Posts tonen met het label bezoek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bezoek. Alle posts tonen

dinsdag 9 juni 2020

Over poetsen en energieleveranciers.

"Of ze toch niet heel even langs mocht komen?", vroeg ze. De ongelofelijk opgewekte dame aan de telefoon van een vergelijkend studiebureau voor energieleveranciers bezat overduidelijk een uitzonderlijk verkooptalent en wou beslist geen "neen" accepteren. Mijn door de jaren heen zeer geoefende en gedegen argumenten om zulke voorstellen klaar en duidelijk van de tafel te vegen, werden stuk voor stuk door haar met zeer concreet en realistisch bewijsmateriaal zonder enige twijfel en met veel plezier weerlegt. Ik moest er om lachen: "Ziehier mijn evenknie!"  "Oké!", zei ik, "Goed. Kom maar af met al die voorstellen, die volgens jou, mij op m'n sowieso al minuscule maandelijkse energierekening nóg eens zoveel euro's gaan besparen. 'k Ben benieuwd!" En ze was vrolijk dankbaar om m'n complimenten over haar geweldige opgewektheid, persoonlijke humoristische aanpak en algemene verkooptactiek.
Zoals steeds als er bezoek komt, en al helemaal als dat iemand is die ik (nog) niet ken, greep ik de kans aan om even uitgebreid m'n hele huis in het sop te doen. Da's een soort van diep ingebakken gewoonte. Maar wel eentje die gerust mag blijven, vind ik. En 't was ondertussen ook wel écht eens nodig dat alle kamers een stevige poetsbeurt kregen. Als ik, zoals de voorbije week, nog eens uitzonderlijk een paar dagen serieus uit de rotatie ben door nekpijn, dan is dat hier precies altijd meteen een stort. Niet alleen het vertrouwde en voorspelbare stof en kattenhaar absoluut overal, maar ook in elke kamer al dan niet te definiëren rommel die maar niet op z'n plaats geraakte, half afgewerkte creatieve uitspattingen, poezenspeelgoed en koffiekopjes. Hier en daar ziet één van de kamerplanten er wat slordig uit met van ouderdom verdroogde, maar nog niet afgevallen bladeren; het aquarium heeft 't begin van groene algenaanslag op z'n ruiten; en de keuken en badkamer zien eruit alsof er een bom van zeepresten en vuile (af)was ontploft is. Aan de slag dus!
Dik een halve dag lang druk in de weer met stofzuiger, stoffer en zwabber, en uiteraard ook m'n sterk organisatorisch talent, zag ik, tot m'n eigen grote blijdschap en geluk -doch jammer genoeg absoluut niet tot vreugde van m'n eindelijk weer pijnvrije nek- m'n geliefde thuis weer langzaam vanonder de opgestapelde chaos en alles overheersende beestenbende tevoorschijn komen. Heerlijk! Letterlijk en figuurlijk 'opgeruimd'!

Doodmoe, maar bijzonder tevreden van m'n werk en zelf met volle teugen genietend van m'n schone huis, nestelde ik, met de eveneens erg belangrijke geruststellende bedenking in m'n hoofd "dat er ook nog genoeg koffie en thee voor bezoek in huis was" m'n bedje in...
Om letterlijk twee minuten later als een duiveltje uit een doosje verschrikt doch ook behoorlijk geamuseerd weer rechtop te veren van tussen de berg roze kussens. Hoe ongelofelijk zot is dit?! Geen seconde, werkelijk niet één seconde, sinds het telefoongesprek, over al het poetsen heen, tot aan dit eigenste moment had ik erbij stil gestaan dat we nog steeds volop in coronacrisis zitten! Bezoek -in gelijk welke vorm- ontvangen, doe je dus uitsluitend weloverwogen en met de nodige voorzorgsmaatregelen. Een mij totaal vreemde mevrouw, die vermoedelijk het ene huisbezoek na het andere aflegt, en bij wie weet wie, wie weet waar geweest is; waarvan ik zelfs met een magische glazen bol onmogelijk kan weten hoe ze zich in haar eigen tijd gedraagt, met wie ze omgaat en of ze de veiligheid van zowel zichzelf als de mensen om haar heen wel of niet in acht neemt... tja, die komt er niet in, hé! Echt niet, hoor. Geen denken aan!

Luidop giechelend om zoveel dommigheid van mezelf, maar nog steeds geweldig gelukkig met m'n schone huis en dus eigenlijk ook wel dankbaar om die redelijk absurde afdwaling van mezelf, besloot ik, ondertussen gerustgesteld lekker wegsoezend, dat de ontvangst dan maar plaats moest hebben in de grote hal of zo. En mét mondmasker en handschoenen, uiteraard.
't Is uiteindelijk een bank in 't plantsoen tegenover 't gebouw geworden. Stipt op de afspraak, en ook voorzien van alle nodige bescherming, vond de juffrouw -want dat bleek ze in realiteit te zijn, geen mevrouw dus- het oprecht verfrissend om eens een keertje buiten, in de frisse lucht te kunnen zitten. En 't werd een erg fijn gesprek met deze zeer goed geïnformeerde en klare taal sprekende jongedame. Leuk, die bevestiging van haar dat ik inderdaad ontzettend bewust en uitzonderlijk spaarzaam met energie omspring. En grappig om haar te horen vertellen dat ze zelf aan de overkant van 't Bosuil Stadion woont, en dit ook zo'n zalig groene buurt vindt. Ja, 't was een gezellige en interessante babbel.
En ze is uiteindelijk trouwens ook niet voor niets tot bij mij gekomen, hoor. Mijn bijna halsstarrige levenslange trouw aan één en dezelfde energieleverancier bleek in deze tijd zo goed als antiek en zelfs onterecht. Haar beweringen aan de telefoon over 'slapende contracten' en bijna niet te geloven 'gouden' voordelen waren pure waarheid: zélfs op mijn o zo zuinige, minuscule energierekeningske kon nóg eens bijna de helft -jawel, u leest het goed: de hélft- bespaard worden!... En er is meer! Op de koop toe vanaf nu, met m'n nieuwe contract, voor mij niet alleen een zoveel goedkopere energielevering, maar ook nog eens 100% gróene stroom, én een pak leuke gratis extra's, waaronder elektriciens ter beschikking en fietsdepannage. En alles naadloos en vrij van zorgen vlot en kosteloos perfect door haar in orde gebracht. Hoe super is dat?! Tja, sommige hardnekkige gewoontes kunnen niet echt kwaad, maar af en toe heb je er wel eens eentje dat de moeite waard blijkt om tóch te doorbreken, hé...
'k Ben er allemaal zó content over -over zowel m'n ietwat 'verplichte' poetssessie als over m'n nieuwe energiecontract- dat het me dik spijt dat 'k er niet eens één heel klein kopje koffie of thee tegenover hebben kunnen zetten... ;-)


dinsdag 21 april 2020

Bezoek!

Afgelopen zaterdag, vroege avond. 'k Had lekker gegeten en bij gebrek aan iets interessants of boeiends op de televisie -naar mijn goesting dan toch-, zat ik opnieuw achter m'n computer, de zoveelste puzzel te leggen. Da's tegenwoordig een activiteit met een hoog 'zen' gehalte voor mij, want blijkbaar stop ik dan even met denken en 'k relax er volledig van. 't Zal je daardoor dan ook niet echt verbazen dat ik van 't verschieten ongeveer een halve meter van m'n stoel omhoog sprong toen plots de deurbel ging. De bel van de buitendeur wel te verstaan, da's een belangrijk detail.
Sinds het begin van de lockdown heb ik eigenlijk zo goed als niemand meer gezien. Ja, de familie twee keer, via Skype. Maar dat telt niet echt mee, vind ik, al deed dat ook al wel serieus deugd. En inderdaad, ik ben drie keer m'n huis uit geweest, voor boodschappen en zo. Maar daarbij bleef ik telkens zo ver als ook maar enigszins menselijk mogelijk was uit de buurt van alle personen die ik tegen kwam. Voor al m'n enorme vensters passeert uiteraard ook nooit iemand. Als er hier volk voorbij loopt, dus in die 'niet-te-betreden' 'verboden-toegang' tuin, dan is dat meteen serieus verdacht, hé. Behalve natuurlijk als het de concierge is, die af en toe eens het naar beneden gesmeten afval bij elkaar raapt. In de hal kwam ik één keertje vriendin Kira van 't veertiende tegen. Klein babbeltje op grote afstand, maar toch erg fijn. En dat is het zo wel een beetje, qua 'mensen zien'.
Eén iemand vormt tegenwoordig wel een soort constante aanwezigheid. Met regelmaat gaat de deurbel aan de voordeur van m'n appartement zelf. Dat is dan steevast m'n sympathieke buurman van op het elfde, Serge, die even komt checken of alles goed met me is, en of ik misschien nog iets nodig heb van de supermarkt. Sinds de lockdown brengt hij m'n 'zware' boodschappen -hoofdzakelijk frisdrank- voor me mee, zodat ik daar tijdens mijn ontzettend schaarse en minutieus geplande miniwinkeluitstapjes alvast niet mee moet sleuren. Uitsluitend met hem genoot ik dus de afgelopen weken van wat babbeltjes in persoon, face to face, doch uiteraard wel steeds netjes met de aanbevolen afstand tussen ons in.
Wie o wie hing er dus in 's hemelsnaam op deze zaterdagavond onverwacht aan mijn deurbel???...
Ik checkte mijn videophone (da's zo'n parlofoon met beeld) en... barstte in lachen uit! Het schermpje vertoonde geen gezicht van iemand, maar werd volledig ingenomen door het etiket van een flesje Tripel van Westmalle. Ja, ik wist meteen wie er voor de deur stond, hoor. Een paar weken geleden hadden ze het al eens half lachend gezegd, m'n zus en schoonbroer: "Dat ze mij bij gelegenheid wel eens een Trippelke zouden komen brengen..." En ik stond daar eigenlijk verder totaal niet bij stil, maar blijkbaar was het een oprechte intentie geweest.

Ik opende de algemene voordeur en die van m'n eigen appartement, en m'n schoonbroer Eric zette voorzichtig twee flesjes Trippel in het midden van het halletje op de vloer neer, zodat ik ze, een beetje grappend, met wenselijke afstand én een handschoen aan kon binnen pakken. En kijk, daar stak ook het vrolijke gezicht van m'n lieve zus Jacinta om het hoekje!
Elke dag lopen ze een blokje om, en soms zijn dat ommetjes van ettelijke kilometers, doch steeds bijzonder keurig binnen de beperkingen van alle mogelijke veiligheidsmaatregelen, want daarmee nemen ze werkelijk geen énkel risico. En vandaag ging hun stevige wandeling dus uitzonderlijk eens van Merksem naar Deurne, met twee kado-Trippels op zak.

Staan babbelen in een piepklein halletje aan de twee liftdeuren, en bijgevolg ook met de nodige passage, was niet echt fijn, dus verplaatsten we ons geanimeerde gesprekje naar de grote inkomhal van het gebouw. Heeeeeeerlijk om hen beide zo vlakbij te zien en te spreken. Fantastisch om even een beeteke zottekes te kunnen doen, zoals we dat gewoon zijn, zo met elkaar. Fijn om uit eerste hand en zo rechtstreeks wat nieuwtjes over hen en hun twee fantastische dochters te horen. Gewoon super gezellig.
Rond acht uur barstte hier, zoals elke avond trouwens, het applaus voor alle hulpverleners los. Dat bracht onze ontmoeting naar buiten, op de grote trap voor het gebouw. En omdat ik vertelde dat er dan ook elke avond iemand op z'n hoorn speelde, zochten we samen naar het terras met die muzikant erop. Hij was blijkbaar wat aan de late kant, maar gaf toch nog een extra stukje ten beste, waarvoor hij van ons drie, in 't midden van de straat staande, een extra applausje kreeg.
En toen was het weer tijd voor Eric en Jacinta om aan de terugtocht te beginnen. Afscheid zo zonder knuffels of iets, 't is en blijft toch iets heel raar, hoor... We hebben dan maar extra gezwaaid, en nog eens, en nog eens... Met een heel erg gemengd gevoel zat ik even later weer achter m'n puzzel. Echt fantastisch om hen weer even zo dichtbij te hebben gehad, maar... zo dichtbij en eigenlijk tegelijkertijd toch ook o zo veraf. En de zaligheid van heel even bijzonder geliefd bezoek deed mijn appartement en m'n leven in dat ene moment behoorlijk leeg en eenzaam aanvoelen... Maar, dat heb ik ook maar meteen van me afgeschud. Geen negatieve gedachten! De mooie dingen koesteren, en daarmee uit. Gewoon gelukkig zijn dat er zoveel om me gegeven wordt. En, serieus genieten van den Trippel uiteraard. Of wat had je gedacht dan?!... ;-)
Dikke merci, Jacinta en Eric, voor deze ongelofelijk fijne 
volhoud-vitamientjes! ♥️♥️♥️
























foto Eric Van Tichel

zondag 28 januari 2018

De wilde volière.

De eindeloze aaneenschakeling van dagen waarin ik als een soort ouwe dweil slap, zwaar en uitgerafeld, en met even weinig levenslust, de klok rond onlosmakelijk versmolten met m'n bed doorbracht behoort ondertussen gelukkig al weer een beetje tot het verleden. De tijd van het absolute niks-zijn wordt steeds vaker onderbroken door momenten met de zalige combinatie van goesting en energie, zij het voorlopig nog slecht heel af en toe, en van relatief korte duur. Sinds het begin van mijn depressie breng ik het grootste deel van m'n tijd wat afwezig rondlummelend in het huis door. Verborgen onder een berg zachte fleeche dekentjes hang ik als een soort kleurrijke mummie in de zetel, eventueel met een lekkere hete kop koffie of zo, al dan niet in het knuffelgezelschap van één van de katertjes. Met aan m'n bureautje achter de computer aan van alles en niets te zitten frullen, uiteraard ook vaak met een half slapende kat naast me, verglijden regelmatig en altijd volledig onopgemerkt hele voor- en namiddagen. Maar wat ik ook doe -of niét doe- altijd weer gaat mij blik als vanzelf naar buiten. Vanuit zowat elke hoek van elke kamer heb ik hier een ongestoord wijds zicht op de tuin, de struiken en bomen, het prachtige gazon, de zen-tuin-achtige cascade aan keien, een hoekje van de vijver, de verschillende gebouwen in de verte, en royaal stuk lucht boven de open ruimte. En natuurlijk, niet te vergeten, het nu, zo zonder bloemen wat kaal uitziende lange smalle winterse terras. En het is niet alleen de eindeloze beweging van de takken en blaadjes in de wind daarbuiten die mijn aandacht trekt. Nee, weer of geen weer, in alle seizoenen, het hele jaar door doe ik aan 'vogelen', -vogels spotten dus, ik hoorde je al denken... hihi- en daar geniet ik mateloos van, zelfs nu ik het leven even niet zo zonnig en optimistisch als gewoonlijk bekijk.
Op mijn vorige adres voedde ik jarenlang een zeer brede waaier aan terras-bezoekend gevogelte en die ongelofelijk mooie en gezellige gevederde drukte hoopte ik hier uiteraard opnieuw te creëren. Tot m'n groot verdriet zag ik behalve een paar duiven, een ekster en een stelletje mezen ver weg van mijn stukje buitenruimte, in de bomen van de tuin, de eerste 12 maanden geen veer. Ondanks al het uitgestalde lekkers. Juist het ontwaren van de reiger die af en toe de voor mij de maar nét zichtbare vijver bezocht deed me, hoe ver ook van mij verwijderd, elke keer van geluk op en neer springen.
En toen plots, met z'n allen, als afgesproken, 'samen durven we' of zo iets, een hele rits koolmezen (1) die zich honderduit vrolijk kwetterend op de pinda's en vetbollen stortten! Hoera! Da's een moment om nooit te vergeten. En al snel lieten ook de pimpelmezen (2), met het blauwe keppeltje, zich zien. O, hoe heerlijk vond ik dat, al dat opgewekte gekwinkeleer, onschuldig geruzie en dartel gebuitel. En ook katers Poekie en Pompon konden hun lol niet op! De hele dag met hun neus tegen het raam, want hun persoonlijke 'poezentelevisie' zond éindelijk een uitzonderlijk interessant programma uit... 
Bijna tegelijkertijd vonden ook de vrijpostige houtduiven (3) de weg naar een snelle hap. Al zag en zie ik die eigenlijk liever niet verschijnen. Zij vernielen met hun wild flappende gevechten en een onhandig lomp lijf, trappelende poten en woeste vleugelslagen nagenoeg álles in hun pad. Bloemen, bollen, struikjes, zelfs kleine tuinornamenten, 't maakt niet uit, 't gaat er allemaal aan. En ze schijten als eersteklas strontmachines absoluut àlles onder. Zucht.
Lang duurde het niet of ik zag in de schemer van een herfstavond iets klein grijs-bruins tussen de struikjes ritselen. Toch geen muis zeker?! Nee, gelukkig niet, maar wel een ijverig winterkoninkje (4) dat bijzonder ambitieus het ene na het andere blaadje omdraaide op zoek naar insecten. Hij voelde zich duidelijk helemaal thuis tussen de potplanten. Een paar dagen later flitste er de hele tijd een rood vlekje tussen de tuin en de bloempotten voor m'n vensters heen en weer. Toen kon ik m'n geluk helemaal niet meer op: immer nieuwsgierig roodborstjes (5) behoorden nu ook tot de vaste volière-bezoekers. Zij vliegen niet eens meer weg als ik buiten wat aan de planten zit te frullen. En vanop het omheiningsplekje dat het beste inzicht door het venster naar binnen geeft bespieden zíj míj tegenwoordig, zonder enige gene, frank en vrij, zoveel schaamtelozer dan hoe ik hen ooit had durven beloeren.
Op een dag hing er ineens, alsof het de normaalste zaak van de wereld was, een bonte specht (6) tussen de mezen nootjes te eten. Die had ik al een keer op de stam van de dennenbomen zien zitten, maar zo dichtbij, wow, geweldig. Rond diezelfde stammen draaide er trouwens ook heel vaak een tot voor kort ongekend vogeltje, erg klein, bruinachtig, onopvallend en razendsnel cirkelend. Dat bleek een boomkruiper (7) te zijn, toen ik hem -of haar, wie weet- een paar weken geleden van dichtbij zag, ook gezellig wat rondhangend op het terras. 
De wilde volière hierbuiten breidde zich verder uit met een stel tortelduiven (8), een stuk beleefder dan hun soortgenoten, met een pak minder neiging tot ongegeneerd vandalisme. De verrassend grote, erg schrandere eksters (9) in hun prachtig glanzende galakostuum bevinden zich maar wat graag in gezellige drukte en voegen aan de gevleugelde terrasbende vooral extra kwebbel- en schetterdecibels toe. De familie schitterend gekleurde Vlaamse gaaien (10) met residentie in de tuinen om de hoek pikt blijkbaar toch ook hier af en toe met plezier wat lekkers mee. Verandering van spijs doet eten, vermoed ik...
De prachtige reiger (11), die komt met zekerheid nooit tot op mijn terras -ik bied in m'n voederdingetjes geen vis aan, hé- maar mijn vreugde is onverminderd groots elke keer ik die majestueuze vogel in sierlijke krullen zie neerdalen in de tuin. Met een stevig uit de kluiten gewassen zwarte kauw (12) stond ik wel al oog in oog, zij het met vensterglas tussen ons in. Dat was echt een bijzonder verbluffende ontmoeting, met verbazingwekkend reëel contact. De wijsheid straalde uit z'n pienter glimmende kraalogen. Een onvergetelijk zalig moment!
En het vogelbestand in deze volière zonder tralies blijft groeien! Afgelopen weekend meende ik in een flits een zwarte mees (13) gezien te hebben. En al pratend aan de telefoon met m'n moeder -zij kan getuigen van mij intense blijdschap- merkte ik ineens dat er een groepje staartmeesjes (14) aan de zonnebloempitten smikkelden. Super schattige piepkleine donzige zwart-witte pluimenbolletjes, niet groter dan een winterkoninkje, maar met een geweldige staart, buiten verhouding lang. Echt schitterend! 
De merels (15) scharrelen hun kostje bij elkaar in de tuin, tussen de struiken, de keien en in het gras. Ik denk niet dat die zich ooit tot op het terras zelf zullen begeven. Zij houden van open ruimten. Maar de appelstukjes die ik heel af en toe en heel stiekem voor hen het struikgewas in mik laten ze zich alleszins duidelijk welgevallen.
Vanmiddag tijdens m'n boodschappenwandeling, met ijskoude handen en oren door die snijdende wind, was de grauwe lucht beladen van veelbelovend vogelgezang. De nakende lente liet zich absoluut nog niet voelen maar je kon ze al wel glashelder horen. Het zal vast niet zo heel lang meer duren voor er in al die ontelbaar vele en nu in de kale winterbomen duidelijk zichtbare nesten weer volop nieuw leven zal beginnen tjilpen en fluiten. En wie weet spot ik dan, zoals op m'n vorige terras, ooit ook weer de te gek gekleurde putter (16), of de grasgroene groenling (17), of een paar goudvinken (18), of... 
Juist die vlucht spreeuwen (19) die ik vandaag op de speelweide tussen de gebouwen zag, die mag absoluut wegblijven, hoe mooi hun iriserend stippeltjes-verenkleed ook is. Want geloof me, om dat soort grenzeloze hooligans enigszins in toom te houden vrees ik dat het beslist noodzakelijk is dat één of andere indrukwekkende roofvogel deze wilde volière als domicilie kiest, én op de koop toe -liefst!- wel alle ándere gevleugelde bezoekers ongeschonden in zijn en mijn buurt tolereert... En dat, dat zie zelfs ik in m'n meest optimistisch moment, met een roze bril op en geloof in wonderen nog niet zo snel gebeuren! ;-)



vrijdag 3 maart 2017

Bloemen uit Lochristi.

"Of ze heel eventjes bij me langs mocht komen", vroeg ze bijzonder beleefd aan de telefoon. "Maar alleen als het niet stoorde", voegde ze er nog bezorgd aan toe, "want dat was zeker en vast niet de bedoeling". Ik had net haar mailtje met dezelfde vraag gelezen, en omdat daar nog de hoofding van de allereerste mail tussen ons beide op stond wist ik meteen wie ik aan de lijn had: Annie, enige dochter van een zeer geliefde moeder voor wie ik, toen zij onverwacht op 90-tig jarige leeftijd dit leven verliet, begin februari in Lochristi de afscheidsviering mocht opluisteren. Een ontroerende ingetogen plechtigheid met ontzettend veel volk en prachtige persoonlijke toetsen, waarvan ik er een aantal zelfs nooit eerder zag of hoorde in mijn 30 jaar als uitvaartzangeres. Mooi!
Annie vertelde dat zowat iedereen vol lof over de muzikale opluistering gesproken had en ook de familie zich niets beter had kunnen wensen. Daarom wou ze me graag iets geven, eventjes snel... "Wees welkom", zei ik lachend.
Van haar kantoor tot bij mij is slechts een afstand die je -op z'n Aaantwaaarps gezegd- 'oep ne kik en ne wip' aflegt, dus even later ging de deurbel al. De enorme, magnifieke azalea met schitterende rood-witte bloemen kwam eerst door de deur. Er nog steeds niet helemaal gerust in dat ze me niet derangeerde volgde Annie, heel bescheiden maar hartverwarmend blij me te zien.  
"Ga even zitten", zei ik, maar dit was slechts een 'binnen en buiten' antwoordde Annie, want de reis naar huis, naar Lochristi, was nog lang...
Meer dan anderhalf uur later stónden we daar nog steeds, in het midden van mijn woonkamer. Na een kleine 30 minuten -m'n armen werden een beetje moe- had ik de fraai bloeiende plant al op de tafel gezet, maar onszelf ook even neer zetten, dat was er niet van gekomen. Best wel grappig eigenlijk.
Wat een beleefd bezoekje met een cadeautje als dank voor bewezen diensten moest zijn -dat was toch het oorspronkelijke plan, begreep ik- werd door warm wederzijds aanvoelen als vanzelfsprekend een zeer aangenaam en bij momenten ontroerend gesprek met boeiende en herkenbare onderwerpen. Verrassend vertrouwd, alsof we al ons hele leven vriendinnen waren. En voor we er erg in hadden stonden de wijzers van de klok dus zoveel uurtjes verder...
Annie vertelde me over hoe ze als enige dochter -ze heeft wel nog een paar broers- de volledige zorg voor haar moeder op zich genomen had, al zovele jaren geleden. Eigenlijk al van toen haar vader veel te jong overleed. Hoe ze, opnieuw en opnieuw, een ware titanenstrijd aanging met dokters en sociale assistenten, die moeder in een R.V.T., een rust- en verzorgingscentrum, vonden thuis horen. Een krachtmeting die ze keer op keer won, door eigenlijk hele logische argumenten, hoofdzakelijk voortkomend uit de liefde voor moeder. Moeder mocht en kon thuis blijven in de haar zo vertrouwde omgeving. Annie puzzelde ingewikkelde weekschema's in elkaar om zo zowel de zorg voor moeder, als haar eigen huishouden, haar veeleisende job én de relatie met haar vriend -die zich trouwens ook volledig over zíjn moeder ontfermde- in prima banen te leiden. Zelfs toen moeder na een paar ziekenhuisopnames stilletjes aan achteruit ging en steeds meer zorg nodig had weigerde Annie haar ergens te plaatsen. Zolang het enigszins doenbaar en draaglijk was ging moeder nergens heen. Punt.
Ook bij die laatste opname plande Annie reeds de terug-thuiskomst van haar moeder, maar -en eigenlijk zag niemand dat echt aankomen- dat heeft niet meer mogen zijn: na nog een laatste handvol bijzonder gesmaakte Belgische aardbeitjes blies ze in de aanwezigheid van Annie heel rustig en vredig het tanende vlammetje van haar bijna opgebrande levenskaarsje uit. 
En Annie puzzelde opnieuw hele schema's in elkaar, dit maal om moeders laatste afscheid in goede banen te leiden. Begrafenisondernemer, pastoor, lectoren, kleinkinderen, bloemen, teksten, muziek... Noem maar op, ze regelde absoluut àlles. En het resultaat mocht er zijn!... 
En toen, toen werd het stil. En een beetje leeg ook.
Het deed Annie zichtbaar deugd om dit allemaal aan mij te vertellen, en volgens mij begreep ze, misschien ook een beetje door mijn reacties, daar op dat ene moment midden in mijn woonkamer 'dat het goed was', dat ondanks het gemis en het verdriet alles echt helemaal goed was, en exact zoals het moest zijn.
We leven in een maatschappij waarin ouder worden en sterven geen enkele plaats meer heeft. Een samenleving waarin ouderen, bejaarden, 'de derde leeftijd', zij die ons voortbrachten, opvoedden, verzorgden, lief hadden... in tehuizen weggestopt worden, ver uit het zicht, ver uit het leven. 
(Versta me niet verkeerd, hé, uiteraard heb ik absoluut alle begrip voor situaties waarin dat echt wél een noodzaak is. En die situaties zijn er zeker, ik heb er zo ook al meegemaakt.) 
Al tijdens ons gesprek groeide daarom in mij een oprechte en diepe bewondering voor Annie, al vindt ze zelf al die vele jaren toewijding, liefdevolle zorg en respectvol samenleven heel gewoon. "Want, het is toch normaal dat je je moeder niet in de steek laat". Ja, dat klopt, absoluut, maar in deze maatschappij is het toch niet zo vanzelfsprekend meer, vrees ik...
Dus, Annie, in al je eenvoud en ingetogenheid, jij bent voor mij een ware heldin, een authentieke onvervalste SuperVrouw, en ik bewonder je. Enorm. Echt waar.
Dus, naast die schitterende azalea met z'n fraaie bloesem maakte ik deze week ook kennis met andere, erg bijzondere flora: Annie, een bloem-van-een-vrouw! Ja, geloof me, daar kan ik echt intens van genieten, van al die fenomenale 'bloemen' uit Lochristi... ;-)