Posts tonen met het label tijdloos. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tijdloos. Alle posts tonen

zaterdag 11 februari 2017

Warme winters.

"Allé vooruit, ze gaat de vuilniszak weer buiten zetten, zenne!" Dat zegt de echtgenoot van mijn vriendin altijd als ze haar winterjas aantrekt om het huis te verlaten. Gelukkig heeft deze vriendin een uitstekend gevoel voor humor, want als ze haar jas aantrekt gaat ze zeker niet altijd naar buiten met het vuilnis. Nee, haar halve trouwboek lacht met hoe haar wat rondere lichaam in haar warme winterjas er uit ziet. Een mat glanzend zwarte, met horizontale banen en op de koop toe lekker gewatteerde jas... En toen ze het geheel even voor me showde kon ik niet ontkennen dat er inderdaad enige gelijkenis is. We hebben er samen hartelijk om gelachen. Vooral omdat ik me er helemaal in kan vinden, in het vreemde zelfs lachwekkende effect van sommige winterjassen.
Jarenlang, zowat m'n hele volwassen leven, droeg ik uitsluitend zwierige zwarte enkellange, echte wollen -en daardoor meestal ook behoorlijk zware- wintermantels. Zeer elegant en stijlvol, naar gelang het model ook erg 'Mary Poppins', zeker met een hoedje en paraplu erbij, sowieso altijd opgefleurd met een mooie kleurrijke warme sjaal en bijpassende handschoenen. En... elke winter weer stond ik in die jas -fabuleus gracieus- over m'n hele lijf geweldig bibberend en werkelijk tot op het bot door en door koud op tram en bus te wachten. Een échte wòllen jas, klinkt fantastisch, en warm, dat wel, maar een ijzig snijdende noordenwind blaast z'n vrieskou er zonder enige moeite los doorheen, geloof me.
Een extra onderlijfke, een tweede dikke trui of vest, ik loste het probleem zo goed en zo kwaad als mogelijk op, maar rillen deed ik, niks aan te doen.
Afgelopen herfst was het weer eens tijd voor nieuwe winterjas. De wol-kwaliteit van tegenwoordig is niet meer zoals in grootmoeders tijd, toen je met één jas nog je hele leven deed. Dus om de 2, 3 jaar start ik de steeds moeilijker wordende zoektocht. 't Is ook totaal niet trendy meer, hé, zo'n jas... Ja, een échte kwaliteitsvolle lange mantel is te vinden, hoor, zeker buiten het doorsnee modecircuit, in de betere, tijdloze en stijlvolle zaken bijvoorbeeld, maar daar shoppen ligt spijtig genoeg absoluut niet in mijn beperkt winterjasbudget. 
Voor het eerst in m'n leven waagde ik me daarom aan een -online bestelde- enkellange zwarte nylon jas, van onder tot boven gewatteerd en met een eindeloze rits, ook van onder tot boven, en, hoe super was dat: voor een ronduit belachelijke prijs. Mijn moeder vond hem schitterend, dus het was een blijvertje. Ik zelf had -en heb- er nog steeds een beetje mijn twijfels over... 
Elke keer, ik zweer het je: zonder fout élke keer, ik me weer volledig voorover buig om die ellenlange rits toe te zippen, een rits die ook nog eens steevast -nondedoemme, nondedoemme, dedju dedju toch, miljaaaaar- op minstens één plek klem komt te zitten met de voering -uiteraaard vooral als je al wat laat bent- bedenk ik me met een ietwat groene grimlach: "Allé vooruit, 'k zal mijne slaapzak maar weer eens aantrekken!..." 
Goed trouwens dat de rits ook van onder naar boven wat open kan, anders zou ik met van die piepkleine geisha-wiebel-pasjes naar de tramhalte moeten sprinten, als een soort wandelende worst op pootjes. 'k Geef toe dat het inderdaad een grappig beeld is. 
Soms voelt het alsof ik me, voor het naar buitengaan in de ijzige kou, even snel van kop tot teen in een stevig dekbed rolde, en met die, nog steeds erg kleurrijke, dikke sjaals er bovenop zie ik af en toe niet eens meer waar ik loop. Als al die bedekking trouwens hoog genoeg over neus en oren zit zie je vermoedelijk ook niet veel meer van mij, nog juist een dot, al dan niet extra versierd met een bloem, en misschien ook nog een stel ogen, veronderstel ik... 
Maaaaar... hoe belachelijk ik ook denk er uit te zien, het moet gezegd dat ik deze winter, hoe hard het ook vroor en hoe lang er ook op dat regelmatig onbetrouwbare openbaar vervoer gewacht moest worden, nog niet één moment stond te bibberen! Het is voorwaar een winterwonder. Bijna dagelijks verbaas ik me er over hoe warm deze ontzettend lichte jas me wel houdt. Hij is zodanig winddicht, waterafstotend en deskundig geïsoleerd dat ik er af en toe zelfs in loop te zweten!
Afgelopen tijd bekeek ik in de meer dan overvolle trams elke ochtend alle andere winterjassen om me heen en kwam tot de hilarische constatatie dat we, zo dicht op elkaar gepakt en met allemaal hoofdzakelijk zo'n dik gewatteerd omhulsel aan, eigenlijk met z'n allen één grote airbag creëren. En heel even zag ik ons allemaal, bij een mogelijk ongeval, als een grote strandbal totaal pijnvrij gezellig door het tramvoertuig in het rond botsen.
Wel, misschien boeten we een heel stuk aan stijl, elegantie en zwierigheid in, misschien zien we er uit als wandelende vuilniszakken, dichtgeritste slaapzaken, ingesnoerd dekbedden, opgeblazen luchtmatrassen of worsten op pootjes, het maakt niet uit. Laat het maar vriezen dat het kraakt en laat de sneeuw maar vallen: wij beleven uitsluitend nog wàrme winters! :-)

zondag 6 december 2015

Tijdloze uitvaart-elegantie.

Vanop het hoogzaal in de prachtige kerk bekeek ik, in afwachting van mijn eerste te zingen noten, volledig op m'n gemak en met op de achtergrond de sfeervolle melodieën die de organiste uit het orgel toverde, de binnendruppelende mensen en de ingetogen bedrijvigheid van de heren van de begrafenisonderneming ter voorbereiding van de nakende uitvaart.
Die schalkse doch warme glimlach kon ik echt niet onderdrukken toen ik plots besefte hoeveel ik eigenlijk wel van begrafenisondernemers hou.
Nee, nee, ik heb geen verborgen en duister morbide kantje, hoor, of een luguber genoegen in macabere situaties. Echt niet. Wees maar gerust.
En ja, uiteraard vind ik deze heren erg leuk omdat ik via hen geregeld de zeer bijzondere eer heb afscheidsvieringen te mogen opluisteren met ontroerende liederen en aria's, begeleid door mijn meest favoriete organisten en geliefde pianisten. Voor mij is het met m'n stem bijdragen tot een onvergetelijk en waardig afscheid zonder meer het allermooiste in mijn bescheiden bestaan.
Maar hoe ongetwijfeld van levensbelang dat ook voor me is, da's niet de echte reden van mijn, ik veronderstel toch ietwat afwijkende, adoratie.
Sta me toe mezelf even nader te verklaren.
Om te beginnen is er het magnifieke kostuum! Elke zichzelf respecterende begrafenisondernemer draagt minstens een schitterend wit hemd met das of strik, en natuurlijk een elegante lange zwarte jas en blinkende schoenen, wat al geweldig fraai is om zien, vind ik. Maar, de meesten halen bij al die vaarwel-gelegenheden steeds het complete rokkostuum boven! De keurig gesneden op maat gemaakte jas met panden, ne 'pitteleer' genoemd hier in Aaaantwaarpe, de netjes in de vouw bijhorende broek, het gesteven kraakhelder witte hemd met bijhorend wit laag uitgesneden gilet en handgeknoopte strik, de vaak fel blinkende lakschoenen en natuurlijk ook nog een paar zwarte handschoenen.
Daarnaast is er de houding. Immer respectvol en galant, alles en iedereen dirigerend vanuit een zacht doch niet te ontkennen charisma, de tijdloze elegantie van bedachtzame bijna ingehouden gebaren. Vanuit alle mogelijke rust en kalmte, bijna onmerkbaar en onopvallend doch alom aanwezig, is de begrafenisondernemer een oprecht imposante figuur.
Ik kan eindeloos genieten van die waardige gratie en beheerste zwierigheid.
En het brengt me in gedachten ook steeds naar lang vervlogen tijden, waarin heren vermoedelijk net zoals nu echt niet altijd 'heren' waren, maar er toch met zoveel meer stijl bijliepen. Naar mijn mening alleszins... Tja, het is uiteraard ook mogelijk dat ik in mijn leven misschien toch nét een paar kostuumfilms teveel gezien heb... Maar toch.
In het gezellige babbeltje na de plechtigheid buiten aan de kerkpoort vertelde ik de rijzige, immer glimlachende en vriendelijke uitvaartbegeleider van dienst, in alle onschuld, opgewekt over dit onverwachte inzicht van klein geluk. Hij wist duidelijk niet zo goed wat er van te denken en haastte zich, een beetje gegeneerd doch zeer uitvoerig, te vertellen 'dat hij thuis absoluuuuut zo niet mocht rondlopen van zijn vrouw, hoor!'... Ja, soms zou ik m'n enthousiasme toch beter een beetje intomen, ik weet het. Ocharme die lieve man... ;-)
Te voet onderweg terug naar huis zag ik in een flits m'n eigen spiegelbeeld in de weerkaatsing van een etalage: de bekoorlijke korte suede laarsjes, de elegante lange zwarte jas, de daar vanonder vederlicht uitwaaierende enkellange jurk, juwelen, handschoenen, sjaal, handtas, allemaal onberispelijk in de juiste stijl en bij elkaar horend, uiteraard afgetopt met het eeuwig opgestoken kapsel en voor de gelegenheid m'n zwarte toque met de door de wind vrolijk flapperende veertjes. Wat een zalige plaatje! Zo weggelopen uit een schitterende kostuumfilm, vermoedelijk behoorlijk naadloos passend bij de mode en het straatbeeld van een honderdtal jaar geleden. 
Valse romantiek? Geboren in een foute eeuw? Misplaatst verlangen naar een noblesse die mogelijk nooit bestond?... Och, niets van dat alles, denk ik. 't Is simpel: voor mij is het doodgewoon allemaal 'mooi'. En zolang ik er in alle sereniteit oprecht van geniet vormt dat geen enkel probleem, toch?! Al moet ik eerlijk toegeven dat ik vanaf nu dit ietwat vreemde genoegen misschien toch maar beter in alle stilte voor mezelf hou... ;-)