donderdag 25 juli 2019

Hittegolfgezever.

Nu de zomerse temperaturen recordbrekende hoogtes bereiken, worden we langs alle kanten gebombardeerd met info en tips om die hitte heelhuids door te komen. Genoeg drinken, jezelf tegen directe zonnestralen beschermen, veel rusten, koele plaatsen opzoeken, enz. Allemaal erg nuttig, maar eigenlijk weten we die dingen ondertussen wel, veronderstel ik... Daarover ga ik het hier dus niet meer hebben, maar ik wil wél graag het assortiment maatregels nog een beetje uitbreiden, én meteen ook aan de reeds gekende een paar toevoegingen plakken. Wat niet zo moeilijk zal zijn, aangezien alles van de hitte toch al plakt, hé… hihihi
Om te beginnen een hele belangrijke -vind ik persoonlijk toch zeker- extra maatregel: gebruik deodorant!!! Gebruik zelfs dubbel zoveel deodorant indien nodig, en ten allen tijde en overal. Help zo te voorkomen dat de mensen om je heen, vermoedelijk al behoorlijk misselijk van de hitte, door uw mogelijke walm ook daadwerkelijk tot kotsen over gaan.
Volgende, minstens even belangrijk punt: draag kleding! En ja, ook dit is een maatregel om misselijkheid en braakneigingen bij uw medemens tegen te gaan. Luister, in een enkel geval ben ik er ook helemaal vóór dat deze hitte de mannen dit maal eens niet van de jongens, maar wel van de t-shirts scheidt. Absoluut. Echter, over ’t algemeen geldt voor de overweldigende meerderheid, en zonder pardon: kleed je verdorie aan! En daarenboven: kleed je vooral naar het lichaam dat je hébt, en niet het lichaam dat je zou willen of het lichaam waar je van droomt… Ja, het klopt, men moet dragen waar men zich goed in voelt, ongeacht leeftijd, of gewicht, of wat dan ook. Helemaal mee eens. Maar, komaan, even serieus: er zijn grenzen, hé. Ik geef je voor de duidelijkheid een paar voorbeeldjes mee.
Dames, ik weet dat het warm en plakkerig is, en dat een knellende BH daarom misschien niet uw favoriete kledingstuk is dezer dagen. Dat gezegd en geweten zijnde, doe het ding toch maar aan. Die alle kanten uit zwiepende waterballonnenwinkel, da's nu precies toch ook echt geen zicht, hé, en zooooveel frisser voelt dat nu eigenlijk ook weer niet, geef het maar toe. 
Heren, een korte broek kan zeker, wat mij betreft dan toch -ik kijk al wel eens graag een keertje naar mooie mannenkuiten-, maar hou het alsjeblieft stijlvol, zeg. Te kort is te kort, punt. Zeker als je zo'n shortmodelletje met wijde pijpen wil dragen, om dan wijdbeens -hopend op een fris zuchtje wind???- en uiteráárd zónder ondergoed -want ook dáárvoor is het natuurlijk veel te warm- op de tram recht tegenover me komt zitten... Ding dong!
Ondertussen staan er al veel te veel 'OMG-had-ik-dát-maar-nooit-gezien-plaatjes' en 'Ooo-nee-mijn-arme-ogen!-prentjes' op m’n netvlies gebrand. Man man man man man!... 
O, ja, nog zo iets! Sandalen en slippers allerhande zijn super fijn om te dragen bij zulk een hitte, amai nog ni. Lang leve de frisse stappertjes! Maar sommige van die voeten, die tenen en zeker die nagels, die anders zelden of nooit daglicht zien en nu ineens de open ruimte krijgen... Aaaaargh! Pure horror van de bovenste plank, echt waar. Hemeltje lief, brrrrrrr. En de zeep is nochtans al lang uitgevonden, dacht ik toch...
Je kan uiteraard een zodanig donkere zonnebril opzetten dat je er niets meer van ziet… Aha! Dát is misschien de reden waarom zoveel van die zo gezegde stoere gasten zelfs in ’t donkerste van de metro dat ding niet van hun neus halen!... Bij de dames zou het kunnen dat die donkere bril op blijft om de door het zweten vreselijk uitgelopen make-up te verbergen, iets waar ik zelf ook al eens mee sukkel. Bij momenten schrik ik me rot van het abstracte-kunst-portret dat vanuit
 m’n zakspiegeltje naar me terug kijkt…
Genoeg drinken is inderdaad zeer belangrijk. Het is dan ook aan te raden bij deze temperaturen steeds iets te drinken bij je te hebben. Maar persoonlijk waardeer ik het niet echt om, als de tram plots hard remt bijvoorbeeld, de helft van uw verfrissing in mijn nek te krijgen… Net zoals ik het ook nogal onaangenaam vind om zowel op de perrons als in de rijtuigen aan de vloer vast te plakken door uw gemorste dorstlessers, en ik op diezelfde plaatsen beter géén zonnebril draag, uit angst te struikelen over al uw kwistig en gul rondgestrooid leeggoed. En ja, als liefhebber weet ik heel goed dat bier voor 95% uit water bestaat, doch, geloof me: geen goed alternatief. Uw hydratatie-met-bier-poging zal door deze warmte extra uitvergrootte negatieve gevolgen kennen, met –ja zeker alwéér- uit de hand lopende kotssituaties, zowel voor uzelf als voor de omstaanders... Volgens een artikeltje in de krant neemt trouwens met het stijgen van de temperatuur de neiging tot agressie toe. En dat klopt, volgens mij, als een bus. (hihi) M'n medereizigers gaven de voorbije dagen al verschillende malen blijk van 'lichte ontvlambaarheid', en zelf breng ik -tot m'n eigen verbazing eigenlijk- precies ook zoveel minder geduld op dan normaal met de onhebbelijkheden van de mij omringende openbaar-vervoer-gebruikers... Gelukkig heeft mijn sterk gevoel voor humor voorlopig nog steeds de overhand. Of toch op z'n minst die stevige dosis sarcasme... ahum. Al bij al, hydratatie met alcohol: geen goed plan dus.
En ja, het is heet, ja. Dat beseffen we ondertussen állemaal, en heel goed zelfs. Totaaal overbodig dus om zonder fout élk gesprek -in persoon, aan de telefoon of via sociale media- weer te beginnen met een meewarig "Warm, hé!" We wéten dat het snikheet is, gelóóf me! Wees eens een keertje origineel, open eens met iets verrassend en vrolijk de hele plak- en zweetboel een beetje op! 
Ik begin écht te denken dat veel mensen er zowat de hele winter en lente op gewacht hebben: eindelijk is het warm genoeg om er bijzonder uitgebreid over te klagen hoe warm het wel is. Het is natuurlijk een nationale sport, dat klagen en zagen, ik weet het, maar geef toe: dezelfde mensen die afgelopen winter steen en been kloegen dat het 'zo verschrikkelijk koud was en het niet snel genoeg zomer kon zijn', dat zijn vermoedelijk de eersten om nu tegen iedereen die het maar wil horen overdadig hun onvrede over deze temperaturen te spuien. Voor zover ik weet koelt klagen je niet af, in tegendeel, zou ik zelfs durven zeggen: al die opwinding verhit je volgens mij alleen maar meer… En god lieve deugd, wat zijn er tegenwoordig toch veel onderwerpen om eens stevig over door te mekkeren! Tjonge tjonge!... Je weet alle dagen van zowat iedereen of ze al dan niet kunnen slapen hebben, mét alle mogelijke details van de pogingen en de mislukkingen, en begeleid van een eindeloze hoeveelheid tips. De airco op 't werk staat te koud, of te warm, of werkt niet, of bestaat niet. Maakt niet uit: gij zult het geweten hebben! En vanzelfsprekend óók in geuren en kleuren. Dat de tram of de bus niet op tijd aan de halte arriveert, wordt logischerwijs eveneens aan de hittegolf gelinkt. En, o wat een ellende, in zowat élk rijtuig staat de airconditioning eveneens óf niet aan óf véél te koud, kunnen de vensterkes niet open of wil men ze juist zo gauw mogelijk -da trekt hier!-  dicht... Allemaal dingen waarover -wat had je gedacht- natuuuurlijk eveneens uitgebreid gekankerd moet worden. Nondepitjes, al dat gezaag! Ik zou er verdorie zélf uitvoerig en gepassioneerd van beginnen mopperen! Ola pola! Het is wat het is, hoor, je kan er niks aan veranderen, dus accepteer het en pas je aan, en vergeet niet te genieten van om het even wat, waar en wanneer het maar kan. Get comfortable with being uncomfortable! 
We zullen naar de toekomst toe vermoedelijk sowieso gewoon moeten geraken aan dit soort 'nieuwe' temperaturen. Me dunkt dat de opwarming van de aarde, met zo een paar van deze hittegolven en hete zomers na elkaar, toch écht niet meer te ontkennen valt... Met deze helse temperaturen gaat er trouwens geen dag voorbij of je hoort minstens één iemand een ontzettend gechargeerde, zeer openbare uitleg doen over het broeikaseffect en global warming en zo, met daar, uiteraaard, aan vastgekoppeld een ongezouten mening over de politici en rijkaards die daar, uiteraaaard, 120% verantwoordelijk voor geacht worden. Terwijl de fanatieke orator, gegarandeerd deo-loos walmend, wansmakelijk half ontkleed en met gore griezelvoeten z’n lege halve-liter-bierblikje ongegeneerd moedwillig de tramsporen op mikt… 
Ja, 'k weet het, kweetet, kwéétet!, da'k hier nu zelf al een halve blog zit te mauwen over dat gezever en gezaag, en da'k vermoedelijk ook weer een serieus stukske aan 't overdrijven ben... Tja, vergeef me, 't zal die hitte zijn, hé. hahaha 😀😇

 

donderdag 18 juli 2019

Jij bent zo vriendelijk!

"Jij bent zo vriendelijk." Sinds ik, nu met m'n tijdelijke werkhervatting, weer een stuk meer buiten en onder de mensen kom, krijg ik dat met grote regelmaat te horen. Zowel in de receptie als op de tram of de straat weerklinkt het, steeds met een behoorlijke verbazing, als was men er ongelofelijk door verrast: "Jij/u bent zo vriendelijk!" En die verrassende verbazing, die verbaast mij op m'n beurt dan weer mateloos. Is dat dan niet meer iets heel gewoons, iets normaal, dat je vriendelijk bent?!?!...
Als ik tegenwoordig, zeker zo in die vroege ochtenduurtjes, door de stille straten wandel, kom ik niet heel veel mensen tegen, maar zij die ik passeer, meestal elke dag dezelfden, begroet ik allemaal glimlachend met een welgemeende "goedemorgen!" De eerste keer keken de meesten van hen inderdaad verbaasd of verrast, maar ondertussen ontplooit op hun gezicht al een brede smile als ze me nog maar ergens in de verte zien afkomen. En elk eventueel bijhorend hondje weet duidelijk, me vrolijk kwispelend begroetend, dat er bij mij altijd wel een lieve aai over je bolletje te halen valt.

In de receptie en aan de telefoon kennen ze me ondertussen ook al, die altijd vriendelijke en immer lachende mevrouw met haar opgewekte stem, en men laat mij maar al te graag weten, zowel de medewerkers van het bedrijf als hun bezoekers, dat mijn vriendelijkheid echt hun dag opvrolijkt, vaak zoveel meer dan ik zelf wel besef.
Als ik niet al te veel pijn heb, sta ik op de tram nog regelmatig m'n zitplaats af aan iemand die trammetje-rijden duidelijk nóg lastiger vindt dan ik. Zelfs al zitten er overal om me heen zoveel jongere en vitalere personen te doen alsof ze niks gezien hebben. Ja, ik kan mij daar absoluut ook aan ergeren, maar besluit toch steeds maar weer met een brede glimlach het goede voorbeeld te geven. En vaak ontstaat uit zulk een kleine vriendelijkheid een aangenaam gesprekje. Iets waar ik altijd deugd aan heb. Dat gebeurt trouwens ook als iemand mij om reisinfo vraagt. Meestal met enige verbazing bij die persoon in kwestie, doch steevast ook met vreugde. Zoals eergisteren nog. Een mooie dame met een hoofddoek, die tram 5 richting Deurne zocht. Zo content met een heel gewoon, open en vrolijk gesprek, vrouwen onder elkaar, over kinderen en werk en wonen in een vreemd land, in prima Nederlands -"Fijn, oefenen!" zei ze blij-, met die vriendelijke Vlaamse mevrouw die zich, tot haar verbazing, niets aantrok van noch haar hoofddoek, noch haar origine, noch haar onwennigheid. Vandaag complementeerde ik een mevrouw, die in de tram schuin tegenover me kwam zitten, met haar ongelofelijk prachtige halssnoer. Ze was er even totaal, maar dan ook écht totáál, hare kluts van kwijt. Op een goeie manier, hoor, wees maar gerust. En nog geen twee seconden later zaten er acht mensen, die elkaar van haar nog pluimen kenden, gezellig samen te kletsen, alleen maar door dat ene piepkleine hartelijke complimentje, en die mevrouw met het fraaie sieraad zat stralend te blinken in het midden van dat alles.
Toch gek eigenlijk, bizar zelfs, en, wat mij betreft, enigszins verontrustend, dat vriendelijkheid zo iets verbazingwekkend geworden is...
Vriendelijk zijn is nochtans helemaal niet moeilijk. En absoluut elke daad van vriendelijkheid, hoe klein ook, is nooit verspilde moeite. Één welgemeend vriendelijk woord kan niet alleen iemands humeur of dag positief beïnvloeden, maar zelfs z'n volledige leven. Zonder uitzondering worstelt iedereen die jouw levenspad kruist wel met iets. Echt niemand is zonder zorgen. Het kleinste beetje vriendelijkheid, in welke vorm dan ook, maakt daardoor al gauw een groot verschil. Zeggen wat je denkt, dat kan en mag net zo goed iets heel aardig en opfleurend zijn. En zomaar. Er hoeft geen reden voor te zijn. Die vriendelijkheid zet zich trouwens bijna als vanzelf verder: als jij iets fijns tegen iemand zegt of iets sympathiek voor iemand doet, dan wordt die daar -normaal gezien toch, hé- zoveel blijer en gelukkiger van, en zal met gevolg dus ook sneller geneigd zijn om zelf een vriendelijke daad te stellen. Vriendelijk zijn maakt mensen aantrekkelijk, het maakt jóu aantrekkelijk. Als je de wereld voor je wil winnen, dan kan je hem alleen maar zo voor je doen smelten... 
Vriendelijkheid kost niks, zelfs geen moeite. Waarom zou je het dan niet als confetti overal om je heen in het rond strooien? En waarom wachten tot de anderen eerst vriendelijk tegen jou zijn? Geef het goeie voorbeeld! Begin er zelf mee, vandaag nog, en laat de wereld om je heen zien hoe het moet! "Ten aanval", zeg ik je, "hopla"! hihihi En, tot slot nog even dit: vooral niet schrikken, want je zal meteen merken dat vriendelijkheid heel erg moeilijk weg te geven valt... Ze wordt namelijk bijna altijd onmiddellijk weer teruggegeven!... 😀


zaterdag 13 juli 2019

Kleine gelukjes.

De tram stopte keurig op tijd aan m'n halte en m'n overstappen in de metro sloten absoluut naadloos aan. Exact zoals in de routeplanner uitgestippeld staat. Op elk voertuig was er meer dan ruimte genoeg om uitgebreid en weloverwogen een zitplaatsje te kiezen. De hele rit richting werk verliep dus zonder twijfel volmaakt vlekkeloos. Het te voet overbruggen van de afstand tussen m'n voordeur en de tramhalte, en een dik half uur later tussen de tramhalte en m'n tijdelijke receptie, geschiedde al even rimpelloos. Het was nog redelijk fris, zo vroeg in de ochtend, maar warm genoeg om op 't gemakje langs de straten te wandelen. En de opkomende zon, die van tussen de huizen en bomen kwam piepen, de felblauwe lucht hier en daar inkleurend met onwaarschijnlijke tinten roze en oranje, werkte ijverig mee aan een prima humeur. De vogeltjes floten in het groen en een licht zomers briesje deed de blaadjes van dat groen zachtjes ruisen. Ik begroette een leuk opgewekt hondje, die z'n al wat oudere baasje uit liet, en kreeg zowaar een vriendelijke 'goedemorgen' terug van hen beiden.
Rond de middag braken plots de hemelsluizen open. Allemaal tegelijkertijd. Met een fenomenale hevigheid, en met overtuiging begeleid door het betere orkestwerk van donder en bliksem, zette een ware zondvloed in geen tijd de parking en de omliggende straten volledig blank. Mensen met en zonder paraplu renden er als nietige miertjes kriskras door heen, met een vreemd soort verwarring en nervositeit, zich zo goed mogelijk verschuilend en beschermend, van bomen naar gebouwen verplaatsend en terug. In de veiligheid van m'n kunstmatig geacclimatiseerde -en op dat moment vooral dróge- werkplek stond ik aan het grote raam, afwisselend met m'n mok koffie en een klein stukje boterham in de hand, en bekeek onverstoorbaar sereen het bewegende tafereel aan de andere kant van het glas, zoals een luie kat, het jachten en jagen moe, naar een zacht bubbelend aquarium staart. Steeds iets minder fel dan bij die eerste vlaag herhaalde het hele scenario zich nog een keer of twee gedurende de namiddag.
Exact op het tijdstip dat ik m'n rustige kuiertochtje terug richting tramhalte huiswaarts aanvatte, begon het zonnetje weer van tussen de laatste restjes donderwolken te priemen. De straten, huizen, gazons en alle groenvoorziening er om heen, alles zag er als vers gewassen uit, en zo levendig en kleurrijk ook. De lucht voelde smetteloos zuiver en rook verrukkelijk fris. Zalig om daarmee je longen tot barstens toe te vullen! Het anders al zo overweldigende zwaar zoete parfum van de vele enorme lindebomen geurde zo mogelijk nóg sterker dan alle voorbije dagen. Echt geen ontsnappen aan, maar -gelukkig- ook onbeschrijflijk heerlijk. Mijn alles gretig opsnuivende neus draaide overuren. De zachte grappige zomerbries, die hartroerende herinneringen aan lang vervlogen strandwandelingen bij me opriep, joeg me, met breed flapperende jurk, speels vooruit en zorgde op de hoek van twee straten even voor een onverwacht Marylin Monroe momentje, zij het iets minder sensueel, doch zoveel meer zot stuntelig en vooral bijzonder hilarisch. 
De tram kwam alweer schitterend op tijd, en ook de overstappen verliepen opnieuw fantastisch soepel en zonder ook maar het minste tijdverlies. Afstappen en weer opstappen, afstappen en gelijk weer opstappen. En altijd een goed plekje om zittend -en dus voor mij met het maximaal haalbare comfort- te reizen. In geen tijd stond ik aan m'n persoonlijke eindhalte. De moedereenden met hun kleine spruitjes -de ene familie al wat groter dan de andere; hier nog friemelkleine donsbolletjes, daar al kuikentjes met een beetje tienerneigingen- vrolijkten zonder moeite met hun grappige gepiep en gesnater die laatste meters te voet naar huis op. En thuis, daar wachtten uiteraard die twee zotte pluizebollen van een heel andere 'cat'egorie met ongeduld op mij, om me, bij het openen van de voordeur, met veel poeha en dramatisch poezengedoe super content te onthalen. En, met natuurlijk ook de meer dan duidelijke boodschap: 'Eten, nú!', maar dat neem ik er uiteraard graag bij.
Ja, dat klopt: de onheilspellende, schreeuwende pijn in mijn nek wordt er niet dragelijker of zachter door. En mijn kolossale, niet bij te rusten vermoeidheid zal hiervan niet verminderen. Maar, laat ons wel wezen, die zaken zijn -en blijven- er óók als ik niét meer om me heen kijk, of ophoud me te verwonderen. Of als ik stop met genieten van die zovele kleine, ogenschijnlijk onbelangrijke dingen...
Daarom besluit ik bij deze dus graag, dat gisteren, zeker en vast voor mij althans, simpelweg een fabelachtige, buitengewoon magnifieke dag was. Een dag boor-de-vol kleine gelukjes...
💗😊



dinsdag 9 juli 2019

Over tramtoestanden en nekknelpunten.

Sinds een dikke 2 weken ben ik tijdelijk eventjes terug aan het werk, als interim-receptioniste, vakantievervanging. Meteen met veeeeel te veel uren per week, maar mijn ongelofelijk sympathieke, meedenkende en mij volledig begrijpende controledokter van het ziekenfonds -die er ondertussen trouwens ook voor zorgde dat ik vanwege de ernst van mijn nekproblematiek arbeidsongeschikt verklaard ben tot aan mijn pensioen- stond het me éénmalig toe, dus uitsluitend voor dit contract van 2 maanden, zodat ik –en ik citeer haar- ‘aan den lijve kan ondervinden dat mijn lichaam dat niet meer aan kan’. En ik moet nu reeds toegeven dat ze, jammer genoeg, groot gelijk heeft...
t Is te zeggen. Mits alles ont-zet-tend rustig te doen, mij in absoluut niets te laten opjagen, na m’n uren en in ’t weekend eigenlijk niet veel meer te doen dan te eten en te slapen, en af en toe één van die superpijnstillers te nemen, viel het me eerlijk gezegd nog redelijk mee. Niet dat de situatie ideaal is, zeker niet, maar zo zou ik dit tijdelijke contract tenminste met opgeheven hoofd –behoorlijk letterlijk, in mijn geval! hahaha- kunnen volbrengen, dacht ik, vol doorzettingsvermogen, goede moed en een ijzeren wil.
Sinds vanochtend echter denk ik daar wel even anders over…
Nondepitjes nondepitjes nondepitjes! Wat was dát, zeg! Ze kunnen er bij De Lijn uiteraard ook niet aan doen dat er iets cruciaals stuk gaat en daardoor alle metroverkeer onmogelijk wordt. Dus versta me niet verkeerd, ik ben niet boos of zo, hoor. ’t Vroeg alleen verschrikkelijk straffe heksentoeren om überhaupt nog érgens te geraken, laat staan op tijd…
Ik vertrek steeds zeer goed op tijd, eigenlijk meestal zelfs belachelijk veel te vroeg. Simpelweg om nooit te moeten stressen, want da’s ook wreed nefast voor mijn arme nekske. Maar vooral om het laatste stukje van de tramhalte tot aan m’n tijdelijke werkplek, een kleine kilometer te voet, in een bijzonder comfortabel tempo af te kunnen leggen, onderweg volop genietend van het zonnetje en de bloemetjes en al het andere moois dat er zoal te zien valt.
Na 10 minuutjes aan de tramhalte van tram 5, bij mij thuis in Deurne, voelde ik al dat er iets niet klopte. Geen trams in de tegenovergestelde richting, geen bussen ook, en aan alle haltes veel wachtenden, waarvan sommigen duidelijk reeds onrustig werden. Nog eens 10 minuten later verschijnt er een bus, eentje waar ik normaal gezien niets aan heb. De geweldig vriendelijke chauffeur stopte aan alle soorten haltes en informeerde alle reizigers over de fenomenale panne bij De Lijn en het daaruit volgende reuzegroot probleem, vooral met de trams. En, dat we wel met hem mee konden naar Merksem, waar er op de Bredabaan de keuze genoeg was qua tram- en buslijnen, lijnen waarmee we vermoedelijk toch nog in de stad te geraken. De omvang en gevolgen van de situatie nog niet helemaal overziend, vond ik dat een uitstekend voorstel en stapte, er nog helemaal gerust in en met het idee ‘komt helemaal goed’, mee de bus op.
Maar… Met een bus meerijden, da’s al een hele tijd een pijnlijk gegeven voor mij, en al was het maar een kort ritje, ik heb het geweten!… Op de koop toe bleek, eenmaal in Merksem, dat het tramverkeer faliekant in de knoop zat. Absoluut álles moest z'n route volledig bovengronds rijden en sommige nummers reden gewoonweg niet. Chauffeurs gaven niet allemaal dezelfde uitleg en tussen de ongeruste pendelaars ontstonden de meest uiteenlopende versies van wat en hoe. Uiteindelijk meende ik te begrijpen dat het met tram 2 wel zou lukken om tot aan Harmonie te raken, en aldaar over te stappen op tram 7, vlotjes richting werkplek. Oef, en hoera!... Ja, dat dácht ik dus, eeuwige optimist als ik ben…
t Is dat ik lichtjes vreesde in tijdsnood te komen, anders was dit een ongelofelijk fantastische toeristische uitstap geweest! Echt. Geloof me. Werkelijk de héle stad heb ik gezien! We reden Merksem door richting Kinepolis. Vandaar over de Noorderlaan, langs en even zelfs dóór Park Spoor Noord (wauw, wat zijn ze daar nog allemaal aan het bouwen, zeg!), over het Eilandje, met in de verte het Havenhuis (fel als een diamant schitterend in de eerste zonnestralen) en bijna rakelings voorbij het MAS (machtig schoon, zo met het blinkende water er voor en de kleurrijke zonsopgang er achter) om dan met een grote bocht ter hoogte van het Schipperskwartier terug de stad in te duiken. De verrassingsreis ging verder langs de Minderbroedersrui en de Katelijnevest, over Meirbrug, om dan langs het Maagdenhuis en de Sint-Elisabethkliniek (ik dacht nog efkes af te stappen… hihihi) en voorbij het standbeeld van onze Leopold richting Nationale Bank te rijden. Van daaruit ging de rondrit rechttoe rechtaan richting Harmonie en dus eindelijk weer een beetje in de juiste richting. De overstap naar tram 7 nam nog een extra 10 minuutjes wachttijd in beslag, maar toen zat ik ten lange leste toch weer op het juiste spoor. Letterlijk.
Reeds dik anderhalf uur onderweg en met nog een laatste 7 minuutjes op de klok sprintte ik, zo snel m’n krakkemikkige lichaam dat nog enigszins toeliet, door de straten van Berchem, die laatste kleine kilometer tot aan m’n werkplek in recordtijd afleggend, om totaal gebroken, happend naar adem en met nog net geen pijnlijke grimas op m'n gezicht exact 1 minuutje te laat te arriveren. Wat me gelukkig prompt door m’n ook juist binnenkomende verantwoordelijke vergeven werd. Ze had namelijk op de radio al gehoord wat een soep het weer was met dat tramnetwerk, en verbaasde zich er zelfs over dat ik er überhaupt geraakte, laat staan nog zo mooi op tijd ook…
Toevallig was het vandaag uitzonderlijk rustig in de receptie en kon mijn lichaam een ietsiepietsie terug op z'n plooi komen. De reis naar huis liet jammer genoeg opnieuw z'n sporen na. En hoe! Met het nog steeds niet verholpen euvel bij het tramnetwerk werd het ondanks-alles-toch-de-bus-moeten-nemen jammer genoeg onvermijdelijk, en -komt dá tegen- de dichtstbijzijnde haltes werden 'niet bediend wegens werken'!... Er zat dus niets anders op dan te genieten van het 2 kilometer lange wandelingetje in de zon om tot bij m'n bus huiswaarts te geraken. Die liet goddank niet op zich wachten en ik kwam zelfs nog sneller thuis -alweer een recordtijd!- dan gewoonlijk. Maar ondanks de ongelofelijk voorzichtige en zeer bekwame chauffeur waren die ontelbare verkeersdrempels, de vele putten in de weg en al die korte bochten door de smalle straten één voor één een grimmige aanslag op mijn zo fragiele nekwervels... 
En nu, nu heb ik pijn. Veel. Pijn die eigenlijk te vermijden had kunnen zijn. Tja, die mankementen aan het tramnetwerk in combinatie met de mankementen aan mijn nek, da's niet voor de poes, hé. ’t Is dus weer wreed geduldig wachten op de verdovende werking van m’n pijnstillers, en verder niets dan platte rust. (Al maar goed dus, dat ik tegenwoordig ook al languit op m'n rug blogjes kan liggen schrijven, hé…) Maar, 't moet gezegd, zo ondervind ik inderdaad aan den lijve dat m’n controlegeneesheer –gek woord eigenlijk, voor een dame- de ernst van mijn mankementen vermoedelijk zoveel beter dan ikzelf inschat. Dít kan ik dus duidelijk écht niet meer. En misschien is het daarom wel goed dat ik het nog eens in 't groot en 't breed meemaakte…
Bij deze dus mijn hartelijke dank aan De Lijn. Het was werkelijk een sublieme, wondermooie en verrassende rondrit vanochtend. Eigenlijk echt meer dan de moeite waard om nog eens over te doen. Maar dan liefst niet meer met mij, of toch zeker niet meer met mij als werknemer. Want die wijze les is me vandaag door jullie ongeweten ook nog eens stevig ingepeperd… ;-)





maandag 8 juli 2019

En wij zagen dat het goed was.

Ze zijn getrouwd! En wij, wij waren er bij en zagen dat het goed was! 
Afgelopen zaterdag trad mijn meest favoriete organist/begeleider en vriend Peter Maus in het huwelijk met zijn geliefde en fantastische Dolores. Ja, ik weet het, ‘in het huwelijk treden’ klink geweldig chique, maar dat wás het ook! Niet zomaar iedereen kan en mag z’n ja-woord geven in het fenomenale kader van de Kathedraal van Antwerpen, hé.
Onze verwachting stond dus enigszins gespannen, toen wij –ons moe, m’n beste vriend Roger en ik- ruimschoots op tijd een zo ideaal mogelijk plaatsje in die heerlijke gezegende ruimte uitzochten: twee rijen achter de voor de familie gereserveerde stoelen, en ik mocht naast het grote middenpad zitten, met absoluut zicht op álles. Veel beter kon het écht niet, denk ik. Net op tijd ook, want al snel liep de hele kathedraal, en dus ook elke rij stoelen achter ons, vollédig vol. Nu was het wachten op de komst van de suite. Lang kon het niet meer duren, want op de Groenplaats hadden we nog net het antieke trammetje met de volledige bruidsentourage zien toekomen en nu liep Jef (ja, inderdaad, die uit het vorige verhaal), ceremoniemeester van dienst, als een ware Speedy Gonzales, geweldig lichtvoetig en met stevig tempo, een laatste maal te checken of alles w
at hij zich nog kon bedenken tot in het kleinste detail in orde was voor de komst van de bruid. Het sierlijke roodfluwelen koord dat de eveneens sierlijke roodfluwelen bruiloftsstoelen en knielbankjes voor toeristen vrijwaarde werd weggenomen, gereserveerde plaatsen nog een laatste maal geteld, misboekjes uitgedeeld, laatste instructies en afspraken doorgenomen met voorgangers en muzikanten. Het 100 zangers sterk Chorale Caecilia koor en de koristen van Keizersberg warmde de stemmen op en de 3 organisten hun vingers en voeten. Nu mochten ze komen, iedereen was klaar om het bruidspaar feestelijk te ontvangen.
De grote poort achteraan de kathedraal zwaaide open en een stoet van familieleden zette zich langzaam in beweging, netjes gedirigeerd door de ceremoniemeester, richting gereserveerde plaatsen vooraan. Even later mocht de bruidegom, begeleid door zijn moeder en met een schattig bruidsjongetje dat nog maar nét kon stappen tussen hun beiden in, in een bijzonder rustig tempo dezelfde wandeling maken. Peter zag er afgeborsteld netjes uit, in z’n op maat gemaakte bordeau-kleurige pak. Ongelofelijk lang en verbluffend slank, vond ik tot m'n eigen verwondering. Maar ‘k merkte meteen ook dat hij letterlijk stijf stond van de zenuwen...
Nu keken we allemaal reikhalzend uit naar de bruid. Ik zag ceremoniemeester Jef daar in de verte, helemaal achteraan, nog even met grootse gebaren een sleep en sluier goed leggen -iets wat hij trouw de hele plechtigheid lang bij elke beweging van de bruid zou blijven doen, samen met het eindeloos heen en weer verzetten van die 2 fluwelen ceremoniestoelen-, en, daar kwam ze! 't Is te zeggen, het duurde wel even voor ik haar ook daadwerkelijk kon zién, want een heleboel dames uit de rijen achter me stonden plots midden in het gangpad druk plaatjes te schieten van de breed lachende bruid, stralend aan de arm van haar vader. Maar, ze wás dan ook een plaatje, hoor. Dolores droeg een fraaie prinsessenjurk, helemaal passend in die enorme kerkelijke ruimte. De grote satijnen rok in een lichte crèmekleur met een roze tint waaierde uit in een lange sleep. Het mouwloze kanten lijfje met boothals werd afgeboord door een opstaand satijnen randje dat op de rug in leuke punt een verrassende v-uitsnijding vormde, met daarop een alleraardigst strikje, als was het een speels knipoogje. Persoonlijk, bloemenfreak als ik ben, miste ik in de kathedraal wat fleurige en geurige bruiloftsflora, en stelde het bruidsboeketje me wat teleur. Ik vond het een beetje te eenvoudig, wat klein uitgevallen, zeker bij zulk een fraaie jurk. Alsof iemand op het laatste moment nog snel even wat voor handen zijnde bloemetjes in een ruikertje gebonden had. Bloemetjes uit de tuin van iemand of zo. Goh, wie weet wás dat wel zo, en had het boeketje daardoor een heel speciale emotionele waarde. Dat kan natuurlijk. In dat geval heb ik absoluut niks gezegd, hoor. En eigenlijk moet ik er mij sowieso niet mee bemoeien, hé... Alleszins, de kleuren van de gebruikte bloemen pasten uitstekend bij het kostuum van de bruidegom, en dat vond ik dan wel weer heel erg mooi.
De plechtigheid en de huwelijksinzegening verliepen verrassend klassiek, en niets was langdradig, alles even vlot en eenvoudig. Als huwelijksgeloften weerklonken bijzonder traditionele beloften en dat had iets tijdloos, voor mij dan toch. Beloften over liefhebben en waarderen, elke dag van je leven, ook als het minder goed gaat, en over kindjes en het gelukkige gezin. De opvallende hoeveelheid aanwezige baby’s en kleutertjes, die met regelmaat stevig van zich lieten horen, en zo af en toe even iets met luide stem onderbraken of zelfs overschreeuwden, wierpen dus alvast een grappige blik op de toekomst. En volgens mij toverde dat op zowat elke aanwezig gezicht een terechte glimlach.
Wat me zeker en vast voor altijd zal bijblijven is de muziek. Wauw, wat een ongelofelijk prachtige dingen mochten we beluisteren! De Chorale zong, onder de begeesterende leiding van Paul Dinneweth, duidelijk met hart en ziel, prachtige werken van Rutter en Mendelsohn. Onwaarschijnlijk zálig, die kracht van 100 stemmen, die kleurschakeringen van de meerstemmigheid, het enthousiasme en de inbreng van elk individu... Heerlijk! ‘k Was super blij dat ik tijdens de receptie achteraf de kans kreeg om mijn enthousiasme hierover persoonlijk aan de dirigent mee te kunnen delen. De koristen van Keizersberg namen de misdelen voor hun rekening, en ik genoot met volle teugen van hun Gregoriaanse gezangen. Zooooo mooi, die mannenstemmen in perfecte harmonie. En al deze stemmen werden, waar nodig, begeleid door wel 3 verschillende organisten, Peter Van de Velde, Peter Jeurissen en Gert Amelinck. Zij brachten, afwisselend één van de beide fenomenale orgels van de kathedraal bespelend, ook op virtuoze manier een aantal schitterende instrumentale werken, een orgelconcert waardig. Ja, die muziek, wauw, super. Echt fantastisch! Geweldig gekozen én schitterend uitgevoerd. 
Reeds tijdens de plechtigheid bleven toeristen van over de hele wereld, die de beroemde kathedraal bezochten, staan om het gebeuren even te volgen. Ze applaudisseerden zelfs geestdriftig mee na de huwelijksinzegening. En dat was bij het verlaten van het gebouw niet anders. Het bruidspaar bleef, onder grote belangstelling van de passanten, net buiten de grote poort staan voor een kleine fotosessie met familie, koorleden en muzikanten, en om alvast wat felicitaties in ontvangst te nemen, en natuurlijk ook bloemetjes -in ruil voor een snoepje- van de aanwezige kindjes. Bij de wandeling in stoet, met het bruidspaar voorop, door de Hoogstraat, richting Parochiehuis voor de receptie, weerklonk er opnieuw langs alle kanten applaus, hoera-geroep en menig wens boordevol geluk. Dat was een erg leuke extra om mee te maken, vond ik.
Ondanks het gesukkel met die vreselijk hobbelige kasseien, vervaarlijk kwikkelkwakkelend op m’n hoge hakken –ik niet alleen trouwens- raakten we uiteindelijk toch heelhuids en zonder valpartijen tot in de gezellige en zalig frisse receptieruimte, waar de zeer verzorgde hapjes en drankjes al op ons stonden te wachten. Roger en ons moe deden zich te goed aan de fijne vleeswaren en ik genoot van de rauwkost. Met een lekker glaasje bubbels erbij, uiteraard. Nadat het bruidspaar uitgebreid de tijd genomen had om iedereen te begroeten en welkom te heten, konden ook zij eindelijk ontspannen en genieten. Ceremoniemeester Jef, wiens taak bij deze ook klaar was, vervoegde moe maar zeer tevreden ons gezelschap. Een beetje babbelen, veel mooie, blije en vriendelijk mensen om te bekijken en contact mee te maken, een hapje, een drankje… Perfecte receptie!
Heel erg lang zijn we niet gebleven. Ons moe verlangde reeds terug naar vertrouwde stekje en Jef zou haar, lekker comfortabel, met de auto brengen. Eerst namen we uiteraard nog uitgebreid afscheid van het bruidspaar. De vrolijke, mooie bruid -Dolores, super toffe madam- blij met onze aanwezigheid, knuffelde ons allemaal even stevig. Bruidegom Peter, die zich eindelijk leek te ontspannen, wees ons, met een dikke knipoog naar een 'onder-ons-grapje', nog eens expliciet op z’n nieuwe én netjes gepoetste schoenen, en showde op vraag van de dames nog even uitgebreid z'n fraaie maatpak met strikje. En vervolgens bracht hij me efkes totaal van mijnen apropos door, zonder veel overgang, al vol enthousiasme over de in het verschiet liggende concertmissen samen met mij te beginnen...
Wetende dat mijn moeder in goeie handen was, en veilig en wel thuis zou raken, kuierden Roger en ik op ons duizend gemakjes -niet dat het anders kon, met die nog steeds vervloekte kasseien-hoge-hakken-combinatie...- langs de aanlokkelijke winkeltjes van de Hoogstraat, om tot slot gezellig, genietend op een terras de gebeurtenissen van deze dag, en alle bijhorende emoties, nog even uitgebreid te overlopen.
Ja, ze zijn dus getrouwd. En wij, wij waren er bij en zagen dat het goed was! 💗









vrijdag 5 juli 2019

Een halssnoer met een verhaal.

Er was eens een man die een leuke vriendin had. Ik bedoel niet als vriendin-vriendin, als partner, nee, daarvoor hield hij veel te veel van mooie mannen. Met 'vriendin' bedoel ik gewoon iemand om lief en leed mee te delen, om mee te lachen en te huilen, iemand die er altijd voor je is en op wie je steeds kan rekenen, dat soort vriendin dus. Er zaten hier en daar wel wat periodes in hun leven waarin ze elkaar voor korte of langere tijd uit het oog verloren, maar eigenlijk hadden ze elkaar voor zover ze zich konden herinneren altijd al gekend. Ze groeiden op in aanpalende straten en zij was, als kind reeds, zowat de enige geweest die hem zonder vooroordelen of scrupules als volwaardige mens en vriend behandelde en aanvaarde. Vooral in de donkerste dagen van zijn leven had ze steeds onvoorwaardelijk en zonder oordeel voor hem klaar gestaan. Aan wie het horen wilde, vertelde hij wel eens dat ze een paar keer 'zijn leven gered had', iets wat zij steeds een beetje lacherig van de tafel veegde met 'da's toch maar normaal, daar zijn we toch vrienden voor'.
Het deed hem telkens weer ontzettend veel deugd om haar intens en met een bijna kinderlijk geluk te zien genieten als hij haar een keertje trakteerde op een fijn dagje aan zee, een mooi concert, lekker uit eten, of simpelweg een terrasje ergens in het zonnetje. 'Diva' noemde hij haar steevast met een brede glimlach. Niet alleen vanwege haar artistieke prestaties op allerlei podia en in menig kerkgebouw, maar vooral omdat hij vond dat ze ook puur als mens in alle opzichten absoluut groots was, een echt diva dus, vanbinnen en vanbuiten.
Glimlachend mijmerend over hun vriendschap kuierde de man langsheen de pittoreske kasseienstraatjes afgezoomd door de typische witgekalkte huisjes met felblauwe accenten van het eiland Myconos. Als het even kon, boekte hij graag een cruise voor zichzelf om in een rustig tempo en comfortabele omstandigheden steeds weer een nieuw stukje wereldschoonheid te ontdekken, en deze keer genoot hij met volle teugen van een vakantievaart langs een aantal Griekse eilanden.
Vanop de her en der verspreide terrasjes weerklonk het gezellige geroezemoes van de immer talrijk aanwezige toeristen. Overal om hem heen prezen charmante souvenirwinkeltjes hun uitgebreid assortiment kleurrijke prullaria aan. Helemaal opgaand in een heerlijk vakantiegevoel flaneerde ons heerschap lukraak verder door de steegjes van dit prachtige stadje. Voorbij wandelend aan een kleine juwelierszaak viel z'n oog ongewild op een bijzonder halssnoer in de etalage, alsof het speciaal om zíjn aandacht vroeg. Het juweel deed hem onmiddellijk aan z'n speciale vriendin denken. Niet dat hij op zoek naar iets voor haar was of zo -gewoonlijk bracht hij trouwens zelden of nooit voor iemand een geschenkje mee vanop één van z'n reizen- maar dit, dit zou haar werkelijk práchtig staan! "Volledig handgemaakt", vertelden de vriendelijk dames van het boetiekje, "met kralen in keramiek!" En, wat het voor een manspersoon uiteráárd meteen een stúk ingewikkelder maakt: verkrijgbaar in 2 totaal verschillende kleurencombinaties!... De kralen van de ketting uit het uitstalraam bestonden uit tinten grijs met rode en blauwe schakeringen, en de dames toonden hem maar wat graag een gelijkaardig exemplaar met een geel-oranje-oker-groen kleurenpalet. Potverdorie, dat maakte de keuze even helemaal onmogelijk. Meneer bedankte de beide dames hartelijk en besloot er even diep over na te denken. Welke kleuren zouden het mooiste zijn voor z'n maatje?... Terug in z'n kajuit, turend over het glinsterende water en de schitterende omgeving, trachtte hij zich de outfits van z'n diva voor de geest te halen. Ze was altijd om door een ringetje te halen, maar welke kleuren ze dan precies droeg, daar had hij eerlijk gezegd nooit zo op gelet... Blauw! Ja, hij had een sterk vermoeden dat hij haar al eens blauw zag dragen. En roze! Absoluut zonder enige twijfel. En ja, rood ook wel, dacht hij. Zwart? Dat moest welhaast, dat kon niet anders. Net zoals wit! Maar grijs bijvoorbeeld? Dat wist hij eigenlijk niet. Oker en aardetinten had hij precies ook nooit gezien. Of vergiste hij zich?... En hoe zat het met geel? En had ze nu laatst niet eens een keertje iets groens aan!?… Pffft. Een punthoofd kreeg hij ervan, ja. Lastig, hoor, zo een beslissing, buiten je comfortzone...
Die avond besloot onze reiziger even op te houden met z'n hoofd te pijnigen en ter ontspanning een stapje in de wereld te zetten. Hij zou z’n benen eens een keertje los gaan gooien op de dansvloer van een plaatselijke discotheek. Maar, dat sloeg hem lelijk tegen. De fenomenale decibels van de dreunende muziek deden bijna onmiddellijk serieus pijn aan z’n oren en tussen die dansende massa flitsend strakke jonge lijven voelde hij zich opeens volstrekt niet meer op z’n plaats. Jammer... Och, de rustgevende sfeer van het eiland en de bijzonder aangename zuiderse temperatuur nodigden uit tot nog een laat slentertoertje onder een hemelse sterrenpracht. Al wees de klok reeds 1u in de ochtend aan, de terrasjes zaten nog gezellig vol en zelfs in een groot deel van de winkeltjes was je op dit nachtelijke uur nog welkom. En kijk, alsof het zo moest zijn, ook bij het juwelierszaakje met dat fraaie halssnoer in de vitrine brandde nog licht. Het leek wel een teken! Nu moest het gebeuren, gewoonweg boem pats de knoop door hakken en klaar. De man stapte zelfverzekerd de winkel binnen en koos resoluut voor de grijs-blauw-rood-combinatie, die uit de etalage, die hij meteen helemaal te gek gevonden had toe z'n oog er op viel. Maar dat was buiten de verkoopsters gerekend. Ze hadden in exact deze kleuren namelijk ook nog twee verschillende maten van kralen! In de hoop geen nieuw denkproces te moeten starten, vroeg de man hen om raad. Zijn vriendin, een écht diva, was -hoe zeg je dat netjes- nogal aan de 'stevige kant', vertelde hij. ('Goed voorzien van oren en poten' verstaan ze vermoedelijk niet in Griekenland, hé.) De beide behulpzame dames besloten dat hij bij een 'mevrouw met wat meer gewicht' best voor de grotere kralen opteerde, wat hij ook prompt deed. "Oké! Pak maar in!", zei hij super tevreden en opgelucht. Maar de verkoopsters hadden blijkbaar het woord 'diva' nogal goed horen vallen en moesten daar toch echt nog eerst het fijne van weten. Was die mevrouw die hun halssnoer zou gaan dragen één of andere vedette misschien? Iemand die gekend was of beroemd zelfs? Een artieste of zo? Fier als een gieter vertelde de man in geuren en kleuren over z'n talentrijke vriendin, de 'echte óperazangeres'. De beide dames waren zwaar onder de indruk en vroegen zich luidop af of die bijzondere diva dan misschien ook hun mooie halssnoer bij concerten en zo zou gaan dragen... Het enthousiaste bevestigende antwoord van hun klant maakte hen buitengewoon gelukkig. Zo geweldig verrukt zelfs, dat ze hem bij het halssnoer pardoes ook de bijpassende armband inpakten. Gratis. Voor de diva. Met hoogachting. En voor de vriendschap. Met warme genegenheid.
Afgelopen Pinsterzondag, aan het eind van de misviering die ik als zangeres mocht opluisteren, kreeg ik, in de wandelgang richting welverdiende kop koffie, zonder veel omhaal of uitleg, een beetje in de rapte en bijna ongezien, van goeie vriend Jef een vermoedelijk in z'n koffer ietwat verfromfraaid geraakt wit pakje met blauwe letters toegestopt. In het bijzijn van ons moe, enkele andere bijzondere vrienden en een handvol fans –allemaal minstens even nieuwsgierig als ik zelf- opende ik, sowieso al ontzettend blij verrast, voorzichtig de papieren verpakking. Wauw, wat mooi! Alle aanwezigen waren het er roerend over eens: dit speciale halssnoer met bijpassende armband stond me ge-wél-dig! En die kleuren? Alsof ik ze zelf uitkoos, zo passend!
Beste Jef, dit is echt een schitterend cadeau. Ik ben er helemaal weg van! Het zal zeker en vast te pas en te onpas verschillende van mijn outfits vervolledigen. En dat er op de koop toe -met uiteraard ook bijzonder veel dank aan die lieve en meer dan behulpzame Griekse dames van het juwelierswinkeltje- nog zo een plezierig verhaal aan vast hangt, maakt het alleen nóg maar mooier. 💗


zondag 23 juni 2019

Een 'blond' momentje...

Als het ene tapijt volledig bedekt is met draadjes in alle kleuren van de regenboog -gevolg van die vele zalige uurtjes prutsen aan m'n naaimachine, de afgelopen week- en het andere zo ongeveer verdwenen is onder een halve Poekie -mijn bijna witte kater, die met overdonderend enthousiasme blijkbaar van plan is het hele huis te decoreren met een gigantische hoeveelheid donzige wintervacht-, dan is het, vreselijk zweetweer of niet, vermoedelijk dringend tijd om weer eens een keer stevig te stofzuigeren.
De poezen Poekie en Pompon zijn als de dood voor dat onding en zouden, in paniek het huis rond vlammend, zichzelf een ongeluk aan doen. Daarom heb ik een ritueel ontwikkeld, een soort volgorde eigenlijk. Onder mijn bed is hun 'geheime' schuilplaats voor zo ongeveer álles waar ze eventueel bang voor zouden kunnen zijn. 't Zijn geen helden, die twee van mij, echte broekschijters als je 't mij vraagt, en de Pompon met stevige voorsprong, amai. Daarom begin ik steevast m'n stofzuigtoerke in de slaapkamer. Zo hoeven ze maar één kamer lang naar die o zo 'onveilige' andere kamers van het huis te vluchten, om daarna in alle peis en vree dicht bij elkaar in hun vertrouwde schuilholletje 'die verschrikkelijke horroraanval van dat afschuwelijke grommende en brommende zuigmonster' trotseren.

Verwend als ze zijn, hebben die twee wollebollen van mij absoluut in élk hoekje van elke kamer, vaak op de meest onmogelijke plekjes, wel wat speelgoed liggen. En al ruim ik het meeste gewoonlijk eerst even op, er blijft altijd nog wel, ergens op een niet direct in het oog schietend plekje, iets stiekem achter. Daardoor hoor ik bij het stofzuigen met regelmaat een droge 'pflop', als er zich voor de zoveelste keer weer eens een rubberen bal of een speelgoedmuis is de slang vast zoog. En vandaag was dat niet anders.
De karpetjes en de vloer van de slaapkamer hadden hun stof en god-mag-weten-wat-voor-rotzooi al afgegeven, en ik deed een toertje langs de plinten en onder de kasten met alleen de stofzuigerslang. 'Pflop' weerklonk het, een onmiskenbaar signaal dat we weer maar eens een verborgen of vergeten schat opgezogen hadden. Bon, ik zag niet direct ergens iets vast zitten, dus haalde ik de grote glazen knikker. Deze zware bol ligt steeds direct bij de hand klaar, uitsluitend voor dit klusje: geholpen door de zwaartekracht, en eventueel wat pittig schudwerk van mijn kant, het vastzittende voorwerp weer in beweging en uit de slang krijgen. Er zat niets klem. De knikker stuiterde er, ondanks de ribbels, aan hoog tempo vlotjes doorheen. In het doorzichtige opvangsysteem van de stofzuiger zag ik ook niet direct iets, dus demonteerde ik de slang om daar in het gat te kunnen zoeken. Ook niks. Dan toch maar even die vuilnisopvangbak leeg maken, wie weet wierp dat wel licht op de zaak. En jawel: onderaan de container, in de slakkenkrul van het systeem, zat een pluizige dikke witte namaakmuis vast. Trekken aan z'n staart hielp niet. Duwen tegen z'n neus maakte ook geen verschil. Het ding zat muurvast. Doch heb geen vrees! Onze Kristina -goed voorzien van een zeer uitgebreide collectie werkgerief-, die zou het wel oplossen. Efkes een gepast piepklein kruiskopschroevendraaierke (wauw, wat een woord) vinden, bodemke van dat doorzichtige opvangspul er voorzichtig uit schroeven, vooral die miniatuurvijsjes niet kwijtspelen, muis uit z'n benarde situatie redden en voorlopig efkes ergens veilig opbergen, bodemke terug vast vijzen en, voilà: klaar is keer, ik kon weer verder stof zuigen! Oef.
Terwijl het zweet langst m'n rug naar beneden liep en van m'n gezicht af droop, werkt ik ijverig verder. Poezenmanden, krabpaal, tussen de verwarming,... Alles moest er aan geloven. Het viel me op dat er merkwaardig veel stofvlokken rond vlogen. Vaak blaast de 'uitlaat' van de stofzuiger die van onder de kast -soms zet ik hem daarvoor opzettelijk ook in die richting neer-, maar hoe vaak ik die dustbunnies ook mee nam met de zuigmond van de stofzuiger, ze bléven maar ik het rond wervelen. En zó ontzettend vuil was m'n huis nu precies ook weer niet, vond ik... Vreemd. Vastberaden noest verder zwoegend viel het me ook op dat, ondanks het heel erg normaal klinken van de stofzuiger, z'n zuigkracht precies niet meer zo geweldig was... Oei, ik had met het openen van die container toch niks verprutst, zeker?! Maar nee, dat kon het écht niet zijn, zo invasief was mijn geklus nu ook weer niet. Misschien zat er ongemerkt wel weer ergens iets vast. Teveel poezenhaar of zo... Ik draaide mij naar de stofzuiger, tikte met m'n voet op de grote ronde knop bovenop waardoor hij stilviel en... schoot terstond in een klaterende schaterlach! Blijkbaar had ik de helft van de slaapkamer 'schoon' gezogen met een stofzuigerslang die niét aan de stofzuiger vastgekoppeld zat!... Niet moeilijk dat de zuigkracht op niks trok! En die eindeloos rond dwarrelende stofvlokken, dat was er dus maar één geweest, opnieuw en opnieuw! Hahaha 😄
Jaaahaa, ook ik heb dus wel eens een 'blond' momentje...
En voor wie het zich nog afvroeg: de rest van de stofzuigsessie is zonder andere accidentjes of beproevingen verlopen. Al moest ik wel meteen daarna ook alle vloeren nog dweilen, vanwege mijn overvloedig druipsporen achterlatend zweten. De poezen hebben het ook weer overleefd en zitten ondertussen al terug volledig op hun gemak voor het open venster van het frisse briesje te genieten. Nu nog juist het stof van mijn hersens afspoelen -en misschien best ook dat plaklaagje op m'n vel- en alles hier is weer helemaal spic en span! 😊

P.S. Moest u nu ook denken aan dat filmpje, dat al jaren de ronde doet op sociale media, met die vrouw die ook schoon maakt met, goed geweten, een afgekoppelde slang?...
Bekijk het nog eens via deze link!

donderdag 20 juni 2019

Het pakje dat op rondreis ging.

Misschien wist je het al, misschien niet, die 3 verschillende mooie hardcover boeken met daarin telkens 50 van mijn blogjes -nummer 4 te verkrijgen tegen Kerstmis!-, die maak ik volledig eigenhandig. Allé ja, 't is te zeggen... Uiteraard schrijf ik eerst al die verhaaltjes zelf, da's nogal wiedes. Maar om die daarna in boekvorm te krijgen, is er toch wel behoorlijk wat extra werk en tijd nodig. Je kiest een formaat en begint in een Word document op de computer, met het lettertype van je keuze, in de layout die je wenst, al die duizenden woorden en de bijhorende 50 plaatjes pagina voor pagina te schikken. Om het geheel aangenaam ogend en vlot lezend te krijgen, corrigeer je meteen mogelijk achtergebleven schrijffouten, worstel je onophoudelijk met paginanummering en schuif je verwoed opnieuw en opnieuw met alinea's en afbeeldingen. Geloof me, af en toe wordt daarbij stevig gevloekt en met momenten serieus gewanhoopt. Maar uiteindelijk heb je dan, na enkele maanden zwoegen, een document dat men het 'binnenwerk' van het boek noemt.
Ondertussen, zo na 3 boeken, ben ik volledig mee qua afmetingen, indeling van vlakken en pixelgrootte wat de kaft betreft. Maar die allereerste keer... Nondepitjes, amai mijne frak! Bon, na een hoop gemillimeter, geschuif, gepruts, geknip en geplak in Gimp (mijne 'Photoshop') is dan ten langen leste het 'buitenwerk, de kaft van het boek, dus ook klaar. 
Vervolgens komt de online drukkerij in Nederland, waar ik ongelofelijk tevreden van ben, waarmee de samenwerking steeds buitengewoon vlot en uitermate vriendelijk verloopt en die ik dus iedereen met bijzonder veel plezier kan aanbevelen, in beeld. Vergezeld van mijn wensen wat betreft de afwerkingsdetails van het boek (soort kaft, welk papier, hoe ingebonden, kleur van schutbladen, leeslint ja of nee, enz...) stuur ik hen per mail zowel het binnen- als het buitenwerk. Behalve een eventuele bestandscontrole, als je dat wenst en waar je extra voor betaalt, komen de mensen van de drukkerij absoluut nergens in tussen: wat jij levert, wordt gedrukt. Punt. En, na betaling van de factuur, bezorgt de post je enkele weken later het door jou bestelde aantal boeken in een pakket met minstens 3 dikke lagen karton en inpakpapier ter bescherming van de inhoud. Super systeem, buitengewoon tevreden van!
Omdat ik er ondertussen compleet de pak van weg heb, en me, eerlijk gezegd, gewéldig amuseer met die vele uren computergefrutsel en -gefrul, leen ik m'n 'kunnen' af en toe uit en fabriceerde ik al wel eens een boek voor iemand anders. Eén van die extra projectjes was het boek met de schrijfsels van Marie-José. Haar eerste bestelling bevatte slechts een handvol exemplaren, daar die boekjes hoofdzakelijk naar geïnteresseerde vrienden en kennissen zouden gaan. Maar dat bleken er uiteindelijk toch meer dan verwacht, en M.J. vroeg me nog 5 stuks bij te laten maken. Order geplaatst en een 2 weken later stond de postbode voor m'n deur met een pakje. Hoera, daar waren de boeken!
Maar,... ik vond het pakje een beetje verdacht. Het leek me érg plat en veel te egaal om een oneven aantal boeken te bevatten. Heel voorzichtig en secuur sneed ik met m'n mesje de plakband van de verschillende lagen van het verpakkingsmateriaal aan één zijkant door, hopend daardoor de inhoud, mogelijk mits enig schud- en friemelwerk, zonder volledig uitpakken toch te stekken te krijgen. En dat lukte wonderwel! En zoals ik al vreesde: in de binnenste, volledig dicht gekleefde, professionele verzendomslag, slechts te openen met een treklint, zaten geen 5 boeken. Het waren er 4. En, op de koop toe, niet de story's van Marie-José, doch het Engelstalig levensverhaal, blijkbaar ter gelegenheid van haar 60ste verjaardag, van een mij totaal onbekende dame. Michelle van de drukkerij schrok zich aan de andere kant van de telefoon het spreekwoordelijke hoedje en verontschuldigde zich alsof het de grootste ramp aller tijde in de geschiedenis van het boek betrof. Haar geruststellend met 'dat de boekjes van M.J. niet echt haast hadden', 'wij geen moeilijke mensen zijn' en 'ik het eigenlijk wel grappig vond' zochten we samen een oplossing. Mijn voorstel het nog bijna helemaal in tact zijnde pakket meteen van hieruit naar de eigenlijke bestemmeling door te sturen -op kosten van de drukkerij uiteraard- werd door Michelle maar al te graag en met een overdosis dank aangenomen. De 4 verjaardagsboekjes vertrokken dezelfde dag nog richting Wimbledon, Groot Brittannië, en klaar was kees. Simpel, toch?!

Maar waar was ons pakje dan gebleven? Michelle zocht, en Michelle vond. Blijkbaar had men bij het versturen van de 2 boekenpakketten eenvoudigweg de adresstickers verwisseld, en alzo belande Marie-José's bestelling over het grote water. En daar waren ze jammer genoeg niet zo welwillend... Het pakje moest opgehaald! Terwijl er regelmatig updates via mail tussen mij en Nederland heen en weer gingen, werden Engelse kennissen van de drukkerij ingeschakeld en de 5 M.J.-boekjes begonnen, van hand tot hand doorgegeven, een toerke door het Verenigd Koninkrijk, om tenslotte het laatste stuk van het tripje, de Noordzee over, per post te maken, richting mijn domicilie.
Uitgerekend op mijn infiltratie-ziekenhuis-dag belde de postbode met de aangetekende zending bij me aan, natúúrlijk, en daardoor duurde het nog een week extra voor ik het juiste pak eindelijk in handen had. Ik schrok van de abominabele verpakking: slechts één stuk karton, slordig toegeplakt, geen interne extra lagen. De boeken schoven binnenin vlot heen en weer, en de harde-kaft-hoekjes waren allemaal beschadigd door de open corners
 van het pakje. Volgens mij hebben we wreed chance gehad dat er onderweg niet een boek uit viel!...
Michelle bood nog aan om de hoekjes gratis te herstellen, maar Marie-José kon er zo wel mee leven. Een gebruikt boek loopt ook wel eens een krasje op, hé.
Met de allerlaatste etappe in de rondreis van M.J.'s boeken werd geen enkel risico meer genomen: ik zou ze in hoogst eigen persoon bij haar thuis afleveren! 
En met de belofte een lekker bakje koffie en een stukje heerlijke appeltaart maakt het niet uit op hoeveel trams je eindeloos moet wachten om er te geraken, hé... 
Het heeft exact 40 dagen geduurd, tussen de bestelling en mijn levering-aan-huis, maar met wat geduld, een dosis welwillendheid en een goed gevoel voor humor is het dan toch gelukt: het pakje heeft z'n rondreis beëindigd, de 5 boeken zijn veilig en wel op hun eindbestemming aangekomen. Hoera! En ik, ik had natuurlijk alweer stof voor een nieuw blogje, voor in boek nummer 5, ooit... 😉




vrijdag 14 juni 2019

Memorabel matrasmoment.

Als een super gelukkig kind op Sinterklaas-ochtend, zo ongeduldig en vol verwachting stond ik in de grote inkomhal te wachten. Hij kon nu echt élk moment om de hoek komen! Spannend... 'Uw pakket wordt vandaag tussen 13u en 15u geleverd', verkondigde de mail 's ochtends, en via een leuke link had ik de hele voormiddag lang de voortgang van het piepkleine vrachtwagentje op de kaart van Antwerpen online kunnen volgen. "De chauffeur is nu onderweg naar klant nummer 8. ...naar nummer 9. Enz..." telde het programma netjes af, en ik, ik bleek klant nummer 20 van die dag te zijn. Een kwartiertje op voorhand verscheen er een sms op mijn gsm met de boodschap: "Uw levering wordt verwacht rond 12u55." En even later zag ik de camionette op het scherm het laatste kruispunt op z'n weg hierheen oversteken, het sein voor mij om de honneurs te gaan waarnemen.
Eindelijk zou mijn -lang over tijd- nieuwe matras arriveren! Met een klein beetje tel- en rekenwerk bleek de oude ondertussen toch al om en bij de 20 jaar dienst te doen. En dat was er, zeker het laatste jaar, serieus aan te merken... Nu slaap ik inderdaad graag in een soort 'nest', goed omringt door kussens en ander fluffy spul, maar die enorme kuil in het midden van de matras, dát was toch net een beetje teveel van het goede. Om nog maar te zwijgen van de eventuele gevolgen voor mijn al zo krakkemikkige rug en nek van het nachtenlang in zo'n put liggen. Een tijdje had ik onder het motto 'roeien met de riemen die je hebt' het probleem nog enigszins kunnen verhelpen met een stevig opgevouwen dikke reserve-deken tussen de bedbodem en de matras, maar het bleef natuurlijk behelpen...
Ja, de afgelopen jaren sprokkelde ik, in een vlaag van vermetel riem-aan-snoeren, uit m'n povere maandbudget toch wel eens wat luttele centjes voor die hoognodige nieuwe slaapondergrond bij elkaar,... om dat zuinig gespaarde bedrag dan -uiteraard, wat had je gedacht- terstond te moeten gebruiken voor iets met een hogere 'dringendheidsfactor'.
Toen het ziekenfonds 2 maand geleden liet weten dat ik een paar honderd euro extra, als 'vakantiegeld', zou ontvangen, werd dat kapitaal in gedachten -joepie!- meteen volledig aan het 'betere slapen' besteed. Het zal wel zijn! Maar ook deze keer staken een paar stevige, niet eens onverwachte 
facturen daar een moedwillig stokje voor. Voor de zoveelste keer dat verhaaltje van 'weer niet gelukt' over de telefoon aan m'n moeder vertellend, kreeg ik de kordate reactie 'dat da gedoe met die matras lang genoeg geduurd had!' "Wa moet da spel koste?" vroeg ons moe, "da'k et sebiet ineens nog overschrijf oep aa rekening!" Als vanzelfsprekend deed ik al lang daarvoor uitgebreid onderzoek naar de voor mij ideale matras aan de eveneens ook voor mij ideale prijs. "175 euro, levering inbegrepen!" kon ik ogenblikkelijk doch met enig schromen antwoorden, en met een niet te weerleggen "geen gezever, geen gemaar, we regelen da wel" kwam het geld mijn richting uit en werd de bestelling geplaatst.
De hele voormiddag draaide de wasmachine vrolijk en tevreden brommend de ene na de andere roze lading lakens, fluwijnen en dekentjes. Absoluut álles moest schoon in de slaapkamer. De oude matras schoof ik in afwachting op z'n zijkant m'n bureau binnen, en reinigde vervolgens met stofzuiger en natte-spons-emmer-sopje-droog-doekje naarstig het hele bedframe en alle plankjes van de lattenbodem. En als ge dan toch bezig zijt, kunt ge wel meteen ook de vloer, de kasten, de spiegels, de gordijnen, de vensterbank, de planten, enzoverder enzovoort, allemaal geestdriftig een flinke opfrisbeurt geven, hé... 
Met enige spierkracht, handig gepruts met een paar meter touw en wat vindingrijke intelligentie raakte de oude matras, in afwachting van het containerpark, probleemloos m'n appartement uit en, hop, m'n kelder in. Voilà, klaar, de nieuwe aanwinst mocht komen!
Exáct om 12u55 stopte de bestelwagen voor het gebouw en droeg de bezorger de 22 kilo zware doos voorzichtig -de conciërge begroef net op dat moment bijzonder uitgebreid en met oog voor detail de grote trap volledig in het schuim- door de inkomhal tot juist voorbij mijn voordeur. Schitterende service! Wauw!
Behoedzaam sneed ik de meters karton met een mesje door, waarna ik de enorme strak in stevig plastiek gesnoerde matras-worst zonder veel moeite naar de slaapkamer kon slepen. Ongelofelijk toch, hoeveel matras er in zulk een relatief klein pakket zit, hé: van zodra je, nauwkeurig op de daarvoor aangegeven plaats, het plastieken worstenvel langzaam door knipt, komt het hele ding tot leven. Het ontplooit zich als vanzelf en zoekt met een zucht van verlichting -als deed iemand z'n te nauwe schoenen uit- z'n eigenlijke reusachtige afmetingen weer op. (Ik vraag me trouwens ondertussen écht af of er ooit al eens één niet tevreden klant in geslaagd is om, zoals de richtlijnen voor terugsturen altijd verlangen -ook in dit geval- zo een 'ontplooide' matras terug in z'n originele verpakking te krijgen... hihihi)
Nog voor de nieuwe matras weer helemaal zichzelf was en nog voor ik ze weer helemaal tot 'bed' aangekleed had, moest en zou ik ze al even uitproberen. Zo lang en zo breed als ik kon, strekte ik me uit. Heeeeeerlijk. En, ook een ietsiepietsie onverwacht hard. "O, wacht even", herinnerde ik mezelf, "hoe zit dat met die 7 zones? Hoe weet je of alles wel juist ligt?" Na serieus lang zoeken vond ik het minuscule labeltje, mee tussen de ritssluiting van de matrasovertrek gestikt, met daarop in het Duits 'Kopfteil', oftewel 'hoofdeinde' dus. En, u raadde het al, dat stuk lag natúúrlijk aan het voeteneind! Het in je ééntje in de lengte omflippen (voor platliggend ronddraaien is er niet genoeg plaats) van zoiets zwaar en lomp als een matras, da's zowel 'hilarisch geknoei' als 'lastig karwei'. "Als ze me nu bezig zagen..." dacht ik lachend. Bijna moest m'n geliefde roze-bloemetjes-luster er aan geloven en luid weerklonken, behalve de occasionele krachttermen, de stuntel- en klungelgiechels. Meer hoef ik er vermoedelijk niet over te vertellen, u kunt er zich vast en zeker wel iets bij voorstellen...
't Was de eerste nachten toch even wennen, hoor. Na het grootste deel van mijn volwassen slaap op matrassen met pocketveren te hebben rond gestuiterd, *boing boing boing*, is dit koudschuimen exemplaar nogal plots bijzonder bewegingloos, *pok* dus. Vroeger veerde ik *boing boing boing* met een minimum aan inspanning in en uit bed -ja, zelfs uit die diepe put-, en *boing boing boing* draaide en keerde ik als een soort gigantisch rubberen kaatsballeke van links naar rechts en terug tijdens m'n slaap. Absoluut elke beweging: *boing boing boing*. Nu is alles anders. Nu ga ik *pok* op de rand van het bed zitten en kruip ik *pok pok pok* op handen en voeten tot in het midden, om mijn redelijk zachte lijf *pflok* ietwat onzacht neer te ploffen. (Ja, u ziet het alweer voor u, ik snap het...) 's Nachts een andere houding aannemen: ook *pok*, en sleur en trek en kruip, *pok*, inspanning vereist. Deze matras lijkt erg hard en voelt met de hand of er op zittend in eerste instantie ook absoluut zo aan, maar eenmaal ik lig, geeft ze net voldoende mee op al de juiste plaatsen en blijkt alles merkwaardig goed ondersteund en precies zacht genoeg. Geweldig dus!
Ziezo, al heeft even geduurd, bij deze slaap ik weer als een reus van een roos (merci, schoon gedichtje van Paul van Ostaijen) in mijn grote roze nest. En, nog steeds overvloedig voorzien van zachte dikke kussens in frisse roze fluwijnen, roze naar rozen ruikende malse lakens, pluizige knuffeldekentjes met hoog aaibaarheidsgehalte in allemaal andere tinten roze, en het krakend als verse sneeuw luchtig opgeklopte dekbed, dankzij die fijne tussenkomst van mijn moeder hoeft heel deze behaaglijke comfortabele roze droomwereldwolk het niet langer te stellen zonder die betrouwbare ondersteuning van een nooit eerder zo stevige fundering! Hoera, en slaap lekker!... 💗 



zaterdag 8 juni 2019

Woeste wilde klote wind.

Het grote bed is warm en knus. Tussen de overvloed aan kussens voelt het veilig en geborgen. De dikke suède gordijnen houden moeiteloos de wereld buiten. De wekker wijst al 2 uur in de ochtend en alles aan mijn lichaam voelt zwaar en loom. Mijn ogen kan ik nog nauwelijks openhouden. En toch... Ondanks dit heerlijke zachte en roze oord blijkt tot rust komen en de slaap vinden een onmogelijke opgave. De genadeloos felle storm met z'n woeste wilde wind daarbuiten benauwd me mateloos. Verscholen onder het dekbed luister ik angstig naar alle vreemde en vaak verontrustende geluiden. M'n twee schattige viervoeters, ook lichtjes over hun toeren door al het brute geweld daarbuiten, verbergen zich mee onder de fleecejes en trachten zichzelf en elkaar te troosten met stevig geronk. Alles om ons heen piept en fluit nonstop. Overal rammelt en klettert het dat het een lieve lust is. En tussen het tegen de ramen en kasseien knallende rondvliegende puin en afval horen we -uiteraard- ook de vuilnisbakken weer 'vertrouwd gezellig' mee in het rond denderen. Het hele gebouw davert op z'n grondvesten en stampt als een schip dat heldhaftig de woeste golven van een intense storm op volle zee trotseert.
Al 5 maal verliet ik m'n behaaglijke beddengoedburcht om nerveus door alle kamers van het huis te lopen en van achter elke venster de genadeloze geseling van de planten op m'n terras hoofdschuddend en wanhopend gade te slaan. Nee, er is echt niks meer dat ik nog méér kan doen om m'n geliefde groen veilig te stellen. Ik kan nog 20 keer komen kijken, het helpt geen ene moer. Alles wat kon weg- of omwaaien is binnen gebracht, extra vastgebonden of op een beschutte plek geplaatst. Alles wat ik op de één of andere manier extra bescherming of ondersteuning kon geven, heeft dat ook gehad. Er rest mij niets anders dan gelaten het terras verder de foltering lijdzaam te laten ondergaan en zelf zo goed als mogelijk geduldig het einde van de storm af te wachten.
Terug tussen de warme lappen vroeg ik me af waar die vele vogeltjes, die mijn terras tot hun favoriete speelterrein en restaurant maakten, zich nu in 's hemelsnaam verschuilen. Zouden die ergens in een boom als koude, natte bolletjes veren in elkaar gedoken zitten bibberen, zich in ware doodsangst met een onwaarschijnlijke kracht vastklampend aan één of ander takje? Waar verstoppen al die zalig brommende donzige hommels zich bij dit soort noodweer? En de immer zo naarstige nectar verzamelende solitaire bijen? En, ja, ik hoop ook maar dat al de rondzwervende poezen uit de buurt, lief of wild, maakt niet uit, vannacht allemaal ergens naar binnen mochten... 
Uiteindelijk won de geborgenheid van m'n roze nest lakens, dekens en kussen het van m'n bezorgdheid en angstgevoel, en overmant door vermoeidheid viel ik ten langen leste dan toch in een diepe droomloze slaap.
De ravage vanochtend was niet te overzien. O, wat heb ik er een spijt van, zo ontzettend veel spijt, dat ik, zoals ik nog grappend aan m'n moeder zei -om het haar zonder een bezoekje toch te kunnen laten bewonderen- m'n uitgebreide bloemenweelde de afgelopen weken niet gefilmd of gefotografeerd heb, toen alles nog zo oogverblindend mooi, betoverend prachtig, verleidelijk kleurrijk en verrukkelijk overdadig als een waar oerwoud de smalle terrasruimte vulde... Er is niets, absoluut niets van over.
Overal liggen afgebroken takken en vermorzelde bloemen. Stevige steunstokken en ongenaakbare metalen klimtorens braken af of wiebelden zich, alles om zich heen meesleurend, uit de grond. Zelfs zware terracotta potten vielen om, hun inhoud vergruizeld over het terras strooiend. De van de muur gehaalde en goed beschut opgestelde insectenhotels liggen als door elkaar geschopt verspreid over de stenen vloer, de secuur opgebouwde en gevulde voorraadkamertjes voor een deel geruïneerd. Slechts een aantal korte en daardoor iets stevigere geraniums laag bij de grond en de dicht op elkaar gepakte kleinere plantjes in de lange 
propvol beplante bloembakken voor het keukenraam behielden hun felgekleurde bloemweelde. Absoluut elke andere bloem is verdwenen, alsof ze er nooit waren. De bijzonder lang afhangende, uitbundig bloeiende tweekleurige geraniums, uitzonderlijk overgebleven van vorige zomer, hadden dus minder geluk en zijn volledig geamputeerd: geen van hun lange armen overleefde het geweld. De dit jaar voor het eerst schitterend bloeiende rozen vervlogen als in rook, de vriendelijke viooltjes lijken in een vlaag van woede platgewalst, de veelkleurige petunia's en schattig gestreepte million bells één voor één ruw afgerukt en fijngeknepen. De vele overdadig fleurige clematissen verloren niet alleen elk van hun duizenden bloemblaadjes, maar zijn stuk voor stuk zelfs volledig tot stompjes afgebroken, precies door de hakselaar gehaald en tot moes geplet. Alle groene bladeren van de -gelukkig- nog niet bloeiende vlinder- en hibiscusstruiken zijn door de niet afhoudende wind bij elkaar gefrommeld, verschrompeld, alsof iemand er urenlang een hete haardroger op richtte. Tussen en rond de vele potten vormen zich puin- en modderhoopjes, een mix van zand en water met amper herkenbare blad- en bloemresten en bij elkaar geblazen stukken afval. Daar sta je dan met al die moeite die je je getroost om de natuur, de vogels, de insecten enz. te ondersteunen... Om maar te zwijgen van de intense vreugde die mij dit 'buitenverblijf' elke dag in overvloed schenkt... Zucht.
Versta me nu vooral niet verkeerd, hé. Ik wéét dat het qua leed absoluut en in de verste verten niet te vergelijken valt met bijvoorbeeld een tornado of een tsunami die je hele hebben en houden, je volledige leven in één fataal woest natuurmoment totaal aan gruzelementen slaat en voorgoed weg vaagt. Maar geloof me, ik kan me er nu toch wel een beetje iets bij voorstellen... 
En die woeste wilde wind, die raast nog steeds onverminderd en onverstoorbaar woedend verder. Alsof hij niet wil bedaren vooraleer hij echt elk takje, elke bloem, elk blaadje, alles waar ik met zoveel liefde voor zorgde, tot mulch geklopt heeft!...
Berustend maar ook behoorlijk verdrietig en met een zwaar gemoed -en op de achtergrond het geluid van brandweerwagens en ambulances, want de schade beperkt zich uiteraard en ook jammer genoeg niet enkel tot mijn terras- ruim ik heen en weer slingerend de aangerichte ravage een beetje op, zo goed en zo kwaad dat al kan, ondertussen ook zelf stevig door elkaar gerammeld door de heftige windstoten. De afgebroken geranium- en clematistakken -misschien schieten ze nog wortel- en andere nog enigszins te herkennen bloemen krijgen een plekje in allerlei vaasjes en bakjes, veilig binnen in huis. Stokken en steunen duw ik stevig weer op hun plaats. Waar mogelijk verplaats ik nog wat en klem ik potten bij elkaar of verzwaar ze met een kei of twee, zodat ze hopelijk wat steviger staan voor de rest van dit gure weer...
Terwijl ik zo bezig ben, breekt stralend -'niks aan de hand'- de zon door. En als afgesproken landt er meteen, een beetje onhandig en duidelijk serieus verwaaid, ook een eerste moedig meesje op het voederplankje. 
"De natuur geeft zich niet zo gauw gewonnen!", bedenk ik me ondanks alles verheugd. Met een flinke portie liefde en zorg, plus uiteraard een ruime dosis geduld, herstelt de pracht van mijn terras zich vermoedelijk ook wel weer. Positief denken en met goede moed vooruit dus! 
Ja, wij mensen zijn maar kleine nietige en kwetsbare wezens, en Moeder Natuur neemt en geeft, willekeurig en in alle opzichten 'gul', exact zoals het haar en haar alleen uit komt, da's wel weer duidelijk, overduidelijk zelfs. En al daar ben ik daar al heel vaak bijzonder dankbaar voor geweest, wat mij betreft mag ze die woeste wilde klote wind gerust houden, hoor. 😉



zondag 26 mei 2019

Verkiezingslol.

"Da ziede van hier, da'k ga staan aanschuiven, seg! Geen denken aan! Daarvoor heb ik genen tijd, zenne!" verkondigde een nogal nurkse oude grijze man met luide stem daarnet in het kiesbureau. "En daarbij, zo lang kan ik verdoemme ni meer recht staan", gromde hij er nog achteraan. Zonder enige vorm van gene schuifelde hij, bij elke stap vervaarlijk z'n wandelstok tegen de grond rammend, bijzonder beslist en zelfzeker de lange rij netjes aanschuivende wachtenden voorbij. Ondanks de vele verbaasde, zelfs lichtjes verontwaardigde maar ook enigszins geamuseerde blikken (zoals die van mij) kwam er geen enkele reactie op zijn stoutmoedige onderneming. Niemand die er wat van zei of hem tegenhield. Meneer ging voor. Punt. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was.
Zelf was ik een kleine 30 minuten daarvoor verschrikt uit bed gesprongen. 'k Had me voorgenomen om lekker vroeg te gaan stemmen, uiteraard om alle drukte te vermijden, maar bij 't openen van m'n ogen wees de wekker jammer genoeg al kwart na 9 aan. Eventjes een versnelling hoger schakelen, de boel de boel laten, en ... go go go! Een fris doch snel kattenwasje, haartjes rappekes bij elkaar, een likje make-up op m'n snuit, de nog aan de kast hangende jeansjurk aan, klaar! En, omdat ik enkel het plein voor ons appartementsgebouw hoefde over te steken, griste ik in de rapte slechts het minimum aan 'benodigdheden' mee: m'n huissleutels, m'n leesbril, m'n oproepingspapier en m'n identiteitskaart. Hupsakee, stemmen maar!
De rij wachtende kiezers was lang. Mijn kiesbureau staat opgesteld in een hoek van de cafetaria van een dienstencentrum met hoofdzakelijk serviceflats. En volgens mij pikte ik er net dát moment van de dag uit waarop al die inwonende bejaarden, goed voorzien van rollators, wandelstokken en alle tijd van de wereld, als afgesproken tegelijkertijd, massaal besloten ook hun stem te komen uitbrengen. Zucht. Maar, gelukkig schoot het toch nog goed op en ongeveer een kwartier later stond ik vooraan in de rij. Hoera.

Het is echter geen goed idee om je haast-je-rep-je en zonder eerst koffie te hebben gedronken naar het stembureau te begeven, ondervond ik meteen!... In mijn gezwinde haastigheid had ik per ongeluk niet m'n identiteitskaart mee gegraaid, doch mijn Mobib-kaart, m'n abonnement van De Lijn! En, uiteraard mag je daarmee niet het stemhokje in. Lichtjes gegeneerd maar ook hartelijk lachend vanwege m'n eigen malligheid onverrichter zake weer huiswaarts dus, om, na dubbelchecken, met ditmaal zeker weten het juiste plastieken kaartje in de hand, het hele aanschuifproces -de rij was nog steeds onverminderd lang- opnieuw te starten. "Voilà, alweer stof voor een blogje!" giechelde ik in mezelf.
Als je weet wat je wil, gaat stemmen super vlot, dus in een mum van tijd was ik klaar met het uitoefenen van mijn kiesplicht. Tevreden wandelde ik richting uitgang, maar de smalle doorgang tussen de nog steeds in lengte toenemende wachtrij en de toog van de cafetaria van het dienstencentrum werd versperd door een oude man die moeiteloos voorovergebogen uitgebreid en met veel gedoe de aandacht en de snoetjes van twee schattige, hun ouders vergezellende kleine kindjes naar zich toe probeerde te trekken. Beleefd maar kordaat en voor alle zekerheid luid genoeg, dus goed hoorbaar, verzocht ik de man om even een beetje plaats te maken alstublieft. "Ja, ja", repliceerde de grijsaard korzelig, "het brandt ni, hé. En daarbij, 't is zondag en we hebben hier alle tijd van de wereld, zenne!" En terwijl hij zich oprichtte en naar mij omdraaide, vervolgde hij: "Als ik dat wil, madam, dan sta ik hier nog heel den dag in de weg en daar kunde gij niks aan doen want da's mijn goe recht!" 'k Moest verschrikkelijk mijne lach inhouden: het was die mopperige meneer van een dik half uur eerder, die man zonder tijd noch fysiek! "Sommige mensen komen toch ook écht met álles weg, hé!" bedacht ik me grinnikend huiswaarts slenterend. "Een piepklein beetje jonger en hij had een uitstékend politicus kunnen zijn!..." 😀




woensdag 8 mei 2019

Het gebed van Esmeralda.

Ondertussen is het alweer 3 weken geleden dat ik, net als zovelen vermoedelijk, als gehypnotiseerd en met een mix van ongeloof en afgrijzen naar het continu binnenstromende beeldmateriaal van de brandende Notre Dame in Parijs zat te staren. Hallucinant, niet te vatten, dat razende recordtempo waarmee de begerige vlammen van een niets ontziende, wild om zich heen grijpende vuurzee die eeuwenoude houten dakconstructie weg likten.
Ondertussen is de paniek en de opschudding rond de hele verschrikking wat geluwd. De belangrijkste kerkschatten en schilderijen konden op het nippertje gered worden, en, hoera hoera, ook het fenomenale orgel zou de hele malaise van vuur, water en puin vermoedelijk met weinig of geen onherstelbare schade doorstaan hebben. Dus, het leven gaat door. En ondertussen trakteerde de wereld ons ook 'gewoon' weer verder op nieuwe, zeker zo verschrikkelijke gebeurtenissen...
Overigens, tegelijkertijd met die fraaie 850 jaar oude Dame in de Franse hoofdstad, stond in Jerusalem op de Tempelberg een deel van de Marwani-Moskee in de fik. Dit enorme gebedshuis -eigenlijk is het meer een reusachtig complex- staat voor moslims op nummer 3 in de lijst van de belangrijkste heilige plaatsen, en vierde reeds z'n 2000ste verjaardag. En daar was vreemd genoeg -dat vind ik toch- niet zoveel commotie rond...
Bon, ik geef het je maar even mee, hé.

Ondertussen zien we op de sociale media de eerste, vaak extreem fantasierijke -het ene al zotter dan het ander- ontwerpen voor het nieuwe dak verschijnen. En wat mij betreft mogen ze er absoluut zo'n glazen overkapping op zetten.
Toen ik een 10-tal jaar geleden auditie deed bij de opera in Parijs was ik na m'n eerste reis "snel met de TGV heen en terug" een stuk slimmer geworden. Bij m'n tweede auditie boekte ik m'n terugreis pas aan het eind van de dag, waardoor er nog vele uren extra tijd na het zingen overbleven om als dagjestoerist wat mooie plekken van de stad te bezoeken. En de Notre Dame mocht daar toen echt niet aan ontbreken. Maar van dat bezoek herinner ik me, behalve die niet te beschrijven oogverblindend prachtige, reusachtige glas-in-lood rozetten, vooral hoe ontzettend dónker het er binnen was... En misschien klinkt dit een beetje cru, maar toen ik die eerste interieurfoto's van na de brand zag, die waarop een stroom van licht door de enorme gaten in het plafond ongegeneerd de kerkruimte binnen valt, toen zuchtte ik werkelijk luidop: "Vele beter!!!" Dus,... voor mij mag het gerust glas worden. 
De hele opschudding rond de vele miljoenen voor de heropbouw die, als bij toverslag, reeds binnen de 24 uur ter beschikking gesteld werden, liet mij ook niet echt onberoerd. Natuurlijk ben ik helemaal voor de heropbouw van dit magnifiek stuk werelderfgoed, daar moet je niet aan twijfelen, maar hoe zit dat dan met die zovele humanitaire pijnpunten waar blijkbaar nooit ergens een cent voor te vinden valt?...
Goh, weet je, alles wel beschouwd snap ik die 'rijkaards' ergens wel, hoor. Donaties aan zo een 'cultuurprojectje', daar trek je gemakkelijk 75% of meer van terug van de belastingen. Eigenlijk voel je daar dus niet echt iets van in je portemonnee. In realiteit draait de gewone burger daar dus voor op, maar daar moeten zij zich toch niets aantrekken, hé. Gul zijn met de centen van een ander. Moet kunnen. Hum. Op een hulpbehoevende mens van vlees en bloed, zo eentje zonder onderdak of eten, daar schroef je ook niet zo makkelijk een bronzen gedenkplak op vast met een tekst in de trant van "Gered dank zij de gulle schenking van...", hé. Trouwens, zo'n kathedraal staat daar zeker nog voor eeeeeeuwen, inclusief, als alles goed gaat, die glimmende plak met jouw weledele naam er op! Hoe lang gaat ocharme zo'n luttele sterveling nog mee denk je? En die plak zal op zo'n gammele sukkelaar ook wel niet erg lang blijven hangen, hé... (Voor de lezers die mij nog niet goed kennen: dit is puur en ongefilterd sarcasme, hé, ik denk niet echt zo, hoor!)
Al dat gedoe, dat heen en weer getrek, breed uitgesmeerd in pers en media, deed in mij een lied weerklinken, eentje dat me, zoveel jaren geleden bij mijn bezoek aan de Notre Dame, toen ook meteen te binnen schoot. En meer dan ooit vond en vind ik het geweldig passend. 
Ik heb het over het gebed van zigeunerin Esmeralda uit de Disneyfilm 'The Hunchback of Notre Dame' (de bultenaar van de Notre Dame). Vaak zing ik het stilletjes voor mezelf, als een vurig gebed vanuit het diepste van mijn ziel. Soms gewoon onderweg op de fiets, maar zeker als ik ergens ten lande in een nog stille en verlaten kerk ben. De woorden passen wonderwel bij wat er leeft in mijn zo vaak bezorgde, immer warme hart. Dat het een lied is, maakt dit alleen maar sterker. Het is een zacht geuite, doch scherp accurate en ook vandaag, misschien zelfs meer dan ooit, 100% van toepassing zijnde, hartstochtelijke smeekbede voor hulp aan de allerzwaksten in de maatschappij, soelaas voor de machtelozen en de behoeftigen. En de volledige muzikale compositie, groots in alle eenvoud, draagt deze boodschap aangenaam en moeiteloos tot bij gelijk welke toehoorder. 
Persoonlijk vind ik het een tekst die we allemaal wat vaker in gedachten mogen nemen. Het kan zelfs een louterend effect op je hebben, als je dat tenminste toelaat... De wereld kan nog heel wat leren van een eenvoudige, getekende Disneyfiguur. Als je mij wil geloven...
Daarom deel ik dit lied graag met jou. Je kan het volledig beluisteren -en ook bekijken natuurlijk- via deze link: 'God, help the Outcast.' En ik schets voor alle duidelijkheid ook de situatie nog even voor je: Esmeralda bevindt zich heimelijk in de Notre Dame, een plaats waar ze eigenlijk als zigeuner absoluut niet gewenst is, en richt zich aan Maria, aan Onze Lieve Vrouw, met haar gebed.
De vertaling van de Engelse tekst gaat als volgt:

"Ik weet niet of je me kunt horen, zelfs niet of je wel daar bent.
Ik weet niet of je naar het gebed van een zigeuner wil luisteren.
Ja, ik weet dat ik slechts een paria ben, ik zou niet met je mogen praten.
Maar als ik jouw gezicht zie, vraag ik me af "Was jij eens een verstotene?"
God, help de niet-gewensten, hongerig vanaf hun geboorte.
Laat hen de genade zien die ze op aarde niet vinden.
God, help mijn mensen, we kijken nog steeds naar U uit.
God, help de verschoppelingen, want niemand anders zal het doen."
En dan hoor je de gebeden van de andere gelovigen in de ruimte:
"Ik vraag om rijkdom.
Ik vraag om roem.
Ik vraag om glorie, die over mijn naam schijnt.
Ik vraag om liefde, die ik kan bezitten.
Ik vraag God en zijn engelen om mij te zegenen."
En Esmeralda, zij vraagt niets voor zichzelf, zij vindt dat ze genoeg heeft...
"Ik vraag om niets, ik kom wel rond, 
maar ik ken zovelen met minder geluk dan ik.
Alstublieft, help mijn mensen, de armen en de vertrappelden.
Ik dacht dat we allemaal kinderen van God waren...
God, help de verschoppelingen, kinderen van God."
❤️❤️❤️