dat was een erg leuke extra om mee te maken, vond ik.
Ondanks het gesukkel met die vreselijk hobbelige kasseien, vervaarlijk kwikkelkwakkelend op m’n hoge hakken –ik niet alleen trouwens- raakten we uiteindelijk toch heelhuids en zonder valpartijen tot in de gezellige en zalig frisse receptieruimte, waar de zeer verzorgde hapjes en drankjes al op ons stonden te wachten. Roger en ons moe deden zich te goed aan de fijne vleeswaren en ik genoot van de rauwkost. Met een lekker glaasje bubbels erbij, uiteraard. Nadat het bruidspaar uitgebreid de tijd genomen had om iedereen te begroeten en welkom te heten, konden ook zij eindelijk ontspannen en genieten. Ceremoniemeester Jef, wiens taak bij deze ook klaar was, vervoegde moe maar zeer tevreden ons gezelschap. Een beetje babbelen, veel mooie, blije en vriendelijk mensen om te bekijken en contact mee te maken, een hapje, een drankje… Perfecte receptie!
Heel erg lang zijn we niet gebleven. Ons moe verlangde reeds terug naar vertrouwde stekje en Jef zou haar, lekker comfortabel, met de auto brengen. Eerst namen we uiteraard nog uitgebreid afscheid van het bruidspaar. De vrolijke, mooie bruid -Dolores, super toffe madam- blij met onze aanwezigheid, knuffelde ons allemaal even stevig. Bruidegom Peter, die zich eindelijk leek te ontspannen, wees ons, met een dikke knipoog naar een 'onder-ons-grapje', nog eens expliciet op z’n nieuwe én netjes gepoetste schoenen, en showde op vraag van de dames nog even uitgebreid z'n fraaie maatpak met strikje. En vervolgens bracht hij me efkes totaal van mijnen apropos door, zonder veel overgang, al vol enthousiasme over de in het verschiet liggende concertmissen samen met mij te beginnen...
Wetende dat mijn moeder in goeie handen was, en veilig en wel thuis zou raken, kuierden Roger en ik op ons duizend gemakjes -niet dat het anders kon, met die nog steeds vervloekte kasseien-hoge-hakken-combinatie...- langs de aanlokkelijke winkeltjes van de Hoogstraat, om tot slot gezellig, genietend op een terras de gebeurtenissen van deze dag, en alle bijhorende emoties, nog even uitgebreid te overlopen.
Ja, ze zijn dus getrouwd. En wij, wij waren er bij en zagen dat het goed was! 💗









donderdag 28 juni 2018

De zee.

Eindelijk weer eens die ene grote liefde gaan bezoeken nadat je ze al een jaar hebt moeten missen, je zou voor minder zenuwachtig worden, hé. M'n vrolijke rode-met-roze-cirkels-en-bloemen jurk hing naast de bijpassende handtas en schoenen netjes gestreken klaar. Alle andere spulletjes die ik dacht nodig te hebben voor de twee uur durende treinreis en de rest van m'n dagje-uit stond al keurig ingepakt in die leuke roze boodschappenmand naast de voordeur, klaar voor vertrek. Nu nog juist één nachtje slapen en... En dat lukte dus niet. Er is natuurlijk altijd een beetje de angst de wekker niet te horen, maar in dit geval lag de schuld van deze woelige en slapeloze nacht vooral bij het onschuldige, maar voor mij zeer betekenisvolle liedje in m'n hoofd. En op zo'n moment plots niet meer verder raken dan die eerste twee lijnen is dan absoluut nefast. Dus, bed uit en opzoeken maar. Voor alle zekerheid schreef ik de tekst volledig over en stopte hem ook bij de mee te nemen spulletjes.
Ondanks een klein houten kopke, wegens het slaaptekort en het niet afhoudende liedje, verliep m'n reis probleemloos en voorspoedig. En op de koop toe was het erg gezellig, dank zij de geweldig aangename babbel met Monique die ik op de trein leerde kennen. Van het eindstation nog even drie haltes met de tram; dan de onstuimige vreugdevolle begroeting met m'n opgetogen glunderende goede vriend en gastheer voor deze dag, Jef; gevolgd door nog één piepklein straatje wandelen en... daar was ze dan eindelijk: de zee!
Ik hou zielsveel van m'n planten-oerwoud, met m'n poezenschatjes er tussen, in de kamers van m'n dierbare flatje en terras,
maar daarnaast heb ik ook absoluut mijn hart aan de zee verpand. En daar was ze weer, voor zo wijd ik, lichtjes naar adem snakkend, kon kijken, langs kilometers plat, effen strand: die o zo geliefde zee. Eindeloos ver strekkend, immer van kleur veranderend, en met behoorlijk stormachtig geweld gekroond door grote witte schuimkoppen in brede golven brekend op het als een biljartlaken zo glad, schijnbaar oneindige zandstrand. Ik kan me niet herinneren haar ooit in zulke onbegrensde fenomenale, en lichtjes overdonderende glorie te hebben gezien.
De rest van de dag zou het me steeds de grootste moeite kosten om er even van weg te kijken, van dit prachtige, spectaculaire zicht. Uiteraard lukte dat niet tijdens die heerlijk lange wandeling op het strand met de voetjes in het verrassend warme water, en, een hele tijd later, de hele weg weer terug op de boulevard natuurlijk ook niet. Tijdens de gezellig babbel bij de koffie in het super aangename appartement op de 8ste verdieping, gezeten aan de grote tafel tegen het van-muur-tot-muur-en-plafond-tot-vloer-uitstrekkende raam met panoramisch en volledig ongehinderd zicht op zee plakte ik als vanzelfsprekend bijna gehypnotiseerd aan het beeld vast. En zelfs in het restaurant, tijdens het overheerlijke verwen-drie-gangen-diner, was het zo goed als onmogelijk even van dat zalige vergezicht weg te blikken: Jef reserveerde ons namelijk een tafel voor twee personen náást elkaar, met in ons blikveld niets anders dan een stukje boulevard, het strand en de zee met hier en daar een zeilbootje, helemaal tot aan de verre horizon. Hoe geweldig is dát!?
En ál die tijd, elke seconde van heel die mooie dag, en al net zo goed als de aantrekkingskracht van het prachtige panorama niet tegen te houden of te negeren, zongen in mijn hoofd opnieuw en opnieuw de strofen van dat ene liedje...
Ik vertelde Jef er over en las hem de tekst voor. En niet echt verrassend was zijn reactie zowat identiek aan mijn gevoel bij deze lyrics: "Dat is het! Dat is het écht! Dat verwoordt exact, maar dan ook écht exáct, wat de zee voor mij betekend! Alsof je de woorden letterlijk, hier en nu, in dit eigenste moment rechtstreeks uit m'n hart en ziel plukt! Ge-wél-dig!" Ook mijn emotie dus, toen ik het lied een aantal jaar geleden tijdens een concertenreeks met uitsluitend muziek van Will Ferdy -want, ja, inderdaad, dit is tekst én muziek van hem- zong. Het paste als op maat gemaakt, meteen aanvoelend als 'van mij persoonlijk', alsof het m'n eigen woorden waren. Terstond verliefd dus, op dit mooie liedje, net zoals Jef op dat moment, daar tegenover me aan de tafel.
En omdat ik sterk vermoed -goh, eigenlijk weet ik het wel zeker, hoor- dat velen onder jullie dezelfde herkenning in deze tekst zullen vinden, dezelfde ontroering, hetzelfde sentiment, dezelfde passie,... en ik mijn kinderlijk blije, onschuldig hartstochtelijke affectie voor die eindeloos prachtige, immer machtige, oneindig boeiende zee zelf niet beter zou kunnen neerschrijven, laat ik hier verder Will Ferdy aan het woord.
Dag zee! En tot de volgende keer, want al duurt het soms lang, ik keer áltijd naar je weer. 💙

De zee
De zee nam mij als kind reeds bij de hand.
Zij was mijn wonder-sprookjesland,
‘t decor van al mijn kinderdromen.
De zee, zij was de toevlucht van mijn jeugd.
‘k Vertrouwde elke pijn en vreugd’
toe aan haar eeuwig gaan en komen.
De zee zag ooit, bij ‘t schijnen van de maan,
mij met mijn eerste liefje gaan
of hoe ik wachtte, ongeduldig.
Wat waren wij toen nog onschuldig,
maar ook gelukkig, bij de zee.
                    De zee heeft ook mijn groot verdriet gegist
                    en zacht de stappen uitgewist
                    van twee verloren mensenkinderen.
                    De zee begreep mijn wanhoop en mijn pijn,
                    mijn angsten en mijn eenzaam-zijn.
                    Bij haar zag ik mijn leed verminderen.
                    De zee heeft mij, na stormen van één nacht,
                    opnieuw de rust teruggebracht,
                    zodat ik weer haar lied kon horen.
                    ‘t Leven werd mooi, zoals tevoren;
                     zoals het eenmaal was aan zee.
 De zee heb ik zo vaak herkend in mij,
met haar steeds wisselend getij,
met al haar stormen en haar vrede.
De zee zal steeds opnieuw mijn toevlucht zijn,
getuige van mijn vreugd’ en pijn,
want elk geheim deel ik haar mede.
De zee, die al mijn liefdes heeft gekend
en hoe mijn lot zich heeft gewend,
in goede en in kwade dagen,
zal nooit mijn liefde zien vervagen.
Ik blijf de minnaar van de zee.
                    Lalalalala...
                    Ik ben de minnaar van de zee.


woensdag 4 oktober 2017

De vierde dag van oktober.

De vierde dag van de maand oktober is een dag waarop ik altijd als een volleerd circusartiest uitgebreid jongleer met een hele resem aan emotionele uitersten. 
Velen zullen deze datum kennen als 'Werelddierendag', een dag om extra aandacht te besteden aan dierenwelzijn, -rechten, -bescherming en spijtig genoeg ook dierenmishandeling. En al bestaat deze speciale dag al van rond 1930, naar mijn gevoel is hij nog niet zo heel lang volledig ingeburgerd. Maar sinds de commerçanten dit potentiële gat in de markt opmerkten worden we als dierenliefhebbers al een paar weken op voorhand -zoals bij zowat elke speciale dag- gebombardeerd met reclame vol overbodige, vaak nutteloze dingen die we met z'n allen voor onze troeteldieren zouden moeten kopen. Geen huisdier? Dan verkopen ze je wel voer voor de vogels in het park of zo, als het maar centen oplevert... 
Allé, begrijp me nu niet verkeerd. Ik geniet er ook met volle teugen van om die twee zotte lieve katers van me, Poekie en Pompon, in de watten te leggen en heel die bonte vlucht gevederde bezoekers op m'n terras royaal van lekkers te voorzien. Absoluut. Dat zou ik zeker niet meer kunnen missen. Maar de verwennerij van onze geliefde dierlijke huisgenootjes staat in schril contrast met hoe er bijvoorbeeld omgesprongen wordt met de zogenoemde 'consumptie-beesten'. Men organiseert ware kruistochten tegen het eten van honden in China, maar is dat dan echt zo anders dan al die koeien en varkens die hier gruwelijk mishandelt worden om als onherkenbaar lapje vlees afgeprijsd maar niet gekocht op zaterdagavond in de afvalcontainer van één of ander grootwarenhuis te verdwijnen?... 
Bon, zo denk ik er over, maar uiteraard -met respect- elk zijn eigen mening, hé.
Uiteraard kom ik met heel die beestenboel als vanzelf terecht bij Sint Franciscus, patroonheilige van dierenbescherming en milieuzorg. 4 oktober werd in 1929 uitgekozen als ideale datum voor Werelddierendag omdat het de naamdag van deze heilige is. Franciscus van Assisi ruilde de rijkdom van zijn familie en z'n comfortabele luxeleven voor een bestaan als kluizenaar in volledige armoede. Hij wilde de armste der armen zijn en vulde zijn dagen niet alleen met gebed maar bekommerde zich ook onbevreesd en belangeloos over melaatsen, zieken en noodlijdenden. Zijn naam is natuurlijk vooral bekend om zijn enorme liefde voor alle leven op onze aarde. Franciscus zag in de schoonheid van die overdonderende hoeveelheid onnoemelijk prachtige en geweldig diverse fauna en flora het liefdevolle gezicht van zijn Schepper. Je kan gerust zeggen dat Sint Franciscus in alle eenvoud een gedreven dierenrechtenactivist en milieubeschermer avant la lettre was, met een boodschap die ook vandaag nog, niet minder dan 793 jaar later, verbluffend actueel is. In zijn 'Zonnelied' zingt hij z'n bewondering en dankbaarheid uit voor die wonderbaarlijke schepping waar hij deel van mocht uitmaken en zich door gedragen mocht voelen. En de 'god' waarover hij het heeft is wat mij betreft universeel en zeer breed interpreteerbaar, zelfs los van religie.
Van dat Zonnelied ontstonden door de eeuwen heen ontelbare versies, in zowat alle talen en muzikale stijlen. Zelfs heden ten dage verschijnen er nog nieuwe composities met zijn tekst. Toen ik er op YouTube een aantal beluisterde kwam ik de mooie Italiaanse vertolking van Angelo Branduardi, 'Il Cantico delle Creature', tegen, en, het klinkt misschien een beetje gek, maar dat bracht m'n gedachten meteen bij mijn familie.
Ja, inderdaad, mijn jongste broer heet ook Franciskus, maar ik geloof dat de voornaam van mijn grootvader, de vader van mijn moeder, daar eerder voor iets tussen zat... Super leuk, maar da's voor een ander verhaal. 
Het was de muziek van Branduardi die een massa herinneringen opnieuw naar voor schoof. Zijn vrolijk dansende melodieën weerklonken op de achtergrond bij zowat alle festiviteiten in onze familie. Als mijn moeder zei "Zet eens een goe muziekske op", dan was de kans heel groot dat mijn vader één van de platen van den Angelo op de pickup legde. 
Vandaag zou onze va 76 geworden zijn, en ook daarom is 4 oktober bijzonder. En een wat rommelige mengelmoes van zowel verdriet en gemis als dankbaarheid om zijn leven en de zovele grote en kleine herinneringen waar ik breed om kan zitten glimlachen heeft me al de hele dag in z'n greep. Dat zal voor de rest van de familie ook wel het geval zijn denk ik, zeker voor ons moe. Zij luistert -op CD tegenwoordig- nog ontzettend graag en best wel vaak naar Branduardi. Zijn muziek brengt haar altijd positieve energie, een flink pak broodnodige blijmoedigheid en absoluut ook wat warme troost. Gegarandeerd -ik zal 't haar straks even vragen- huppelen de dartelende melodietjes van Angelo daarom zeker vandaag, en vermoedelijk extra luid, uitgelaten en vol levenslust door alle kamers van haar flat. 
Goh, nu ik er zo over nadenk, eigenlijk is het een bijzonder goed idee, zo wat opgewekte en energieke klanken in huis. Een schitterend passende begeleiding voor de obligate Trippel 'van 't schap' -op kamertemperatuur dus, zoals het hoort- ter ere van onze va, uiteraard, maar toch ook een beetje ter ere van al de rest van die veelomvattende vierde dag van oktober. Schol! ♪♫♪😉♪♫♪




















maandag 6 juni 2016

Weekendje terug in de tijd.

Met half toegeknepen ogen tuur ik naar het vandaag veel te felle computerscherm. M'n kijkers zijn nog moe van die op de maat van de muziek flitsende en veelkleurig flikkerende discotheekverlichting bij de fuif afgelopen zaterdagavond. Ook m'n pijnlijke oren moeten er duidelijk nog van bekomen, want dat enorme decibelgehalte, het hoort er natuurlijk bij.
Normaal gezien is zoiets niks voor mij, zelfs vroeger, lang geleden toen ik nog jong was, niet, maar voor een lieve jarige vriendin wil je al eens een uitzondering maken, hé.
"Allé, gij weet alweer waarover te schrijven", zei één van de echtgenoten uit het gezelschap achteraf, en dat klopt, veel meer dan hij zich had kunnen bedenken. Afgelopen weekend maakte ik immers een tijdreis, 30 jaar terug, naar die periode van m'n leven waarin de toekomst nog volledig open lag en absoluut àlles nog mogelijk leek in die beloftevolle wereld. De tijd dat ik nog bloedmooi was en het ideale slanke lijf had -zonder dat ook maar één seconde te beseffen- en waarin 'ooit' 30 worden nog ongelofelijk ver weg was en 'o zo oud' voelde. 
'Plots' ben ik 50 en 'k zou begot niet weten waar al die tijd gebleven is. 
Mijn tijdreis begon tijdens de bijzonder mooie afscheidsplechtigheid van Emiel, geliefde echtgenoot van vriendin Lena. Het innig warme en intens persoonlijke karakter van deze uitvaart, de indrukwekkende opkomst van vrienden, collega's en familie, en vooral de videocollage met zoveel zorgvuldig gekozen foto's uit het leven van,... het bracht me in één ogenblik weer terug naar de heel unieke, zo eigen en daardoor buitengewoon ontroerende afscheidsviering van mijn vader. Ontelbare gelijkaardige kiekjes van hem zoefden door m'n hoofd: mijn vader met z'n jaren 70 kapsel en die eeuwige pijp tussen z'n tanden achter het bureau van z'n bankkantoor, in z'n zwembroek reusachtige zandkastelen bouwend aan zee... Zoveel herinneringen vastgelegd op fotopapier. En omdat men dit maal eens een keertje geen beroep op mij deed als zangeres had m'n brein alle tijd van de wereld om me even stevig in overweldigende emoties mee te sleuren. Ik mis mijn vader echt nog alle dagen, maar nu zo mogelijk nog eens dubbel zo veel. En inderdaad, 30 jaar geleden waren we misschien niet de beste maatjes -heel m'n jeugd was trouwens een strijd- maar met het vervliegen van de jaren komen alle positieve momenten, hoe klein ook, steeds meer boven drijven en sommigen groeiden zelfs uit tot iets legendarisch.
En zo miste ik, door z'n song, zelf begeleid op gitaar en het gesprek achteraf met Guy -nee, dus niet m'n vader, maar een vriend uit het Jongerenkoor in diezelfde lang vervlogen tijd, met dezelfde voornaam- plots ook -en ja, ik weet dat het absoluut nergens op slaat- heel erg mijn allereerste lief. Herman, drummer van de band, met z'n krullenbol, z'n grote brilglazen, gespierde adonislijf, eigenzinnige humor en voorkeur voor Kriek.
's Avonds op de onvervalste discofuif met -hoe super, zalig en plezant!- letterlijk àlle muziek uit 'ónze jongen tijd' en de geweldige feestsfeer 'zoals vroeger' verdween ik pas echt helemaal in m'n jeugdherinneringen aan hem. Niet dat die allereerste romance zo perfect was, hoor. Ik was toen -zo mogelijk nog meer dan tegenwoordig- wereldvreemd, eigenaardig en verward in een voor mij behoorlijk onbegrijpelijke samenleving, en, geloof me, de omstandigheden waren ook verre van ideaal. Maar je allereerste lief koester je zowiezo toch voor altijd, in dat ene bijzondere plekje in je hart, waar je alle unieke herinneringen met zorg bewaart. Niet dan!?...
Bij het overlopen van het op één hand te tellen aantal mannen in mijn leven nà Herman constateerde ik dat het sinds hem eigenlijk alleen maar bergaf ging met mij, op relationeel vlak. Uitermate melancholisch hing ik, als enige feestganger zonder partner, de hele verdere avond met m'n bier in de hand aan de bar en aanschouwde met een dubbel gevoel de vrolijke bende dansende, liefkozende en zot-doende toffe koppels om me heen. Ja, ik weet ook wel dat het nergens 7 dagen op 7, 24 uur op 24 rozengeur en maneschijn is, maar toch... Af en toe is m'n verlangen naar zo 'iemand speciaal voor mij' tóch eens een keertje groter dan m'n twijfels en angsten...
Och, ik klasseer het allemaal maar onder 'vermoedelijk een beetje midlife crisis'. Gewoon loslaten en dan gaat dat vanzelf wel weer over.
En die speciale persoon, die 'prins op het witte paard'? Wel, ze zeggen altijd dat er op elk potje minstens één dekseltje past, dus sluit ik niet uit dat die iemand misschien nog steeds naar me onderweg is, uiteraard, gemoderniseerd, met de auto en niet meer te paard. Maar als m'n vriendinnen mét gps hun weg al niet vinden in de vele straatjes en pleintjes van den Bosuil en hopeloos rondjes rijden, dan kan dat toch nog wel even duren, vrees ik. Want ik verwacht wel een échte màn, hoor, en zo'n échte man zal uiterààrd -no way, jamais ni, nooit of te nimmer, da ziede van hier, geen denken aan- even de weg vragen, hé... ;-)

Eerste grote liefde, lang, heel erg lang geleden, op het strand van Cadzand...

maandag 18 april 2016

Achtbaan der emoties.

Zo, hier zit ik dan weer, achter de computer, met zicht op de tuin -nog maar eens onveilig gemaakt door een bende jong schorriemorrie- waar de zon nog van de partij is en langst het gebouw heen de naaldbomen fraai belicht. Genietend van de gezellige vogeltjesdrukte op m'n terras beleef ik in m'n hoofd opnieuw heel de emotionele achtbaan van deze bijna afgelopen zondag. 
De dag begon met een telefoontje van m'n moeder. Een allergische reactie zorgde er voor dat ze dan toch niet zou komen luisteren naar de concertmis. Een spijtige tegenvaller, maar ik liet me er niet door van m'n stuk brengen.
Vol goede moed besloot ik die, voor mijn doen nogal erg korte, felblauwe jurk aan te trekken én, zo mogelijk nóg uitzonderlijker, m'n lange haren voor 't grootste deel eens een keer niét op te steken. 
M'n spiegelbeeld deed vreemd aan, maar ik zag een best leuk ogende vrouw naar me terugkijken, dus niet getwijfeld en hup, naar de tram. 
Als een sardientje tussen de overdosis andere passagiers gepropt, uitsluitend mensen in sporttenue, vermoedelijk allemaal op weg naar de Ten Miles, viel ik op, zo netjes opgemaakt, in hoge hakken en deftige jas. Ze keken me aan als kwam ik van een andere planeet. 
De vele meters kasseien en het laatste onverwachte stuk te voet deden me te laat, met pijnlijke pootjes, m'n hoge hakken verwensend, buiten adem en een beetje verwilderd toekomen in de kerk. Maar daar wachtte me het heerlijk musiceren met organist Peter Maus. En reeds bij de eerste tonen vielen er feestelijk zonnestralen door de glasramen, als zette iemand ergens hoog daarboven een spot op ons. Zalig.
Door alle commotie rond die blog van mij over de muzikaal-intieme samenwerking met Peter dacht ik een pak meer publiek dan anders te zullen zien plaatsnemen op de kerkstoelen. Doch hier was duidelijk sprake van 'veel geblaat, wreed weinig wol'... Slechts 45 mensen, waarvan 40 'gewone' zondagse kerkgangers. Een beetje een desillusie dus.
Het knip- en plakwerk, waarmee sommige lezers van die ondertussen blijkbaar beruchte blog, mijn hoogste goed en diepste zieleroersels tot een hoofdstuk uit "50 Tinten Grijs" reduceerden, -en ja, ik snap het wel, hoor. En ja, dat is ook best grappig- bracht me toch zodanig van m'n stuk dat ik muzikaal even de pedalen verloor, tot m'n grote opluchting zoals steeds professioneel en daardoor bijna onopgemerkt opgevangen door die geweldige begeleider voor wie ik, zeker als zangeres, inmiddels duidelijk een open boek ben... 
In het grote poeha-stuk van Mendelssohn vond ik mezelf -en dus ook m'n pedalen- gelukkig weer helemaal terug en we eindigden stralend in alle grootsheid en schoonheid met "Zueignung" van Richard Strauss, 'ons' nummer.
En terwijl Peter ten uitgeleide nog een schitterende, alles overdonderende orgelimprovisatie ten beste gaf, waar ik ook steeds glimlachend van sta te genieten, kwam de droeve gedacht 'het is alweer voorbij' reeds in me op...
Goddank stond er in het parochiezaaltje, vast ritueel ondertussen, naast een paar enthousiaste toehoorders met felicitaties en goede vrienden Jan en Flori, al een trappist 'van 't schap' op me te wachten.
Peter ging, richting volgende muzikale onderneming. 
Een 2e trappist kwam. 
En, geheel los van het stijgende alcoholgehalte, werd het bijzonder aangename gesprek met de harde kern van m'n fanclub steeds boeiender. Zodanig zelfs dat de heren besloten deze gezellige namiddag nog een paar uurtjes langer met me door te brengen en namen me mee naar café-restaurant "Lambik". Bij een bord super lekkere asperges op Vlaamse wijze en gebakken aardappeltjes zette de conversatie zich verder. Zowel hele leuke als behoorlijk droeve onderwerpen passeerden de revue. 
Met een uitzonderlijk voldaan gevoel liet ik de tram me weer huiswaarts voeren. M'n hoofd tolde van de duizenden gedachten en bedenkingen, en de emoties, die me alle kanten uit rukten, overweldigden me.
En hier zit ik nu. De vuilbak staat buiten, de poezen hebben gegeten, m'n bad en bed lonken, en ik schrijf een blogje over een dag waarin de emoties op en neer en zelfs totaal overkop gingen. De tekst hierboven even overlopend tel ik, naast een tweetal rustigere stukjes, ongeveer 24 keer op en neer tussen droef en blij, en een keer of 5 een volledig looping. Mijn leven is dus als een pretpark, met deze zondag duidelijk een flinke rit op de duizelingwekkende achtbaan... ;-)
Even luisteren?

zaterdag 19 september 2015

Per aspera ad astra.

Overgoten door tegelijkertijd zon én regen reden we gevieren, Rudi, Roger, ons moe en ik, opgewonden blij en vol verwachting richting Mechelen. We konden onze ogen er niet van af houden: van horizon tot horizon kromde zich een bijzonder heldere en zelfs dubbele regenboog en vergezelde ons de hele weg. Achteraf bleek dat een stralende voorbode te zijn van wat een sprankelende concertavond zou worden.
In de enorme Sint-Romboutskathedraal klonken de laatste tonen van het warm spelen. Een beetje twijfelachtig
 zochten we een plekje, moeilijk kiezen in zo'n nog overdonderend lege grote ruimte. Langzaamaan raakten naast en achter ons ook vele andere stoelen bezet. Oef, altijd zo fijn als er veel geïnteresseerden komen kijken en luisteren. 
Na de introductie doofde het licht en iedereen, zelfs het gebouw en de beelden, hield even, gespannen afwachtend, z'n adem in. 
Toen de eerste noten speels de hoogte van het gotische gewelf opzochten en langst de pilaren, met hun versteend luisterende heiligen, naar omlaag dwarrelden, werden we meegevoerd door de muziek. En we genoten, met volle teugen, vanaf de eerste toon tot het allerlaatste akkoord.
Het kathedraalorgel, 
met z'n 6606 orgelpijpen, gebouw in 1958 naar aanwijzingen van beroemde organist Flor Peeters, is als een meer dan volledig orkest met een werkelijk gigantische keuze aan stemmen en kleuren. 
De hobo bij het eerste stuk speelde met verve een extra rol te midden het tollen en draaien van alle andere klankkleuren. Een gedenkwaardige wereldpremière van een spiksplinternieuwe creatie, op vraag van de organisatie geschreven door de hoboïst zelf.
In zijn prachtige en bijzonder grootse solostukken liet de organist het publiek kennis maken met de veelzijdigheid van z'n instrument. Terwijl z'n vingers en voeten met een bijna onmogelijke snelheid meesterlijk op en neer over de vele klavieren huppelden sloot ik m'n ogen en zàg de muzieknoten zichzelf vertellend tot beeld omvormen. 
Van klaterende beekjes, kwetterende vogeltjes, twinkelende sterren en lichtvoetig gedans ging het over bijna menselijk klinkend koorgezang met onverwacht herkenbare orkestviolen naar het diepe duistere, grollend als een dreigend onweer, dreunend als een blikseminslag, kolkend als een zondvloed. Ontroerd en geraakt tot in het diepste van m'n zijn dreef ik mee op al de wisselende emoties. Vertederd vergat ik heel even alle zorgen, alle verdriet, alle pijn, totaal ondergedompeld in die overheerlijke muziek, virtuoos en doorleefd gespeeld door m'n favoriete organist op m'n favoriete instrument
Achteraf bleek ik niet de enige te zijn die het zo ervaren had. 
In de eerste minuten na het terecht daverende applaus waren ze heel zwijgzaam, die vrienden van mij en ons moe, nog helemaal onder de indruk van wat ze net gehoord hadden. Maar toen eenmaal het gesprek op gang kwam hoorde ik niets dan absolute bewondering in alle denkbare superlatieven. 
Hij heeft er zwaar op gezwoegd, die vriend-organist van mij, dat vertelde hij me zelf. Zoals de titel van die nieuwe creatie zegt: "Per aspera ad Astra" wat zoveel betekend als "door beproevingen naar de sterren. Maar wauw, wat heeft al dat werk geloond. Peter, je bent een echte Ster! Dit schitterende orgelconcert en alle bijbehorende impressies zullen me nog lang bijblijven, denk ik, en dat vind ik simpelweg zalig! :-)