dinsdag 28 februari 2017

Valentijns-invalide.

Valentijnsdag. Hoe schrijf je daar wat over dat het lezen waard is, als wat er op die dag gevierd wordt geen reëel deel van je leven uit maakt? Wat heb ik voor zinnigs te vertellen over 'De Liefde'?  Ik, de Valentijns-invalide, al vele jaren alleen en relatieloos na een stel waardeloze huwelijken met foute mannen...
Daar moest ik toch eens diep over nadenken, want als je niet oppast glijdt je al snel af naar een ellenlange klacht over pijnlijk gebroken harten, diepe relatielittekens en het huidige 'grote gemis', en daar zit niemand op te wachten. En breek me de bek niet open over al diene flauwen schijnheiligen truut dat 'liefde overal en in alles is' en je ook 'iedereen om je heen die je graag heeft' moet meetellen, want, al klopt dat misschien inderdaad allemaal wel, het ontbreken van 'armen om je heen' is er niet mee opgelost.
Door een weekend vol gepieker gevolgd door een ongemakkelijke maandag de 13e daalde m'n humeur over al dat Valentijnsgedoe dan ook ver beneden het vriespunt en liep ik op de 14e wat slechtgezind in mezelf te brommen dat het allemaal commerce is, en dat ge elkaar verdorie elke dag, elke minuut en elke seconde graag moet zien. De hartvormige dozen pralines, peperdure rode rozen met lange stelen, teddyberen 'made in China', nutteloze prullen en overbodige huiskamerornamenten met 'I 💗 You'... Allemaal 'brol in pakskes' ja, dat vond ik er van. 'k Heb meer speelgoedbeesten dan ik ooit knuffelen kan. Ik trakteer mezelf bijna elke week op een mooi boeket en erg vaak zijn dat prachtige roze -uiteraard- rozen. Een goestingske in chocola of pralines? Dan koop ik die zelf wel, exact diegene die ik het allerlekkerste vind, en ook nog eens op gelijk welk tijdstip in het jaar. Klaar. Totaal niets met liefde te maken, als ge 't mij vraagt.
Dinsdag 14 februari 2017 startte dus voor mij nog steeds inspiratieloos en met een stevig 'groempf'-gevoel. Facebook liep over van de liefdesverklaringen, gelukkige-koppel-foto's, kant-en-klare citaten en voorspelbare grapjes. En zij die op deze dag uit de (love-)boot vielen, stuurden halsstarrig -je kan het ook als 'moedig' bekijken natuurlijk- 'alleen is zoveel beter' berichten de wereld in, al was het maar om er zichzelf van te overtuigen...
Terwijl ik zuchtend in de spiegel staarde tijdens het tandenpoetsen liep Poekie met z'n staart in een vrolijke krul nonchalant de badkamer binnen om tevreden knorrend uitgebreid tegen mijn blote been te komen staan leunen. Zijn motto is simpel: zolang ze nog thuis is plak ik tegen haar aan. Ja, Poekie ziet mij graag, heel erg graag. Tussen z'n broer Pompon en mij is het vaak een beetje éénrichtingsverkeer -van mij naar hem- wat dat betreft, maar nu wou ook hij duidelijk niet achter blijven en kwam, met z'n mooie witte-sokken pootjes netjes naast elkaar, oprecht geïnteresseerd op de lavabo zitten kijken naar het haar-opsteken en make-up-aanbrengen, en met kopjes tegen m'n hand elke keer ze bij hem in de buurt passeerde. Hartverwarmend. Ik voelde een glimlach groeien op m'n gezicht. 
Van op de salontafel geurde het zelf gekochte fraaie boeket roze rozen me heerlijk tegemoet, schoonheid in al z'n eenvoud én grootsheid waar ik intens van geniet. En weer groeide de glimlach een beetje.
Onderweg naar m'n werk werd ik verblijd door een kleurrijke ochtendlucht vol vrolijk vogelgezang en wat schuchtere zonnestraaltjes. Een heerlijk lentegevoel maakte zich van me meester en de glimlach werd nog breder.
De bijzondere babbels met de gezellige collega's en hun blijken van waardering voor zowel m'n werk als m'n aanwezigheid verwarmden m'n hart. Nog een paar verrassende ontmoetingen, wat vriendinnenknuffels en enkele bijzonder fijne telefoontjes en berichtjes later voelde ik me warempel oprecht geliefd! Echt waar. En als je dan met een schitterende brede lach je dag verder zet, dan gaat ook de hele wereld om je heen als vanzelf stralen. Plots zag ik overal weer zoveel moois. Mijn hart bloeide er helemaal open van.
Maar hola! Wacht eens eventjes... 
Dan moet ik mezelf hier toch wel even terug fluiten, hé: liefde is dus wél in alles en overal, en al die mensen om me heen die oprecht om me geven, dat maakt ook echt wel een verschil! Vermoedelijk onder invloed van het 'gemis' liep ik stomweg een maf toertje rond in m'n emoties!...
Ik mag dan op relationeel vlak absoluut een soort Valentijns-invalide zijn, mijn leven is zeker en vast niet liefdeloos, in 't tegendeel zelfs, maar soms vergeet ik dat wel eens, zeker als dat gebrek aan 'armen om me heen' het voortouw neemt... Zo'n blokje rond in donkere gedachten helpt me gelukkig steeds weer opnieuw in 'Liefde' geloven, en niet alleen in 'alles en overal' maar werkelijk in àl z'n vormen, als je begrijpt wat ik bedoel... 
Wat er ook nog op m'n pad komt, één ding staat vast, zonder enige twijfel: binnenin deze Valentijns-invalide met -en ondanks- al haar vele letterlijke en figuurlijke littekens klopt nog steeds een innig warm en wijd open hart! 😘

2017 = 50 + 1.

Ze zeggen dat wijsheid maar met de jaren komt, en sinds ik vorig jaar begin februari een halve eeuw oud -of jong, als je wil- werd ben ik inderdaad een opvallend pak wijzer geworden, al zeg ik het zelf. 
Vanuit al die nieuwe wijsheid maakte ik vlak voor het begin van deze maand, in de aanloop naar m'n verjaardag van dit jaar, het misschien wat gekke, doch weloverwogen besluit om niet meer te verjaren. Mijn teller blijft bij deze tot het eind mijner dagen op 50 staan.
"O nee, ge gaat toch nog wel blijven ademen, hé," reageerden een aantal vrienden en collega's verschrikt op mijn mededeling. "Niet doodgaan, hoor, we hebben u nog nodig en zouden u veel te hard missen!" Maar ze moeten niet bang zijn want als het uitsluitend aan mij ligt dan loop ik echt nog wel een behoorlijk tijdje rond op deze blauwe planeet. 'k Heb nog veel te veel te zingen en te schrijven, nog zoveel om te bewonderen en me over te verwonderen, nog zoveel mensen te ontmoeten, nog zoveel te leren, mee te maken en te beleven, nog zoveel lief te hebben en nog zoveel liefde te ontvangen... Simpelweg: nog zoveel leven in mij en nog zoveel (om voor) te leven. 
50 vind ik gewoon juist goed, juist gepast, juist genoeg en een mooi getal.
Een beetje een gulden middenweg. Niet jong en dwaas meer, een stuk of wat illusies armer, een pak trauma's rijker, heel wat realistischer en dus ook zoveel wijzer. Maar toch ook nog niet oud en versleten, niet doelloos ronddraaiend in zich eindeloos herhalende dagen en vastgeroeste gewoonten, beperkt door leeftijdsgebonden lichamelijke of psychische mankementen, zonder spannende vooruitzichten of energie voor nieuwe projecten... Maar op die manier oud-zijn wens ik sowieso niemand toe. Dus ook mezelf niet. 
Hopelijk gaat mijn lichtje niet alleen uit op bijzonder hoge leeftijd, maar liefst ook nog steeds 'in het vuur van de strijd', creatief, scheppend en vol verwondering bezig, zoals in elke andere seconde van al mijn dagen... Dat zullen we moeten afwachten, hé, maar ondertussen zit mijn hoofd nog steeds meer dan boordevol fantastische plannen, al dan niet realistische projecten, traumaoverstijgende belevenissen en kleine stille gelukswensen.
Kalenders -jaren, maanden, dagen tellend en daardoor ook hoe oud je bent- het zijn uitvindingen van de mensheid door de eeuwen heen, om vat te krijgen op 'tijd', zoals we dat zijn gaan noemen, iets dat eigenlijk ongrijpbaar is. 
Want wat is leeftijd uiteindelijk, behalve een getal? Ik ken jongeren die in absoluut alles, lijf en geest, ronduit afgeleefd en oud zijn. Maar mijn kennissenkring kent net zo goed mensen op gevorderde leeftijd met de energie en uitstraling van een frisse twintiger. Je bent echt maar zo oud of jong als je je voelt -en misschien ook zoals je je gedraagt- naar mijn bescheiden mening...
Mijn besluit staat dus vast: vanaf dit jaar ben en blijf ik 50 jaar jong, en tel daarbij m'n jaren ervaring. 2017 is dus gelijk aan 50 plus 1!
Of zelfs 50 + 1 + 26, want eigenlijk wordt je élke dag een beetje ouder, niet?! Daarom plan ik m'n verjaardag, oeps, ik bedoel m'n 'ervaring' natuurlijk, iédere dag te vieren in het vreugdevol delen, het eindeloze genieten en het intens beleven van al die onnoemelijk vele -vaak hele kleine- dingen die het leven tot een ongelofelijk boeiende reis maken. 
Door een onverwacht stralende lentezon, die heel even de donkere wolken en de stromende regen- en hagelbuien doorboort daarbuiten, meer dan ooit beseffend dat je slechts in dit eigenste moment leeft, maak ik er een punt van om dan ook élke moment, positief of negatief, ten volle te leven en te be-leven, en zo mijn leven -en 'Het Leven'- in al z'n glorie heel bewust te vieren. :-)


maandag 13 februari 2017

Maandag de 13de...

Vrijdag de 13de is een dag waar voor bijna iedereen wel wat bijgeloof aan vast hangt. Sommigen gaan met het dekbed over hun hoofd bang liggen afwachten tot de dag hopelijk zonder vreselijkheden voorbij getrokken is, en anderen zijn er rotsvast van overtuigd dat dit het ideale moment is om bijvoorbeeld de grote pot van de Lotto te winnen.
Wel, voor mij is vrijdag de 13de nooit echt speciaal. Als hij z'n onheil over me uitstort, dan is daar meteen het weekend om er van te bekomen. En mocht ik ooit wat met de kansspelen winnen heb ik meteen 2 dagen om het te vieren. 
Mààndag de 13de, da's voor mij heel andere koek! Als het fout gaat is meteen m'n week op 't verkeerde been begonnen en als er wat te vieren valt is het weekend nog pijnlijk veraf.
En dat het vandààg de 13de was én mààndag, ik heb het verdorie geweten.
Uiteraard pikt die eerste werkdag van de week sowieso altijd wel een beetje, maar als je op de koop toe verschrikkelijk geslapen hebt -pijn in je rug, draaien en keren, nachtmerries- dan is er eigenlijk al helemaal geen beginnen aan. 
Eindelijk toch aangekleed geraakt spurtte ik met een vijftal minuutjes vertraging de deur uit, om -hoera, hoera- net op tijd op de juiste tram te kunnen springen... die natuurlijk stam-pen-de vol zat. De rit richting stad verliep extra traag omdat er bij elke halte eindeloos gewacht moest worden tot iedereen begrepen had dat de deuren eerst nog dicht moesten... Uiteraard zag ik daardoor 2 bussen en een tram, die me één halte extra hadden kunnen meenemen, vlak voor m'n neus weg rijden, en, verlaat als ik al was, mocht ik die laatste halve kilometer dus in recordtempo te voet afleggen. 
Bij aankomst bleek m'n receptie reeds overgenomen door het gerief en de mannen van de brandbeveiliging, druk bezig -het is ook wel belangrijk natuurlijk- met een uitgebreide inspectie der installatie in al de gebouwen, hoofdkwartier waaruit gewerkt werd: mijnen bureau. En de hele dag verschrikkelijk schril gepiep bij het testen en afstellen van het meldingssysteem.
'k Weet niet hoe het kwam, maar overal verspreid op de vloer voor de balie lag, als een spoor van Hansje en Grietje, allerlei post afkomstig uit onze brievenbus.
Door vrijdagnamiddagvergetelheid van één m'n collega's moest ik voor verschillende zaken meteen een paar razendsnelle inhaalmanoeuvres maken -erg lastig als je bij elke beweging rekening moet houden met al die extra's in je ruimte- om deze week zoals het hoort en keurig georganiseerd te starten. 
De collega's waren trouwens dun bezaaid, want ééntje ging een paar daagjes skiën en de andere, net terug aan het werk na 2 weken goed ziek, vertrok vervroegd terug naar huis met opnieuw hoge koorts. En 'k had ocharme niet eens tijd voor een paar babbel- en troostminuutjes...
Zoals elke maandag staat ondertussen de telefoon roodgloeiend voor boekingen van zalen en catering, en als vanzelfsprekend meteen ook voor een pak wijzigingen. Wreed plezant als de computer dan elk half uur wil 'herstarten' en het boekingsprogramma maandagochtendkuren heeft...
De postbode bracht onze briefwisseling, netjes op tijd, heel gewoon, maar in een onderaan volledig opengescheurde postzak: 'k mocht dus nogmaals breed over de receptie uitgestrooide post van de grond oprapen. 
Ondertussen lopen er -dat is volstrekt normaal- mensen in en uit om allerlei info en vooral ook de weg naar hun vergadering of opleiding te vragen. En naar de mutualiteiten uiteraaaaard, die zich vlak tegenover mijn receptie bevinden. Of naar de apotheek, die zich één deur verder ophoudt. 
Ook heel gewoon aan elke dag zijn de ongelofelijk inventieve verhalen -af en toe hartverscheurend, vaak zuiver praktisch, altijd vol beloftes en met fantastische verklaringen- waarmee men zich een zeer gegeerd plaatsje op de parking, en daarvoor dus ook de code van den bareel, wil bemachtigen, met, u raad het al, steevast de ondertussen bijna vertrouwde daarop volgend colère en dreigementen omdat ik me niet (meer) laat vermurwen, met niets.
Vandaag ook opvallend veel personen die absoluut àl hun geduld met mij kwijt raakten omdat ik hen niet kon helpen bij hun vragen naar reeds lang afgelopen meetings of mij totaal ongekende organisaties, en omdat ik hen vriendelijk moest mededelen dat de door hen gewenste dienst pas in de nàmiddag open zou zijn, ze zich spijtig genoeg niet op het juiste adres bevonden, of, aan de telefoon, dat het door hen gedraaide nummer vermoedelijk in gesprek was... 
Ondertussen kwam ook de glazenwasser nog even langs, die alvast nù zowat àlle sleutels uit m'n kastje -ook die van de kelder?- nodig had voor mórgen... 
De organisatie die het auditorium vanaf 14u gehuurd had haalden me om 12u45 zeer hoog dringend uit m'n middagpauze... voor de sleutel van de vestiaire. Ze maakten me bijna m'n persoonlijke loper afhandig!
Alsof dat alles op één dag nog niet volstond deed ook mijn lichaam absoluut niet mee vandaag. Tussen al de rest door mocht ik een keer of 8 -gisteren iets volledig fout gegeten, denk ik- met bijzonder hoge spoed het toilet opzoeken. En ik moet het je vermoedelijk niet vertellen dat dat geen sinecure is als je receptie vol volk staat, het toilet zich verderop in de hal bevindt en op de afstand van punt A naar punt B je minstens 4 deuren met verschillende sleutels moet openen en/of op slot doen... Ja, als je deze maandag vanuit dít oogpunt bekijkt had ik een werkelijk een ongelofelijk 'spetterende' dag... gniffel gniffel
Oooooo, mijn geluk kon echt niet op toen het eeeeeindelijk tijd was om naar huis te mogen vertrekken. Maar u weet vast al wat er komt: krom van de buikpijn en scheel van de honger mocht ik, gesandwiched tussen de ontelbare andere reizigers op het metroperron, nog eerst 45 minuten op een tram wachten. Stroompanne. En dan, als god-zij-dank, heel het tramnet weer op gang komt, zit je, hoe kan het ook anders, vast in een eindeloze file van stapvoets rijdende voertuigen, met als vanzelfsprekend natuurlijk slechts ééntje met het voor mij juiste nummer, en, wat had je gedacht: zowat het hele perron moest ook juist dié tram hebben...
Toen ik volledig gaar de hoek om slofte en 'mijn' flatgebouw zag glimlachte ik moe maar gelukkig: "Thuis!" M'n appartement was gevuld met de heerlijke bloemengeur van de prachtige hyacinten, de zotte poezen verwelkomden uitgelaten blij, het vertrouwde toilet: vlakbij en sleutelloos, m'n eten en drinken gebruiksklaar in de koelkast en zo dadelijk wacht me m'n warme knusse bed met fris gewassen lakens. Buiten trekt langzaam de volle maan -totaal over het hoofd gezien- met al z'n krachten en invloeden weg. Alles is weer rust en stilte. 
Het grote geluk zit in hele kleine dingen. En om dat nog eens echt overduidelijk te ervaren passeert er af en toe zo een dag als deze maandag de 13de. ;-)



zaterdag 11 februari 2017

Warme winters.

"Allé vooruit, ze gaat de vuilniszak weer buiten zetten, zenne!" Dat zegt de echtgenoot van mijn vriendin altijd als ze haar winterjas aantrekt om het huis te verlaten. Gelukkig heeft deze vriendin een uitstekend gevoel voor humor, want als ze haar jas aantrekt gaat ze zeker niet altijd naar buiten met het vuilnis. Nee, haar halve trouwboek lacht met hoe haar wat rondere lichaam in haar warme winterjas er uit ziet. Een mat glanzend zwarte, met horizontale banen en op de koop toe lekker gewatteerde jas... En toen ze het geheel even voor me showde kon ik niet ontkennen dat er inderdaad enige gelijkenis is. We hebben er samen hartelijk om gelachen. Vooral omdat ik me er helemaal in kan vinden, in het vreemde zelfs lachwekkende effect van sommige winterjassen.
Jarenlang, zowat m'n hele volwassen leven, droeg ik uitsluitend zwierige zwarte enkellange, echte wollen -en daardoor meestal ook behoorlijk zware- wintermantels. Zeer elegant en stijlvol, naar gelang het model ook erg 'Mary Poppins', zeker met een hoedje en paraplu erbij, sowieso altijd opgefleurd met een mooie kleurrijke warme sjaal en bijpassende handschoenen. En... elke winter weer stond ik in die jas -fabuleus gracieus- over m'n hele lijf geweldig bibberend en werkelijk tot op het bot door en door koud op tram en bus te wachten. Een échte wòllen jas, klinkt fantastisch, en warm, dat wel, maar een ijzig snijdende noordenwind blaast z'n vrieskou er zonder enige moeite los doorheen, geloof me.
Een extra onderlijfke, een tweede dikke trui of vest, ik loste het probleem zo goed en zo kwaad als mogelijk op, maar rillen deed ik, niks aan te doen.
Afgelopen herfst was het weer eens tijd voor nieuwe winterjas. De wol-kwaliteit van tegenwoordig is niet meer zoals in grootmoeders tijd, toen je met één jas nog je hele leven deed. Dus om de 2, 3 jaar start ik de steeds moeilijker wordende zoektocht. 't Is ook totaal niet trendy meer, hé, zo'n jas... Ja, een échte kwaliteitsvolle lange mantel is te vinden, hoor, zeker buiten het doorsnee modecircuit, in de betere, tijdloze en stijlvolle zaken bijvoorbeeld, maar daar shoppen ligt spijtig genoeg absoluut niet in mijn beperkt winterjasbudget. 
Voor het eerst in m'n leven waagde ik me daarom aan een -online bestelde- enkellange zwarte nylon jas, van onder tot boven gewatteerd en met een eindeloze rits, ook van onder tot boven, en, hoe super was dat: voor een ronduit belachelijke prijs. Mijn moeder vond hem schitterend, dus het was een blijvertje. Ik zelf had -en heb- er nog steeds een beetje mijn twijfels over... 
Elke keer, ik zweer het je: zonder fout élke keer, ik me weer volledig voorover buig om die ellenlange rits toe te zippen, een rits die ook nog eens steevast -nondedoemme, nondedoemme, dedju dedju toch, miljaaaaar- op minstens één plek klem komt te zitten met de voering -uiteraaard vooral als je al wat laat bent- bedenk ik me met een ietwat groene grimlach: "Allé vooruit, 'k zal mijne slaapzak maar weer eens aantrekken!..." 
Goed trouwens dat de rits ook van onder naar boven wat open kan, anders zou ik met van die piepkleine geisha-wiebel-pasjes naar de tramhalte moeten sprinten, als een soort wandelende worst op pootjes. 'k Geef toe dat het inderdaad een grappig beeld is. 
Soms voelt het alsof ik me, voor het naar buitengaan in de ijzige kou, even snel van kop tot teen in een stevig dekbed rolde, en met die, nog steeds erg kleurrijke, dikke sjaals er bovenop zie ik af en toe niet eens meer waar ik loop. Als al die bedekking trouwens hoog genoeg over neus en oren zit zie je vermoedelijk ook niet veel meer van mij, nog juist een dot, al dan niet extra versierd met een bloem, en misschien ook nog een stel ogen, veronderstel ik... 
Maaaaar... hoe belachelijk ik ook denk er uit te zien, het moet gezegd dat ik deze winter, hoe hard het ook vroor en hoe lang er ook op dat regelmatig onbetrouwbare openbaar vervoer gewacht moest worden, nog niet één moment stond te bibberen! Het is voorwaar een winterwonder. Bijna dagelijks verbaas ik me er over hoe warm deze ontzettend lichte jas me wel houdt. Hij is zodanig winddicht, waterafstotend en deskundig geïsoleerd dat ik er af en toe zelfs in loop te zweten!
Afgelopen tijd bekeek ik in de meer dan overvolle trams elke ochtend alle andere winterjassen om me heen en kwam tot de hilarische constatatie dat we, zo dicht op elkaar gepakt en met allemaal hoofdzakelijk zo'n dik gewatteerd omhulsel aan, eigenlijk met z'n allen één grote airbag creëren. En heel even zag ik ons allemaal, bij een mogelijk ongeval, als een grote strandbal totaal pijnvrij gezellig door het tramvoertuig in het rond botsen.
Wel, misschien boeten we een heel stuk aan stijl, elegantie en zwierigheid in, misschien zien we er uit als wandelende vuilniszakken, dichtgeritste slaapzaken, ingesnoerd dekbedden, opgeblazen luchtmatrassen of worsten op pootjes, het maakt niet uit. Laat het maar vriezen dat het kraakt en laat de sneeuw maar vallen: wij beleven uitsluitend nog wàrme winters! :-)

zondag 5 februari 2017

De gevallen diva.

Nooit gedacht da'k nog eens zou schrijven over de gevaren bij het opluisteren van missen... O ja, ik zing wel eens vaker vanop een hoogzaal in bedenkelijke staat. Zo ééntje dat wat schuin omlaag helt, alsof het elk moment de diepte in kan storten. Of ééntje waarvan het hout een wijd verspreid kantpatroon van gaatjes vertoond, gevolg van vraatzuchtige houtwormen. Of veel vaker voorkomend -en gelukkig een stuk minder beangstigend, maar toch...- hoogzalen die aan alle kanten piepend en krakend meedeinen op het ritme van de muziek, zeker als de organist vol enthousiasme even àlles uit het orgel haalt. Daar stel je je als zangeres -met hoogtevrees- noodgedwongen een beetje op in, het went en je staat er op den duur niet echt meer bij stil. Door de jaren heen werden dit soort situaties dan ook eerder grappig dan onheilspellend.
Soms is de weg naar het hoogzaal trouwens nog het meest angstaanjagend. De eindeloos lange, minuscuul smalle wenteltrapjes met krakende treden, gemaakt uit hout waar de tijd hier en daar wat stukken uit hapte, waarin je hak komt vast te zitten of je dreigt doorheen te zakken. Of de stenen torentrapjes, zodanig uitgesleten dat ze eigenlijk meer een spekgladde schuifaf omlaag vormen dan een deftige trap omhoog. En als er al eens een mogelijke leuning is, in de vorm van een dik grof loshangend touw bijvoorbeeld, dan heb je daar weinig of geen houvast -en al zeker geen steun- aan, geloof me. Meestal is die vaak onmenselijk smalle koker waarlangs je je dan, gepakt en gezakt, in mijn geval ook steevast op hoge hakken en in lange rokken, langzaam met het nodige gepuf en gesteun naar omhoog wringt op de koop toe verschrikkelijk smerig. Elke keer weer veeg ik met m'n lange jassen en jurken het stof, vuil en spinnenwebben van jaaaaaren bij elkaar. Soms vraag ik me giechelend af of men daar misschien stiekem rekening mee houdt als ze mij vragen om te zingen... 
Vandaag, op een pas hersteld bakstenen en betonnen hoogzaal, onder een pas hersteld betonnen plafond, met een pas hersteld en dus terug bijzonder robuust Klais-orgel, misten we absoluut niets aan stevigheid. En, daar ook het trapje, zij het met wat rare oneven treden, in beton gegoten is, en zelfs een -heel eigenwijs en vindingrijk uit plastieken waterleidingsbuizen gefabriceerde, geïmproviseerde slappe leuning heeft, moest daar eveneens voor geen instorten gevreesd worden. Met overtuiging marcheerde ik aldus gezwind en onbevreesd door de kerk en langst de wentelende treden omhoog, en met lichte haast ook, want mijn start die ochtend -en daardoor ook mijn aankomst- had een beetje vertraging opgelopen. 
Bovenaan de trap in de stikdonkere houten doorgang, dwars door de grote orgelkast, met aan elke zijde een deurtje tegen de immer felle ijskoude tocht: een gesmoorde gil, een luide bons, een half ingehouden vloek, een gevallen diva. Niet door haast, niet door onoplettendheid of door verstrooidheid, maar domweg door de meedogenloze duisternis miste ik dat éne piepkleine allerlaatste afstapje... en maakte met die onverwachte glissando op een zeer onaangename manier kennis met de niet meegevende hardhouten vloer.
Kort samengevat, ik deed m'n achternaam 'eer' aan: Kristina Meganck, die ging 'mé' ne 'ganck'... hihihi

Snipverkouden organist Peter Maus, die al de hele tijd stevig wat wind door de pijpen zat te blazen, hield gealarmeerd door de vreemde geluiden midden in een groots akkoord op met spelen. Nog voor ik overeind kon krabbelen hoorde ik hem over het hoogzaal in mijn richting rennen en slechts enkele seconden later rukte hij met een verschrikte gezicht het houten deurtje open. Wreed bezorgd, om mij, de verongelukte sopraan, uiteraard, maar toch zeker en vast ook over alle eventuele schade die de gekoesterde en net herstelde orgelkast mogelijk opgelopen kon hebben door zo'n zwaar neerstortende diva... 
Het viel niet mee om, bibberend op m'n benen van 't verschieten, mezelf van de koude planken op en bij elkaar te rapen en genoeg concentratie terug te vinden om al die geliefde, geweldig mooie doch ook zware werken naar behoren en zonder muzikale uitschuivers te zingen. Maar blijkbaar brengt pijn een soort ongeëvenaarde strijdvaardigheid in mij naar boven, want zo mogelijk nog meer dan anders dansten de noten krachtig en zuiver uit me, prachtig begeleid en stevig ondersteund door de virtuoze vingers en vederlichte voeten op de vele klavieren. "Der Engel" zweefde op zonlichte vleugels langs de glasramen, "Gebet" en "Ave Maria" klonken innig warm en oprecht, "Hör mein Bitten" droeg dramatisch en melodieus z'n passionele boodschap uit, de misdelen van Langlais schalden als ware strijdliederen door de immense ruimte, en tot slot, als overheerlijke kers op de taart, een meer dan jubelend "Zueignung". 
Bij deze is het dus nog maar eens bewezen: wiebelende orgelbankjes, dikke snottebellen en stapels zakdoeken op en naast klavieren, domme tuimelingen, geschaafde handen, pijnlijke rug en elastieken bibberbenen... wat de omstandigheden ook zijn, niets houdt ons tegen om, zoals vanochtend, steeds weer een sterk staaltje muzikaal kunnen en prachtig samenspel neer te zetten. Ondanks of dankzij, kies zelf maar.
De vele aanwezigen hebben er absoluut met volle teugen van genoten -dat kwamen ze me bij de 'koffie' achteraf toch allemaal vertellen- maar volgens mij valt hun genoegen in het niets bij de verrukkelijke hoeveelheid deugd die Peter en ik er zelf aan beleefden. Waar een gevallen diva al niet goed voor is, hé... ;-)



maandag 16 januari 2017

Tot ziens Julie en Margot, en bedankt!

"Hello" is het internetmagazine voor de werknemers van Receptel, outsourcingsbedrijf in receptionistes. Om de zoveel maanden viel het magazine in m'n inbox, met interessante weetjes over het bedrijf, over nieuwe werknemers, baby's, huwelijken, een verslag van iemand's werkdag, of een collega die even speciaal in de kijker werd gezet, en natuurlijk ook met veel leuke foto's van voorbije uitstapjes en feestjes. 'k Heb het altijd met veel plezier en aandacht gelezen, en -extra leuk en om fier op te zijn- 'k heb er ooit zelf in gestaan met m'n blogje "De receptioniste die ook zangeres was. En omgekeerd."
Maar, na meer dan 8 jaar trouwe dienst, werk ik sinds een dikke 2 maanden niet meer voor Receptel. Ik ruilde mijn vaste plekje in Edegem voor de receptie van Beweging.net in hartje stad, en nam daardoor niet alleen afscheid van die o zo vertrouwde balie en de daar passerende, ondertussen bijna familie geworden Hansen-werknemers en -bezoekers, ik moest ook -en met enige tegenzin- vaarwel zeggen aan Receptel als werkgever. Het deed me echt verdriet, want ik voelde me al die jaren in hun dienst bijzonder gewaardeerd en ondersteund.
Ja natuurlijk, op m'n nieuwe werkplekje mag ik ook op de nodige support en bekommernis rekenen. In die korte tijd leerde ik al zoveel nieuwe aardige en interessante mensen kennen, die zowat elke dag laten weten dat ze blij zijn met mijn aanwezigheid en vooral met mijn immer lachende gezicht. "Of ik het niet te koud heb, in dat glazen hok met die constant open schuivende glazen deuren", vragen er zich regelmatig een paar bezorgd af. En ook daar in de Nationalestraat sleept men mij mee naar feestjes, al 2 zelfs, in die korte tijd. Dus nee, ik heb absoluut niets te klagen. 
Maar... 8 jaar is meer dan lang genoeg om geweldig vertrouwd te raken met een aangename situatie en dus ben ik ook nog steeds een beetje verknocht aan m'n Receptel-collega's, en dan heel speciaal aan Julie en Margot.
Deze lieve dames zijn achtereenvolgend -en enigszins overlappend- mijn directe contactpersoon en coach geweest. Met ander woorden: m'n directe noodlijn, m'n onmiddellijke ondersteuning, m'n altijd bereikbare klaagmuur, m'n immer luisterende oren... Bij hen mocht ik ten allen tijde aankloppen met zowat alles, van puur praktische vragen tot problemen van emotionele aard, en al wat daartussen zou kunnen zitten. Of voor een goed gesprek, om oplossingen te vinden, of om allerlei zaken juist in te passen, of, heel gewoon, voor super gezellige persoonlijke babbels bij een lekker kopje koffie. Eenvoudigweg te weten dat er daarbuiten, ergens in de wereld, die 2 mevrouwtjes rond liepen -steeds bereikbaar indien nodig- was vaak al meer dan steun genoeg. 
M'n vertrek ging razendsnel en iets in mij bleef een beetje verweesd achter, alsof ik behoorlijk abrupt totaal op mezelf teruggeworpen werd. Echt afscheid nam ik niet. Niet van Julie, niet van Margot, en ook niet van al die andere geweldig fijne dames en heren van het Receptel-team. 
Heb ik jullie allemaal wel vaak genoeg bedankt voor al die goede zorgen, voor al die warme aandacht? Ik weet het niet meer. Dus, hierbij -en sorry indien ik in herhaling val- van ganser harte dank je wel aan elk van jullie, en zeker en vast dubbel en dik aan Julie en Margot. 
Via de sociale media zie ik ondertussen nog regelmatig berichtjes van een aantal van mijn voormalige vaste en vliegende vakgenotes passeren, en een enkeling vond ook al eens de weg naar één van m'n zangoptredens. Dat is leuk, want al oefenen we, stuk voor stuk als echte Super Women, onze illustere onthaalmagie uit aan de meest uiteenlopende soorten balie's en voor zeer verschillende werkgevers, we blijven sowieso altijd receptionistencollega's.
De verrassende ontdekking, vorige week, om toch nog het "Hello"-magazine nummer 14, in mijn inbox te zien verschijnen liet me er voor heel even terug bij horen, bij m'n 'oude' bende. En terwijl ik met een brede glimlach gretig alle nieuwtjes las deed dat toenemende warme gevoel vanbinnen het resterende beetje weemoed en overschietende stukje gemis even snel wegsmelten als 3 vlokjes sneeuw op een Belgische winterdag. ;-)

zaterdag 14 januari 2017

Mobiel gevaar.

In de vrieslucht van de vroege nog donkere ochtend stonden we, weer maar eens, tevergeefs te wachten op de tram. Aan de per minuut toenemende ontevreden geluiden was duidelijk te horen dat het geduld van m'n hoestende en niezende medereizigers richting stad stilaan ook ten einde was. 
En zoals dat dan gaat: toen eindelijk in de verte het verlossende vertrouwde silhouet met het felle schijnsel der koplampen verscheen zagen we niet slechts één maar meteen twee trams, vlak achter elkaar, onze richting uit te komen.
Opgelucht omdat ik nu, zij het nipt, nog op tijd op m'n werk zou raken en dankbaar te kunnen ontdooien in de warmte van het voertuig plofte ik, achteraan in de tram waar nog ruim plaats was, met een zucht neer, met m'n gezicht naar de achterkant gericht. 'Achteruit rijden' is voor mij geen enkel probleem. Soms doe ik het zelfs opzettelijk omdat het weer eens een totaal ander beeld geeft van een vertrouwde, elke dag bijna identieke reisroute. En afwisseling is gewoon leuk.
Vanop m'n comfortabel warm zitje keek ik dus op het zo goed als lege voertuig achter ons. Het licht van de koplampen dat tegen de wanden van de metrotunnels scheen maakte deze rit extra boeiend voor mij. Je ziet zoveel meer van die anders zo duistere mollengangen, en dat vind ik interessant.
Het was me ondertussen ook al opgevallen dat de chauffeur van de tram achter ons, zo in de 'achtervolging' en met bijna geen passagiers, een vermoedelijk erg saaie rit reed, want hij zat wat afwezig, met z'n mobiele telefoon in de hand, achter z'n stuur voor zich uit te staren. 
Bij elke halte stopte hij vlak achter ons reeds stilstaand voertuig en reden wij hem vervolgens weer een eindje los bij het verder zetten van de reisweg. En dat ging goed... tot aan halte Elisabeth.
Je hebt het vast ook wel eens meegemaakt dat je wéét wat er onvermijdelijk staat te gebeuren en je dat als in een soort vertraagde film bijna lijdzaam ondergaat. Zo ging het ook op dat moment. De combinatie van de snelheid van het tramstel en de volledig in z'n sms opgaande en dus totaal onoplettende bestuurder deden me mezelf schrap zetten voor wat er in de volgende seconden onafwendbaar zou geschieden...
BAM!!! 
Tram 2 ramde met een aanzienlijke vaart, en dus ook met een serieuze dreun, de achterkant van tram 1. Er ging een schokgolf door het voertuig en enkele in- en uitstappende passagiers verloren hun evenwicht, terwijl iedereen zich duidelijk schrokken luid en wat angstig afvroeg wat er gebeurde. Zelfs als je het, zoals ik, ziét aankomen is zoiets nog behoorlijk verschieten!
De beide chauffeurs stapten allebei verrassend relaxed uit om de schade te bekijken. De dame naast mij vroeg zich half grappend af of er nu ook wederzijdse verzekeringsdocumenten getekend zouden worden. Maar niets van dat. Alsof het een banaal en alledaags voorvalletje was besloten ze, zonder er veel woorden aan vuil te maken, dat de blutsen in de bumpers en de glasscherven van gebroken lampen de moeite niet waard waren en geen enkel probleem vormden. Er werd -niets gebeurd, niets aan de hand- gewoonweg verder gereden, zij het plots met toch wel opvallend vele meters afstand tussen de voertuigen in... 
De ogenschijnlijke onbelangrijkheid van hele historie deed me even denken dat ik het me inbeeldde, maar m'n pijnlijke nek de rest van de dag verzekerde me dat deze stevige bots wel degelijk plaats gevonden had...
Weet je, er zijn al zoveel campagnes geweest om mensen er van te overtuigen dat het gevaarlijk is om je mobiele telefoon te bezigen tijdens het besturen van een voertuig, en toch zie je het nog alle dagen, en overal. Echt niet veilig. En dat is dus zélfs van toepassing als je wielen op 2 rails staan en nergens anders heen gaan dan vooruit... 
'k Ben blij dat 't dit trambotsingske geen ergere gevolgen had, maar sta me toe van de gelegenheid gebruik te maken het iedereen toch nog maar eens op het hart te drukken, zodat zowel jullie als jullie gezin, alle mogelijke passagiers en iedere andere weggebruiker veilig en wel kunnen toekomen waar ze moeten zijn: laat je 'mobieltje' voor wat het is als je 'mobiel' onderweg bent!... ;-)



zaterdag 7 januari 2017

Goeie voornemens.

'k Dacht echt da'k hem kwijt was! M'n goeie vriend sinds al zeker 16 jaar, een wat oudere, ongewoon wijze man, zo een beetje mijne 'goeroe', ik kon Jos al een hele week niet meer bereiken en vond hem ook nergens. En nee, op reis zonder iets te zeggen, dat was niet mogelijk. Hij gaat eigenlijk nooit ergens heen. Ja, naar de winkel of zo, of even een paar kilometer wandelen, maar dat duurt toch geen 7 dagen!...
Na een week niets was ik dan ook behoorlijk ongerust. Ik weet wel dat goeroes nog wel eens de neiging kunnen hebben om aan 't eind van hun dagen te 'verdwijnen', als in de cosmos opgelost of zo, en dat is oké, maar in gedachten zag ik hem al ergens zieltogend in een greppel langst de kant van de weg liggen, moederziel alleen... Dus, ik zocht z'n buren op -lang leve 't internet en Google- en belde even met hen: "niemand thuis, alles normaal en geen stapels post in de gang". Dan maar het dichtstbijzijnde ziekenhuis gecontacteerd: "sorry mevrouw, zulke info mogen wij aan de telefoon niet geven".
Ten einde raad riep ik de politie ter hulp, en lang duurde het niet of er kwam een vriendelijk telefoontje terug. Eigenlijk mochten ze het me niet vertellen (?!) maar Jos lag, inderdaad, in het ziekenhuis. Meer details gaven ze me niet.
"Haaa, voilà zie, u had ik al verwacht, ge hebt me gevonden!" grinnikte hij van boven z'n avondeten, toen ik stilletjes en voorzichtig, niet wetend wat te moeten verwachten, kamer 286 binnen kwam. Met gelukkig 'slechts' een serieus gehavend hoofd en een schouder uit de kom, via operatie reeds terug in elkaar gezet -resultaat van een ernstige valpartij tijdens één van z'n wandelingen- zat hij daar levend en wel met een brede glimlach z'n eigenwijze immer contente zelf te zijn.
En waarom vertel ik jullie dit verhaal nu? Ja, uiteraard ook een beetje omdat het een straffe story is, en da's altijd spannend om te vertellen, en om te lezen. En natuurlijk was ik ongelofelijk opgelucht, maar, veel belangrijker, en daarom geef ik het jullie graag even mee, het hele voorval past voor mij in een veel groter plaatje. M'n goede voornemens voor dit nieuwe jaar werden namelijk door dit incident al meteen even ernstig op sterkte getest!...
Het idee sluimerde al veel langer in mij, en sinds het plotse heengaan van onze va won het nog aan kracht: hou je niet in en laat je door niets tegenhouden om tegen iemand te zeggen wat je te zeggen hebt, en al zeker niet dat je iemand graag ziet. Laat weten dat je ze koestert, die bijzondere mensen in je leven. Je weet immers nooit wanneer het de laatste maal is dat je ze spreekt...
Onderweg naar het ziekenhuis vroeg ik me af wat het laatste was dat ik tegen Jos gezegd had, en of ik hem vaak genoeg had laten weten hoe dankbaar ik voor zijn aanwezigheid in m'n leven ben. Ik kon het me niet meer herinneren en dat deed pijn... Gelukkig kreeg ik alsnog de kans, en realiseerde me dat er nog zovele anderen zijn in wiens richting ik wat vaker een blijk van genegenheid zou mogen sturen.
En ook m'n andere voornemen, 'Leven in het NU', iets waaraan ik ook al een aantal jaren werk, werd tijdens die tramrit richting hospitaal op kracht getest. 'Leven in het NU', daarmee bedoel ik dat je, alles wel beschouwd, eigenlijk slechts in dit ene eigenste moment werkelijk leeft. Gisteren is voorbij. Vanmiddag is voorbij. 10 minuten geleden, ook voorbij. En daar komt niks van terug en je kan het nooit meer over doen. En wat er staat te gebeuren volgend jaar, volgende maand, morgen of zelfs in 5 minuten, dat kan absoluut niemand met 100% zekerheid zeggen. Het heeft geen zin om je zorgen te maken of angstig te zijn over wat er geweest is of mogelijk ooit komt, want daar heb je totaal geen vat op en het verpest dít moment, het 'nu', je reële leven. Heel concreet heb je slecht het 'nu', deze seconde, deze minuut. En... als deze seconde of minuut oké is, dan is eigenlijk je volledige bestaan oké. 
Snap je wat ik bedoel?
Ik vond dat lange tijd ook heel erg lastig, maar als het me lukt ben ik volledig zen en volledig gelukkig. En het lukt me hoe langer hoe beter. 't Is ondertussen zelfs een meerwaarde geworden in o.a. m'n job als receptioniste: als ik naar jou luister, dan ben ik niet bezig met wat ik straks nog moet doen, of de zorgen die ik eventueel zou hebben, of wat dan ook. Als ik naar jouw verhaal luister, dan luister ik naar jouw verhaal. Punt. Ik sta in het 'nu', en nu praat ik met jou. Da's al. En da's goed. Simpel eigenlijk.
En dus, zo onderweg naar de ziekenkamer van Jos kon ik helemaal rustig blijven: wat er ook kwam, het was goed, zoals de dingen altijd zijn zoals ze moeten zijn, al kunnen we dat vaak op het moment zelf nog niet zien of begrijpen. Alles heeft zijn reden.
Kort samengevat: die vreselijke valpartij van Jos deed me nóg bewuster worden. Diep gelukkig en uitermate dankbaar zit ik hier nu aan mijn computer te schrijven, in de fantastische rust en stilte van m'n eigen stekje, omringt door m'n weelderig groene huiskameroerwoud, de tevreden snorrende poezen, de schattige vogeltjes op het terras en het wit bevroren landschap daarbuiten, en koester me in dit moment, dit enige, unieke, geweldige, nooit meer weerkerende moment.
En omdat het, m'n andere voornemen indachtig, vermoedelijk toch wel een klein beetje getikt is om nu als een halvegare gek al die buitengewone mensen die mij op de één of andere manier ontzettend nauw aan het hart liggen -je weet wel wie van jullie ik bedoel- in een lichte paniek -snel, voor het te laat is!- te gaan opbellen om te zeggen dat ik van hen hou, schrijf ik het hier, in afwachting van een volgende ontmoeting in levende lijve, alvast even neer: dank je wel voor je bestaan, ik zie je graag. En dat meen ik oprecht. :-)



zaterdag 31 december 2016

Verlichte stad.

Begin december, vroeg op die maandagochtend, blokkeerden ze zowat de hele Nationalestraat: de mannen van 't stad die de feestlichtjes omhoog hingen. Rode gestrikte pakjes met groene guirlandes er naast. Toen m'n werkuren voor die dag er op zaten was het fraaie eindresultaat uitstekend zichtbaar, zo fonkelend afstekend tegen de toenemende duisternis van de vroeg vallende avond. En vanaf dat moment werd elke dag een ontdekkingstocht naar meer van dat soort vrolijk moois. Na 't sluiten van m'n receptie nam ik zigzaggende omwegen richting metro huiswaarts, soms zelfs hele stadswandelingen, door de vele straten en steegjes, om me vol verrukking tegoed te doen aan die feestelijk overdaad van al die miljoenen, misschien wel miljarden lampjes. Er hangt zo ont-zet-tend veel dat je niet eens meer weet waar eerst te kijken! 
Heel even sloop, uiteraard, je kent me ondertussen zo wel een beetje, de bezorgdheid over de belasting op het milieu, de lichtvervuiling en de kostprijs van al die elektriciteit door m'n hoofd, maar soms moet je, een beetje tegen beter weten in, al dat 'verantwoordelijk zijn' en 'zorg dragen voor' eventjes loslaten en je voluit over geven aan genieten...
De afgelopen 8 jaar werkte ik buiten de stad, en natuurlijk hangen ook daar links en rechts lichtjes, aan het ene huis al wat meer dan aan het andere, maar bij die onmetelijke hoeveelheid in alle vormen en kleuren, zo kwistig -ik wou bijna zelfs 'verkwistend' zeggen- over het centrum gestrooid, dat valt met niets te vergelijken. En het feit dat ik vanwege m'n job verplicht elke dag weer het hartje van de stad en al z'n winkelstraten moest doorkruisen -wat normaal gezien zo ongeveer het laatste is wat je me zal zien doen op en rond feestdagen- maakte mijn bijna kinderlijk geluk en verwondering alleen maar groter: alsof ik dit nog nooit gezien had! Goh, misschien is dat ook wel zo...
Vruchteloos trachtte ik al die prachtige straat- en pleinzichten in de schemering op foto vast te leggen. Geen enkel plaatje, als het al enigszins ergens naar leek en scherp was, gaf de echte magie van de in licht gehulde stad weer. Je kan nu eenmaal niet fotograferen hoe iets zo fijn voor je voelt dat je van puur geluk alleen nog maar kan glimlachen... Dat zit veilig vanbinnen in je hart, hé.
Zoals de warme herinneringen die, al slenterend door de straatjes, weer naar boven kwamen: va en moe, die met mij een uitgebreide toer met de auto reden, gewoon, zonder echte reden en nergens heen, alleen maar om overal naar de lichtjes te gaan kijken. Soms vol heerlijke be- en verwondering, soms met buikpijn van het lachen om zoveel malligheid, soms gezellig gruwelend bij zulk onmogelijk geacht lelijks, soms met onze ogen alvast leuke ideetjes stelend voor ons eigen huis 't volgend jaar. Een auto vol oooooh's en aaaaaah's. Een auto met drie blije mensen met feestelijke twinkellichtjes in hun ogen...
Vannacht is de lucht ook weer vol van vuurwerk. Nog zo iets waarin ik me vroeger, met open mond, als in extase naar die sprankelende kleurenexplosies en vooral dat spetterend zilver en goud tegen het fluwelen hemelzwart starend, in alle gelukzaligheid kon verliezen. Nu ben ik daar wat bang van. Er wordt zoveel ongecontroleerd en verschrikkelijk onvoorzichtig afgestoken, en ook nog eens absoluut o-ver-al, vaak op de meest foute plaatsen. De hele buurt knalt hier al dagenlang. En het benauwende er aan is vooral dat je helemaal niet meer met zekerheid weet of elke explosie die je hoort inderdaad ook vuurwerk is. Lees het maar even na in de krant: een bom in de brievenbus als overval-wapen bij de bakker, en ontploffende auto's na opzettelijke brandstichting. Hier in mijn buurt, vlakbij waar ik woon. Rare tijden, als je 't mij vraagt...
Ach, ik wijk af van de fantastische verwondering om al dat feeërieke, meer dan magisch licht waarmee de stad zich tooit in deze laatste dagen van het jaar. 
Angst belet 't genieten, dus laat dat onschuldige kind diep in jezelf maar overheersen en dompel je, zo zorgeloos als mogelijk, zalig onder in het knallende feestgedruis van de overdadig verlichte stad.
Sta me eerst nog wel even toe u hierbij vooral géén spetterend of knallend nieuw jaar toe te wensen. Nee, daar hebben we dit afgelopen jaar en deze voorbije week al meer dan genoeg van gehad... Veel liever zie ik elke nieuwe dag van 2017 de vurige warmte van vriendschap, liefde en genegenheid branden in uw hart, met daar bovenop die immer als sterretjes twinkelende lichtjes van deugd -en wie weet ook van wat onschuldige ondeugd- in uw ogen! En geniet ondertussen alvast van een veilig oud-jaar-einde en een vredevol nieuw-jaar-begin. ;-) Xxx 



dinsdag 27 december 2016

Kerstengeltjes.

Toen ik in 2012 de rol van Czipra zong, de oude zigeunerkoningin in de operette  'De Zigeunerbaron' van Johann Strauss, had ik nooit kunnen bedenken welk een bijzondere vriendschap daar in het duister van de coulissen, stilletjes en gespannen wachtend op de volgende scene, voor mij zou ontstaan...
In operettes wordt namelijk niet alleen gezongen en geacteerd, dans speelt ook een onmisbaar grote rol. Zowat elk instrumentaal intermezzo staat gelijk aan een sierlijke balletcreatie. En dat was niet anders in de uitvoeringen van deze Zigeunerbaron. De leerlingen en choreografen van Dansgroep Syrah bleken al enkele jaren door het ensemble ingehuurd om zich over dit stukje van elke voorstelling te ontfermen. En dat deden ze met verve én -zo heerlijk om te zien- ook met geweldig veel plezier.
En zo stonden wij daar dan, de meisjes en die ene jongen van 'het ballet' en een nogal eigenwijze zangeres -oud genoeg om hun moeder te kunnen zijn- samen vanachter de gordijnen te loeren naar het zangspel dat zich op het toneel in de spots ontplooide. Er werd gegiecheld om allerlei zottigheidjes en gekke foutjes, er werden verloren gewaande props op het laatste nippertje teruggevonden, lintjes van voorschootjes gestrikt, haartjes goed gelegd, pasjes doorgenomen... Maar boven al ontstond er een uitzonderlijke vriendschapsband tussen die 7, elkaar afwisselende, jonge energieke dansers en die ronde eigenzinnige diva.
Reeds halverwege de reeks optredens doorheen het Vlaamse land groeide het ideetje -en meteen ook het meer dan laaiend enthousiasme bij de jongeren in kwestie- dit uitgelaten dansgeweld ook z'n ding te laten doen bij mijn jaarlijkse kerstconcerten, en na overleg met hun coach en leerkracht Saartje ging de bal pas echt razendsnel aan het rollen.
Er werden geweldig plezante choreografieën gecreëerd, m'n moeder naaide een hele rits op maat gemaakte kerstjurkjes -uiteraaaaard in dezelfde stof en qua afwerking volledig passend bij mijn eigen enorme kerstoutfit- en een extra, natuurlijk ook rood, gilletje en strikje voor die ene jongeman. Ik kocht massa's witte panty's, dozen vol rode-verenbloemen-op-een-clipje en -die mogen écht niet ontbreken- ontelbare spuitbusjes glitterhaarlak. En voilà, daar stond m'n hele eigen kerstballet, klaar om het publiek een extra portie kerstvreugde te brengen. En dat deden ze, met een ongelofelijke overgave. Zalig!
'Mijn Miekes en mijn Glenn' noemde ik hen vaak. Of mijn 'Kerstelfjes'. 
Ze groeiden uiteraard op, ondertussen al een heel stuk zelfs, en hun leven ging zo z'n eigen gang, doch elke kerstperiode opnieuw kon ik weer op hun opgetogen geestdrift rekenen. Elk jaar was altijd wel iemand van die 7 nét niet vrij dat ene weekend, tot hun eigen grote verdriet, maar toch dansten er altijd 6 van hen de pannen van het besneeuwde kerstdak voor mij en het verrukte publiek. 
Ze tolden ook lichtvoetig door andere producties voor mij en ik deed een gastoptreden bij hun 2-jaarlijkse indrukwekkende Syrah Show. 
Toen ik, na één van m'n vele zware operaties, voor lange tijd aan huis gekluisterd zat zochten ze me zelfs met z'n allen op voor een waanzinnig uitgelaten spelletjesnamiddag. 
En zo werd door de jaren onze band alleen maar sterker en vanzelfsprekender.
De laatste jaren kreeg ik door een wat lastiger privé-leven geen andere shows meer op poten gezet, dus zag ik hen uitsluitend nog met kerst. En dit jaar, met hun hogere studies en zo, waren er slecht 4 van hen beschikbaar.
Maar dat dempt de vreugde absoluut niet, integendeel zelfs: alleen al door hun aanwezigheid vind ik, totaal uitgeput als ik zo vlak voor die eerste voorstelling dan ben van de hele reutemeteut tijdens de meer dan uitputtende organisatiemaanden, werkelijk àl m'n energie en inspiratie terug. De pure blijdschap waarmee ze me rond de nek vliegen, de volle goesting om aan de show te beginnen, de eeuwige lol en grapjes, en niet te vergeten: die zo mooie intense vriendschap -over alles heen- tussen hen onderling... Daar zijn geen woorden groots genoeg voor. 
Tijdens de allerlaatste repetitie dit jaar, al op de scene zelf, begreep ik het ineens. Er ging als het ware een lichtje in mij aan, een kerststerretje als je wil. Dit zijn geen lichtvoetige Kerstelfjes. Nee, hoor. 
Dit zijn -100% zeker weten- mijn eigen persoonlijke Kersténgeltjes! 
Echte unieke onvervalste gevederde Kerstengeltjes, die mij in overvloed en zonder enige moeite de ware vreugde en innige warmte van Kerst schenken en er voor zorgen dat mijn Kerst-Miss-batterij optimaal geladen is om, elke jaar weer opnieuw, met gulle hand, weelderige stem en sprankelende uitstraling een zo goed als onuitputtelijke hoeveelheid kerstgeluk uit te strooien over de daardoor na afloop diep tevreden huiswaarts kerende toehoorders.
Ja, ik weet het: we worden langzaam maar zeker allemaal ouder, dus ik heb er geen idee van hoelang deze speciale Engeltjes er nog bij zullen zijn in de shows, ook hun leven heeft natuurlijk zo z'n eigen koers, z'n eigen pad... 
Maar wat er in de toekomst ook gebeuren mag, één ding staat écht wel vast: Cynthia, Famke, Glenn, Hanne, Sien, Sofie en Sofie, jullie bezitten voor altijd en eeuwig een heel bijzonder stukje van m'n hart. Dank je wel voor zoveel oprechte vriendschap, warmte en levensvreugde! 
Ik hou <-------------------zoveel----------------> van jullie. Minstens. ;-) 



dinsdag 6 december 2016

Zaligmakende muzikale zondag.

Bibberend in m'n warme winterjas trok ik m'n dikke sjaal nog wat strakker en hoger rond m'n nek. 'Min 2' wist de thermometer me te vertellen toen ik afgelopen zondagochtend met tegenzin m'n huis verliet. Bijzonder onaangenaam nieuws had me de vrijdag daarvoor emotioneel en fysiek totaal tot moes geslagen, en sindsdien voelde ik me kotsmisselijk en depri. Mezelf uit de veilige omarming van het warme bed wringen en klaarstomen om een concertmis te zingen was dan ook een hele opgave. Maar, weliswaar een pak later dan ik oorspronkelijk voor ogen had, reed ik, als een sardientje in een blikje schommelend tussen de talloze gezinnen met uitgelaten kinderen -onderweg naar de Sinterklaasshow in het Sportpaleis natuurlijk- en de vele enthousiaste warm ingeduffelde shoppers -onderweg naar de Meir voor de 'Koopzondag' uiteraard- met de tram richting stad, richting Sint-Walburgis.
Het licht van de koude winterzon door de veelkleurige glasramen van de al lekker warme kerk verwelkomde me hartelijk, maar de stemming zat er nog niet in. Ik kan me niet herinneren dat er ooit zo nog eens een moment was waarop ik niet van blijdschap op en neer stond te springen met het vooruitzicht weer eens heerlijk voluit m'n grote klep te mogen open zetten... Maar zondagochtend dus: totaal geen fut of goesting, heel simpel en gewoon, en zonder enige vorm van drama. Een vreemd soort berusting en gelatenheid.
Het eerste nummer koste dan ook bijzonder veel moeite, faliekant weinig lucht in m'n longen, als leeg geknepen, helemaal op... Moedeloosheid overmande me. Tot, daar vlak naast me op het hoogzaal, het kerkkoor begon te zingen! 
Ik geloof niet dat een 'Kyrie' me ooit zo weldoende in de oren geklonken heeft. En toen -tot m'n grote verrassing, en ik vond het al zo mooi- die 15 enthousiaste mannen en vrouwen vervolgens ook nog eens naadloos over gingen naar een perfecte meerstemmigheid verblijde het vrolijke kleurenspel van de zonnestralen niet alleen de hele kerk maar ook een stukje van m'n hart. Ik rechtte m'n rug, ademde een paar maal heel diep, voelde mezelf van m'n kruin tot m'n tenen weer wat tot leven komen en... zong de pannen van het dak. Niet alleen organist Jan Noordzij trok vol vuur en vervoering alle registers van z'n instrument open, daar op die koude 2e adventszondag in Antwerpen, als u begrijpt wat ik bedoel... hihihi
Met volle teugen genoot ik van het orgelspel, van al die blije musicerende mensen om me heen, van die sympathieke en bijzonder fraai zingende pastoor -chapeau!-, van een verre van oubollige misviering, zo ongedwongen, ongekunsteld en als vanzelfsprekend vlot begrijpbaar en volledig up to date. En de verrassende aanwezigheid van één speciale vriendin tussen de kerkgangers maakte de in mij terugkerende vreugde helemaal af. 
De oprechte warmte en genegenheid die van iedereen uit ging en achteraf bij een dampend hete kop koffie de gezellige babbels -bol staande van felicitaties aan mijn adres, ideetjes voor 'meer-van-dat' en ongeveinsde interesse- deden elke soort van 'koude' langzaam wegsmelten. 
Het had kunnen volstaan, zo'n fijne zondagochtend, zeker weten, maar de dag had nog meer voor me in petto. Een stel absoluut geweldige vrienden -en ook trouwe hevige fans- troonden me opgetogen mee naar een voorstelling waarvan zij vonden dat ik ze absoluut moest zien. En ze hadden overschot van gelijk!
Pol Goossens -jawel, die van 'Thuis'- las op een meer dan ontroerende wijze de 'Driekoningentryptiek' -misschien beter door u gekend als 'En waar de sterre bleef stille staan'- van Felix Timmermans aan ons voor, afgewisseld met fabelachtige muzikale intermezzo's van een engelachtige harpiste en van het Casino Brass Ensemble, die op werkelijk schitterende wijze en met uitsluitend koperinstrumenten delen uit 'De Notenkraker' van Tsjaikovski speelden. Zo virtuoos, zo warm, zo hemels, zo wonderbaarlijk, zo intens 'kerst'... 'k Miste zelfs niet één seconde een snaar- of enig ander orkestinstrument. 
Glimlachend van oor tot oor, vervuld van eindelijk weer wat verloren gewaande kerstsfeer en het zalige ietwat tipsy gevoel door die goddelijk smakende trappist van Westmalle achteraf werd ik aan het einde van deze bijzonder muzikale en muzikaal bijzondere dag veilig en wel terug naar huis gebracht. 
Het zal nog wel een tijdje duren voor ik opnieuw geheeld ben van alle narigheid, maar één ding is zeker: de tomeloze kracht van muziek in al z'n vormen blijkt -nog maar eens en nog steeds- een onuitputtelijk bruisende bron van energie, vitaliteit en vreugde, en ook van troost voor me te zijn. Zelfs als ik dat, hoe vreemd dit ook mag klinken, weer eens even volslagen vergeten ben...
Aan al die uitermate boeiende mensen die afgelopen zondag voor mij transformeerden van -letterlijk en figuurlijk- berekoud tot zaligmakend: dank u wel! <3  




zaterdag 26 november 2016

Onstopbaar.

Wakker worden boordevol inspiratie, dat gebeurd niet alle dagen. Na m'n viervoetige huisgenoten hun ontbijt geserveerd te hebben zat ik dan ook meteen vol enthousiasme achter de computer. Ongewassen, ongekamd, pyjama nog aan en zonder ontbijt. Alleen voor die grote kop gloeiend hete, zalig zoete koffie, daar had ik nog even tijd voor gemaakt. Al gauw verdween ik volledig in de bonte wereld van m'n leuke boek.
Ja, die leuke verhaaltjes, die zijn al lang geleden allemaal geschreven, en daar wijzig ik absoluut niets aan -of 't zou een toch nog over het hoofd geziene spelfout moeten zijn- maar de plaatjes die ik er in m'n blog zelf bij postte, daarvan moeten er een heel pak aangepast of vervangen worden. Je kan namelijk geen boek uitgeven met dingen die je lukraak van het internet plukte. Dus fabriceer ik de laatste weken aan hoog tempo allerlei nieuwe en vaak nog zoveel plezantere prentjes. En geloof me, dat klinkt simpeler dan het is. Een ernstige aanval van artistieke inspiratie is dan ook meer dan welkom.
Dus, ondanks het grauwe weer daarbuiten -een stralend zonnetje werkt gewoonlijk zoveel beter- liep zowel het verzinnen als het maken van allerlei grappige, kunstige of gewoon heel mooie illustraties vandaag uitzonderlijk vlot. Het vrolijke buitelen van de donzige koolmeesjes op zoek naar wat lekkers op m'n terras, voor het eerst terug sinds het voorjaar, deed me weliswaar even diep gelukkig opkijken en dankbaar glimlachen. Maar zelfs zij onderbraken met hun zot gedoe zo vlak voor m'n neus aan de andere kant van het raam de eindeloze vloedgolf van zonnige en kleurrijke ideetjes niet. Afbeelding na afbeelding verscheen uit het niets en vond z'n weg uit m'n hoofd naar het computerscherm, en naar de pagina's van het boek. Als een onophoudelijke stroom. Werkelijk onstopbaar.
Toen ik, na wat slechts als een uurtje gevoeld had, écht even moest opstaan om hoogdringend richting sanitaire ontspanningsruimte te sprinten schrok ik er dan ook serieus van dat de grote klok in m'n halletje reeds na 15u aanwees. En er moesten nog boodschappen gedaan worden!...
Wassen, kammen, aankleden, boodschappenlijstje, centen en hup, de fiets op!
Aan het eind van de straat richting eerste supermarkt moet ik steeds een drukke baan oversteken. Uiteraard stop je daar dan om uitgebreid links en rechts te kijken, kwestie van niet domweg overreden te worden, hé. Ik kneep dus, heel gewoon, op het gepaste moment en met overtuiging m'n remmen dicht. "Klak" klok het hard en scherp: remkabels overgetrokken! En de fietsenmaker had ze nog maar pas geleden nagekeken en vernieuwd...
In plaats van tot stilstand te komen bolde m'n fiets, met mij er nog op natuurlijk, verder, de drukke baan op. Geen tegenhouden aan, al even onstopbaar als m'n inspiratie van vanochtend. En toen ging het plots razendsnel: lichte paniek overmeesterde me, m'n broekspijp bleef ergens achter haperen, geen voet aan de grond te krijgen dus, en op de koop toe sloeg m'n voorwiel kaduuk onderuit op het stoeprandje... 
Voor ik het goed en wel besefte smakte ik met een harde klap tegen het ruwe asfalt, gelukkig net op een moment dat er even geen auto's kwamen aanrazen. Juistekes op tijd, voor de volgende golf van die gevaarlijke vierwielers, kon ik de versuffing van me af schudden, mezelf weer bij elkaar rapen en uit het kluwen van armen, benen en fietsonderdelen worstelen, en tot slot zowel de fiets als mezelf weer overeind veilig op de stoep zetten. Met bibberende benen en nog een beetje de kluts kwijt overliep ik daar de opgelopen averij aan zowel het trouwe rijwiel als aan het vege lijf. Wat blutsen en schrammen, 't één en 't ander uit den haak, maar 't viel al bij al nog mee.
Eigenlijk toch wel bizar, vind ik, verbazingwekkend zelfs, hoe je -elke keer weer- zowel je arme knieën als kwetsbare ellebogen tot bloedens toe kan schaven, zónder ook maar één scheurtje of andere beschadiging aan je broek en je jas... 
Omdat de wekelijkse boodschappen niet vanzelf naar m'n huis komen wandelen zette ik, onstopbaar als ik ben, met de nodige 'oei en ai's en wat wankel fietsgewiebel -zeker zo zonder remmen- m'n noodzakelijke winkelronde verder.
'k Ben uiteindelijk bepakt en gezakt met de inkopen voor volgende week weer veilig thuisgeraakt, hoor, maar m'n hele lijf voelt nu wel als door de mangel gehaald. Het doet pijn op plaatsen waarvan ik me niet eens bewust was. 
Maar, geef toe: zo vóel je nog eens duidelijk dat je lééft, hé... hihihi
En geschaafde knieën en een stel blauwe plekken, die houden noch mij noch m'n nog immer voortdurende creatieve ideeënstroom tegen. Ik zit al opnieuw en alsof er niets gebeurd is achter m'n bureautje met zicht op de tuin en laat al die heerlijke inspiratie weer de vrije loop. Yep, inderdaad: onstopbaar. ;-)


zondag 20 november 2016

Woeste windkracht.

Een enorme knal tegen het venster maakt me pardoes wakker uit een zalige diepe slaap en doet me gealarmeerd uit het warme veilige bed springen. De gordijnen verborgen slechts een grijze grauwe lucht en het blijft bijna even donker in de kamer als toen ze net nog niet open geschoven waren...
Het schouwspel aan de andere kant van het raam lijkt een heel klein beetje op televisiebeelden van orkanen aan de andere kant van de wereld: de lucht hangt vol allerlei ondefinieerbaar afval en boomblaadjes, op m'n terras afgebroken en uitgerukte planten en vuilnis, en alles wat zich zowel in de tuin als in m'n potten tot nu toe nog staande heeft gehouden helt minstens 45°, naar rechts op het terras en naar links in de tuin. Ja, da's een gek zicht en het lijkt niet meteen logisch, maar dat komt door het draaien van de lucht tussen de hoge gebouwen hier. Wat trouwens ook de kracht van de windstoten zo mogelijk nóg vergroot...
De hevige stormwind plukte overal de laatste blaadjes van de bomen en struiken maar is blijkbaar nog niet tevreden over het resultaat want in alle hevigheid geselt hij m'n gekoesterde groenvoorziening. Ik vrees dat er nog wel 't één en 't ander zal moeten sneuvelen voor deze storm weer gaat liggen.
In m'n fuchsia kamerjas over m'n roze pyjama waag ik me toch even buiten. Terwijl de brutale, doch verrassend warme rukwinden zonder onderscheid ook meteen zwaar aan mij beginnen trekken en m'n haar alle kanten uit blazen -wat een oerkracht!- zet ik de gevaarlijk zwiepende hangpotten veilig op de grond en tracht met stokken en binddraad links en rechts wat steun te bieden aan planten die het dreigen te begeven. Ik raap, nu ik hier toch sta te flapperen, al de tot tussen m'n potten geblazen rotzooi van de grond. De knal tegen het venster blijkt trouwens een grote lege kartonnen koekendoos te zijn geweest. Tegen morgen zal er vast en zeker nog eens zo veel te verzamelen zijn, maar deze rommel brengt alvast geen extra schade meer aan. 
Terug veilig binnen achter het grote schuifraam blijf ik nog even, met pijn in m'n hart, staan kijken hoe de woeste windstoten -tot zelfs 100 kilometer per uur zegt het weerbericht- m'n arme plantjes verder uit elkaar rukken. 
Nu, vanachter m'n computer, zie ik tot m'n groot verdriet de stukken er vanaf breken en gedragen door de wind voorbij het raam vliegen... 'k Vrees dat er straks van m'n terrastuin niet veel meer over zal blijven. Niks aan te doen, zowel zij als ik zijn overgeleverd aan de brute kracht van de natuur.
Poezen Poekie en Pompon vinden het duidelijk verschrikkelijk eng. Hun vaste snoezelplekjes boven de warme radiator en hoog op de kast blijven leeg. Heel af en toe zie ik één van hen plat op z'n buik in volledige alertheid met wat paniek in de oogjes langst de muren van de kamer sluipen, op zoek naar een betere verstopplaats. Wat ik ook zeg of doe, ik kan ze niet geruststellen. Misschien omdat ik er eigenlijk zelf ook niet helemaal gerust in ben... Niet moeilijk met al die afgebroken takken, plastiek flessen, aluminium bakjes, pakken papier en zelfs volle vuilniszakjes die hier te pas en te onpas keihard tegen de vensters smakken. Ik plak van 't verschieten zelf elke keer bijna tegen het plafond!
We vergeten wel eens, zeker hier in dit gematigd klimaat, hoe ontzagwekkend de natuur is, zowel in al z'n diverse schoonheid als in z'n alles vernietigende kracht. Een dag als vandaag herinnert ook mij er weer even aan hoe ontzettend kwetsbaar en nietig we als mens eigenlijk wel zijn. 
Maar het maakt me ook intens dankbaar. Dankbaar voor het robuuste dak boven m'n hoofd, voor de warmte en gezelligheid van m'n knusse kamers, voor het zachte licht van de schemerlampjes en brandende kaarsjes, en voor de dampend hete kop koffie op m'n bureau.
En, als met een binnenpretje, glimlachend denk ik aan de vele bloembollen die in de donkere potgrond ongrijpbaar voor de klauwen van deze furieuze storm rustig en beschut wachten op betere tijden om m'n terras weer helemaal tot leven te brengen, want ook dàt behoort tot de triomfantelijke kracht van de natuur. ;-)

zondag 6 november 2016

Souvenir van 8 jaar tandwielkastenfabriek.

De 'ouwe garde' van het internationale industriële bedrijf waarbij ik de afgelopen 8 jaar als receptioniste m'n vaste plekje had -ondertussen zijn deze werknemers allemaal met pensioen gestuurd- noemde me uit jarenlange gewoonte steeds liefdevol 'de telefoniste in de showroom'. Het vriendelijk aannemen en deskundig doorschakelen van de vele telefoontjes was dan ook één van de immer weerkerende hoofdtaken van mijn job aldaar. 
Verre reizen naar alle mogelijke en onmogelijke uithoeken van de aardbol maakten geen deel uit -tot nu toe toch nog niet- van mijn leven*, maar via die telefoon praatte ik dagelijks met zo ongeveer de héle wereld en kwamen de meest diverse landen als vanzelf naar me toe! En dat heeft, als je er even over nadenkt, toch echt wel iets magisch, niet?
Techniek heeft me altijd geboeid. Ik vind het nog steeds heerlijk om eens door de werkplaats te kunnen lopen, al die zware gereedschappen en hijstoestellen te bekijken en de ontzettend uitgebreide collectie voor mij onbenoembare onderdelen. Vooral die kolossale tandwielen, sommige wel een paar ton zwaar. En dan de eindeloze rijen en rijen kasten in het typische turquoise, mat bordeaux en glimmend grijs, klaar om verpakt en verscheept te worden in enorme houten kisten. Het maakt nog altijd indruk op me. 
Door al die telefoontjes weet ik dat, wat daar in Edegem gemaakt wordt, terug te vinden is in werkelijk àlle uithoeken van de wereld. In de mijnen van Zuid Afrika, olievelden in het Midden Oosten, kabelbanen in de Alpen, projecten van Canada tot het uiterste puntje van Zuid Amerika, in Oost Europa en Rusland, in Scandinavië, in heel Australië, in Indië, China, Japan... je kan het zo gek niet bedenken of ze hebben wel ergens een, in deze fabriek ontworpen en gebouwde, transmissie staan. In waterzuiveringsstations, koeltorens, pompen, mixers en ontelbare andere industriële toepassingen verspreid over de hele aardbol kan je ze terugvinden.  
En uiteraard zijn ze niet alleen ver weg van hier te ontdekken! Er staan ook tandwielkasten heel dichtbij, zoals, om maar één voorbeeldje te noemen, in de haven van Antwerpen, waar er sinds kort reusachtige sluisdeuren open en dicht gaan dankzij transmissies van het bedrijf waar ik zo lang met een stralende glimlach de gasten verwelkomde en de telefoon beantwoordde!
Ondertussen babbel ik dus al 8 jaar in minstens 4 talen met onnoembaar veel verschillende nationaliteiten over alle mogelijke onderwerpen met betrekking tot krachtoverbrenging, en dacht daarom zo wel ongeveer àlles in verband hiermee gehoord en gezien op te hebben. Tot dat ene bijzonder verrassende telefoontje: ik had de Efteling aan de andere kant van de lijn! 
Ja zeker, de Zoo van Antwerpen en Plankendael, of Walibi, die bellen ook wel eens, maar dat is dan hoofdzakelijk om speciale kortingen en dergelijke voor het personeel aan te bieden.
En de Efteling? Nee, die moest absoluut niemand van personeelszaken spreken... De Efteling had iemand van de service-afdeling nodig, voor onderhoud en wisselstukken van de tandwielkast, afkomstig uit dít bedrijf -echt waar- die hun meneer Langnek z'n eindeloos lange nek op en neer laat gaan!
Geloof me, deze oproep stelde zowel m'n werk als receptioniste-telefoniste, als tandwielkasten en aandrijvingen, als de Efteling zelf meteen in een totaal ander daglicht. Of hoe één gesprekje m'n kijk op de wereld alweer voor altijd veranderde. En niet alleen míjn kijk, maar ook die van al de mensen, zowat iedereen, aan wie ik dit verhaal vertelde.
Communicatie Manager Lena maakte, toen zij m'n story hoorde, de hele belevenis nog straffer met de simpele opmerking "O, maar er staan transmissies van ons in zoveel pretparken in Europa. Vooral in achtbanen en ander van dat spectaculair spul!" Ze koesterde trouwens zelf al geruime tijd een schriftelijke herstellingsaanvraag rechtstreeks uit Disneyland, jawel, en ook nog eens persoonlijk ondertekend door niemand minder dan Minnie Mouse!
Dat ik zulke dingen al die jaren niet geweten heb, hé. Wauw!  
Dit plezierige telefoonverhaaltje is een mooie herinnering aan mijn tijd daar in Edegem, een tandwielkastenfabriekssouvenirtje dat ik de rest van m'n leven zal bewaren en waarover ik vast nóg vertel als 'k hoogbejaard ben. Maar tot we zover zijn is het ondertussen hoog tijd, denk ik, om nog eens -en dan met totaal nieuwe ogen- een heerlijk dagje in de Efteling door te brengen! ;-)


Klik op het plaatje om het te vergroten,
want dan is het nog leuker om te zien!...

* meer hierover in het blogje Postkaartvakantieverlangen