"O, hoe verschrikkelijk! He-le-maaaaal tot aan de auto sprinten door die vreselijke regen! O neeeee, ik ga nat worden... Eikes!"
Opgegeven er nog iets op te antwoorden trok ik met enige moeite een meelevend gezicht en aanhoorde met een ingehouden zucht van achter m'n balie deze zich eindeloos herhalende klacht. "Ze zouden eens een weekje in míjn schoenen moeten staan, al die in-droge-warme-auto's-rijdende verwende nesten," grommelde ik een beetje slechtgezind in mezelf, "ik mag er straks weer te voet door, door die eeuwige zondvloed, en zal dus nóg maar eens tot op het bot doorweekt zijn voor ik goed en wel thuis ben geraakt met die overvolle aangedampte en naar natte hond stinkende bus en tram."
De zoveelste totaal verzopen dag op rij in combinatie met een behoorlijk saaie shift van meer dan 10 uur -door te worstelen in één ononderbroken zitting- liet afgelopen donderdag zélfs op het humeur van zo'n doorwinterde optimist als mezelf zijn sporen na, vrees ik...
Bij mijn vertrek, alsof ze speciaal op me gewacht hadden daarboven, openden zich nog een paar hemelsluizen extra, maar de frisse zuurstofrijke buitenlucht deed me goed. Begeleid door het vrolijke tokkelliedje van de neerslag op het bontgekleurde regenscherm boven m'n hoofd slalomde ik tussen en sprong ik over de vele plassen, tijdens die manoeuvres scherp oplettend niet per ongeluk één van de talrijke overstekende slakken te verpletteren. En zo borrelde al hinkstapspringend m'n zonnige humeur en meteen ook m'n kinderlijke verwondering terug naar boven.
Eén straatje verder stond die reusachtige lindeboom weer uitermate gul en feestelijk in bloei.* Z'n overweldigende zalig zoete aroma kwam me al van ver tegemoet en bleef als een hemels parfum om me heen hangen de verdere weg huiswaarts. Heeeeerrrrrlijk!
Met een reusachtige omweg langst de supermarkt -regen of geen regen, de poesjes moeten ook eten- zette ik m'n reis te voet verder, en, goedgezind, nog met de lindebloesemgeuren in m'n neus en omdat ik toch al doorweekt was, genoot ik van de wandeling langst de vele bloemenvoortuintjes. De bekoorlijke geurigheid, nog versterkt door de frisse regendouches, van jasmijn, liguster, kamperfoelie, allerlei verschillende soorten rozen en zoveel meer fraais dreven verrukkelijk door de natte straten voor me uit.
Op het speel- en wandelterrein tussen de flatgebouwen, elegant wuivend in de wind, stonden de gras- en bloeiende onkruidsoorten minstens een meter hoog. Het hoofd van de buurvrouw, die naar me zwaaide terwijl ze haar hondje uit liet, stak maar juist boven het weelderig begroeide heuveltje uit.
Nog even twijfelde ik om m'n tas en boodschappenzakje neer te zetten en me languit in die groene overdadigheid neer te vlijen, en geen 'sneeuw'- maar een 'gras'-engel te maken! Spijtig genoeg had ik daar op dat moment nét niet genoeg lef voor...
Begrijp me vooral niet verkeerd, die onophoudelijk neerkletterende bakken regen werken ook op mijn systeem, hoor. Een stevige portie zonneschijn zou mij en m'n slechts zielig bloeiende terrastuin absoluut deugd doen.
Ik minimaliseer ook zeker de wateroverlastellende niet en leef oprecht mee met eenieder die dik in de penarie zit door die niets ontziende stortbuien. Ondergelopen kelders en weggespoelde eigendommen, verzopen gewassen en rottende oogst, ongevallen en verkeerschaos... 't Is beslist niet leuk en al helemaal niet om mee te lachen. Je zou van minder neerslachtig worden...
Maar voortdurend gezaag en onuitputtelijk geklaag over dat verschrikkelijke hondenweer heeft nog nooit één enkele regenbui, zélfs niet eens één druppel, weerhouden neer te vallen. Je mag me gerust een dwaas noemen, of -al dan niet prettig- gestoord, maar ik geloof dat als je er in slaagt om dàt besef tot je te laten doordringen, je open ruimte creëert waarin optimisme en positiviteit toch minstens een kans krijgen en voor je 't weet ziet jouw natte grijze-wolken-wereld er dan misschien een stukje rooskleuriger uit. Ik geef het je gewoon maar even mee, hé, als een mogelijk regen-depressie-alternatief... ;-)
*lees ook het blogje 'Lindeboombloesem'
Over muziek, poezen, bloemen, mensen, kerstmis... en zo veel meer. Geniet mee van de grote en kleine belevenissen en bedenkingen van zangeres Kristina Meganck.
maandag 20 juni 2016
zaterdag 11 juni 2016
Shaken, not stirred.
Dat al m'n wervels, van boven tot beneden, van geen beste kwaliteit zijn, dat weet ik ondertussen al geruime tijd. Dat daardoor onnodig zware inspanningen en schokken allerhande best vermeden worden, dat is me ook bekend. En dat met hotsende botsende rammelbussen meerijden daarom eigenlijk al vele jaren geen goed idee meer is, ook daarvan ben ik me terdege bewust.
Maar zonder openbaar vervoer raak ik niet op m'n werk, dus 'verdraag' ik dagelijks 2 busritten van elk een klein half uurtje, waarbij ik vermoedelijk af en toe bijzonder vreemde, misschien zelfs grappige, snuiten trek als er weer eens met een knal een hoge stoep of met een boenk een diepe put 'meegenomen' wordt... Auw. Er zijn dagen dat ik uitgeput bij de receptie aan kom omdat de inspanning van de rit m'n rug nét dat ietsje te veel was, maar over het algemeen klaag ik niet, hoor. Het is te doen. Tot gisteren...
De chauffeur aan het stuur van mijn bus 32 had absoluut geen kaas gegeten van autorijden, laat staan busrijden. Alsof hij nog ergens op een lege supermarktparking voor het eerst leerde schakelen, gas geven en remmen -ge kent dat typische 'geschok' wel- reed hij de héle afstand, meer dan 30 minuten lang, in korte zeer venijnige snokken, de passagiers vooruit, achteruit en van links naar rechts als lappenpoppen door elkaar schuddend. Het was ver-schrik-ke-lijk. Echt, horror. Ik zag oudere personen los van hun zitje knallen, mensen konden zich amper staande houden, bagage kletterde door de ruimte... Als ingrediënten voor een cocktail in een reuzenshaker!
Halverwege die duivelse rit werd de pijn in mijn nek zo allesoverheersend dat paniek me overmande maar van afstappen en de volgende bus nemen was geen sprake: dan kwam ik te laat op m'n werk.
(Wel een beetje bedenkelijk trouwens: dat ik het welzijn van m'n eigen lijf en leden blijkbaar zonder nadenken ondergeschikt maak aan plichtbewust zijn, discipline en mogelijke noden van anderen... Maar da's voor een andere keer.)
Netjes op tijd, weliswaar met pijn in hoofd, schouders en linkerarm maar wel weer helemaal kalm, begon ik moedig en zonder veel tralala aan m'n shift, om na een tijdje toch te constateren dat ik, steeds erger, volledig weg draaide elke keer ik m'n hoofd voorover boog om te schrijven of te typen. Resultaat: na nog wat getwijfel en een paar gesprekjes met verschillende verantwoordelijken, in de auto met vriendin Ingrid, als in een déjà vu, nog maar eens op een vrijdagavond naar de spoed. Al was het maar om niet totaal ongerust aan m'n weekend te moeten beginnen.
De erg vriendelijke en bijzonder charmante spoedarts voerde alle gangbare neurologische, kracht- en bewegingstests met me uit. Afgezien van de pijn bij het op m'n nekwervels duwen -en hij blééf duwen uiteraard- stelde hij gelukkig niets stuk of abnormaal vast. Door de vele, zeer hevige en kort op elkaar volgende snokken waren het 'slechts' m'n spieren, die zich, ter bescherming van m'n wervelkolom, zodanig strak aangespannen hadden dat ze al die pijn, uitstralingen, tintelingen en zelfs het 'uitgaan van m'n licht' veroorzaakten.
Wreed stijf in nek en schouders een weekendje pijnstillers en spierontspanners slikken en platte rust. De was en de plas hier in mijn rommelkot zal dus alwéér wat langer moeten blijven liggen... En maandag 'gewoon' opnieuw naar het werk. Met de bus uiteraard.
Of ik op al die pillen misschien ook nog een trappist mocht drinken, ter ontspanning, vroeg ik giechelend aan de apotheker. "Schitterend idee", vond ze, "zolang je maar niet overdrijft, geen 3, hé", knipoogde ze er achteraan.
Dus ik bekijk het maar weer langst de zonnige kant: met speciale dank aan De Lijn en de knappe spoedarts heb ik dit weekend de officiële toestemming, zwart op wit op papier zelfs, om hier in huis de boel de boel te laten en lekker lui languit op de zetel of in bed door te brengen, zo gewenst zélfs met een lekker biertje er bij, en gelukkig ook met de geruststelling dat er niks 'stuk' is.
Er zijn ergere dingen in de wereld, hé. hihi ;-)
Maar zonder openbaar vervoer raak ik niet op m'n werk, dus 'verdraag' ik dagelijks 2 busritten van elk een klein half uurtje, waarbij ik vermoedelijk af en toe bijzonder vreemde, misschien zelfs grappige, snuiten trek als er weer eens met een knal een hoge stoep of met een boenk een diepe put 'meegenomen' wordt... Auw. Er zijn dagen dat ik uitgeput bij de receptie aan kom omdat de inspanning van de rit m'n rug nét dat ietsje te veel was, maar over het algemeen klaag ik niet, hoor. Het is te doen. Tot gisteren...
De chauffeur aan het stuur van mijn bus 32 had absoluut geen kaas gegeten van autorijden, laat staan busrijden. Alsof hij nog ergens op een lege supermarktparking voor het eerst leerde schakelen, gas geven en remmen -ge kent dat typische 'geschok' wel- reed hij de héle afstand, meer dan 30 minuten lang, in korte zeer venijnige snokken, de passagiers vooruit, achteruit en van links naar rechts als lappenpoppen door elkaar schuddend. Het was ver-schrik-ke-lijk. Echt, horror. Ik zag oudere personen los van hun zitje knallen, mensen konden zich amper staande houden, bagage kletterde door de ruimte... Als ingrediënten voor een cocktail in een reuzenshaker!
Halverwege die duivelse rit werd de pijn in mijn nek zo allesoverheersend dat paniek me overmande maar van afstappen en de volgende bus nemen was geen sprake: dan kwam ik te laat op m'n werk.
(Wel een beetje bedenkelijk trouwens: dat ik het welzijn van m'n eigen lijf en leden blijkbaar zonder nadenken ondergeschikt maak aan plichtbewust zijn, discipline en mogelijke noden van anderen... Maar da's voor een andere keer.)
Netjes op tijd, weliswaar met pijn in hoofd, schouders en linkerarm maar wel weer helemaal kalm, begon ik moedig en zonder veel tralala aan m'n shift, om na een tijdje toch te constateren dat ik, steeds erger, volledig weg draaide elke keer ik m'n hoofd voorover boog om te schrijven of te typen. Resultaat: na nog wat getwijfel en een paar gesprekjes met verschillende verantwoordelijken, in de auto met vriendin Ingrid, als in een déjà vu, nog maar eens op een vrijdagavond naar de spoed. Al was het maar om niet totaal ongerust aan m'n weekend te moeten beginnen.
De erg vriendelijke en bijzonder charmante spoedarts voerde alle gangbare neurologische, kracht- en bewegingstests met me uit. Afgezien van de pijn bij het op m'n nekwervels duwen -en hij blééf duwen uiteraard- stelde hij gelukkig niets stuk of abnormaal vast. Door de vele, zeer hevige en kort op elkaar volgende snokken waren het 'slechts' m'n spieren, die zich, ter bescherming van m'n wervelkolom, zodanig strak aangespannen hadden dat ze al die pijn, uitstralingen, tintelingen en zelfs het 'uitgaan van m'n licht' veroorzaakten.
Wreed stijf in nek en schouders een weekendje pijnstillers en spierontspanners slikken en platte rust. De was en de plas hier in mijn rommelkot zal dus alwéér wat langer moeten blijven liggen... En maandag 'gewoon' opnieuw naar het werk. Met de bus uiteraard.
Of ik op al die pillen misschien ook nog een trappist mocht drinken, ter ontspanning, vroeg ik giechelend aan de apotheker. "Schitterend idee", vond ze, "zolang je maar niet overdrijft, geen 3, hé", knipoogde ze er achteraan.
Dus ik bekijk het maar weer langst de zonnige kant: met speciale dank aan De Lijn en de knappe spoedarts heb ik dit weekend de officiële toestemming, zwart op wit op papier zelfs, om hier in huis de boel de boel te laten en lekker lui languit op de zetel of in bed door te brengen, zo gewenst zélfs met een lekker biertje er bij, en gelukkig ook met de geruststelling dat er niks 'stuk' is.
Er zijn ergere dingen in de wereld, hé. hihi ;-)
Labels:
arts,
bus,
De Lijn,
nek,
openbaar vervoer,
pijn,
pillen,
rust,
schokken,
spoed,
trappist,
weekend,
wervels
woensdag 8 juni 2016
Pompon, relaxatie-expert.
De broeierige hitte in de slaapkamer hing als een uitgewrongen dweil loodzwaar over me heen. De klamme lakens plakten irritant ongemakkelijk aan m'n bezwete huid. Moe van de voorbije dag en overal om me heen rust en vrede, maar de slaap, die wou niet komen. In m'n hoofd was het allesbehalve stil. Duizenden gedachten schreeuwden wild door elkaar heen, draaiend en kolkend als in een soort duivelse hutsepot. Opnieuw sloegen de emoties en de eenzaamheid hard toe. Maar die ene traan, tergend traag over m'n wang naar beneden biggelend, volstond wel, vond ik. Actie, en wel nu.
Licht aan, bed uit, toerke rond de tafel, iets ijskastkoud drinken, het benauwde lijf even afspoelen met wat lauw water, een fris washandje over m'n gezicht, eens goed flapperen met alle beddengoed, lakens-dekbed-sprei netjes strak opgeplooid en uit de weg aan het voeteneind, nog even stevig alle hoofdkussen tot zalig dik en fluffy op schudden, en klaar.
Nadat ik me met een diepe zucht terug languit neergeploft had voor poging nummer 2 en trachtte me te ontspannen, sprong, heel behoedzaam en met enige terughoudendheid, knuffelpoes Pompon bij me op het bed.
Even voorzichtig checken of er eventueel wat aandacht te halen viel, nu er toch niet geslapen werd. Ik ken die vragende blik op dat schattige onschuldige snoetje ondertussen maar al te goed...
Zachte pluizige Pompon liet zich niet alleen de strelingen en het gekroel welgevallen, hij genoot duidelijk ook met volle teugen van de ongekend formidabele, immens uitgestrekte vlakte van de matras-in-super-strak-hoeslaken-en-verder-niks. Vo-lle-dig uitgestrekt, maximaal, zowel in de lengte als in de breedte, in die bijna vloeibare toestand zoals alleen een voor 200% volledig ontspannen katachtige waar maakt, sloot meneerke Pompon genoeglijk z'n pientere oogjes en het opgetogen gesnor maakte langzaamaan plaats voor een tevreden zacht gesnurk.
Katten leven echt in het 'nu', en het was alsof hij bij me was komen liggen om me het goede voorbeeld nog eens te geven: laat al die turbulentie in je hoofd en je leven nu maar los, en geniet van de fijne kant van dit eigenste moment.
Volledig relaxed, helemaal klaar voor Klaas Vaak, schoot ik vertederd -toch handig, hé, zo'n smartphone- nog snel, stiekem en heel stilletjes, een hartveroverend lief fotootje van die snoezig slapende kleine held van me.
'O, verdoemme, het licht is nog aan!' flitste er door m'n hoofd. Maar met het zorgeloze 'Foert, kan me niet schelen, ik beweeg zelfs geen millimeter meer...', viel ik, met zijn fluweelzachte pootje warm in mijn hand en een gelukzalige glimlach op m'n gezicht, eindelijk ook in een diepe deugddoende slaap. :-)
Licht aan, bed uit, toerke rond de tafel, iets ijskastkoud drinken, het benauwde lijf even afspoelen met wat lauw water, een fris washandje over m'n gezicht, eens goed flapperen met alle beddengoed, lakens-dekbed-sprei netjes strak opgeplooid en uit de weg aan het voeteneind, nog even stevig alle hoofdkussen tot zalig dik en fluffy op schudden, en klaar.
Nadat ik me met een diepe zucht terug languit neergeploft had voor poging nummer 2 en trachtte me te ontspannen, sprong, heel behoedzaam en met enige terughoudendheid, knuffelpoes Pompon bij me op het bed.
Even voorzichtig checken of er eventueel wat aandacht te halen viel, nu er toch niet geslapen werd. Ik ken die vragende blik op dat schattige onschuldige snoetje ondertussen maar al te goed...
Zachte pluizige Pompon liet zich niet alleen de strelingen en het gekroel welgevallen, hij genoot duidelijk ook met volle teugen van de ongekend formidabele, immens uitgestrekte vlakte van de matras-in-super-strak-hoeslaken-en-verder-niks. Vo-lle-dig uitgestrekt, maximaal, zowel in de lengte als in de breedte, in die bijna vloeibare toestand zoals alleen een voor 200% volledig ontspannen katachtige waar maakt, sloot meneerke Pompon genoeglijk z'n pientere oogjes en het opgetogen gesnor maakte langzaamaan plaats voor een tevreden zacht gesnurk.
Katten leven echt in het 'nu', en het was alsof hij bij me was komen liggen om me het goede voorbeeld nog eens te geven: laat al die turbulentie in je hoofd en je leven nu maar los, en geniet van de fijne kant van dit eigenste moment.
Volledig relaxed, helemaal klaar voor Klaas Vaak, schoot ik vertederd -toch handig, hé, zo'n smartphone- nog snel, stiekem en heel stilletjes, een hartveroverend lief fotootje van die snoezig slapende kleine held van me.
'O, verdoemme, het licht is nog aan!' flitste er door m'n hoofd. Maar met het zorgeloze 'Foert, kan me niet schelen, ik beweeg zelfs geen millimeter meer...', viel ik, met zijn fluweelzachte pootje warm in mijn hand en een gelukzalige glimlach op m'n gezicht, eindelijk ook in een diepe deugddoende slaap. :-)
maandag 6 juni 2016
Weekendje terug in de tijd.
Met half toegeknepen ogen tuur ik naar het vandaag veel te felle computerscherm. M'n kijkers zijn nog moe van die op de maat van de muziek flitsende en veelkleurig flikkerende discotheekverlichting bij de fuif afgelopen zaterdagavond. Ook m'n pijnlijke oren moeten er duidelijk nog van bekomen, want dat enorme decibelgehalte, het hoort er natuurlijk bij.
Normaal gezien is zoiets niks voor mij, zelfs vroeger, lang geleden toen ik nog jong was, niet, maar voor een lieve jarige vriendin wil je al eens een uitzondering maken, hé.
"Allé, gij weet alweer waarover te schrijven", zei één van de echtgenoten uit het gezelschap achteraf, en dat klopt, veel meer dan hij zich had kunnen bedenken. Afgelopen weekend maakte ik immers een tijdreis, 30 jaar terug, naar die periode van m'n leven waarin de toekomst nog volledig open lag en absoluut àlles nog mogelijk leek in die beloftevolle wereld. De tijd dat ik nog bloedmooi was en het ideale slanke lijf had -zonder dat ook maar één seconde te beseffen- en waarin 'ooit' 30 worden nog ongelofelijk ver weg was en 'o zo oud' voelde.
'Plots' ben ik 50 en 'k zou begot niet weten waar al die tijd gebleven is.
Mijn tijdreis begon tijdens de bijzonder mooie afscheidsplechtigheid van Emiel, geliefde echtgenoot van vriendin Lena. Het innig warme en intens persoonlijke karakter van deze uitvaart, de indrukwekkende opkomst van vrienden, collega's en familie, en vooral de videocollage met zoveel zorgvuldig gekozen foto's uit het leven van,... het bracht me in één ogenblik weer terug naar de heel unieke, zo eigen en daardoor buitengewoon ontroerende afscheidsviering van mijn vader. Ontelbare gelijkaardige kiekjes van hem zoefden door m'n hoofd: mijn vader met z'n jaren 70 kapsel en die eeuwige pijp tussen z'n tanden achter het bureau van z'n bankkantoor, in z'n zwembroek reusachtige zandkastelen bouwend aan zee... Zoveel herinneringen vastgelegd op fotopapier. En omdat men dit maal eens een keertje geen beroep op mij deed als zangeres had m'n brein alle tijd van de wereld om me even stevig in overweldigende emoties mee te sleuren. Ik mis mijn vader echt nog alle dagen, maar nu zo mogelijk nog eens dubbel zo veel. En inderdaad, 30 jaar geleden waren we misschien niet de beste maatjes -heel m'n jeugd was trouwens een strijd- maar met het vervliegen van de jaren komen alle positieve momenten, hoe klein ook, steeds meer boven drijven en sommigen groeiden zelfs uit tot iets legendarisch.
En zo miste ik, door z'n song, zelf begeleid op gitaar en het gesprek achteraf met Guy -nee, dus niet m'n vader, maar een vriend uit het Jongerenkoor in diezelfde lang vervlogen tijd, met dezelfde voornaam- plots ook -en ja, ik weet dat het absoluut nergens op slaat- heel erg mijn allereerste lief. Herman, drummer van de band, met z'n krullenbol, z'n grote brilglazen, gespierde adonislijf, eigenzinnige humor en voorkeur voor Kriek.
's Avonds op de onvervalste discofuif met -hoe super, zalig en plezant!- letterlijk àlle muziek uit 'ónze jongen tijd' en de geweldige feestsfeer 'zoals vroeger' verdween ik pas echt helemaal in m'n jeugdherinneringen aan hem. Niet dat die allereerste romance zo perfect was, hoor. Ik was toen -zo mogelijk nog meer dan tegenwoordig- wereldvreemd, eigenaardig en verward in een voor mij behoorlijk onbegrijpelijke samenleving, en, geloof me, de omstandigheden waren ook verre van ideaal. Maar je allereerste lief koester je zowiezo toch voor altijd, in dat ene bijzondere plekje in je hart, waar je alle unieke herinneringen met zorg bewaart. Niet dan!?...
Bij het overlopen van het op één hand te tellen aantal mannen in mijn leven nà Herman constateerde ik dat het sinds hem eigenlijk alleen maar bergaf ging met mij, op relationeel vlak. Uitermate melancholisch hing ik, als enige feestganger zonder partner, de hele verdere avond met m'n bier in de hand aan de bar en aanschouwde met een dubbel gevoel de vrolijke bende dansende, liefkozende en zot-doende toffe koppels om me heen. Ja, ik weet ook wel dat het nergens 7 dagen op 7, 24 uur op 24 rozengeur en maneschijn is, maar toch... Af en toe is m'n verlangen naar zo 'iemand speciaal voor mij' tóch eens een keertje groter dan m'n twijfels en angsten...
Och, ik klasseer het allemaal maar onder 'vermoedelijk een beetje midlife crisis'. Gewoon loslaten en dan gaat dat vanzelf wel weer over.
En die speciale persoon, die 'prins op het witte paard'? Wel, ze zeggen altijd dat er op elk potje minstens één dekseltje past, dus sluit ik niet uit dat die iemand misschien nog steeds naar me onderweg is, uiteraard, gemoderniseerd, met de auto en niet meer te paard. Maar als m'n vriendinnen mét gps hun weg al niet vinden in de vele straatjes en pleintjes van den Bosuil en hopeloos rondjes rijden, dan kan dat toch nog wel even duren, vrees ik. Want ik verwacht wel een échte màn, hoor, en zo'n échte man zal uiterààrd -no way, jamais ni, nooit of te nimmer, da ziede van hier, geen denken aan- even de weg vragen, hé... ;-)
Normaal gezien is zoiets niks voor mij, zelfs vroeger, lang geleden toen ik nog jong was, niet, maar voor een lieve jarige vriendin wil je al eens een uitzondering maken, hé.
"Allé, gij weet alweer waarover te schrijven", zei één van de echtgenoten uit het gezelschap achteraf, en dat klopt, veel meer dan hij zich had kunnen bedenken. Afgelopen weekend maakte ik immers een tijdreis, 30 jaar terug, naar die periode van m'n leven waarin de toekomst nog volledig open lag en absoluut àlles nog mogelijk leek in die beloftevolle wereld. De tijd dat ik nog bloedmooi was en het ideale slanke lijf had -zonder dat ook maar één seconde te beseffen- en waarin 'ooit' 30 worden nog ongelofelijk ver weg was en 'o zo oud' voelde.
'Plots' ben ik 50 en 'k zou begot niet weten waar al die tijd gebleven is.
Mijn tijdreis begon tijdens de bijzonder mooie afscheidsplechtigheid van Emiel, geliefde echtgenoot van vriendin Lena. Het innig warme en intens persoonlijke karakter van deze uitvaart, de indrukwekkende opkomst van vrienden, collega's en familie, en vooral de videocollage met zoveel zorgvuldig gekozen foto's uit het leven van,... het bracht me in één ogenblik weer terug naar de heel unieke, zo eigen en daardoor buitengewoon ontroerende afscheidsviering van mijn vader. Ontelbare gelijkaardige kiekjes van hem zoefden door m'n hoofd: mijn vader met z'n jaren 70 kapsel en die eeuwige pijp tussen z'n tanden achter het bureau van z'n bankkantoor, in z'n zwembroek reusachtige zandkastelen bouwend aan zee... Zoveel herinneringen vastgelegd op fotopapier. En omdat men dit maal eens een keertje geen beroep op mij deed als zangeres had m'n brein alle tijd van de wereld om me even stevig in overweldigende emoties mee te sleuren. Ik mis mijn vader echt nog alle dagen, maar nu zo mogelijk nog eens dubbel zo veel. En inderdaad, 30 jaar geleden waren we misschien niet de beste maatjes -heel m'n jeugd was trouwens een strijd- maar met het vervliegen van de jaren komen alle positieve momenten, hoe klein ook, steeds meer boven drijven en sommigen groeiden zelfs uit tot iets legendarisch.
En zo miste ik, door z'n song, zelf begeleid op gitaar en het gesprek achteraf met Guy -nee, dus niet m'n vader, maar een vriend uit het Jongerenkoor in diezelfde lang vervlogen tijd, met dezelfde voornaam- plots ook -en ja, ik weet dat het absoluut nergens op slaat- heel erg mijn allereerste lief. Herman, drummer van de band, met z'n krullenbol, z'n grote brilglazen, gespierde adonislijf, eigenzinnige humor en voorkeur voor Kriek.
's Avonds op de onvervalste discofuif met -hoe super, zalig en plezant!- letterlijk àlle muziek uit 'ónze jongen tijd' en de geweldige feestsfeer 'zoals vroeger' verdween ik pas echt helemaal in m'n jeugdherinneringen aan hem. Niet dat die allereerste romance zo perfect was, hoor. Ik was toen -zo mogelijk nog meer dan tegenwoordig- wereldvreemd, eigenaardig en verward in een voor mij behoorlijk onbegrijpelijke samenleving, en, geloof me, de omstandigheden waren ook verre van ideaal. Maar je allereerste lief koester je zowiezo toch voor altijd, in dat ene bijzondere plekje in je hart, waar je alle unieke herinneringen met zorg bewaart. Niet dan!?...
Bij het overlopen van het op één hand te tellen aantal mannen in mijn leven nà Herman constateerde ik dat het sinds hem eigenlijk alleen maar bergaf ging met mij, op relationeel vlak. Uitermate melancholisch hing ik, als enige feestganger zonder partner, de hele verdere avond met m'n bier in de hand aan de bar en aanschouwde met een dubbel gevoel de vrolijke bende dansende, liefkozende en zot-doende toffe koppels om me heen. Ja, ik weet ook wel dat het nergens 7 dagen op 7, 24 uur op 24 rozengeur en maneschijn is, maar toch... Af en toe is m'n verlangen naar zo 'iemand speciaal voor mij' tóch eens een keertje groter dan m'n twijfels en angsten...
Och, ik klasseer het allemaal maar onder 'vermoedelijk een beetje midlife crisis'. Gewoon loslaten en dan gaat dat vanzelf wel weer over.
En die speciale persoon, die 'prins op het witte paard'? Wel, ze zeggen altijd dat er op elk potje minstens één dekseltje past, dus sluit ik niet uit dat die iemand misschien nog steeds naar me onderweg is, uiteraard, gemoderniseerd, met de auto en niet meer te paard. Maar als m'n vriendinnen mét gps hun weg al niet vinden in de vele straatjes en pleintjes van den Bosuil en hopeloos rondjes rijden, dan kan dat toch nog wel even duren, vrees ik. Want ik verwacht wel een échte màn, hoor, en zo'n échte man zal uiterààrd -no way, jamais ni, nooit of te nimmer, da ziede van hier, geen denken aan- even de weg vragen, hé... ;-)
Eerste grote liefde, lang, heel erg lang geleden, op het strand van Cadzand...
Labels:
Bosuil,
disco,
echte man,
emoties,
fuif,
Guy,
herinneringen,
Herman,
jeugd,
koppels,
prins,
terug in de tijd,
tijdreis,
uitvaart,
vader,
vriendinnen,
vroeger
maandag 30 mei 2016
Wreed vochtige voeten.
In huishoudhulpboekjes, zoals die van Tante Kaat bijvoorbeeld, zijn er heel uiteenlopende methodes terug te vinden om je knellende nieuwe schoenen wat uit te rekken. Ik heb altijd van ons moe gehoord dat je er een tijdje met natte sokken in moet lopen. Niet dat ik dat ooit geprobeerd heb, want volgens mij werkt dat alleen met echte leren schoenen.
Hou dit idee even in gedachten, je leest vanzelf waarom...
De hele voormiddag viel de regen onophoudelijk met bakken uit de grijze lucht. Tegen de middag zou het beginnen uitklaren. Tenminste, dat had het weerbericht me gisterenavond toch beloofd...
En omdat ik vanochtend met de auto mee naar het werk mocht, en het niks koud was: geen jas aan, wel m'n nieuwe zachte sandaaltjes, en voor alle zekerheid toch maar een paraplu én ook een zonnebril mee.
Met het vorderen van de voormiddag besefte ik dat het aantrekken van die sandaaltjes dan misschien toch een inschattingsfoutje was: de neerslag werd steeds heviger en de buienradar toonde een verschrikkelijk onweer dat mijn kant uit kwam schuiven. Mijn reis huiswaarts zou er hoogst waarschijnlijk middenin zitten... Met zeuren en klagen verander je de weersomstandigheden niet, dus klaar om doornat te worden, stapt ik opgewekt naar buiten. Regen is tenslotte maar water, hé, en dat droogt uiteindelijk wel weer.
Tijdens het stukje te voet van m'n receptie tot aan de bus en bij het wachten aan de halte was er slechts -hoe zal ik het noemen- 'gewone' regen. De paraplu houdt je voor het grootste stuk droog. Alleen je voeten worden er mogelijk een ietsiepietsie vochtig van.
Tijdens de busrit echter barstte er ergens in de hemel een dam of twee, denk ik... Een echte wolkbreuk vergezeld van hevige bliksemflitsen en stevig gedonder zette in een paar minuten alles blank en de bus veroorzaakte in het voorbijrijden kleine tsunamis die letterlijk alles in hun pad -voetgangers, fietsers, vuilniszakken, echt àlles dus- van de stoep veegden.
"Wow", dacht ik zowel wat bezorgd als met een paar verwachtingsvolle binnenpretjes, "dat gaat nog 'plezant' worden als ik seffens moet uitstappen, zo een zondvloed... en die sandaaltjes!"
En ja, hoor, ook op de Rooseveltplaats kon je naar hartenlust zwemmen!...
In een paar stappen was alles van m'n gelakte teennagels tot vlak onder m'n derrière tot op het bot doorweekt. Alsof ik eventjes te voet een kleine rivier over stak. Tegen de tijd dat ik een paar honderd meter verder de supermarkt bereikte plakte m'n kleddernatte broek wurgend rond m'n benen en zaten de verzopen lange panden van m'n vest innig verstrengeld met de druipende punten van m'n zeiknatte jurkje. Maar boodschappen doen in zo'n totaal verlaten winkel, da's fantastisch! En de kassamevrouw had alle tijd van de wereld voor een leuk babbeltje. Over het weer, uiteraard. Wat had je gedacht!?... hihi
Een beetje sukkelend -ook ik heb maar 2 handen- met 1. m'n tas met inkopen, 2. m'n boekentas en 3. een wat onwillige paraplu plonste ik heel voorzichtig van de ene diepe plas naar de andere -geen ontwijken aan- richting metro. M'n vochtige voeten schoven met al dat water namelijk nogal vervaarlijk heen en weer in die doornatte sandaaltjes.
En terwijl ik m'n tenen alweer volledig kopje onder voelde gaan dacht ik plots aan dat schoenen-rek-verhaal. Mijn spontane schaterlach moet vreemd geklonken hebben tussen de donder en bliksem van die woeste dretsvlaag: dat ik nu juist vandààg deze nieuwe sandaaltjes aan had... Die sandaaltjes, waar ik zo ontzettend gelukkig mee was omdat ze meteen, van de eerste seconde, -en geloof me, dat overkomt me zo goed noooooit- on-ge-loooo-fe-lijk comfortabel zaten en ab-so-luuuuuuut nérgens knelden of knepen!
Krijg je éindelijk de kans, zij het ongewild, om dat gekke schoen-theorietje eens uit te proberen, heb je uitgerekend net dàn het énige paar schoenen aan waarbij dat een volstrekt overbodige kwestie is... Tsssss, 't is ook àltijd wat, hé. hihihi ;-)
Hou dit idee even in gedachten, je leest vanzelf waarom...
De hele voormiddag viel de regen onophoudelijk met bakken uit de grijze lucht. Tegen de middag zou het beginnen uitklaren. Tenminste, dat had het weerbericht me gisterenavond toch beloofd...
En omdat ik vanochtend met de auto mee naar het werk mocht, en het niks koud was: geen jas aan, wel m'n nieuwe zachte sandaaltjes, en voor alle zekerheid toch maar een paraplu én ook een zonnebril mee.
Met het vorderen van de voormiddag besefte ik dat het aantrekken van die sandaaltjes dan misschien toch een inschattingsfoutje was: de neerslag werd steeds heviger en de buienradar toonde een verschrikkelijk onweer dat mijn kant uit kwam schuiven. Mijn reis huiswaarts zou er hoogst waarschijnlijk middenin zitten... Met zeuren en klagen verander je de weersomstandigheden niet, dus klaar om doornat te worden, stapt ik opgewekt naar buiten. Regen is tenslotte maar water, hé, en dat droogt uiteindelijk wel weer.
Tijdens het stukje te voet van m'n receptie tot aan de bus en bij het wachten aan de halte was er slechts -hoe zal ik het noemen- 'gewone' regen. De paraplu houdt je voor het grootste stuk droog. Alleen je voeten worden er mogelijk een ietsiepietsie vochtig van.
Tijdens de busrit echter barstte er ergens in de hemel een dam of twee, denk ik... Een echte wolkbreuk vergezeld van hevige bliksemflitsen en stevig gedonder zette in een paar minuten alles blank en de bus veroorzaakte in het voorbijrijden kleine tsunamis die letterlijk alles in hun pad -voetgangers, fietsers, vuilniszakken, echt àlles dus- van de stoep veegden.
"Wow", dacht ik zowel wat bezorgd als met een paar verwachtingsvolle binnenpretjes, "dat gaat nog 'plezant' worden als ik seffens moet uitstappen, zo een zondvloed... en die sandaaltjes!"
En ja, hoor, ook op de Rooseveltplaats kon je naar hartenlust zwemmen!...
In een paar stappen was alles van m'n gelakte teennagels tot vlak onder m'n derrière tot op het bot doorweekt. Alsof ik eventjes te voet een kleine rivier over stak. Tegen de tijd dat ik een paar honderd meter verder de supermarkt bereikte plakte m'n kleddernatte broek wurgend rond m'n benen en zaten de verzopen lange panden van m'n vest innig verstrengeld met de druipende punten van m'n zeiknatte jurkje. Maar boodschappen doen in zo'n totaal verlaten winkel, da's fantastisch! En de kassamevrouw had alle tijd van de wereld voor een leuk babbeltje. Over het weer, uiteraard. Wat had je gedacht!?... hihi
Een beetje sukkelend -ook ik heb maar 2 handen- met 1. m'n tas met inkopen, 2. m'n boekentas en 3. een wat onwillige paraplu plonste ik heel voorzichtig van de ene diepe plas naar de andere -geen ontwijken aan- richting metro. M'n vochtige voeten schoven met al dat water namelijk nogal vervaarlijk heen en weer in die doornatte sandaaltjes.
En terwijl ik m'n tenen alweer volledig kopje onder voelde gaan dacht ik plots aan dat schoenen-rek-verhaal. Mijn spontane schaterlach moet vreemd geklonken hebben tussen de donder en bliksem van die woeste dretsvlaag: dat ik nu juist vandààg deze nieuwe sandaaltjes aan had... Die sandaaltjes, waar ik zo ontzettend gelukkig mee was omdat ze meteen, van de eerste seconde, -en geloof me, dat overkomt me zo goed noooooit- on-ge-loooo-fe-lijk comfortabel zaten en ab-so-luuuuuuut nérgens knelden of knepen!
Krijg je éindelijk de kans, zij het ongewild, om dat gekke schoen-theorietje eens uit te proberen, heb je uitgerekend net dàn het énige paar schoenen aan waarbij dat een volstrekt overbodige kwestie is... Tsssss, 't is ook àltijd wat, hé. hihihi ;-)

dinsdag 24 mei 2016
Een geanimeerde maandagochtend.
De felle lichtstraal die plots door de nog donkere slaapkamer flitste, uiteraard pal in m'n gezicht, deed me met enige tegenzin slaapdronken een lodderig oogje opentrekken. Soms lig ik zodanig knus en veilig onder het donzige roze dekbed en tussen de vele diepe zachte kussens dat ik, ondanks het toch duidelijk langzaam ontwaken van m'n lichaam, nog graag een ietsiepietsie langer aan die zalige sluimer tracht vast te houden, nog even een eindje verder doezelen... Je kent dat misschien ook wel.
Vanop z'n roze-bloemetjes-slaapkamer-krabpaal loerde Poekie ongelofelijk behoedzaam en met ingehouden adem door de spleet tussen de 2 overgordijnen en veroorzaakte zo die onverwachte lichtinval op mijn nog slaperige snuit. Ik hoorde meteen wat er daar buiten zo interessant was: een stel onstuimige meesjes kwetterden er levenslustig op los aan de andere kant van het raam.
Om vooral niets of niemand te doen opschrikken schoof ik, heel voorzichtig, centimeter per centimeter, zo discreet en bewegingsloos mogelijk, zowel de overgordijnen als de glasgordijnen volledig opzij om mee van het vrolijke schouwspel en uitbundige gedartel te kunnen genieten.
Wat een verrassing om te zien dat het niet de ouders-koolmeesjes waren, op zoek naar lekkers tussen mijn potten en planten, maar -wat gaat de tijd toch razend snel- hun nageslacht van deze lente, de kleintjes zélf.
Overduidelijk nog niet volledig met het verenpak van een volwassen vogel zochten ze toch al, helemaal op eigen kracht, als ne grote, eigenhandig -eigenpotig? eigenvleugelig?- hun kostje bij elkaar.
De stromende regen deerde hen niet, net zoals ze zich totààl niet stoorden aan de glurende poezen-ogen of mijn menselijke aanwezigheid. Met onbezonnen lef en roekeloze durf, enkel jeugdige onschuld eigen, zwierden ze in hun doornatte pluimenpakjes en met een soort punk-gel-kuifje op hun kopje uitgelaten van takje naar twijgje tussen de rozenstruiken en hibiscusboompjes, op zoek naar bladluizen en rupsen.
Ééntje hing zelfs een tijdje ondersteboven aan de kader van het slaapkamervenster heen en weer te krabbelen, met z'n staartveren breed uitgewaaierd tegen het glas, op zoek naar spinnetjes tussen de kieren van de muur en het raamkozijn, en liet zo, ongewild decoratief, een vochtig waaierpatroontje op de vensterrand achter.
Ik wist trouwens niet dat vliegen überhaupt mogelijk was als je hele pluimage zo doorweekt is... Misschien vandaar dat gekke, wat stuntelige rondbuitelen, hé.
Alleszins, 't was allemaal, zeker die laatste stunt, bijzonder hemeltergend voor die arme Poekie. Frustratie, verontwaardiging en verwarring, 't stond duidelijk op z'n beteuterde snoetje te lezen.
Omdat de olijke bende donzige verenbolletjes zich absoluut niets aantrokken van de -zogezegde- levensgevaarlijke dreiging van die huiskamertijger aan de andere kant van 't glas was de spanning en de lol er voor Poekie al gauw écht wel af, naar mijn idee verrassend snel eigenlijk. Tja, je zal het je, als fiere en heldhaftige kater, maar moeten laten welgevallen om vierkant in je gezicht uitgelachen te worden door zo een bende gevleugelde miniboefjes...
Hij kroop gezellig naast me in het nog warme bed om zich, tevreden knorrend in m'n oksel, als troost een serieus pak knuffels te laten welgevallen.
Deze wereld is vaak een duistere plek vol onmetelijke ellende en oeverloos verdriet, je eigen leven en dagen zijn soms misschien leeg, zwaarmoedig of ronduit miserabel, en zo nu en dan zal ook de kille regen weer opnieuw ongenadig neerstromen... En toch, bijna tegen beter weten in, toch zijn we ook àltijd omringt door zoveel schoonheid en (levens-)vreugde, massa's kleine wondere dingetjes om oprecht blij en dankbaar om te zijn. Neem de tijd en geniet er van, want -en ja, ik weet hoe afgezaagd en cliché dit klinkt, en ja, ik weet dat ik het soms zelf ook even kwijt ben, maar ik geloof en promoot het tóch- dààrin zit waarachtig geluk en echte rijkdom!
Zélfs op zo'n bijzonder mistroostige druilerige maandagochtend... ;-)
Vanop z'n roze-bloemetjes-slaapkamer-krabpaal loerde Poekie ongelofelijk behoedzaam en met ingehouden adem door de spleet tussen de 2 overgordijnen en veroorzaakte zo die onverwachte lichtinval op mijn nog slaperige snuit. Ik hoorde meteen wat er daar buiten zo interessant was: een stel onstuimige meesjes kwetterden er levenslustig op los aan de andere kant van het raam.
Om vooral niets of niemand te doen opschrikken schoof ik, heel voorzichtig, centimeter per centimeter, zo discreet en bewegingsloos mogelijk, zowel de overgordijnen als de glasgordijnen volledig opzij om mee van het vrolijke schouwspel en uitbundige gedartel te kunnen genieten.
Wat een verrassing om te zien dat het niet de ouders-koolmeesjes waren, op zoek naar lekkers tussen mijn potten en planten, maar -wat gaat de tijd toch razend snel- hun nageslacht van deze lente, de kleintjes zélf.
Overduidelijk nog niet volledig met het verenpak van een volwassen vogel zochten ze toch al, helemaal op eigen kracht, als ne grote, eigenhandig -eigenpotig? eigenvleugelig?- hun kostje bij elkaar.
De stromende regen deerde hen niet, net zoals ze zich totààl niet stoorden aan de glurende poezen-ogen of mijn menselijke aanwezigheid. Met onbezonnen lef en roekeloze durf, enkel jeugdige onschuld eigen, zwierden ze in hun doornatte pluimenpakjes en met een soort punk-gel-kuifje op hun kopje uitgelaten van takje naar twijgje tussen de rozenstruiken en hibiscusboompjes, op zoek naar bladluizen en rupsen.
Ééntje hing zelfs een tijdje ondersteboven aan de kader van het slaapkamervenster heen en weer te krabbelen, met z'n staartveren breed uitgewaaierd tegen het glas, op zoek naar spinnetjes tussen de kieren van de muur en het raamkozijn, en liet zo, ongewild decoratief, een vochtig waaierpatroontje op de vensterrand achter.
Ik wist trouwens niet dat vliegen überhaupt mogelijk was als je hele pluimage zo doorweekt is... Misschien vandaar dat gekke, wat stuntelige rondbuitelen, hé.
Alleszins, 't was allemaal, zeker die laatste stunt, bijzonder hemeltergend voor die arme Poekie. Frustratie, verontwaardiging en verwarring, 't stond duidelijk op z'n beteuterde snoetje te lezen.
Omdat de olijke bende donzige verenbolletjes zich absoluut niets aantrokken van de -zogezegde- levensgevaarlijke dreiging van die huiskamertijger aan de andere kant van 't glas was de spanning en de lol er voor Poekie al gauw écht wel af, naar mijn idee verrassend snel eigenlijk. Tja, je zal het je, als fiere en heldhaftige kater, maar moeten laten welgevallen om vierkant in je gezicht uitgelachen te worden door zo een bende gevleugelde miniboefjes...
Hij kroop gezellig naast me in het nog warme bed om zich, tevreden knorrend in m'n oksel, als troost een serieus pak knuffels te laten welgevallen.
Deze wereld is vaak een duistere plek vol onmetelijke ellende en oeverloos verdriet, je eigen leven en dagen zijn soms misschien leeg, zwaarmoedig of ronduit miserabel, en zo nu en dan zal ook de kille regen weer opnieuw ongenadig neerstromen... En toch, bijna tegen beter weten in, toch zijn we ook àltijd omringt door zoveel schoonheid en (levens-)vreugde, massa's kleine wondere dingetjes om oprecht blij en dankbaar om te zijn. Neem de tijd en geniet er van, want -en ja, ik weet hoe afgezaagd en cliché dit klinkt, en ja, ik weet dat ik het soms zelf ook even kwijt ben, maar ik geloof en promoot het tóch- dààrin zit waarachtig geluk en echte rijkdom!
Zélfs op zo'n bijzonder mistroostige druilerige maandagochtend... ;-)
maandag 23 mei 2016
Vrolijk varen-verhaaltje.
"En? Nog spannende dingen meegemaakt op het openbare vervoer? Geen nieuwe belevenissen te vertellen?" Vanmiddag moest ik de dames aan de balie nog teleurstellen. Behalve m'n doodgewone ergernissen (kauwgomkauwers, picknickers en beatboxers) en m'n doordeweekse angsten (snelheidsduivelbuschauffeurs, levensgevaarmanoeuvers en geen-veiligheidsgordels-paniek) viel er niets te melden. Maar da's ondertussen alweer veranderd: m'n bus- en tramrit huiswaarts is opnieuw een blogje waard.
Op het metroperron stak al dat frisse groen schel af tegen de grauwe smerigheid van de aftandse ondergrondse, maar ondanks z'n opvallende verschijning moest ik hem toch stevig in bescherming nemen tegen de wilde stromen, door haast verblinde pendelaars.
Op de overvolle tram stapelde ik alles wat ik bij me droeg op m'n schoot: onderaan de druipend natte paraplu, daarop de dikke boekentas en helemaal bovenaan, de zak met de kluit aarde ongeveer ter hoogte van m'n nek, de ondertussen wat zielig ogende groene sprieten, nog steeds moedig wuivend en zwierend, tot ze in m'n haar vast kwamen te zitten...
En opnieuw ingehouden gegiechel en onnozele commentaar, natuurlijk, wat had je gedacht, uitsluitend àchter me, netjes uit m'n gezichtsveld.
'Nen triestige plant met nen triestige plant!', 'Amai, zo ne verlepte sallaad!', 'Woar goat die mé da bos nor toe?!', 'Palmbomen horen in de Sahara!' en meer van dat soort 'hahaha-o-wat-zijn-wij-grappig' gedoe.
Tja, als iemand een beetje uit de toon valt is plots iédereen een komiek, hé. 'Och, ze kunnen er maar lol mee gehad hebben', denk ik dan. Dat mag.
Toen ik er, aangekomen bij mijn halte, breed glimlachend zélf een piepklein grapje over maakte -'Opgepast dames en heren, het oerwoud moet afstappen!'- deden al die o zo mondige commentatoren plots alsof ze het in Keulen hoorde donderen en nog totààl niets gezien, laat staan gezegd hadden. Raar is dat, vind je niet? Het zijn ook nogal helden, hé...
'k Weet wel zeker dat zij het niet zo snel zouden aandurven om bus of tram op te stappen met zo'n uitpuilende plastieken boodschappentas boordevol zwierende en zwaaiende groenexplosie!... Ik lekker wél. ;-)
* lees ook het blogje "Ecologische terras-oorlog, deel 2: een netelige kwestie"
Uiteraard was dat enigszins te voorspellen als je, zoals ik vanavond, op stap gaat met een flinke boodschappentas met daarin een forse varen...
De wilde varen, uit de bosrijke tuin van Herta -waar eerder al die lading brandnetels vandaan kwam (*)- al een tijdje door mij gezocht om het donkerste en immer wat vochtige hoekje van m'n, voor de rest vrolijk volgepropte, terras ook van overdadig groen te voorzien, en die, wees gerust, ondertussen in een emmer met een mooie bodem water staat te bekomen van z'n, voor een plant dan toch, bijzonder avontuurlijke reis.
De wilde varen, uit de bosrijke tuin van Herta -waar eerder al die lading brandnetels vandaan kwam (*)- al een tijdje door mij gezocht om het donkerste en immer wat vochtige hoekje van m'n, voor de rest vrolijk volgepropte, terras ook van overdadig groen te voorzien, en die, wees gerust, ondertussen in een emmer met een mooie bodem water staat te bekomen van z'n, voor een plant dan toch, bijzonder avontuurlijke reis.
Aan de halte flapperden z'n frisgroen jonge bladeren zodanig hard in de strakke bries dat een paar van hen knakten. Dat maakte de mooie plant meteen extra breed en, uiteraard, daardoor dus ook een heel stuk onhandiger... Maar, het lukt me toch om mezelf en m'n groenvoorziening zonder verdere schade in de bus te hijsen en veilig en wel neer te gaan zitten.
Tijdens de rit richting Antwerpen deinde het groen op het stoeltje naast me, keurig overeind gehouden door m'n arm, heen en weer, op en neer, lustig mee op het ritme van de hotsende-botsende wielen. Achter me hoorde ik een stel jonge gasten 'die is met hare wiet op uitstap' gniffelen, maar heel erg appetijtelijk vonden ze hem dan precies toch ook weer niet.
Op de paar honderd meter te voet van de bushalte naar de metro bracht de wind de arme plant nog meer schade toe, nog wat gevederde blaadjes braken.Op het metroperron stak al dat frisse groen schel af tegen de grauwe smerigheid van de aftandse ondergrondse, maar ondanks z'n opvallende verschijning moest ik hem toch stevig in bescherming nemen tegen de wilde stromen, door haast verblinde pendelaars.
Op de overvolle tram stapelde ik alles wat ik bij me droeg op m'n schoot: onderaan de druipend natte paraplu, daarop de dikke boekentas en helemaal bovenaan, de zak met de kluit aarde ongeveer ter hoogte van m'n nek, de ondertussen wat zielig ogende groene sprieten, nog steeds moedig wuivend en zwierend, tot ze in m'n haar vast kwamen te zitten...
En opnieuw ingehouden gegiechel en onnozele commentaar, natuurlijk, wat had je gedacht, uitsluitend àchter me, netjes uit m'n gezichtsveld.
'Nen triestige plant met nen triestige plant!', 'Amai, zo ne verlepte sallaad!', 'Woar goat die mé da bos nor toe?!', 'Palmbomen horen in de Sahara!' en meer van dat soort 'hahaha-o-wat-zijn-wij-grappig' gedoe.
Tja, als iemand een beetje uit de toon valt is plots iédereen een komiek, hé. 'Och, ze kunnen er maar lol mee gehad hebben', denk ik dan. Dat mag.
Toen ik er, aangekomen bij mijn halte, breed glimlachend zélf een piepklein grapje over maakte -'Opgepast dames en heren, het oerwoud moet afstappen!'- deden al die o zo mondige commentatoren plots alsof ze het in Keulen hoorde donderen en nog totààl niets gezien, laat staan gezegd hadden. Raar is dat, vind je niet? Het zijn ook nogal helden, hé...
'k Weet wel zeker dat zij het niet zo snel zouden aandurven om bus of tram op te stappen met zo'n uitpuilende plastieken boodschappentas boordevol zwierende en zwaaiende groenexplosie!... Ik lekker wél. ;-)
* lees ook het blogje "Ecologische terras-oorlog, deel 2: een netelige kwestie"
maandag 9 mei 2016
Eigenwijze Efteling-adoptie.
In het jaar 2000 brachten ze hem mee naar huis, en 16 jaar lang had hij zijn eigen plekje in de tuin van ons va en moe. Eerst keek hij jarenlang glimlachend uit over de grote vijver, wiebelend in de wind in één van de reuzegrote kerstbomen. De laatste tijd, daar in de Schoolstraat, was z'n hangout een heel stuk dichter bij de mensen: aan de tuinmuur met de uitgebreide collectie vogelhuisjes, met zicht op het terras, de woonkamer en de keuken, alsof hij na al die tijd in alle soorten weer en het wisselen der seizoenen misschien toch eens wou piepen of 'binnen wonen' niet ook iets voor hem was...
Het huis werd verkocht, en dus ook hij moest verhuizen.
Omdat m'n moeder's nieuwe appartement geen tuin maar slechts een klein terras heeft nam ik een aantal dingen, deels sentimenteel, deels omdat ik ze stiekem àltijd al leuk vond en eigenlijk ook graag wilde hebben, uit 'den hof' mee naar mijn terras. Grote smeetijzeren plantensteunen, een dik pak bamboestengels, de 'keikopkes' -2 stenen met een grappig gezicht, een soort vrolijke tuinbeschermers- die ik zelf ooit aan m'n ouders kado deed, een uit de kluiten gewassen buitenthermometer, wat nieuwe stenen potten, een paar grappige vogelhuisjes en voederbakjes, een trio tuinkabouters, een rozenboompje met kleine roze roosjes en nog wat andere ditjes en datjes.
En zo ontfermde ik me ook over het door de tijd wat van kleur verschoten grappige mannetje met z'n paraplu, die zo lang geleden uit de Efteling meekwam naar die fantasierijke tuin in Wijnegem. Een paar weken geleden ontving ik van m'n moeder z'n paspoort, waardoor deze adorabele her-adoptie nu volledig rond is. Lian heet hij en hij is een telg van het volk van Laaf, waarvan er een super schattig dorpje in de Efteling te bekijken valt. Volgens z'n identiteitsgegevens is hij handelsreiziger in min of meer waterdichte paraplu's, waarmee hij zelf af en toe onvrijwillig de lucht in gaat, wat hem de bijnaam 'Parachute' bezorgde. Past schitterend bij mij, vind ik, 't madammeke met uitgebreide collectie plezante regenschermen...
En bij mij mocht hij lekker warm binnen wonen! Er kwam een sierlijke plantenhaak aan de muur vlak boven de sofa, met brute kracht bijgebogen om mijn nieuwe huisgenoot, hangende aan zijn paraplu, een wat vertrouwd uitzicht te geven over de tuin en het terras, maar meteen ook over de hele woonkamer. Kon hij lekker mee televisie kijken. 't Zag er leuk uit, dus helemaal in orde, iedereen content. Tenminste, dat dacht ik...
De volgende ochtend hing Lain, tot mijn verbazing, volledig andersom, met z'n gezicht naar de tafel en de muur met schilderijen. Heel vreemd! Ik snapte er niets van. Wou hij dan toch liever een ànder uitzicht en had hij zichzelf daarom gedraaid???... Omdat het, gek genoeg, niet lukte hem weer in de 'juiste' richting te keren haalde ik hem voor een nadere inspectie even van z'n haak. Net op tijd, zoals bleek. Een uurtje later of zo zou hij aan gruzelementen gevallen zijn. Blijkbaar vond hij dat 16 jaar met-volle-gewicht-aan-diezelfde-ene-hand-aan-diezelfde-ene-paraplu-hangen méér dan genoeg geweest was. "Niet nóg eens zoveel tijd!" moet hij met kramp in z'n beklagenswaardige arm gezucht hebben en dus liet hij, met een langzame roterende beweging, z'n regenscherm los.
Da's absoluut begrijpelijk en die mooie haak dient wel voor een hangplant of zo.
Hoog tijd voor comfort! Laaf Lain geniet nu bovenop de vitrinekast met al m'n koesterspulletjes, met een streelzacht kussen onder z'n bolle achterwerk en voorlopig nog steeds trouw z'n hoedje en paraplu vasthoudend, van een nieuw, eveneens uitzichtrijk, plekje.
Nu hoop ik maar dat hij niet met zelfmoordneigingen sukkelde en morgen moedwillig en goed geweten van die kast af dondert... Tja, hoe zou je zelf zijn, als je al 16 jaar lang wanhopig verlangt naar eens een tijdje zitten... Maar dàt, dat is dus bij deze éindelijk in orde gebracht, hé! ;-)
Het huis werd verkocht, en dus ook hij moest verhuizen.
Omdat m'n moeder's nieuwe appartement geen tuin maar slechts een klein terras heeft nam ik een aantal dingen, deels sentimenteel, deels omdat ik ze stiekem àltijd al leuk vond en eigenlijk ook graag wilde hebben, uit 'den hof' mee naar mijn terras. Grote smeetijzeren plantensteunen, een dik pak bamboestengels, de 'keikopkes' -2 stenen met een grappig gezicht, een soort vrolijke tuinbeschermers- die ik zelf ooit aan m'n ouders kado deed, een uit de kluiten gewassen buitenthermometer, wat nieuwe stenen potten, een paar grappige vogelhuisjes en voederbakjes, een trio tuinkabouters, een rozenboompje met kleine roze roosjes en nog wat andere ditjes en datjes.
En zo ontfermde ik me ook over het door de tijd wat van kleur verschoten grappige mannetje met z'n paraplu, die zo lang geleden uit de Efteling meekwam naar die fantasierijke tuin in Wijnegem. Een paar weken geleden ontving ik van m'n moeder z'n paspoort, waardoor deze adorabele her-adoptie nu volledig rond is. Lian heet hij en hij is een telg van het volk van Laaf, waarvan er een super schattig dorpje in de Efteling te bekijken valt. Volgens z'n identiteitsgegevens is hij handelsreiziger in min of meer waterdichte paraplu's, waarmee hij zelf af en toe onvrijwillig de lucht in gaat, wat hem de bijnaam 'Parachute' bezorgde. Past schitterend bij mij, vind ik, 't madammeke met uitgebreide collectie plezante regenschermen...
En bij mij mocht hij lekker warm binnen wonen! Er kwam een sierlijke plantenhaak aan de muur vlak boven de sofa, met brute kracht bijgebogen om mijn nieuwe huisgenoot, hangende aan zijn paraplu, een wat vertrouwd uitzicht te geven over de tuin en het terras, maar meteen ook over de hele woonkamer. Kon hij lekker mee televisie kijken. 't Zag er leuk uit, dus helemaal in orde, iedereen content. Tenminste, dat dacht ik...
De volgende ochtend hing Lain, tot mijn verbazing, volledig andersom, met z'n gezicht naar de tafel en de muur met schilderijen. Heel vreemd! Ik snapte er niets van. Wou hij dan toch liever een ànder uitzicht en had hij zichzelf daarom gedraaid???... Omdat het, gek genoeg, niet lukte hem weer in de 'juiste' richting te keren haalde ik hem voor een nadere inspectie even van z'n haak. Net op tijd, zoals bleek. Een uurtje later of zo zou hij aan gruzelementen gevallen zijn. Blijkbaar vond hij dat 16 jaar met-volle-gewicht-aan-diezelfde-ene-hand-aan-diezelfde-ene-paraplu-hangen méér dan genoeg geweest was. "Niet nóg eens zoveel tijd!" moet hij met kramp in z'n beklagenswaardige arm gezucht hebben en dus liet hij, met een langzame roterende beweging, z'n regenscherm los.
Da's absoluut begrijpelijk en die mooie haak dient wel voor een hangplant of zo.
Hoog tijd voor comfort! Laaf Lain geniet nu bovenop de vitrinekast met al m'n koesterspulletjes, met een streelzacht kussen onder z'n bolle achterwerk en voorlopig nog steeds trouw z'n hoedje en paraplu vasthoudend, van een nieuw, eveneens uitzichtrijk, plekje.
Nu hoop ik maar dat hij niet met zelfmoordneigingen sukkelde en morgen moedwillig en goed geweten van die kast af dondert... Tja, hoe zou je zelf zijn, als je al 16 jaar lang wanhopig verlangt naar eens een tijdje zitten... Maar dàt, dat is dus bij deze éindelijk in orde gebracht, hé! ;-)
maandag 2 mei 2016
Hotelketen "Terrace Resort" ****
Dankzij zijn deskundigheid, zijn minuscule precisiewerk, zijn juist gedoseerde kracht en, niet te vergeten, het indrukwekkende arsenaal professioneel materiaal waarmee Serge, m'n sympathieke en humoristische buurman, behulpzaam als hij is, vanmiddag bij me langst kwam, kan ik hierbij de nieuwe hotelketen met de welluidende naam "Terrace Resort"****, waarvan ik recentelijk de trotse eigenaar werd, feestelijk voor geopend verklaren!
De vier aparte hotelgebouwen, die zich vlakbij verschillende natuurgebieden bevinden en goed bereikbaar zijn langst vertrouwde aanvliegroutes en zowel boven- als ondergrondse landwegen, beschikken over zeer uiteenlopende ruimtes, allemaal uitgemeten, gebouwd en aangekleed naar de verlangens van het door ons gewenste clientèle.
De hooggeëerde gasten kunnen een enige éénpersoonskamer betrekken, een gezellige gezinskamer of zelfs een heuse slaapzaal, voor diegenen die graag met velen dicht bij elkaar gepropt zitten. Van luxe suites, met alles erop en eraan, tot piepkleine, maar knusse en comfortabele hokjes, "Terrace Resort"**** biedt het je allemaal! En onze bezoekers mogen in alle rust elke kamer uitproberen en zelf beslissen welk plekje het best bij hen past, en, indien gewenst of nodig, de door hen gekozen ruimte ook nog anders inrichten, decoreren of mogelijk zelfs verbouwen.
Over de lengte van het verblijf van onze kostgangers zijn we eveneens zeer flexibel. Één nachtje? Geen probleem! Een paar weken in de zomer? Dat kan! Liever in de winter? Ook goed, hoor! Een half jaar? Waarom niet?... Zelfs als men er permanent wenst te blijven wonen en, wie weet, er mogelijk de rest van z'n dagen wil doorbrengen, dan vinden wij dat absoluut prima!
Drie van vier hotels hebben hun eigen bloeiende restaurant op wandelafstand van de onderste verdieping met kamers, maar zowel de residentiële klanten als toevallig passanten mogen vrij gebruik maken van alle aanwezige accommodaties van het prachtige resort, vakkundig aangelegd met kleur- en geurrijke bloemen en planten, en ook een paar kleine waterpartijen. Naast spannende hoogtes en laagtes voor de avonturiers zijn er rustige zonnige of schaduwrijke hoekjes waar het voor stille genieters fijn vertoeven is. In dit zalige verblijfsoord bevinden zich trouwens nog veel meer en erg uiteenlopende drank- en eetgelegenheden, die uiteraard rekening houden met zowel de vleeseters als de vegetariërs.
En de prijs voor een verblijf op deze overheerlijke en paradijselijke plek?
Niks! Nul komma nul! Noppes. Geen enkele van de bonte bende bezoekers, of ze nu lang of kort bij ons verblijven, en ongeacht hun verbruik -het maakt allemaal totaal geen verschil- géén van hen krijgt een rekening of factuur gepresenteerd. Absoluut àlle bezoekers van de hotelketen "Terrace Resort"**** -bij die door jullie ondertussen gekende en geliefde gastvrouw- logeren geheel en volledig gratis!
Dus, bij deze ben je van harte welkom! Tenminste... als je een bezige bij, een vlijtige vlinder, een guitige gaasvlieg, een opgewekte oorworm of een leuk lieveheersbeestje bent... ;-)
De vier aparte hotelgebouwen, die zich vlakbij verschillende natuurgebieden bevinden en goed bereikbaar zijn langst vertrouwde aanvliegroutes en zowel boven- als ondergrondse landwegen, beschikken over zeer uiteenlopende ruimtes, allemaal uitgemeten, gebouwd en aangekleed naar de verlangens van het door ons gewenste clientèle.
De hooggeëerde gasten kunnen een enige éénpersoonskamer betrekken, een gezellige gezinskamer of zelfs een heuse slaapzaal, voor diegenen die graag met velen dicht bij elkaar gepropt zitten. Van luxe suites, met alles erop en eraan, tot piepkleine, maar knusse en comfortabele hokjes, "Terrace Resort"**** biedt het je allemaal! En onze bezoekers mogen in alle rust elke kamer uitproberen en zelf beslissen welk plekje het best bij hen past, en, indien gewenst of nodig, de door hen gekozen ruimte ook nog anders inrichten, decoreren of mogelijk zelfs verbouwen.
Over de lengte van het verblijf van onze kostgangers zijn we eveneens zeer flexibel. Één nachtje? Geen probleem! Een paar weken in de zomer? Dat kan! Liever in de winter? Ook goed, hoor! Een half jaar? Waarom niet?... Zelfs als men er permanent wenst te blijven wonen en, wie weet, er mogelijk de rest van z'n dagen wil doorbrengen, dan vinden wij dat absoluut prima!
Drie van vier hotels hebben hun eigen bloeiende restaurant op wandelafstand van de onderste verdieping met kamers, maar zowel de residentiële klanten als toevallig passanten mogen vrij gebruik maken van alle aanwezige accommodaties van het prachtige resort, vakkundig aangelegd met kleur- en geurrijke bloemen en planten, en ook een paar kleine waterpartijen. Naast spannende hoogtes en laagtes voor de avonturiers zijn er rustige zonnige of schaduwrijke hoekjes waar het voor stille genieters fijn vertoeven is. In dit zalige verblijfsoord bevinden zich trouwens nog veel meer en erg uiteenlopende drank- en eetgelegenheden, die uiteraard rekening houden met zowel de vleeseters als de vegetariërs.
En de prijs voor een verblijf op deze overheerlijke en paradijselijke plek?
Niks! Nul komma nul! Noppes. Geen enkele van de bonte bende bezoekers, of ze nu lang of kort bij ons verblijven, en ongeacht hun verbruik -het maakt allemaal totaal geen verschil- géén van hen krijgt een rekening of factuur gepresenteerd. Absoluut àlle bezoekers van de hotelketen "Terrace Resort"**** -bij die door jullie ondertussen gekende en geliefde gastvrouw- logeren geheel en volledig gratis!
Dus, bij deze ben je van harte welkom! Tenminste... als je een bezige bij, een vlijtige vlinder, een guitige gaasvlieg, een opgewekte oorworm of een leuk lieveheersbeestje bent... ;-)
dinsdag 26 april 2016
Fenomenaal, die Floraliën!
Op een zondag om 6 uur uit je bed moeten, dat lukt bij mij alleen als er iets geweldig leuks gepland staat! En zo bevond ik me vrolijk ongeduldig, fris gewassen en klaar voor wat een super daguitstap beloofde te worden, om 7u30 reeds aan de tramhalte. En het begon al goed: 45 minuten lang geen tram. Zucht. Eindelijk toch in Antwerpen Centraal geraakt restte me nog juist 4 minuten om een ticketje te kopen én de trein naar Gent te halen. Gelukkig had die 2 minuten vertraging en stond hij op perron 1, da's gewoon boven in de grote hal, waardoor ik er, nog nét op tijd, totaal buiten adem van het trappen op crossen, in kon springen. Hoera! Zo begon m'n dag Floraliën met vriendin Marleen. Hoedje op tegen de regen, jas-sjaal-handschoenen tegen de kou, zonnebril voor mocht de zon schijnen, een beetje zakgeld voor de lekkere trek en een leuk souvenirtje, en m'n camera met in totaal 4GB aan fotokaartjes om het allemaal vast te leggen.
Marleen stond me al op te wachten in het Sint Pietersstation en schoot bij de imposante bloemenopstelling aldaar meteen de eerste kiekjes van de dag.
We begonnen ons parcours in de Bijloke. Aan de inkom kregen we allebei meteen een polsbandje omgesnoerd om overal in en uit te loggen, want veiligheid boven alles, en tevens diende dit als betaalmiddel -waar je uiteraard zelf centjes op moest zetten- want de Floraliën zijn vanaf dit jaar 'cashfree'.
Maar, ondanks de vele infostanden, stewards, agenten, enz. -allemaal van enorm goede wil- zaten er in zowel die veiligheid als in dat centenvrij-zijn toch wel wat gaten, hoor... Geloof me, 't was wreed sukkelen met momenten.
We zagen spannende bamboe kunstwerken, de rustgevende Japanse tuin, een enorme verzameling prachtige bonsai's, een massa bijzonder fraaie Gentse azalea's en de Cocon, een soort futuristisch huis van ronde kamertjes gevlochten in natuurlijke materialen en behangen met allerlei levende planten in potten en manden. De film 'Waterworld" kwam van ver in m'n gedachten.
Shuttlebus naar de volgende site? Niks voor ons! Wij hadden onze stevige stappers aan en alles lag op loopafstand. Volgende halte: de Leopoldskazerne, waar 'groen in de stad' gepromoot werd met een schitterend aangelegd mythologisch belevingsbos en groene gevels, voor verticaal tuinieren.
Ondertussen trakteerde Moeder Natuur ons overdreven gul op alle mogelijke seizoenen in één dag. Zwetend in de felle zon afgewisseld met bibberend van de ijskoude windvlagen naar dringend moeten schuilen voor plotse hevige slagregen en ware hagelbombardementen met zelfs hier en daar wat verdwaalde sneeuwvlokken tussen. Maar het bedierf de pret helemaal niet, in tegendeel zelfs. Heen en weer tussen rillen en bakken? Spannend, vonden wij!
Op de volgende site, het Sint-Pietersplein, was de lol was er voor mij wel even af toen ik, volledig geconcentreerd de vleesetende planten fotograferend, behoorlijk kortaf en hardhandig uit de weg geduwd, zonder pardon plaats moest maken voor 'monseigneur'. Misschien gek, maar bij dat woord denk ik altijd meteen aan een wijze kardinaal met een imposant karmozijnrood gewaad... maar, het was dus prins Laurent, omgeven door een volledige cameraploeg van de televisie, een bende niets ontziende, druk flitsende pers- en andere fotografen, aangevuld met een schare wild enthousiaste fans en een kudde elkaar verdringende kijklustigen. Wijs als we zijn lieten Marleen en ik die krioelende mensenmeute dan maar aan ons voorbij stromen. Zo konden wij tenminste weer op ons dooie gemak en zonder opgejaagd of 'ge-loopt-in-de-weg!' gevoel verder van al die sierlijke schoonheid genieten.
In de Sint-Pieterskerk bewonderden we het omstreden pronkstuk van deze Floraliën-editie: die reusachtige kleurrijke en sprookjesachtige bloemenluster.
En verder ging onze florawandeling, richting Citadelpark. Inspiratietuinen, 'Flower Power', 'Back to the Roots' op de allereerste locatie, bomen, struiken, azalea's, tuinplanten allerlei, groot en klein, in alle kleuren en geuren... Een ware bos-tuin in een enorme hangar. Wauw! En o o o, niet te vergeten: die ongelofelijk indrukwekkende begonia's, zo groot als je gezicht! Daar vielen de oooh's en aaaah's overvloedig uit m'n mond! Die wil ik! Voor m'n terras! O ja!
Vermoedelijk om de voorgang van de bezoekers niet te stremmen stond er eigenlijk nergens langst de hele route een bankje of zo om even, ondertussen genietend van een aangenaam uitzicht, de moede rug en voeten te laten rusten. En omdat we, ik weet niet hoe, behalve het occasionele doornatte en behagelde terrasje-zonder-meer, blijkbaar zowat alle mogelijke eet- en drankgelegenheden onopgemerkt voorbij liepen deden de honger en dorst stilaan bijna meer pijn dan ons zeurende lijf...
Hadden we dan misschien toch een Würst van Jeroen Meus moeten soldaat maken, zoveel uren terug, aan het begin, in de Bijloke?...
Helemaal aan het eind van de boeiende bloeiende rondgang strompelden we, doodmoe maar wreed content -vooral omdat we het vonden- het zelfbedieningsrestaurant binnen. De meer dan welkome Griekse sla en frietjes met een Hoegaarden Rosé, voor mij, en het bord dampende Gentse stoverij, ook met frietjes, en een glas rode wijn, voor Marleen, smaakten echt onwaarschijnlijk verrukkelijk. Een excellent orgelpunt op deze dag!
Een uurtje later stond ik terug aan het zonovergoten Sint-Pietersstation, waar m'n kunstje van die ochtend nét niet opnieuw lukte: met nog 3 minuten te gaan trok ik opnieuw een sprintje, de trein stond nog aan het perron, maar 'k mocht er van de treinbegeleidster niet meer bij op springen. Koffietje dus.
Extreem gelukkig met de warme vriendschap, de massa's foto's en de leuke souvenirtjes plofte ik volledig voldaan rond 18u30 in m'n eigen zetel en... viel prompt in slaap. Doodmoe van de fysieke inspanning -minstens 30.000 stappen tussen ons getweeën- maar ook pompaf van al die meer dan fantastische indrukken van dit overheerlijke bloemen-uitje. O, wat ga ik hier nog lang van nagenieten, amai! En het opnieuw en opnieuw beleven begon al onmiddellijk: die meer dan 1.000 foto's, die we samen schoten, uitzoeken, bijwerken, knippen, plakken, van commentaar voorzien en in een album krijgen. En uiteraard, wat had je gedacht, doorloop ik de hele uitstap nogmaals van voren af aan met het schrijven van dit blogje! ;-)
Dank je wel, Marleen, dit was waarlijk een absolute bloemen-topdag! Fenomenaal, die Floraliën! ♥
Marleen stond me al op te wachten in het Sint Pietersstation en schoot bij de imposante bloemenopstelling aldaar meteen de eerste kiekjes van de dag.
We begonnen ons parcours in de Bijloke. Aan de inkom kregen we allebei meteen een polsbandje omgesnoerd om overal in en uit te loggen, want veiligheid boven alles, en tevens diende dit als betaalmiddel -waar je uiteraard zelf centjes op moest zetten- want de Floraliën zijn vanaf dit jaar 'cashfree'.
Maar, ondanks de vele infostanden, stewards, agenten, enz. -allemaal van enorm goede wil- zaten er in zowel die veiligheid als in dat centenvrij-zijn toch wel wat gaten, hoor... Geloof me, 't was wreed sukkelen met momenten.
We zagen spannende bamboe kunstwerken, de rustgevende Japanse tuin, een enorme verzameling prachtige bonsai's, een massa bijzonder fraaie Gentse azalea's en de Cocon, een soort futuristisch huis van ronde kamertjes gevlochten in natuurlijke materialen en behangen met allerlei levende planten in potten en manden. De film 'Waterworld" kwam van ver in m'n gedachten.
Shuttlebus naar de volgende site? Niks voor ons! Wij hadden onze stevige stappers aan en alles lag op loopafstand. Volgende halte: de Leopoldskazerne, waar 'groen in de stad' gepromoot werd met een schitterend aangelegd mythologisch belevingsbos en groene gevels, voor verticaal tuinieren.
Ondertussen trakteerde Moeder Natuur ons overdreven gul op alle mogelijke seizoenen in één dag. Zwetend in de felle zon afgewisseld met bibberend van de ijskoude windvlagen naar dringend moeten schuilen voor plotse hevige slagregen en ware hagelbombardementen met zelfs hier en daar wat verdwaalde sneeuwvlokken tussen. Maar het bedierf de pret helemaal niet, in tegendeel zelfs. Heen en weer tussen rillen en bakken? Spannend, vonden wij!
Op de volgende site, het Sint-Pietersplein, was de lol was er voor mij wel even af toen ik, volledig geconcentreerd de vleesetende planten fotograferend, behoorlijk kortaf en hardhandig uit de weg geduwd, zonder pardon plaats moest maken voor 'monseigneur'. Misschien gek, maar bij dat woord denk ik altijd meteen aan een wijze kardinaal met een imposant karmozijnrood gewaad... maar, het was dus prins Laurent, omgeven door een volledige cameraploeg van de televisie, een bende niets ontziende, druk flitsende pers- en andere fotografen, aangevuld met een schare wild enthousiaste fans en een kudde elkaar verdringende kijklustigen. Wijs als we zijn lieten Marleen en ik die krioelende mensenmeute dan maar aan ons voorbij stromen. Zo konden wij tenminste weer op ons dooie gemak en zonder opgejaagd of 'ge-loopt-in-de-weg!' gevoel verder van al die sierlijke schoonheid genieten.
In de Sint-Pieterskerk bewonderden we het omstreden pronkstuk van deze Floraliën-editie: die reusachtige kleurrijke en sprookjesachtige bloemenluster.
En verder ging onze florawandeling, richting Citadelpark. Inspiratietuinen, 'Flower Power', 'Back to the Roots' op de allereerste locatie, bomen, struiken, azalea's, tuinplanten allerlei, groot en klein, in alle kleuren en geuren... Een ware bos-tuin in een enorme hangar. Wauw! En o o o, niet te vergeten: die ongelofelijk indrukwekkende begonia's, zo groot als je gezicht! Daar vielen de oooh's en aaaah's overvloedig uit m'n mond! Die wil ik! Voor m'n terras! O ja!
Vermoedelijk om de voorgang van de bezoekers niet te stremmen stond er eigenlijk nergens langst de hele route een bankje of zo om even, ondertussen genietend van een aangenaam uitzicht, de moede rug en voeten te laten rusten. En omdat we, ik weet niet hoe, behalve het occasionele doornatte en behagelde terrasje-zonder-meer, blijkbaar zowat alle mogelijke eet- en drankgelegenheden onopgemerkt voorbij liepen deden de honger en dorst stilaan bijna meer pijn dan ons zeurende lijf...
Hadden we dan misschien toch een Würst van Jeroen Meus moeten soldaat maken, zoveel uren terug, aan het begin, in de Bijloke?...
Helemaal aan het eind van de boeiende bloeiende rondgang strompelden we, doodmoe maar wreed content -vooral omdat we het vonden- het zelfbedieningsrestaurant binnen. De meer dan welkome Griekse sla en frietjes met een Hoegaarden Rosé, voor mij, en het bord dampende Gentse stoverij, ook met frietjes, en een glas rode wijn, voor Marleen, smaakten echt onwaarschijnlijk verrukkelijk. Een excellent orgelpunt op deze dag!
Een uurtje later stond ik terug aan het zonovergoten Sint-Pietersstation, waar m'n kunstje van die ochtend nét niet opnieuw lukte: met nog 3 minuten te gaan trok ik opnieuw een sprintje, de trein stond nog aan het perron, maar 'k mocht er van de treinbegeleidster niet meer bij op springen. Koffietje dus.
Extreem gelukkig met de warme vriendschap, de massa's foto's en de leuke souvenirtjes plofte ik volledig voldaan rond 18u30 in m'n eigen zetel en... viel prompt in slaap. Doodmoe van de fysieke inspanning -minstens 30.000 stappen tussen ons getweeën- maar ook pompaf van al die meer dan fantastische indrukken van dit overheerlijke bloemen-uitje. O, wat ga ik hier nog lang van nagenieten, amai! En het opnieuw en opnieuw beleven begon al onmiddellijk: die meer dan 1.000 foto's, die we samen schoten, uitzoeken, bijwerken, knippen, plakken, van commentaar voorzien en in een album krijgen. En uiteraard, wat had je gedacht, doorloop ik de hele uitstap nogmaals van voren af aan met het schrijven van dit blogje! ;-)
Dank je wel, Marleen, dit was waarlijk een absolute bloemen-topdag! Fenomenaal, die Floraliën! ♥
zaterdag 23 april 2016
Japanse roze kersenbloesemwolk.
Àlle bloesem is verrukkelijk, absoluut, maar voor mij persoonlijk spant de geweldig overdadige en uitbundige grote roze bloemenwolk van de Japanse kerselaar toch écht wel de kroon!
Afhankelijk van zon, wind en regen is deze kwetsbare pracht elke lente slecht 1 à 2 weken te bewonderen, maar dat maakt al die schoonheid zo mogelijk nog kostbaarder. Ik probeer er zo intens mogelijk van te genieten, en al dat moois in me op te nemen, als het ware op te zuigen in elke vezel van mijn lijf, zodat dat intense gevoel van bijna kinderlijke vreugde een veel langer leven beschoren is dan die frêle bloesems zelf...
Vroeger woonde ik in een straat aan weerszijde geflankeerd door rijen van die roze reuzensuikerspinnen. Zoooo mooi was dat! Maar ondertussen zijn die, spijtig genoeg, op 4 of 5 na, allemaal gekapt, wegens te veel 'vuiligheid' bij het vallen van de miljoenen bloesemblaadjes...
Tegenwoordig moet ik tevreden zijn met slechts één zo'n boom, maar dat is dan ook wel echt een prachtexemplaar. En hij staat ideaal: vlak voor de receptie waar ik in een doorsnee week toch minstens 25 uur van m'n leven doorbreng. Werken met een meer dan schitterend uitzicht dus!
Deze kerselaar vormt niet alleen een fraai decor, hij is ook een bijzonder fijn en veelvuldig gebruikt gespreksonderwerp bij mij aan de balie. Zowel de collega's als de frequente bezoekers volgden met spanning de voortgang van de ontluikende knoppen. "Ja, 't is bijna zover!" "Krijgen we zon dit weekend? Dan staat hij tegen maandag volledig in bloei!" of heel simpel "Schoon, hé..."
En sinds vorig weekend staat die Japanse kerselaar in al z'n glorie te blinken in de zon. Dus vermoedelijk kan ik er nog een klein weekje verder van genieten, als het niet hard gaat waaien en/of regen tenminste. Maar zelfs als de bloemen verwelken en hun blaadjes loslaten verblijden ze m'n dagen nóg, dansend als roze sneeuw in de wind, tot ze op hoopjes bij elkaar geblazen en voor ze opgeveegd worden, de bestrating van de parking heel even extra kleur geven.
Afgelopen donderdag stond de kerselaar voor mij zo ongeveer op z'n mooist, dus schoot ik er -wat handig toch, zo'n smartphone- wat leuke kiekjes van.
En omdat een prentje zo vaak het geschreven woord versterkt -en andersom natuurlijk- en om jullie er ook een beetje van mee te laten genieten, geef ik vanaf hier het woord aan de plaatjes. Geschreven blog & roze beeldverhaal! ;-)
Afhankelijk van zon, wind en regen is deze kwetsbare pracht elke lente slecht 1 à 2 weken te bewonderen, maar dat maakt al die schoonheid zo mogelijk nog kostbaarder. Ik probeer er zo intens mogelijk van te genieten, en al dat moois in me op te nemen, als het ware op te zuigen in elke vezel van mijn lijf, zodat dat intense gevoel van bijna kinderlijke vreugde een veel langer leven beschoren is dan die frêle bloesems zelf...
Vroeger woonde ik in een straat aan weerszijde geflankeerd door rijen van die roze reuzensuikerspinnen. Zoooo mooi was dat! Maar ondertussen zijn die, spijtig genoeg, op 4 of 5 na, allemaal gekapt, wegens te veel 'vuiligheid' bij het vallen van de miljoenen bloesemblaadjes...
Tegenwoordig moet ik tevreden zijn met slechts één zo'n boom, maar dat is dan ook wel echt een prachtexemplaar. En hij staat ideaal: vlak voor de receptie waar ik in een doorsnee week toch minstens 25 uur van m'n leven doorbreng. Werken met een meer dan schitterend uitzicht dus!
Deze kerselaar vormt niet alleen een fraai decor, hij is ook een bijzonder fijn en veelvuldig gebruikt gespreksonderwerp bij mij aan de balie. Zowel de collega's als de frequente bezoekers volgden met spanning de voortgang van de ontluikende knoppen. "Ja, 't is bijna zover!" "Krijgen we zon dit weekend? Dan staat hij tegen maandag volledig in bloei!" of heel simpel "Schoon, hé..."
En sinds vorig weekend staat die Japanse kerselaar in al z'n glorie te blinken in de zon. Dus vermoedelijk kan ik er nog een klein weekje verder van genieten, als het niet hard gaat waaien en/of regen tenminste. Maar zelfs als de bloemen verwelken en hun blaadjes loslaten verblijden ze m'n dagen nóg, dansend als roze sneeuw in de wind, tot ze op hoopjes bij elkaar geblazen en voor ze opgeveegd worden, de bestrating van de parking heel even extra kleur geven.
Afgelopen donderdag stond de kerselaar voor mij zo ongeveer op z'n mooist, dus schoot ik er -wat handig toch, zo'n smartphone- wat leuke kiekjes van.
En omdat een prentje zo vaak het geschreven woord versterkt -en andersom natuurlijk- en om jullie er ook een beetje van mee te laten genieten, geef ik vanaf hier het woord aan de plaatjes. Geschreven blog & roze beeldverhaal! ;-)
dinsdag 19 april 2016
Ecologische terras-oorlog, deel 2: een netelige kwestie.
Mijn plan om brandnetelgier te maken vond meteen ondersteuning bij Herta, een geweldig sympathieke collega op het werk, die me, indien ik dat wenste, gerust een pak brandnetels, volledig biologisch en vrij van pesticiden, uit haar tuin kon bezorgen. En zo een aanbod laat je niet schieten, dus: gisterenochtend overhandigde ze me een grote plastieken boodschappentas boordevol vers geplukte, nog nat van de dauw, fris lentegroene jonge neteltwijgjes.
M'n hele shift lang stond die zak naast me op de grond achter de balie, gewoon, open, kwestie van al dat jeugdige groen niet te verstikken.
Hilariteit alom bij m'n vertrek huiswaarts: een grote huisjesslak had zich gedurende de voormiddag via het plastiek ophoog gewerkt en zat nu op z'n gemak op de rand van de tas rond te kijken.
Grappig, zo'n supplementair huisdier-kado, maar toch liever niet nog eens een veelvraat extra op het terras... Er was wat overredingskracht nodig om hem, of haar, te overtuigen die inmiddels duidelijk vertrouwde zak los te laten. Maar uiteindelijk lukte het me toch om het beestje veilig en wel in het bosje langs m'n weg naar de bus 'vrij' te laten.
Met die nog steeds openstaande boodschappenbrandneteltas naast me op de bank viel het me tijdens de busrit op dat de mensen om me heen zowel bijzonder gefascineerd als met een lichte walging naar me zaten de staren. En ik begreep al snel waarom: er kwamen nóg 3 van die dikke huisjesslakken van tussen de netels gekropen, klaar om het openbaar vervoer te veroveren, veronderstel ik!... Er zat niets anders op dan ze, met de bijbehorende branderige jeuk op m'n handen als gevolg, terug tussen het groen te duwen en de zak, zo goed mogelijk, en duidelijke tot grote opluchting van m'n medereizigers, hermetisch dicht te knopen.
Maak je maar geen zorgen, op het laatste stukje van m'n vaste route, van de tramhalte tot m'n voordeur, heb ik die drie stiekeme passagiers, met natuurlijk -auw auw auw- nog meer geprik in m'n vel en vingers, van tussen het netelige groen gevist en ze met hun drietjes achtergelaten diep in een dicht bebladerde grote struik van een plantsoentje.
Op verschillende tuinsites had ik ondertussen gelezen dat je, door de alles overheersende, absoluut niet te harden stank die het gistingsproces van de brandnetels verspreid, het goedje best zo ver mogelijk van je huis en terras neerzet, ergens helemaal achterin de tuin of zo. Da's natuurlijk iets wat uitgesloten is als je, zoals ik, in een flatgebouw woont... En ik krijg ook liever géén slaande ambras met al die vele verdiepingen boven en naast me.
Er kon echter ook, door simpelweg een half uurtje koken, een dagje laten staan en dan zeven, m.a.w. zónder gistingsproces en bijgevolg ook zónder geurhinder, een extract van de brandnetels getrokken worden dat nog steeds prima werkt ter verdrijving van bladluizen. Da's dus ondertussen allemaal al gebeurd en er staat hier nu 4,5 liter wreed straffe brandnetel-heu...-'thee' -laat ik het zo maar noemen- klaar voor gebruik!
Maar voor ze de grote soeppot in gingen heb ik al de neteltakjes wél eerst, uiterst zorgvuldig en met m'n zelden gebruikte tuinhandschoenen aan, één voor één gecheckt op nog meer verstekelingen. Want als brave vegetariër eet ik uiteraard ook geen, al dan niet gekookte, escargots... ;-)
M'n hele shift lang stond die zak naast me op de grond achter de balie, gewoon, open, kwestie van al dat jeugdige groen niet te verstikken.
Hilariteit alom bij m'n vertrek huiswaarts: een grote huisjesslak had zich gedurende de voormiddag via het plastiek ophoog gewerkt en zat nu op z'n gemak op de rand van de tas rond te kijken.
Grappig, zo'n supplementair huisdier-kado, maar toch liever niet nog eens een veelvraat extra op het terras... Er was wat overredingskracht nodig om hem, of haar, te overtuigen die inmiddels duidelijk vertrouwde zak los te laten. Maar uiteindelijk lukte het me toch om het beestje veilig en wel in het bosje langs m'n weg naar de bus 'vrij' te laten.
Met die nog steeds openstaande boodschappenbrandneteltas naast me op de bank viel het me tijdens de busrit op dat de mensen om me heen zowel bijzonder gefascineerd als met een lichte walging naar me zaten de staren. En ik begreep al snel waarom: er kwamen nóg 3 van die dikke huisjesslakken van tussen de netels gekropen, klaar om het openbaar vervoer te veroveren, veronderstel ik!... Er zat niets anders op dan ze, met de bijbehorende branderige jeuk op m'n handen als gevolg, terug tussen het groen te duwen en de zak, zo goed mogelijk, en duidelijke tot grote opluchting van m'n medereizigers, hermetisch dicht te knopen.
Maak je maar geen zorgen, op het laatste stukje van m'n vaste route, van de tramhalte tot m'n voordeur, heb ik die drie stiekeme passagiers, met natuurlijk -auw auw auw- nog meer geprik in m'n vel en vingers, van tussen het netelige groen gevist en ze met hun drietjes achtergelaten diep in een dicht bebladerde grote struik van een plantsoentje.
Op verschillende tuinsites had ik ondertussen gelezen dat je, door de alles overheersende, absoluut niet te harden stank die het gistingsproces van de brandnetels verspreid, het goedje best zo ver mogelijk van je huis en terras neerzet, ergens helemaal achterin de tuin of zo. Da's natuurlijk iets wat uitgesloten is als je, zoals ik, in een flatgebouw woont... En ik krijg ook liever géén slaande ambras met al die vele verdiepingen boven en naast me.
Er kon echter ook, door simpelweg een half uurtje koken, een dagje laten staan en dan zeven, m.a.w. zónder gistingsproces en bijgevolg ook zónder geurhinder, een extract van de brandnetels getrokken worden dat nog steeds prima werkt ter verdrijving van bladluizen. Da's dus ondertussen allemaal al gebeurd en er staat hier nu 4,5 liter wreed straffe brandnetel-heu...-'thee' -laat ik het zo maar noemen- klaar voor gebruik!
Maar voor ze de grote soeppot in gingen heb ik al de neteltakjes wél eerst, uiterst zorgvuldig en met m'n zelden gebruikte tuinhandschoenen aan, één voor één gecheckt op nog meer verstekelingen. Want als brave vegetariër eet ik uiteraard ook geen, al dan niet gekookte, escargots... ;-)
maandag 18 april 2016
Achtbaan der emoties.
Zo, hier zit ik dan weer, achter de computer, met zicht op de tuin -nog maar eens onveilig gemaakt door een bende jong schorriemorrie- waar de zon nog van de partij is en langst het gebouw heen de naaldbomen fraai belicht. Genietend van de gezellige vogeltjesdrukte op m'n terras beleef ik in m'n hoofd opnieuw heel de emotionele achtbaan van deze bijna afgelopen zondag.
De dag begon met een telefoontje van m'n moeder. Een allergische reactie zorgde er voor dat ze dan toch niet zou komen luisteren naar de concertmis. Een spijtige tegenvaller, maar ik liet me er niet door van m'n stuk brengen.
Vol goede moed besloot ik die, voor mijn doen nogal erg korte, felblauwe jurk aan te trekken én, zo mogelijk nóg uitzonderlijker, m'n lange haren voor 't grootste deel eens een keer niét op te steken.
M'n spiegelbeeld deed vreemd aan, maar ik zag een best leuk ogende vrouw naar me terugkijken, dus niet getwijfeld en hup, naar de tram.
Als een sardientje tussen de overdosis andere passagiers gepropt, uitsluitend mensen in sporttenue, vermoedelijk allemaal op weg naar de Ten Miles, viel ik op, zo netjes opgemaakt, in hoge hakken en deftige jas. Ze keken me aan als kwam ik van een andere planeet.
M'n spiegelbeeld deed vreemd aan, maar ik zag een best leuk ogende vrouw naar me terugkijken, dus niet getwijfeld en hup, naar de tram.
Als een sardientje tussen de overdosis andere passagiers gepropt, uitsluitend mensen in sporttenue, vermoedelijk allemaal op weg naar de Ten Miles, viel ik op, zo netjes opgemaakt, in hoge hakken en deftige jas. Ze keken me aan als kwam ik van een andere planeet.
De vele meters kasseien en het laatste onverwachte stuk te voet deden me te laat, met pijnlijke pootjes, m'n hoge hakken verwensend, buiten adem en een beetje verwilderd toekomen in de kerk. Maar daar wachtte me het heerlijk musiceren met organist Peter Maus. En reeds bij de eerste tonen vielen er feestelijk zonnestralen door de glasramen, als zette iemand ergens hoog daarboven een spot op ons. Zalig.
Door alle commotie rond die blog van mij over de muzikaal-intieme samenwerking met Peter dacht ik een pak meer publiek dan anders te zullen zien plaatsnemen op de kerkstoelen. Doch hier was duidelijk sprake van 'veel geblaat, wreed weinig wol'... Slechts 45 mensen, waarvan 40 'gewone' zondagse kerkgangers. Een beetje een desillusie dus.
Het knip- en plakwerk, waarmee sommige lezers van die ondertussen blijkbaar beruchte blog, mijn hoogste goed en diepste zieleroersels tot een hoofdstuk uit "50 Tinten Grijs" reduceerden, -en ja, ik snap het wel, hoor. En ja, dat is ook best grappig- bracht me toch zodanig van m'n stuk dat ik muzikaal even de pedalen verloor, tot m'n grote opluchting zoals steeds professioneel en daardoor bijna onopgemerkt opgevangen door die geweldige begeleider voor wie ik, zeker als zangeres, inmiddels duidelijk een open boek ben...
In het grote poeha-stuk van Mendelssohn vond ik mezelf -en dus ook m'n pedalen- gelukkig weer helemaal terug en we eindigden stralend in alle grootsheid en schoonheid met "Zueignung" van Richard Strauss, 'ons' nummer.
In het grote poeha-stuk van Mendelssohn vond ik mezelf -en dus ook m'n pedalen- gelukkig weer helemaal terug en we eindigden stralend in alle grootsheid en schoonheid met "Zueignung" van Richard Strauss, 'ons' nummer.
En terwijl Peter ten uitgeleide nog een schitterende, alles overdonderende orgelimprovisatie ten beste gaf, waar ik ook steeds glimlachend van sta te genieten, kwam de droeve gedacht 'het is alweer voorbij' reeds in me op...
Goddank stond er in het parochiezaaltje, vast ritueel ondertussen, naast een paar enthousiaste toehoorders met felicitaties en goede vrienden Jan en Flori, al een trappist 'van 't schap' op me te wachten.
Peter ging, richting volgende muzikale onderneming.
Een 2e trappist kwam.
En, geheel los van het stijgende alcoholgehalte, werd het bijzonder aangename gesprek met de harde kern van m'n fanclub steeds boeiender. Zodanig zelfs dat de heren besloten deze gezellige namiddag nog een paar uurtjes langer met me door te brengen en namen me mee naar café-restaurant "Lambik". Bij een bord super lekkere asperges op Vlaamse wijze en gebakken aardappeltjes zette de conversatie zich verder. Zowel hele leuke als behoorlijk droeve onderwerpen passeerden de revue.
Met een uitzonderlijk voldaan gevoel liet ik de tram me weer huiswaarts voeren. M'n hoofd tolde van de duizenden gedachten en bedenkingen, en de emoties, die me alle kanten uit rukten, overweldigden me.
En hier zit ik nu. De vuilbak staat buiten, de poezen hebben gegeten, m'n bad en bed lonken, en ik schrijf een blogje over een dag waarin de emoties op en neer en zelfs totaal overkop gingen. De tekst hierboven even overlopend tel ik, naast een tweetal rustigere stukjes, ongeveer 24 keer op en neer tussen droef en blij, en een keer of 5 een volledig looping. Mijn leven is dus als een pretpark, met deze zondag duidelijk een flinke rit op de duizelingwekkende achtbaan... ;-)
Een 2e trappist kwam.
En, geheel los van het stijgende alcoholgehalte, werd het bijzonder aangename gesprek met de harde kern van m'n fanclub steeds boeiender. Zodanig zelfs dat de heren besloten deze gezellige namiddag nog een paar uurtjes langer met me door te brengen en namen me mee naar café-restaurant "Lambik". Bij een bord super lekkere asperges op Vlaamse wijze en gebakken aardappeltjes zette de conversatie zich verder. Zowel hele leuke als behoorlijk droeve onderwerpen passeerden de revue.
Met een uitzonderlijk voldaan gevoel liet ik de tram me weer huiswaarts voeren. M'n hoofd tolde van de duizenden gedachten en bedenkingen, en de emoties, die me alle kanten uit rukten, overweldigden me.
En hier zit ik nu. De vuilbak staat buiten, de poezen hebben gegeten, m'n bad en bed lonken, en ik schrijf een blogje over een dag waarin de emoties op en neer en zelfs totaal overkop gingen. De tekst hierboven even overlopend tel ik, naast een tweetal rustigere stukjes, ongeveer 24 keer op en neer tussen droef en blij, en een keer of 5 een volledig looping. Mijn leven is dus als een pretpark, met deze zondag duidelijk een flinke rit op de duizelingwekkende achtbaan... ;-)
Even luisteren?
vrijdag 15 april 2016
Ecologische terras-oorlog.
Er woedt een kleine oorlog op m'n terras, een oorlog om ecologisch evenwicht. Ik strijd ononderbroken, het hele jaar door, in alle seizoenen, tegen de bijna onstuitbare vloedgolf insecten, die zich maar wat graag aan m'n bloemen en planten te barsten schransen. Duizenden bladluizen in alle mogelijke kleuren doen zich te goed aan de rozen en hybiscussen. Elk nieuw blaadje of piepklein bloemknopje, ze maken geen schijn van kans: met honderden tegelijk storten ze zich er op. De rupsen van de Atalanta en de Dagpauwoog, wondermooie vlinders, die laat ik rustig een beschaafd hapje eten, maar ik heb een hekel aan die groene vette rupsen van de Appelbladroller -een mottige mot-, die aan zowat àlles knagen dat enigszins groen is en zich dan oprollen door, liefst de meest frisse en nieuwe, blaadjes aan elkaar te spinnen. Die vreselijke schrokoppen vraten al 2 grote viburnum-struiken volledig kaal en tot m'n grote ontsteltenis vond ik ze ook al binnen terug, op de kamerplanten! En dan zijn er ook nog de kevers, bruine snuitkevers en zwarte rozenkevers. De volwassen exemplaren kluiven aan alles wat ze te pakken krijgen bovengronds, en hun baby's, engerlingen genaamd -en ze zijn ook echt wel eng, vind ik, brrrrr- schrokken ondergronds in slechts enkele paar dagen àlle wortels van nieuwe aanplantingen volledig weg zodat er slechts een los kluitje verschrompelde blaadjes over blijft.
Van de uitgebreide populatie spinnen, vooral kruisspinnen, tussen de vele potten en het miljoenenleger wriemelende pissebedden ónder diezelfde potten, heb ik absoluut geen last: zij blijven netjes van m'n planten af.
Elke dag doe ik de grote toer langst elk blaadje en elk knopje, onderzoek ik elke centimeter van elke plant op m'n terras en knijp ik de insecten die ik tegenkom heeeeel voorzichtig van tussen het o zo kwetsbare nieuwe groen uit. Met een erg dubbel gevoel, want zoals ik dat heb met elk ander levend wezen, dood ik ook insecten liever niet...
En ik wil gerust m'n bloemenzee delen met al die kleine krioelende wezentjes, maar er moet een evenwicht zijn, hé, een, op dit moment vér zoek zijnde, ecologisch evenwicht. Volgens mij kan het toch écht niet de bedoeling zijn dat élk jaar weer àlle bloemen, planten en bomen in de vele potten en bakken vervangen moeten worden door nieuwe, om dan alleen maar als levend voer voor die kriebelbeestjes te dienen...
Vorig jaar in de lente strooide ik een sterke verdelger tegen die ondergrondse ellendelingen, en hoera! voor het eerst schitteren de vrolijke gezichtjes van de grote en kleine viooltjes me kleurrijk en overvloedig groeiend toe vanuit m'n bloembakken! De bladluizen pakte ik, tegen àl m'n pricipes in, opnieuw en opnieuw aan met een chemische spray. Het hielp niet echt veel, maar de rozenstruiken hebben de plaag tenminste enigszins overleefd...
Nu de zon aan kracht wint en alle botjes en knopjes stilaan blaadjes en bloemen worden begon ik alvast, met een diepe zucht en behoorlijk wat tegenzin, online m'n zoektocht naar nieuwe en wie weet betere verdelgingsmiddelen. De leuke koolmeesjes die druk rond hupten op de rand van het terras en van pot naar pot waren zoveel boeiender om naar te kijken dan het computerscherm. En terwijl ik met een glimlach hun capriolen gadesloeg viel me plots iets op dat ik nooit eerder zag: mijn gevleugelde vriendjes kwamen mij en m'n plantjes ter hulp: ze deden zich met veel smaak te goed aan de vele bladluizen! En een beetje later zag ik ook het schattige roodborstje mee prutsen aan zo'n opgerold blaadje, hopend op zo'n heerlijke vette rups! Wauw! Fantastisch! En o zo leuk om naar te kijken.
Tja, nu kan en wil ik uiteraard al helemààl geen chemisch spul meer gebruiken, ik zou het leven van m'n geliefde vederbolletjes en hun kleintjes in gevaar brengen!... En misschien schroef ik m'n dagelijkse dood-knijp-terras-toertje bij deze dus ook maar beter terug naar één keer per week of zo, kwestie van ze hun uitgebreide buffet met verse snackjes niet volledig af te pakken, hé... hihi
Ik klikte op de computer meteen de sites met chemische producten dicht en liet Google naar insectenhotels zoeken. Wie weet lukt het me op die manier, met de hulp van de vogels in combinatie met de juiste insecten, om zo een ecologisch evenwicht te creëren op m'n terras, en daarmee een plek waar zowel de planten als ik zelf als de vele soorten geleedpotigen gelukkig zijn.
Dus laat de lieveheersbeestjes, gaasvliegen, oorwormen, solitaire bijen en vlinders al maar op weg gaan richting mijn terras, hun knusse nieuwe appartementjes worden begin volgende week aan huis geleverd!
En ondertussen ga ik, mocht het toch weer té erg worden, maar weer aan de slag met bruine-zeep-mengsels en die verschrikkelijk onwelriekende brandnetelgier... Want ge moet er iets voor over hebben, hé, om 'simpelweg' van uw zo geliefde bloemetjes te kunnen genieten... ;-)
Van de uitgebreide populatie spinnen, vooral kruisspinnen, tussen de vele potten en het miljoenenleger wriemelende pissebedden ónder diezelfde potten, heb ik absoluut geen last: zij blijven netjes van m'n planten af.
Elke dag doe ik de grote toer langst elk blaadje en elk knopje, onderzoek ik elke centimeter van elke plant op m'n terras en knijp ik de insecten die ik tegenkom heeeeel voorzichtig van tussen het o zo kwetsbare nieuwe groen uit. Met een erg dubbel gevoel, want zoals ik dat heb met elk ander levend wezen, dood ik ook insecten liever niet...
En ik wil gerust m'n bloemenzee delen met al die kleine krioelende wezentjes, maar er moet een evenwicht zijn, hé, een, op dit moment vér zoek zijnde, ecologisch evenwicht. Volgens mij kan het toch écht niet de bedoeling zijn dat élk jaar weer àlle bloemen, planten en bomen in de vele potten en bakken vervangen moeten worden door nieuwe, om dan alleen maar als levend voer voor die kriebelbeestjes te dienen...
Vorig jaar in de lente strooide ik een sterke verdelger tegen die ondergrondse ellendelingen, en hoera! voor het eerst schitteren de vrolijke gezichtjes van de grote en kleine viooltjes me kleurrijk en overvloedig groeiend toe vanuit m'n bloembakken! De bladluizen pakte ik, tegen àl m'n pricipes in, opnieuw en opnieuw aan met een chemische spray. Het hielp niet echt veel, maar de rozenstruiken hebben de plaag tenminste enigszins overleefd...
Nu de zon aan kracht wint en alle botjes en knopjes stilaan blaadjes en bloemen worden begon ik alvast, met een diepe zucht en behoorlijk wat tegenzin, online m'n zoektocht naar nieuwe en wie weet betere verdelgingsmiddelen. De leuke koolmeesjes die druk rond hupten op de rand van het terras en van pot naar pot waren zoveel boeiender om naar te kijken dan het computerscherm. En terwijl ik met een glimlach hun capriolen gadesloeg viel me plots iets op dat ik nooit eerder zag: mijn gevleugelde vriendjes kwamen mij en m'n plantjes ter hulp: ze deden zich met veel smaak te goed aan de vele bladluizen! En een beetje later zag ik ook het schattige roodborstje mee prutsen aan zo'n opgerold blaadje, hopend op zo'n heerlijke vette rups! Wauw! Fantastisch! En o zo leuk om naar te kijken.
Tja, nu kan en wil ik uiteraard al helemààl geen chemisch spul meer gebruiken, ik zou het leven van m'n geliefde vederbolletjes en hun kleintjes in gevaar brengen!... En misschien schroef ik m'n dagelijkse dood-knijp-terras-toertje bij deze dus ook maar beter terug naar één keer per week of zo, kwestie van ze hun uitgebreide buffet met verse snackjes niet volledig af te pakken, hé... hihi
Ik klikte op de computer meteen de sites met chemische producten dicht en liet Google naar insectenhotels zoeken. Wie weet lukt het me op die manier, met de hulp van de vogels in combinatie met de juiste insecten, om zo een ecologisch evenwicht te creëren op m'n terras, en daarmee een plek waar zowel de planten als ik zelf als de vele soorten geleedpotigen gelukkig zijn.
Dus laat de lieveheersbeestjes, gaasvliegen, oorwormen, solitaire bijen en vlinders al maar op weg gaan richting mijn terras, hun knusse nieuwe appartementjes worden begin volgende week aan huis geleverd!
En ondertussen ga ik, mocht het toch weer té erg worden, maar weer aan de slag met bruine-zeep-mengsels en die verschrikkelijk onwelriekende brandnetelgier... Want ge moet er iets voor over hebben, hé, om 'simpelweg' van uw zo geliefde bloemetjes te kunnen genieten... ;-)
zaterdag 9 april 2016
Magisch mooie muzikale middag.
Door alle mogelijke en onmogelijk stormen in m'n leven heen is mijn innige band met muziek zowat de enige relatie die overeind bleef en blijft. En binnen die relatie is één bepaalde en behoorlijk unieke combinatie mijn allerhoogste goed, mijn persoonlijke hemel op aarde. De elementen van die bijzondere combinatie zijn mezelf, dramatische sopraan met een bekoorlijke voorliefde voor grootsheid en poeha in al z'n vormen; Peter Maus, getalenteerde en charmante organist met een breed muzikaal aanvoelen en genoeg lef om al eens buiten de gangbare lijntjes te kleuren; de Hoog Romantische composities van o.a. Strauss, Wagner, Wolf, Brahms, Mendelssohn-Bartholdy... maar ook weinig uitgevoerde andere grootse werken van minder bekende of zelfs vergeten componisten; en tot slot de ongelofelijk fraaie akoestiek van de prachtige Sint-Michielskerk in Antwerpen met het meer dan magistrale, en door ons allebei geliefde, Romantische Stevensorgel op het hoogzaal.
Niets, echt absoluut niets in mijn leven brengt me meer allesoverheersend geluk en grenzeloze vreugde.
De orkestrale tonen, die Peter met vlugge lenige vingers en vederlicht dansende voeten uit het orgel tovert, nemen elke vezel van m'n lichaam over en vermengen zich naadloos met de klanken uit mijn instrument. Terwijl deze heerlijke notenmix jubelend door de imposante ruimte tuimelt verdwijnt alle tumult in m'n hoofd als sneeuw voor de zon. Lichamelijk en geestelijk los komen en opstijgen uit alles wat klein-menselijk is. Slechts het samen 'muziek-zijn' blijft. "Alsof we vleugels krijgen", zei Peter.
Daarboven op het hoogzaal scheiden ons steeds een meter of 3 plankenvloer, de partituren op de pupiter en de vele klavieren, pedalen en registerknoppen van de orgelspeeltafel, maar hoe meer geabsorbeerd we worden door en opgaan in het gezamenlijke klankenspel, hoe groter de intimiteit tussen ons. Soms zodanig intens dat het ons allebei volledig gegeneerd en verlegen maakt. De lucht om ons heen knettert dan nét niet van geladenheid en ik bedenk me altijd een beetje giechelend dat als ik hem, of hij mij, dàn zou aanraken, we mogelijk één of ander soort ontploffing veroorzaken. En al krijg ik op zulk moment altijd het gevoel dat het hoogdringend tijd is om weer huiswaarts te keren, alles in mij blijft verlangen naar meer van deze heerlijkheid. Zelfs m'n o zo geliefde poezen en m'n alom tegenwoordige en onmisbare bloemen en planten vallen er bij in het niets. Die diepe intense voldoening overstijgt elke andere vorm van genot. Het allerbeste orgasme ooit komt niet eens in de buurt...
Afgelopen donderdag repeteerden Peter en ik voor onze jaarlijkse -ja, deze voor mij allerhoogste zaligheid beleef ik spijtig genoeg slecht één, maximum 2 keer per jaar- concertmis in de Sint-Michielskerk, volgende week zondag 17 april 2016. Ik ging er, zoals altijd eigenlijk, van uit dat de repetitie 'gewoon' en slechts 'muziek doornemen' zou zijn, maar... het werd alwéér zo'n magisch mooi muzikaal moment want als vanouds stegen we meteen weer op, mee met de tonen van de verrukkelijke muziek.
En ja, Peter werkt mee aan zoveel uitermate boeiende projecten met massa's andere muzikanten, zangers en dus ook met sopranen van mijn kaliber... En ja, ik creëer ook hele fijne muzikale dingen met andere geweldige organisten...
Maar dit, deze steeds weerkerende, ongelofelijk intense, niet van deze wereld, buitengewoon magische beleving, die hebben we allebei nooit elders meegemaakt. "Schrijf daar maar eens een blogje over", knipoogde Peter. De gulzige goesting en overgave waarmee hij vervolgens z'n laatste nieuwe lievelingsstuk -'Carillon Sortie' van Henri Mulet- ten beste gaf, deden onmiddellijk inspiratie in mij omhoog borrelen en terwijl ik met volle teugen genoot van de over me heen stromende sprankelende orgelklanken draaide mijn brein op volle toeren om alvast de nodige superlatieven bij elkaar te sprokkelen.
Niemand keert graag uit de hemel terug naar de dagdagelijkse vaak harde realiteit. En al was bij het verlaten van de kerk de door een hevige regenbui net frisgewassen wereld vol zonneschijn en kleur, op de tram overviel me een trieste leegte, verdacht veel lijkend op liefdesverdriet...
Weet je, dit diep innige muzikale samensmelten is echt als een drug: je wil er altijd méér van en na de euforische 'high' komt onvermijdelijk een pijnlijke 'low', met een emotioneel én fysiek gemis, altijd vergezeld door die sluimerende angst 'komt er nog wel een volgende keer?...'
En plots realiseerde ik me dat het deze uitzonderlijke bijna bovenmenselijke intimiteit is die ik zocht en niet vond in een relatie met een man... En naar zoiets kan je hopeloos lang lopen zoeken. Vooral als je het éigenlijk al hebt...
Ach, misschien word ik steeds meer ik een oude sentimentele dwaas. Dat kan en je mag er van denken wat je wil. De herinneringen aan deze absolute hoogtepunten in mijn bestaan koester ik, met Peter en al, zowiezo voor altijd in een speciaal rood fluwelen kamertje in m'n hart. En hopelijk gunt het leven mij nog lang en veel van deze glorieuze en verrukkelijke momenten...
En weliswaar gekleurd door een vleugje droefheid -omdat het daarna weer een tijdje stil zal zijn- kijk ik vandaag breed glimlachend uit naar die Magisch Mooie Meesterlijk Muzikale Mis bij sint Michiel met Meneer Maus en Mevrouw Meganck! Mmmmmmmmmm... ;-)
Niets, echt absoluut niets in mijn leven brengt me meer allesoverheersend geluk en grenzeloze vreugde.
De orkestrale tonen, die Peter met vlugge lenige vingers en vederlicht dansende voeten uit het orgel tovert, nemen elke vezel van m'n lichaam over en vermengen zich naadloos met de klanken uit mijn instrument. Terwijl deze heerlijke notenmix jubelend door de imposante ruimte tuimelt verdwijnt alle tumult in m'n hoofd als sneeuw voor de zon. Lichamelijk en geestelijk los komen en opstijgen uit alles wat klein-menselijk is. Slechts het samen 'muziek-zijn' blijft. "Alsof we vleugels krijgen", zei Peter.
Daarboven op het hoogzaal scheiden ons steeds een meter of 3 plankenvloer, de partituren op de pupiter en de vele klavieren, pedalen en registerknoppen van de orgelspeeltafel, maar hoe meer geabsorbeerd we worden door en opgaan in het gezamenlijke klankenspel, hoe groter de intimiteit tussen ons. Soms zodanig intens dat het ons allebei volledig gegeneerd en verlegen maakt. De lucht om ons heen knettert dan nét niet van geladenheid en ik bedenk me altijd een beetje giechelend dat als ik hem, of hij mij, dàn zou aanraken, we mogelijk één of ander soort ontploffing veroorzaken. En al krijg ik op zulk moment altijd het gevoel dat het hoogdringend tijd is om weer huiswaarts te keren, alles in mij blijft verlangen naar meer van deze heerlijkheid. Zelfs m'n o zo geliefde poezen en m'n alom tegenwoordige en onmisbare bloemen en planten vallen er bij in het niets. Die diepe intense voldoening overstijgt elke andere vorm van genot. Het allerbeste orgasme ooit komt niet eens in de buurt...
Afgelopen donderdag repeteerden Peter en ik voor onze jaarlijkse -ja, deze voor mij allerhoogste zaligheid beleef ik spijtig genoeg slecht één, maximum 2 keer per jaar- concertmis in de Sint-Michielskerk, volgende week zondag 17 april 2016. Ik ging er, zoals altijd eigenlijk, van uit dat de repetitie 'gewoon' en slechts 'muziek doornemen' zou zijn, maar... het werd alwéér zo'n magisch mooi muzikaal moment want als vanouds stegen we meteen weer op, mee met de tonen van de verrukkelijke muziek.
En ja, Peter werkt mee aan zoveel uitermate boeiende projecten met massa's andere muzikanten, zangers en dus ook met sopranen van mijn kaliber... En ja, ik creëer ook hele fijne muzikale dingen met andere geweldige organisten...
Maar dit, deze steeds weerkerende, ongelofelijk intense, niet van deze wereld, buitengewoon magische beleving, die hebben we allebei nooit elders meegemaakt. "Schrijf daar maar eens een blogje over", knipoogde Peter. De gulzige goesting en overgave waarmee hij vervolgens z'n laatste nieuwe lievelingsstuk -'Carillon Sortie' van Henri Mulet- ten beste gaf, deden onmiddellijk inspiratie in mij omhoog borrelen en terwijl ik met volle teugen genoot van de over me heen stromende sprankelende orgelklanken draaide mijn brein op volle toeren om alvast de nodige superlatieven bij elkaar te sprokkelen.
Niemand keert graag uit de hemel terug naar de dagdagelijkse vaak harde realiteit. En al was bij het verlaten van de kerk de door een hevige regenbui net frisgewassen wereld vol zonneschijn en kleur, op de tram overviel me een trieste leegte, verdacht veel lijkend op liefdesverdriet...
Weet je, dit diep innige muzikale samensmelten is echt als een drug: je wil er altijd méér van en na de euforische 'high' komt onvermijdelijk een pijnlijke 'low', met een emotioneel én fysiek gemis, altijd vergezeld door die sluimerende angst 'komt er nog wel een volgende keer?...'
En plots realiseerde ik me dat het deze uitzonderlijke bijna bovenmenselijke intimiteit is die ik zocht en niet vond in een relatie met een man... En naar zoiets kan je hopeloos lang lopen zoeken. Vooral als je het éigenlijk al hebt...
Ach, misschien word ik steeds meer ik een oude sentimentele dwaas. Dat kan en je mag er van denken wat je wil. De herinneringen aan deze absolute hoogtepunten in mijn bestaan koester ik, met Peter en al, zowiezo voor altijd in een speciaal rood fluwelen kamertje in m'n hart. En hopelijk gunt het leven mij nog lang en veel van deze glorieuze en verrukkelijke momenten...
En weliswaar gekleurd door een vleugje droefheid -omdat het daarna weer een tijdje stil zal zijn- kijk ik vandaag breed glimlachend uit naar die Magisch Mooie Meesterlijk Muzikale Mis bij sint Michiel met Meneer Maus en Mevrouw Meganck! Mmmmmmmmmm... ;-)
Concertmis Sint-Michielskerk
Zondag 17 april 2016, 11u
Amerikalei 165, 2080 Antwerpen
Inkom gratis
En erg goed bereikbaar met openbaar vervoer
Labels:
combinatie,
concertmis,
geïnspireerd,
hemel op aarde,
Hoog Romaniek,
hoogtepunten,
hoogzaal,
intens,
intimiteit,
magisch,
muziek,
orgel,
Peter Maus,
relatie,
sint-Michielskerk,
sopraan,
vleugels
woensdag 6 april 2016
Rebekka en Jos.
"Zou mijn vader ooit één seconde gedacht hebben dat dit nog zou gebeuren?" vroeg ik me afgelopen maandagnamiddag af, terwijl ik vanop de eerste rij in de trouwzaal van het districtshuis in Deurne toekeek hoe m'n jongste zus Rebekka het ja-woord gaf aan haar geliefde Jos.
Die zus van mij, 4e spruit in de rij van 5, die altijd het zorgenkind geweest is van onze va en ons moe vanwege haar vertraagde ontwikkeling met een mentale achterstand, leerstoornissen en gedragsproblemen als gevolg.
Als kind hoorde ik hen zich zo vaak luidop afvragen wat er van haar moest worden als de dag kwam dat zij met hun tweetjes er niet meer zouden zijn om te vechten voor haar plekje in de maatschappij... Wij, de andere 4 kinderen, vonden dat echt niet altijd even tof, maar va en moe deden er absoluut àlles aan, geen moeite of inspanning was te groot, om haar de best mogelijke kansen en toekomst mee te geven.
Als je 't mij vraagt is Rebekka door al die ondersteuning eigenlijk de meest zelfzekere van den hoop geworden. Dat, en die beperkingen, die een enorm pak remmingen wegnemen uiteraard -je wilt het soms écht niet weten- waardoor je je zonder nadenken in gelijk wat stort met een 'klinkt het niet dan botst het maar en een ander zal het puin wel ruimen'-houding, maakte haar niet mijn meest geliefde zusje. Veel te direct, veel te luid, veel te grof, veel te lomp, af en toe zelfs veel te vies... Allé, té dus, en van weinig positiefs.
Maar met behoorlijk wat vallen en opstaan -en daardoor ook met menig slapeloze nacht, hartklopping en koppijn-attaque voor ons va en moe- zocht en vond ze haar eigen weg en leven.
Alleen wonen en voor zichzelf zorgen, een baantje, een liefje of 2, 3... weliswaar allemaal onder professionele begeleiding heeft ze zowat alle 'gewone' dingen des levens kunnen en mogen beleven, zoals elk van ons.
En sinds een paar jaar woont ze in een bijzonder mooi appartement samen met Jos. Jos, de wat oudere, met volle goesting nog steeds keihard werkende, zachte en meestal wat stille man, met een geweldig gevoel voor humor en een meer dan Bourgondische eetlust, die werkelijk de grond aanbid waarop zij loopt. Zij is zijn godin, zijn maatje, zijn hemel en hel, en nu ook zijn vrouw.
Afgelopen maandag zag ik m'n jongste zus ineens even met andere ogen. Ik ben zelf 2 maal (en absoluut niet succesvol) getrouwd geweest, maar volgens mij heb ik als bruid niet één seconde zo gestraald en zo oprecht gelukkig lopen blinken als zij, met hààr dag en hààr Jos.
Ja, liefde kan ook gewoon zijn, heel uitzonderlijk gewoon, wonderbaarlijk vanzelfsprekend en evident. Kijk maar eens naar die twee: allebei niet echt moeders mooiste, niet uitzonderlijk getalenteerd in iets, niet overladen met intellectuele bagage, zelfs niet bulkend van de centen... maar ze vonden elkaar in de meest eenvoudige en dagdagelijkse dingen. Samen voluit en ongegeneerd genietend van alles wat leuk, mooi en lekker is in het leven, vullen ze elkaar aan. Ze zien, zonder er bij na te denken, vermoedelijk totaal onbewust, elkaars innerlijke schoonheid. Dat voel je, écht waar, als je in hun buurt bent, en afgelopen maandag meer dan overduidelijk volgens mij. Hopelijk ondervonden en begrepen de mensen die wel eens met Rebekka durven lachen dat ook...
Een paar uur voor de huwelijksceremonie reed ik in de gietende regen op m'n fiets tot bij hen, om het bruidsboeket en haarstukje en ook een corsage voor Jos, die ik met ontzettend veel plezier voor hen had mogen maken, af te leveren. Hun oprechte blijheid om zoveel bloemenpracht steeg boven hun overduidelijke zenuwen uit, en de dikke knuffel die ik van hen kreeg heb ik voor het eerst in heel veel jaren -en ja, dat beschaamt me- met open geest en armen ontvangen en in m'n hart toegelaten.
Maandag 4 april 2016, huwelijksdatum van Rebekka en Jos. Een onvergetelijk feestelijke dag, vol vreugde en geluk, met wat verdriet om de geliefde afwezigen, met ambiance met die vele en o zo diverse wél-aanwezigen, met kleurrijke bloemen, ernstige en ook zotte foto's, lekkere hapjes en drankjes, en zelfs, zoals in elk leven en elk huwelijk, ook met zon én regen...
En onze va, die keek vanop z'n hemelwolk, met een trappist in de hand, nog steeds ietwat verrast maar tevreden monkelend naar beneden en zag dat het goed was. Dat weet ik zeker. :-)

Die zus van mij, 4e spruit in de rij van 5, die altijd het zorgenkind geweest is van onze va en ons moe vanwege haar vertraagde ontwikkeling met een mentale achterstand, leerstoornissen en gedragsproblemen als gevolg.
Als kind hoorde ik hen zich zo vaak luidop afvragen wat er van haar moest worden als de dag kwam dat zij met hun tweetjes er niet meer zouden zijn om te vechten voor haar plekje in de maatschappij... Wij, de andere 4 kinderen, vonden dat echt niet altijd even tof, maar va en moe deden er absoluut àlles aan, geen moeite of inspanning was te groot, om haar de best mogelijke kansen en toekomst mee te geven.
Als je 't mij vraagt is Rebekka door al die ondersteuning eigenlijk de meest zelfzekere van den hoop geworden. Dat, en die beperkingen, die een enorm pak remmingen wegnemen uiteraard -je wilt het soms écht niet weten- waardoor je je zonder nadenken in gelijk wat stort met een 'klinkt het niet dan botst het maar en een ander zal het puin wel ruimen'-houding, maakte haar niet mijn meest geliefde zusje. Veel te direct, veel te luid, veel te grof, veel te lomp, af en toe zelfs veel te vies... Allé, té dus, en van weinig positiefs.
Maar met behoorlijk wat vallen en opstaan -en daardoor ook met menig slapeloze nacht, hartklopping en koppijn-attaque voor ons va en moe- zocht en vond ze haar eigen weg en leven.
Alleen wonen en voor zichzelf zorgen, een baantje, een liefje of 2, 3... weliswaar allemaal onder professionele begeleiding heeft ze zowat alle 'gewone' dingen des levens kunnen en mogen beleven, zoals elk van ons.
En sinds een paar jaar woont ze in een bijzonder mooi appartement samen met Jos. Jos, de wat oudere, met volle goesting nog steeds keihard werkende, zachte en meestal wat stille man, met een geweldig gevoel voor humor en een meer dan Bourgondische eetlust, die werkelijk de grond aanbid waarop zij loopt. Zij is zijn godin, zijn maatje, zijn hemel en hel, en nu ook zijn vrouw.
Afgelopen maandag zag ik m'n jongste zus ineens even met andere ogen. Ik ben zelf 2 maal (en absoluut niet succesvol) getrouwd geweest, maar volgens mij heb ik als bruid niet één seconde zo gestraald en zo oprecht gelukkig lopen blinken als zij, met hààr dag en hààr Jos.
Ja, liefde kan ook gewoon zijn, heel uitzonderlijk gewoon, wonderbaarlijk vanzelfsprekend en evident. Kijk maar eens naar die twee: allebei niet echt moeders mooiste, niet uitzonderlijk getalenteerd in iets, niet overladen met intellectuele bagage, zelfs niet bulkend van de centen... maar ze vonden elkaar in de meest eenvoudige en dagdagelijkse dingen. Samen voluit en ongegeneerd genietend van alles wat leuk, mooi en lekker is in het leven, vullen ze elkaar aan. Ze zien, zonder er bij na te denken, vermoedelijk totaal onbewust, elkaars innerlijke schoonheid. Dat voel je, écht waar, als je in hun buurt bent, en afgelopen maandag meer dan overduidelijk volgens mij. Hopelijk ondervonden en begrepen de mensen die wel eens met Rebekka durven lachen dat ook...
Een paar uur voor de huwelijksceremonie reed ik in de gietende regen op m'n fiets tot bij hen, om het bruidsboeket en haarstukje en ook een corsage voor Jos, die ik met ontzettend veel plezier voor hen had mogen maken, af te leveren. Hun oprechte blijheid om zoveel bloemenpracht steeg boven hun overduidelijke zenuwen uit, en de dikke knuffel die ik van hen kreeg heb ik voor het eerst in heel veel jaren -en ja, dat beschaamt me- met open geest en armen ontvangen en in m'n hart toegelaten.
Maandag 4 april 2016, huwelijksdatum van Rebekka en Jos. Een onvergetelijk feestelijke dag, vol vreugde en geluk, met wat verdriet om de geliefde afwezigen, met ambiance met die vele en o zo diverse wél-aanwezigen, met kleurrijke bloemen, ernstige en ook zotte foto's, lekkere hapjes en drankjes, en zelfs, zoals in elk leven en elk huwelijk, ook met zon én regen...
En onze va, die keek vanop z'n hemelwolk, met een trappist in de hand, nog steeds ietwat verrast maar tevreden monkelend naar beneden en zag dat het goed was. Dat weet ik zeker. :-)
Labels:
achterstand,
bloemen,
bruidsboeket,
corsage,
gedragsproblemen,
gelukkig,
huwelijk,
Jos,
leerstoornissen,
liefde,
moeder,
oprecht,
Rebekka,
remmingen,
vader,
zusje
Abonneren op:
Posts (Atom)



















