Omdat ik er door de ligging van mijn appartement het meeste last van heb, en mij bovendien een stevige dosis verantwoordelijkheidszin eigen is, deed ik de syndicus van ons flatgebouw het voorstel om, volledig op vrijwillige basis, de officiële afvalopruimer van onze tuin te worden. Een voorstel dat bijzonder enthousiast onthaald werd, aangezien de sympathieke man zelden of nooit eens een positief telefoontje van een bewoner krijgt. Meestal gaan gesprekken met hem over 'rechten' en slechts hoogst uitzonderlijk over 'plichten', waaronder ik zelf simpelweg vooral 'zorg dragen voor je woon- en leefruimte', 'een goede huisvader (of -moeder) zijn' versta. Mijn voor hem bijzonder gulle voorstel werd dan ook maar wat graag aangenomen. Er was nog een tijdje discussie in de raad van eigenaars of ik voor dat klusje al dan niet een sleutel ter ontsluiting van één van de glazen deuren die toegang tot de tuin geven, maar na lang gepalaber is die er nu toch gekomen. Ik heb dus voor mijn regelmatig opruimtoerke vrije toegang tot de tot nu toe 'verboden' groenvoorziening bij ons flatgebouw.
Op die manier trok ik enkele weken geleden voor het eerst ten strijde tegen de verloedering van mijn eigen uitzicht door omlaag gevallen rommel. Gewapend met een grote vuilniszak, m'n meest versleten ouwe tuinhandschoenen en de handige grijpstok, resterend hulpmateriaal van mijn rug- en nekoperaties, stond ik even enkele minuten wat overweldigd in die toch wel grootse en weidse ruimte. "Hoe gaan we dat hier aanpakken? Waar zal ik in 's hemelsnaam eens beginnen?!"
Omdat de wind redelijk vrij spel heeft aan de andere kant van het gebouw, dan die waar mijn appartement zich bevind, er daar ook zoveel minder beplanting staat en er zodoende minder vuilnis blijft liggen, leek me dat een goede startplaats. Het eerste wat ik in de vuilniszak dropte, was één of andere gele vod, die al zodanig lang op de kasseien lag, dat ze er bijna mee versmolten bleek. In de voegen tussen de stenen lagen behalve ontelbare sigarettenpeuken nog wat verdwaalde snoeppapiertjes, maar dat was het. Voor die o zo royaal uitgestrooide rokersrestanten zal ik nog eens een speciaal opraap- of opprikwerktuig moeten uitvinden, denk ik, want aan stuk voor stuk oprapen, daar is écht geen beginnen aan... Tenzij ze op een hoopje ergens in een hoekje of gaatje bij elkaar gewaaid en daardoor makkelijk bijeen te grabbelen, liet ik de peuken dus voorlopig -"even uw streven naar perfectie loslaten, Kristina!"- liggen waar ze lagen.
In het gazon vond ik een heel stel kartonnen rolletjes, te klein voor toiletpapier, fout formaat voor plakband... Geen idee waarvoor ze ooit dienden dus, maar, vergezeld van een leeg en verfrommelt sigarettenpakje verdwenen ze sowieso gezwind in de vuilzak.
Half onder de eerste lage bosjes op mijn opruimwandeling verschenen de lege blikjes, kroonkurken in alle mogelijke kleuren, ondefinieerbare plastieken verpakkingen en... een handvol gebruikte wattenstaafjes! "Ha ja!", dacht ik bijzonder laconiek bij mezelf, "Ge gaat natúúrlijk speciaal op uw terras staan om uw oren uit te kuisen, en flikkert dan uiteráárd het gebruikte stokje 'netjes' over de balustrade, want uwe vuilbak is toch zooooooo ver weg en met die oorstokjes ook veeeeel te snel vol!..." Tssss.
Allerlei soorten kleine stukken verbouwingsafval, grote en kleine petflessen, snoep-, chips- en koekverpakkingen in de meest uiteenlopende vormen, kleuren en talen, in diverse stadia van vergaan en meestal bevolkt door een hele kolonies huisjesslakken (ik zou er gerust een kleine kwekerij mee kunnen beginnen), belegde-broodjes-verpakkingen, ontelbare wasknijpers, ook in verschillende materialen, kleuren en vormgeving, lege half verscheurde plastieken en papieren zakjes en zakken, kartonnen bekers van ijscrème en drankjes, massa's al dan niet half verteerde papieren zakdoekjes en stukken keukenrolpapier, rubberen sluitingskes en elastiekjes, kapotte haaraccessoires, nog stevig plakkerige doch uitgekauwde kauwgom, onderdelen van kapot speelgoed, en de restanten van een knalgroene stukgevallen keerborstel en een blauw vuilnisblik. Het verdween allemaal van tussen het groen en de kasseien in m'n grote zwarte vuilniszak. Om heel eerlijk te zijn: al bij al vond ik het allemaal wreed goed meevallen, qua 'vuiligheid'. Gebruikte condooms en volle pampers, bijvoorbeeld, om maar iets te noemen, had ik een heel stuk viezer gevonden.... (Hopelijk breng ik hiermee nu niemand op ideetjes tegen mijn volgende opruimsessie... Ai, ai, ai...)
Volgens mij oefent er op de één of andere etage ook iemand voor 't speerwerpen bij de komende Olympische Spelen, want behoorlijk ver van het gebouw staken her en der lange smalle, naar omlaag gemikte latten in de bosjes, nog half rechtop. Die dingen pasten niet in de zak en moeten dan maar eens mee naar 't containerpark of zo. Die nog perfecte blauwe ruitenwisser -een 'aftrekkerke', zoals wij in 't Antwerpse zeggen- heb ik voor hergebruik aan de conciërge gegeven. En het grappige kleine sinaasappel-oranje-gummy-botsballeke hield ik voor mezelf, om er de poezen mee te amuseren. Meest bijzonder vondst van die eerste, slechts iets meer dan een uur durende (als je gestructureerd te werk gaat...) opruimactie, tussen de grotere kasseien onder een vervaarlijk hellende dennenboom vlak naast de vijver: een volledig gesloopte, met nog nauwelijks aan elkaar hangende onderdelen, peperdure I-phone... De hele historie daarachter zullen we vermoedelijk nooit te weten komen, denk ik.
Bij mijn volgende toertje lag er opvallend minder vuilnis. Ik was, langzamerhand tot mijn eigen grote verbazing eigenlijk, ook niet meer opgeschrikt geweest tijdens het televisie kijken met open venster, door keihard neerknallend blikjes en dergelijke. 't Terras lag met regelmaat nog steeds vol sigarettenpeuken, maar dat was het zo ongeveer wel. Werkelijk verbazingwekkend als het was, 'k kon er alleen maar tevreden over zijn, en deze opraapacte verliep dus bijzonder vlot. Tot ik de hoek van het gebouw om ging... 'k Weet niet waaraan het ligt, maar blijkbaar zwieren ze hun afval dus plots niet meer over de balustrade van de diverse terrassen. Ze flikkeren het tegenwoordig 'doodgewoon' uit hun vensters aan de zijkant van 't gebouw!... Alsof er een klein festival plaatsgevonden had, daar vlak naast mijn slaapkamermuur, of een totaal uit de hand gelopen picknick! Lieve hemel, wat een rotzooi! En omdat het struikgewas daar behoorlijk dicht is en de klimop meer dan kniehoog, is het opruimen van al die afval als vanzelfsprekend zoveel lastiger dan in de redelijk open en netjes in vorm geknipte tuin... Hartelijk bedankt, mijn beste medebewoners. Ik zal de, speciaal voor dit deel van het klusje, hoognodig aan te schaffen taillehoge visserslaarzen in rekening brengen, hoor. Zucht.
Ondertussen kan je me dus geregeld met een klein vuilniszakje in de hand, want die reuzegrote is niet meer nodig door de regelmaat van opruimen, op het gazon, tussen de enkel-verstuikende kasseien en in het dichte struikgewas terugvinden.
Heel af en toe is er wel eens een speciale interventie nodig. Zoals die dag toen iemand een totaal verdroogde, doch behoorlijk uit de kluiten gewassen kamerplant naar beneden zwierde. Dat moet nogal een knal geweest zijn, want de potgrond en hydrokorrels lagen tot op de terrassen van de eerste verdieping!... Gelukkig smeet men de (sier)pot niet mee, anders was de schade vermoedelijk écht niet te overzien geweest. Gewapend met grove keerborstel, handborstel en blik heeft het me toch bijna een uur gekost om alles bij elkaar en opgeveegd te krijgen... En al die tijd denk je bij jezelf "Wie komt er in 's hemelsnaam op het idee?... Plant kapot? Hup, overboord ermee!" Echt te zot voor woorden.
'k Zie het niet graag gebeuren, maar ik haast me toch ook weer niet om het te gaan oprapen: mensen blíjven, ondanks algemeen verbod, al dan niet volledig beschimmeld, oud brood, en soms ook ander ongewenst eetwaar, naar beneden werpen. "Voor de vogeltjes", klinkt het dan meestal als je er iets van zegt. Ja, inderdaad, die reusachtige, wreed luidruchtige zeemeeuwen, die vallen, als je 't niet te nauw neemt, ook onder de noemer 'vogeltjes', ja... Pffft.
En tot slot, iets dat ik absoluut en met klem wéiger op te rapen, is stront. Vorige week keek ik vanachter mijn bureautje en laptop even ter ontspanning van m'n ogen de tuin in en zag net op dat moment een kerel vanachter het struikgewas verschijnen. Ter hoogte van de rand van de dichte klimopbegroeiing stak hij z'n broek af, er vermoedelijk vanuit gaande dat er daar niemand hem kon zien, om vervolgens even een stevige drol te draaien. Dat er af en toe, vooral in de zomer, al eens een manspersoon tegen de één of andere boom staat te wateren, dat kende ik al, maar dit, dit vond ik er toch serieus over. Toen hij klaar was, trok hij 'doodgewoon' z'n broek weer op en verdween terug achter de bosjes. 'k Ben blij da'k die zijne was ni moet doen, geloof me! En ik denk da'k serieus betaald wil worden, mocht ik die 'donatie' aan de tuin moeten opruimen!... Laat ons voorlopig het hele voorval maar onder 'bemesting' klasseren, hé, en hopen dat 't geen gewoonte wordt hier... Hopelijk hebben de tuinmannen, die -het wil weer lukken natuurlijk- juist de dag vlak na dit 'incident' uitgebreid onderhoudswerk aan mijn geweldige groene uitzicht kwamen leveren, er niet per ongeluk in getrapt, of nog zoveel erger: in gegrépen hebben, ocharme...
Ja, 't voelt goed om tegenwoordig een vrolijke vuilniszakkenvuller te zijn en op die manier als vrijwilliger een minuscuul, onooglijk piepklein beetje mee te werken aan een schonere wereld. Alhoewel, om heel eerlijk te zijn, echt 100% vrijwilliger ben ik eigenlijk niet meer: die handvol bij elkaar gevonden koperen muntjes, met een totaalwaarde van 28 eurocent, die heb ik, afgewassen en ontsmet, zonder blikken of blozen aan mezelf uitbetaald. ;-)
Over muziek, poezen, bloemen, mensen, kerstmis... en zo veel meer. Geniet mee van de grote en kleine belevenissen en bedenkingen van zangeres Kristina Meganck.
Posts tonen met het label flatgebouw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label flatgebouw. Alle posts tonen
vrijdag 30 juli 2021
De vrolijke vuilniszakvuller.
vrijdag 14 december 2018
Vliegende blikjes.
Voor ik hier mijn eigen appartementje had, wist ik dat ook niet, hoor, maar blijkbaar mag je je, zo op het gelijkvloers van een 14 verdiepingen tellend gebouw wonend, geregeld aan neervallende dingen verwachten. Als je, zoals ik, met bijzonder veel respect voor je omgeving en de mensen om je heen opgevoed bent, dan riskeer je het zelfs niet -het komt absoluuuuut niet in je op- om wat dan ook 'zomaar' weg te gooien. Lege snoeppapiertjes of gebruikte zakdoekjes gaan terug in de handtas om thuis in de afvalzak te belanden, of worden netjes gedropt in de één of andere publieke vuilnisbak langs m'n pad. Geen haar op m'n hoofd dat er nog maar over zou denken om zomaar argeloos ergens iets in 't wilde weg te dumpen, hoe klein ook. En alle afval thuis, en vroeger ook waar ik werkte, wordt, en werd, bijzonder keurig gesorteerd en ordelijk aangeboden voor ophaling, op het juiste uur, op de juiste dag. Simpel. Daar sta ik zelf helemaaaal niet bij stil. Maar de afgelopen jaren mocht ik ervaren dat er toch wel erg veel mensen zijn die 'anders' in elkaar zitten... En dan wil ik het nu uitsluitend hebben over de gevolgen daarvan bij het 'onderaan een groot flatgebouw wonen'.
Het minste waar je je aan mag verwachten, is het stof uit lakens en dekens die enige verdiepingen hoger stevig uitgeklopt worden. Dat valt nog mee, tenzij al jouw vensters wagenwijd open staan om 'frisse' lucht binnen te halen... of je gezellig in de zon op jouw eigen terras zit, al dan niet met iets lekkers in je hand!... De met veel water en sop hun buitenruimte poetsende dames en heren veroorzaken systematisch een zondvloed, toch al zeker op het onderliggende terras. Elke algemene eigenaarsvergadering weer wordt er met aandrang gevraagd, bijna gesmeekt, om geen brandende sigarettenpeukjes het luchtruim in te sturen: menig zonnetent vertoont daardoor reeds brandgaten, en de kans dat er ooit op die manier eens iemands interieur in de fik vliegt is niet ondenkbaar...
Niet dat ik het zo exact bijgehouden heb sinds ik hier woon, maar de lijst naar-beneden-vallende spullen is lang, af en toe ronduit vreemd en daardoor soms ook bijzonder verrassend en grappig, soms zelfs ronduit hilarisch. Alhoewel... De eerste keer dat er een glazen fles voor m'n terras op de kasseien te pletter sloeg, begaf m'n hart het bijna van 't verschieten. En de bij stormwind in het midden van de nacht tegen de ruiten knallende kartonnen dozen zijn ook niet echt gezond voor je tikker.
Alleszins, zowel m'n terras als het stuk tuin daar vlak voor ligt bezaaid met sigarettenpeukjes. Ook dopjes en kroonkurken verzamelen zich stelselmatig tussen de stenen. Bij elke verbouwing, groot of klein, en op gelijk welke verdieping, regent het stukjes puin, schilfers verf en bezetting, splinters hout en zaagsel, spijkers, stopverf,... Je kan het zo gek niet bedenken, het komt naar beneden. Grote vlokken rondvliegend honden- en kattenhaar winden zich bijna systematisch, zeker in de zomer, om de takken van struiken en bomen, ook die van mijn terras. Met regelmaat flikkeren er ergens daarboven wasspelden in alle kleuren van de regenboog over de balustrade heen. Vraag me niet hoe dat kan, want ik zou het begot niet weten. Volgens mij hangen die normaal gezien toch vástgeknepen, niet dan?! Vaak dwarrelen er daarna -maar het kan ook totaal los daarvan- sokken, t-shirts, hemden, ondergoed, kinderkleding, handdoeken, wc-mattekes en dergelijke omlaag. Af en toe botst er ineens een bal voorbij. Of een aan stukken slaand speelgoedautootje. Papier (inclusief rekeninguittreksels, schoolrapporten, huiswerk en hoogst persoonlijke nota's), karton (van kleine stukjes tot complete metersgrote ijskastdozen) en stukjes verpakkingen allerhande (van eierdozen tot snoepwikkels, van melkkartons tot grote plaveien piepschuim) zijn schering en inslag. Al moet ik er eerlijkheidshalve wel bij vertellen dat in dit geval meestal geen medebewoner, maar wel die vaak zo zotte wind de schuldige van het sluikstorten is. Dit soort makkelijk te tillen zaken pikt hij in z'n wilde wervelvlagen om de gebouwen heen maar wat graag en zonder enige moeite links en rechts mee van één van de vele terrassen. Zoals hij ook verantwoordelijk is voor de sierlijk rondvliegende, eerst hoog opstijgende en even later vlak bij de grond aan het struikgewas in stukken flapperende plastieken boodschappentasjes. Lege petflessen geven een ongelofelijk indrukwekkende knal bij hun onzachte landing. De eerste keer dat ik dat meemaakte, plakte ik ongeveer tegen het plafond, zo schrikken was dat! Eén keer ijsbeerde er een panikerende dame voor m'n terras heen en weer. Haar verloofde mikte per ongeluk z'n dure verlovingsring over het balkon! Dat kostbare kleinood vonden we, tot hun uitzinnige vreugde, trouwens nog samen terug ook! Maar da's uitzonderlijk, hoor, dat iemand naar z'n spullen komt zoeken. Meestal blijkt niemand al 'het gevallene' te mankeren. Van het afval wil ik dat eventueel nog begrijpen -al gaat de onverschilligheid hierover er dan toch moeilijk bij mij in- maar mijn sokken of badmat zou ik persoonlijk toch wel missen, hoor...
Ja, ik ben ondertussen dus al wel wat gewend, wat neervallende spullen betreft, en het lijkt heel wat, nu ik alles van de afgelopen 4,5 jaar zo eens op een rijtje gezet heb. Maar wees gerust, het is hier écht geen stort, hoor, in tegendeel: de tuin ligt er zoals immer prachtig bij! En de mensen die hier wonen zijn écht geen asociale moedwillige ambetanteriken. Volgens mij is er hier vooral sprake van 'per ongelukjes', 'oepsies' en andere momentjes van onoplettendheid. En geloof me: ik blijf het een ongelofelijk fascinerend gegeven vinden, al die dingen die hier uit de lucht komen vallen! hahaha
Ik keek er dan ook niet echt van op toen er een paar maanden geleden op vrijdagavond, rond een uur of 10, een wit plastiek zakje met daarin een paar lege bierblikjes naar omlaag totterde, het struikgewas in. De maandagochtend daaropvolgend plukte onze conciërge het van z'n landingsplaats en alles was weer netjes. Waar ik wel bijzonder ging vinden, was dat dit vaste prik zou worden! Naar mate de weken verstreken viel het me op dat dit zo ongeveer élke vrijdag gebeurde! Elke vrijdag weer, steeds ergens tussen 22 en 23 uur valt er, 'plof', een wit zakje met lege bierblikjes ergens voor m'n terras neer. En elke maandag ruimt de plichtbewuste conciërge dat ook weer op. Een bizarre 'gewoonte'... Want, geef toe, da's geen 'per ongelukje' meer, hé! Da's vermoedelijk eerder puur gemakzucht en, al dan niet dronken, baldadigheid waar geen haan naar kraait.
Afgelopen weekend waaide het verschrikkelijk hard. Het witte zakje met de platgedrukte blikjes kwam, net zoals de weken daarvoor, neerwaarts uit wie weet welk appartement en haakte zich vast in de kale takken van een grote struik. De hevige rukwinden scheurde het met gemak aan stukken en voor ik het goed en wel besefte lag ik een hele nacht lang te luisteren naar: "kletter de kletter de kletter" naar links, en "kletter de kletter de kletter" naar rechts. Het heldere metalen gerammel van de in het rond hotsende en botsende, net niet weer omhoog vliegende, lege bierblikjes op de kasseien. Heen en weer, en heen en weer, en dat de hele nacht lang. "Kletter de kletter de kletter". Heel even echt bijzonder grappig -absoluut!-, maar al snel om totaal onnozel van te worden!...
Die ochtend, toen het net licht genoeg was en ik me met enige moeite in wat kleding gehesen had, verzette ik een beetje fanatiek wat van m'n grote potten op het terras en kroop nogal onhandig en onelegant, met m'n ouwe tuingalochen even aan m'n blote voeten in het oneindige -of zo leek het toch- bungelend, over het betonnen terrasmuurtje. Wat er overbleef van de aan flarden gescheurde witte plastieken zak belandde in mijn vuilnisbak en de zwaar gedeukte blikjes mochten samen met een ook nog gevonden lege water-petfles bij de rest in mijn blauwe PMD-zak. Klaar! En... stof voor een nieuw verhaal!
Er resten mij nu twee vragen. 1. Zou die persoon misschien geloven dat er hier in de tuin kaboutertjes wonen? Van die kleine mannetjes die 's nachts ongezien alles weer netjes maken?... En 2. 't Is vrijdagavond nu... Wat denk je? Komt er zo dadelijk weer een wit zakje omlaag vliegen? Of zou mijn opraap-actie de gewoontecirkel doorbroken hebben?... Spannend, hé! 😉
Het minste waar je je aan mag verwachten, is het stof uit lakens en dekens die enige verdiepingen hoger stevig uitgeklopt worden. Dat valt nog mee, tenzij al jouw vensters wagenwijd open staan om 'frisse' lucht binnen te halen... of je gezellig in de zon op jouw eigen terras zit, al dan niet met iets lekkers in je hand!... De met veel water en sop hun buitenruimte poetsende dames en heren veroorzaken systematisch een zondvloed, toch al zeker op het onderliggende terras. Elke algemene eigenaarsvergadering weer wordt er met aandrang gevraagd, bijna gesmeekt, om geen brandende sigarettenpeukjes het luchtruim in te sturen: menig zonnetent vertoont daardoor reeds brandgaten, en de kans dat er ooit op die manier eens iemands interieur in de fik vliegt is niet ondenkbaar...
Niet dat ik het zo exact bijgehouden heb sinds ik hier woon, maar de lijst naar-beneden-vallende spullen is lang, af en toe ronduit vreemd en daardoor soms ook bijzonder verrassend en grappig, soms zelfs ronduit hilarisch. Alhoewel... De eerste keer dat er een glazen fles voor m'n terras op de kasseien te pletter sloeg, begaf m'n hart het bijna van 't verschieten. En de bij stormwind in het midden van de nacht tegen de ruiten knallende kartonnen dozen zijn ook niet echt gezond voor je tikker.
Alleszins, zowel m'n terras als het stuk tuin daar vlak voor ligt bezaaid met sigarettenpeukjes. Ook dopjes en kroonkurken verzamelen zich stelselmatig tussen de stenen. Bij elke verbouwing, groot of klein, en op gelijk welke verdieping, regent het stukjes puin, schilfers verf en bezetting, splinters hout en zaagsel, spijkers, stopverf,... Je kan het zo gek niet bedenken, het komt naar beneden. Grote vlokken rondvliegend honden- en kattenhaar winden zich bijna systematisch, zeker in de zomer, om de takken van struiken en bomen, ook die van mijn terras. Met regelmaat flikkeren er ergens daarboven wasspelden in alle kleuren van de regenboog over de balustrade heen. Vraag me niet hoe dat kan, want ik zou het begot niet weten. Volgens mij hangen die normaal gezien toch vástgeknepen, niet dan?! Vaak dwarrelen er daarna -maar het kan ook totaal los daarvan- sokken, t-shirts, hemden, ondergoed, kinderkleding, handdoeken, wc-mattekes en dergelijke omlaag. Af en toe botst er ineens een bal voorbij. Of een aan stukken slaand speelgoedautootje. Papier (inclusief rekeninguittreksels, schoolrapporten, huiswerk en hoogst persoonlijke nota's), karton (van kleine stukjes tot complete metersgrote ijskastdozen) en stukjes verpakkingen allerhande (van eierdozen tot snoepwikkels, van melkkartons tot grote plaveien piepschuim) zijn schering en inslag. Al moet ik er eerlijkheidshalve wel bij vertellen dat in dit geval meestal geen medebewoner, maar wel die vaak zo zotte wind de schuldige van het sluikstorten is. Dit soort makkelijk te tillen zaken pikt hij in z'n wilde wervelvlagen om de gebouwen heen maar wat graag en zonder enige moeite links en rechts mee van één van de vele terrassen. Zoals hij ook verantwoordelijk is voor de sierlijk rondvliegende, eerst hoog opstijgende en even later vlak bij de grond aan het struikgewas in stukken flapperende plastieken boodschappentasjes. Lege petflessen geven een ongelofelijk indrukwekkende knal bij hun onzachte landing. De eerste keer dat ik dat meemaakte, plakte ik ongeveer tegen het plafond, zo schrikken was dat! Eén keer ijsbeerde er een panikerende dame voor m'n terras heen en weer. Haar verloofde mikte per ongeluk z'n dure verlovingsring over het balkon! Dat kostbare kleinood vonden we, tot hun uitzinnige vreugde, trouwens nog samen terug ook! Maar da's uitzonderlijk, hoor, dat iemand naar z'n spullen komt zoeken. Meestal blijkt niemand al 'het gevallene' te mankeren. Van het afval wil ik dat eventueel nog begrijpen -al gaat de onverschilligheid hierover er dan toch moeilijk bij mij in- maar mijn sokken of badmat zou ik persoonlijk toch wel missen, hoor...
Ja, ik ben ondertussen dus al wel wat gewend, wat neervallende spullen betreft, en het lijkt heel wat, nu ik alles van de afgelopen 4,5 jaar zo eens op een rijtje gezet heb. Maar wees gerust, het is hier écht geen stort, hoor, in tegendeel: de tuin ligt er zoals immer prachtig bij! En de mensen die hier wonen zijn écht geen asociale moedwillige ambetanteriken. Volgens mij is er hier vooral sprake van 'per ongelukjes', 'oepsies' en andere momentjes van onoplettendheid. En geloof me: ik blijf het een ongelofelijk fascinerend gegeven vinden, al die dingen die hier uit de lucht komen vallen! hahaha
Ik keek er dan ook niet echt van op toen er een paar maanden geleden op vrijdagavond, rond een uur of 10, een wit plastiek zakje met daarin een paar lege bierblikjes naar omlaag totterde, het struikgewas in. De maandagochtend daaropvolgend plukte onze conciërge het van z'n landingsplaats en alles was weer netjes. Waar ik wel bijzonder ging vinden, was dat dit vaste prik zou worden! Naar mate de weken verstreken viel het me op dat dit zo ongeveer élke vrijdag gebeurde! Elke vrijdag weer, steeds ergens tussen 22 en 23 uur valt er, 'plof', een wit zakje met lege bierblikjes ergens voor m'n terras neer. En elke maandag ruimt de plichtbewuste conciërge dat ook weer op. Een bizarre 'gewoonte'... Want, geef toe, da's geen 'per ongelukje' meer, hé! Da's vermoedelijk eerder puur gemakzucht en, al dan niet dronken, baldadigheid waar geen haan naar kraait.
Afgelopen weekend waaide het verschrikkelijk hard. Het witte zakje met de platgedrukte blikjes kwam, net zoals de weken daarvoor, neerwaarts uit wie weet welk appartement en haakte zich vast in de kale takken van een grote struik. De hevige rukwinden scheurde het met gemak aan stukken en voor ik het goed en wel besefte lag ik een hele nacht lang te luisteren naar: "kletter de kletter de kletter" naar links, en "kletter de kletter de kletter" naar rechts. Het heldere metalen gerammel van de in het rond hotsende en botsende, net niet weer omhoog vliegende, lege bierblikjes op de kasseien. Heen en weer, en heen en weer, en dat de hele nacht lang. "Kletter de kletter de kletter". Heel even echt bijzonder grappig -absoluut!-, maar al snel om totaal onnozel van te worden!...
Die ochtend, toen het net licht genoeg was en ik me met enige moeite in wat kleding gehesen had, verzette ik een beetje fanatiek wat van m'n grote potten op het terras en kroop nogal onhandig en onelegant, met m'n ouwe tuingalochen even aan m'n blote voeten in het oneindige -of zo leek het toch- bungelend, over het betonnen terrasmuurtje. Wat er overbleef van de aan flarden gescheurde witte plastieken zak belandde in mijn vuilnisbak en de zwaar gedeukte blikjes mochten samen met een ook nog gevonden lege water-petfles bij de rest in mijn blauwe PMD-zak. Klaar! En... stof voor een nieuw verhaal!
Er resten mij nu twee vragen. 1. Zou die persoon misschien geloven dat er hier in de tuin kaboutertjes wonen? Van die kleine mannetjes die 's nachts ongezien alles weer netjes maken?... En 2. 't Is vrijdagavond nu... Wat denk je? Komt er zo dadelijk weer een wit zakje omlaag vliegen? Of zou mijn opraap-actie de gewoontecirkel doorbroken hebben?... Spannend, hé! 😉
woensdag 26 juli 2017
Tekort aan vitamine zee.
Een zonnige namiddag enkele weken geleden. Gekleed in een losse luchtige tuniek met korte mouwtjes en een witte driekwart broek, met een grote zonnebril op m'n neus en een paar vrolijk flipflopperende slefferkes aan m'n voeten daalde ik, caddy aan de hand, de grote trap voor 't appartementsgebouw af, klaar om op m'n gemakje te voet boodschappen te gaan doen. Iets voorbij den blok maakte ik, zoals gewoonlijk, een korte bocht naar rechts, het betonnen-platen-wandelpad tussen de torenflats op.
Onmiddellijk roefelde de zotte zomerwind m'n haar geestdriftig door elkaar, liet m'n kleurig flodderjurkje vrolijk alle kanten uit flapperen en kriebelde m'n neus met die typische heerlijk zoete geur van zongedroogd grasmaaisel. In het speeltuintje speelden kinderen in het witte zandbakzand en vulden -tot lichte wanhoop van de zonnende moeders op de bank en op een handdoek- aan het drinkfonteintje het ene na het andere emmertje water om uitgebreid moddertaartjes mee te fabriceren. Boven m'n hoofd cirkelden een handvol krijsende meeuwen, ruziënd over wat lekkers, gepikt uit één of andere vuilbak.
En plots, zonder waarschuwing of aankondiging, plots werd ik met elke vezel van m'n lijf en in elke emotie 40 jaar terug in de tijd gekatapulteerd. Daar loop ik, naast mijn vader, op vakantie aan zee, in de al warme ochtendzon die zacht maar resoluut de nevel die tussen de duinen hangt doorbreekt, broodjes van de warme bakker halen voor het ontbijt.
Elk geluid en elke geur van dat wandelpad in de warme zomerzon, zelfs het type 'robuuste' beplanting en de rondhangende 'dagjesmensen', het deed een ver opgeborgen en lang vergeten gevoel van kinderlijke onbezorgdheid en vogelvrije gelukzaligheid in me herleven. Heel bijzonder! Alleen die zilte zoute zeelucht, ja, die ontbrak nog. Maar met een inbeeldingsvermogen als het mijne...
Zolang ik me kan herinneren trokken we elk jaar weer met het steeds groeiende gezin voor een paar weken naar Cadzand-Bad, en verbleven er ook altijd in hetzelfde minuscule huisje onderaan de duinen. De allereerste keer moet ik een jaar of 4 geweest zijn, en toen had ik exact één zus. Door de jaren is de familie een zeer uitgebreid en kleurrijk gezelschap geworden, met nog 2 broers en een zus er bij, al hun partners, en wat later ook hun kinderen. Maar het huisje kon ze allemaal herbergen en de lol op het strand werd er alleen maar groter door.
3 jaar geleden ben ik er voor het laatst geweest, daar in Cadzand, 2 keer zelfs: op 1 mei met ons va en moe -heel erg leuk, hard gelachen, zotte foto's gemaakt- en eind juli met Lieve en Luc, even een dagje uit, al kon ik er met de beste wil van de wereld niet echt van genieten en zat m'n gemoedstoestand ver beneden het vriespunt. 'Naar zee gaan' was voorgoed veranderd: onze va zou er nooit meer bij zijn, en alles daar herinnerde me aan betere tijden...
Het Cadzand-Bad uit mijn jeugd, met z'n wilde nog ongetemde duinen en eindeloos lege, ongerepte en nog onontdekte stranden, dat Cadzand bestaat niet meer. De 'vooruitgang' heeft ook dit idyllisch oord ingepalmd met rijen flatgebouwen, hotels en zelfs een jachthaven. De inmiddels netjes getemde en gemanicuurde natuur is met vele kilometers prikkeldraad afgespannen ter bescherming tegen de meedogenloze zondvloed toeristen en dagjesmensen die zich elke zonnige -en ook minder zonnige- dag op de breed opgespoten stranden tussen de massa storten.
Ja, het is niet anders: die zalige zee uit mijn lang vervlogen jeugdjaren zit nu samen de ondertussen ook van de aardbol verdwenen sprookjestuin van het voormalige ouderlijk huis opgeborgen ergens diep en veilig op een heel bijzonder plekje in mijn herinneringen, als bewaard in een met fluweel bekleed geheim doosje. Dit soort kostbaarheden pak je immers slechts bij uitzondering of hele speciale momenten nog eens met voorzichtige liefkozende gebaren uit, om ze dan heel even koesterend tegen je wang te houden.
Foto's zijn ook leuk, absoluut, en er zijn honderden, misschien wel duizenden kiekjes geschoten in al die vele jaren 'zee'. Maar da's toch niet hetzelfde, want alhoewel ik oprecht blij ben ze te bezitten, het valt me nog steeds behoorlijk zwaar om er doorheen te bladeren. De opwellende gevoelens, emoties en herinneringen zijn nog niet onverdeeld blij. Er hangt voorlopig nog te veel droefenis en gemis aan vast...
Doch... dat wandelpad, hier in de groenvoorziening tussen die betonnen flatgebouwen op den Bosuil, dat moet er anders over gedacht hebben en smeet me zonder pardon, in een soort magische samensmelting van allesoverheersende elementen, terug in dat intense gevoel van onschuldige blijmoedigheid, in dat bijna naïeve, onmetelijk gelukzalige gevoel, dat je als volwassene eindeloos zoekt en nergens meer vinden kan, en dat voor mij al m'n leven lang onlosmakelijk aan de zee en mijn vakantieherinneringen vast hangt.
Sinds die ene zomerse dag een paar weken geleden overvalt dat gevoel me nu elke keer weer als ik ietsje voorbij het flatgebouw waar ik woon rechts afsla, die wandelweg op. Zélfs eergisteren, toen ik gewapend met een grote paraplu een stevige hoeveelheid hemelwater trotseerde, want, geef toe: zo een plensbui af en toe, dat hoort er uiteraard ook bij tijdens een zomervakantie aan de kust...
Wie weet is het allemaal slecht inbeelding en is mijn zee-verlangen, mijn zee-tekort ondertussen ongemerkt zo groot geworden dat het z'n eigen leven gaan leiden is. Dat zou kunnen, wie zal het zeggen... Één ding is zonneklaar: 't wordt duidelijk hoog tijd om weer eens een heerlijk rustig stukje strand op te zoeken, en daar ongestoord te gaan genieten van het voortdurende spel der golven. Ik wil die unieke soundmix van wind, water en vogels weer horen, m'n longen weer diep kunnen vullen met zalig zilte zeelucht, m'n broekzakken vol natte kleurrijke schelpjes proppen, het zout op m'n huid voelen, het zand tussen m'n tenen...
De diagnose is dus overduidelijk: ik heb een acuut tekort aan vitamine zee! 😊
Onmiddellijk roefelde de zotte zomerwind m'n haar geestdriftig door elkaar, liet m'n kleurig flodderjurkje vrolijk alle kanten uit flapperen en kriebelde m'n neus met die typische heerlijk zoete geur van zongedroogd grasmaaisel. In het speeltuintje speelden kinderen in het witte zandbakzand en vulden -tot lichte wanhoop van de zonnende moeders op de bank en op een handdoek- aan het drinkfonteintje het ene na het andere emmertje water om uitgebreid moddertaartjes mee te fabriceren. Boven m'n hoofd cirkelden een handvol krijsende meeuwen, ruziënd over wat lekkers, gepikt uit één of andere vuilbak.
En plots, zonder waarschuwing of aankondiging, plots werd ik met elke vezel van m'n lijf en in elke emotie 40 jaar terug in de tijd gekatapulteerd. Daar loop ik, naast mijn vader, op vakantie aan zee, in de al warme ochtendzon die zacht maar resoluut de nevel die tussen de duinen hangt doorbreekt, broodjes van de warme bakker halen voor het ontbijt.
Elk geluid en elke geur van dat wandelpad in de warme zomerzon, zelfs het type 'robuuste' beplanting en de rondhangende 'dagjesmensen', het deed een ver opgeborgen en lang vergeten gevoel van kinderlijke onbezorgdheid en vogelvrije gelukzaligheid in me herleven. Heel bijzonder! Alleen die zilte zoute zeelucht, ja, die ontbrak nog. Maar met een inbeeldingsvermogen als het mijne...
Zolang ik me kan herinneren trokken we elk jaar weer met het steeds groeiende gezin voor een paar weken naar Cadzand-Bad, en verbleven er ook altijd in hetzelfde minuscule huisje onderaan de duinen. De allereerste keer moet ik een jaar of 4 geweest zijn, en toen had ik exact één zus. Door de jaren is de familie een zeer uitgebreid en kleurrijk gezelschap geworden, met nog 2 broers en een zus er bij, al hun partners, en wat later ook hun kinderen. Maar het huisje kon ze allemaal herbergen en de lol op het strand werd er alleen maar groter door.
3 jaar geleden ben ik er voor het laatst geweest, daar in Cadzand, 2 keer zelfs: op 1 mei met ons va en moe -heel erg leuk, hard gelachen, zotte foto's gemaakt- en eind juli met Lieve en Luc, even een dagje uit, al kon ik er met de beste wil van de wereld niet echt van genieten en zat m'n gemoedstoestand ver beneden het vriespunt. 'Naar zee gaan' was voorgoed veranderd: onze va zou er nooit meer bij zijn, en alles daar herinnerde me aan betere tijden...
Het Cadzand-Bad uit mijn jeugd, met z'n wilde nog ongetemde duinen en eindeloos lege, ongerepte en nog onontdekte stranden, dat Cadzand bestaat niet meer. De 'vooruitgang' heeft ook dit idyllisch oord ingepalmd met rijen flatgebouwen, hotels en zelfs een jachthaven. De inmiddels netjes getemde en gemanicuurde natuur is met vele kilometers prikkeldraad afgespannen ter bescherming tegen de meedogenloze zondvloed toeristen en dagjesmensen die zich elke zonnige -en ook minder zonnige- dag op de breed opgespoten stranden tussen de massa storten.
Ja, het is niet anders: die zalige zee uit mijn lang vervlogen jeugdjaren zit nu samen de ondertussen ook van de aardbol verdwenen sprookjestuin van het voormalige ouderlijk huis opgeborgen ergens diep en veilig op een heel bijzonder plekje in mijn herinneringen, als bewaard in een met fluweel bekleed geheim doosje. Dit soort kostbaarheden pak je immers slechts bij uitzondering of hele speciale momenten nog eens met voorzichtige liefkozende gebaren uit, om ze dan heel even koesterend tegen je wang te houden.
Foto's zijn ook leuk, absoluut, en er zijn honderden, misschien wel duizenden kiekjes geschoten in al die vele jaren 'zee'. Maar da's toch niet hetzelfde, want alhoewel ik oprecht blij ben ze te bezitten, het valt me nog steeds behoorlijk zwaar om er doorheen te bladeren. De opwellende gevoelens, emoties en herinneringen zijn nog niet onverdeeld blij. Er hangt voorlopig nog te veel droefenis en gemis aan vast...
Doch... dat wandelpad, hier in de groenvoorziening tussen die betonnen flatgebouwen op den Bosuil, dat moet er anders over gedacht hebben en smeet me zonder pardon, in een soort magische samensmelting van allesoverheersende elementen, terug in dat intense gevoel van onschuldige blijmoedigheid, in dat bijna naïeve, onmetelijk gelukzalige gevoel, dat je als volwassene eindeloos zoekt en nergens meer vinden kan, en dat voor mij al m'n leven lang onlosmakelijk aan de zee en mijn vakantieherinneringen vast hangt.
Sinds die ene zomerse dag een paar weken geleden overvalt dat gevoel me nu elke keer weer als ik ietsje voorbij het flatgebouw waar ik woon rechts afsla, die wandelweg op. Zélfs eergisteren, toen ik gewapend met een grote paraplu een stevige hoeveelheid hemelwater trotseerde, want, geef toe: zo een plensbui af en toe, dat hoort er uiteraard ook bij tijdens een zomervakantie aan de kust...
Wie weet is het allemaal slecht inbeelding en is mijn zee-verlangen, mijn zee-tekort ondertussen ongemerkt zo groot geworden dat het z'n eigen leven gaan leiden is. Dat zou kunnen, wie zal het zeggen... Één ding is zonneklaar: 't wordt duidelijk hoog tijd om weer eens een heerlijk rustig stukje strand op te zoeken, en daar ongestoord te gaan genieten van het voortdurende spel der golven. Ik wil die unieke soundmix van wind, water en vogels weer horen, m'n longen weer diep kunnen vullen met zalig zilte zeelucht, m'n broekzakken vol natte kleurrijke schelpjes proppen, het zout op m'n huid voelen, het zand tussen m'n tenen...
De diagnose is dus overduidelijk: ik heb een acuut tekort aan vitamine zee! 😊
Abonneren op:
Posts (Atom)


