vrijdag 17 januari 2020

Zacht, zachter, zachtst.

Met grote elegante krullen schaatsen traag genietend mijn vingertopjes over het super zachte fleece hoeslaken om de matras. Haaa, zo onweerstaanbaar streelzacht, ik kan er eindeloos blijven aan voelen. Op het dikke hoofdkussen, warm tegen m’n wang en schouder gevleid, ligt m’n diep roze knuffeldeken. M’n donzige troost en veiligheid bij verdrietige momenten. Ik kan het stevig vasthouden, over m’n hoofd trekken, me er volledig in rollen, of het tot worst opgerold als een arm om me heen leggen. Maar bovenal is het zo zalig pluizig zacht, dat ik het eeuwig kan blijven aaien. M’n linkervoet wiebelt, gehuld in z'n roze bedsok als in een fluffy roze wolkje, heen en weer onder het dekbed, zodat de pluizigheid extra intens m’n friemeltenen streelt. Heen en weer, en heen en weer. M’n rechtervoet ontdeed zich gedurende de nacht reeds van z’n persoonlijk wolkje en wiebelt in dezelfde maat als m’n linkervoet mee heen en weer, zichzelf daarbij bovenop het dek koesterend strelend aan de uitermate zachte donzige poezendekentjes.
Pompon, die uiteraard mijn ontwaken meteen opgemerkt heeft, gelijk waar hij zich op dat moment ook ergens in het appartement bevond, springt luid spinnend van contentement op het bed. Terwijl zijn roze fluwelen teentjes een beetje voorzichtig in het donker rondtasten, verplaatsen mijn krullen draaiende vingers zich bijna volautomatisch naar zijn warme poezenvelleke, als zijde zo zacht en, op z’n donzig wollige witte buikje na, altijd glanzend glad. Als was hij een reclamemodel voor de laatste nieuwe haarverzorgingsproducten.
Zelfs met m’n ogen dicht herken ik m’n twee harige huisgenootjes uit elkaar. Poekie is ook zalig zacht, maar hij heeft in de bovenste laag van z’n vacht een piepkleine hoeveelheid wat stuggere haartjes zitten, en dat maakt hem niet 'simpelweg' fluffy streelzacht zoals Pompon, maar eerder ‘zacht met een kickje’, met een beetje ‘peper en zout’ als het ware, als je begrijpt wat ik bedoel. Als ik wat later, gehuld in m’n super malse, warm roze kamerjas in de keuken op hen beide neerkijk terwijl ze hun ontbijt naar binnen schrokken, zien ze er sowieso allebei even knuffelzoet uit.
Met m’n grote kop heerlijk geurende koffie in de hand nestel ik me in de knusse sofa, omringt door kussens in fluweel en pluche, met opnieuw een streelzachte fleece deken op m’n schoot. Ook hier draaien m’n vingertoppen graag genietend rondjes, dit maal op de leuning van de sofa, op die heerlijke zachte zwarte velours bekleding. En ondertussen genieten mijn blote voeten van het malse, vers gestofzuigde hoogpollige tapijt en de velours bekleding van de grote rode poef.
“Ja, ’t is waar”, bedenk ik me terwijl ik daar zo zit en om me heen kijk, “ik heb écht wel iets met ‘zacht’”. Gevoelig als ik ben, heb ik me vermoedelijk, zowel bewust als onbewust, omringt met een overdosis zachtheid. Een soort extra beschermingslaag tegen de hardheid van de wereld.
Alle soorten streelzachte texturen hebben trouwens een geweldige, bijna magnetische aantrekkingskracht op mij, ikke, de ‘zachtheidssoftie’. Het is werkelijk aardsmoeilijk om te weerstaan aan het strelen van alles wat er ook maar enigszins zacht uitziet als ik bijvoorbeeld ergens in een winkel dingen als over duidelijk zalig malse dekentjes, stofjes, truien, jassen, speelgoedbeesten en dergelijke meer tegenkom. Mijn hand gaat er gewoon als vanzelf en niet tegen te houden naar toe. Zelfs in bloemen- en plantenwinkels ontsnap ik er niet aan, want er bestaan ook zoveel schattige plantjes met fantastisch donzige blaadjes… Om nog maar te zwijgen van die vele donzige of pluizige dieren die je zowat overal, in de hal of op straat bijvoorbeeld, kan tegen komen.
Ik zal die knuffelzachte nestbekleding waarin ik mezelf kan koesteren op één of andere manier absoluut nodig hebben, zacht, zachter, zachtst als ik vanbinnen ben... En ja, voor hen die hier meteen al met een stevige vette knipoog aan dachten: ik weet het, vanbuiten ben ik inderdaad eigenlijk ook zacht, zachter, zachtst. ;-)



Geen opmerkingen:

Een reactie posten