Gelukkig nieuwjaar iedereen! En? Hebt u ondanks alle beperkingen nog een beetje een fijne oudejaarsavond genoten? Zijt ge 't nieuwe jaar enigszins feestelijk begonnen? Hewel, ikke dus ni! Omdat ge mij op die manier eigenlijk niet kent, en ik inderdaad zo niet in elkaar zit, gaat ge het misschien moeilijk geloven, en toch is het waar: ik heb het oude jaar verschrikkelijk slecht gezind beëindigd, en ben het nieuwe zeker nog eens zo slechtgemutst begonnen!
'k Was nochtans goed voorbereid, hoor. Net als met kerst had ik mezelf wat lekkers te eten en te drinken gekocht, zowel voor oudejaarsavond als voor de 1e januari. M'n huis was netjes en gezellig. Niet dat ik volk verwachtte, hoor, maar gewoon puur voor mezelf en voor 't feestelijk gevoel, trok ik iets leuks aan -doch ook comfortabel, om in de zetel te hangen- en had ik mezelf zelfs opgemaakt. M'n haar rook lekker en voelde heerlijk zacht, zo pas gewassen. En een wolkje parfum en mooie sieraden hoorden er uiteraard ook bij. Ergens binnenin mij zat er weliswaar iets niet echt helemaal lekker. Net zoals de meeste dagen van 't jaar, ook met kerst totaal geen probleem, maar op die laatste dag van het jaar voelde ik me plots toch ambetant alleen. Zeg maar gerust 'eenzaam'. "Och, dat gaat wel over", zei ik kordaat tot mezelf, "gewoon geen aandacht aan geven."
Door m'n laatste YouTube filmke had ik eigenlijk alweer veel te lang achter de computer gezeten, dus nog wat spelletjes spelen of een puzzeltje leggen, daar deed m'n lijf teveel pijn voor. De televisie gaf precies alleen flauwe en oninteressante -allé, voor mij dan toch- programma's, maar 't is wat het is, dus je doet het ermee, hé. Gezellig alle kerstlichtjes aan, feestelijk gekleed, knusjes in de zetel, kussens om me heen, dekentje én poezen op schoot, bubbels op de salontafel en een bord met lekkere hapjes in m'n hand. Niet slecht, zou ik zo denken. En al zeker geen reden tot klagen! Eigenlijk een doodgewone oudejaarsavond, zoals ik die -ruw geschat- de afgelopen 20 jaar beleefde. Niks aan de hand dus.
Rond 20u30 schat ik: 'ding dong', m'n deurbel. De deurbel van de buitendeur, niet van mijn appartement. En, zoals u al vermoedde, ik verwachtte absoluut niemand. Van 't verschieten sprong Poekie zowat recht omhoog van mijn schoot, met z'n hoofdje keihard tegen mijn bord hapjes, waarvan ik nog net de helft kon redden. De rest vloog breed door de kamer. Nog voor ik goed en wel m'n sloffen aan had, weerklonk de bel al opnieuw, maar niemand te zien op de videofoon. Mondmasker op, ontsmettingsdoekje in de hand, sleutels mee, om vervolgens voorzichtig en op m'n hoede een kijkje te gaan nemen in de grote inkomhal. Vier enorme agenten in volledige uitrusting -ze vulden, zo op een rijtje naast elkaar, bijna de volledige glazen schuifdeur- slaakten bij mijn verschijnen een zucht van opluchting. Oef, eindelijk kwam er iemand opendoen! Blijkbaar geen reactie bij de mensen die hen belden, noch bij de conciërge, noch op de verdieping waar ze moesten zijn... Bon, ze waren alleszins heel beleefd en ook geweldig dankbaar.
Zuchtend slofte ik terug naar mijn geruïneerde hapjes. In de appartementen om me heen bruiste het feestgedruis, maar bij mij in de kamer, heel alleen, verloor het stille genieten aan kracht. De allesoverheersende zware techno beats, die zowel van binnen het gebouw als van ergens daarbuiten, en uiteraard niét met elkaar gesynchroniseerd, elk ander mogelijk mooi geluid aan flarden dreunden, hielpen het behoud van mijn goede humeur ook niet bepaald. O, wat heb ik een hekel aan die boenke boenke boenke 'muziek'! Gruwelijk. De televisie was niet eens meer hoorbaar. Tenzij je het geluidsvolume ook stevig de hoogte in draaide natuurlijk, wat alleen nóg maar meer kabaal voor m'n arme oren en hoofd zou betekenen... Zucht. "Het is maar één avondje", trachtte ik mezelf te troosten, "straks wordt het weer helemaal stil, nog even volhouden"...
Het hielp niet echt, dat troosten. Het hele politiescenario heeft zich die avond nog tweemaal herhaald. Ja, inderdaad! Maar zonder vliegende hapjes uiteraard. En al waren het telkens andere agenten, ze belden steeds maar meteen bij mij, want "gij doet toch altijd open, hé!"... Aaaargh!...
Het uitgelaten rondgestomp, overal om m'n appartement heen, duurde onverminderd verder, en mijn humeur zakte onder het vriespunt. Grommend bedacht ik me da'k inderdaad ook niet voor de politie zou opendoen met zo'n al dan niet illegaal lawijtfeestje in m'n kot... En dat die agenten voor mijn part eigenlijk meteen ook de verantwoordelijken van dat allesbehalve muzikaal gebonk mochten afknallen!
En toen moest het vuurwerk nog beginnen... Het verboden, illegale, zeer sterk afgeraden, met stevige boetes en dergelijke vuurwerk! Oké, toegegeven: 't was ontzettend veel minder dan andere jaren, absoluut, helemaal waar. Maar ondanks dat: toch nog méér dan genoeg om de poezen de stuipen op het lijf te jagen, en mezelf af en toe van 't verschieten te doen opspringen uit de sofa. En er zaten knallen tussen die onmogelijk, met de beste wil van de wereld niet, gewoon 'normaal' vuurwerk konden zijn! Zo van die enorm zware ontploffingen, die uit slechts één fenomenale diepe dreunende knal met een metalen naklank bestonden. Alsof men een loodzware container opblies, of ergens een loods de lucht in ging na een gaslek. Zoiets. Nog nooit eerder gehoord tijdens een nieuwjaarsnacht!
Toen het nieuwe jaar een half uur jong was, en ik me reeds -doodop, geradbraakt en afschuwelijk slecht gezind- in mezelf mopperend en grommelend diep tussen en onder de kussens, lakens en dekens van m'n bed verstopt had, weerklonk er een allerlaatste knal. Zo eentje van die niet te definiëren als 'vuurwerk'. En die reusachtige knal, veel heviger en luider dan de vorigen, die joeg me zodanig de schrik op het lijf, da'k nog zeker twee uur ongerust en lichtjes over m'n toeren in de zetel ging zitten 'waken', terwijl ik, écht totáál gevloerd, uiteraard met de minuut zo mogelijk nóg slechter geluimd werd...
In de ochtend van de eerste dag van 't jaar scheen alles terug tot rust te zijn gekomen. Oef. Herademing. Tot ik, nog goed groggy en met hoofdpijn, me toch maar met een stevige kop koffie in de zetel voor de televisie zette voor het traditionele nieuwjaarsconcert uit Wenen... Yep, toen ontwaakten ook de buren. En met hen ook de techno dreun... Mijn humeur op dat moment? Goh, niet meer te meten, vrees ik, zover onder 't vriespunt. Minstens min 50, of zo. hihihi
Nieuwjaarsdag bracht ik verder volledig uitgeteld als een platte pannenkoek onder een dekentje in de zetel door. Afwisselend uitgeput slapend, ongeïnteresseerd zappend en zonder te genieten peuzelend en slobberend. Geen zin in telefoontjes, geen zin in wensen, geen zin in wat dan ook en al zeker niet in iets dat met 'gelukkig nieuwjaar' te maken had. Slecht gezind in elke vezel van mijn lijf en verschrikkelijk boos op de wereld, vooral op al die mensen die altijd maar weer heel egoïstisch, egocentrisch zelfs, hún goesting moeten doen, zonder ook maar één seconde te denken over de gevolgen van hun daden voor al hun medemensen om hen heen. Mensen die, zélfs al zouden ze met een ánder gedrag kunnen meehelpen aan het overwinnen van een nog steeds voortdurende dodelijke pandemie, tóch 'foert' zeggen, en er op die manier voor zorgen dat mensen zoals ik, alleen en door omstandigheden altijd thuis, nog zoveel langer verplicht worden eenzaam in hun kot te blijven. Beseffend hoe belangrijk de inzet van élk van ons is, hou ik mij al sinds maart 100% aan alle veiligheidsmaatregelen. Maatregelen die simpel zijn én o zo nuttig. Die er zijn om ons veilig en gezond te houden, niét om ons te pesten of aan banden te leggen of om ons dingen af te pakken!... Maar wat voor nut heeft dat in 's hemelsnaam, dat ik zo mijn best doe, als een pak feestvarkens -en ja, ook de shoppers, reislustigen en Hoge-Venen-wandelaars en dergelijke meer- doodleuk hun lol moeten en zullen hebben, als een verworven recht waar onder geen enkel beding afstand van wordt gedaan, en zij op die manier 'gezellig', puur voor hun eigen genot de boel weer naar een derde golf loodsen?... Geërgerd en geïrriteerd liep m'n moeë pijnlijke hoofd over van de verbolgen en ronduit grimmige gedachten.
Anderhalve dag had ik nodig om al die giftige bedenkingen en meningen naar de achtergrond te verbannen. 't Is niet omdat je zulke dingen weet en ervaart, dat ze ook je leven en je 'zijn' mogen beheersen. En gelukkig ben ik wijs en sterk genoeg om er weer voor te kiezen m'n gelukkige en blije zelf te zijn. Want het is en blijft een keuze! Positief en optimistisch zijn, vol begrip en mededogen, daar kies je voor, elke dag opnieuw. En je kan alleen maar aan je eigen houding iets doen en er verantwoordelijk voor zijn. Aan de rest heb je niets te zeggen. Zo is het gewoon. Dat was ik dus toch nog eens een keertje kwijt... hihihi
Mijn oudejaarsavond en nieuwjaarsdag waren dus niet echt wat je noemt 'gelukkig', maar, echt waar, er zit een fantastisch pluspunt aan heel dit verhaal! Aangezien ik zelden of nooit zo'n onweershumeur heb, kunnen we bij deze vermoedelijk wel stellen dat heel mijn voorraad 'slecht-gezind-zijn' voor 't jaar 2021 waarschijnlijk nú al volledig op is! 't Kan vanaf heden alleen nog maar meevallen, volgens mij. Dat wordt dus een supergelukkig nieuw jaar! Joepie! ;-)
Over muziek, poezen, bloemen, mensen, kerstmis... en zo veel meer. Geniet mee van de grote en kleine belevenissen en bedenkingen van zangeres Kristina Meganck.
Posts tonen met het label lawaai. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lawaai. Alle posts tonen
maandag 4 januari 2021
Ongelukkig nieuwjaar...
maandag 20 juli 2020
Kort geschoren.
Kwart na zeven 's ochtends. Van 't verschieten spring ik, ogenblikkelijk behoorlijk wakker doch ook toch nog enigszins groggy en verwilderd, allesbehalve gracieus m'n bed uit. Door het onbesuisde en onstuimige openslaan van het beddengoed flikkert tegelijkertijd de al net zo geschrokken en nu eveneens licht verontwaardigde Poekie van z'n warme kuiltje in de zachte sprei de koude vloer op.
Niet da'k wil klagen, hoor. Uiteraard vraagt een mooie tuin om naar te kijken regelmatig stevig wat onderhoud. En de avond voordien had ik me nog luidop de bedenking gemaakt dat de tuinmannen (en -vrouwen) zo stilletjesaan wel weer eens langs mochten komen voor een stevig toerke met de haagschaar. M'n uitzicht begon zo onderhand meer weg te hebben van een dichtbegroeid oerwoud, dan van een 'beschaafde' tuin. Goh, niet dat ik daar iets tegen heb, hoor, tegen zo'n wildernis. Absoluut niet. Groen is groen uiteindelijk. En als het vogelbestand en al 't andere 'wilde' leven hier er gelukkig mee is, dan is dat ook prima voor mij. 't Is maar, als het riet zodanig hoog staat en al het andere struikgewas z'n takken en bladeren wild in alle richtingen uitspreidt, dat zulks meteen ook 'ongedierte' aantrekt. Nee, geen ongedierte in de vorm van beestjes allerhande, maar ongedierte in de vorm van individuen met wat minder goede intenties... U begrijpt wel wat ik bedoel.
En dat niet alleen. Naargelang de tuin er steeds 'slordiger' bij komt te liggen en er als maar meer welig tierend groen -'onkruid' dus, in vaktermen- van tussen de kasseien z'n kop op steekt, neemt evenredig ook de hoeveelheid omlaag vallend afval toe... Ondanks alle mails van de nieuwe syndicus over 'respect voor uw buren en medebewoners' blijven hier sowieso met regelmaat kroonkurken, sigarettenpeuken en lege blikjes naar beneden duikelen. Maar, geloof me vrij: hoe onbeschaafder de tuin, des te ongemanierder de dumpbarbaren. Ze zeggen niet voor niks dat vuilnis méér vuiligheid aantrekt, hé. (Al vind ik persoonlijk een wat wildere groenvoorziening écht niet te vergelijken met één of andere stortplaats. Maar bon, elk zijn mening, toch?)
Alleszins, dit gezegd en geweten: blij dat de tuinonderhoudsfirma weer eens op post was. Maar... moesten ze met de enorme oppervlakte scheerwerk nu echt, écht, ééécht absoluut en zonder twijfelen, om 7u15 én met 't zwaarste materiaal dat ze bij zich hadden, beginnen met die ene struik vlák voor mijn slaapkamerraam?!?!... Zucht. Afin, we waren dus wakker.
Een beetje mottig van het bruuske ontwaken en de veel te korte nacht zet je dan maar een grote mok sterke koffie. En nog één. En nóg één... En met een pijnlijk hoofd tracht toch minstens iéts te verwezenlijken, maar dat lukt voor geen meter. De vijf man-en-één-vrouw sterke tuinploeg ging er bijzonder stevig tegenaan. De hele dag lang bombardeerden ze het gebouw door middel van de ronkende motoren van hun professionele haagscharen, boomzagen, bladblazers en maaimachines met een kolossale hoeveelheid decibels. Zij droegen uiteraard allemaal netjes degelijk uitziende gehoorbescherming, maar mijn oren floten 's avonds laat, toen de tuinmannen al lang hun arbeid beëindigd hadden, nóg!...
O, hoe onbeschrijfelijk heerlijk waren die twee kwartiertjes -één in de voormiddag en één in de namiddag- en dat half uurtje middagpauze, waarin de machinerie even volledig zweeg terwijl hun gebruikers zich voor een verfrissing en behoorlijk wat liters water in de schaduw onder de bomen neervlijden. Dan herademde ook mijn hele zijn eventjes. Om vervolgens met 'verfrist' gemoed opnieuw het hoofd te (moeten) bieden -letterlijk en figuurlijk- aan die onverminderd hevig doorgaande kabaalkakafonie. Ja, ik had m'n ramen en deuren hermetisch gesloten kunnen houden, om zo een klein beetje van de geluidsoverdosis te weren, maar op zo een ontzettend mooie en snikhete zomerdag... Nee, dat lukte me écht niet.
Maar ach, omdat je heel goed weet dat het slecht één klein dagje duurt en je er met zekerheid een bijzonder mooi plaatje voor in ruil terugkrijgt -en in mijn geval, zeker niet onbelangrijk: meteen ook een stuk veiligheid-, onderga je dat natuurlijk zonder morren of misnoegen. 'Met plezier', dat zou er over zijn, maar toch... Na zo een dag onderdompeling in zoveel decibels herrie smaakt de ondertussen behoorlijk vertrouwde en geliefde rust en stilte weer des te beter! Bijna even bruusk als ze met hun intense en lawaaierige werkzaamheden begon, bleek de tuinploeg schijnbaar plots -'k zal heel even met dat bonzende kopke van mij wat minder opgelet hebben, veronderstel ik- klaar, opgeruimd, ingepakt en vertrokken. En de wereld om me heen bevond zich verrassend onverwacht plots weer in een net niet overdonderende stilte. Slechts de nog steeds op de warme zomerlucht door de open vensters binnenwaaiende zalig zoete, groene geur van vers gemaaid gras en blad herinnerde nog vaag aan de in mijn brein reeds bijna weer vergeten herriedag.
Die nacht sliep ik in al die rust de diepe vredige slaap der gelukkigen. De volgende ochtend, bij het open van de gordijnen, schrok ik me opnieuw klaarwakker! 'k Was ondertussen zodanig gewend geraakt aan niets meer dan dicht struikgewas op een paar meter van m'n terras en ramen, dat het quasi plotseling verschijnen van een meer dan fenomenaal panoramisch uitzicht me even naar adem deed happen. Zelfs op zo'n -wat een ontzettend groot verschil met de dag ervoor- geweldig grijze, natte en kille vroege morgen... Wauw, zoveel ruimtelijkheid! En plotsklaps ook zoveel extra licht in al mijn kamers! En zie: het riet en de bamboevlaktes waren dusdanig kort gezet, dat ik voor het eerst in vele jaren, zonder enige moeite of hulp van een opstapje, een groot deel van de vijver kon bewonderen! Zo mooi!... En alsof dat alles nog niet genoeg was, stond er net op dat moment ook nog eens een prachtige reiger, sierlijk en elegant, aan de rand van het water in m'n richting te kijken. En ik kon, voor het eerst in lange tijd, hem ook zien!... Meer moet dat toch écht niet zijn om de dag in opperste stemming te beginnen, hé.
Dat ene oorverdovende lawaaierige dagje, dat nodig was om de volledige tuin kort te scheren, heeft me nu alvast weer een paar maanden van zalige rust, intens geluk en een fantastisch uitzicht beschoren. ;-)
Niet da'k wil klagen, hoor. Uiteraard vraagt een mooie tuin om naar te kijken regelmatig stevig wat onderhoud. En de avond voordien had ik me nog luidop de bedenking gemaakt dat de tuinmannen (en -vrouwen) zo stilletjesaan wel weer eens langs mochten komen voor een stevig toerke met de haagschaar. M'n uitzicht begon zo onderhand meer weg te hebben van een dichtbegroeid oerwoud, dan van een 'beschaafde' tuin. Goh, niet dat ik daar iets tegen heb, hoor, tegen zo'n wildernis. Absoluut niet. Groen is groen uiteindelijk. En als het vogelbestand en al 't andere 'wilde' leven hier er gelukkig mee is, dan is dat ook prima voor mij. 't Is maar, als het riet zodanig hoog staat en al het andere struikgewas z'n takken en bladeren wild in alle richtingen uitspreidt, dat zulks meteen ook 'ongedierte' aantrekt. Nee, geen ongedierte in de vorm van beestjes allerhande, maar ongedierte in de vorm van individuen met wat minder goede intenties... U begrijpt wel wat ik bedoel.
En dat niet alleen. Naargelang de tuin er steeds 'slordiger' bij komt te liggen en er als maar meer welig tierend groen -'onkruid' dus, in vaktermen- van tussen de kasseien z'n kop op steekt, neemt evenredig ook de hoeveelheid omlaag vallend afval toe... Ondanks alle mails van de nieuwe syndicus over 'respect voor uw buren en medebewoners' blijven hier sowieso met regelmaat kroonkurken, sigarettenpeuken en lege blikjes naar beneden duikelen. Maar, geloof me vrij: hoe onbeschaafder de tuin, des te ongemanierder de dumpbarbaren. Ze zeggen niet voor niks dat vuilnis méér vuiligheid aantrekt, hé. (Al vind ik persoonlijk een wat wildere groenvoorziening écht niet te vergelijken met één of andere stortplaats. Maar bon, elk zijn mening, toch?)
Alleszins, dit gezegd en geweten: blij dat de tuinonderhoudsfirma weer eens op post was. Maar... moesten ze met de enorme oppervlakte scheerwerk nu echt, écht, ééécht absoluut en zonder twijfelen, om 7u15 én met 't zwaarste materiaal dat ze bij zich hadden, beginnen met die ene struik vlák voor mijn slaapkamerraam?!?!... Zucht. Afin, we waren dus wakker.
Een beetje mottig van het bruuske ontwaken en de veel te korte nacht zet je dan maar een grote mok sterke koffie. En nog één. En nóg één... En met een pijnlijk hoofd tracht toch minstens iéts te verwezenlijken, maar dat lukt voor geen meter. De vijf man-en-één-vrouw sterke tuinploeg ging er bijzonder stevig tegenaan. De hele dag lang bombardeerden ze het gebouw door middel van de ronkende motoren van hun professionele haagscharen, boomzagen, bladblazers en maaimachines met een kolossale hoeveelheid decibels. Zij droegen uiteraard allemaal netjes degelijk uitziende gehoorbescherming, maar mijn oren floten 's avonds laat, toen de tuinmannen al lang hun arbeid beëindigd hadden, nóg!...
O, hoe onbeschrijfelijk heerlijk waren die twee kwartiertjes -één in de voormiddag en één in de namiddag- en dat half uurtje middagpauze, waarin de machinerie even volledig zweeg terwijl hun gebruikers zich voor een verfrissing en behoorlijk wat liters water in de schaduw onder de bomen neervlijden. Dan herademde ook mijn hele zijn eventjes. Om vervolgens met 'verfrist' gemoed opnieuw het hoofd te (moeten) bieden -letterlijk en figuurlijk- aan die onverminderd hevig doorgaande kabaalkakafonie. Ja, ik had m'n ramen en deuren hermetisch gesloten kunnen houden, om zo een klein beetje van de geluidsoverdosis te weren, maar op zo een ontzettend mooie en snikhete zomerdag... Nee, dat lukte me écht niet.
Maar ach, omdat je heel goed weet dat het slecht één klein dagje duurt en je er met zekerheid een bijzonder mooi plaatje voor in ruil terugkrijgt -en in mijn geval, zeker niet onbelangrijk: meteen ook een stuk veiligheid-, onderga je dat natuurlijk zonder morren of misnoegen. 'Met plezier', dat zou er over zijn, maar toch... Na zo een dag onderdompeling in zoveel decibels herrie smaakt de ondertussen behoorlijk vertrouwde en geliefde rust en stilte weer des te beter! Bijna even bruusk als ze met hun intense en lawaaierige werkzaamheden begon, bleek de tuinploeg schijnbaar plots -'k zal heel even met dat bonzende kopke van mij wat minder opgelet hebben, veronderstel ik- klaar, opgeruimd, ingepakt en vertrokken. En de wereld om me heen bevond zich verrassend onverwacht plots weer in een net niet overdonderende stilte. Slechts de nog steeds op de warme zomerlucht door de open vensters binnenwaaiende zalig zoete, groene geur van vers gemaaid gras en blad herinnerde nog vaag aan de in mijn brein reeds bijna weer vergeten herriedag.
Die nacht sliep ik in al die rust de diepe vredige slaap der gelukkigen. De volgende ochtend, bij het open van de gordijnen, schrok ik me opnieuw klaarwakker! 'k Was ondertussen zodanig gewend geraakt aan niets meer dan dicht struikgewas op een paar meter van m'n terras en ramen, dat het quasi plotseling verschijnen van een meer dan fenomenaal panoramisch uitzicht me even naar adem deed happen. Zelfs op zo'n -wat een ontzettend groot verschil met de dag ervoor- geweldig grijze, natte en kille vroege morgen... Wauw, zoveel ruimtelijkheid! En plotsklaps ook zoveel extra licht in al mijn kamers! En zie: het riet en de bamboevlaktes waren dusdanig kort gezet, dat ik voor het eerst in vele jaren, zonder enige moeite of hulp van een opstapje, een groot deel van de vijver kon bewonderen! Zo mooi!... En alsof dat alles nog niet genoeg was, stond er net op dat moment ook nog eens een prachtige reiger, sierlijk en elegant, aan de rand van het water in m'n richting te kijken. En ik kon, voor het eerst in lange tijd, hem ook zien!... Meer moet dat toch écht niet zijn om de dag in opperste stemming te beginnen, hé.
Dat ene oorverdovende lawaaierige dagje, dat nodig was om de volledige tuin kort te scheren, heeft me nu alvast weer een paar maanden van zalige rust, intens geluk en een fantastisch uitzicht beschoren. ;-)
Abonneren op:
Posts (Atom)

