Blogjes schrijven en een beetje achter de computer zitten prutsen is strikt genomen niet echt dorstig werk. Maar af en toe kan iets lekker fris met bubbeltjes sowieso smaken, wat je ook aan het doen bent, hé. Aldus slofte ik daarnet, op z'n zondags lui, van m'n bureau richting keuken, even een klein flesje gekoelde cola light halen. Bij het openen van de frigo besef ik dat ik gisterenavond, op z'n zaterdags lui, het laatste flesje er uit genomen had zonder er weer nieuwe in te leggen. Tja, als je alleen woont, is er niemand om de schuld van 'het niet aanvullen en als gevolg lauwe cola' op te schuiven. Dus, met een zucht van berusting schuifel ik naar de bergplaats, graai er twee pakken van elk 6 plastiek flesjes frisdrank mee, en drop die in hun geheel in het onderste vak van de koelkast. "Allé, Stinnewis, hoe gemakzuchtig zijt ge nu weer bezig", mompel ik wat mopperig tegen mezelf, "leg die cola nu ineens netjes, hé, anders zit ge straks alweer met gepruts!" Mezelf met een beetje tegenzin overschot van gelijk gevend, grijp ik de dichtsbijzijnde schaar. Maar we doen het op z'n zondags, hé: vooral met niet te veel moeite. Alles terug uit de frigo halen: geen denken aan...
Met de pakken dus nog in de koeling liggend knip ik gezwind en probleemloos vooraan tussen de halzen van de flesjes de verpakking door en denk tevreden bij mezelf "Voilà, in de saccoche! De drankjes liggen alle 12 vlot grijpbaar klaar voor consumptie!" En terwijl ik er eentje wil pakken om er -gekoeld of niet- nu direct al van te genieten, hoor ik een scherp, venijnig gesis.
Nee, nee, nee, ik weet al wat u nu denkt, maar ik ben er ab-so-luut zeker van dat ik geen enkel flesje met de toch al niet zo scherpe punt van m'n schaar geraakt heb! Serieus, hoor.
Er was ook totaal niets te zien in de koelkast. Maar bij het sluiten van de deur viel het geluid weg, dus het moest wel degelijk iets aan de binnenkant zijn... Bon, dan toch maar de frigo even uitladen, te beginnen met de cola uiteraard. Eerste 6 flesjes uit hun verpakking, niks aan de hand. Tweede lading cola bekeken, niks te zien, maar het tergende gesis werd merkelijk luider. Binnenin de koelkast was het stil, dus het moest dan toch aan één van de flesjes liggen, besloot ik al snel. Eén voor één draaide ik ze rond om te kijken of de stop er wel goed op zat en legde ze, indien foutloos door de inspectie geraakt, terug in de koelte op hun plek. Het onaangename gesis hield aan. En plots merkte ik dat er aan een paar van de flesjes druppels aan de buitenkant naar beneden rolden. En op het aanrecht onder hen vormde zich een cola-plas. Veel duidelijker kan niet: ik zat met een lek! Maar waar!?...
Bij het ronddraaien van het voorlaatste flesje was het raak. En meteen góed raak ook. Bijna onderaan de petfles zat een minuscuul, ongelofelijk pietepeuterig gaatje, echt onzichtbaar klein, een speldenprik waaruit, door het doen bewegen van de vloeistof en de daardoor vrijkomende gassen, met ontzettend grote kracht een keihard, bijna vlijmscherp straaltje cola spoot. 'k Moest er een paar keer opnieuw naar kijken. Het leek zo onmogelijk, zo uitgesloten. Nooit eerder meegemaakt! Zo goed als onzichtbaar, maar met -gelukkig- behoorlijk wat lawaai, en... -jammer genoeg- met naar verhouding stevig wat gevolgen.
Door mijn langzaam keurend ronddraaien van het plastiek flesje in kwestie, had dat sterk straaltje een fraai kleverig spoor nagelaten... Het bijzonder keurig gespoten streepje frisdrank droop geruisloos en onverstoorbaar niet alleen van de andere flesjes, maar ook van de buitenkant van de ijskast, het aanrecht, de muurtegels en van alles wat op het aanrecht stond, waaronder de mixer, de fruitschaal, de reeds propere afwas en de potjes en plantjes aan het venster. En, zoals ik wat later merkte, het markeerde ook de voorkant van mijn jurk met een prachtig horizontale, geeneens uitgelopen vloeistoflijn.
Niet echt waar je je aan verwacht als je op een super slome zondag even iets fris te drinken wil pakken, maar er zat niets anders op dan wat extra tijd en inspanning te besteden aan het terugvinden van m'n keukentje onder heel die ongewilde doch welgemikte plakboel.
Eindelijk terug achter m'n bureautje, met het desbetreffende flesje cola uitgegoten in 2 grote glazen naast m'n computer, dacht ik op m'n duizend gemakjes weer verder te kunnen met deze langzaamaan dag, maar de frisdrank was duidelijk nog niet klaar met mij... Bij een wat domme beweging -"even snel een kladpapiertje pakken"- stootte ik één van die 2 glazen om, het volste uiteraard... En jawel, u raad het al: het hele bureau onder! Gelukkig vloog het goedje niet over de pc, maar alle andere dingen -telefoons, papieren, onderlegger, balpennen, brillendoos...- sopten in een plakkende plas. En weerom: poetsen maar!...
Ik denk dat ik mezelf maar eens een stevige sloot -of twee- thee -of zo- ga zetten, want volgens mij is dit écht geen goeie dag voor cola... hihihi 😀😉
Over muziek, poezen, bloemen, mensen, kerstmis... en zo veel meer. Geniet mee van de grote en kleine belevenissen en bedenkingen van zangeres Kristina Meganck.
zondag 3 maart 2019
donderdag 28 februari 2019
Een geweldig gewoon weekend - een gewoon geweldig weekend.
De lucht geurde fantastisch naar lente en het was verrassend warm toen ik, nog steeds ongelofelijk opgewekt, gezwind de garage uit fietste. Pas halverwege m'n vertrouwde winkelroute viel het me op dat ik opvallend breed lachend de pedalen rond trapte. Dat verklaarde meteen waarom veel van de passanten me vriendelijk 'goeie dag' toe zwaaiden: zo een jolige snuit werkt aanstekelijk, hé. En dat maakte me, uiteraard, alleen maar nóg beter gezind. Werkelijk iedereen die er ook maar enigszins voor open stond kreeg een meer dan joviale 'goede middag' van mij. Aan de kassa liet ik met plezier een stuk of 3 mensen met slechts een paar aankopen voor gaan en onmiddellijk ontsponnen er zich geanimeerde blijmoedige gesprekken vol belangstelling en behulpzaamheid.
Met 2 reuzegrote overvolle fietstassen op de bagagedrager en aan het stuur nog een stuk of 4 enorme, uitpuilend gevulde boodschappentassen -iets dat bij het voorbijkomen ook steevast op leuke commentaren en grapjes kan rekenen- leek m'n fiets meer op een muildier dan op een rijtuig. En omdat het me uiteraard moeite kostte dat onhandige gevaarte overeind te houden, wandelde ik, fiets stevig aan de hand, op m'n duizend gemakjes weer naar huis. Prachtig weer en tijd genoeg, waarom zou je je dan haasten, hé.
Helemaal content en gelukkig besloot ik mezelf dan toch ook nog dat opgeruimde terras te gunnen. Op weg naar het volgende grootwarenhuis op m'n winkelronde stopte ik bij de bloemenwinkel en trakteerde mezelf er gul en breed lachend op 2 grote zakken kwaliteitsvolle potgrond, 20 grote en kleine viooltjes (de bloempjes, niet de instrumenten uiteraard) met hun vrolijke gezichtjes in zowat alle kleuren van de regenboog en een tiental potjes met bolletjes van allerlei andere lentebloeiers. En het had niet beter kunnen passen: ik was nét op tijd weer thuis met m'n tweede fietslading boodschappen om die hele levering, dat geweldige cadeau aan mezelf, in ontvangst te nemen! Super, toch?!
Een nachtje heerlijk slapen deed me opnieuw bijzonder goedgemutst uit 't bed springen, en geestdriftig stortte ik me op het terras. Terwijl de poezen, liever lui dan moe, zich languit en zorgeloos te slapen legden op de vensterbanken voor de openstaande ramen, knipte de snoeischaar vlotjes alle afgestorven plantendelen weg uit de vele potten en bakken. Vlijtig werden overal van tussen, achter en onder dorre bladeren en ondefinieerbare, aan komen waaien stukjes afval bij elkaar geveegd en opgeschept, al gauw een reuzegrote vuilniszak vol. Links en rechts kregen zeer welkome nieuwe scheuten en scheef hangende narcissen een duwtje in de juiste richting, al dan niet met behulp van een stok of wat bindmateriaal. De uit de kluiten gewassen Spaanse margrieten van in de bloembakken vorige zomer verhuisden elk naar een eigen aangepaste pot 'met doorgroeimogelijkheid', en ook de alom wild ontkiemende zaadjes kregen elk een eigen, en vaak vooral veiliger, plekje.
De vele, vele tientallen kranten -met dank aan ons moe- waarmee ik de totale afdeling 'vorstgevoelige groenvoorziening' net voor de eerste echte kou keurig ingepakt had, en die -hoera voor mijn geraniums- hun ietwat eigenaardige en afwijkende taak verbazingwekkend uitstekend vervuld hadden, mochten weer verwijderd. Meer dan twee uur heeft het geduurd om die enorme berg gekreukt en verfrommeld papier opnieuw hanteerbaar opgeplooid te krijgen... Maar, dat geeft niet, hé, als je tijdens het vouwwerk in zeer aangenaam lenteweer gezellig op een spic en span proper, opgeruimd terras zit, omringt door een overvloed aan kleurrijke, zalig geurende lentebloeiers, frisgroene nieuwe blaadjes, gemoedelijk brommende hommels en ook nog eens in het uitstekende gezelschap van een uiterst nieuwsgierig roodborstje en een stel kool- en pimpelmeesjes die zich al lang niet meer aan mijn aanwezigheid storen terwijl ze zich vol nootjes proppen. De vuilniszakken, uitzonderlijk ook een grote naast het vertrouwde kleintje, moesten nog snel even buitengezet, en dan wachtte me zalig lang ontspannend dobberen onder een verrukkelijk dikke schuimlaag in een heerlijk heet bad. Volgens mij is dus ook op zondag die kamerbrede overgelukkige lach geen seconde van m'n gezicht geweest.
Absoluut niets in dit verhaal, echt geen enkele gebeurtenis van dit hele weekend kan je spectaculair noemen, niks was echt exeptioneel of indrukwekkend. En toch... Zoveel kleine mooie dingen, zoveel stukjes vreugde en brokjes geluk,... Allemaal samen maakten ze van dit geweldig gewone weekend een gewoon geweldig weekend! ❤️🍀🌸
donderdag 14 februari 2019
Carnavalentijn.
Af en toe word ik nog wel eens verliefd op een woord, en dit is er zo ééntje: carnavalentijn. En nee, ik heb het dit keer eens niet zelf uitgevonden. Het komt van mijn vriendin Marleen, die, toen ik liet weten hoe geweldig ik het vond, het mij met veel plezier even leende. Het woord carnavalentijn vat namelijk exact mijn sentiment over 14 februari samen. Het past absoluut perfect!
Los van het feit dat ik er van overtuigd ben, dat als je iemand echt graag ziet, je dat élke dag van het jaar doet, en niet speciaal vandaag, vind ik het hele gedoe nogal aan de gemaakte en commerciële kant. En het doet me met de jaren steeds meer carnavalesk aan. Plots verandert elke winkel, ongeacht wat er verkocht wordt, in een opslagplaats van 'liefde'. Ze bombarderen je absoluut langst alle kanten met rode spullekes, gadgets en frullekes die je nooit van je leven nodig zult hebben. En zowat álles is te koop in hartvorm of bedrukt met. Van de meest onverwachte etenswaren tot miniatuur lippenstiftjes, van zowat elke vorm van serviesgoed tot ongeveer ieder stuk huisraad, je ziet het plots allemaal, overal en in overvloed. En die trend zet zich uiteraard ook door naar kleding. Van 'o wat schattig' streelzachte, met bijzonder hoog knuffelgehalte 'I love you'-teddyberen-babypakjes -tot mijn verbazing dus ook te koop in grote-mensenmaat- tot zogenaamde sexy lingerie waarvoor je ongeveer een ingenieursdiploma moet hebben om wijs te geraken uit al die vele riemen, gespen, koordjes en linten. Zo'n setje waarin je er, met zo'n Rubensfiguur als het mijne, gegarandeerd uitziet als een stevig ingesnoerde rollade... (Dat doet mij nu ineens denken aan de uitspraak 'de liefde van de man gaat door de maag'. Heu... toevalligheidje?... hihihi) Allé, de hele wereld -mensen, dieren, gebouwen, alles inbegrepen- houdt dus, naar mijn idee dan toch, een wat geforceerd valentijnsverkleedpartijtje. Voilà: carnavalentijn.
Wat de liefde betreft ben ik zelf aan de buitenkant een beetje een clown. Zo een schattige en allesbehalve beangstigende, zo ééntje die iedereen wel leuk vindt. Een kleurrijk bolrond clowntje, dat met een verbaasde, totaal onschuldige blik de wereld in kijkt en constant super onhandig over z'n eigen veel te grote voeten struikelt, nooit goed wetend waar hij eigenlijk in de circuspiste thuis hoort en zich steeds weer reddend met goed gebrachte, hoofdzakelijk propere humor. Altijd oprecht vrolijk en hartelijk, ondanks dat stukje leegte in het warme hart onder het extravagante uitbundige kostuum...
Mijn gevoelens rond 'De Liefde', mijn 'binnenkant' dus, kan ik het best illustreren aan de hand van een misschien op het eerste zicht wat rare combinatie van twee animatiefilm-figuurtjes.
Aan de ene kant vind je in mij de 'Queen of Hearts', de Hartenkoningin, uit 'Alice in Wonderland' terug. Een onbetwistbaar, uitgesproken monumentaal -in elke zin van het woord- doch ogenschijnlijk wel beminnelijk staatshoofd. Tenminste zolang alles exáct gaat zoals zij dat wenst, hoe absurd die wensen ook kunnen zijn. Bij de aller-, allerminste ergernis transformeert ze in minder dan een seconde in een ongeziene helse furie en schreeuwt ze rood aanlopend van woede en net niet ontploffend "Off with their heads!" (Hun hoofd eraf!)
Goh, zo explosief ben ik nu precies ook weer niet, hoor. Maar door die violente, alles verwoestende relaties uit m'n verleden ben ik extreem, op het afschuwelijke en onleefbare af, op m'n hoede bij een mogelijk interessante ontmoeting met iemand nieuw in m'n leven. Zodanig dus dat als één iets, gelijk wat en hoe klein ook, nog maar een honderdste van een millimeter in de richting van gewelddadigheid, onderdrukking of respectloosheid wijst, dat meteen meer dan reden genoeg blijkt te zijn om ongenadig streng, uitermate overtuigd en krachtig mijn persoonlijke versie van "hunne kop eraf!" te mompelen: "Ander en beter!"
Hand in hand met deze ongenaakbare vorstin wandelt binnenin mij de zoveel bescheidenere en zachtere Sally uit 'The Nightmare before Christmas'. Een levende lappenpop, gevuld met herfstbladeren, pure onschuldige liefde en een hunkering naar leven en vrijheid.
Ze hangt, net zoals ik, letterlijk, maar zeker ook figuurlijk, met haken en ogen aan elkaar. Met regelmaat verliest ze wel eens een onderdeel, een arm of een been bijvoorbeeld, waarna ze zichzelf, elke keer opnieuw, oeverloos geduldig netjes weer aan elkaar naait. Moet ik deze gelijkenis met mij echt nog uitleggen? Moet ik het nog hebben over dat krakkemikkige, steeds weer haperende en in panne vallende lichaam van mij. En over die ontelbare en onuitwisbare emotionele diepe littekens op m'n ziel en in m'n hart. Allemaal kwesties waarvan ik me toch ook steeds weer, zo goed en zo kwaad het gaat, weet bij elkaar te vegen en op te rapen...
En net als Sally droom ik van en geloof ik ondanks alles nog steeds in de 'grote liefde'. In haar geval loopt dat uiteindelijk ook helemaal prima af, een fantastisch happy end, wis en waarachtig. Al zouden de meesten onder ons haar held -zijde een graatmager skelet met in eerste instantie hoofdzakelijk nachtmerrie-plannen en andere nare ideetjes- niet direct als ideale droomprins herkennen. In mijn levensverhaal valt het nog af te wachten of dat sprookjesmoment ook ooit zal geschieden, maar ik weet ondertussen uit ervaring wel heel goed dat het uiterlijk weinig of geen verschil voor me maakt. Of het dus een rammelend geraamte of een stevig uit de kluiten gewassen Hollebolle Gijs wordt -of misschien toch eerder iets daar ergens tussenin-, jouw gok is even goed als de mijne.
Ondertussen blijf ik, ondanks dat stukje leegte in m'n hart, gewoon gezellig en volledig tevreden, het bontgekleurde, opgewekte en zachtmoedige clowntje. Het prettig gestoorde -af en toe toch ook behoorlijk wijze- zingende zotteke, dat met bakken oprechte warme liefde al die vele mooie mensen en dingen in haar leven koesterend, waarderend en hartstochtelijk omarmd! 💗💗💗 Prettige carnavalentijn!😉
Los van het feit dat ik er van overtuigd ben, dat als je iemand echt graag ziet, je dat élke dag van het jaar doet, en niet speciaal vandaag, vind ik het hele gedoe nogal aan de gemaakte en commerciële kant. En het doet me met de jaren steeds meer carnavalesk aan. Plots verandert elke winkel, ongeacht wat er verkocht wordt, in een opslagplaats van 'liefde'. Ze bombarderen je absoluut langst alle kanten met rode spullekes, gadgets en frullekes die je nooit van je leven nodig zult hebben. En zowat álles is te koop in hartvorm of bedrukt met. Van de meest onverwachte etenswaren tot miniatuur lippenstiftjes, van zowat elke vorm van serviesgoed tot ongeveer ieder stuk huisraad, je ziet het plots allemaal, overal en in overvloed. En die trend zet zich uiteraard ook door naar kleding. Van 'o wat schattig' streelzachte, met bijzonder hoog knuffelgehalte 'I love you'-teddyberen-babypakjes -tot mijn verbazing dus ook te koop in grote-mensenmaat- tot zogenaamde sexy lingerie waarvoor je ongeveer een ingenieursdiploma moet hebben om wijs te geraken uit al die vele riemen, gespen, koordjes en linten. Zo'n setje waarin je er, met zo'n Rubensfiguur als het mijne, gegarandeerd uitziet als een stevig ingesnoerde rollade... (Dat doet mij nu ineens denken aan de uitspraak 'de liefde van de man gaat door de maag'. Heu... toevalligheidje?... hihihi) Allé, de hele wereld -mensen, dieren, gebouwen, alles inbegrepen- houdt dus, naar mijn idee dan toch, een wat geforceerd valentijnsverkleedpartijtje. Voilà: carnavalentijn.
Wat de liefde betreft ben ik zelf aan de buitenkant een beetje een clown. Zo een schattige en allesbehalve beangstigende, zo ééntje die iedereen wel leuk vindt. Een kleurrijk bolrond clowntje, dat met een verbaasde, totaal onschuldige blik de wereld in kijkt en constant super onhandig over z'n eigen veel te grote voeten struikelt, nooit goed wetend waar hij eigenlijk in de circuspiste thuis hoort en zich steeds weer reddend met goed gebrachte, hoofdzakelijk propere humor. Altijd oprecht vrolijk en hartelijk, ondanks dat stukje leegte in het warme hart onder het extravagante uitbundige kostuum...
Mijn gevoelens rond 'De Liefde', mijn 'binnenkant' dus, kan ik het best illustreren aan de hand van een misschien op het eerste zicht wat rare combinatie van twee animatiefilm-figuurtjes.
Aan de ene kant vind je in mij de 'Queen of Hearts', de Hartenkoningin, uit 'Alice in Wonderland' terug. Een onbetwistbaar, uitgesproken monumentaal -in elke zin van het woord- doch ogenschijnlijk wel beminnelijk staatshoofd. Tenminste zolang alles exáct gaat zoals zij dat wenst, hoe absurd die wensen ook kunnen zijn. Bij de aller-, allerminste ergernis transformeert ze in minder dan een seconde in een ongeziene helse furie en schreeuwt ze rood aanlopend van woede en net niet ontploffend "Off with their heads!" (Hun hoofd eraf!)
Goh, zo explosief ben ik nu precies ook weer niet, hoor. Maar door die violente, alles verwoestende relaties uit m'n verleden ben ik extreem, op het afschuwelijke en onleefbare af, op m'n hoede bij een mogelijk interessante ontmoeting met iemand nieuw in m'n leven. Zodanig dus dat als één iets, gelijk wat en hoe klein ook, nog maar een honderdste van een millimeter in de richting van gewelddadigheid, onderdrukking of respectloosheid wijst, dat meteen meer dan reden genoeg blijkt te zijn om ongenadig streng, uitermate overtuigd en krachtig mijn persoonlijke versie van "hunne kop eraf!" te mompelen: "Ander en beter!"
Hand in hand met deze ongenaakbare vorstin wandelt binnenin mij de zoveel bescheidenere en zachtere Sally uit 'The Nightmare before Christmas'. Een levende lappenpop, gevuld met herfstbladeren, pure onschuldige liefde en een hunkering naar leven en vrijheid.
Ze hangt, net zoals ik, letterlijk, maar zeker ook figuurlijk, met haken en ogen aan elkaar. Met regelmaat verliest ze wel eens een onderdeel, een arm of een been bijvoorbeeld, waarna ze zichzelf, elke keer opnieuw, oeverloos geduldig netjes weer aan elkaar naait. Moet ik deze gelijkenis met mij echt nog uitleggen? Moet ik het nog hebben over dat krakkemikkige, steeds weer haperende en in panne vallende lichaam van mij. En over die ontelbare en onuitwisbare emotionele diepe littekens op m'n ziel en in m'n hart. Allemaal kwesties waarvan ik me toch ook steeds weer, zo goed en zo kwaad het gaat, weet bij elkaar te vegen en op te rapen...
En net als Sally droom ik van en geloof ik ondanks alles nog steeds in de 'grote liefde'. In haar geval loopt dat uiteindelijk ook helemaal prima af, een fantastisch happy end, wis en waarachtig. Al zouden de meesten onder ons haar held -zijde een graatmager skelet met in eerste instantie hoofdzakelijk nachtmerrie-plannen en andere nare ideetjes- niet direct als ideale droomprins herkennen. In mijn levensverhaal valt het nog af te wachten of dat sprookjesmoment ook ooit zal geschieden, maar ik weet ondertussen uit ervaring wel heel goed dat het uiterlijk weinig of geen verschil voor me maakt. Of het dus een rammelend geraamte of een stevig uit de kluiten gewassen Hollebolle Gijs wordt -of misschien toch eerder iets daar ergens tussenin-, jouw gok is even goed als de mijne.
Ondertussen blijf ik, ondanks dat stukje leegte in m'n hart, gewoon gezellig en volledig tevreden, het bontgekleurde, opgewekte en zachtmoedige clowntje. Het prettig gestoorde -af en toe toch ook behoorlijk wijze- zingende zotteke, dat met bakken oprechte warme liefde al die vele mooie mensen en dingen in haar leven koesterend, waarderend en hartstochtelijk omarmd! 💗💗💗 Prettige carnavalentijn!😉
maandag 11 februari 2019
Over verjaren en zo...
Toen ik een halve eeuw oud werd, besloot ik dat het bereikte cijfer wel volstond. Ik zou verder gewoon 50 blijven en er 'jaren ervaring' bovenop tellen. En dat meende ik serieus, hoor. Zo ben ik dus sinds het begin van deze maand '50 met 3 jaar ervaring'! Voilà.
Het ouder worden maakte me langzaam maar zeker steeds duidelijker dat die dag eigenlijk minder het herdenken van mijn geboorte inhield en zoveel meer het vieren van mijn leven. De laatste jaren moest er -wat mij betreft dan toch- op deze dag ook echt niet meer zo focust worden op mij. Ik sta al vaak genoeg in de belangstelling. Nee, 2 februari groeide voor mij uit tot de gelegenheid, hét aangewezen moment in het jaar, om even extra stil te staan bij alles wat het leven mij tot nu toe bracht, om even terug te blikken op de geweldige weg die ik al afgelegd heb, om de vele bijzondere mensen te gedenken die ik op mijn pad mocht ontmoeten, om extra warm te glimlachen bij de gedachte aan zij die nog altijd aan mijn zijde mee verder gaan, en om tijd te nemen op m'n gemakje, al dan niet alleen met mezelf of in gezelschap, vele honderden gekoesterde herinneringen en zoveel speciale momenten -zowel positieve als negatieve, maar allemaal veelbetekenend en verreikend in mijn bestaan- boven te halen en even lichtjes opnieuw te bleven, te voelen, te ondergaan.
Dit jaar nam een ontzettend grote dankbaarheid de absolute overhand. Want er is zo ongelofelijk veel waar ik diep en oprecht dankbaar voor ben. Alle dagen van mijn leven, hoor, maar nu, zo met die verjaardag kwam het gevoel écht vanuit élke vezel van mijn lijf en élke molecule van mijn zijn.
Eerst en vooral het feit dát ik al zoveel jaren heb mógen leven. Niet echt voor de hand liggend als je lichaam het met regelmaat laat afweten. Als ik (slechts) 50 jaar eerder het levenslicht gezien had, dan was ik vandaag vermoedelijk een ontzettend grote sukkelaar, met ondraaglijke pijnen, en totaal niet in staat voor mezelf te zorgen. Of ik was zelfs niet eens meer in leven... Zelfde verhaal mocht ik in déze tijd maar in een minder 'modern' land ter wereld gekomen zijn. De hele structuur van het ons ter beschikking zijn van allerlei hulp en vangnetten, in combinatie met zeer vooruitstrevend medisch kunnen, is toch iets om bijzonder te waarderen. Niet dan?...
Vaak zit ik stilletjes in mijn sofa rond me te kijken, in een alles overweldigend geluk. Dit is mijn eigen appartementje. Iets dat ik nooit gedacht had te bereiken in dit leven, en toch woon ik hier nu al 5 jaar. O ja, er zijn nog steeds wat mankementjes aan, dingen waarvoor ik jammer genoeg niet de centen heb om ze terdege op te lossen, en ik heb nog meer dan 20 jaar af te betalen aan de hypotheek, maar dat mag de pret zeker niet drukken. Elke kamer straal mijn hart en ziel uit, overal waar je kijkt merk je dat deze ruimte een verlenging van mezelf is: vol uitgesproken kleur, vol welig tierende planten, vol gekoesterde frullekes en memorabilia, vol kunst en muziek. Vol zachtheid ook en rust, met een intens welkomstgevoel en een veilig thuiskomen. Een plek waar mensen graag op bezoek komen en de koffie bij wijze van spreken altijd klaar staat.
Ik ben ook dankbaar voor de niet-menselijke levende wezens in mijn bestaan. Zonder de katertjes Poekie en Pompon zou de flat misschien toch een behoorlijk stuk aan warmte inboeten, denk ik. En de vele vogels op het terras en in de aanpalende tuin, die zijn ontegensprekelijk een dagelijkse bron van intense vreugde en zelfs occasioneel van buitengewone opwinding. (Dat laatste bij de poezen al wat sneller dan bij mij, uiteraard. Voor mij moet er dan al eens iets erg uitzonderlijks komen aan fladderen en landen, hé...)
Och, veel moet het feitelijk niet zijn om mij intens gelukkig te maken, hoor. De ochtendzon die door de gordijnen piept, vrolijk omlaag dansende sneeuwvlokken, soms zelfs het ritmisch gekletter van de regen, een nieuwe bloemknop of bladknop ergens in m'n overdadige groenvoorziening, het brommend gesnor van de hommels, tevreden ronkende poezenbeestjes, een vrolijk fluitende buurman, een liedje in m'n hoofd, een frisse 'goeie morgen!' op straat die eens een keertje blij beantwoord wordt... Zoveel dat me opgewekt maakt. Zoveel ook om dankbaar voor te zijn...
Maar boven al, met stip op de eerste plaats, gaat mijn eindeloze dankbaarheid uit naar al die geweldige mensen die elk op hun manier mijn leven een bijzondere twist geven. Eigenlijk spreken we hier bijna niet eens meer over dankbaarheid waar mijn hart van over loopt voor hen, maar over pure liefde. Voor deze kleine groep echte vrienden en familieleden hoef ik nooit of te nimmer een masker op te zetten. Soms kennen ze me zelfs beter dan ik mezelf, en doorprikken ze met gemak m'n gewoonte-maskerade in een ongemakkelijke charade. Ze waarderen me en houden van me exact zoals ik ben, zonder enige vorm van toegeving, en onder absoluut alle omstandigheden. En da's natuurlijk wederkerig. (Of wat had je gedacht, dan?!) Zij leerden me wat 'graag gezien worden' is, en ook het echte 'graag zien'... Niet alleen anderen (zonder mezelf daar dan in te verliezen) maar, ooo zooooo belangrijk, ook mezélf! Ik groei door hen, als mens, als persoon, als vriend, als artiest... Nog elke dag word ik door hun zachte, vaak onopvallende aanwezigheid in mijn leven een betere mens.
En ze weten zelf wel wie ik hier bedoel. Ik hoef geen namen te noemen. Af en toe riskeer ik het wel eens over één van hen te schrijven, maar meestal vinden ze dat al snel veel te veel aandacht, of ze hebben er ronduit de pest aan... hihihi
Hen wil ik dus vieren op mijn verjaardag. Zij moeten in de watten gelegd, niet ik. (Al weten ze me, nondepitjes, op bijzonder slinkse wijze toch altijd met 't één of 't ander te verrassen, de lieve stiekemerds, ongeacht mijn met overtuiging en aandrang gebrachte boodschap 'dat ik absoluut niets wil omdat ik alles al heb, zeker met hen in m'n leven!'...) Of tenminste, dat was alleszins mij idee daarover dit jaar, en met een handvol van hen is me dat ook gelukt. En da's genieten voor mij, echt, serieus genieten! Waarvoor ik dan uiteraard alwéér bijzonder dankbaar ben... hihi
Ja, je verjaardag gebruiken als speciaal moment van reflectie, even uitgebreid stilstaan bij alles waar je dankbaar voor mag zijn, da's verrassend verfrissend. En het heeft me zo mogelijk nóg gelukkiger en dankbaarder gemaakt. 😍
(En dat jij dit verhaal helemaal hebt willen lezen, ook daarvoor ben ik uiteraard geweldig dankbaar!... Xxx 😁😉😘)
Eerst en vooral het feit dát ik al zoveel jaren heb mógen leven. Niet echt voor de hand liggend als je lichaam het met regelmaat laat afweten. Als ik (slechts) 50 jaar eerder het levenslicht gezien had, dan was ik vandaag vermoedelijk een ontzettend grote sukkelaar, met ondraaglijke pijnen, en totaal niet in staat voor mezelf te zorgen. Of ik was zelfs niet eens meer in leven... Zelfde verhaal mocht ik in déze tijd maar in een minder 'modern' land ter wereld gekomen zijn. De hele structuur van het ons ter beschikking zijn van allerlei hulp en vangnetten, in combinatie met zeer vooruitstrevend medisch kunnen, is toch iets om bijzonder te waarderen. Niet dan?...
Vaak zit ik stilletjes in mijn sofa rond me te kijken, in een alles overweldigend geluk. Dit is mijn eigen appartementje. Iets dat ik nooit gedacht had te bereiken in dit leven, en toch woon ik hier nu al 5 jaar. O ja, er zijn nog steeds wat mankementjes aan, dingen waarvoor ik jammer genoeg niet de centen heb om ze terdege op te lossen, en ik heb nog meer dan 20 jaar af te betalen aan de hypotheek, maar dat mag de pret zeker niet drukken. Elke kamer straal mijn hart en ziel uit, overal waar je kijkt merk je dat deze ruimte een verlenging van mezelf is: vol uitgesproken kleur, vol welig tierende planten, vol gekoesterde frullekes en memorabilia, vol kunst en muziek. Vol zachtheid ook en rust, met een intens welkomstgevoel en een veilig thuiskomen. Een plek waar mensen graag op bezoek komen en de koffie bij wijze van spreken altijd klaar staat.
Ik ben ook dankbaar voor de niet-menselijke levende wezens in mijn bestaan. Zonder de katertjes Poekie en Pompon zou de flat misschien toch een behoorlijk stuk aan warmte inboeten, denk ik. En de vele vogels op het terras en in de aanpalende tuin, die zijn ontegensprekelijk een dagelijkse bron van intense vreugde en zelfs occasioneel van buitengewone opwinding. (Dat laatste bij de poezen al wat sneller dan bij mij, uiteraard. Voor mij moet er dan al eens iets erg uitzonderlijks komen aan fladderen en landen, hé...)
Och, veel moet het feitelijk niet zijn om mij intens gelukkig te maken, hoor. De ochtendzon die door de gordijnen piept, vrolijk omlaag dansende sneeuwvlokken, soms zelfs het ritmisch gekletter van de regen, een nieuwe bloemknop of bladknop ergens in m'n overdadige groenvoorziening, het brommend gesnor van de hommels, tevreden ronkende poezenbeestjes, een vrolijk fluitende buurman, een liedje in m'n hoofd, een frisse 'goeie morgen!' op straat die eens een keertje blij beantwoord wordt... Zoveel dat me opgewekt maakt. Zoveel ook om dankbaar voor te zijn...
Maar boven al, met stip op de eerste plaats, gaat mijn eindeloze dankbaarheid uit naar al die geweldige mensen die elk op hun manier mijn leven een bijzondere twist geven. Eigenlijk spreken we hier bijna niet eens meer over dankbaarheid waar mijn hart van over loopt voor hen, maar over pure liefde. Voor deze kleine groep echte vrienden en familieleden hoef ik nooit of te nimmer een masker op te zetten. Soms kennen ze me zelfs beter dan ik mezelf, en doorprikken ze met gemak m'n gewoonte-maskerade in een ongemakkelijke charade. Ze waarderen me en houden van me exact zoals ik ben, zonder enige vorm van toegeving, en onder absoluut alle omstandigheden. En da's natuurlijk wederkerig. (Of wat had je gedacht, dan?!) Zij leerden me wat 'graag gezien worden' is, en ook het echte 'graag zien'... Niet alleen anderen (zonder mezelf daar dan in te verliezen) maar, ooo zooooo belangrijk, ook mezélf! Ik groei door hen, als mens, als persoon, als vriend, als artiest... Nog elke dag word ik door hun zachte, vaak onopvallende aanwezigheid in mijn leven een betere mens.
En ze weten zelf wel wie ik hier bedoel. Ik hoef geen namen te noemen. Af en toe riskeer ik het wel eens over één van hen te schrijven, maar meestal vinden ze dat al snel veel te veel aandacht, of ze hebben er ronduit de pest aan... hihihi
Hen wil ik dus vieren op mijn verjaardag. Zij moeten in de watten gelegd, niet ik. (Al weten ze me, nondepitjes, op bijzonder slinkse wijze toch altijd met 't één of 't ander te verrassen, de lieve stiekemerds, ongeacht mijn met overtuiging en aandrang gebrachte boodschap 'dat ik absoluut niets wil omdat ik alles al heb, zeker met hen in m'n leven!'...) Of tenminste, dat was alleszins mij idee daarover dit jaar, en met een handvol van hen is me dat ook gelukt. En da's genieten voor mij, echt, serieus genieten! Waarvoor ik dan uiteraard alwéér bijzonder dankbaar ben... hihi
Ja, je verjaardag gebruiken als speciaal moment van reflectie, even uitgebreid stilstaan bij alles waar je dankbaar voor mag zijn, da's verrassend verfrissend. En het heeft me zo mogelijk nóg gelukkiger en dankbaarder gemaakt. 😍
(En dat jij dit verhaal helemaal hebt willen lezen, ook daarvoor ben ik uiteraard geweldig dankbaar!... Xxx 😁😉😘)
vrijdag 1 februari 2019
2 x Carmina Burana.
Hoe vaak heb je het geluk redelijk kort na elkaar 2 x dezelfde monumentale muziekcompositie live te kunnen beluisteren?... Dat mocht ik dus beleven met de meer dan beroemde 'Carmina Burana' van Carl Orff!
De eerste voorstelling van het geweldige werk woonde ik bij afgelopen oktober in een uitverkochte Singel in Antwerpen op een speciaal avondje uit in het voortreffelijke gezelschap van vriendin Lena. Beste vriend Roger, Will Ferdy en Marleen Van Lysebetten waren ook van de partij, maar zij zaten elders in de zaal. Onze goede vriendin Marleen Van Holder, voor de 'fans van jaren' beter gekend als onze hele eigenste, super sympathieke vaste violiste bij o.a. de kerstconcerten, maakt namelijk deel uit van het OVSO, het Oost Vlaams Symfonisch Orkest, dat die avond zou spelen, en daar wilden wij uiteraard maar wat graag bij zijn!
Met een geweldig mooie en intens doorleefde 'Rhapsody in Blue' van George Gershwin, met als solist pianist Bart Truyens, ging het concert van start. Wij genoten. Na de pauze volgde de 'Carmina Burana'. Het reeds omvangrijke orkest o.l.v. Geert Baetens, breidde uit met wel 2 pianisten en een handvol extra slagwerkers, en zij kregen het gezelschap van niet minder dan wel 5 koren! Indrukwekkend. En dat sloeg niet dus niet alleen op het uitzicht...
Het enthousiasme op het podium werkte aanstekelijk, en al gauw zat de hele zaal zowat op het puntje van z'n stoel, meegevoerd door de grootsheid van het werk, maar zeker ook door de grootsheid van de uitvoering. Fenomenaal om zoveel muzikanten collectief intens deugd te zien hebben aan het samen musiceren. Wat een kracht ging er van uit, wat een levensvreugde, vurig en onstuimig. Alles wat zo een compositie nodig heeft om werkelijk tot z'n recht te komen. Ook zalig om die slagwerkers eens voor een keertje zonder zich te moeten inhouden totaal uit de bol te zien gaan. Goeie solisten overigens. 'k Was vooral hélemaal weg van de sublieme tenor solo...
Een schitterende keuze trouwens om deze beide werken op het programma te zetten, want -ik had er ook nooit eerder bij stil gestaan- de jazzy klanken en ritmes van Gershwin hoor en voel je zowat overal in de bewerking van de middeleeuwse drinkliederen door Carl Orff terug. En we vonden het fantastisch! Onze aandacht verslapte geen seconde, zo geboeid als we waren door zoveel muzikaliteit en inleving, en de tijd vloog veel te snel voorbij. De staande ovatie aan het eind was dan ook dubbel en dik verdiend!
Ons gezelschap stortte zich nog vol goede moed in de wat overweldigend volle en ontzettend drukke gelagzaal. En ja, dat moest toch écht nog even, al was het maar om onze Marleen op te snorren voor een hele persoonlijke dikke proficiat, trots als we op haar zijn.
Met het prachtige programmaboek, met -wauw!- álle teksten en vertalingen erin, stevig onder de arm gekneld keerden we, vervuld van muziek en met een gelukzalig voldaan gevoel, bijzonder tevreden huiswaarts. Heerlijk!
Het tweede concert met de 'Carmina' op het programma maakte deel uit van een verrassingsdagje Oostende afgelopen zondag, ter gelegenheid van m'n aankomende verjaardag, volledig georganiseerd -of zal ik voor de gelegenheid 'georkestreerd' zeggen?- door goede vriend Jef, en met natuurlijk ook het meer dan uitstekende gezelschap van Roger. De ijskoude, snijdende stormwind deed z'n uiterste best om ons de zeedijk af te blazen, maar dat hield ons niet tegen. We vochten ons, wind op kop, lachend, klappertandend en bibberend een weg naar het Casino-Kursaal, want de affiche was bijzonder veelbelovend. Het 'Czech Symphony Ochestra and Choir Praque' zou zowel het 'Requiem' van Mozart als de 'Carmina Burana' van Orff brengen. En geloof me, da's een absoluut monsterprogramma. Puur als zanger weet ik dat je na elk van deze werken apart absoluut pompaf zijt, en voor het orkest zal dat wel niet veel schelen. Beide werken samen brengen is dus een waar huzarenstukje. Daarenboven staan stemmen uit wat men de 'Slavische landen' noemt, gekend voor hun kleur en hun kracht. Ik moet het eigenlijk niet zeggen: we zagen het helemaal zitten! En wij niet alleen, want het Kursaal zat afgeladen vol, 2000 mensen!...
Het 'Requiem' was eerst aan de beurt. En dat was perfect. 't Is te zeggen: qua noten, intonatie, dynamiek... Qua inleving was het leeg. Er zat niets hart of ziel in, geen spatje emotie, niks. Alsof ze het ondertussen al 100 maal gebracht hadden en het nu op automatische piloot -"zucht, duurt dat hier nog lang"- en met -"zucht, wanneer gaan we naar huis"- hun gedachten elders, ver weg van hier, nog wel eens een keertje deden -"allé, vooruit, zucht"-. Ik zat echt te wachten op een sprankje vuur, een vleugje bewogenheid, een teken van leven... Tevergeefs.
En het was echt niet slechts mijn persoonlijke -inderdaad meestal nogal onverbloemde en vierkante- mening. Ook de mij ongekende mensen naast me, en Jef en Roger, die eerlijk toegeven er weinig over te weten, misten over de hele lijn diepgang en emotie.
Maar hoopvol en positief als we zijn, bleven we reikhalzend uitkijken naar het tweede deel na de pauze. En ja, hoor, bij het uitvoeren van de 'Carmina' zagen we een ietwat meer enthousiast orkest en koor. Dit deden ze duidelijk veel liever, maar... Oei. Door die opgetogenheid werd alles verschrikkelijk slordig. Ik deed vreselijk m'n best om gewoon zonder gedachten, alles loslatend, van de muziek te genieten, ze over me heen te laten stromen, maar werd telkens weer met een snok uit m'n pogingen gerukt bij opnieuw valse noten, ongelijke inzetten, decalerende partijen... Ja, ik heb genoten van de stralende trompettensectie, die was geweldig. En wauw, de tenoren van het koor, dat zal je hier niet zo snel vinden, echt sterk. En onze verwachting qua Slavische stemmen werd ook nog ingevuld door de piepkleine bassolo door één van de koorleden. Nondepitjes, wat een ontzettend prachtige stem had die man, zeg! De kleur, de kracht, de voeling, de inleving... Werkelijk for-mi-da-bel! Die hadden ze vooraan moeten zetten... Want de solisten... Breek me de bek daar maar niet over open. Pfffft... Jammer, zoooo jammer. En jammer ook van de centen voor die behoorlijk dure luxe plaatsen.
Er werd tijdens de uitvoering links en rechts al eens, soms zelfs tíjdens een deel, totaal ongepast en storend, enthousiast geapplaudisseerd -al vreemd genoeg voor mij-, maar aan het eind vond ergens in het publiek iemand het toch absoluut en met overtuiging een staande ovatie waard. En al gauw stond uiteraard het grootste deel van de zaal recht. Ik zat, efkes totaal mijne kluts kwijt over zoveel onterecht en onbegrijpelijk eerbetoon, in m'n rode fluwelen zetel met moeite een mini applausje te forceren. Bizar. Maar misschien ligt het aan mij, dat kan. Staande ovaties horen voor mij uitsluitend en alleen na dingen die mij op een fantastische, liefst positieve manier meer dan volledig van m'n sokken geblazen hebben. Dan en dan alleen. Als ultieme hulde aan iets dat absoluut alles-overstijgend was.
In dit geval dus -woehoe- een vurige staande ovatie voor m'n gezelschap, want al bij al was het toch een erg mooie dag. Eentje om te koesteren.
2 x 'Carmina Burana', 1 geïnspireerde en 1 teleurstellende, maar 'k heb toch van allebei veel opgestoken. 2 x 'Carmina Burana' in uitstekend gezelschap, telkens heel anders, doch altijd super gezellig. 2 x 'Carmina Burana', en de muziek zit voorlopig muurvast in m'n hoofd, en ze zingt, en zingt, en zingt... 🎶😄🎶

De eerste voorstelling van het geweldige werk woonde ik bij afgelopen oktober in een uitverkochte Singel in Antwerpen op een speciaal avondje uit in het voortreffelijke gezelschap van vriendin Lena. Beste vriend Roger, Will Ferdy en Marleen Van Lysebetten waren ook van de partij, maar zij zaten elders in de zaal. Onze goede vriendin Marleen Van Holder, voor de 'fans van jaren' beter gekend als onze hele eigenste, super sympathieke vaste violiste bij o.a. de kerstconcerten, maakt namelijk deel uit van het OVSO, het Oost Vlaams Symfonisch Orkest, dat die avond zou spelen, en daar wilden wij uiteraard maar wat graag bij zijn!
Met een geweldig mooie en intens doorleefde 'Rhapsody in Blue' van George Gershwin, met als solist pianist Bart Truyens, ging het concert van start. Wij genoten. Na de pauze volgde de 'Carmina Burana'. Het reeds omvangrijke orkest o.l.v. Geert Baetens, breidde uit met wel 2 pianisten en een handvol extra slagwerkers, en zij kregen het gezelschap van niet minder dan wel 5 koren! Indrukwekkend. En dat sloeg niet dus niet alleen op het uitzicht...
Het enthousiasme op het podium werkte aanstekelijk, en al gauw zat de hele zaal zowat op het puntje van z'n stoel, meegevoerd door de grootsheid van het werk, maar zeker ook door de grootsheid van de uitvoering. Fenomenaal om zoveel muzikanten collectief intens deugd te zien hebben aan het samen musiceren. Wat een kracht ging er van uit, wat een levensvreugde, vurig en onstuimig. Alles wat zo een compositie nodig heeft om werkelijk tot z'n recht te komen. Ook zalig om die slagwerkers eens voor een keertje zonder zich te moeten inhouden totaal uit de bol te zien gaan. Goeie solisten overigens. 'k Was vooral hélemaal weg van de sublieme tenor solo...
Een schitterende keuze trouwens om deze beide werken op het programma te zetten, want -ik had er ook nooit eerder bij stil gestaan- de jazzy klanken en ritmes van Gershwin hoor en voel je zowat overal in de bewerking van de middeleeuwse drinkliederen door Carl Orff terug. En we vonden het fantastisch! Onze aandacht verslapte geen seconde, zo geboeid als we waren door zoveel muzikaliteit en inleving, en de tijd vloog veel te snel voorbij. De staande ovatie aan het eind was dan ook dubbel en dik verdiend!
Ons gezelschap stortte zich nog vol goede moed in de wat overweldigend volle en ontzettend drukke gelagzaal. En ja, dat moest toch écht nog even, al was het maar om onze Marleen op te snorren voor een hele persoonlijke dikke proficiat, trots als we op haar zijn.
Met het prachtige programmaboek, met -wauw!- álle teksten en vertalingen erin, stevig onder de arm gekneld keerden we, vervuld van muziek en met een gelukzalig voldaan gevoel, bijzonder tevreden huiswaarts. Heerlijk!
Het tweede concert met de 'Carmina' op het programma maakte deel uit van een verrassingsdagje Oostende afgelopen zondag, ter gelegenheid van m'n aankomende verjaardag, volledig georganiseerd -of zal ik voor de gelegenheid 'georkestreerd' zeggen?- door goede vriend Jef, en met natuurlijk ook het meer dan uitstekende gezelschap van Roger. De ijskoude, snijdende stormwind deed z'n uiterste best om ons de zeedijk af te blazen, maar dat hield ons niet tegen. We vochten ons, wind op kop, lachend, klappertandend en bibberend een weg naar het Casino-Kursaal, want de affiche was bijzonder veelbelovend. Het 'Czech Symphony Ochestra and Choir Praque' zou zowel het 'Requiem' van Mozart als de 'Carmina Burana' van Orff brengen. En geloof me, da's een absoluut monsterprogramma. Puur als zanger weet ik dat je na elk van deze werken apart absoluut pompaf zijt, en voor het orkest zal dat wel niet veel schelen. Beide werken samen brengen is dus een waar huzarenstukje. Daarenboven staan stemmen uit wat men de 'Slavische landen' noemt, gekend voor hun kleur en hun kracht. Ik moet het eigenlijk niet zeggen: we zagen het helemaal zitten! En wij niet alleen, want het Kursaal zat afgeladen vol, 2000 mensen!...
Het 'Requiem' was eerst aan de beurt. En dat was perfect. 't Is te zeggen: qua noten, intonatie, dynamiek... Qua inleving was het leeg. Er zat niets hart of ziel in, geen spatje emotie, niks. Alsof ze het ondertussen al 100 maal gebracht hadden en het nu op automatische piloot -"zucht, duurt dat hier nog lang"- en met -"zucht, wanneer gaan we naar huis"- hun gedachten elders, ver weg van hier, nog wel eens een keertje deden -"allé, vooruit, zucht"-. Ik zat echt te wachten op een sprankje vuur, een vleugje bewogenheid, een teken van leven... Tevergeefs.
En het was echt niet slechts mijn persoonlijke -inderdaad meestal nogal onverbloemde en vierkante- mening. Ook de mij ongekende mensen naast me, en Jef en Roger, die eerlijk toegeven er weinig over te weten, misten over de hele lijn diepgang en emotie.
Maar hoopvol en positief als we zijn, bleven we reikhalzend uitkijken naar het tweede deel na de pauze. En ja, hoor, bij het uitvoeren van de 'Carmina' zagen we een ietwat meer enthousiast orkest en koor. Dit deden ze duidelijk veel liever, maar... Oei. Door die opgetogenheid werd alles verschrikkelijk slordig. Ik deed vreselijk m'n best om gewoon zonder gedachten, alles loslatend, van de muziek te genieten, ze over me heen te laten stromen, maar werd telkens weer met een snok uit m'n pogingen gerukt bij opnieuw valse noten, ongelijke inzetten, decalerende partijen... Ja, ik heb genoten van de stralende trompettensectie, die was geweldig. En wauw, de tenoren van het koor, dat zal je hier niet zo snel vinden, echt sterk. En onze verwachting qua Slavische stemmen werd ook nog ingevuld door de piepkleine bassolo door één van de koorleden. Nondepitjes, wat een ontzettend prachtige stem had die man, zeg! De kleur, de kracht, de voeling, de inleving... Werkelijk for-mi-da-bel! Die hadden ze vooraan moeten zetten... Want de solisten... Breek me de bek daar maar niet over open. Pfffft... Jammer, zoooo jammer. En jammer ook van de centen voor die behoorlijk dure luxe plaatsen.
Er werd tijdens de uitvoering links en rechts al eens, soms zelfs tíjdens een deel, totaal ongepast en storend, enthousiast geapplaudisseerd -al vreemd genoeg voor mij-, maar aan het eind vond ergens in het publiek iemand het toch absoluut en met overtuiging een staande ovatie waard. En al gauw stond uiteraard het grootste deel van de zaal recht. Ik zat, efkes totaal mijne kluts kwijt over zoveel onterecht en onbegrijpelijk eerbetoon, in m'n rode fluwelen zetel met moeite een mini applausje te forceren. Bizar. Maar misschien ligt het aan mij, dat kan. Staande ovaties horen voor mij uitsluitend en alleen na dingen die mij op een fantastische, liefst positieve manier meer dan volledig van m'n sokken geblazen hebben. Dan en dan alleen. Als ultieme hulde aan iets dat absoluut alles-overstijgend was.
In dit geval dus -woehoe- een vurige staande ovatie voor m'n gezelschap, want al bij al was het toch een erg mooie dag. Eentje om te koesteren.
2 x 'Carmina Burana', 1 geïnspireerde en 1 teleurstellende, maar 'k heb toch van allebei veel opgestoken. 2 x 'Carmina Burana' in uitstekend gezelschap, telkens heel anders, doch altijd super gezellig. 2 x 'Carmina Burana', en de muziek zit voorlopig muurvast in m'n hoofd, en ze zingt, en zingt, en zingt... 🎶😄🎶

vrijdag 25 januari 2019
De gele vlaggen.
Van je fiets vallen, je tong verbranden, botten breken, koppijn om tegen de muren van op te lopen, verbrand vel, stomweg over je voeten vallen en op je snuit gaan, een gebroken hart, een operatie, tandartsbehandelingen, een kind baren, kanker, spierpijn van teveel ineens gesport, krakende en versleten gewrichten, verdriet door verlies, een ingescheurde nagel, blaren op je voeten, slecht functionerende darmen, angst, krampen, koorts...
De lijst met pijn en pijntjes is eindeloos. In welke vorm dan ook, groot of klein, zelden of vaak, jij zelf, uiteraard, en absoluut iedereen die je kent heeft ooit al pijn in z'n leven gekend. Pijn is niet alleen bijzonder divers, het is ook ongelofelijk universeel. Geen mens ontsnapt er aan. En het is niet makkelijk die pijn en pijntjes in categorietjes onder te brengen. Twee personen met een identieke diagnose kunnen die ene specifieke pijn volslagen anders ervaren, en er als gevolg ook compleet verschillend mee om gaan.
"Heeft deze mevrouw de gele vlaggen al gehad?", klonk het van achter de deur van mijn ziekenhuiskamer. "Ja, hoor", antwoordde de verpleegster naast m'n bed, "ze is er nu mee bezig." "Gele vlaggen???" verbaasde ik me. "Over welke gele vlaggen zouden ze het hebben?" Ik speurde de hele ruimte af, maar zag absoluut niets dat zelfs ook maar in de verste verten op een soort gele lap stof zou lijken. En voor mij lag een in te vullen vragenlijst...
Bij navraag bleek dat ze het, inderdaad, over dat stukje papier hadden, of misschien beter: over de vragen er op. 'Gele vlaggen' zijn, in het geval van pijnbestrijding, signalen in emotie, gedrag, gedachte en/of attitude, die mogelijk aantonen dat iemand met in eerste instantie absoluut en ontegensprekelijk fysieke pijnklachten langzaam verglijdt naar een meer psychologisch overheersende pijnervaring. In dat geval is er, dat spreekt voor zich, minder behoefte aan medicatie, en meer aan ondersteuning en begeleiding op geestelijk en emotioneel vlak. In al die jaren dat ik af en toe een pijnkliniek bezoek confronteerde men mij nooit eerder met deze kant van de zaak, maar het is zeker en vast een uitstekend punt om eens bij stil te staan, volgens mij.
Er zijn al vaak momenten geweest dat ik me -ondertussen zodanig gewoon aan dagdagelijkse pijn- oprecht afvroeg of ik het me niet allemaal verbeelde... M'n neurochirurg, en even later die dag in de pijnkliniek ook de chirurg-anesthesist, keken me allebei met een bijzonder verwonderd (en aan elkaar gewaagd grappig trouwens) gezicht aan, toen ik me die gedachte even luidop liet ontglippen. De overduidelijke (en ook wreed interessante) foto's van mijn binnenkant doen elke twijfel teniet, daar mag ik dus 100% 'gerust' in zijn. 't Zit beslist niet tussen mijn twee oren. Het invullen van de vragenlijst bevestigde dat ook wel. Ik laat pijn mijn leven weinig of niet beïnvloeden. Mogelijk ben ik een klein beetje té voorzichtig met mezelf, maar verder blijkt ook hierin die positiviteit van mij een enorm pluspunt. Geen doemdenkerij, geen gezeur, maar wel optimisme en aanvaarding.
En terwijl ik verder m'n beurt af wachtte voor de hopelijk verlichtende cervicale epidurale infiltratie bestudeerde ik even mijn persoonlijke aanpak in pijnsituaties.
Bij 'kleine' pijntjes -teen tegen de poot van 't bed, hamer op m'n vinger, lip verbrandt aan hete koffie, en meer van dat soort fraais- vloek ik dat het klettert, doe eventueel een soort gefrustreerd indianendanske... en ga, alsof er weinig of niks gebeurd is, verder met wat ik aan het doen was. Zoals iedereen wel een beetje, veronderstel ik.
Met de pijn in m'n nek gaat het iets anders. In eerste instantie heb ik door de jaren m'n leven er naar aangepast. Ik ken m'n grenzen en weet wat ik zeker niet moet doen, als ik geen extra pijn wil. Al durf ik daar ook wel eens -goed geweten, maar alleen als het me dat echt waard is- dik overheen gaan. Ik luister naar m'n lichaam en weet wat, en wanneer, het nodig heeft. En dat kan in de vorm van extra rust of één van die straffe pijnstillers zijn. Maar, alleen als het écht nodig is, dus meer als uitzondering dan als regel.
Voor activiteiten die niet te vermijden zijn, maar waarbij ik sowieso extra pijn oploop -stofzuigen bijvoorbeeld, of het bed volledig met schone lakens opmaken- zoek ik oplossingen die de druk op m'n nek verminderen bij het uitvoeren ervan. In 't slechtste geval stel ik de handeling uit, ongeacht voor hoelang. Desnoods zie je hier dan maar een tijdje een écht 'káttenharentapijt', hé. Moet kunnen. gniffel gniffel
Als de pijn toch toeslaat -wie weet wat ik weer eens uitgespookt heb in één of andere zotte vlaag-, dan loop ik daar niet over te zeuren. Je kan geduld en mededogen met jezelf hebben, maar flauw doen en jammeren helpt geen ene sikkepit. Acceptatie is de sleutel. Een beetje van "Oké, ik heb pijn", en hup, zo goed en kwaad het gaat verder met het dagelijkse leven.
Pas als ik echt niet meer weet waar kruipen van ellende, me geen enkele houding meer kan geven, systematisch tranen loop te verbijten en de dag door komen een energie drainerende, nauwelijks te volbrengen monsterlijke opdracht wordt, trek ik aan de alarmbel. Dan pas contacteer ik de dokters, hopend op een mogelijke behandeling. Maar altijd positief en optimistisch. Dankbaar voor alle mogelijkheden, dankbaar voor alle hulp, en dankbaar voor alles wat ik nog steeds kan en mag, doen, beleven en meemaken.
Wil je zelf ook eens kijken of je aan een paar gele vlaggen onderhevig bent? Ik zet de vragenlijst hier onderaan m'n blogje. Wie weet leer je jezelf nog stukje beter kennen, hé. Ik vond het alleszins behoorlijk verhelderend.
En vergeet niet: wees mild voor je medemens, heb mededogen. Want al zie je het soms totaal niet, iedereen kent pijn, daar mag je absoluut zeker van zijn. 😘

De lijst met pijn en pijntjes is eindeloos. In welke vorm dan ook, groot of klein, zelden of vaak, jij zelf, uiteraard, en absoluut iedereen die je kent heeft ooit al pijn in z'n leven gekend. Pijn is niet alleen bijzonder divers, het is ook ongelofelijk universeel. Geen mens ontsnapt er aan. En het is niet makkelijk die pijn en pijntjes in categorietjes onder te brengen. Twee personen met een identieke diagnose kunnen die ene specifieke pijn volslagen anders ervaren, en er als gevolg ook compleet verschillend mee om gaan.
"Heeft deze mevrouw de gele vlaggen al gehad?", klonk het van achter de deur van mijn ziekenhuiskamer. "Ja, hoor", antwoordde de verpleegster naast m'n bed, "ze is er nu mee bezig." "Gele vlaggen???" verbaasde ik me. "Over welke gele vlaggen zouden ze het hebben?" Ik speurde de hele ruimte af, maar zag absoluut niets dat zelfs ook maar in de verste verten op een soort gele lap stof zou lijken. En voor mij lag een in te vullen vragenlijst...
Bij navraag bleek dat ze het, inderdaad, over dat stukje papier hadden, of misschien beter: over de vragen er op. 'Gele vlaggen' zijn, in het geval van pijnbestrijding, signalen in emotie, gedrag, gedachte en/of attitude, die mogelijk aantonen dat iemand met in eerste instantie absoluut en ontegensprekelijk fysieke pijnklachten langzaam verglijdt naar een meer psychologisch overheersende pijnervaring. In dat geval is er, dat spreekt voor zich, minder behoefte aan medicatie, en meer aan ondersteuning en begeleiding op geestelijk en emotioneel vlak. In al die jaren dat ik af en toe een pijnkliniek bezoek confronteerde men mij nooit eerder met deze kant van de zaak, maar het is zeker en vast een uitstekend punt om eens bij stil te staan, volgens mij.
Er zijn al vaak momenten geweest dat ik me -ondertussen zodanig gewoon aan dagdagelijkse pijn- oprecht afvroeg of ik het me niet allemaal verbeelde... M'n neurochirurg, en even later die dag in de pijnkliniek ook de chirurg-anesthesist, keken me allebei met een bijzonder verwonderd (en aan elkaar gewaagd grappig trouwens) gezicht aan, toen ik me die gedachte even luidop liet ontglippen. De overduidelijke (en ook wreed interessante) foto's van mijn binnenkant doen elke twijfel teniet, daar mag ik dus 100% 'gerust' in zijn. 't Zit beslist niet tussen mijn twee oren. Het invullen van de vragenlijst bevestigde dat ook wel. Ik laat pijn mijn leven weinig of niet beïnvloeden. Mogelijk ben ik een klein beetje té voorzichtig met mezelf, maar verder blijkt ook hierin die positiviteit van mij een enorm pluspunt. Geen doemdenkerij, geen gezeur, maar wel optimisme en aanvaarding.
En terwijl ik verder m'n beurt af wachtte voor de hopelijk verlichtende cervicale epidurale infiltratie bestudeerde ik even mijn persoonlijke aanpak in pijnsituaties.
Bij 'kleine' pijntjes -teen tegen de poot van 't bed, hamer op m'n vinger, lip verbrandt aan hete koffie, en meer van dat soort fraais- vloek ik dat het klettert, doe eventueel een soort gefrustreerd indianendanske... en ga, alsof er weinig of niks gebeurd is, verder met wat ik aan het doen was. Zoals iedereen wel een beetje, veronderstel ik.
Met de pijn in m'n nek gaat het iets anders. In eerste instantie heb ik door de jaren m'n leven er naar aangepast. Ik ken m'n grenzen en weet wat ik zeker niet moet doen, als ik geen extra pijn wil. Al durf ik daar ook wel eens -goed geweten, maar alleen als het me dat echt waard is- dik overheen gaan. Ik luister naar m'n lichaam en weet wat, en wanneer, het nodig heeft. En dat kan in de vorm van extra rust of één van die straffe pijnstillers zijn. Maar, alleen als het écht nodig is, dus meer als uitzondering dan als regel.
Voor activiteiten die niet te vermijden zijn, maar waarbij ik sowieso extra pijn oploop -stofzuigen bijvoorbeeld, of het bed volledig met schone lakens opmaken- zoek ik oplossingen die de druk op m'n nek verminderen bij het uitvoeren ervan. In 't slechtste geval stel ik de handeling uit, ongeacht voor hoelang. Desnoods zie je hier dan maar een tijdje een écht 'káttenharentapijt', hé. Moet kunnen. gniffel gniffel
Als de pijn toch toeslaat -wie weet wat ik weer eens uitgespookt heb in één of andere zotte vlaag-, dan loop ik daar niet over te zeuren. Je kan geduld en mededogen met jezelf hebben, maar flauw doen en jammeren helpt geen ene sikkepit. Acceptatie is de sleutel. Een beetje van "Oké, ik heb pijn", en hup, zo goed en kwaad het gaat verder met het dagelijkse leven.
Pas als ik echt niet meer weet waar kruipen van ellende, me geen enkele houding meer kan geven, systematisch tranen loop te verbijten en de dag door komen een energie drainerende, nauwelijks te volbrengen monsterlijke opdracht wordt, trek ik aan de alarmbel. Dan pas contacteer ik de dokters, hopend op een mogelijke behandeling. Maar altijd positief en optimistisch. Dankbaar voor alle mogelijkheden, dankbaar voor alle hulp, en dankbaar voor alles wat ik nog steeds kan en mag, doen, beleven en meemaken.
Wil je zelf ook eens kijken of je aan een paar gele vlaggen onderhevig bent? Ik zet de vragenlijst hier onderaan m'n blogje. Wie weet leer je jezelf nog stukje beter kennen, hé. Ik vond het alleszins behoorlijk verhelderend.
En vergeet niet: wees mild voor je medemens, heb mededogen. Want al zie je het soms totaal niet, iedereen kent pijn, daar mag je absoluut zeker van zijn. 😘

zondag 13 januari 2019
Negatief - positief.
De dame in het bed naast me taterde onvermoeibaar aan één stuk door. Ik betrapte mezelf er op dat ik heel even aandachtig luisterde of -en zo ja, wanneer dan- ze zo af en toe tussendoor eigenlijk ook wel eens ademhaalde... Ze produceerde vermoedelijk een pak decibels teveel voor de doorgaans gewenste rust in zo'n zaal met tien bedjes, in het daghospitaal bij de pijnkliniek, maar normaal gezien zou ik -doorwinterde praatvaar als ik zelf ben, zeker met nog heel wat uurtjes wachten voor de boeg- maar wát gelukkig zijn met zo'n kletsmajoor naast me. Maar... niet in dit geval. Bijna angstvallig speelde ik voor doofstommeke en verdiepte me schijnbaar onverstoorbaar en met een zogezegd intense concentratie op het invullen der kruiswoordraadsels. Alles wat uit mevrouw haar mond rolde was namelijk uitgesproken en buitensporig negatief. Nu begrijp ik uit eigen ervaring goed genoeg -ervaringsdeskundige als ik ondertussen ben, hé- hoe verschrikkelijk ambetant ge kunt zijn als ge door pijn geregeerd wordt, maar niks, echt niks maakte dit soort eindeloze brutale klachten- en eisenstroom geoorloofd, als je 't mij vraagt. Absoluut niets beviel haar, bij 't minste spuwde ze met kracht haar gal uit, vol onbegrip, ongeduldig, lastig en boos. Met luide stem bleef ze haar ongenoegen de wereld in sturen.
"Waarom moest ze haar kleren ruilen voor zo'n stom operatieschortje? Waarom moest ze in een bed? En wat was dat nu voor een deken? Dat trok op niks en ze moest er nog minstens één extra hebben, want ze had 't koud! En wanneer kreeg ze te eten? Hoezo 'niet'?! Ze had wel honger, hoor, en moest nú direct iets hebben, al moest ze er zelf om gaan. En koffie ook al niet!? Wat voor een kot was dat hier, zeg! En waarom ging dat bed niet omhoog? (De stand van de bedden kon alleen manueel door de verpleging gewijzigd worden.) Waarom had zij geen 'kaske' (met o.a. de bel voor de verpleegster) en al die andere mensen wel? ('t Hing gewoon achter haar bed.) (En bij gebrek aan beval ze mij steeds te bellen...) En dat infuus, waar was dat nu weer voor nodig!? Jullie gaan mij hier niet stiekem opereren, hoor! Dan gaat ge nog eens wat meemaken!!! En waar is die dokter? Ik wil haar nu meteen persoonlijk spreken! Nee, ik ga daar niet rustig op wachten. Ik wacht al lang genoeg. Ik heb een afspraak om half twee en 't is nu al kwart voor twee! Wat voor organisatie is dat hier, zeg!"
Waarnaar ze zich volledig naar mij richtte in de hoop me persoonlijk en volledig te kunnen betrekken in haar ontevredenheid over die ooo zo ontzettend lange wachttijden. Maar vooral op dat vlak had ze die dag zeker aan mij geen deelgenoot. Ik zweeg wijselijk, in absoluut alle talen, want ik wachtte al twee uur en er zou nog wel wat tijd bij komen. En, nee, dat was zeker niet de schuld van een slechte organisatie of zo.
Ondertussen vind ik het trouwens best grappig, wat er zo allemaal mis gaat telkens ik een bezoekje aan het ziekenhuis mag brengen. En dat was dus die dag nog niet anders geweest. Ergens had iemand, bij het maken van mijn afspraak, weken daarvoor, over het hoofd gezien dat de nieuwe dokter-anesthesiste, die mij die namiddag een, mij hopelijk van pijn bevrijdende, epidurale infiltratie in mijn nek zou geven, van álle patiënten, zonder uitzondering, vooraf een bloedonderzoek wenste. Gelukkig waren de verantwoordelijken bereid dit onderzoek er alsnog onmiddellijk en met hoge spoed tussen te nemen, i.p.v. mij, al dan niet met een nieuwe afspraak, onverrichter zake linea recta weer huiswaarts te sturen. Maar dan moest ik wel wachten natuurlijk, en lang, zo ongeveer de rest van de namiddag...
Och, daar zit ik écht niet mee. Zeker niet als ik daardoor alsnog van m'n pijn afgeholpen kan worden. Een paar uurtjes wachten is dan een klein prijsje dat ik met plezier betaal! En zo had ik meteen op grappige wijze erg persoonlijk contact met de verpleegsters, die half grappend 'klaagden' over 'al dat extra werk'. Nadat, bij de bloedafname, de lamp boven m'n bed maar niet wou branden, het bed steeds weer opnieuw naar beneden klapte, de reserve tubes en naalden zoek bleek en tot slot ook de pleisters niet echt mee werkten, hadden we net geen buikpijn van het lachen. Al maar goed dat m'n aders voor één keertje voortreffelijk te vinden waren, hé... hihihi Nee, geen denken aan dus, dat ik me mee in oeverloos geklaag over wachttijden zou storten! Integendeel zelfs.
Maar naast me ging de misnoegde dame, uiteraard ook zonder mijn 'akkoord', onvermoeibaar verder met jengelen, dat het allemaal veel te lang duurde, en dat ze niks te doen had. Moe van het gedoe -zélden meegemaakt dat ik iemand écht een klap zou kunnen verkopen opdat ze even zou zwijgen- opperde ik uiteindelijk toch maar even voorzichtig dat ze misschien een beetje televisie kon kijken. En na een extra crisis over het gemis van een afstandsbediening en de werking van het inderhaast door de verpleegsters aangereikte kleinood richtte het hemeltergende gesakker en gefoeter zich naar absoluut álles wat er te zien was op de beeldbuis. De politiek, de voetbal, de wereld, de natuur, de acteurs, de televisiemakers,... Je kunt het zo gek niet bedenken of ze had er wel iets over te klagen. Uit volle borst uiteraard! Fortissimo con brio! En ondertussen, tot wanhoop van het verplegend personeel: de hele tijd in en uit haar bed.
Die super vriendelijke en bewonderenswaardig geduldige verpleegkundigen probeerden trouwens al de hele tijd op al haar vragen en eisen zo goed mogelijk te reageren, met veel duidelijke uitleg en geruststellende woorden. Hier en daar trachtten ze met een kwinkslag de gespannen sfeer wat luchtiger te maken -al was het maar voor zichzelf- doch wat ze ook probeerden, het mocht niet baten. Bij de zoveelste opmerking van de vrouw dat "Al dat overdreven gedoe toch voor niks nodig was, want dat ze verdorie toch maar een spuitje moest krijgen!" zag ik ze naar elkaar kijken met een ondeugende blik van "Jaja, een spuitje. Hewel, wij kennen ook nog wel een spuitje dat we je met plezier even geven, hoor!..." En omdat ze merkten dat ik dat gezien had, knipoogden ze steels bijzonder guitig naar mij, ten teken van onze eensgezindheid.
Toen de dame een klein half uurtje later aan de beurt was voor haar injectie, en aldus met bed en al de zaal uitgereden werd, konden de ander patiënten zich nog net inhouden om niet luid te applaudisseren, van puur opluchting. Veel heeft het niet gescheeld, echt niet. Eindelijk keerde de rust weer in de zaal!
Er weerklonk wel een voorzichtig gejubel toen ten slotte ook ik naar het operatiekwartier gereden werd. Maar dat was een door de overige mensen in de zaal opgewekt gedeelde blijdschap en opluchting omdat er eindelijk aan mijn lange wachten een eind kwam.
"Jij bent altijd zo positief" krijg ik vaak te horen, en af en toe kijk ik daar dan verbaasd van op. Soms moet je écht eens je totaal tegenovergestelde tegen komen om dat opnieuw klaar en duidelijk te zien. Maar het klopt: ik zie, meestal toch, overal de positieve kant van. Ik heb dat mezelf aangeleerd door steeds bewust de keuze te maken om naar het positieve te kijken en me daar optimistisch in te koesteren. Natuurlijk nog steeds bewust van de aanwezigheid van negatieve dingen, maar zonder daarin energie te steken.
Intense blijheid stroomde over me heen, daar in m'n ziekenhuisbed, en het warme gevoel van geluk omdat ik ben wie ik ben, deed me ontzettend deugd en gaf me geweldig veel kracht. Positieve kracht. En die zou ik hard nodig gaan hebben...
De infiltratie mislukte grandioos. De nieuwe dokteres vertelde me dat de vernauwing in m'n nek zo compleet was dat er geen naald met verdoving meer tussen kon. Na herhaalde pogingen, waarbij per ongeluk ook mijn hersenvocht geraakt werd, gaf ze het op en liet mij weten dat deze manier van pijnbestrijding voor mij geen optie meer was. En ik moest mezelf verder maar wat behelpen met wat meer straffe pijnpillekes...
"Tja, zo ga ik natuurlijk nooit honderd jaar worden...", dacht ik gelaten en berustend bij mezelf, "en die kerstconcerten, man, dat wordt drie dagen uitzonderlijk zwaar afzien, en wie weet, het zouden wel eens de allerlaatste optredens kunnen zijn, als mijn toestand zo snel blijft verergeren..."
Oké, het zij zo. Reden te meer om zo mogelijk nóg positiever te gaan denken, vind ik! Mijn vergroeiende wervels, wegkwijnende tussenwervelschijven en al die bijhorende verschrikkelijke pijn, die worden ook écht niet beter als ik er over ga klagen en zagen. Een tijdje geleden kwam ik ergens deze uitspraak tegen, en die vat het bijzonder mooi samen: "Ik ben blij als het regent. Want als ik niet blij ben regent het ook!" Voilà, da's duidelijk, denk ik. Elke dag is er één, absoluut waard om geleefd te worden en gegarandeerd vol met fijne verrassingen als je ze maar wil zien. En elk concert is er ook één, en daar ga ik me dat weekend voor Kerstmis elke keer 200% in storten en ik zal er, pijn of geen pijn, bijzonder intens van genieten, met heel m'n hart en ziel, alsof er geen morgen meer komt! Optimisme troef dus en positief vooruit. Woeha! Het zal wel zijn, zekers, of wat had je gedacht dan!?... 😉
Epiloog.
Dit verhaal speelde zich een kleine maand voor de kerstconcerten af. Het was eigenlijk al zo goed als klaar om te posten, maar om iedereen, mezelf inclusief, met volle teugen van de shows zou laten genieten zonder enige vorm van bezorgdheid, medelijden en/of andere bedenkingen, hield ik deze historie toch nog liever even voor mezelf. En geloof me, de concerten hebben mijn nek alles behalve deugd gedaan, nondepitjes jadadde, maar het waren drie zulke ongelofelijk fantastische dagen, dat ik dat er met plezier bij neem. 😊
"Waarom moest ze haar kleren ruilen voor zo'n stom operatieschortje? Waarom moest ze in een bed? En wat was dat nu voor een deken? Dat trok op niks en ze moest er nog minstens één extra hebben, want ze had 't koud! En wanneer kreeg ze te eten? Hoezo 'niet'?! Ze had wel honger, hoor, en moest nú direct iets hebben, al moest ze er zelf om gaan. En koffie ook al niet!? Wat voor een kot was dat hier, zeg! En waarom ging dat bed niet omhoog? (De stand van de bedden kon alleen manueel door de verpleging gewijzigd worden.) Waarom had zij geen 'kaske' (met o.a. de bel voor de verpleegster) en al die andere mensen wel? ('t Hing gewoon achter haar bed.) (En bij gebrek aan beval ze mij steeds te bellen...) En dat infuus, waar was dat nu weer voor nodig!? Jullie gaan mij hier niet stiekem opereren, hoor! Dan gaat ge nog eens wat meemaken!!! En waar is die dokter? Ik wil haar nu meteen persoonlijk spreken! Nee, ik ga daar niet rustig op wachten. Ik wacht al lang genoeg. Ik heb een afspraak om half twee en 't is nu al kwart voor twee! Wat voor organisatie is dat hier, zeg!"
Waarnaar ze zich volledig naar mij richtte in de hoop me persoonlijk en volledig te kunnen betrekken in haar ontevredenheid over die ooo zo ontzettend lange wachttijden. Maar vooral op dat vlak had ze die dag zeker aan mij geen deelgenoot. Ik zweeg wijselijk, in absoluut alle talen, want ik wachtte al twee uur en er zou nog wel wat tijd bij komen. En, nee, dat was zeker niet de schuld van een slechte organisatie of zo.
Ondertussen vind ik het trouwens best grappig, wat er zo allemaal mis gaat telkens ik een bezoekje aan het ziekenhuis mag brengen. En dat was dus die dag nog niet anders geweest. Ergens had iemand, bij het maken van mijn afspraak, weken daarvoor, over het hoofd gezien dat de nieuwe dokter-anesthesiste, die mij die namiddag een, mij hopelijk van pijn bevrijdende, epidurale infiltratie in mijn nek zou geven, van álle patiënten, zonder uitzondering, vooraf een bloedonderzoek wenste. Gelukkig waren de verantwoordelijken bereid dit onderzoek er alsnog onmiddellijk en met hoge spoed tussen te nemen, i.p.v. mij, al dan niet met een nieuwe afspraak, onverrichter zake linea recta weer huiswaarts te sturen. Maar dan moest ik wel wachten natuurlijk, en lang, zo ongeveer de rest van de namiddag...
Och, daar zit ik écht niet mee. Zeker niet als ik daardoor alsnog van m'n pijn afgeholpen kan worden. Een paar uurtjes wachten is dan een klein prijsje dat ik met plezier betaal! En zo had ik meteen op grappige wijze erg persoonlijk contact met de verpleegsters, die half grappend 'klaagden' over 'al dat extra werk'. Nadat, bij de bloedafname, de lamp boven m'n bed maar niet wou branden, het bed steeds weer opnieuw naar beneden klapte, de reserve tubes en naalden zoek bleek en tot slot ook de pleisters niet echt mee werkten, hadden we net geen buikpijn van het lachen. Al maar goed dat m'n aders voor één keertje voortreffelijk te vinden waren, hé... hihihi Nee, geen denken aan dus, dat ik me mee in oeverloos geklaag over wachttijden zou storten! Integendeel zelfs.
Maar naast me ging de misnoegde dame, uiteraard ook zonder mijn 'akkoord', onvermoeibaar verder met jengelen, dat het allemaal veel te lang duurde, en dat ze niks te doen had. Moe van het gedoe -zélden meegemaakt dat ik iemand écht een klap zou kunnen verkopen opdat ze even zou zwijgen- opperde ik uiteindelijk toch maar even voorzichtig dat ze misschien een beetje televisie kon kijken. En na een extra crisis over het gemis van een afstandsbediening en de werking van het inderhaast door de verpleegsters aangereikte kleinood richtte het hemeltergende gesakker en gefoeter zich naar absoluut álles wat er te zien was op de beeldbuis. De politiek, de voetbal, de wereld, de natuur, de acteurs, de televisiemakers,... Je kunt het zo gek niet bedenken of ze had er wel iets over te klagen. Uit volle borst uiteraard! Fortissimo con brio! En ondertussen, tot wanhoop van het verplegend personeel: de hele tijd in en uit haar bed.
Die super vriendelijke en bewonderenswaardig geduldige verpleegkundigen probeerden trouwens al de hele tijd op al haar vragen en eisen zo goed mogelijk te reageren, met veel duidelijke uitleg en geruststellende woorden. Hier en daar trachtten ze met een kwinkslag de gespannen sfeer wat luchtiger te maken -al was het maar voor zichzelf- doch wat ze ook probeerden, het mocht niet baten. Bij de zoveelste opmerking van de vrouw dat "Al dat overdreven gedoe toch voor niks nodig was, want dat ze verdorie toch maar een spuitje moest krijgen!" zag ik ze naar elkaar kijken met een ondeugende blik van "Jaja, een spuitje. Hewel, wij kennen ook nog wel een spuitje dat we je met plezier even geven, hoor!..." En omdat ze merkten dat ik dat gezien had, knipoogden ze steels bijzonder guitig naar mij, ten teken van onze eensgezindheid.
Toen de dame een klein half uurtje later aan de beurt was voor haar injectie, en aldus met bed en al de zaal uitgereden werd, konden de ander patiënten zich nog net inhouden om niet luid te applaudisseren, van puur opluchting. Veel heeft het niet gescheeld, echt niet. Eindelijk keerde de rust weer in de zaal!
Er weerklonk wel een voorzichtig gejubel toen ten slotte ook ik naar het operatiekwartier gereden werd. Maar dat was een door de overige mensen in de zaal opgewekt gedeelde blijdschap en opluchting omdat er eindelijk aan mijn lange wachten een eind kwam.
"Jij bent altijd zo positief" krijg ik vaak te horen, en af en toe kijk ik daar dan verbaasd van op. Soms moet je écht eens je totaal tegenovergestelde tegen komen om dat opnieuw klaar en duidelijk te zien. Maar het klopt: ik zie, meestal toch, overal de positieve kant van. Ik heb dat mezelf aangeleerd door steeds bewust de keuze te maken om naar het positieve te kijken en me daar optimistisch in te koesteren. Natuurlijk nog steeds bewust van de aanwezigheid van negatieve dingen, maar zonder daarin energie te steken.
Intense blijheid stroomde over me heen, daar in m'n ziekenhuisbed, en het warme gevoel van geluk omdat ik ben wie ik ben, deed me ontzettend deugd en gaf me geweldig veel kracht. Positieve kracht. En die zou ik hard nodig gaan hebben...
De infiltratie mislukte grandioos. De nieuwe dokteres vertelde me dat de vernauwing in m'n nek zo compleet was dat er geen naald met verdoving meer tussen kon. Na herhaalde pogingen, waarbij per ongeluk ook mijn hersenvocht geraakt werd, gaf ze het op en liet mij weten dat deze manier van pijnbestrijding voor mij geen optie meer was. En ik moest mezelf verder maar wat behelpen met wat meer straffe pijnpillekes...
"Tja, zo ga ik natuurlijk nooit honderd jaar worden...", dacht ik gelaten en berustend bij mezelf, "en die kerstconcerten, man, dat wordt drie dagen uitzonderlijk zwaar afzien, en wie weet, het zouden wel eens de allerlaatste optredens kunnen zijn, als mijn toestand zo snel blijft verergeren..."
Oké, het zij zo. Reden te meer om zo mogelijk nóg positiever te gaan denken, vind ik! Mijn vergroeiende wervels, wegkwijnende tussenwervelschijven en al die bijhorende verschrikkelijke pijn, die worden ook écht niet beter als ik er over ga klagen en zagen. Een tijdje geleden kwam ik ergens deze uitspraak tegen, en die vat het bijzonder mooi samen: "Ik ben blij als het regent. Want als ik niet blij ben regent het ook!" Voilà, da's duidelijk, denk ik. Elke dag is er één, absoluut waard om geleefd te worden en gegarandeerd vol met fijne verrassingen als je ze maar wil zien. En elk concert is er ook één, en daar ga ik me dat weekend voor Kerstmis elke keer 200% in storten en ik zal er, pijn of geen pijn, bijzonder intens van genieten, met heel m'n hart en ziel, alsof er geen morgen meer komt! Optimisme troef dus en positief vooruit. Woeha! Het zal wel zijn, zekers, of wat had je gedacht dan!?... 😉
Epiloog.
Dit verhaal speelde zich een kleine maand voor de kerstconcerten af. Het was eigenlijk al zo goed als klaar om te posten, maar om iedereen, mezelf inclusief, met volle teugen van de shows zou laten genieten zonder enige vorm van bezorgdheid, medelijden en/of andere bedenkingen, hield ik deze historie toch nog liever even voor mezelf. En geloof me, de concerten hebben mijn nek alles behalve deugd gedaan, nondepitjes jadadde, maar het waren drie zulke ongelofelijk fantastische dagen, dat ik dat er met plezier bij neem. 😊
vrijdag 4 januari 2019
Schelpenvrouwtjes.
Meteen na een concert hebben wij, Roger en ik, de goed gewoonte ons onder het nog gezellig nakeuvelende publiek te begeven. Kwestie van al die sympathieke mensen even persoonlijk te begroeten en te bedanken voor hun aanwezigheid. En de laatste 3 jaar heb ik dan meteen ook de eer links en rechts een paar van m'n boeken te mogen signeren.
Na het 2e kerstconcert afgelopen december zag ik haar al van ver zitten. Keurig rechtop, zoals altijd, en vanbuiten ontzettend geduldig, doch stiekem binnenin een beetje op hete kolen, wachtend tot ik bij het tafeltje geraakte waar zij en haar man Hugo plaats genomen hadden: vriendin Marie-José.
De blijdschap straalt er, ook zoals altijd, aan alle kanten vanaf als ik haar vrolijk begroet. Gebrek aan inspiratie -alles al gegeven tijdens de meer dan 2 uur durende intense show- deed me even bijzonder diep staan nadenken over een boodschap voor in haar exemplaar van m'n derde boek, en in afwachting van sloegen we een babbeltje. Terwijl er uitgebreid verteld werd over hoe ontzettend ze weer van het optreden genoten hadden, schoof M.J., heel bescheiden, een klein, keurig ingepakt geschenkje met een gouden strik en lintje over de tafel naar me toe. En om met zekerheid elk mogelijk misverstand te voorkomen stond op het groen gestreepte inpakpapier ook nog eens in mooie letters mijn naam geschreven. "Heel voorzichtig mee zijn, want erg breekbaar", waarschuwde ze me. "En vooral niet in knijpen, hoor", voegde ze er nog lachend aan toe.
Omdat er ondertussen al snel weer aan alle kanten om mijn aandacht elders gevraagd werd, nam ik afscheid van Marie-José en Hugo, en gaf ik, voor de massa me weer opslokte, het mysterieuze geschenkje in bewaring bij Rudi, de echtgenoot van m'n lieve vriendin Ingrid, die zich beiden om duizend-en-één taken achter de schermen bekommerden. "Bewaken met uw leven, hoor!" grapte ik, om er in alle ernst toch ook maar even bij te vermelden: "En vooral niet in knijpen! Zeeeeer breekbaar!"
In het holst van de nacht verhuisde het groene pakje uiterst voorzichtig in m'n openstaande handtas mee naar huis, waar ik het, na een lange hete douche en broodnodig wat te eten, steendoodstikkapot als ik was, een nacht lang totáál vergat. Ja, foei eigenlijk, ik weet het...
Maar de volgende ochtend, met een fris hoofd, en bij een heerlijke grote kop koffie, prutste ik heel precieus het gouden lintje en de plakband los. Er kwam een duidelijk zelf gefabriceerd zacht plastieken doosje tevoorschijn, met daarin een ondefinieerbare vorm gewikkeld in een wit papieren zakdoekje. Met bevende vingers ontrolde ik het pakketje. En wat, of misschien beter wié, kwam er tevoorschijn?... Een schattig schelpen-poppetje!
Net geen 7,5 cm hoog paste ze perfect in m'n hand. Klein maar fijn, want al was ze helemaal gefabriceerd uit schelpjes, dat hield haar niet tegen een echte 'dame' te zijn, dat piepkleine vrouwtje, met een lange rok met geribbelde strookjes, een manteltje hoog gesloten met een pietepeuterig schelpje als broche, petieterige paarlemoeren oorbelletjes en een breed schelpenhoedje met een minuscuul struisvogelveertje langs de rand. Zo schattig!
Later kwam ik, in mijn 'dank-u-wel-Marie-José-telefoon-gesprek, te weten dat het poppetje al een paar decennia geleden door een erg creatieve mevrouw gemaakt werd als heel persoonlijk bedankje aan Marie-José, en al die tijd als een gekoesterd hebbedingetje in haar sierkast stond. Maar, eigenlijk naar aanleiding van mijn 'Schone schelpen'-blogje (augustus 2018), vond ze dat het kleinood zoveel meer 'thuis' en vermoedelijk pas echt gewaardeerd zou zijn bij zo'n schelpenmevrouwtje als ik. En ik vond het fan-tas-tisch! Met het verhaal erbij zelfs nóg eens zoveel. Wat een bijzonder cadeau! Wauw!
Omdat er die namiddag nog een voorstelling zat aan te komen, riep de plicht. Je kent dat: m'n haar moest opgestoken, m'n spulletjes ingepakt... 't Was dus even niet meer 't goede moment om met een poppetje gemaakt uit schelpjes te spelen, helaas. Maar ik maakte er toch nog even tijd voor om het mevrouwtje een mooi plekje te geven tussen de uitgebreid tentoongestelde bijzonder fraaie schelpenexemplaren uit mijn collectie: pal vooraan én in het midden, uiteraard, maar wel zodanig dat een occasioneel passerend en mogelijk onhandig poezenpootje haar met absolute zekerheid niet van de kast zou kunnen stoten. En nu geniet ik er elke dag van haar daar te zien staan.
Dank je wel, Marie-José. Wat een bijzonder schelpencadeautje, zo'n schelpenvrouwtje voor een schelpenvrouwtje!... 😊💗
Na het 2e kerstconcert afgelopen december zag ik haar al van ver zitten. Keurig rechtop, zoals altijd, en vanbuiten ontzettend geduldig, doch stiekem binnenin een beetje op hete kolen, wachtend tot ik bij het tafeltje geraakte waar zij en haar man Hugo plaats genomen hadden: vriendin Marie-José.
De blijdschap straalt er, ook zoals altijd, aan alle kanten vanaf als ik haar vrolijk begroet. Gebrek aan inspiratie -alles al gegeven tijdens de meer dan 2 uur durende intense show- deed me even bijzonder diep staan nadenken over een boodschap voor in haar exemplaar van m'n derde boek, en in afwachting van sloegen we een babbeltje. Terwijl er uitgebreid verteld werd over hoe ontzettend ze weer van het optreden genoten hadden, schoof M.J., heel bescheiden, een klein, keurig ingepakt geschenkje met een gouden strik en lintje over de tafel naar me toe. En om met zekerheid elk mogelijk misverstand te voorkomen stond op het groen gestreepte inpakpapier ook nog eens in mooie letters mijn naam geschreven. "Heel voorzichtig mee zijn, want erg breekbaar", waarschuwde ze me. "En vooral niet in knijpen, hoor", voegde ze er nog lachend aan toe.
Omdat er ondertussen al snel weer aan alle kanten om mijn aandacht elders gevraagd werd, nam ik afscheid van Marie-José en Hugo, en gaf ik, voor de massa me weer opslokte, het mysterieuze geschenkje in bewaring bij Rudi, de echtgenoot van m'n lieve vriendin Ingrid, die zich beiden om duizend-en-één taken achter de schermen bekommerden. "Bewaken met uw leven, hoor!" grapte ik, om er in alle ernst toch ook maar even bij te vermelden: "En vooral niet in knijpen! Zeeeeer breekbaar!"
In het holst van de nacht verhuisde het groene pakje uiterst voorzichtig in m'n openstaande handtas mee naar huis, waar ik het, na een lange hete douche en broodnodig wat te eten, steendoodstikkapot als ik was, een nacht lang totáál vergat. Ja, foei eigenlijk, ik weet het...
Maar de volgende ochtend, met een fris hoofd, en bij een heerlijke grote kop koffie, prutste ik heel precieus het gouden lintje en de plakband los. Er kwam een duidelijk zelf gefabriceerd zacht plastieken doosje tevoorschijn, met daarin een ondefinieerbare vorm gewikkeld in een wit papieren zakdoekje. Met bevende vingers ontrolde ik het pakketje. En wat, of misschien beter wié, kwam er tevoorschijn?... Een schattig schelpen-poppetje!
Net geen 7,5 cm hoog paste ze perfect in m'n hand. Klein maar fijn, want al was ze helemaal gefabriceerd uit schelpjes, dat hield haar niet tegen een echte 'dame' te zijn, dat piepkleine vrouwtje, met een lange rok met geribbelde strookjes, een manteltje hoog gesloten met een pietepeuterig schelpje als broche, petieterige paarlemoeren oorbelletjes en een breed schelpenhoedje met een minuscuul struisvogelveertje langs de rand. Zo schattig!
Later kwam ik, in mijn 'dank-u-wel-Marie-José-telefoon-gesprek, te weten dat het poppetje al een paar decennia geleden door een erg creatieve mevrouw gemaakt werd als heel persoonlijk bedankje aan Marie-José, en al die tijd als een gekoesterd hebbedingetje in haar sierkast stond. Maar, eigenlijk naar aanleiding van mijn 'Schone schelpen'-blogje (augustus 2018), vond ze dat het kleinood zoveel meer 'thuis' en vermoedelijk pas echt gewaardeerd zou zijn bij zo'n schelpenmevrouwtje als ik. En ik vond het fan-tas-tisch! Met het verhaal erbij zelfs nóg eens zoveel. Wat een bijzonder cadeau! Wauw!
Omdat er die namiddag nog een voorstelling zat aan te komen, riep de plicht. Je kent dat: m'n haar moest opgestoken, m'n spulletjes ingepakt... 't Was dus even niet meer 't goede moment om met een poppetje gemaakt uit schelpjes te spelen, helaas. Maar ik maakte er toch nog even tijd voor om het mevrouwtje een mooi plekje te geven tussen de uitgebreid tentoongestelde bijzonder fraaie schelpenexemplaren uit mijn collectie: pal vooraan én in het midden, uiteraard, maar wel zodanig dat een occasioneel passerend en mogelijk onhandig poezenpootje haar met absolute zekerheid niet van de kast zou kunnen stoten. En nu geniet ik er elke dag van haar daar te zien staan.
Dank je wel, Marie-José. Wat een bijzonder schelpencadeautje, zo'n schelpenvrouwtje voor een schelpenvrouwtje!... 😊💗
dinsdag 1 januari 2019
Vuurwerkgeknal, poezenverdriet.
Met het zachtjes grijs en besprenkeld door motregen aanbreken van de ochtend op de eerste dag van het nieuwe jaar keerde ook de zo gekoesterde rust en stilte terug. Eindelijk. Een diepe en tevreden zucht van opluchting ontsnapte me. De voorbije nacht was zwaar en vooral eindeloos lang geweest.
Terwijl ik me in m'n ééntje met wat lekkers en een netjes uitgeschonken trappist in de zetel voor de televisie nestelde, barstte bij de buren het feestgedruis los. Het opgewekte gebabbel, met meer dan aanstekelijke lachsalvo's ertussen, wisselde af met al snel half dronken en dus nogal onvaste zangpogingen. De ambiance zat er stevig in, dat was behoorlijk duidelijk. Op zeker moment meende ik zelfs een vrolijke polonaise door de inkomhal te horen dansen. En het welgemeend hartelijke, doch nogal bulderende 'Happy New Year' om middernacht in het trappenhuis en halletje, die hebben ze vast tot op 't 14e gehoord. Maar, gezellig, hoor! Niks op aan te merken. Ja echt, daar heb/had ik allemaal totaal geen probleem mee. Dat moet kunnen, zo eens één keertje in een jaar ferm feesten, zeker in zo'n bijzondere nacht. Niet dan?! Och, da's toch gewoon leuk.
Nee, mijn zorgen lagen elders. Al de hele afgelopen week schrok de buurt met grote regelmaat op door luide knallen. Rare individuen zijn het, hoor, die ongeduldigen, die niet tot middernacht van 31 december kunnen wachten met ontploffen en hun vuurwerk alvast dágen op voorhand 'uitproberen'... En dan meestal nog overdag ook. Dan zié je daar toch helemaal niets van! Of vergis ik me daarin?... Tja, 't zal de kick van de knal zijn, of zo iets, veronderstel ik... Of het stiekeme, iets doen wat niet mag. Zelf, op eigen houtje, zomaar in het wilde weg, vuurwerk afsteken is in heel groot Antwerpen namelijk volledig verboden, en niet alleen op oudejaarsavond. En da's uiteraard voor sommige mensen een 'uitdaging', hé...
Als je in een buurt woont waar regelmatig een stukje drugsoorlog uitgevochten wordt, dan vraag je je trouwens bij elke fikse knal toch even af of het een te vroeg ontstoken vuurpijl was, of mogelijk weer een ergens lukraak binnen gesmeten handgranaat. En een pittige 'pop pop pop' serie of minutenlang ge-'retteketetteketet' kan net zo goed van een semi-automatisch vuurwapen komen waarmee men één of andere gevel of auto aan flarden schiet, als van een lading vers ontstoken vurige voetzoekertjes... Maar ook hiervan lig ik -voorlopig toch- niet echt wakker.
Wat me echt ongerust maakte, waren de twee poezen Poekie en Pompon. Bij elke luide knal -ik schrok me er zelf vaak serieus een hoedje van- nam hun angst een stukje toe, tot op het punt dat ze van puur ellende steeds weer al hun eten over gaven en niet eens meer op de kattenbak durfden. Twee bibberende zenuwzieke bolletjes pluis, verstopt ergens diep onder m'n bed. En de afgelopen week kon ik ze met veel liefde en nog veel meer geduld, wat snoepjes en een paar onweerstaanbare spelletjes uiteindelijk meestal wel overhalen toch tenminste mij weer een beetje te vertrouwen. Maar zo'n volledige nacht, zo'n eindeloos lange duisternis, waarin de explosies urenlang aanhouden... Pffft. Tja, dan is er niks meer aan te doen. Ik kan hun ellende niet meer beter maken. 't Is wachten tot het over is. En al heb ik in vergelijking met vorige jaren hier in mijn directe buurt opvallend minder vuurwerk gezién, de hele nacht lang, van al vroeg in de vooravond tot ver in de ochtend, mocht ik, zoveel meer dan ooit tevoren, een vreselijke, niet aflatende stroom van ontzettend harde -zoveel luider dan vroeger volgens mijn oren- ontploffingsgeluiden aanhóren.
Heel af en toe sloop er in de woonkamer als in een flits een schim van een poesje voorbij, 't buikje plat tegen de vloer, panische angst in de oogjes, op zoek naar een mogelijk nóg beter schuiloord -misschien was het onder de zetel toch veiliger dan onder het bed-, om dan bij de volgende knal als een bliksemschicht terug richting slaapkamer te verdwijnen. De arme beestjes. Ik had er echt vreselijk mee te doen.
Terwijl ik rond middernacht naar buiten stond te kijken, naar de veelkleurige vurige fonkelingen die overal om ons heen de nachtelijk lucht deden oplichten, gingen m'n gedachten naar die zovele andere dieren die, bevangen door angst, nu vermoedelijk ook niet wisten waar nog te schuilen. Zoveel katten, honden, paarden... Hoeveel vogeltjes zouden er van 't verschieten vannacht uit hun boom gevallen zijn? En de sierlijke kleine vleermuizen, die ik de nacht daarvoor nog vrolijk had zien rondfladderen. Die zaten nu vast ergens in een donker hoekje te bibberen van schrik, hun radarsysteem gegarandeerd volledig in de war, met als gevolg dus ook zonder eten vannacht...
O, geloof me, ik heb niks tegen vuurwerk. In tegendeel, ik kan er ook echt van genieten, van al die betoverende glinsterende kleuren, spetters en gensters breed uitwaaierend tegen het donkere hemelgewelf. Overweldigend feestelijk en onbeschrijfbaar prachtig. Maar, te veel is te veel. En dat geldt ook voor mooie dingen. Zoals vuurwerk. Dat moet écht niet al een volledige week van te voren, en 24 uur op 24, en op zowat élk plekje dat je kan bedenken... Een half uurtje, of desnoods een vol uur, ergens op één centrale plek, en er dan met z'n allen samen naar kijken, volstaat dat niet? Voor mij wel. En, zeker weten: voor m'n poezen ook.
Om half vier vannacht had mijn lichaam er genoeg van. Het wou niet langer rechtop blijven, het moest en zou neer liggen. Buiten schoten er links en rechts nog wat verdwaalde pijlen de lucht in, maar de frequentie was gelukkig al zoveel minder. Tijdens de steeds breder wordende rustpauzes tussen de gierende lachaanvallen en het occasionele lallend aanheffen van de zoveelste strofe van een ondefinieerbaar lied van de nachtje-door-doende buren dommelde ik zonder veel moeite stilaan dieper en dieper weg. Poekie en Pompon kropen, veilig dicht tegen me aan, mee onder de knusse lakens en dekens. Met het heel langzaam terugkeren van de vertrouwde zalige rust om ons heen, voelde ik hun lijfjes -begeleid van een ontzettend diepe zucht- eindelijk weer helemaal ontspannen.
Helemaal klaar met "plof, dreun, plets, baboem, knets, klap, pop, bonk, kaboem, pang, blaf, bam, bom, knal en retteketetteketet" zijn we echter nog niet, want zoals er elk jaar steevast een aantal personen veel te vroeg begint met 'knallen', zo is er ook steeds een handvol figuren die nog graag een tijdje door blijven gaan, toch zeker de eerstkomende dagen...
Och, weet je, het ergste is ondertussen alweer gepasseerd, het nieuwe jaar is aangevat, zonder echte ongelukken en met niet al te veel en gelukkig nog nét hanteerbare ellende, dus daar ga ik nu ook niet meer van wakker liggen. In tegendeel zelfs: vannacht slaap ik, al was het maar van puur moeheid, als een zich in rust, stilte en zaligheid wentelend roze roosje! Vermoedelijk met twee opnieuw gelukkige en relaxte pluizige poezenprinsjes naast me.
Gelukkig nieuwjaar, en slaap lekker! 😊
Terwijl ik me in m'n ééntje met wat lekkers en een netjes uitgeschonken trappist in de zetel voor de televisie nestelde, barstte bij de buren het feestgedruis los. Het opgewekte gebabbel, met meer dan aanstekelijke lachsalvo's ertussen, wisselde af met al snel half dronken en dus nogal onvaste zangpogingen. De ambiance zat er stevig in, dat was behoorlijk duidelijk. Op zeker moment meende ik zelfs een vrolijke polonaise door de inkomhal te horen dansen. En het welgemeend hartelijke, doch nogal bulderende 'Happy New Year' om middernacht in het trappenhuis en halletje, die hebben ze vast tot op 't 14e gehoord. Maar, gezellig, hoor! Niks op aan te merken. Ja echt, daar heb/had ik allemaal totaal geen probleem mee. Dat moet kunnen, zo eens één keertje in een jaar ferm feesten, zeker in zo'n bijzondere nacht. Niet dan?! Och, da's toch gewoon leuk.
Nee, mijn zorgen lagen elders. Al de hele afgelopen week schrok de buurt met grote regelmaat op door luide knallen. Rare individuen zijn het, hoor, die ongeduldigen, die niet tot middernacht van 31 december kunnen wachten met ontploffen en hun vuurwerk alvast dágen op voorhand 'uitproberen'... En dan meestal nog overdag ook. Dan zié je daar toch helemaal niets van! Of vergis ik me daarin?... Tja, 't zal de kick van de knal zijn, of zo iets, veronderstel ik... Of het stiekeme, iets doen wat niet mag. Zelf, op eigen houtje, zomaar in het wilde weg, vuurwerk afsteken is in heel groot Antwerpen namelijk volledig verboden, en niet alleen op oudejaarsavond. En da's uiteraard voor sommige mensen een 'uitdaging', hé...
Als je in een buurt woont waar regelmatig een stukje drugsoorlog uitgevochten wordt, dan vraag je je trouwens bij elke fikse knal toch even af of het een te vroeg ontstoken vuurpijl was, of mogelijk weer een ergens lukraak binnen gesmeten handgranaat. En een pittige 'pop pop pop' serie of minutenlang ge-'retteketetteketet' kan net zo goed van een semi-automatisch vuurwapen komen waarmee men één of andere gevel of auto aan flarden schiet, als van een lading vers ontstoken vurige voetzoekertjes... Maar ook hiervan lig ik -voorlopig toch- niet echt wakker.
Wat me echt ongerust maakte, waren de twee poezen Poekie en Pompon. Bij elke luide knal -ik schrok me er zelf vaak serieus een hoedje van- nam hun angst een stukje toe, tot op het punt dat ze van puur ellende steeds weer al hun eten over gaven en niet eens meer op de kattenbak durfden. Twee bibberende zenuwzieke bolletjes pluis, verstopt ergens diep onder m'n bed. En de afgelopen week kon ik ze met veel liefde en nog veel meer geduld, wat snoepjes en een paar onweerstaanbare spelletjes uiteindelijk meestal wel overhalen toch tenminste mij weer een beetje te vertrouwen. Maar zo'n volledige nacht, zo'n eindeloos lange duisternis, waarin de explosies urenlang aanhouden... Pffft. Tja, dan is er niks meer aan te doen. Ik kan hun ellende niet meer beter maken. 't Is wachten tot het over is. En al heb ik in vergelijking met vorige jaren hier in mijn directe buurt opvallend minder vuurwerk gezién, de hele nacht lang, van al vroeg in de vooravond tot ver in de ochtend, mocht ik, zoveel meer dan ooit tevoren, een vreselijke, niet aflatende stroom van ontzettend harde -zoveel luider dan vroeger volgens mijn oren- ontploffingsgeluiden aanhóren.
Heel af en toe sloop er in de woonkamer als in een flits een schim van een poesje voorbij, 't buikje plat tegen de vloer, panische angst in de oogjes, op zoek naar een mogelijk nóg beter schuiloord -misschien was het onder de zetel toch veiliger dan onder het bed-, om dan bij de volgende knal als een bliksemschicht terug richting slaapkamer te verdwijnen. De arme beestjes. Ik had er echt vreselijk mee te doen.
Terwijl ik rond middernacht naar buiten stond te kijken, naar de veelkleurige vurige fonkelingen die overal om ons heen de nachtelijk lucht deden oplichten, gingen m'n gedachten naar die zovele andere dieren die, bevangen door angst, nu vermoedelijk ook niet wisten waar nog te schuilen. Zoveel katten, honden, paarden... Hoeveel vogeltjes zouden er van 't verschieten vannacht uit hun boom gevallen zijn? En de sierlijke kleine vleermuizen, die ik de nacht daarvoor nog vrolijk had zien rondfladderen. Die zaten nu vast ergens in een donker hoekje te bibberen van schrik, hun radarsysteem gegarandeerd volledig in de war, met als gevolg dus ook zonder eten vannacht...
O, geloof me, ik heb niks tegen vuurwerk. In tegendeel, ik kan er ook echt van genieten, van al die betoverende glinsterende kleuren, spetters en gensters breed uitwaaierend tegen het donkere hemelgewelf. Overweldigend feestelijk en onbeschrijfbaar prachtig. Maar, te veel is te veel. En dat geldt ook voor mooie dingen. Zoals vuurwerk. Dat moet écht niet al een volledige week van te voren, en 24 uur op 24, en op zowat élk plekje dat je kan bedenken... Een half uurtje, of desnoods een vol uur, ergens op één centrale plek, en er dan met z'n allen samen naar kijken, volstaat dat niet? Voor mij wel. En, zeker weten: voor m'n poezen ook.
Om half vier vannacht had mijn lichaam er genoeg van. Het wou niet langer rechtop blijven, het moest en zou neer liggen. Buiten schoten er links en rechts nog wat verdwaalde pijlen de lucht in, maar de frequentie was gelukkig al zoveel minder. Tijdens de steeds breder wordende rustpauzes tussen de gierende lachaanvallen en het occasionele lallend aanheffen van de zoveelste strofe van een ondefinieerbaar lied van de nachtje-door-doende buren dommelde ik zonder veel moeite stilaan dieper en dieper weg. Poekie en Pompon kropen, veilig dicht tegen me aan, mee onder de knusse lakens en dekens. Met het heel langzaam terugkeren van de vertrouwde zalige rust om ons heen, voelde ik hun lijfjes -begeleid van een ontzettend diepe zucht- eindelijk weer helemaal ontspannen.
Helemaal klaar met "plof, dreun, plets, baboem, knets, klap, pop, bonk, kaboem, pang, blaf, bam, bom, knal en retteketetteketet" zijn we echter nog niet, want zoals er elk jaar steevast een aantal personen veel te vroeg begint met 'knallen', zo is er ook steeds een handvol figuren die nog graag een tijdje door blijven gaan, toch zeker de eerstkomende dagen...
Och, weet je, het ergste is ondertussen alweer gepasseerd, het nieuwe jaar is aangevat, zonder echte ongelukken en met niet al te veel en gelukkig nog nét hanteerbare ellende, dus daar ga ik nu ook niet meer van wakker liggen. In tegendeel zelfs: vannacht slaap ik, al was het maar van puur moeheid, als een zich in rust, stilte en zaligheid wentelend roze roosje! Vermoedelijk met twee opnieuw gelukkige en relaxte pluizige poezenprinsjes naast me.
Gelukkig nieuwjaar, en slaap lekker! 😊
maandag 31 december 2018
Het Kleurrijke Kerst-Miss voorwoord.
Elk jaar opnieuw schrijf ik een voorwoord, passend bij de titel van de kerstconcerten van dat jaar, voor in het programmaboekje. Een soort inspirerende tekst. Als vanzelfsprekend vol hoop en 'licht in de donkere dagen' en zo. Typisch kerst, absoluut, daar mag je zeker van zijn. Een kort schrijfsel dat ondanks de misschien wat zoete toon altijd geheel oprecht vanuit het diepste van m'n hart komt, en daardoor, volgens Roger, ongewild een opvallend hoog 'Phil Bosmans-gehalte' heeft... En daar zit ik niet mee. Integendeel zelfs.
"Eigenlijk is dat altijd een klein blogje op zichzelf", dacht ik vandaag, "en het bevat ook altijd mijn welgemeende kerstwensen. Waarom zou dat dan niet ook een plaatsje mogen krijgen tussen al m'n andere blogjes?!..."
Bij deze dus, en van ganser harte: het Kleurrijke Kerst-Miss voorwoord!
"Eigenlijk is dat altijd een klein blogje op zichzelf", dacht ik vandaag, "en het bevat ook altijd mijn welgemeende kerstwensen. Waarom zou dat dan niet ook een plaatsje mogen krijgen tussen al m'n andere blogjes?!..."
Bij deze dus, en van ganser harte: het Kleurrijke Kerst-Miss voorwoord!
Bij
een 'kleurrijke kerst' denk je misschien meteen aan die laatste
nieuwe trend qua seizoensdecoratie: alles, absoluut álles mag weer.
De bollen, slingers, strikken, sterren, lichtjes en alle andere
prullaria moeten, als je tenminste helemaal mee wil zijn met de mode,
niet meer perfect op elkaar afgestemd zijn in stijl en kleur. Nee,
hoor, zoals heel lang geleden in mijn jeugd luidt het weer: lang leve
de totaal uitzinnige knotsgekke bonte mengeling van de meest botsende
felle kleuren. Hoe zotter, hoe liever, en hoe meer kitsch, hoe beter.
Voor een beetje kitsch ben ik gewoonlijk wel te vinden, maar kerst
kleurt voor mij persoonlijk toch nog steeds rood, met een vleugje
wit en goud te zijn.
Maar toen wij, Roger en ik, onze concerten de titel 'kleurrijk' mee gaven, dachten we niet echt aan het kleurenpallet. Voor ons ligt het kleurrijke van kerst en de concerten in ons zowel in leeftijd als in afkomst en origine geweldig uiteenlopend publiek. Het zit ook in die jonge mensen van ons ballet, die, ondanks hun bijzonder uiteenlopende, stilaan volwassen levensweg, toch nog allemaal met verve hun eigen kleurrijk steentje komen bijdragen. En met onze gastvedette Kalifa bekennen we zelfs kleur in onze huid...
En het kleurrijke reikt nog veel verder dan onze kleine concertcirkel.
Kerstmis is een feest dat wereldwijd gevierd wordt, vaak los van elke vorm van geloof, als een soort herdenking van licht, hoop en liefde, door mensen uit de meest uiteenlopende culturen, arm of rijk, van alle ras en stand. En de manieren waarop heel deze verscheidenheid aan mensen verspreid over heel deze aardbol die speciale dag beleven, zijn al even ongelofelijk divers, en kleurrijk dus, als al deze mensen en culturen zelf. Kerstmis schept een onuitgesproken wereld-omvattende verbondenheid.
Zelfs het oorlogstumult wil wel eens even zwijgen...
Maar toen wij, Roger en ik, onze concerten de titel 'kleurrijk' mee gaven, dachten we niet echt aan het kleurenpallet. Voor ons ligt het kleurrijke van kerst en de concerten in ons zowel in leeftijd als in afkomst en origine geweldig uiteenlopend publiek. Het zit ook in die jonge mensen van ons ballet, die, ondanks hun bijzonder uiteenlopende, stilaan volwassen levensweg, toch nog allemaal met verve hun eigen kleurrijk steentje komen bijdragen. En met onze gastvedette Kalifa bekennen we zelfs kleur in onze huid...
En het kleurrijke reikt nog veel verder dan onze kleine concertcirkel.
Kerstmis is een feest dat wereldwijd gevierd wordt, vaak los van elke vorm van geloof, als een soort herdenking van licht, hoop en liefde, door mensen uit de meest uiteenlopende culturen, arm of rijk, van alle ras en stand. En de manieren waarop heel deze verscheidenheid aan mensen verspreid over heel deze aardbol die speciale dag beleven, zijn al even ongelofelijk divers, en kleurrijk dus, als al deze mensen en culturen zelf. Kerstmis schept een onuitgesproken wereld-omvattende verbondenheid.
Zelfs het oorlogstumult wil wel eens even zwijgen...
Eigenlijk,
zo bedacht ik me, eigenlijk zijn wij allemaal als schitterende en
bijzonder kleurrijke ornamenten aan één hele grote boom,
glitterend en sprankelend in de gloed van duizenden lichtjes en
sterretjes.
En ik, het elke dag van het jaar letterlijk en figuurlijk immer kleurrijk madammeke, ik ben ontzettend dankbaar en gelukkig om vandaag te midden van dit alles voor u te mogen staan als uw hele eigen Kleurrijke Kerst-Miss!
En ik, het elke dag van het jaar letterlijk en figuurlijk immer kleurrijk madammeke, ik ben ontzettend dankbaar en gelukkig om vandaag te midden van dit alles voor u te mogen staan als uw hele eigen Kleurrijke Kerst-Miss!
Van
ons allen -Roger, de muzikanten, het ballet en mezelf- fijne feestdagen gewenst, en alle goeds voor het
komende nieuwe jaar!
vrijdag 14 december 2018
Vliegende blikjes.
Voor ik hier mijn eigen appartementje had, wist ik dat ook niet, hoor, maar blijkbaar mag je je, zo op het gelijkvloers van een 14 verdiepingen tellend gebouw wonend, geregeld aan neervallende dingen verwachten. Als je, zoals ik, met bijzonder veel respect voor je omgeving en de mensen om je heen opgevoed bent, dan riskeer je het zelfs niet -het komt absoluuuuut niet in je op- om wat dan ook 'zomaar' weg te gooien. Lege snoeppapiertjes of gebruikte zakdoekjes gaan terug in de handtas om thuis in de afvalzak te belanden, of worden netjes gedropt in de één of andere publieke vuilnisbak langs m'n pad. Geen haar op m'n hoofd dat er nog maar over zou denken om zomaar argeloos ergens iets in 't wilde weg te dumpen, hoe klein ook. En alle afval thuis, en vroeger ook waar ik werkte, wordt, en werd, bijzonder keurig gesorteerd en ordelijk aangeboden voor ophaling, op het juiste uur, op de juiste dag. Simpel. Daar sta ik zelf helemaaaal niet bij stil. Maar de afgelopen jaren mocht ik ervaren dat er toch wel erg veel mensen zijn die 'anders' in elkaar zitten... En dan wil ik het nu uitsluitend hebben over de gevolgen daarvan bij het 'onderaan een groot flatgebouw wonen'.
Het minste waar je je aan mag verwachten, is het stof uit lakens en dekens die enige verdiepingen hoger stevig uitgeklopt worden. Dat valt nog mee, tenzij al jouw vensters wagenwijd open staan om 'frisse' lucht binnen te halen... of je gezellig in de zon op jouw eigen terras zit, al dan niet met iets lekkers in je hand!... De met veel water en sop hun buitenruimte poetsende dames en heren veroorzaken systematisch een zondvloed, toch al zeker op het onderliggende terras. Elke algemene eigenaarsvergadering weer wordt er met aandrang gevraagd, bijna gesmeekt, om geen brandende sigarettenpeukjes het luchtruim in te sturen: menig zonnetent vertoont daardoor reeds brandgaten, en de kans dat er ooit op die manier eens iemands interieur in de fik vliegt is niet ondenkbaar...
Niet dat ik het zo exact bijgehouden heb sinds ik hier woon, maar de lijst naar-beneden-vallende spullen is lang, af en toe ronduit vreemd en daardoor soms ook bijzonder verrassend en grappig, soms zelfs ronduit hilarisch. Alhoewel... De eerste keer dat er een glazen fles voor m'n terras op de kasseien te pletter sloeg, begaf m'n hart het bijna van 't verschieten. En de bij stormwind in het midden van de nacht tegen de ruiten knallende kartonnen dozen zijn ook niet echt gezond voor je tikker.
Alleszins, zowel m'n terras als het stuk tuin daar vlak voor ligt bezaaid met sigarettenpeukjes. Ook dopjes en kroonkurken verzamelen zich stelselmatig tussen de stenen. Bij elke verbouwing, groot of klein, en op gelijk welke verdieping, regent het stukjes puin, schilfers verf en bezetting, splinters hout en zaagsel, spijkers, stopverf,... Je kan het zo gek niet bedenken, het komt naar beneden. Grote vlokken rondvliegend honden- en kattenhaar winden zich bijna systematisch, zeker in de zomer, om de takken van struiken en bomen, ook die van mijn terras. Met regelmaat flikkeren er ergens daarboven wasspelden in alle kleuren van de regenboog over de balustrade heen. Vraag me niet hoe dat kan, want ik zou het begot niet weten. Volgens mij hangen die normaal gezien toch vástgeknepen, niet dan?! Vaak dwarrelen er daarna -maar het kan ook totaal los daarvan- sokken, t-shirts, hemden, ondergoed, kinderkleding, handdoeken, wc-mattekes en dergelijke omlaag. Af en toe botst er ineens een bal voorbij. Of een aan stukken slaand speelgoedautootje. Papier (inclusief rekeninguittreksels, schoolrapporten, huiswerk en hoogst persoonlijke nota's), karton (van kleine stukjes tot complete metersgrote ijskastdozen) en stukjes verpakkingen allerhande (van eierdozen tot snoepwikkels, van melkkartons tot grote plaveien piepschuim) zijn schering en inslag. Al moet ik er eerlijkheidshalve wel bij vertellen dat in dit geval meestal geen medebewoner, maar wel die vaak zo zotte wind de schuldige van het sluikstorten is. Dit soort makkelijk te tillen zaken pikt hij in z'n wilde wervelvlagen om de gebouwen heen maar wat graag en zonder enige moeite links en rechts mee van één van de vele terrassen. Zoals hij ook verantwoordelijk is voor de sierlijk rondvliegende, eerst hoog opstijgende en even later vlak bij de grond aan het struikgewas in stukken flapperende plastieken boodschappentasjes. Lege petflessen geven een ongelofelijk indrukwekkende knal bij hun onzachte landing. De eerste keer dat ik dat meemaakte, plakte ik ongeveer tegen het plafond, zo schrikken was dat! Eén keer ijsbeerde er een panikerende dame voor m'n terras heen en weer. Haar verloofde mikte per ongeluk z'n dure verlovingsring over het balkon! Dat kostbare kleinood vonden we, tot hun uitzinnige vreugde, trouwens nog samen terug ook! Maar da's uitzonderlijk, hoor, dat iemand naar z'n spullen komt zoeken. Meestal blijkt niemand al 'het gevallene' te mankeren. Van het afval wil ik dat eventueel nog begrijpen -al gaat de onverschilligheid hierover er dan toch moeilijk bij mij in- maar mijn sokken of badmat zou ik persoonlijk toch wel missen, hoor...
Ja, ik ben ondertussen dus al wel wat gewend, wat neervallende spullen betreft, en het lijkt heel wat, nu ik alles van de afgelopen 4,5 jaar zo eens op een rijtje gezet heb. Maar wees gerust, het is hier écht geen stort, hoor, in tegendeel: de tuin ligt er zoals immer prachtig bij! En de mensen die hier wonen zijn écht geen asociale moedwillige ambetanteriken. Volgens mij is er hier vooral sprake van 'per ongelukjes', 'oepsies' en andere momentjes van onoplettendheid. En geloof me: ik blijf het een ongelofelijk fascinerend gegeven vinden, al die dingen die hier uit de lucht komen vallen! hahaha
Ik keek er dan ook niet echt van op toen er een paar maanden geleden op vrijdagavond, rond een uur of 10, een wit plastiek zakje met daarin een paar lege bierblikjes naar omlaag totterde, het struikgewas in. De maandagochtend daaropvolgend plukte onze conciërge het van z'n landingsplaats en alles was weer netjes. Waar ik wel bijzonder ging vinden, was dat dit vaste prik zou worden! Naar mate de weken verstreken viel het me op dat dit zo ongeveer élke vrijdag gebeurde! Elke vrijdag weer, steeds ergens tussen 22 en 23 uur valt er, 'plof', een wit zakje met lege bierblikjes ergens voor m'n terras neer. En elke maandag ruimt de plichtbewuste conciërge dat ook weer op. Een bizarre 'gewoonte'... Want, geef toe, da's geen 'per ongelukje' meer, hé! Da's vermoedelijk eerder puur gemakzucht en, al dan niet dronken, baldadigheid waar geen haan naar kraait.
Afgelopen weekend waaide het verschrikkelijk hard. Het witte zakje met de platgedrukte blikjes kwam, net zoals de weken daarvoor, neerwaarts uit wie weet welk appartement en haakte zich vast in de kale takken van een grote struik. De hevige rukwinden scheurde het met gemak aan stukken en voor ik het goed en wel besefte lag ik een hele nacht lang te luisteren naar: "kletter de kletter de kletter" naar links, en "kletter de kletter de kletter" naar rechts. Het heldere metalen gerammel van de in het rond hotsende en botsende, net niet weer omhoog vliegende, lege bierblikjes op de kasseien. Heen en weer, en heen en weer, en dat de hele nacht lang. "Kletter de kletter de kletter". Heel even echt bijzonder grappig -absoluut!-, maar al snel om totaal onnozel van te worden!...
Die ochtend, toen het net licht genoeg was en ik me met enige moeite in wat kleding gehesen had, verzette ik een beetje fanatiek wat van m'n grote potten op het terras en kroop nogal onhandig en onelegant, met m'n ouwe tuingalochen even aan m'n blote voeten in het oneindige -of zo leek het toch- bungelend, over het betonnen terrasmuurtje. Wat er overbleef van de aan flarden gescheurde witte plastieken zak belandde in mijn vuilnisbak en de zwaar gedeukte blikjes mochten samen met een ook nog gevonden lege water-petfles bij de rest in mijn blauwe PMD-zak. Klaar! En... stof voor een nieuw verhaal!
Er resten mij nu twee vragen. 1. Zou die persoon misschien geloven dat er hier in de tuin kaboutertjes wonen? Van die kleine mannetjes die 's nachts ongezien alles weer netjes maken?... En 2. 't Is vrijdagavond nu... Wat denk je? Komt er zo dadelijk weer een wit zakje omlaag vliegen? Of zou mijn opraap-actie de gewoontecirkel doorbroken hebben?... Spannend, hé! 😉
Het minste waar je je aan mag verwachten, is het stof uit lakens en dekens die enige verdiepingen hoger stevig uitgeklopt worden. Dat valt nog mee, tenzij al jouw vensters wagenwijd open staan om 'frisse' lucht binnen te halen... of je gezellig in de zon op jouw eigen terras zit, al dan niet met iets lekkers in je hand!... De met veel water en sop hun buitenruimte poetsende dames en heren veroorzaken systematisch een zondvloed, toch al zeker op het onderliggende terras. Elke algemene eigenaarsvergadering weer wordt er met aandrang gevraagd, bijna gesmeekt, om geen brandende sigarettenpeukjes het luchtruim in te sturen: menig zonnetent vertoont daardoor reeds brandgaten, en de kans dat er ooit op die manier eens iemands interieur in de fik vliegt is niet ondenkbaar...
Niet dat ik het zo exact bijgehouden heb sinds ik hier woon, maar de lijst naar-beneden-vallende spullen is lang, af en toe ronduit vreemd en daardoor soms ook bijzonder verrassend en grappig, soms zelfs ronduit hilarisch. Alhoewel... De eerste keer dat er een glazen fles voor m'n terras op de kasseien te pletter sloeg, begaf m'n hart het bijna van 't verschieten. En de bij stormwind in het midden van de nacht tegen de ruiten knallende kartonnen dozen zijn ook niet echt gezond voor je tikker.
Alleszins, zowel m'n terras als het stuk tuin daar vlak voor ligt bezaaid met sigarettenpeukjes. Ook dopjes en kroonkurken verzamelen zich stelselmatig tussen de stenen. Bij elke verbouwing, groot of klein, en op gelijk welke verdieping, regent het stukjes puin, schilfers verf en bezetting, splinters hout en zaagsel, spijkers, stopverf,... Je kan het zo gek niet bedenken, het komt naar beneden. Grote vlokken rondvliegend honden- en kattenhaar winden zich bijna systematisch, zeker in de zomer, om de takken van struiken en bomen, ook die van mijn terras. Met regelmaat flikkeren er ergens daarboven wasspelden in alle kleuren van de regenboog over de balustrade heen. Vraag me niet hoe dat kan, want ik zou het begot niet weten. Volgens mij hangen die normaal gezien toch vástgeknepen, niet dan?! Vaak dwarrelen er daarna -maar het kan ook totaal los daarvan- sokken, t-shirts, hemden, ondergoed, kinderkleding, handdoeken, wc-mattekes en dergelijke omlaag. Af en toe botst er ineens een bal voorbij. Of een aan stukken slaand speelgoedautootje. Papier (inclusief rekeninguittreksels, schoolrapporten, huiswerk en hoogst persoonlijke nota's), karton (van kleine stukjes tot complete metersgrote ijskastdozen) en stukjes verpakkingen allerhande (van eierdozen tot snoepwikkels, van melkkartons tot grote plaveien piepschuim) zijn schering en inslag. Al moet ik er eerlijkheidshalve wel bij vertellen dat in dit geval meestal geen medebewoner, maar wel die vaak zo zotte wind de schuldige van het sluikstorten is. Dit soort makkelijk te tillen zaken pikt hij in z'n wilde wervelvlagen om de gebouwen heen maar wat graag en zonder enige moeite links en rechts mee van één van de vele terrassen. Zoals hij ook verantwoordelijk is voor de sierlijk rondvliegende, eerst hoog opstijgende en even later vlak bij de grond aan het struikgewas in stukken flapperende plastieken boodschappentasjes. Lege petflessen geven een ongelofelijk indrukwekkende knal bij hun onzachte landing. De eerste keer dat ik dat meemaakte, plakte ik ongeveer tegen het plafond, zo schrikken was dat! Eén keer ijsbeerde er een panikerende dame voor m'n terras heen en weer. Haar verloofde mikte per ongeluk z'n dure verlovingsring over het balkon! Dat kostbare kleinood vonden we, tot hun uitzinnige vreugde, trouwens nog samen terug ook! Maar da's uitzonderlijk, hoor, dat iemand naar z'n spullen komt zoeken. Meestal blijkt niemand al 'het gevallene' te mankeren. Van het afval wil ik dat eventueel nog begrijpen -al gaat de onverschilligheid hierover er dan toch moeilijk bij mij in- maar mijn sokken of badmat zou ik persoonlijk toch wel missen, hoor...
Ja, ik ben ondertussen dus al wel wat gewend, wat neervallende spullen betreft, en het lijkt heel wat, nu ik alles van de afgelopen 4,5 jaar zo eens op een rijtje gezet heb. Maar wees gerust, het is hier écht geen stort, hoor, in tegendeel: de tuin ligt er zoals immer prachtig bij! En de mensen die hier wonen zijn écht geen asociale moedwillige ambetanteriken. Volgens mij is er hier vooral sprake van 'per ongelukjes', 'oepsies' en andere momentjes van onoplettendheid. En geloof me: ik blijf het een ongelofelijk fascinerend gegeven vinden, al die dingen die hier uit de lucht komen vallen! hahaha
Ik keek er dan ook niet echt van op toen er een paar maanden geleden op vrijdagavond, rond een uur of 10, een wit plastiek zakje met daarin een paar lege bierblikjes naar omlaag totterde, het struikgewas in. De maandagochtend daaropvolgend plukte onze conciërge het van z'n landingsplaats en alles was weer netjes. Waar ik wel bijzonder ging vinden, was dat dit vaste prik zou worden! Naar mate de weken verstreken viel het me op dat dit zo ongeveer élke vrijdag gebeurde! Elke vrijdag weer, steeds ergens tussen 22 en 23 uur valt er, 'plof', een wit zakje met lege bierblikjes ergens voor m'n terras neer. En elke maandag ruimt de plichtbewuste conciërge dat ook weer op. Een bizarre 'gewoonte'... Want, geef toe, da's geen 'per ongelukje' meer, hé! Da's vermoedelijk eerder puur gemakzucht en, al dan niet dronken, baldadigheid waar geen haan naar kraait.
Afgelopen weekend waaide het verschrikkelijk hard. Het witte zakje met de platgedrukte blikjes kwam, net zoals de weken daarvoor, neerwaarts uit wie weet welk appartement en haakte zich vast in de kale takken van een grote struik. De hevige rukwinden scheurde het met gemak aan stukken en voor ik het goed en wel besefte lag ik een hele nacht lang te luisteren naar: "kletter de kletter de kletter" naar links, en "kletter de kletter de kletter" naar rechts. Het heldere metalen gerammel van de in het rond hotsende en botsende, net niet weer omhoog vliegende, lege bierblikjes op de kasseien. Heen en weer, en heen en weer, en dat de hele nacht lang. "Kletter de kletter de kletter". Heel even echt bijzonder grappig -absoluut!-, maar al snel om totaal onnozel van te worden!...
Die ochtend, toen het net licht genoeg was en ik me met enige moeite in wat kleding gehesen had, verzette ik een beetje fanatiek wat van m'n grote potten op het terras en kroop nogal onhandig en onelegant, met m'n ouwe tuingalochen even aan m'n blote voeten in het oneindige -of zo leek het toch- bungelend, over het betonnen terrasmuurtje. Wat er overbleef van de aan flarden gescheurde witte plastieken zak belandde in mijn vuilnisbak en de zwaar gedeukte blikjes mochten samen met een ook nog gevonden lege water-petfles bij de rest in mijn blauwe PMD-zak. Klaar! En... stof voor een nieuw verhaal!
Er resten mij nu twee vragen. 1. Zou die persoon misschien geloven dat er hier in de tuin kaboutertjes wonen? Van die kleine mannetjes die 's nachts ongezien alles weer netjes maken?... En 2. 't Is vrijdagavond nu... Wat denk je? Komt er zo dadelijk weer een wit zakje omlaag vliegen? Of zou mijn opraap-actie de gewoontecirkel doorbroken hebben?... Spannend, hé! 😉
vrijdag 30 november 2018
Platte batterij.
Als je zeer geconcentreerd blijft toekijken, kan je heel erg af en toe diep in de enorme berg kussens, dekentjes en poezen in mijn sofa iets zien bewegen. Één momentje maar, één seconde. Als je met je ogen knipperde op 't foute moment dan heb je het gemist. En die uiterst minimale beroering in het schijnbaar -letterlijke- stilleven, dat ben ik. Volledig versmolten met de meer dan comfortabele aankleding van de knusse zetel. Het mij totale ontbreken van elk ietsiepietsie fut om wat dan ook aan te vatten, maakt, naast het zwaar gestoffeerde knusse roze bed, deze vertrouwde en gekoesterde schuilplek tot een gewiekste bondgenoot.
M'n batterij is plat. Beter kan ik het niet verwoorden. M'n batterij is totáál plat. Al wéken. Voor mij onvoorstelbaar lang ontbreekt het me niet alleen totaal aan energie, maar ook aan geestdrift en goesting, en aan spirit en sprankel. Ik sleep me door de dagen als een suffende slome slak, vechtend tegen een alles overheersende en bijzonder aandringende winterslaap. De tijd glijdt geruisloos en net niet ongezien voorbij, als een spookachtig schip in een dichte grijze mist.
Nee, een nieuwe aanval van depressie is het zeker niet. Ik viel niet onverhoeds terug in één of ander diep zwart gat. Het zijn geen veeleisende emoties of moeilijke gedachten die mij draineren van elk mogelijk spatje kracht. 't Is gewoon een vreemde toestand van 'niks'. En dat grote 'niets' hangt als een soort grauwe vaalzwarte ondoorzichtige deken over me heen. Platte batterij dus.
De knuffelpoezen zijn enthousiast mee lui. Een stuiterende bal door de kamer achtervolgen kan eventueel wel eens een keertje, maar 5 minuutjes onnozel doen volstaan duidelijk écht wel. Meer moet niemand van hen verwachten, da's zonneklaar. Ze vertoeven zoveel liever mee met mij in het gezellige kluwen van kussens en dekentjes. Af en toe is in een bewegende teen bijten ook nog wel eens geweldig leuk, maar als dat wiebelende lichaamsonderdeel zich te ver uit het bereik van de graaiende pootjes bevindt, dan hoeft het voor hen eigenlijk ook niet. Lang uitgestrekt laten ze zich urenlang alle strelingen welgevallen, of ze kruipen diep mee onder het warme dek om, opgerold tot een bolletje pluis, samen zalige dutjes te doen.
De computer kan me voor een paar minuutjes nog wel eens tot een spelletje verleiden. Liefst niets te 'moeilijk'. Een puzzeltje of zo. Alleszins iets waar je vooral niet bij na hoeft te denken.
Al weken krijg ik dus ook geen deftig woord meer neergeschreven. En dat terwijl de verhalen zich in m'n hoofd serieus beginnen opstapelen en de meesten daarvan stilaan ernstig over datum raken. Het bijwonen van die schitterende Carmina Burana, met leuke foto's van o.a. Will Ferdy, en Roger. De concertmis met Peter Maus. Het boek van Jana. De trip naar Sint-Truiden om m'n schitterende kerstmokken op te halen. De kerstconcertbesprekingen en alle voorbereidingen. En dan zijn er uiteraard ook nog die veel kleine leuke dingetjes van elke dag. Zo een rijkdom aan nog te vertellen verhalen! En zo een armoede aan 'puf' om ze neergeschreven te krijgen...
Het geliefde huis om me heen vervormd zich, toch zeker naar mijn normen, zo stilaan in een waar stort. De afwas stapelt zich torenhoog op in de keuken. Geen schoon kopje of bordje meer te vinden. Ik spoel even snel af exact dat wat ik nodig heb. En waarom zou je koken als je net zo goed een boterham kan binnenspelen... De kleur van de tapijten is nog amper waar te nemen onder het zich daar accumulerende kattenhaar en onder het bed, de kasten en de radiators huizen grote families 'dust bunnies'. Het wasgoed puilt uit de wasmand naast de wasmachine, maar ín die machine geraakt het niet. Overal aan de kasten hangt kleding, maar een kastdeurtje openen en wat kapstokken die paar centimeter verhangen, dat lukt voor geen meter. Je struikelt over de schoenen die zowel hun wederhelft als hun weg naar de opbergruimte kwijt zijn. En links en rechts breek je nog net je nek niet over de zich zo stilaan ook verzamelende kerstconcert-rekwisieten... Het doet me niks. Of toch niet veel. Ik zie het amper. Ook dat alles verdwijnt in die dichte grijze sluier van nevel en mist.
Toen ik vanochtend merkte dat m'n gsm na een nacht in het stopcontact nog niet opgeladen was, moest ik hartelijk lachen: als die nu óók al mee doet aan dit algemene platte-batterij-gegeven!... Maar, zoals gewoonlijk het geval is, lag ook voor dit zo plezant bijpassende incident een erg simpele reden voor de hand: z'n stekker zat niet goed in! En dat deed me gniffelde bedenken: "Misschien zit mijn stekker ook al weken niet goed in!..." 'k Zal het eens moeten checken, hé. Als ik mezelf weer eens een keertje met de juiste verbinding in de voor mij correcte energiebron ingeplugt krijg, dan ben ik vermoedelijk met één, of indien nodig twee, nachtjes opladen ook terug, letterlijk en figuurlijk, vol energie.
Allé, nu hoognodig weer efkes rusten van het schrijven van dit blogje en dan -dat hoop ik toch- aan de slag, op zoek naar mijn persoonlijk stopcontact! Want op den duur gaat het wel vervelen, hoor, zo'n platte batterij... 😉
M'n batterij is plat. Beter kan ik het niet verwoorden. M'n batterij is totáál plat. Al wéken. Voor mij onvoorstelbaar lang ontbreekt het me niet alleen totaal aan energie, maar ook aan geestdrift en goesting, en aan spirit en sprankel. Ik sleep me door de dagen als een suffende slome slak, vechtend tegen een alles overheersende en bijzonder aandringende winterslaap. De tijd glijdt geruisloos en net niet ongezien voorbij, als een spookachtig schip in een dichte grijze mist.
Nee, een nieuwe aanval van depressie is het zeker niet. Ik viel niet onverhoeds terug in één of ander diep zwart gat. Het zijn geen veeleisende emoties of moeilijke gedachten die mij draineren van elk mogelijk spatje kracht. 't Is gewoon een vreemde toestand van 'niks'. En dat grote 'niets' hangt als een soort grauwe vaalzwarte ondoorzichtige deken over me heen. Platte batterij dus.
De knuffelpoezen zijn enthousiast mee lui. Een stuiterende bal door de kamer achtervolgen kan eventueel wel eens een keertje, maar 5 minuutjes onnozel doen volstaan duidelijk écht wel. Meer moet niemand van hen verwachten, da's zonneklaar. Ze vertoeven zoveel liever mee met mij in het gezellige kluwen van kussens en dekentjes. Af en toe is in een bewegende teen bijten ook nog wel eens geweldig leuk, maar als dat wiebelende lichaamsonderdeel zich te ver uit het bereik van de graaiende pootjes bevindt, dan hoeft het voor hen eigenlijk ook niet. Lang uitgestrekt laten ze zich urenlang alle strelingen welgevallen, of ze kruipen diep mee onder het warme dek om, opgerold tot een bolletje pluis, samen zalige dutjes te doen.
De computer kan me voor een paar minuutjes nog wel eens tot een spelletje verleiden. Liefst niets te 'moeilijk'. Een puzzeltje of zo. Alleszins iets waar je vooral niet bij na hoeft te denken.
Al weken krijg ik dus ook geen deftig woord meer neergeschreven. En dat terwijl de verhalen zich in m'n hoofd serieus beginnen opstapelen en de meesten daarvan stilaan ernstig over datum raken. Het bijwonen van die schitterende Carmina Burana, met leuke foto's van o.a. Will Ferdy, en Roger. De concertmis met Peter Maus. Het boek van Jana. De trip naar Sint-Truiden om m'n schitterende kerstmokken op te halen. De kerstconcertbesprekingen en alle voorbereidingen. En dan zijn er uiteraard ook nog die veel kleine leuke dingetjes van elke dag. Zo een rijkdom aan nog te vertellen verhalen! En zo een armoede aan 'puf' om ze neergeschreven te krijgen...
Het geliefde huis om me heen vervormd zich, toch zeker naar mijn normen, zo stilaan in een waar stort. De afwas stapelt zich torenhoog op in de keuken. Geen schoon kopje of bordje meer te vinden. Ik spoel even snel af exact dat wat ik nodig heb. En waarom zou je koken als je net zo goed een boterham kan binnenspelen... De kleur van de tapijten is nog amper waar te nemen onder het zich daar accumulerende kattenhaar en onder het bed, de kasten en de radiators huizen grote families 'dust bunnies'. Het wasgoed puilt uit de wasmand naast de wasmachine, maar ín die machine geraakt het niet. Overal aan de kasten hangt kleding, maar een kastdeurtje openen en wat kapstokken die paar centimeter verhangen, dat lukt voor geen meter. Je struikelt over de schoenen die zowel hun wederhelft als hun weg naar de opbergruimte kwijt zijn. En links en rechts breek je nog net je nek niet over de zich zo stilaan ook verzamelende kerstconcert-rekwisieten... Het doet me niks. Of toch niet veel. Ik zie het amper. Ook dat alles verdwijnt in die dichte grijze sluier van nevel en mist.
Toen ik vanochtend merkte dat m'n gsm na een nacht in het stopcontact nog niet opgeladen was, moest ik hartelijk lachen: als die nu óók al mee doet aan dit algemene platte-batterij-gegeven!... Maar, zoals gewoonlijk het geval is, lag ook voor dit zo plezant bijpassende incident een erg simpele reden voor de hand: z'n stekker zat niet goed in! En dat deed me gniffelde bedenken: "Misschien zit mijn stekker ook al weken niet goed in!..." 'k Zal het eens moeten checken, hé. Als ik mezelf weer eens een keertje met de juiste verbinding in de voor mij correcte energiebron ingeplugt krijg, dan ben ik vermoedelijk met één, of indien nodig twee, nachtjes opladen ook terug, letterlijk en figuurlijk, vol energie.
Allé, nu hoognodig weer efkes rusten van het schrijven van dit blogje en dan -dat hoop ik toch- aan de slag, op zoek naar mijn persoonlijk stopcontact! Want op den duur gaat het wel vervelen, hoor, zo'n platte batterij... 😉
donderdag 1 november 2018
Griezelgedoe.
"Oké, wind, gij wint", zuchtte ik gelaten. Urenlang had ik, lekker knusjes tussen het roze beddengoed, vruchteloos getracht de slaap te vatten, maar dit was zo'n nacht waar menige afdeling 'geluidseffecten' makkelijk een stuk of dertien horrorfilms mee kon vullen. Het huiveringwekkende gepiep van een langst het raam wrijvende geraniumblaadje, het ijselijke gekras van boomtakken tegen raamkozijnen en muren, de occasionele onheilspellende bonk van een plotse onzachte botsing tussen hangmand en venster, het lugubere gerammel en jammerend geknars van het hangmanden-ophangsysteem met de metalen kettingen en grove haak, het spookachtige gezoef en gefluit van de zwaar over hun toeren draaiende, net niet opstijgende windmolentjes... In principe is alles wat op m'n terras staat en hangt bestand tegen een stevige windvlaag -die molentjes zijn trouwens zonder wind zoveel minder leuk, hé-, maar tegen al die op den duur behoorlijk angstaanjagende geluiden, voortkomend uit al het gewiebel en gezwaai in die stijve bries van die nacht, daar kon ík écht niet meer tegen. In mijn steeds meer doldraaiende fantasie zag ik al met veel gerinkel en glassplinters alom enkele van de enorme vensters sneuvelen, en grote potten en bakken vol stevige beplanting als lichte veertjes binnen- of wegvliegen. En wie weet wat er dan verder aan ongewenste en onaangename grimmigheden nog meer mee in m'n kamers of bed zouden belanden...
Het was overduidelijk: als ik deze nacht nog een beetje wou pitten, en liefst nachtmerrie-vrij, dan moest er gehandeld worden. Niks aan te doen.
Heel voorzichtig kroop ik over Poekie heen. Poekie, die al die uren, lichtjes tot mijn afgunst, als een pluchen engeltje in m'n oksel heerlijk de slaap der onschuldigen en onwetenden had liggen weg snurken. Terwijl hij zich even wat verder uitstrekte, met zo plots een pak meer plaats én een extra warme plek, zocht ik in het pikkedonker m'n weg naar het terras. Slechts het flauwe schijnsel van de verre straatlantaarns flikkerde door de onheilspellend heen en weer graaiende takken van de kale skelet-achtige bomen en verlichtte m'n pad.
Met de wind viel duidelijk niet te praten, die ijzingwekkende nacht. Meteen bij het openen van het grote schuifraam naar het terras roeffelde hij furieus in m'n haren en rukte hij langst alle kanten verbeten aan m'n flapperende roze kamerjas en pyama. Het had wel iets avontuurlijks, iets opwindends ook, zo recht uit het warme nest, op m'n sokkenvoeten, volledig omgeven door een wat sinistere storm en een massa niet direct herkenbare spookachtige geluiden, een keertje in het duister tussen m'n potten en planten te laveren. Zo moet vliegen als een vleermuis in de nacht voelen, dacht ik nog.
Het was overduidelijk: als ik deze nacht nog een beetje wou pitten, en liefst nachtmerrie-vrij, dan moest er gehandeld worden. Niks aan te doen.
Heel voorzichtig kroop ik over Poekie heen. Poekie, die al die uren, lichtjes tot mijn afgunst, als een pluchen engeltje in m'n oksel heerlijk de slaap der onschuldigen en onwetenden had liggen weg snurken. Terwijl hij zich even wat verder uitstrekte, met zo plots een pak meer plaats én een extra warme plek, zocht ik in het pikkedonker m'n weg naar het terras. Slechts het flauwe schijnsel van de verre straatlantaarns flikkerde door de onheilspellend heen en weer graaiende takken van de kale skelet-achtige bomen en verlichtte m'n pad.
Met de wind viel duidelijk niet te praten, die ijzingwekkende nacht. Meteen bij het openen van het grote schuifraam naar het terras roeffelde hij furieus in m'n haren en rukte hij langst alle kanten verbeten aan m'n flapperende roze kamerjas en pyama. Het had wel iets avontuurlijks, iets opwindends ook, zo recht uit het warme nest, op m'n sokkenvoeten, volledig omgeven door een wat sinistere storm en een massa niet direct herkenbare spookachtige geluiden, een keertje in het duister tussen m'n potten en planten te laveren. Zo moet vliegen als een vleermuis in de nacht voelen, dacht ik nog.
Oké, even terug naar de job in kwestie: hoe gaan we dat hier aanpakken? Vier grote bolle hangmanden veilig
ergens neerzetten op een toch al erg overvol terras, da's niet
simpel. Vooral ook omdat ze, wegens sterk doorhangende geraniums,
gegroeid naar het licht uiteraard, bijzonder zwaar overhellen naar
één kant. De immer trouw tegenover de deur paraat
staande bezem bleek een prima hulpmiddel om de ophangkettingen van de
haak te flippen. Goeie ingeving van mij, al zeg ik het zelf. Als een
expert van de hindernissenbaan bracht ik de eerste 2 loodzware manden
met de lange, in de wind breed uitwaaierende plantenslierten, dan weer
hoog over een struik tillend, dan weer gebukt onder wat takken door
dragend, tot aan het brede bankje. En nadat ik eindelijk zo
slim was m'n gezicht naar de windrichting te draaien -het werkt een
stúk makkelijker zonder haar in je ogen en mond,- lukte het me om ze,
elkaar in evenwicht houdend, op die kleine plek net stevig genoeg te
balanceren.
Als
een ware Indiana Jones soepel en vlotjes wild zweepslagzwiepende takken en grijpgrage struikenstekels ontduikend, verplaatste ik me gezwind over de hele lengte van het terras en redde onderweg links en rechts wat door baldadige rukwinden met omvallen of afknakken
bedreigde planten. Uiteraard ken ik m'n terras en z'n layout
ondertussen door en door, en als je lang genoeg in het donker rondloopt, passen je ogen zich langzaam aan en zie je na een tijdje een stuk meer, maar...
blijkbaar toch niet genoeg, want... Aaaaauw! Potvernondemiljaaaaaaar! Mijn kleine teen, in die tegen niets beschermende sok, maakte keihard kennis met een stevige, plots van tussen de potten springende, meedogenloos onbuigzame sierkassei. Geen tijd
voor eindeloze pijndansjes of overmatige griezelfilmsterfscenes. Er moesten nóg 2 hangmanden en een hele schare ander klein spul het leven gered en in veiligheid gebracht worden. Mand
nummer 3 vond, super snel en praktisch, een knus uit de wind en half
verborgen plekje op de rode emmer waar normaal gezien m'n snoeiafval
in terecht komt. Dat was makkelijk! Te makkelijk?...
Jezus-Maria-Jozef, miljaaaaaardejuuu! Bij het zorgeloos onbedachtzaam omdraaien naar
mand nummer vier trapte ik toch wel geweldig onhandig met m'n nog niet
pijnlijke voet op die immer uitstekende, altijd in de weg zittende
-ik had het kunnen weten dus- gekrulde voet van die elegante, maar o zo zware metalen
platenstandaard. Wild molenwiekend m'n evenwicht bewarend belandde
ik, gelukkig net niet al m'n gekoesterde groen verpletterend, toch
half in de natte klauwen van het struikgewas. Takjes in m'n haar, blaadjes in m'n
decolleté, modder in m'n sokken. M'n uiterlijk begon stilaan uitstekend bij deze griezelnacht te passen... En me dat bedenkend ging het binnensmonds gevloek volautomatisch over in een, mogelijk heksachtig aandoende, schaterlach. En de gore wind deed, met extra kracht m'n al totaal verwilderde haarbos recht
omhoog de lucht in blazend, fanatiek loeiend mee. Voorzichtig schuifelend -2
pijnlijke voeten volstonden wel- zocht ik m'n weg terug naar binnen en gritste in 't voorbijkomen nog snel alle mogelijk kwetsbare molentjes mee.
Wreed worstelend met die doldraaiende dingen bleef ik toch nog even op de mat voor het schuifraam in het dreigende duister midden in de onverbiddelijke stormwind staan. Daar zo, in m'n verwaaide nachtkleding en m'n puinhoopkapsel, voelde ik me heel eventjes weer als een kind: met m'n molentjes in de hand, zich van geen kwaad bewust vrolijk en kleurrijk tollend in die raadselachtige wind, was ik even angstig als gefascineerd, onverwacht nat en vuil, en behoorlijk zot geblazen, maar ook nog net niet klaar om dit ontzettend spannende, bijna filmische gebeuren los te laten en in te ruilen voor de warme veiligheid van die totaal tegenovergestelde wereld aan de andere kant van het grote schuifraam.
Ja, wind, je hebt gewonnen, hoor, met al je lugubere 'gewind'. Je hebt me inderdaad een slapeloze nacht bezorgd én me op de koop toe uit m'n veilige knusse bed die koude naargeestige duisternis in gekregen. Maar nu de macabere horrorgeluiden tot zwijgen gebracht zijn en alle planten het leven gered, lig ik toch weer lekker terug naast Poekie, tussen de nog steeds zalig aanvoelende lakens en kussens, en bedenk me onheilspellend gniffelend, m'n gruwelijk ijzige handen wrijvend en met een mysterieuze glimlach op m'n bleke koude gelaat: "Geweldig! Meer dan genoeg griezelgedoe voor een licht huiveringwekkend Halloweenverhaaltje!..." 😀
Wreed worstelend met die doldraaiende dingen bleef ik toch nog even op de mat voor het schuifraam in het dreigende duister midden in de onverbiddelijke stormwind staan. Daar zo, in m'n verwaaide nachtkleding en m'n puinhoopkapsel, voelde ik me heel eventjes weer als een kind: met m'n molentjes in de hand, zich van geen kwaad bewust vrolijk en kleurrijk tollend in die raadselachtige wind, was ik even angstig als gefascineerd, onverwacht nat en vuil, en behoorlijk zot geblazen, maar ook nog net niet klaar om dit ontzettend spannende, bijna filmische gebeuren los te laten en in te ruilen voor de warme veiligheid van die totaal tegenovergestelde wereld aan de andere kant van het grote schuifraam.
Ja, wind, je hebt gewonnen, hoor, met al je lugubere 'gewind'. Je hebt me inderdaad een slapeloze nacht bezorgd én me op de koop toe uit m'n veilige knusse bed die koude naargeestige duisternis in gekregen. Maar nu de macabere horrorgeluiden tot zwijgen gebracht zijn en alle planten het leven gered, lig ik toch weer lekker terug naast Poekie, tussen de nog steeds zalig aanvoelende lakens en kussens, en bedenk me onheilspellend gniffelend, m'n gruwelijk ijzige handen wrijvend en met een mysterieuze glimlach op m'n bleke koude gelaat: "Geweldig! Meer dan genoeg griezelgedoe voor een licht huiveringwekkend Halloweenverhaaltje!..." 😀
Abonneren op:
Posts (Atom)













