maandag 30 mei 2016

Wreed vochtige voeten.

In huishoudhulpboekjes, zoals die van Tante Kaat bijvoorbeeld, zijn er heel uiteenlopende methodes terug te vinden om je knellende nieuwe schoenen wat uit te rekken. Ik heb altijd van ons moe gehoord dat je er een tijdje met natte sokken in moet lopen. Niet dat ik dat ooit geprobeerd heb, want volgens mij werkt dat alleen met echte leren schoenen.
Hou dit idee even in gedachten, je leest vanzelf waarom...
De hele voormiddag viel de regen onophoudelijk met bakken uit de grijze lucht. Tegen de middag zou het beginnen uitklaren. Tenminste, dat had het weerbericht me gisterenavond toch beloofd...
En omdat ik vanochtend met de auto mee naar het werk mocht, en het niks koud was: geen jas aan, wel m'n nieuwe zachte sandaaltjes, en voor alle zekerheid toch maar een paraplu én ook een zonnebril mee. 
Met het vorderen van de voormiddag besefte ik dat het aantrekken van die sandaaltjes dan misschien toch een inschattingsfoutje was: de neerslag werd steeds heviger en de buienradar toonde een verschrikkelijk onweer dat mijn kant uit kwam schuiven. Mijn reis huiswaarts zou er hoogst waarschijnlijk middenin zitten... Met zeuren en klagen verander je de weersomstandigheden niet, dus klaar om doornat te worden, stapt ik opgewekt naar buiten. Regen is tenslotte maar water, hé, en dat droogt uiteindelijk wel weer.
Tijdens het stukje te voet van m'n receptie tot aan de bus en bij het wachten aan de halte was er slechts -hoe zal ik het noemen- 'gewone' regen. De paraplu houdt je voor het grootste stuk droog. Alleen je voeten worden er mogelijk een ietsiepietsie vochtig van.
Tijdens de busrit echter barstte er ergens in de hemel een dam of twee, denk ik... Een echte wolkbreuk vergezeld van hevige bliksemflitsen en stevig gedonder zette in een paar minuten alles blank en de bus veroorzaakte in het voorbijrijden kleine tsunamis die letterlijk alles in hun pad -voetgangers, fietsers, vuilniszakken, echt àlles dus- van de stoep veegden. 
"Wow", dacht ik zowel wat bezorgd als met een paar verwachtingsvolle binnenpretjes, "dat gaat nog 'plezant' worden als ik seffens moet uitstappen, zo een zondvloed... en die sandaaltjes!"
En ja, hoor, ook op de Rooseveltplaats kon je naar hartenlust zwemmen!...
In een paar stappen was alles van m'n gelakte teennagels tot vlak onder m'n derrière tot op het bot doorweekt. Alsof ik eventjes te voet een kleine rivier over stak. Tegen de tijd dat ik een paar honderd meter verder de supermarkt bereikte plakte m'n kleddernatte broek wurgend rond m'n benen en zaten de verzopen lange panden van m'n vest innig verstrengeld met de druipende punten van m'n zeiknatte jurkje. Maar boodschappen doen in zo'n totaal verlaten winkel, da's fantastisch! En de kassamevrouw had alle tijd van de wereld voor een leuk babbeltje. Over het weer, uiteraard. Wat had je gedacht!?... hihi
Een beetje sukkelend -ook ik heb maar 2 handen- met 1. m'n tas met inkopen, 2. m'n boekentas en 3. een wat onwillige paraplu plonste ik heel voorzichtig van de ene diepe plas naar de andere -geen ontwijken aan- richting metro. M'n vochtige voeten schoven met al dat water namelijk nogal vervaarlijk heen en weer in die doornatte sandaaltjes. 
En terwijl ik m'n tenen alweer volledig kopje onder voelde gaan dacht ik plots aan dat schoenen-rek-verhaal. Mijn spontane schaterlach moet vreemd geklonken hebben tussen de donder en bliksem van die woeste dretsvlaag: dat ik nu juist vandààg deze nieuwe sandaaltjes aan had... Die sandaaltjes, waar ik zo ontzettend gelukkig mee was omdat ze meteen, van de eerste seconde, -en geloof me, dat overkomt me zo goed noooooit- on-ge-loooo-fe-lijk comfortabel zaten en ab-so-luuuuuuut nérgens knelden of knepen!
Krijg je éindelijk de kans, zij het ongewild, om dat gekke schoen-theorietje eens uit te proberen, heb je uitgerekend net dàn het énige paar schoenen aan waarbij dat een volstrekt overbodige kwestie is... Tsssss, 't is ook àltijd wat, hé. hihihi ;-)



dinsdag 24 mei 2016

Een geanimeerde maandagochtend.

De felle lichtstraal die plots door de nog donkere slaapkamer flitste, uiteraard pal in m'n gezicht, deed me met enige tegenzin slaapdronken een lodderig oogje opentrekken. Soms lig ik zodanig knus en veilig onder het donzige roze dekbed en tussen de vele diepe zachte kussens dat ik, ondanks het toch duidelijk langzaam ontwaken van m'n lichaam, nog graag een ietsiepietsie langer aan die zalige sluimer tracht vast te houden, nog even een eindje verder doezelen... Je kent dat misschien ook wel.
Vanop z'n roze-bloemetjes-slaapkamer-krabpaal loerde Poekie ongelofelijk behoedzaam en met ingehouden adem door de spleet tussen de 2 overgordijnen en veroorzaakte zo die onverwachte lichtinval op mijn nog slaperige snuit. Ik hoorde meteen wat er daar buiten zo interessant was: een stel onstuimige meesjes kwetterden er levenslustig op los aan de andere kant van het raam.
Om vooral niets of niemand te doen opschrikken schoof ik, heel voorzichtig, centimeter per centimeter, zo discreet en bewegingsloos mogelijk, zowel de overgordijnen als de glasgordijnen volledig opzij om mee van het vrolijke schouwspel en uitbundige gedartel te kunnen genieten.
Wat een verrassing om te zien dat het niet de ouders-koolmeesjes waren, op zoek naar lekkers tussen mijn potten en planten, maar -wat gaat de tijd toch razend snel- hun nageslacht van deze lente, de kleintjes zélf.
Overduidelijk nog niet volledig met het verenpak van een volwassen vogel zochten ze toch al, helemaal op eigen kracht, als ne grote, eigenhandig -eigenpotig? eigenvleugelig?- hun kostje bij elkaar.
De stromende regen deerde hen niet, net zoals ze zich totààl niet stoorden aan de glurende poezen-ogen of mijn menselijke aanwezigheid. Met onbezonnen lef en roekeloze durf, enkel jeugdige onschuld eigen, zwierden ze in hun doornatte pluimenpakjes en met een soort punk-gel-kuifje op hun kopje uitgelaten van takje naar twijgje tussen de rozenstruiken en hibiscusboompjes, op zoek naar bladluizen en rupsen.
Ééntje hing zelfs een tijdje ondersteboven aan de kader van het slaapkamervenster heen en weer te krabbelen, met z'n staartveren breed uitgewaaierd tegen het glas, op zoek naar spinnetjes tussen de kieren van de muur en het raamkozijn, en liet zo, ongewild decoratief, een vochtig waaierpatroontje op de vensterrand achter.
Ik wist trouwens niet dat vliegen überhaupt mogelijk was als je hele pluimage zo doorweekt is... Misschien vandaar dat gekke, wat stuntelige rondbuitelen, hé.
Alleszins, 't was allemaal, zeker die laatste stunt, bijzonder hemeltergend voor die arme Poekie. Frustratie, verontwaardiging en verwarring, 't stond duidelijk op z'n beteuterde snoetje te lezen.
Omdat de olijke bende donzige verenbolletjes zich absoluut niets aantrokken van de -zogezegde- levensgevaarlijke dreiging van die huiskamertijger aan de andere kant van 't glas was de spanning en de lol er voor Poekie al gauw écht wel af, naar mijn idee verrassend snel eigenlijk. Tja, je zal het je, als fiere en heldhaftige kater, maar moeten laten welgevallen om vierkant in je gezicht uitgelachen te worden door zo een bende gevleugelde miniboefjes... 
Hij kroop gezellig naast me in het nog warme bed om zich, tevreden knorrend in m'n oksel, als troost een serieus pak knuffels te laten welgevallen.
Deze wereld is vaak een duistere plek vol onmetelijke ellende en oeverloos verdriet, je eigen leven en dagen zijn soms misschien leeg, zwaarmoedig of ronduit miserabel, en zo nu en dan zal ook de kille regen weer opnieuw ongenadig neerstromen... En toch, bijna tegen beter weten in, toch zijn we ook àltijd omringt door zoveel schoonheid en (levens-)vreugde, massa's kleine wondere dingetjes om oprecht blij en dankbaar om te zijn. Neem de tijd en geniet er van, want -en ja, ik weet hoe afgezaagd en cliché dit klinkt, en ja, ik weet dat ik het soms zelf ook even kwijt ben, maar ik geloof en promoot het tóch- dààrin zit waarachtig geluk en echte rijkdom!
Zélfs op zo'n bijzonder mistroostige druilerige maandagochtend... ;-)



maandag 23 mei 2016

Vrolijk varen-verhaaltje.

"En? Nog spannende dingen meegemaakt op het openbare vervoer? Geen nieuwe belevenissen te vertellen?" Vanmiddag moest ik de dames aan de balie nog teleurstellen. Behalve m'n doodgewone ergernissen (kauwgomkauwers, picknickers en beatboxers) en m'n doordeweekse angsten (snelheidsduivelbuschauffeurs, levensgevaarmanoeuvers en geen-veiligheidsgordels-paniek) viel er niets te melden. Maar da's ondertussen alweer veranderd: m'n bus- en tramrit huiswaarts is opnieuw een blogje waard.
Uiteraard was dat enigszins te voorspellen als je, zoals ik vanavond, op stap gaat met een flinke boodschappentas met daarin een forse varen... 
De wilde varen, uit de bosrijke tuin van Herta -waar eerder al die lading brandnetels vandaan kwam (*)- al een tijdje door mij gezocht om het donkerste en immer wat vochtige hoekje van m'n, voor de rest vrolijk volgepropte, terras ook van overdadig groen te voorzien, en die, wees gerust, ondertussen in een emmer met een mooie bodem water staat te bekomen van z'n, voor een plant dan toch, bijzonder avontuurlijke reis.
Aan de halte flapperden z'n frisgroen jonge bladeren zodanig hard in de strakke bries dat een paar van hen knakten. Dat maakte de mooie plant meteen extra breed en, uiteraard, daardoor dus ook een heel stuk onhandiger... Maar, het lukt me toch om mezelf en m'n groenvoorziening zonder verdere schade in de bus te hijsen en veilig en wel neer te gaan zitten.
Tijdens de rit richting Antwerpen deinde het groen op het stoeltje naast me, keurig overeind gehouden door m'n arm, heen en weer, op en neer, lustig mee op het ritme van de hotsende-botsende wielen. Achter me hoorde ik een stel jonge gasten 'die is met hare wiet op uitstap' gniffelen, maar heel erg appetijtelijk vonden ze hem dan precies toch ook weer niet. 
Op de paar honderd meter te voet van de bushalte naar de metro bracht de wind de arme plant nog meer schade toe, nog wat gevederde blaadjes braken.
Op het metroperron stak al dat frisse groen schel af tegen de grauwe smerigheid van de aftandse ondergrondse, maar ondanks z'n opvallende verschijning moest ik hem toch stevig in bescherming nemen tegen de wilde stromen, door haast verblinde pendelaars. 
Op de overvolle tram stapelde ik alles wat ik bij me droeg op m'n schoot: onderaan de druipend natte paraplu, daarop de dikke boekentas en helemaal bovenaan, de zak met de kluit aarde ongeveer ter hoogte van m'n nek, de ondertussen wat zielig ogende groene sprieten, nog steeds moedig wuivend en zwierend, tot ze in m'n haar vast kwamen te zitten...
En opnieuw ingehouden gegiechel en onnozele commentaar, natuurlijk, wat had je gedacht, uitsluitend àchter me, netjes uit m'n gezichtsveld. 
'Nen triestige plant met nen triestige plant!', 'Amai, zo ne verlepte sallaad!', 'Woar goat die mé da bos nor toe?!', 'Palmbomen horen in de Sahara!' en meer van dat soort 'hahaha-o-wat-zijn-wij-grappig' gedoe.
Tja, als iemand een beetje uit de toon valt is plots iédereen een komiek, hé. 'Och, ze kunnen er maar lol mee gehad hebben', denk ik dan. Dat mag.
Toen ik er, aangekomen bij mijn halte, breed glimlachend zélf een piepklein grapje over maakte -'Opgepast dames en heren, het oerwoud moet afstappen!'- deden al die o zo mondige commentatoren plots alsof ze het in Keulen hoorde donderen en nog totààl niets gezien, laat staan gezegd hadden. Raar is dat, vind je niet? Het zijn ook nogal helden, hé... 
'k Weet wel zeker dat zij het niet zo snel zouden aandurven om bus of tram op te stappen met zo'n uitpuilende plastieken boodschappentas boordevol zwierende en zwaaiende groenexplosie!... Ik lekker wél. ;-)
* lees ook het blogje "Ecologische terras-oorlog, deel 2: een netelige kwestie"


maandag 9 mei 2016

Eigenwijze Efteling-adoptie.

In het jaar 2000 brachten ze hem mee naar huis, en 16 jaar lang had hij zijn eigen plekje in de tuin van ons va en moe. Eerst keek hij jarenlang glimlachend uit over de grote vijver, wiebelend in de wind in één van de reuzegrote kerstbomen. De laatste tijd, daar in de Schoolstraat, was z'n hangout een heel stuk dichter bij de mensen: aan de tuinmuur met de uitgebreide collectie vogelhuisjes, met zicht op het terras, de woonkamer en de keuken, alsof hij na al die tijd in alle soorten weer en het wisselen der seizoenen misschien toch eens wou piepen of 'binnen wonen' niet ook iets voor hem was...
Het huis werd verkocht, en dus ook hij moest verhuizen.
Omdat m'n moeder's nieuwe appartement geen tuin maar slechts een klein terras heeft nam ik een aantal dingen, deels sentimenteel, deels omdat ik ze stiekem àltijd al leuk vond en eigenlijk ook graag wilde hebben, uit 'den hof' mee naar mijn terras. Grote smeetijzeren plantensteunen, een dik pak bamboestengels, de 'keikopkes' -2 stenen met een grappig gezicht, een soort vrolijke tuinbeschermers- die ik zelf ooit aan m'n ouders kado deed, een uit de kluiten gewassen buitenthermometer, wat nieuwe stenen potten, een paar grappige vogelhuisjes en voederbakjes, een trio tuinkabouters, een rozenboompje met kleine roze roosjes en nog wat andere ditjes en datjes.
En zo ontfermde ik me ook over het door de tijd wat van kleur verschoten grappige mannetje met z'n paraplu, die zo lang geleden uit de Efteling meekwam naar die fantasierijke tuin in Wijnegem. Een paar weken geleden ontving ik van m'n moeder z'n paspoort, waardoor deze adorabele her-adoptie nu volledig rond is. Lian heet hij en hij is een telg van het volk van Laaf, waarvan er een super schattig dorpje in de Efteling te bekijken valt. Volgens z'n identiteitsgegevens is hij handelsreiziger in min of meer waterdichte paraplu's, waarmee hij zelf af en toe onvrijwillig de lucht in gaat, wat hem de bijnaam 'Parachute' bezorgde. Past schitterend bij mij, vind ik, 't madammeke met uitgebreide collectie plezante regenschermen...
En bij mij mocht hij lekker warm binnen wonen! Er kwam een sierlijke plantenhaak aan de muur vlak boven de sofa, met brute kracht bijgebogen om mijn nieuwe huisgenoot, hangende aan zijn paraplu, een wat vertrouwd uitzicht te geven over de tuin en het terras, maar meteen ook over de hele woonkamer. Kon hij lekker mee televisie kijken. 't Zag er leuk uit, dus helemaal in orde, iedereen content. Tenminste, dat dacht ik...
De volgende ochtend hing Lain, tot mijn verbazing, volledig andersom, met z'n gezicht naar de tafel en de muur met schilderijen. Heel vreemd! Ik snapte er niets van. Wou hij dan toch liever een ànder uitzicht en had hij zichzelf daarom gedraaid???... Omdat het, gek genoeg, niet lukte hem weer in de 'juiste' richting te keren haalde ik hem voor een nadere inspectie even van z'n haak. Net op tijd, zoals bleek. Een uurtje later of zo zou hij aan gruzelementen gevallen zijn. Blijkbaar vond hij dat 16 jaar met-volle-gewicht-aan-diezelfde-ene-hand-aan-diezelfde-ene-paraplu-hangen méér dan genoeg geweest was. "Niet nóg eens zoveel tijd!" moet hij met kramp in z'n beklagenswaardige arm gezucht hebben en dus liet hij, met een langzame roterende beweging, z'n regenscherm los. 
Da's absoluut begrijpelijk en die mooie haak dient wel voor een hangplant of zo.
Hoog tijd voor comfort! Laaf Lain geniet nu bovenop de vitrinekast met al m'n koesterspulletjes, met een streelzacht kussen onder z'n bolle achterwerk en voorlopig nog steeds trouw z'n hoedje en paraplu vasthoudend, van een nieuw, eveneens uitzichtrijk, plekje. 
Nu hoop ik maar dat hij niet met zelfmoordneigingen sukkelde en morgen moedwillig en goed geweten van die kast af dondert... Tja, hoe zou je zelf zijn, als je al 16 jaar lang wanhopig verlangt naar eens een tijdje zitten... Maar dàt, dat is dus bij deze éindelijk in orde gebracht, hé! ;-)



maandag 2 mei 2016

Hotelketen "Terrace Resort" ****

Dankzij zijn deskundigheid, zijn minuscule precisiewerk, zijn juist gedoseerde kracht en, niet te vergeten, het indrukwekkende arsenaal professioneel materiaal waarmee Serge, m'n sympathieke en humoristische buurman, behulpzaam als hij is, vanmiddag bij me langst kwam, kan ik hierbij de nieuwe hotelketen met de welluidende naam "Terrace Resort"****, waarvan ik recentelijk de trotse eigenaar werd, feestelijk voor geopend verklaren!
De vier aparte hotelgebouwen, die zich vlakbij verschillende natuurgebieden bevinden en goed bereikbaar zijn langst vertrouwde aanvliegroutes en zowel boven- als ondergrondse landwegen, beschikken over zeer uiteenlopende ruimtes, allemaal uitgemeten, gebouwd en aangekleed naar de verlangens van het door ons gewenste clientèle.
De hooggeëerde gasten kunnen een enige éénpersoonskamer betrekken, een gezellige gezinskamer of zelfs een heuse slaapzaal, voor diegenen die graag met velen dicht bij elkaar gepropt zitten. Van luxe suites, met alles erop en eraan, tot piepkleine, maar knusse en comfortabele hokjes, "Terrace Resort"**** biedt het je allemaal! En onze bezoekers mogen in alle rust elke kamer uitproberen en zelf beslissen welk plekje het best bij hen past, en, indien gewenst of nodig, de door hen gekozen ruimte ook nog anders inrichten, decoreren of mogelijk zelfs verbouwen.
Over de lengte van het verblijf van onze kostgangers zijn we eveneens zeer flexibel. Één nachtje? Geen probleem! Een paar weken in de zomer? Dat kan! Liever in de winter? Ook goed, hoor! Een half jaar? Waarom niet?... Zelfs als men er permanent wenst te blijven wonen en, wie weet, er mogelijk de rest van z'n dagen wil doorbrengen, dan vinden wij dat absoluut prima!
Drie van vier hotels hebben hun eigen bloeiende restaurant op wandelafstand van de onderste verdieping met kamers, maar zowel de residentiële klanten als toevallig passanten mogen vrij gebruik maken van alle aanwezige accommodaties van het prachtige resort, vakkundig aangelegd met kleur- en geurrijke bloemen en planten, en ook een paar kleine waterpartijen. Naast spannende hoogtes en laagtes voor de avonturiers zijn er rustige zonnige of schaduwrijke hoekjes waar het voor stille genieters fijn vertoeven is. In dit zalige verblijfsoord bevinden zich trouwens nog veel meer en erg uiteenlopende drank- en eetgelegenheden, die uiteraard rekening houden met zowel de vleeseters als de vegetariërs.
En de prijs voor een verblijf op deze overheerlijke en paradijselijke plek? 
Niks! Nul komma nul! Noppes. Geen enkele van de bonte bende bezoekers, of ze nu lang of kort bij ons verblijven, en ongeacht hun verbruik -het maakt allemaal totaal geen verschil- géén van hen krijgt een rekening of factuur gepresenteerd. Absoluut àlle bezoekers van de hotelketen "Terrace Resort"**** -bij die door jullie ondertussen gekende en geliefde gastvrouw- logeren geheel en volledig gratis!
Dus, bij deze ben je van harte welkom! Tenminste... als je een bezige bij, een vlijtige vlinder, een guitige gaasvlieg, een opgewekte oorworm of een leuk lieveheersbeestje bent... ;-)


 
 

dinsdag 26 april 2016

Fenomenaal, die Floraliën!

Op een zondag om 6 uur uit je bed moeten, dat lukt bij mij alleen als er iets geweldig leuks gepland staat! En zo bevond ik me vrolijk ongeduldig, fris gewassen en klaar voor wat een super daguitstap beloofde te worden, om 7u30 reeds aan de tramhalte. En het begon al goed: 45 minuten lang geen tram. Zucht. Eindelijk toch in Antwerpen Centraal geraakt restte me nog juist 4 minuten om een ticketje te kopen én de trein naar Gent te halen. Gelukkig had die 2 minuten vertraging en stond hij op perron 1, da's gewoon boven in de grote hal, waardoor ik er, nog nét op tijd, totaal buiten adem van het trappen op crossen, in kon springen. Hoera! Zo begon m'n dag Floraliën met vriendin Marleen. Hoedje op tegen de regen, jas-sjaal-handschoenen tegen de kou, zonnebril voor mocht de zon schijnen, een beetje zakgeld voor de lekkere trek en een leuk souvenirtje, en m'n camera met in totaal 4GB aan fotokaartjes om het allemaal vast te leggen.
Marleen stond me al op te wachten in het Sint Pietersstation en schoot bij de imposante bloemenopstelling aldaar meteen de eerste kiekjes van de dag.
We begonnen ons parcours in de Bijloke. Aan de inkom kregen we allebei meteen een polsbandje omgesnoerd om overal in en uit te loggen, want veiligheid boven alles, en tevens diende dit als betaalmiddel -waar je uiteraard zelf centjes op moest zetten- want de Floraliën zijn vanaf dit jaar 'cashfree'.
Maar, ondanks de vele infostanden, stewards, agenten, enz. -allemaal van enorm goede wil- zaten er in zowel die veiligheid als in dat centenvrij-zijn toch wel wat gaten, hoor... Geloof me, 't was wreed sukkelen met momenten. 
We zagen spannende bamboe kunstwerken, de rustgevende Japanse tuin, een enorme verzameling prachtige bonsai's, een massa bijzonder fraaie Gentse azalea's en de Cocon, een soort futuristisch huis van ronde kamertjes gevlochten in natuurlijke materialen en behangen met allerlei levende planten in potten en manden. De film 'Waterworld" kwam van ver in m'n gedachten.
Shuttlebus naar de volgende site? Niks voor ons! Wij hadden onze stevige stappers aan en alles lag op loopafstand. Volgende halte: de Leopoldskazerne, waar 'groen in de stad' gepromoot werd met een schitterend aangelegd mythologisch belevingsbos en groene gevels, voor verticaal tuinieren.
Ondertussen trakteerde Moeder Natuur ons overdreven gul op alle mogelijke seizoenen in één dag. Zwetend in de felle zon afgewisseld met bibberend van de ijskoude windvlagen naar dringend moeten schuilen voor plotse hevige slagregen en ware hagelbombardementen met zelfs hier en daar wat verdwaalde sneeuwvlokken tussen. Maar het bedierf de pret helemaal niet, in tegendeel zelfs. Heen en weer tussen rillen en bakken? Spannend, vonden wij!
Op de volgende site, het Sint-Pietersplein, was de lol was er voor mij wel even af toen ik, volledig geconcentreerd de vleesetende planten fotograferend, behoorlijk kortaf en hardhandig uit de weg geduwd, zonder pardon plaats moest maken voor 'monseigneur'. Misschien gek, maar bij dat woord denk ik altijd meteen aan een wijze kardinaal met een imposant karmozijnrood gewaad... maar, het was dus prins Laurent, omgeven door een volledige cameraploeg van de televisie, een bende niets ontziende, druk flitsende pers- en andere fotografen, aangevuld met een schare wild enthousiaste fans en een kudde elkaar verdringende kijklustigen. Wijs als we zijn lieten Marleen en ik die krioelende mensenmeute dan maar aan ons voorbij stromen. Zo konden wij tenminste weer op ons dooie gemak en zonder opgejaagd of 'ge-loopt-in-de-weg!' gevoel verder van al die sierlijke schoonheid genieten.
In de Sint-Pieterskerk bewonderden we het omstreden pronkstuk van deze Floraliën-editie: die reusachtige kleurrijke en sprookjesachtige bloemenluster.
En verder ging onze florawandeling, richting Citadelpark. Inspiratietuinen, 'Flower Power', 'Back to the Roots' op de allereerste locatie, bomen, struiken, azalea's, tuinplanten allerlei, groot en klein, in alle kleuren en geuren... Een ware bos-tuin in een enorme hangar. Wauw! En o o o, niet te vergeten: die ongelofelijk indrukwekkende begonia's, zo groot als je gezicht! Daar vielen de oooh's en aaaah's overvloedig uit m'n mond! Die wil ik! Voor m'n terras! O ja!
Vermoedelijk om de voorgang van de bezoekers niet te stremmen stond er eigenlijk nergens langst de hele route een bankje of zo om even, ondertussen genietend van een aangenaam uitzicht, de moede rug en voeten te laten rusten. En omdat we, ik weet niet hoe, behalve het occasionele doornatte en behagelde terrasje-zonder-meer, blijkbaar zowat alle mogelijke eet- en drankgelegenheden onopgemerkt voorbij liepen deden de honger en dorst stilaan bijna meer pijn dan ons zeurende lijf... 
Hadden we dan misschien toch een Würst van Jeroen Meus moeten soldaat maken, zoveel uren terug, aan het begin, in de Bijloke?...
Helemaal aan het eind van de boeiende bloeiende rondgang strompelden we, doodmoe maar wreed content -vooral omdat we het vonden- het zelfbedieningsrestaurant binnen. De meer dan welkome Griekse sla en frietjes met een Hoegaarden Rosé, voor mij, en het bord dampende Gentse stoverij, ook met frietjes, en een glas rode wijn, voor Marleen, smaakten echt onwaarschijnlijk verrukkelijk. Een excellent orgelpunt op deze dag!
Een uurtje later stond ik terug aan het zonovergoten Sint-Pietersstation, waar m'n kunstje van die ochtend nét niet opnieuw lukte: met nog 3 minuten te gaan trok ik opnieuw een sprintje, de trein stond nog aan het perron, maar 'k mocht er van de treinbegeleidster niet meer bij op springen. Koffietje dus.
Extreem gelukkig met de warme vriendschap, de massa's foto's en de leuke souvenirtjes plofte ik volledig voldaan rond 18u30 in m'n eigen zetel en... viel prompt in slaap. Doodmoe van de fysieke inspanning -minstens 30.000 stappen tussen ons getweeën- maar ook pompaf van al die meer dan fantastische indrukken van dit overheerlijke bloemen-uitje. O, wat ga ik hier nog lang van nagenieten, amai! En het opnieuw en opnieuw beleven begon al onmiddellijk: die meer dan 1.000 foto's, die we samen schoten, uitzoeken, bijwerken, knippen, plakken, van commentaar voorzien en in een album krijgen. En uiteraard, wat had je gedacht, doorloop ik de hele uitstap nogmaals van voren af aan met het schrijven van dit blogje! ;-)
Dank je wel, Marleen, dit was waarlijk een absolute bloemen-topdag! Fenomenaal, die Floraliën! ♥


zaterdag 23 april 2016

Japanse roze kersenbloesemwolk.

Àlle bloesem is verrukkelijk, absoluut, maar voor mij persoonlijk spant de geweldig overdadige en uitbundige grote roze bloemenwolk van de Japanse kerselaar toch écht wel de kroon!
Afhankelijk van zon, wind en regen is deze kwetsbare pracht elke lente slecht 1 à 2 weken te bewonderen, maar dat maakt al die schoonheid zo mogelijk nog kostbaarder. Ik probeer er zo intens mogelijk van te genieten, en al dat moois in me op te nemen, als het ware op te zuigen in elke vezel van mijn lijf, zodat dat intense gevoel van bijna kinderlijke vreugde een veel langer leven beschoren is dan die frêle bloesems zelf...
Vroeger woonde ik in een straat aan weerszijde geflankeerd door rijen van die roze reuzensuikerspinnen. Zoooo mooi was dat! Maar ondertussen zijn die, spijtig genoeg, op 4 of 5 na, allemaal gekapt, wegens te veel 'vuiligheid' bij het vallen van de miljoenen bloesemblaadjes...
Tegenwoordig moet ik tevreden zijn met slechts één zo'n boom, maar dat is dan ook wel echt een prachtexemplaar. En hij staat ideaal: vlak voor de receptie waar ik in een doorsnee week toch minstens 25 uur van m'n leven doorbreng. Werken met een meer dan schitterend uitzicht dus!
Deze kerselaar vormt niet alleen een fraai decor, hij is ook een bijzonder fijn en veelvuldig gebruikt gespreksonderwerp bij mij aan de balie. Zowel de collega's als de frequente bezoekers volgden met spanning de voortgang van de ontluikende knoppen. "Ja, 't is bijna zover!" "Krijgen we zon dit weekend? Dan staat hij tegen maandag volledig in bloei!" of heel simpel "Schoon, hé..."
En sinds vorig weekend staat die Japanse kerselaar in al z'n glorie te blinken in de zon. Dus vermoedelijk kan ik er nog een klein weekje verder van genieten, als het niet hard gaat waaien en/of regen tenminste. Maar zelfs als de bloemen verwelken en hun blaadjes loslaten verblijden ze m'n dagen nóg, dansend als roze sneeuw in de wind, tot ze op hoopjes bij elkaar geblazen en voor ze opgeveegd worden, de bestrating van de parking heel even extra kleur geven.
Afgelopen donderdag stond de kerselaar voor mij zo ongeveer op z'n mooist, dus schoot ik er -wat handig toch, zo'n smartphone- wat leuke kiekjes van.
En omdat een prentje zo vaak het geschreven woord versterkt -en andersom natuurlijk- en om jullie er ook een beetje van mee te laten genieten, geef ik vanaf hier het woord aan de plaatjes. Geschreven blog & roze beeldverhaal! ;-)


 
 
 

dinsdag 19 april 2016

Ecologische terras-oorlog, deel 2: een netelige kwestie.

Mijn plan om brandnetelgier te maken vond meteen ondersteuning bij Herta, een geweldig sympathieke collega op het werk, die me, indien ik dat wenste, gerust een pak brandnetels, volledig biologisch en vrij van pesticiden, uit haar tuin kon bezorgen. En zo een aanbod laat je niet schieten, dus: gisterenochtend overhandigde ze me een grote plastieken boodschappentas boordevol vers geplukte, nog nat van de dauw, fris lentegroene jonge neteltwijgjes. 
M'n hele shift lang stond die zak naast me op de grond achter de balie, gewoon, open, kwestie van al dat jeugdige groen niet te verstikken. 
Hilariteit alom bij m'n vertrek huiswaarts: een grote huisjesslak had zich gedurende de voormiddag via het plastiek ophoog gewerkt en zat nu op z'n gemak op de rand van de tas rond te kijken.
Grappig, zo'n supplementair huisdier-kado, maar toch liever niet nog eens een veelvraat extra op het terras... Er was wat overredingskracht nodig om hem, of haar, te overtuigen die inmiddels duidelijk vertrouwde zak los te laten. Maar uiteindelijk lukte het me toch om het beestje veilig en wel in het bosje langs m'n weg naar de bus 'vrij' te laten.
Met die nog steeds openstaande boodschappenbrandneteltas naast me op de bank viel het me tijdens de busrit op dat de mensen om me heen zowel bijzonder gefascineerd als met een lichte walging naar me zaten de staren. En ik begreep al snel waarom: er kwamen nóg 3 van die dikke huisjesslakken van tussen de netels gekropen, klaar om het openbaar vervoer te veroveren, veronderstel ik!... Er zat niets anders op dan ze, met de bijbehorende branderige jeuk op m'n handen als gevolg, terug tussen het groen te duwen en de zak, zo goed mogelijk, en duidelijke tot grote opluchting van m'n medereizigers, hermetisch dicht te knopen.
Maak je maar geen zorgen, op het laatste stukje van m'n vaste route, van de tramhalte tot m'n voordeur, heb ik die drie stiekeme passagiers, met natuurlijk -auw auw auw- nog meer geprik in m'n vel en vingers, van tussen het netelige groen gevist en ze met hun drietjes achtergelaten diep in een dicht bebladerde grote struik van een plantsoentje.
Op verschillende tuinsites had ik ondertussen gelezen dat je, door de alles overheersende, absoluut niet te harden stank die het gistingsproces van de brandnetels verspreid, het goedje best zo ver mogelijk van je huis en terras neerzet, ergens helemaal achterin de tuin of zo. Da's natuurlijk iets wat uitgesloten is als je, zoals ik, in een flatgebouw woont... En ik krijg ook liever géén slaande ambras met al die vele verdiepingen boven en naast me.
Er kon echter ook, door simpelweg een half uurtje koken, een dagje laten staan en dan zeven, m.a.w. zónder gistingsproces en bijgevolg ook zónder geurhinder, een extract van de brandnetels getrokken worden dat nog steeds prima werkt ter verdrijving van bladluizen. Da's dus ondertussen allemaal al gebeurd en er staat hier nu 4,5 liter wreed straffe brandnetel-heu...-'thee' -laat ik het zo maar noemen- klaar voor gebruik!
Maar voor ze de grote soeppot in gingen heb ik al de neteltakjes wél eerst, uiterst zorgvuldig en met m'n zelden gebruikte tuinhandschoenen aan, één voor één gecheckt op nog meer verstekelingen. Want als brave vegetariër eet ik uiteraard ook geen, al dan niet gekookte, escargots... ;-)


  
 


maandag 18 april 2016

Achtbaan der emoties.

Zo, hier zit ik dan weer, achter de computer, met zicht op de tuin -nog maar eens onveilig gemaakt door een bende jong schorriemorrie- waar de zon nog van de partij is en langst het gebouw heen de naaldbomen fraai belicht. Genietend van de gezellige vogeltjesdrukte op m'n terras beleef ik in m'n hoofd opnieuw heel de emotionele achtbaan van deze bijna afgelopen zondag. 
De dag begon met een telefoontje van m'n moeder. Een allergische reactie zorgde er voor dat ze dan toch niet zou komen luisteren naar de concertmis. Een spijtige tegenvaller, maar ik liet me er niet door van m'n stuk brengen.
Vol goede moed besloot ik die, voor mijn doen nogal erg korte, felblauwe jurk aan te trekken én, zo mogelijk nóg uitzonderlijker, m'n lange haren voor 't grootste deel eens een keer niét op te steken. 
M'n spiegelbeeld deed vreemd aan, maar ik zag een best leuk ogende vrouw naar me terugkijken, dus niet getwijfeld en hup, naar de tram. 
Als een sardientje tussen de overdosis andere passagiers gepropt, uitsluitend mensen in sporttenue, vermoedelijk allemaal op weg naar de Ten Miles, viel ik op, zo netjes opgemaakt, in hoge hakken en deftige jas. Ze keken me aan als kwam ik van een andere planeet. 
De vele meters kasseien en het laatste onverwachte stuk te voet deden me te laat, met pijnlijke pootjes, m'n hoge hakken verwensend, buiten adem en een beetje verwilderd toekomen in de kerk. Maar daar wachtte me het heerlijk musiceren met organist Peter Maus. En reeds bij de eerste tonen vielen er feestelijk zonnestralen door de glasramen, als zette iemand ergens hoog daarboven een spot op ons. Zalig.
Door alle commotie rond die blog van mij over de muzikaal-intieme samenwerking met Peter dacht ik een pak meer publiek dan anders te zullen zien plaatsnemen op de kerkstoelen. Doch hier was duidelijk sprake van 'veel geblaat, wreed weinig wol'... Slechts 45 mensen, waarvan 40 'gewone' zondagse kerkgangers. Een beetje een desillusie dus.
Het knip- en plakwerk, waarmee sommige lezers van die ondertussen blijkbaar beruchte blog, mijn hoogste goed en diepste zieleroersels tot een hoofdstuk uit "50 Tinten Grijs" reduceerden, -en ja, ik snap het wel, hoor. En ja, dat is ook best grappig- bracht me toch zodanig van m'n stuk dat ik muzikaal even de pedalen verloor, tot m'n grote opluchting zoals steeds professioneel en daardoor bijna onopgemerkt opgevangen door die geweldige begeleider voor wie ik, zeker als zangeres, inmiddels duidelijk een open boek ben... 
In het grote poeha-stuk van Mendelssohn vond ik mezelf -en dus ook m'n pedalen- gelukkig weer helemaal terug en we eindigden stralend in alle grootsheid en schoonheid met "Zueignung" van Richard Strauss, 'ons' nummer.
En terwijl Peter ten uitgeleide nog een schitterende, alles overdonderende orgelimprovisatie ten beste gaf, waar ik ook steeds glimlachend van sta te genieten, kwam de droeve gedacht 'het is alweer voorbij' reeds in me op...
Goddank stond er in het parochiezaaltje, vast ritueel ondertussen, naast een paar enthousiaste toehoorders met felicitaties en goede vrienden Jan en Flori, al een trappist 'van 't schap' op me te wachten.
Peter ging, richting volgende muzikale onderneming. 
Een 2e trappist kwam. 
En, geheel los van het stijgende alcoholgehalte, werd het bijzonder aangename gesprek met de harde kern van m'n fanclub steeds boeiender. Zodanig zelfs dat de heren besloten deze gezellige namiddag nog een paar uurtjes langer met me door te brengen en namen me mee naar café-restaurant "Lambik". Bij een bord super lekkere asperges op Vlaamse wijze en gebakken aardappeltjes zette de conversatie zich verder. Zowel hele leuke als behoorlijk droeve onderwerpen passeerden de revue. 
Met een uitzonderlijk voldaan gevoel liet ik de tram me weer huiswaarts voeren. M'n hoofd tolde van de duizenden gedachten en bedenkingen, en de emoties, die me alle kanten uit rukten, overweldigden me.
En hier zit ik nu. De vuilbak staat buiten, de poezen hebben gegeten, m'n bad en bed lonken, en ik schrijf een blogje over een dag waarin de emoties op en neer en zelfs totaal overkop gingen. De tekst hierboven even overlopend tel ik, naast een tweetal rustigere stukjes, ongeveer 24 keer op en neer tussen droef en blij, en een keer of 5 een volledig looping. Mijn leven is dus als een pretpark, met deze zondag duidelijk een flinke rit op de duizelingwekkende achtbaan... ;-)
Even luisteren?

vrijdag 15 april 2016

Ecologische terras-oorlog.

Er woedt een kleine oorlog op m'n terras, een oorlog om ecologisch evenwicht. Ik strijd ononderbroken, het hele jaar door, in alle seizoenen, tegen de bijna onstuitbare vloedgolf insecten, die zich maar wat graag aan m'n bloemen en planten te barsten schransen. Duizenden bladluizen in alle mogelijke kleuren doen zich te goed aan de rozen en hybiscussen. Elk nieuw blaadje of piepklein bloemknopje, ze maken geen schijn van kans: met honderden tegelijk storten ze zich er op. De rupsen van de Atalanta en de Dagpauwoog, wondermooie vlinders, die laat ik rustig een beschaafd hapje eten, maar ik heb een hekel aan die groene vette rupsen van de Appelbladroller -een mottige mot-, die aan zowat àlles knagen dat enigszins groen is en zich dan oprollen door, liefst de meest frisse en nieuwe, blaadjes aan elkaar te spinnen. Die vreselijke schrokoppen vraten al 2 grote viburnum-struiken volledig kaal en tot m'n grote ontsteltenis vond ik ze ook al binnen terug, op de kamerplanten! En dan zijn er ook nog de kevers, bruine snuitkevers en zwarte rozenkevers. De volwassen exemplaren kluiven aan alles wat ze te pakken krijgen bovengronds, en hun baby's, engerlingen genaamd -en ze zijn ook echt wel eng, vind ik, brrrrr- schrokken ondergronds in slechts enkele paar dagen àlle wortels van nieuwe aanplantingen volledig weg zodat er slechts een los kluitje verschrompelde blaadjes over blijft. 
Van de uitgebreide populatie spinnen, vooral kruisspinnen, tussen de vele potten en het miljoenenleger wriemelende pissebedden ónder diezelfde potten, heb ik absoluut geen last: zij blijven netjes van m'n planten af.
Elke dag doe ik de grote toer langst elk blaadje en elk knopje, onderzoek ik elke centimeter van elke plant op m'n terras en knijp ik de insecten die ik tegenkom heeeeel voorzichtig van tussen het o zo kwetsbare nieuwe groen uit. Met een erg dubbel gevoel, want zoals ik dat heb met elk ander levend wezen, dood ik ook insecten liever niet...
En ik wil gerust m'n bloemenzee delen met al die kleine krioelende wezentjes, maar er moet een evenwicht zijn, hé, een, op dit moment vér zoek zijnde, ecologisch evenwicht. Volgens mij kan het toch écht niet de bedoeling zijn dat élk jaar weer àlle bloemen, planten en bomen in de vele potten en bakken vervangen moeten worden door nieuwe, om dan alleen maar als levend voer voor die kriebelbeestjes te dienen...
Vorig jaar in de lente strooide ik een sterke verdelger tegen die ondergrondse ellendelingen, en hoera! voor het eerst schitteren de vrolijke gezichtjes van de grote en kleine viooltjes me kleurrijk en overvloedig groeiend toe vanuit m'n bloembakken! De bladluizen pakte ik, tegen àl m'n pricipes in, opnieuw en opnieuw aan met een chemische spray. Het hielp niet echt veel, maar de rozenstruiken hebben de plaag tenminste enigszins overleefd...
Nu de zon aan kracht wint en alle botjes en knopjes stilaan blaadjes en bloemen worden begon ik alvast, met een diepe zucht en behoorlijk wat tegenzin, online m'n zoektocht naar nieuwe en wie weet betere verdelgingsmiddelen. De leuke koolmeesjes die druk rond hupten op de rand van het terras en van pot naar pot waren zoveel boeiender om naar te kijken dan het computerscherm. En terwijl ik met een glimlach hun capriolen gadesloeg viel me plots iets op dat ik nooit eerder zag: mijn gevleugelde vriendjes kwamen mij en m'n plantjes ter hulp: ze deden zich met veel smaak te goed aan de vele bladluizen! En een beetje later zag ik ook het schattige roodborstje mee prutsen aan zo'n opgerold blaadje, hopend op zo'n heerlijke vette rups! Wauw! Fantastisch! En o zo leuk om naar te kijken.
Tja, nu kan en wil ik uiteraard al helemààl geen chemisch spul meer gebruiken, ik zou het leven van m'n geliefde vederbolletjes en hun kleintjes in gevaar brengen!... En misschien schroef ik m'n dagelijkse dood-knijp-terras-toertje bij deze dus ook maar beter terug naar één keer per week of zo, kwestie van ze hun uitgebreide buffet met verse snackjes niet volledig af te pakken, hé... hihi
Ik klikte op de computer meteen de sites met chemische producten dicht en liet Google naar insectenhotels zoeken. Wie weet lukt het me op die manier, met de hulp van de vogels in combinatie met de juiste insecten, om zo een ecologisch evenwicht te creëren op m'n terras, en daarmee een plek waar zowel de planten als ik zelf als de vele soorten geleedpotigen gelukkig zijn. 
Dus laat de lieveheersbeestjes, gaasvliegen, oorwormen, solitaire bijen en vlinders al maar op weg gaan richting mijn terras, hun knusse nieuwe appartementjes worden begin volgende week aan huis geleverd!
En ondertussen ga ik, mocht het toch weer té erg worden, maar weer aan de slag met bruine-zeep-mengsels en die verschrikkelijk onwelriekende brandnetelgier... Want ge moet er iets voor over hebben, hé, om 'simpelweg' van uw zo geliefde bloemetjes te kunnen genieten... ;-)



  

zaterdag 9 april 2016

Magisch mooie muzikale middag.

Door alle mogelijke en onmogelijk stormen in m'n leven heen is mijn innige band met muziek zowat de enige relatie die overeind bleef en blijft. En binnen die relatie is één bepaalde en behoorlijk unieke combinatie mijn allerhoogste goed, mijn persoonlijke hemel op aarde. De elementen van die bijzondere combinatie zijn mezelf, dramatische sopraan met een bekoorlijke voorliefde voor grootsheid en poeha in al z'n vormen; Peter Maus, getalenteerde en charmante organist met een breed muzikaal aanvoelen en genoeg lef om al eens buiten de gangbare lijntjes te kleuren; de Hoog Romantische composities van o.a. Strauss, Wagner, Wolf, Brahms, Mendelssohn-Bartholdy... maar ook weinig uitgevoerde andere grootse werken van minder bekende of zelfs vergeten componisten; en tot slot de ongelofelijk fraaie akoestiek van de prachtige Sint-Michielskerk in Antwerpen met het meer dan magistrale, en door ons allebei geliefde, Romantische Stevensorgel op het hoogzaal.
Niets, echt absoluut niets in mijn leven brengt me meer allesoverheersend geluk en grenzeloze vreugde. 
De orkestrale tonen, die Peter met vlugge lenige vingers en vederlicht dansende voeten uit het orgel tovert, nemen elke vezel van m'n lichaam over en vermengen zich naadloos met de klanken uit mijn instrument. Terwijl deze heerlijke notenmix jubelend door de imposante ruimte tuimelt verdwijnt alle tumult in m'n hoofd als sneeuw voor de zon. Lichamelijk en geestelijk los komen en opstijgen uit alles wat klein-menselijk is. Slechts het samen 'muziek-zijn' blijft. "Alsof we vleugels krijgen", zei Peter.
Daarboven op het hoogzaal scheiden ons steeds een meter of 3 plankenvloer, de partituren op de pupiter en de vele klavieren, pedalen en registerknoppen van de orgelspeeltafel, maar hoe meer geabsorbeerd we worden door en opgaan in het gezamenlijke klankenspel, hoe groter de intimiteit tussen ons. Soms zodanig intens dat het ons allebei volledig gegeneerd en verlegen maakt. De lucht om ons heen knettert dan nét niet van geladenheid en ik bedenk me altijd een beetje giechelend dat als ik hem, of hij mij, dàn zou aanraken, we mogelijk één of ander soort ontploffing veroorzaken. En al krijg ik op zulk moment altijd het gevoel dat het hoogdringend tijd is om weer huiswaarts te keren, alles in mij blijft verlangen naar meer van deze heerlijkheid. Zelfs m'n o zo geliefde poezen en m'n alom tegenwoordige en onmisbare bloemen en planten vallen er bij in het niets. Die diepe intense voldoening overstijgt elke andere vorm van genot. Het allerbeste orgasme ooit komt niet eens in de buurt...
Afgelopen donderdag repeteerden Peter en ik voor onze jaarlijkse -ja, deze voor mij allerhoogste zaligheid beleef ik spijtig genoeg slecht één, maximum 2 keer per jaar- concertmis in de Sint-Michielskerk, volgende week zondag 17 april 2016. Ik ging er, zoals altijd eigenlijk, van uit dat de repetitie 'gewoon' en slechts 'muziek doornemen' zou zijn, maar... het werd alwéér zo'n magisch mooi muzikaal moment want als vanouds stegen we meteen weer op, mee met de tonen van de verrukkelijke muziek. 
En ja, Peter werkt mee aan zoveel uitermate boeiende projecten met massa's andere muzikanten, zangers en dus ook met sopranen van mijn kaliber... En ja, ik creëer ook hele fijne muzikale dingen met andere geweldige organisten... 
Maar dit, deze steeds weerkerende, ongelofelijk intense, niet van deze wereld, buitengewoon magische beleving, die hebben we allebei nooit elders meegemaakt. "Schrijf daar maar eens een blogje over", knipoogde Peter. De gulzige goesting en overgave waarmee hij vervolgens z'n laatste nieuwe lievelingsstuk -'Carillon Sortie' van Henri Mulet- ten beste gaf, deden onmiddellijk inspiratie in mij omhoog borrelen en terwijl ik met volle teugen genoot van de over me heen stromende sprankelende orgelklanken draaide mijn brein op volle toeren om alvast de nodige superlatieven bij elkaar te sprokkelen.
Niemand keert graag uit de hemel terug naar de dagdagelijkse vaak harde realiteit. En al was bij het verlaten van de kerk de door een hevige regenbui net frisgewassen wereld vol zonneschijn en kleur, op de tram overviel me een trieste leegte, verdacht veel lijkend op liefdesverdriet... 
Weet je, dit diep innige muzikale samensmelten is echt als een drug: je wil er altijd méér van en na de euforische 'high' komt onvermijdelijk een pijnlijke 'low', met een emotioneel én fysiek gemis, altijd vergezeld door die sluimerende angst 'komt er nog wel een volgende keer?...'
En plots realiseerde ik me dat het deze uitzonderlijke bijna bovenmenselijke intimiteit is die ik zocht en niet vond in een relatie met een man... En naar zoiets kan je hopeloos lang lopen zoeken. Vooral als je het éigenlijk al hebt... 
Ach, misschien word ik steeds meer ik een oude sentimentele dwaas. Dat kan en je mag er van denken wat je wil. De herinneringen aan deze absolute hoogtepunten in mijn bestaan koester ik, met Peter en al, zowiezo voor altijd in een speciaal rood fluwelen kamertje in m'n hart. En hopelijk gunt het leven mij nog lang en veel van deze glorieuze en verrukkelijke momenten... 
En weliswaar gekleurd door een vleugje droefheid -omdat het daarna weer een tijdje stil zal zijn- kijk ik vandaag breed glimlachend uit naar die Magisch Mooie Meesterlijk Muzikale Mis bij sint Michiel met Meneer Maus en Mevrouw Meganck! Mmmmmmmmmm... ;-)
Concertmis Sint-Michielskerk
Zondag 17 april 2016, 11u
Amerikalei 165, 2080 Antwerpen
Inkom gratis
En erg goed bereikbaar met openbaar vervoer

woensdag 6 april 2016

Rebekka en Jos.

"Zou mijn vader ooit één seconde gedacht hebben dat dit nog zou gebeuren?" vroeg ik me afgelopen maandagnamiddag af, terwijl ik vanop de eerste rij in de trouwzaal van het districtshuis in Deurne toekeek hoe m'n jongste zus Rebekka het ja-woord gaf aan haar geliefde Jos.
Die zus van mij, 4e spruit in de rij van 5, die altijd het zorgenkind geweest is van onze va en ons moe vanwege haar vertraagde ontwikkeling met een mentale achterstand, leerstoornissen en gedragsproblemen als gevolg. 
Als kind hoorde ik hen zich zo vaak luidop afvragen wat er van haar moest worden als de dag kwam dat zij met hun tweetjes er niet meer zouden zijn om te vechten voor haar plekje in de maatschappij... Wij, de andere 4 kinderen, vonden dat echt niet altijd even tof, maar va en moe deden er absoluut àlles aan, geen moeite of inspanning was te groot, om haar de best mogelijke kansen en toekomst mee te geven. 
Als je 't mij vraagt is Rebekka door al die ondersteuning eigenlijk de meest zelfzekere van den hoop geworden. Dat, en die beperkingen, die een enorm pak remmingen wegnemen uiteraard -je wilt het soms écht niet weten- waardoor je je zonder nadenken in gelijk wat stort met een 'klinkt het niet dan botst het maar en een ander zal het puin wel ruimen'-houding, maakte haar niet mijn meest geliefde zusje. Veel te direct, veel te luid, veel te grof, veel te lomp, af en toe zelfs veel te vies... Allé, té dus, en van weinig positiefs.
Maar met behoorlijk wat vallen en opstaan -en daardoor ook met menig slapeloze nacht, hartklopping en koppijn-attaque voor ons va en moe- zocht en vond ze haar eigen weg en leven. 
Alleen wonen en voor zichzelf zorgen, een baantje, een liefje of 2, 3... weliswaar allemaal onder professionele begeleiding heeft ze zowat alle 'gewone' dingen des levens kunnen en mogen beleven, zoals elk van ons.
En sinds een paar jaar woont ze in een bijzonder mooi appartement samen met Jos. Jos, de wat oudere, met volle goesting nog steeds keihard werkende, zachte en meestal wat stille man, met een geweldig gevoel voor humor en een meer dan Bourgondische eetlust, die werkelijk de grond aanbid waarop zij loopt. Zij is zijn godin, zijn maatje, zijn hemel en hel, en nu ook zijn vrouw.
Afgelopen maandag zag ik m'n jongste zus ineens even met andere ogen. Ik ben zelf 2 maal (en absoluut niet succesvol) getrouwd geweest, maar volgens mij heb ik als bruid niet één seconde zo gestraald en zo oprecht gelukkig lopen blinken als zij, met hààr dag en hààr Jos.
Ja, liefde kan ook gewoon zijn, heel uitzonderlijk gewoon, wonderbaarlijk vanzelfsprekend en evident. Kijk maar eens naar die twee: allebei niet echt moeders mooiste, niet uitzonderlijk getalenteerd in iets, niet overladen met intellectuele bagage, zelfs niet bulkend van de centen... maar ze vonden elkaar in de meest eenvoudige en dagdagelijkse dingen. Samen voluit en ongegeneerd genietend van alles wat leuk, mooi en lekker is in het leven, vullen ze elkaar aan. Ze zien, zonder er bij na te denken, vermoedelijk totaal onbewust, elkaars innerlijke schoonheid. Dat voel je, écht waar, als je in hun buurt bent, en afgelopen maandag meer dan overduidelijk volgens mij. Hopelijk ondervonden en begrepen de mensen die wel eens met Rebekka durven lachen dat ook... 
Een paar uur voor de huwelijksceremonie reed ik in de gietende regen op m'n fiets tot bij hen, om het bruidsboeket en haarstukje en ook een corsage voor Jos, die ik met ontzettend veel plezier voor hen had mogen maken, af te leveren. Hun oprechte blijheid om zoveel bloemenpracht steeg boven hun overduidelijke zenuwen uit, en de dikke knuffel die ik van hen kreeg heb ik voor het eerst in heel veel jaren -en ja, dat beschaamt me- met open geest en armen ontvangen en in m'n hart toegelaten.
Maandag 4 april 2016, huwelijksdatum van Rebekka en Jos. Een onvergetelijk feestelijke dag, vol vreugde en geluk, met wat verdriet om de geliefde afwezigen, met ambiance met die vele en o zo diverse wél-aanwezigen, met kleurrijke bloemen, ernstige en ook zotte foto's, lekkere hapjes en drankjes, en zelfs, zoals in elk leven en elk huwelijk, ook met zon én regen... 
En onze va, die keek vanop z'n hemelwolk, met een trappist in de hand, nog steeds ietwat verrast maar tevreden monkelend naar beneden en zag dat het goed was. Dat weet ik zeker. :-)

                                     

dinsdag 29 maart 2016

En zij fietste. Gezwind en opgepompt!

Toch makkelijk al meer dan een jaar knoeft ik langst de wegen, zuchtend en puffend mezelf met moeite vooruit krijgend op m'n fiets. Af en toe staken zelfs stokoude mevrouwtjes me op hun al even oude rijwiel met gemak voorbij...
Meestal verweet ik m'n slakkengangetje aan al die, ietwat overbodige, extra kilootjes aan m'n lijf, en aan m'n conditie, die vermoedelijk zeer ver beneden alle peil ligt. En ondanks die fysieke bedenkingen trapte ik mezelf toch noest verder door straten en lanen, al dan niet aan alle kanten behangen met zware pakken en zakken vol boodschappen.
Mogelijk had m'n tweewieler nood aan nieuwe tubes, want naar mijn gevoel liepen ze precies toch wel erg snel leeg. Alle vijf voeten stond ik alweer in de garage met dat prullerige handpompje te friemelen om toch minstens een bescheiden zuchtje lucht extra aan de rubber toegevoegd te krijgen. En elke keer moest ik, hijgend en zwetend van de minùtenlange pompinspanning, ontgoocheld constateren dat het buitengewoon weinig verschil maakte. Met enige gelatenheid en de zucht 'dan zij het maar zo' sleurde ik mezelf maar weer verder op die bijna luchtloze gummi. Het zou wel aan mij liggen...
Vanwege die steeds welhaast bovenmenselijke inspanning bij het oppompen van banden en ander opblaasbaar spul stond er al een paar jaar zo een voetpomp op m'n verlanglijstje. Maar telkens ik in een winkel kwam waar ik die eventueel had kunnen kopen liet mijn geheugen me in de steek... 
Tot 2 weken terug dus. Een geweldige aanbieding bij Lidl: fraaie voetpomp, mét allerlei opties en voor een formidabele lage prijs.
En ik had geluk: tegen de tijd dat ik, zo vreselijk vroeg in de morgen, en uiteraard op die platte-banden-fiets, in de vertrouwde supermarkt aankwam, waren ze bijna allemaal verkocht. Er restte er nog slechts ééntje! 
Zo snel ik kon gritste ik die allerlaatste pomp uit het rek en trok ik een sprintje naar de kassa, het ding in m'n armen knellend als scoorde ik een bijzonder waardevolle schat, waarvoor er -zeker weten- nog massa's andere kapers op de kust zouden zijn...
Terug thuis natuurlijk meteen uitgeprobeerd! Wat had je gedacht!?... 
Wonderbaarlijk moeiteloos, met amper een keertje of vier pompen, stonden de beide fietsbanden kei-, maar dan ook écht kei-hard. Ge-wel-dig!!!
Wauw, zo is dingen opblazen een fluitje van een cent natuurlijk!... 
Bij het eerste proefritje duikelde ik nét niet pardoes met fiets en al het struikgewas in: het nogal plots ontbreken van elke vorm van wrijving met het asfalt verraste me behoorlijk... En elk putje, bultje of andere mogelijke en onmogelijke oneffenheid in de bestrating pleegde een meedogenloze aanslag op m'n -toch adequaat voorzien van 'vulling', dacht ik- arme zitvlak... 
Maar, het ging vooruit! Amai! Het ging zelfs verbazend goed vooruit! Alsof ik plots over het wegdek vlóóg, met verbijsterend weinig inspanning.
Tja, wat wil je met die combinatie van vlot bollende wielen en beenspieren die maandenlang ongeweten loodzware trainingen moesten ondergaan... 

Fietsen is, hoera, geen afmattende corvee meer. Ik zoef weer -wiiiiiiiiieeeeee, zie mij gààn- volle gas vooruit, gezwind en opgepompt langst de wegen. 
Echt, nooit gedacht dat iets, ogenschijnlijk zo onbelangrijks als een fietspomp, zulk een formidabel verschil zou maken in m'n leven... ♥ ;-)


maandag 28 maart 2016

Paasmaandag, verwaterd en weggewaaid .

Op Paaszondag stak de storm op. De fenomenale rukwinden, hier nog door de kolkbeweging tussen de appartementsblokken versterkt, deden de poezen van angst diep in hun mandjes wegkruipen en bezorgden mij een slapeloze nacht. Zelf nét niet weg waaiend terwijl ik m'n geliefde planten op het terras veilig probeerde te stellen voor die woeste, alles vernietigende wind, besefte ik, daar in het halve duister, door die wild om me heen flapperende zwarte kamerjas en m'n onstuimig alle kanten uitwaaierende haren, hoe ook vandaag de dag nog heksenverhalen en legendes kunnen ontstaan... hihihi
Paasmaandag begon met bijzonder weinig enthousiasme. De storm ging daarbuiten nog steeds te keer, af en toe viel de regen met bakken naar beneden. Mezelf wegrukken uit de koesterende warmte van m'n bed en het verlangen naar meer slaap, het viel niet mee, maar vanmiddag werd ik, naar aloude gewoonte, voor het Paasfeest verwacht bij ons moe.
Een paar decennia geleden ontstond immers de traditie om elke paasmaandag met z'n allen -broers, zussen, partners en kinderen- af te zakken naar het ouderlijk huis in de Schoolstraat. Er werd lekker gegeten en gesnoept, behoorlijk wat bubbels-wijn-bier gedronken, natuurlijk ook uitgebreid gelachen en gezwansd, en uitgelaten als kleine kinderen van de kermis genoten. 
De voorbije 2 jaar lukte dat nog, zelfs zo zonder onze va. En we spraken halvelings af om élk jaar een grote roze suikerspin ter zijner ere te eten.
Maar, het huis is verkocht, ons moe is verhuisd en verhoudingen binnen de familie verschoven. Persoonlijk verwachtte ik, een beetje naïef eigenlijk, slechts een verandering van locatie... Niets was minder waar.
Omdat m'n oudste broer met z'n familie ging skiën en de jongste broer met z'n vriendin de zee en het strand verkoos, wat ik hen uiteraard gun, ook al begrijp ik het niet helemaal, dacht ik een nieuwe traditie te starten: terug een uitgebreid toerke over de jaarmarkt lopen -zeker 15 jaar niet gedaan- en daarna, van bij ons moe in het nieuwe appartement, één hoog, met een hapje en een drankje in de hand, gezellig passanten spotten op diezelfde markt daar beneden. Dat deden we lang geleden ook toen grootmoe in een gelijkaardig appartement woonde, dus ergens zou dit tóch een beetje de voortzetting van een traditie zijn, hé. Doch die driftige storm stak er een stokje voor: de markt werd weg- en daarom ook af-geblazen, voor het eerst in 168 jaar...
Dan maar rechtstreeks richting moeder. M'n jongste zus en haar vriend waren er al. Altijd méér dan aanwezig, die 2, zeker als er te eten valt, maar tegenwoordig vooral in de decibels waarmee ze eindeloos in herhaling vallend honderduit over hun aankomend huwelijk tateren. En van zodra er niets meer te bikken valt en we beginnen afwassen moeten ze plots naar huis, dringend T.V. gaan kijken... Vaste prik is dat. Je kan er je klokje op gelijk zetten. hihi
Gelukkig waaiden m'n oudste zus Jacinta en haar man Eric nog net op tijd binnen om het feestje te redden met gezelligheid, ambiance, grapjes, leuke en ook ernstige verhalen, en fotootjes. De zon begon er zelfs van te schijnen! 
We overwogen even om met z'n vieren alsnog naar de kermis te gaan, gewoon zot en onnozel, maar daar was het ondertussen nét een beetje te laat voor geworden. Sorry va, dit jaar geen suikerspin dus...
Tja, oude tradities, ze verwateren of waaien weg. Er resten slechts de straffe verhalen van 'weet je nog toen'... 
Paasmaandag, het zal nooit meer hetzelfde zijn, maar wie weet groeit een klein detail van vandaag wel uit tot een nog ongekende traditie met z'n eigen sterke vertelsels. Desnoods lanceren we een nieuwe legende, hé, die van die Paasmaandag lang lang geleden, toen de Storm-Heks van den Bosuil voor het eerst te zien was!... ;-)
wink-emoticon



dinsdag 22 maart 2016

Ochtend met twee gezichten.

De tram liet 20 minuten op zich wachten. Maar omdat ik, rekening houdend met de mogelijke wispelturigheid van het openbaar vervoer, steeds met een ruime marge richting werk vertrek, liet ik het m'n humeur niet bederven en genoot van de fraaie blauwe ochtendlucht met de vele witte schapenwolkjes. Hoe fijn ook dat het om 6u30 al weer licht is. Op de tram had ik, juist vanwege de vertraging een super gezellig gesprek met de opgewekte mevrouw naast mij, onderweg naar haar werk in het Justitiepaleis. Conny, zo heette ze, en ze vertelde me ook dat ze vorig jaar kanker overwonnen had, maar morgen toch weer testen moest ondergaan omdat er mogelijk opnieuw uitzaaiingen zijn...
De bus richting Edegem zat af en toe muurvast in het op dit uur voluit losgebarsten stadsverkeer en ze zat, wat had je gedacht, ook vol met luid kakelende dames en luidruchtige jongeren. Maar het deerde me vandaag niet. 
Vrolijk meedeinend op de klanken van m'n favoriete Elbow-concert, dat nét luid genoeg via m'n smartphone-oortjes m'n hoofd vulde, bewonderde ik het voorbij glijdende landschap. De zon begon z'n best te doen en strooide gul licht en warmte over de vele lentebloeiers. Fiere grote gele narcissen, nederige krokusjes en grappige mini-paasbloemetjes, de fréle roze bloesem op het zwarte hout van de wilde pruimelaars, de statigheid van de witte en donkerroze magnolia's en overal schitterende camelia's in alle mogelijke kleuren. De wereld geurde als nieuw, zo heerlijk lentefris en de lucht zinderde van al het vrolijke vogelgezang. Breed glimlachend en met een absoluut zalig gevoel arriveerde ik op m'n werk.
Maar deze gelukzaligheid spatte als een roze bubbel uit elkaar bij het nieuws over de zelfmoordaanslagen in Zaventem en Brussel. Terreur, zo dichtbij. En toch ook zo veraf, want hoe kan je dat ten volle vatten? Hoe plaats je dat? Hoe ga je om met zoveel machteloosheid en verdriet? Wat doe je met de angst die je dan voelt, want ja inderdaad, ik moet toch ook elke dag 2 maal door de metro in Antwerpen passeren...
In de ondertussen aangenaam warme lentezon en met een prettig fris briesje in m'n rug vertrok ik vanmiddag weer huiswaarts. De bloemen bloeiden nog steeds vol overgave, de vogels concerteerden nog steeds dat het een lieve lust was. Niets leek veranderd. Aan niets kon je merken dat er zich die zelfde ochtend zulke tragedies afgespeeld hadden. En toch voelde het anders...
Antwerpen leek een door politiemacht onder de voet gelopen stad. 
2 ontzettend luide knallen deden me, wachtend aan de tramhalte, van schrik naar adem snakken, maar die kwamen gelukkig 'slechts' van de machines op de enorme werf aan de Frankrijklei... Oef.
Luister, ik twijfel er sterk aan of al die aanwezigheid van politie en leger überhaupt verschil maakt voor gelijk welke (zelfmoord)terrorist. Hoe simpel drukt iemand ongezien op een knopke in z'n jaszak, laat hij of zij ergens een koffertje achter of wie weet ontploffen ze wel via een afstandsbediening... 
En als je tijd om te gaan gekomen is, dan kom je zowiezo toch te gaan, geloof me. Dat geldt voor iedereen. Geen ontsnappen aan, zoveel is zeker.
Maar, en dit meen ik absoluut, het verheugt me, nog steeds, oprecht en onbeschaamd dat me die heerlijke zaligmakende en vooral totaal onschuldige ochtend gegund werd. En het doet me nogmaals schrijven wat ik al zo vaak met jullie deelde: leef je leven vandààg en ten volle, laat al wie je liefhebt nù nog weten hoeveel je wel van ze houdt, stel vergiffenis en het oplossen van gelijk welke wrevel niet uit tot morgen, en geniet tot diep in alle vezels van je lijf van elk mooi moment dat je te beurt valt, hoe onbeduidend het ook mag zijn, want, meer dan ooit, het kan altijd je lààtste moment zijn...
En dat gezegd en geschreven: weet dat ik blij ben jullie allemaal te mogen kennen. Ieder van jullie draagt op z'n eigen manier een beetje bij in mijn leven en heeft daarom een warm plekje in m'n hart. Ik stuur jullie veel goede moed en positiviteit, wees niet bang maar wel voorzichtig in die grote boze wereld, en vergeet vooral niet te genieten van dit ondanks alles toch wonderbaarlijk en magisch leven. :-)