Posts tonen met het label stijlvol. Alle posts tonen
Posts tonen met het label stijlvol. Alle posts tonen

zondag 21 oktober 2018

Buitengewoon. Bijzonder. Bizarr.

Het grote hoekgebouw kon zo weggeplukt zijn uit de wijk Zurenborg in Antwerpen. De elegante decoratieve elementen in de raamkozijnen deden me meteen aan andere Art Nouveau gebouwen denken. Al moet eerlijkheidshalve gezegd dat ik in eerste instantie nog zoveel meer onder de indruk was van de -in mijn immer groen-minnende ogen- ongelofelijk prachtige luifel. Volgens mij moet het zalig vertoeven zijn onder die 'puur natuur' overkapping van een, slechts ondersteund door een minimum van metaaldraad, stevig uit de kluiten gewassen wingerd, die nu in de stralende herfstzon hing te pronken met z'n langzaam naar diep rood verkleurend blad. De sierlijke metalen tafeltjes en stoeltjes deden meteen wegdromen naar het romantische Parijs van antieke postkaartjes.
M'n vriendin Tine, die sinds de dag dat ze exact dáár aan de overkant van dit fraaie pand kwam wonen niet kon wachten om het mij eens te laten zien, was licht teleurgesteld toen we binnen stapten. Mijn reactie strookte vermoedelijk totaal niet met wat ze verwachtte... Al die tijd vertelde ze me immers te pas en te onpas en in alle mogelijke geuren en kleuren hoe absoluut álles in deze zaak haar aan mij deed denken. En ik stond daar en zweeg. Ik stond daar onder de meer dan schitterende, reusachtige kristallen luster en kon even geen woord meer uitbrengen. Tot in elke molecule van mijn wezen volledig van m'n sokken geblazen! Op een positieve manier, wel te verstaan.
Zwierig gekruld smeetijzer hield glazen schabben omhoog met daarop allerlei grote glazen bewaarpoten met koekjes en ander lekkers. De enorme glazen toonbank lag boordevol krakend verse broodjes, nog meer koekjes, taartjes, gebakjes... teveel om op te noemen. Daar boven hing een grote loodzwaar ogende doch bijzonder verfijnd gedetailleerde en gracieuze stationsklok uit lang vervlogen tijden. In de gezellige kamers voorbij de toog met z'n verrukkelijk ruikende inhoud stonden overal waar maar kon antieke bistrotafeltjes -metalen voet met rond glad wit marmeren blad-, met comfortabele oude stoelen er om heen, uitnodigend te zijn tussen een brede waaier van verlichtingselementen, allemaal stuk voor stuk ware verzamelobjecten. En zowat elke muur droeg wel een stijlvol rek of sierlijk kastje boordevol serviesgoed van het soort waar ik zelf bijzonder gek op ben, ten allen tijde naar uitkijk op rommelmarkten en in tweedehandswinkels, en dat ik nog alle dagen met vreugde gebruik: wit met gouden randje, al dan niet met krullen en golven aan de randen, en -het allerbelangrijkste- met ronduit schitterende rozendecors. Ik herkende overal om me heen meteen wat stukken uit m'n eigen collectie, maar had er met plezier nog een heel deel van mee naar huis genomen... als dat gemogen had, natuurlijk. 
Reserveren is zeker geen luxe om daar binnen één van die leuk tafeltjes te bemachtigen: het was voortdurende een komen en gaan van (potentiële) klanten. Gezeten aan ons tafeltje voor twee, onder een grote staande lamp met authentieke leren lampenkap, uiteraard beschilderd met, jawel, bekoorlijke roze-rode rozen en afgewerkt met van die typische rood-groene met de hand vastgenaaide floshjes, moest er allereerst gekozen worden uit een eindeloze hoeveelheid theemogelijkheden, één voor één samengesteld door het huis zelf, en allemaal even bijzonder. En die keuze kwam heel origineel geserveerd in een vlaai-bakvorm met kartelrand. Elk van ons kreeg z'n eigen gloeiend hete zwaar gietijzeren theepotje met daarin de uitgekozen losse thee in een passende theezeef, een hoogst elegant kopje en schoteltje uit het eindeloos prachtige rozenservies en naast de suikertjes ook nog een mini taartje. En die thee... O, wat was die lekker, zeg! Niet te beschrijven zalig.
Omdat het langzaam naar het middaguur liep zouden we ook een hapje eten daar. Jammer genoeg niets glutenvrij te bespeuren, zelfs bij navraag, maar dat mocht de heerlijke ervaring zeker niet tenietdoen. Och, voor die ene keer... Ik koos het mini-ontbijtje en al gauw schoofde de geweldig vriendelijke en zwierig ober een plankje met twee super schattige mini-pistoletjes, een eierdopje met boter, een aan de stijl aangepast zoutvaatje en een snoezig klein omeletje met kaas en tomaatjes onder m'n neus. En wat later ontving ik ook de door mij uitgekozen koffiekoek op een, uiteraard, bijhorend rozenbordje. Zelfs die koek en het kaboutertaartje at ik op met mes en vork. In zo een stijlvolle, bijna geraffineerde omgeving prop je zoiets niet domweg en alledaags met je tien geboden in je wafel, hé...
Eigenlijk vond ik dat wij, als twee taterende dames, totaal niet in de omgeving pasten. We hadden, over onze door strak korset tot zandloper-figuur gevormde lichamen, fraaie lange jurken, mét sleep ongetwijfeld, en een hoge kraag, keurig toe gespeld met een prachtig juweel, moeten dragen. Met daaronder van die elegant gehakte enkellaarsjes. En met een hoed op ons hoofd, uiteraard. Zo ééntje met een brede rand uit kant, en met minstens struisvogelveren, een enorme strik en een zee van bloemen. En onze thee hadden we eigenlijk voorzichtig en bevallig moeten nippen, na het uittrekken van de lange witte kanten handschoenen, met ons pinkje recht omhoog... Ja, voor mij voelde het echt alsof ik door een teletijdmachine gestapt was en ergens begin jaren 1900 terecht kwam in een chique bistro waar elegante, gesofisticeerde dames heel gracieus met een uitgebreide high tea hun middag komen invullen. Ik kon het me zonder één enkele seconde moeite helemaal voorstellen. Heerlijk, heerlijk, heerlijk.
't Is me nu echt wel duidelijk waarom alles in deze zalige plek vriendin Tine aan mij doet denken. En ze vindt het zelf ook ontzettend fijn vertoeven daar. Maar dan ongetwijfeld zónder aangepaste elegante-dames-outfit. Dat zou toch echt, écht wel teveel gevraagd zijn, hoor. Niks voor haar, geloof maar. hihihi
Wauw, wat een onverwachte, doch fantastische ontdekking, zo op een stralend zonnige herfstzaterdagvoormiddag! En op de koop toe op uitnodiging en in prima gezelschap. Alweer een plekje om aan te bevelen en allicht ook zelf nog eens naar weer te keren. Zeker als ik al het lekkers uit de enorme toonbank en de glazen potten en de sierlijke zakjes en het beeldig servies en... ooit allemaal nog eens geproefd wil krijgen...
Dus, ik zou zo zeggen: allen daarheen, naar Bakkerij-Tea Room Bizarr in Lier. Maar wil je zeker zijn van zo'n mooi marmeren tafeltje voor twee: misschien wel effe reserveren dus, hé... 😉
(Bizarr, Berlarij 97, Lier of neem een kijkje op Bizarr)


zaterdag 11 februari 2017

Warme winters.

"Allé vooruit, ze gaat de vuilniszak weer buiten zetten, zenne!" Dat zegt de echtgenoot van mijn vriendin altijd als ze haar winterjas aantrekt om het huis te verlaten. Gelukkig heeft deze vriendin een uitstekend gevoel voor humor, want als ze haar jas aantrekt gaat ze zeker niet altijd naar buiten met het vuilnis. Nee, haar halve trouwboek lacht met hoe haar wat rondere lichaam in haar warme winterjas er uit ziet. Een mat glanzend zwarte, met horizontale banen en op de koop toe lekker gewatteerde jas... En toen ze het geheel even voor me showde kon ik niet ontkennen dat er inderdaad enige gelijkenis is. We hebben er samen hartelijk om gelachen. Vooral omdat ik me er helemaal in kan vinden, in het vreemde zelfs lachwekkende effect van sommige winterjassen.
Jarenlang, zowat m'n hele volwassen leven, droeg ik uitsluitend zwierige zwarte enkellange, echte wollen -en daardoor meestal ook behoorlijk zware- wintermantels. Zeer elegant en stijlvol, naar gelang het model ook erg 'Mary Poppins', zeker met een hoedje en paraplu erbij, sowieso altijd opgefleurd met een mooie kleurrijke warme sjaal en bijpassende handschoenen. En... elke winter weer stond ik in die jas -fabuleus gracieus- over m'n hele lijf geweldig bibberend en werkelijk tot op het bot door en door koud op tram en bus te wachten. Een échte wòllen jas, klinkt fantastisch, en warm, dat wel, maar een ijzig snijdende noordenwind blaast z'n vrieskou er zonder enige moeite los doorheen, geloof me.
Een extra onderlijfke, een tweede dikke trui of vest, ik loste het probleem zo goed en zo kwaad als mogelijk op, maar rillen deed ik, niks aan te doen.
Afgelopen herfst was het weer eens tijd voor nieuwe winterjas. De wol-kwaliteit van tegenwoordig is niet meer zoals in grootmoeders tijd, toen je met één jas nog je hele leven deed. Dus om de 2, 3 jaar start ik de steeds moeilijker wordende zoektocht. 't Is ook totaal niet trendy meer, hé, zo'n jas... Ja, een échte kwaliteitsvolle lange mantel is te vinden, hoor, zeker buiten het doorsnee modecircuit, in de betere, tijdloze en stijlvolle zaken bijvoorbeeld, maar daar shoppen ligt spijtig genoeg absoluut niet in mijn beperkt winterjasbudget. 
Voor het eerst in m'n leven waagde ik me daarom aan een -online bestelde- enkellange zwarte nylon jas, van onder tot boven gewatteerd en met een eindeloze rits, ook van onder tot boven, en, hoe super was dat: voor een ronduit belachelijke prijs. Mijn moeder vond hem schitterend, dus het was een blijvertje. Ik zelf had -en heb- er nog steeds een beetje mijn twijfels over... 
Elke keer, ik zweer het je: zonder fout élke keer, ik me weer volledig voorover buig om die ellenlange rits toe te zippen, een rits die ook nog eens steevast -nondedoemme, nondedoemme, dedju dedju toch, miljaaaaar- op minstens één plek klem komt te zitten met de voering -uiteraaard vooral als je al wat laat bent- bedenk ik me met een ietwat groene grimlach: "Allé vooruit, 'k zal mijne slaapzak maar weer eens aantrekken!..." 
Goed trouwens dat de rits ook van onder naar boven wat open kan, anders zou ik met van die piepkleine geisha-wiebel-pasjes naar de tramhalte moeten sprinten, als een soort wandelende worst op pootjes. 'k Geef toe dat het inderdaad een grappig beeld is. 
Soms voelt het alsof ik me, voor het naar buitengaan in de ijzige kou, even snel van kop tot teen in een stevig dekbed rolde, en met die, nog steeds erg kleurrijke, dikke sjaals er bovenop zie ik af en toe niet eens meer waar ik loop. Als al die bedekking trouwens hoog genoeg over neus en oren zit zie je vermoedelijk ook niet veel meer van mij, nog juist een dot, al dan niet extra versierd met een bloem, en misschien ook nog een stel ogen, veronderstel ik... 
Maaaaar... hoe belachelijk ik ook denk er uit te zien, het moet gezegd dat ik deze winter, hoe hard het ook vroor en hoe lang er ook op dat regelmatig onbetrouwbare openbaar vervoer gewacht moest worden, nog niet één moment stond te bibberen! Het is voorwaar een winterwonder. Bijna dagelijks verbaas ik me er over hoe warm deze ontzettend lichte jas me wel houdt. Hij is zodanig winddicht, waterafstotend en deskundig geïsoleerd dat ik er af en toe zelfs in loop te zweten!
Afgelopen tijd bekeek ik in de meer dan overvolle trams elke ochtend alle andere winterjassen om me heen en kwam tot de hilarische constatatie dat we, zo dicht op elkaar gepakt en met allemaal hoofdzakelijk zo'n dik gewatteerd omhulsel aan, eigenlijk met z'n allen één grote airbag creëren. En heel even zag ik ons allemaal, bij een mogelijk ongeval, als een grote strandbal totaal pijnvrij gezellig door het tramvoertuig in het rond botsen.
Wel, misschien boeten we een heel stuk aan stijl, elegantie en zwierigheid in, misschien zien we er uit als wandelende vuilniszakken, dichtgeritste slaapzaken, ingesnoerd dekbedden, opgeblazen luchtmatrassen of worsten op pootjes, het maakt niet uit. Laat het maar vriezen dat het kraakt en laat de sneeuw maar vallen: wij beleven uitsluitend nog wàrme winters! :-)