Posts tonen met het label jas. Alle posts tonen
Posts tonen met het label jas. Alle posts tonen

zaterdag 27 februari 2021

Kristinaknuffelkolder.

Als ik het even in alle ernst en zonder dollen bekijk, dan kom ik, na een beetje telwerk, op ondertussen toch al 13 maanden zonder knuffels. Sinds m'n verjaardagsfeestje begin februari 2020 heb ik absoluut niemand meer aangeraakt, en liet ik ook niemand mij nog aanraken. Ja, klopt: voor coronatijd was er sowieso al niet erg veel geflodder in mijn bestaan. De schaarse hoeveelheid lijfelijkheden bestond hoofdzakelijk uit de warme begroetingen van op bezoek komende vrienden, vriendinnen en familie. Een dikke zoen of een knuffel bij 't arriveren, en eventueel opnieuw bij vertrek. Af en toe al eens een troostende aanraking voor iemand die dat nodig had, steevast een hartelijke handdruk bij ontmoetingen allerhande, en een vluchtige begroetingszoen voor de kennissen of collega's. Dat zal 't zo ongeveer wel geweest zijn, dus ik was door de jaren heen eigenlijk al wel behoorlijk gewend aan dat stukje lichamelijk gemis... Maar, zo meer dan een jaar helemáál niks, goh, dat begint nu zo stilaan toch ook wel op me te wegen, hoor. Eerlijk waar: ik lig er soms wakker van.
Maar, da's ook weer een voordeel gebleken! 's Nachts, starend in het donker, komen altijd de meest gekke, ongelofelijke, grandioze en af en toe ook lumineuze ideetjes bij me op! Zoals enkele nachten geleden, toen ik opeens een veilige coronaknuffeloplossing bedacht! En ik leg u meteen uit hoe die in z'n werk gaat!...

Stap 1. Neem een jas met een kap, liefst in een niet al te dunne stof, zoals u hier bij mij op de foto ziet bijvoorbeeld: mijn vrolijke knalrode, tegen vocht behandelde regenjas.


















Stap 2. Trek deze jas aan, maar niet op de gewone, normale manier! Doe dat achterstevoren! Ik bedoel: zodanig dat de rugzijde van de jas vooraan zit, terwijl je je armen gewoon in de mouwen steekt. De kap hangt dan onder je kin. Ik laat het je zien op deze foto.
 

















Stap 3. Vervolgens zet je de kap op. Dat wil zeggen dat je gezicht nu IN de kap zit, alleen je achterhoofd is nog vrij. Normaal gezien heb je ruimte genoeg om gewoon te kunnen blijven ademen. En naar gelang welke shampoo je vlak voor de laatste regenbui gebruikte, ruikt het vermoedelijk nog behoorlijk aangenaam ook. Op de volgende foto kan je aanschouwen hoe het geheel er bij mij uitziet.


















Stap 4: als jouw geliefde knuffeldoelwit -al dan niet ook in zo'n omgedraaide jassituatie, dat is optioneel en volgens mij zelfs niet eens strikt noodzakelijk- zich ondertussen niet stiekem verplaatst heeft en je kan de persoon in kwestie op de tast -want je ziet uiteraard geen steek meer- terugvinden, dan kan het knuffelen beginnen! Hoera! Voor de bijhorende foto moest ik het, helaas pindakaas, met een ingebeeld iemand stellen... Zucht.


















Bonusopmerking: een variatie op 't thema. Mocht je, zoals ik, ook zo een volledig plastieken regenjas met kap ter beschikking hebben om dit knuffelideetje uit te proberen, dan heeft dat het voordeel dat je tijdens het vastpakken de andere persoon wél kan zien! Alleen zeg ik er dan, gestaafd door mijn persoonlijke, proefondervindelijke ervaring bij het maken van de volgende foto, eerlijkheidshalve bij: dit soort knuffels moeten steeds heel snel en bijzonder kort zijn! Ademen is namelijk niet echt een optie met zo'n plastieken kap langs voor op je snuit. Zeg achteraf niet dat ik u niet verwittigd heb, hé!


















Maar, ik zou mezelf niet zijn zonder: voor een paar seconden kon een stralende, doch in plastiek verpakte, 'ademloze' brede lach er uiteraard gerust nog wel af! 


















De afgelopen dagen bedacht ik me dat het eigenlijk toch wel gek is dat nog niemand anders op dit idee gekomen is. Het is zo simpel! Niet dan? 't Is een beetje alsof je een heel groot stoffen mondmasker over je hele lijf aantrekt. Een knuffelmasker. Met mouwen.
Volgens mij zou het ook écht wel kunnen werken... 't Is te zeggen, ik kan het je voorlopig nog totaal niet bewijzen: tot op heden heeft nog helemaal niemand, echt geen enkele levende lieve ziel, het met me willen uitproberen!... Spijtig. Gemiste kans, als ge 't mij vraagt. Misschien werd het, zoals zo vaak met zo van die nachtelijke lumineuze ideetjes van mij, gewoonweg lachend afgedaan en geklasseerd als 'Kristinakolder'. In dit geval dus 'Kristinaknuffelkolder'. ;-)

P.S. Mocht jij het, na het lezen van deze uiteenzetting, uitproberen en je bent er tevreden van, laat het me dan zeker weten, hé! ;-)

zaterdag 11 februari 2017

Warme winters.

"Allé vooruit, ze gaat de vuilniszak weer buiten zetten, zenne!" Dat zegt de echtgenoot van mijn vriendin altijd als ze haar winterjas aantrekt om het huis te verlaten. Gelukkig heeft deze vriendin een uitstekend gevoel voor humor, want als ze haar jas aantrekt gaat ze zeker niet altijd naar buiten met het vuilnis. Nee, haar halve trouwboek lacht met hoe haar wat rondere lichaam in haar warme winterjas er uit ziet. Een mat glanzend zwarte, met horizontale banen en op de koop toe lekker gewatteerde jas... En toen ze het geheel even voor me showde kon ik niet ontkennen dat er inderdaad enige gelijkenis is. We hebben er samen hartelijk om gelachen. Vooral omdat ik me er helemaal in kan vinden, in het vreemde zelfs lachwekkende effect van sommige winterjassen.
Jarenlang, zowat m'n hele volwassen leven, droeg ik uitsluitend zwierige zwarte enkellange, echte wollen -en daardoor meestal ook behoorlijk zware- wintermantels. Zeer elegant en stijlvol, naar gelang het model ook erg 'Mary Poppins', zeker met een hoedje en paraplu erbij, sowieso altijd opgefleurd met een mooie kleurrijke warme sjaal en bijpassende handschoenen. En... elke winter weer stond ik in die jas -fabuleus gracieus- over m'n hele lijf geweldig bibberend en werkelijk tot op het bot door en door koud op tram en bus te wachten. Een échte wòllen jas, klinkt fantastisch, en warm, dat wel, maar een ijzig snijdende noordenwind blaast z'n vrieskou er zonder enige moeite los doorheen, geloof me.
Een extra onderlijfke, een tweede dikke trui of vest, ik loste het probleem zo goed en zo kwaad als mogelijk op, maar rillen deed ik, niks aan te doen.
Afgelopen herfst was het weer eens tijd voor nieuwe winterjas. De wol-kwaliteit van tegenwoordig is niet meer zoals in grootmoeders tijd, toen je met één jas nog je hele leven deed. Dus om de 2, 3 jaar start ik de steeds moeilijker wordende zoektocht. 't Is ook totaal niet trendy meer, hé, zo'n jas... Ja, een échte kwaliteitsvolle lange mantel is te vinden, hoor, zeker buiten het doorsnee modecircuit, in de betere, tijdloze en stijlvolle zaken bijvoorbeeld, maar daar shoppen ligt spijtig genoeg absoluut niet in mijn beperkt winterjasbudget. 
Voor het eerst in m'n leven waagde ik me daarom aan een -online bestelde- enkellange zwarte nylon jas, van onder tot boven gewatteerd en met een eindeloze rits, ook van onder tot boven, en, hoe super was dat: voor een ronduit belachelijke prijs. Mijn moeder vond hem schitterend, dus het was een blijvertje. Ik zelf had -en heb- er nog steeds een beetje mijn twijfels over... 
Elke keer, ik zweer het je: zonder fout élke keer, ik me weer volledig voorover buig om die ellenlange rits toe te zippen, een rits die ook nog eens steevast -nondedoemme, nondedoemme, dedju dedju toch, miljaaaaar- op minstens één plek klem komt te zitten met de voering -uiteraaard vooral als je al wat laat bent- bedenk ik me met een ietwat groene grimlach: "Allé vooruit, 'k zal mijne slaapzak maar weer eens aantrekken!..." 
Goed trouwens dat de rits ook van onder naar boven wat open kan, anders zou ik met van die piepkleine geisha-wiebel-pasjes naar de tramhalte moeten sprinten, als een soort wandelende worst op pootjes. 'k Geef toe dat het inderdaad een grappig beeld is. 
Soms voelt het alsof ik me, voor het naar buitengaan in de ijzige kou, even snel van kop tot teen in een stevig dekbed rolde, en met die, nog steeds erg kleurrijke, dikke sjaals er bovenop zie ik af en toe niet eens meer waar ik loop. Als al die bedekking trouwens hoog genoeg over neus en oren zit zie je vermoedelijk ook niet veel meer van mij, nog juist een dot, al dan niet extra versierd met een bloem, en misschien ook nog een stel ogen, veronderstel ik... 
Maaaaar... hoe belachelijk ik ook denk er uit te zien, het moet gezegd dat ik deze winter, hoe hard het ook vroor en hoe lang er ook op dat regelmatig onbetrouwbare openbaar vervoer gewacht moest worden, nog niet één moment stond te bibberen! Het is voorwaar een winterwonder. Bijna dagelijks verbaas ik me er over hoe warm deze ontzettend lichte jas me wel houdt. Hij is zodanig winddicht, waterafstotend en deskundig geïsoleerd dat ik er af en toe zelfs in loop te zweten!
Afgelopen tijd bekeek ik in de meer dan overvolle trams elke ochtend alle andere winterjassen om me heen en kwam tot de hilarische constatatie dat we, zo dicht op elkaar gepakt en met allemaal hoofdzakelijk zo'n dik gewatteerd omhulsel aan, eigenlijk met z'n allen één grote airbag creëren. En heel even zag ik ons allemaal, bij een mogelijk ongeval, als een grote strandbal totaal pijnvrij gezellig door het tramvoertuig in het rond botsen.
Wel, misschien boeten we een heel stuk aan stijl, elegantie en zwierigheid in, misschien zien we er uit als wandelende vuilniszakken, dichtgeritste slaapzaken, ingesnoerd dekbedden, opgeblazen luchtmatrassen of worsten op pootjes, het maakt niet uit. Laat het maar vriezen dat het kraakt en laat de sneeuw maar vallen: wij beleven uitsluitend nog wàrme winters! :-)