Pompon, die
uiteraard mijn ontwaken meteen opgemerkt heeft, gelijk waar hij zich op dat
moment ook ergens in het appartement bevond, springt luid spinnend van
contentement op het bed. Terwijl zijn roze fluwelen teentjes een beetje
voorzichtig in het donker rondtasten, verplaatsen mijn krullen draaiende
vingers zich bijna volautomatisch naar zijn warme poezenvelleke, als zijde zo
zacht en, op z’n donzig wollige witte buikje na, altijd glanzend glad. Als was hij
een reclamemodel voor de laatste nieuwe haarverzorgingsproducten.
Zelfs met m’n
ogen dicht herken ik m’n twee harige huisgenootjes uit elkaar. Poekie is ook zalig zacht,
maar hij heeft in de bovenste laag van z’n vacht een piepkleine hoeveelheid wat stuggere haartjes zitten,
en dat maakt hem niet 'simpelweg' fluffy streelzacht zoals Pompon, maar eerder
‘zacht met een kickje’, met een beetje ‘peper en zout’ als het ware, als je
begrijpt wat ik bedoel. Als ik wat
later, gehuld in m’n super malse, warm roze kamerjas in de keuken op hen
beide neerkijk terwijl ze hun ontbijt naar binnen schrokken, zien ze er sowieso allebei even knuffelzoet uit.
Met m’n grote
kop heerlijk geurende koffie in de hand nestel ik me in de knusse sofa, omringt door kussens in
fluweel en pluche, met opnieuw een streelzachte fleece deken op m’n schoot. Ook hier draaien m’n vingertoppen graag genietend rondjes,
dit maal op de leuning van de sofa, op die heerlijke zachte zwarte velours
bekleding. En ondertussen genieten mijn blote voeten van het malse, vers gestofzuigde hoogpollige
tapijt en de velours bekleding van de grote rode poef.
“Ja, ’t is
waar”, bedenk ik me terwijl ik daar zo zit en om me heen kijk, “ik heb écht wel
iets met ‘zacht’”. Gevoelig als ik ben, heb ik me vermoedelijk, zowel bewust als onbewust,
omringt met een overdosis zachtheid. Een soort extra beschermingslaag tegen de
hardheid van de wereld.
Alle soorten
streelzachte texturen hebben trouwens een geweldige, bijna magnetische
aantrekkingskracht op mij, ikke, de ‘zachtheidssoftie’. Het is werkelijk aardsmoeilijk om
te weerstaan aan het strelen van alles wat er ook maar enigszins zacht uitziet
als ik bijvoorbeeld ergens in een winkel dingen als over duidelijk zalig malse dekentjes, stofjes, truien, jassen, speelgoedbeesten en dergelijke meer tegenkom.
Mijn hand gaat er gewoon als vanzelf en niet tegen te houden naar toe. Zelfs in
bloemen- en plantenwinkels ontsnap ik er niet aan, want er bestaan ook zoveel schattige plantjes met fantastisch donzige blaadjes… Om nog maar te zwijgen van die vele donzige of pluizige dieren die je zowat overal, in de hal of op straat bijvoorbeeld, kan tegen komen.
Ik zal die
knuffelzachte nestbekleding waarin ik mezelf kan koesteren op één of andere manier
absoluut nodig hebben, zacht, zachter, zachtst als ik vanbinnen ben... En ja, voor hen die hier meteen al met een stevige vette knipoog aan dachten: ik weet het, vanbuiten ben ik inderdaad eigenlijk ook zacht, zachter, zachtst. ;-)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten