donderdag 28 juni 2018

De zee.

Eindelijk weer eens die ene grote liefde gaan bezoeken nadat je ze al een jaar hebt moeten missen, je zou voor minder zenuwachtig worden, hé. M'n vrolijke rode-met-roze-cirkels-en-bloemen jurk hing naast de bijpassende handtas en schoenen netjes gestreken klaar. Alle andere spulletjes die ik dacht nodig te hebben voor de twee uur durende treinreis en de rest van m'n dagje-uit stond al keurig ingepakt in die leuke roze boodschappenmand naast de voordeur, klaar voor vertrek. Nu nog juist één nachtje slapen en... En dat lukte dus niet. Er is natuurlijk altijd een beetje de angst de wekker niet te horen, maar in dit geval lag de schuld van deze woelige en slapeloze nacht vooral bij het onschuldige, maar voor mij zeer betekenisvolle liedje in m'n hoofd. En op zo'n moment plots niet meer verder raken dan die eerste twee lijnen is dan absoluut nefast. Dus, bed uit en opzoeken maar. Voor alle zekerheid schreef ik de tekst volledig over en stopte hem ook bij de mee te nemen spulletjes.
Ondanks een klein houten kopke, wegens het slaaptekort en het niet afhoudende liedje, verliep m'n reis probleemloos en voorspoedig. En op de koop toe was het erg gezellig, dank zij de geweldig aangename babbel met Monique die ik op de trein leerde kennen. Van het eindstation nog even drie haltes met de tram; dan de onstuimige vreugdevolle begroeting met m'n opgetogen glunderende goede vriend en gastheer voor deze dag, Jef; gevolgd door nog één piepklein straatje wandelen en... daar was ze dan eindelijk: de zee!
Ik hou zielsveel van m'n planten-oerwoud, met m'n poezenschatjes er tussen, in de kamers van m'n dierbare flatje en terras,
maar daarnaast heb ik ook absoluut mijn hart aan de zee verpand. En daar was ze weer, voor zo wijd ik, lichtjes naar adem snakkend, kon kijken, langs kilometers plat, effen strand: die o zo geliefde zee. Eindeloos ver strekkend, immer van kleur veranderend, en met behoorlijk stormachtig geweld gekroond door grote witte schuimkoppen in brede golven brekend op het als een biljartlaken zo glad, schijnbaar oneindige zandstrand. Ik kan me niet herinneren haar ooit in zulke onbegrensde fenomenale, en lichtjes overdonderende glorie te hebben gezien.
De rest van de dag zou het me steeds de grootste moeite kosten om er even van weg te kijken, van dit prachtige, spectaculaire zicht. Uiteraard lukte dat niet tijdens die heerlijk lange wandeling op het strand met de voetjes in het verrassend warme water, en, een hele tijd later, de hele weg weer terug op de boulevard natuurlijk ook niet. Tijdens de gezellig babbel bij de koffie in het super aangename appartement op de 8ste verdieping, gezeten aan de grote tafel tegen het van-muur-tot-muur-en-plafond-tot-vloer-uitstrekkende raam met panoramisch en volledig ongehinderd zicht op zee plakte ik als vanzelfsprekend bijna gehypnotiseerd aan het beeld vast. En zelfs in het restaurant, tijdens het overheerlijke verwen-drie-gangen-diner, was het zo goed als onmogelijk even van dat zalige vergezicht weg te blikken: Jef reserveerde ons namelijk een tafel voor twee personen náást elkaar, met in ons blikveld niets anders dan een stukje boulevard, het strand en de zee met hier en daar een zeilbootje, helemaal tot aan de verre horizon. Hoe geweldig is dát!?
En ál die tijd, elke seconde van heel die mooie dag, en al net zo goed als de aantrekkingskracht van het prachtige panorama niet tegen te houden of te negeren, zongen in mijn hoofd opnieuw en opnieuw de strofen van dat ene liedje...
Ik vertelde Jef er over en las hem de tekst voor. En niet echt verrassend was zijn reactie zowat identiek aan mijn gevoel bij deze lyrics: "Dat is het! Dat is het écht! Dat verwoordt exact, maar dan ook écht exáct, wat de zee voor mij betekend! Alsof je de woorden letterlijk, hier en nu, in dit eigenste moment rechtstreeks uit m'n hart en ziel plukt! Ge-wél-dig!" Ook mijn emotie dus, toen ik het lied een aantal jaar geleden tijdens een concertenreeks met uitsluitend muziek van Will Ferdy -want, ja, inderdaad, dit is tekst én muziek van hem- zong. Het paste als op maat gemaakt, meteen aanvoelend als 'van mij persoonlijk', alsof het m'n eigen woorden waren. Terstond verliefd dus, op dit mooie liedje, net zoals Jef op dat moment, daar tegenover me aan de tafel.
En omdat ik sterk vermoed -goh, eigenlijk weet ik het wel zeker, hoor- dat velen onder jullie dezelfde herkenning in deze tekst zullen vinden, dezelfde ontroering, hetzelfde sentiment, dezelfde passie,... en ik mijn kinderlijk blije, onschuldig hartstochtelijke affectie voor die eindeloos prachtige, immer machtige, oneindig boeiende zee zelf niet beter zou kunnen neerschrijven, laat ik hier verder Will Ferdy aan het woord.
Dag zee! En tot de volgende keer, want al duurt het soms lang, ik keer áltijd naar je weer. 💙

De zee
De zee nam mij als kind reeds bij de hand.
Zij was mijn wonder-sprookjesland,
‘t decor van al mijn kinderdromen.
De zee, zij was de toevlucht van mijn jeugd.
‘k Vertrouwde elke pijn en vreugd’
toe aan haar eeuwig gaan en komen.
De zee zag ooit, bij ‘t schijnen van de maan,
mij met mijn eerste liefje gaan
of hoe ik wachtte, ongeduldig.
Wat waren wij toen nog onschuldig,
maar ook gelukkig, bij de zee.
                    De zee heeft ook mijn groot verdriet gegist
                    en zacht de stappen uitgewist
                    van twee verloren mensenkinderen.
                    De zee begreep mijn wanhoop en mijn pijn,
                    mijn angsten en mijn eenzaam-zijn.
                    Bij haar zag ik mijn leed verminderen.
                    De zee heeft mij, na stormen van één nacht,
                    opnieuw de rust teruggebracht,
                    zodat ik weer haar lied kon horen.
                    ‘t Leven werd mooi, zoals tevoren;
                     zoals het eenmaal was aan zee.
 De zee heb ik zo vaak herkend in mij,
met haar steeds wisselend getij,
met al haar stormen en haar vrede.
De zee zal steeds opnieuw mijn toevlucht zijn,
getuige van mijn vreugd’ en pijn,
want elk geheim deel ik haar mede.
De zee, die al mijn liefdes heeft gekend
en hoe mijn lot zich heeft gewend,
in goede en in kwade dagen,
zal nooit mijn liefde zien vervagen.
Ik blijf de minnaar van de zee.
                    Lalalalala...
                    Ik ben de minnaar van de zee.


zaterdag 16 juni 2018

De nobele medemens.

Misschien herinnert u zich nog wel die zeer plotse zondvloed, hier bij mij in huis. En dan herinnert u zich misschien ook wel die ene nobele doch onbekende medemens, die mij zonder veel poespas vol ijver en geestdrift te hulp schoot. (Indien het u niets zegt: lees het hele verhaal gerust eerst even na in het blogje 'Van kurkdroog tot bijna verzopen'.)
'k Had in de weken na heel die historie hier en daar wel eens gepolst of iemand uit het gebouw hem eventueel kende, maar niemand kon mij meer informatie bezorgen en dus werd mijn wens hem nog eens in persoon dank-je-wel te kunnen zeggen noodgedwongen opgeborgen. Als het zo moest zijn, dan zou ik hem ooit nog wel eens opnieuw tegenkomen. Het leven kabbelde -ditmaal zónder wateroverschot- weer verder en ging z'n gewone dagelijkse gangetje.
Een kleine maand later wrong ik mezelf en m'n zwaar met boodschappen beladen fiets door het steeds net iets te smal aanvoelende garagedeurtje. Een dame met ongeveer hetzelfde postuur als het mijne en vergelijkbaar qua leeftijd (vermoed ik), maar met blonde i.p.v. zwarte lokken kwam me door het onwillige poortje achterna, ook op de fiets, en, zoals even later bleek, ook met boodschappen. En toen ik vervolgens, puffend door die loodzware tassen in de hand, de lift in wou stappen, kwam ook zij, zuchtend onder het gewicht van haar eigen inkopen, dezelfde richting uit. Altijd bereid om iemand even te helpen hield ik de lift tegen en breed lachend stapten we samen in. 
Op mijn mededeling dat ik maar één verdieping mee ging omdat ik op het gelijkvloers woon, repliceerde ze meteen met de uitroep "Maar dan zijt gij dat madammeke waarvoor mijn man zoveel water heeft staan scheppen!" Op dat moment kon ik totaal niet inschatten of ze het op een positieve of negatieve manier bedoelde, maar ik kon het uiteraard slechts beamen. En terwijl ik, nog steeds met in elke hand een paar zwaar doorwegende zakken, tegen de ondertussen weer openstaande liftdeur leunde, ontstond er, eerst nog een beetje aftastend van beide kanten, maar al gauw met het warme gevoel van nieuwe vriendschap, een bijzonder gesprekje
Kira, zoals ze heet, vertelde hoe haar man op het moment van mijn grote paniek eigenlijk onderweg was naar de sportschool, toen hij, zonder er ook maar één seconde over te twijfelen, besloot in plaats daarvan een medemens in nood te helpen. Toch heel normaal volgens haar, en volgens hem, maar ik blijf het toch ontzettend bijzonder vinden, hoor, zoveel altruïsme. Het sporten is er die dag trouwens niet meer van gekomen: toen hij zoveel tijd later drijfnat en doodop mijn enigszins droog geveegde appartement verliet, had zijn zwakke rug het finaal begeven. De rest van die week bracht hij dan ook totaal gevloerd plat op de sofa door... En die grootse dankbaarheid die ik zo graag wou uiten vermengde zich met een uit de kluiten gewassen schuldgevoel. Eindeloos gesukkel met een immer pijnlijke rug, daar weet ik immers álles van, hé... Haar man werd er in mijn ogen alleen maar een grotere held door.
In een poging vanuit het diepst van m'n hart nogmaals m'n enorme, ondertussen zo mogelijk nog grotere, dankbaarheid te verwoorden, vertelde ik haar van het blogje dat ik schreef over die verschrikkelijk waterige historie en al die onbaatzuchtige hulp van haar man. En uiteraard legde ik meteen ook met alle mogelijke bewegwijzeringen uit waar op 't internet ze, indien ze dat zou wensen uiteraard, het hele verhaal kon terugvinden en nalezen. Met m'n welgemeend "kom gerust eens een keertje koffie of thee bij me drinken" namen we afscheid. Het gewicht van de boodschappentassen schreeuwde ons allebei toe dat het hoog tijd was om weer verder te gaan, ik naar het gelijkvloers, zij naar het 14e, de allerhoogste verdieping in het gebouw. (En zoiets vind ik dan natuurlijk weer een bijzonder leuk detail... 😊)
Een paar dagen later rolde er een vriendschapsverzoek van Facebook bij me binnen: daar was Kira weer! Helemaal blij me te hebben gevonden, wreed content het blogje gelezen te hebben én op de koop toe fijn verrast dat ik een zangeres bleek te zijn. Want -hoe klein is de wereld!- ook haar man zong geweldig graag! "Als 'amateurke' weliswaar", voegde ze er nog aan toe. En in alle eerlijkheid: dat vind ik voor geen meter kloppen, want zo zwaar onder de indruk als zij van mijn filmpjes op YouTube waren -ook al is wat ik zing in de verste verten niet hun smaak-, ik vond zijn opnames minstens even imposant! En meteen een geweldige kennismaking met een genre dat ik niet echt ken: de 'gipsy' muziek. 
Kira's echtgenoot, Inan genaamd, in het dagdagelijkse leven luisterend naar Beni, is afkomstig uit Macedonië en een volbloed zigeuner, dus vermoedelijk heeft hij die muziek met de paplepel mee naar binnen gekregen. Het zingen, en het zichzelf daarbij begeleiden op de gitaar, het komt allemaal recht uit het diepste van z'n ziel, en dat hoor je ook, vind ik. Beluister het gerust even zelf! Dit is bijvoorbeeld een erg mooi nummer: 'A Sada Idi Idi'. Of bekijk meteen gewoon álles van 'Gipsy Inan', 't is veel, maar zeker de moeite waard.
U kunt het zich uiteraard al voorstellen dat het niet lang geduurd heeft voor Kira, met een doos overheerlijke -echt véél te lekker- baklava en gezellig huiselijk op haar sletsen, inderdaad bij mij op de thee kwam. Fijn contact met een toffe buurvrouw, en dan nog wel onder 't zelfde dak, da's toch gewoon schitterend, niet dan? Uren hebben we zitten kletsen. Over onze beide levens, over de verschillende lichamelijke kwaaltjes en kwalen, over werken en niet werken, over scheidingen en huwelijken, over de families en ook -al heb ik over dit laatste natuurlijk bijzonder weinig te vertellen- over de kinderen... 
Maar wat me vooral zal bijblijven uit die allereerste rettepetet-namiddag met Kira is hoe zij al 17 jaar samen is met deze man, met een zo totáál verschillende origine dan de hare, en zij beiden door de jaren heen vooral respect voor elkaars 'anders zijn' opgebouwd hebben. De grote diversiteit, die de mix van hun beider culturen meebrengt, wordt door hen allebei bijzonder gewaardeerd. Zoals overal zal het ook bij hen zeker niet altijd rozengeur en maneschijn zijn, maar de sterktes uit de twee achtergronden vonden op de één of andere manier een mooi evenwicht, ze vulden elkaar aan en vormen zo absolute pluspunten in dit huwelijk. Hun familieleden echter zijn niet allemaal even gelukkig met deze buitengewone relatie -da's zelfs een serieus 'understatement' als ik het goed begrijp- en dat is jammer. Ze weten niet wat ze missen, hé. Voor wat het waard is: ik, ik persoonlijk, ik kan het alleen maar on-ge-lo-fe-lijk prachtig vinden!
Wel, eind goed al goed, zeggen ze: die nobele onbekende held heeft dus een naam gekregen, ik heb hem kunnen bedanken voor z'n edelmoedige en belangeloze noeste inzet, en in één en dezelfde beweging leerde ik niet één, maar zelfs twéé nieuwe en geweldig boeiende mensen kennen. 
Hoe fantastisch fascinerend en verrassend zit onze levensweg toch in elkaar: achter elke bocht wachten er weer nieuwe, meestal totaal onvoorspelbare wendingen om ons te verbazen en te verwonderen. Wie weet welke avonturen ons nog te wachten staan, hé, Kira en Beni... 😉








woensdag 6 juni 2018

En Kristina maakt een boek.

U herinnert het zich zeker en vast nog: een paar maanden geleden kon je de televisie niet aanzetten of geen krantje openslaan zonder gebombardeerd te worden met reclame en informatie rond het tv-programma en de daarbij aansluitende grote show in de Lotto-arena 'Karen maakt een plaat'. Werkelijk een enorm bombastisch en niet te negeren mediacircus. Alsof er nog nooit eerder in de geschiedenis der mensheid iemand een plaat gemaakt had... 
En elke keer er met veel bravoure aangekondigd werd dat Karen een plaat zou maken, beantwoordde ik de televisie luidop met minstens evenveel panache en de bijhorende brede handgebaren: "En Kristína maakt een boék!!!" Ik veronderstel dat het u niet al te veel moeite kost om me dat in uw verbeelding daadwerkelijk te zién doen... 😉 
Maar, hoe zot het er ook uit gezien zal hebben, het was absoluut de volledige waarheid, want in exact diezelfde periode maakte ik inderdaad een boek. Uiteraard met het volle besef dat er ontelbaar vele individuen in de geschiedenis van diezelfde mensheid ook boeken gemaakt hebben, met mogelijk in zoveel opzichten boeiendere literatuur, durf ik toch, zij het met enige bescheidenheid en voorzichtigheid, te opperen dat mijn 'boek-maken' wel eens minstens even leuke -wie weet zelfs veel leukere- televisie had kunnen geweest zijn... Dus schets ik u bij deze graag een paar mogelijke afleveringen van het nooit gemaakte tv-programma 'Kristina maakt een boek'.
Natuuuuurlijk verfilmen we het gesprek met mijn moeder, die zich bij mijn voornemen een boek te maken bijna voorspelbaar laat ontvallen "Wat? Alwéér!? En ge hebt al die vorige boeken nog niet eens allemaal verkocht!" Waarop ik haar geduldig uitleg dat er een groot verschil is tussen een boek schrijven en een boek maken. Mijn eigen boeken schrijf ik eerst helemaal, en zelf, uiteraard, en 'k maak er daarna, ook helemaal op eigen houtje -en dus zonder er mee naar een gespecialiseerde drukkerij of uitgeverij te gaan-, een tastbaar en verkoopbaar boek van. In dit geval echter diende ik slechts als 'verwerker' van iemand anders schrijfsels, en fabriceerde ik van een uitgetypte bundeling van losse verhaaltjes een gezellig en heel persoonlijk drukwerkje. "En waarom?" wil ons moe weten. Tja... Goeie vraag eigenlijk. Heu, gewoon, omdat de schrijfster in kwestie zoiets zelf niet kan; mijn boeken en hun layout geweldig vindt; en ik erg graag met zulk soort computergepruts bezig ben. "En da's vermoedelijk ook weer 'vrijwilligerswerk', niet?" polste ze meteen, "Ge gaat weer uren, dagen, maanden gratis en voor niks werken zeker..." Waarna ze zich gegarandeerd met een zucht naar de camera richt om de kijkers achter de buis mede te delen: "Ach ja, ze zal het ook nooit leren, hé. Altijd maar weer al die talenten en gaven voor 't voordeel van zowat iedereen anders gebruiken, en láten gebruiken. En zelf heeft ze gene nagel om aan haar gat te krabben!..." Plezierige televisie verzekerd! Niet dan? hihihi
Sowieso kunnen ook wij verschillende afleveringen vullen met de commentaren van vrienden, fans en familie. Ik hoor ze zo al vertellen over m'n ongelofelijke creativiteit. Een aantal fervente fans en enthousiaste lezers van mijn eigen verhaaltjes in mijn blog en de twee reeds uitgegeven boeken wijkt dan vermoedelijk vollédig af in die richting, vrees ik. 
Men gaat zeker en vast stoefen over m'n 'computer-kunnen', en 'dat dat állemaal van onze va komt', en 'dat die nu van fierheid nogal zou zitten blinken, zenne!' Dingen die vast ook uitgebreid aan bod zullen komen, zijn 'dat ons Kristina wreed goed bezig is' en 'zeker nu met die depressie en zo hiermee tenminste een beetje afleiding heeft'. Allicht vallen er toch wel een aantal uit de lucht en geven dan een totaal ongeïnteresseerde reactie van "Ha? Allé vooruit, z' heeft dus alwéér één van die halvegare projecten van haar op poten gezet..." En tot slot kunt ge er donder op zeggen dat er gegarandeerd een paar sympathieke onnozelaars aan het woord komen waarvoor ik, uitsluitend aan dezelfde 'gratis' voorwaarden uiteraard, 'ook wel eens een boek mag maken'...
Een hele plezante episode uit 'Kristina maakt een boek' zou die zijn waarin de schrijfster in kwestie, vriendin Marie-José, naast mij aan de computer zit, om, samen met mij, een heel aantal beslissingen qua layout te maken. Aangezien het niet mijn boek is wil ik natuurlijk graag uitzoeken wat zij zelf voor de uitgave van haar cursiefjes wenst. Het is niet omdat ik iets mooi vind dat het ook een ander zijn voorkeur wegdraagt, hé. En voor iemand die ab-so-luuuuuut niets, maar dan ook écht niéts van computers en hun eindeloze mogelijkheden kent, heeft mijn razendsnelle voorschotelen van die vele duizenden keuzes qua kleuren, lettertypes, bladspiegel, schikking, afmetingen enz. enz. enz... al gauw iets weg van net niet echt griezelig maar toch..., sowieso wreed imposante en nooit eerder geziene tovenarij. "Kiest gij maar", stamelde de lieve dame in eerste instantie, totaal overdonderd en bijzonder zwaar onder de indruk. Maar door de keuzes een heel stuk te beperken zijn we er toch uitgeraakt, hoor, en geloof me: ze is fantastisch tevreden met het resultaat!
Toch minstens één aflevering zou er gewijd mogen worden aan de enorme krachtinspanning van het maandenlang ganse dagen, vaak tot diep in de nacht, niet aflatende computerknoeften, het ene moment met al wat meer energie dan het andere, meestal uitermate content met m'n werk, doch opvallend vaak stevig begeleid door continue gevloek en onophoudelijk gezucht. Let wel, ik heb mij wreed goed geamuseerd al die tijd, versta mij vooral niet verkeerd, maar zo achteraf gezien was het misschien toch niet zo'n goed idee om die uitgetypte versie los te maken en in te scannen, en de tekstblokken daarna met geduldig knip- en plakwerk -op zich al meer dan reden genoeg tot frustratie- alles manipuleerbaar in een werkzaam 'Word' document te krijgen. Zo'n scanprogramma herkent slechts 'tekens', géén woorden en zéker geen zinnen, met als resultaat dus een volledig onleesbaar gekribbel en gebrabbel. Elk woord, elk punt, elke komma, alles, absoluut álles moet minuscuul, teken per teken, gecontroleerd worden, honderden bladzijden vol. Ik ging er op zeker moment afschuwelijk scheel van kijken, echt verschrikkelijk. Ergernis dus, genoeg om de computer door het venster te keilen. Volgens mij heb ik Marie-José's boek minstens tweehonderd keer volledig gelezen! Ik kan elk cursiefje zowat klakkeloos van buiten opzeggen, denk ik. En dan -aaaaargh!- dat volstrekt ongewenst en vaak verschietachtig plots verschuiven van tekstblokken, alinea-verdelende figuurtjes en paginanummers. Frustratie! Om je haren bij uit te trekken!... Allé, u begrijpt meteen het gevloek iets beter, veronderstel ik. 😀
En ja, 'k weet het: 't was vermoedelijk veel sneller klaar geweest als ik al die verhaaltjes simpelweg opnieuw 'manueel' ingetikt had. Niks aan te doen, dat onthouden we dan maar voor de volgende keer. Alweer wat geleerd, hé! 
Zeker ook één of meer episodes mochten er gewijd worden aan de geweldige gesprekken met Roger, woordkunstenaar en goede vriend. Roger doet al een hele tijd de definitieve correctie van al mijn openbare publicaties en is daar echt razend snel en uitmuntend in, dus ging er in dit geval eveneens een kladversie zijn richting uit. Te zien aan de buitengewoon talrijke rode markeringen op elke bladzijde heeft ook hij wreed gezweet op dit manuscript. Die balpen is gegarandeerd aan vervanging toe. En ik, ik mocht dus nógmaals met een vergrootglas het hele document doorworstelen om ook al déze verbeteringen aan te brengen. 
Het meer intellectuele televisiekijkend publiek zou gesnoept hebben van onze gezellige maar oeverloze discussies over de wetten der Nederlandse taal en hun al dan niet terechte toepassing op de cursiefjes van Marie-José. Want, waar trek je de lijn, hé? Wanneer kom je bijvoorbeeld wel, of juist niét, tussen in het correct vormen van een bepaalde zin. Heeft de auteur goed geweten z'n voeten geveegd aan de geplogenheden om iets in de juiste emotie weer te kunnen geven -zoals ik dat inderdaad heel erg vaak met veel verve doe-? Is het een kwestie van neergeschreven spreektaal, en laat je dat dan zo -zoals ook regelmatig bij mij- of pas je dat dan aan? Is het een moment van onwetendheid van de penvoerder geweest, of een onoplettendheidje bij het overtypen?... Logischerwijs weten Roger en ik dat heel precies wat betreft onze eigen schrijfsels, maar met het werk van onze vriendin bleef dat voor ons toch een beetje gokken. Flagrante schrijffouten werden genadeloos verwijderd, dat spreekt voor zich. En over al het andere hebben we stevig wat uurtjes vol wijsheid, hilariteit en koffie weggeredeneerd. Maar aangezien dat voor ons sowieso een geliefd tijdverdrijf is: zálig! Zeker geen verspilde tijd dus. Én ik heb links en rechts voor mezelf ook nog wat opgestoken. Super, toch!?
Tja, een boek schrijven is niet voor iedereen vanzelfsprekend, maar een boek máken is absoluut ook geen peulenschil, hoor, geloof me! Al heb ik het af en toe grondig verwenst, 'k heb er beslist ook dik van genoten om er mee bezig te zijn. En aan 't eind van die vele lange dagen, onmetelijk opgelucht dat het éin-de-lijk helemaal klaar was, maakte het fraaie eindresultaat me zo mogelijk nog veel gelukkiger. 
Over een maandje of twee, drie doe ik dit allemaal -heel de reutemeteut van gezucht en gevloek, van gepalaver over taalregels, van eindeloos prutsen aan layout details- nog eens op m'n gemakje opnieuw, maar dan voor mezelf, voor m'n volgende boek, zodat dat de derde editie van 'Kristina vertelt' op tijd klaar raakt om bij jullie onder de kerstboom te liggen.
Een mens doet zichzelf soms wat aan, hé, maar geef toe dat Kristina die een boek maakt geweldig goeie televisie zou kunnen geweest zijn. Of toch minstens even boeiend als Karen die een plaat maakt... 😉


EXTRA NOTA.
Eigenlijk had ik dit verhaal al eerder willen schrijven. 't Was er gewoon nog niet van gekomen en daardoor raakte het een beetje in een vergeethoekje. Maar omdat ik Marie-José in het ziekenhuis bezocht, waar ze revalideert na een operatie aan haar heupgewricht, en we het nog over haar boek hadden, vond ik de tijd opnieuw ideaal om al m'n bedenkingen weer van onder het stof te halen. 
Ondertussen is het boek van Marie-José Thys-Matheyssen -zo heet ze voluit- met de titel 'De Kleine dingen van het leven, M.J.'s cursiefjes' in een kleine oplage gedrukt -hoofdzakelijk voor 'persoonlijk' gebruik, niet openbaar verkrijgbaar dus (voor wie het zich afvroeg)- en bij haar afgeleverd. De familie, vrienden en kennissen die een exemplaar ontvingen zijn allemaal ontzettend enthousiast vertelde ze mij, en niet alleen over de inhoud, maar zeer zeker ook over de uiteindelijke layout -mijn werk dus- waar ze zelf nog steeds geweldig blij mee is. M.J.-ke, zoals men haar ook liefdevol placht te noemen, kan niet nóg meer blinken van trots op háár boek. Net zoals ze blijft overlopen van dankbaarheid naar mij toe. 
En voor die twee dingen, daar doe ik het natuurlijk allemaal voor, hé. 😊










dinsdag 22 mei 2018

Prinses op de erwt? Nee, toch niet.

Kent u het sprookje 'De prinses op de erwt'? Daar moest ik de laatste tijd vaak een beetje giechelend aan denken... En, uiteraard leg ik u met veel plezier even uit waarom!
Zelfs in dat zachte roze bed van mij, onder het als verse sneeuw krakende hemelse dekbed en omringt door de stapels heerlijke kussens en knuffelzalige dekentjes, zelfs daarin draait men zich in z'n slaap wel eens om. En normaal gezien word ik daar niet echt wakker van... tot een paar weken geleden. 
Lichtjes gewekt door pijn in m'n nek -vermoedelijk weer in een ietwat foute houding gelegen- draaide ik me wat ongelukkig zuchtend en brommend tussen de warme lakens om, onderwijl kussens opkloppend, dekbed herschikkend, lakens flapperend, intensief op zoek naar de ideale houding. En toen die eindelijk weer gevonden was en ik nog even een been verlegde in de hoop ook die broekspijp van m'n pyjama uit de knoop te wriemelen, porde er iets vreemds en hards van onder me in m'n dijbeen. Raar. Wat zou dat nu weer zijn?
Veel te moe en te slaperig om het licht aan te doen en eventueel ook uit 't bed te stappen, tastte ik in het duister van de kamer en de nacht op goed geluk even rond in de veel te overvloedig golving van die enorme berg textiel die me omgaf, in de hoop dat bed-vreemde ding te kunnen opduikelen. Maar helaas. Door m'n gewoel moet het zich met de rest van de klamme lappen verplaatst hebben, want er liet zich niets meer vinden. Bon, als er mij niks meer pookte, lag er mij ook niets meer in de weg om, na nog wat gedraai en gewriemel natuurlijk, eindelijk weer lekker verder te maffen.
En over wat er zich eventueel bij me in m'n bed bevond, daarover zou ik m'n hersenen later wel eens pijnigen. Zo een grote harige spin, zoals ik er in de herfst altijd wel eens een paar o.a. richting slaapkamer zie sprinten, kon het niet geweest zijn, want mijn gewicht had daar zonder twijfel meteen moes van gemaakt. Muggen? Veel te klein voor wat ik voelde. Eén van de poezen misschien? Een staart of een pootje? Mogelijk, want die kruipen geregeld bij me in bed. Maar dan had er met zekerheid onmiddellijk iemand ontzettend wijd z'n keel open gezet en mij vermoedelijk ook met paar welgemikte halen van een stel wreed scherpe klauwen niet mis te verstaan terechtgewezen. Een steen of iets gelijkaardigs -bedenk maar wat- zou door z'n zwaarte zeker op z'n plek zijn blijven liggen bij mijn tastend rondscharrellen. Trouwens, een steen kruipt -bij mijn weten toch niet- niet eventjes snel zelf onder één of ander dekbed, hé... En een bij mij in bed gedropte, doch onopgemerkte voetbal van Pompon -dag of nacht, maakt niet uit: spelen, nu!-, meestal met een overdosis voldoening en bakken enthousiasme eerst uitgebreid besabbeld, die had me hooguit in alle zachtheid een onopvallend vochtig plekje aan de zijkant van m'n broekspijp bezorgd.
Als u nu voor 't begin van m'n verhaaltje, of ondertussen, al even, stiekem of goed geweten, een glimp van het bij dit verhaal horende plaatje opving, dan hebt u zeker al een vermoeden van het vervolg, maar sta mij toe het u toch nog te vertellen.
Bij het ontwaken was ik eerlijk gezegd het nachtelijke voorval al weer vergeten. Maar na een kopje koffie en met een frisser hoofd, bij het opmaken van het bed; als al die vele kussens weer netjes opgeklopt worden, de massa dekentjes keurig opgevouwen, de geluchte lakens strakgetrokken en het enorme, 's morgens o zo platte dekbed door het met grootse gebaren energiek op en neer flappen weer een luchtige lichte hemelse donswolk wordt; bij dat bed-opmaken zag ik hem meteen liggen. Hij stak namelijk behoorlijk donker af tegen al dat roze en vooral tegen het uitzonderlijk eens niet roze, maar witte hoeslaken: een kleine grijze speelgoedmuis! En die zijn verdorie hard, die mini-namaakmuisjes, eigendom van mijn twee viervoetige huisgenoten, echt keihard, geloof me!...
Die nacht had ik dus blijkbaar niet het sprookje van de prinses op de erwt gespeeld, maar wel dat van de prinses op de múis! (gniffel gniffel) Mysterie opgelost. Of toch al half, want hoe was die muis daar dan diep in heel die berg bedtextiel terecht gekomen?!
Op die vraag kwam al snel ook een antwoord. En nee, Pompon had zich niet van 'voetbal' vergist, hoor. Onmiddellijk, echt binnen de seconde, nadat ik de muis in kwestie met een stevige zwier vrolijk door de steeds openstaande slaapkamerdeur richting halletje gemikt had, werd hij mij teruggebracht door super snelle Poekie, helemaal trots op zichzelf. Hij deponeerde het grijze dingetje triomfantelijk voor me op het witte hoeslaken neer en liet me met een serieuze lading kopjes weten dat dit een kadootje voor me was! Poekie apporteert heel erg graag en is daar ook bijzonder goed in, maar dit betekende duidelijk iets helemaal anders voor hem. En toen ik dat erkende en hem er met veel liefde voor bedankte, ging hij meteen vol ijver en geestdrift in alle mogelijke poezenspeelgoedverzamelplekjes van dit huis, en dat zijn er nogal wat, uitgebreid op zoek naar nog meer van diezelfde muisjes!...  
Nu word ik dus regelmatig wakker in een bed dat niet alleen vol kussens en ander beddengoed in alle mogelijke tinten roze ligt, maar dat naast die reeds gekende enigszins vochtige mini-voetballen ook ruim voorzien is van keiharde kleine grijze muisjes.
Een prinses op een erwt blijk ik dus helaas, of gelukkig -dat laat ik in het midden- niet te zijn, maar ik kan je wel met zekerheid vertellen dat, met Poekie als onbetwiste en vermoedelijk niet meer bij te benen koploper, die twee Pluizige Prinsjes hier in huis echt wel ontzettend veel van me houden! ❤️😊



zondag 13 mei 2018

Tot ziens, lieve Erna!

Het ene verhaal schrijft zich al wat makkelijker dan het andere, en soms duurt het dan ook wat langer om het te verwoorden... Daarom neem ik jullie in dit geval graag even mee, terug in de tijd, naar dinsdag 1 mei, twee weken geleden.
Met de grote auto, achterbank plat, boordevol zakken en dozen met prachtige nieuwe planten in allerlei vormen en maten, met en zonder bloemen, voor zowel binnen als buiten; een behoorlijke hoeveelheid extra bloempotten en -bakken; grote stijlvolle 'Engelse' hangmanden ter vervanging van die totaal verduurde witte plastieken hangpotjes; en op de koop toe nog wat bijkomende klimrekken voor bijvoorbeeld die vele clematissoorten, reden mijn beste vriendin Ingrid en ik meer dan tevreden en voldaan terug naar huis. Voor mijn doen had ik afschuwelijk veel geld uitgegeven, maar gelukkig kwam het grootste deel van dat bedrag van Ecocheques die anders half juni toch maar zouden vervallen. En niet alles in de wagen moest z'n weg naar mijn terras vinden, Ingrid had zich namelijk ook een beetje laten gaan, enthousiast als ze was over de ontdekking van dat voor haar tot nu toe totaal onbekend reusachtige tuincentrum.
We hadden een uitzonderlijk gezellige voormiddag gehad, zo met z'n tweetjes, met -uiteraard- oeverloos gebabbel, ongegeneerd gelach en zalig ongezouten meningen, en toch... toch hing er een dubbel gevoel voor mij over heen. Tuuuurlijk vind ik het ronduit zálig om nog eens zo een enorme vracht groen te kopen. Daar moet je absoluut niet aan twijfelen, amai nog ni, daar geniet ik áltijd van. Maar dat deze levende lading ter vervanging van al dat gekoesterde doch afgelopen winter doodgevroren moois moest dienen... 't Blijft toch een beetje bitterzoet...
Maar niet alleen dat woog op me door, ook het intens beleven van die super fijne vriendschap maakte me emotioneel. Niet om Ingrid, en ook niet die fijne voormiddag, doch om wat ik zou gaan doen die namiddag...
Vele jaren geleden, toen ik in het EWT-theater nog een veel geziene gast was, leerde ik daar Swakke kennen: een soort enorme knuffelbeer met een fenomenale snor en altijd onmetelijk enthousiast mij te zien en eens goed tegen zijn gilet te kunnen trekken. Zijn echtgenote Erna, die er natuurlijk ook altijd bij was, bleef dan wat op de achtergrond staan en liet hem maar doen. Er zat immers geen greintje kwaad in, in de Swa, en ze kende hem door en door.
Die alles overdonderende geestdrift van Swakke heeft er echter voor gezorgd dat het lang, veel te lang eigenlijk, geduurd heeft voor Erna en ik elkaar ook wat leerden kennen. Vier jaar geleden werden we 'vrienden' op Facebook, en een dik jaar geleden bracht mijn eerste boek ons in levende lijve samen, want uiteraard moest en zou Swa die eerste uitgave van mij ook bezitten, en zij kwam het kleinood bij me ophalen omdat Swakkes gezondheid toen nogal kwakkelde. Er volgden nog wat heel meer bezoekjes o.a. toen ik kon helpen met een tegenspartelende laptop. En vooral met het terugvinden en veilig stellen van de vele, door haar verloren gewaande foto's van al haar o zo geliefde poezen maakte ik haar bijzonder gelukkig. En zo ontstond bij menige gezellige namiddag met een lekkere tas koffie en uiteraard een brede waaier aan poezenverhalen een zeer gewaardeerde fijne vriendschap.

Onze gesprekken gingen evenwel niet altijd over vrolijke dingen. Erna vertelde me ook over haar bijzonder moedige strijd met kanker, over de grote en kleine overwinningen en spijtig genoeg ook over de nederlagen. Maar wat er ook met haar gebeurde, volgens mij ontmoette ik nooit eerder iemand die zó optimistisch en zó positief met de dingen des levens om ging. Daar kon zelfs ik nog een lesje van leren, echt waar, ongelofelijk sterk.
In december stuurde ze me, naast nieuwjaarswensen, een bericht i.v.m. m'n tweede boek. Of ik het voor haar opzij wou houden, ze zou het in januari komen oppikken. Pas begin februari, bij m'n verjaardag, kwam er weer een bericht. Met wensen natuurlijk, maar ook met de boodschap dat men met chemo gestopt was omdat het niet aansloeg deze keer. Er werd overgestapt op een heel pak pillen voor elke dag. En -ja, ik weet hoe gek dit klinkt- ik maakte mij daar geen zorgen over, helemaal niet. Tijdens onze laatste ontmoeting in persoon, in november, en ook nu weer, sprak ze over haar ziek zijn met zulk een buitengewoon positivisme en een zodanige levenslust en levenskracht, dat absoluut niets, maar dan ook niéts in mij ook maar één seconde bedacht dat we het hier mogelijk over een levensbedreigende situatie hadden, over wellicht het begin van het einde... Ik vind dat nog altijd ontzettend vreemd. Alsof mijn geest nooit de werkelijke diepgang van heel het verhaal registreerde, maar simpelweg -en ergens misschien ook tegen beter weten in- een zijsprong gemaakt had, naar een andere wereld, eentje zonder ziekte of pijn, en al helemaal zonder dood. Hoe het ook zij, het is 'slechts' onomstotelijk bewijs van Erna's grenzeloze, alles overwinnende optimisme en onmetelijk positieve uitstraling. 
En toen bleef het stil. Er gingen een paar maanden voorbij, het boek lag hier nog steeds, en op mijn berichtjes kwam geen antwoord meer. En ja, achteraf is het makkelijk gezegd van 'had ik maar', maar als je zelf een leger aan demonen bevecht gaat tijd ongezien voorbij en sta je soms, spijtig genoeg, niet stil bij die volledige afwezigheid van elk teken van leven...
Op zondag 29 april ging de telefoon. Annie, al vele decennia lang de allerbeste vriendin van Erna, en via het EWT en Facebook ook een kennis van mij, nam contact met me op in opdracht van Swakke. Of z'n boek er nog was en hoe dat eens tot bij hem zou geraken... En nog voor ik me kon bedenken hoe vreemd dit wel was, vertelde ze me er naadloos achteraan -en veel uitgebreider dan wat ik nu neerschrijf, doch ik vat het even voor u samen- dat Erna de week daarvoor thuis viel, waarna de ambulance haar naar de spoed bracht, en dat het van dat moment zo snel bergaf met haar ging dat ze die dag -die zondag waarop ik Annie sprak dus- reeds naar de palliatieve afdeling overgebracht was. M'n brein, dat tot op dat moment nog steeds als op automatische piloot op 'alles oké en onder controle' draaide, moest plots een enorme inhaalbeweging maken, en nog voor ik het goed en wel zelf besefte, had ik op Annie's plan om Erna te gaan bezoeken heel beslist gezegd "Ik ga met je mee!".
En zo trokken Annie en ik dus die dinsdagnamiddag 1 mei, na die ochtend uitgebreid planten-shoppen met Ingrid, als elkaars emotionele ondersteuning richting ziekenhuis, om afscheid te nemen van onze lieve vriendin. En het boek voor Swa ging ook mee.
In de verrassend gezellige kamer vonden we een totaal uitgeput lichaam terug, mager en letterlijk doodmoe van de voortdurende strijd, zo goed als volledig overgenomen door de woekerende boosaardige cellen, maar door de totale afwezigheid van gelijk welk medische apparaat -niet één draad, slangetje of 'blieb' te bekennen, zelfs geen piepklein baxtertje of zo- zag het er toch allemaal heel vredig uit, en 't belangrijkste van al... het was nog steeds onze Erna! Ze kon helemaal niet meer praten, doch zodra ze ons zag klaarde meteen heel haar gezicht op en haar nog steeds twinkelende ogen maakten ons haar blijdschap meer dan duidelijk. Volgens mij deed ons dat allebei even zuchten van opluchting, mij en Annie. Onze Erna, ze was er nog steeds!
We hebben over van alles en niets gepraat, en met Swakke honderd-en-één herinneringen opgehaald. Erna ging tussen de korte momenten van bewust aanwezig zijn heen en weer naar een heel ver dromenland en ondertussen werd er in de kamer geweend en gelachen. "Ik ga een blogje over jou schrijven" beloofde ik haar met een guitige lach en haar ogen keken me speels streng aan met een blik van "Seg, dat kunt ge laten, hoor, zot model! Wat valt er nu in godsnaam over mij te schrijven?!", terwijl Swakke alvast dolenthousiast het boek waarin dat verhaal zou verschijnen bestelde... Tja, nog even geduld dan, want dat zal dus pas in boek nummer 5 zijn, vrees ik.
Geen idee hoe lang we bij Erna en Swa op bezoek geweest zijn, daar in de palliatieve afdeling, maar na afloop waren zowel Annie als ik hoogdringend aan koffie of zo iets toe, Annie vermoedelijk nog een stuk meer dan ik. Hoe zou je zelf zijn als het om jouw allerbeste vriendin ging? Daar had ik, heel die gezellige voormiddag met Ingrid, ook al over lopen nadenken. Mensen die belangrijk voor je zijn, je moet ze echt koesteren, elke dag, zelfs elke minuut van je leven, en elkaar opzoeken, samen dingen doen, en ze vooral vertellen dat je ze graag ziet... want voor je het weet zijn ze er niet meer. 
Nog lang zaten Annie en ik over de dingen des levens na te praten in het verder totaal lege cafetaria. Heel blij dat ik er ook voor haar kon en mocht zijn, heeft die babbel en het feit dat we dit samen deelden mij misschien nog zoveel meer deugd gedaan. 
Afgelopen dinsdag 8 mei, exact een week na ons bezoek, ontving ik rond 15u30 op mijn gsm een heel eenvoudig berichtje: "Ons meisje is niet meer. Overleden om 15u." Meer hoefde er ook niet gezegd. Met haar geliefde echtgenoot en zoon bij zich in de kamer had ze, volledig onopgemerkt, in alle rust en vrede, eenvoudig zoals ze was, heel stilletjes het tijdelijke voor het eeuwig gewisseld.
Morgennamiddag nemen we officieel afscheid van Erna. En nee, ik hoef niets te zingen, Swakke vind het allemaal zo al triest genoeg. 
Voor mijn gevoel nemen we slechts afscheid van het omhulsel waarin we Erna altijd gekend hebben, en waarvan de aanwezigheid en de aanraking uiteraard gemist zal worden. De herinnering aan Erna zullen we echter voor altijd koesteren en ik prijs me oprecht gelukkig dat ik, hoe ontzettend kort het ook was, haar mocht kennen, als die hele lieve vrouw met een bijzondere dosis optimisme en een onuitputtelijke levensvreugde, iemand om als voorbeeld nog lang in m'n hart mee te dragen.
Ik heb dan ook bewust geen 'afscheid' van haar genomen. Toen ik me bij het einde van ons bezoek over Erna boog om haar nog een dikke zoen en zachte knuffel te geven, zei ik met een warme hart en een innige glimlach: "Tot ziens, lieve Erna!" En haar ogen lachten me stralend terug: "Afgesproken!" 💜



dinsdag 8 mei 2018

Tok, tok, tok, wie klopt er daar?

Al wekenlang was het duidelijk via allerlei kanalen aangekondigd: vandaag zouden wij hier in het gebouw een hele voormiddag, eventueel iets langer zelfs, volledig zonder elektriciteit zitten. En eigenlijk sta je daar niet echt bij stil, wat er allemaal niet kan als er geen stroom is. Dat ik vanochtend geen wasmachine kon aanzetten, en met een borstel i.p.v. de stofzuiger de vloer zou vegen, daar had ik op voorhand aan gedacht. Maar dat ik m'n dag zonder koffie en een boterhammeke (rechtstreeks uit het vriesvak in de toaster, elke morgen) zou moeten starten... Totaal over het hoofd gezien! En 't is best wel onhandig om zonder licht naar de WC te gaan, vind ik. Alles in 't donker op den tast dus. De extra stille stilte, zo zonder de normale lift-, voordeur- en vaak niet te definiëren andere huishoudapparaatgeluiden, deed me in eerste instantie nog eens een keertje extra omdraaien in m'n bed, maar ik had met mezelf afgesproken dat, nu er toch niets huishoudelijk gedaan kon worden, het terras verder aangepakt werd vandaag. Zo zonder koffie kwam ik niet echt met geweldige snelheid en bakken energie uit de startblokken, maar dat doet er niet toe. Lekker op 't gemakje in 't zonnetje wat rondlummelen met potjes, plantjes en aarde, daar is eigenlijk nooit haast bij.
Gezeten op m'n zwarte krukje met m'n ouwe galochen, werkkloffie en tuinhandschoenen aan plukte ik de laatste restjes verlept groen van de lentebloeiers uit de bloembakken en schikte er met veel wikken en wegen de nieuwe plantjes is.  Met een droge 'pop' botste er af en toe één van de dikke donzige hommels, die in een wat dronken aandoende vlucht boven m'n hoofd gretig van bloem tot bloem zoemden, tegen een raam. Ogenschijnlijk hebben ze van zo'n botsing weinig last, maar 'k check toch altijd even of er niemand gesneuveld of gewond is. O, kijk, daar een koolwitje! En even later een citroenvlindertje! Die komen vast even piepen of m'n vlinderstruiken nog niet in bloei staan. Ze zullen spijtig genoeg nog wat geduld moeten oefenen, maar 'k hoop van harte ze nog wel terug te zien, schaars als ze tegenwoordig zijn, die vlinders...
De mezenfamilies zijn hier ondertussen zodanig vertrouwd met mijn terras, en duidelijk ook met mij, dat ze zich ondanks mijn overduidelijke aanwezigheid niet van hun geliefde nootjes en zaadjes laten afhouden. Zelfs als ik vlak onder al het uitgestalde lekkers in wat potten zit te rommelen vliegen ze druk aan en af en eten ze hun buikje rond. En dan plots... zie nú: een merel verdorie! Een vrouwelijke merel -met bruin verenkleed- scheert met een grote bocht laag over de kasseien, landt zwierig in één van de grote bloembakken en gaat, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, ook op zoek naar lekkere hapjes. Da's nieuw, en erg verrassend, want merels houden zich, voor zover ik weet, normaal gezien toch liever op in meer open ruimtes.
Gezegend, zo voelde ik me met al die gevleugelde aanwezigheid. Gezegend, en ook helemaal blij, en vooral weldadig verwonderd om zoveel schoonheid en zoveel vertrouwen. Een piepklein beetje Sneeuwwitje-gevoel gecombineerd met een piepklein beetje Sint Franciscus-gevoel, als je begrijpt wat ik bedoel. Zaaaaalig!!!
De in eerste instantie geweldig deugddoende zonnestralen werden dat sp(r)ookjesachtig wit vel van mij al snel te veel. Om te voorkomen dat ik, gebraden als een kip aan 't spit, m'n eigen cuisson nog zou moeten checken, nam ik, nog steeds gezeten op m'n kleine krukje, met een fles fris water in de hand, een afkoelpauze in een schaduwhoekje van het terras en liet al die verrukkelijke dingen om me heen zachtjes en onverstoord op me inwerken.
Plots doorbrak een in deze stilte extra luid klinkend 'tok, tok, tok' alle sereniteit. Keihard, bijna oorverdovend 'tok, tok, tok, tok, tok'. En opnieuw. En nog eens. 'Ja maar, seg, ze gaan hier die rust nu toch niet beginnen vergallen met geklop en getimmer, hé!' grommelde ik een beetje ontstemd in mezelf. En terwijl ik verwoed de oorsprong van het kabaal trachtte te lokaliseren, zag ik vanuit m'n ooghoek een beweging in het redelijk roerloze decor. Op de stammen van de dennen naast mijn terras klauterde een grote bonte specht op en neer. Dat is niet zo gek, want ook die vogels komen met regelmaat een nootje meepikken in mijn vogelrestaurant. Mevrouw Specht -te zien aan het ontbreken van het rode mutsje- was duidelijk op het spoor van iets smakelijk. Ze wrikte stevig met haar bek, dan eens hier, dan eens daar, tussen de schors van de bomen. En toen deed ze waar spechten voor gekend zijn: met een soort heldhaftige strijdlust beukte ze op volle kracht op de stam... 'Tok, tok, tok' weerklonk er hier tussen de gebouwen. Voila, ik had m'n lawaaimaker gevonden!
Je kan nog zoveel over vogels weten door er over te lezen, als je ze bezig hoort, zoals nu deze specht, op een paar meter bij je vandaan, dan valt je mond toch nog open van verbazing, hoor! Wat een kracht, wat een decibels, wauw! Ik kreeg er bijna hoofdpijn van, alleen maar door er naar te kijken!...
Dat een specht zelf aan z'n getimmer -met een snelheid van wel 25 km per uur en dat ook nog eens rond de 12.000 'tokken' per dag- geen schedelfracturen of hersenschuddingen overhoudt ligt aan z'n speciaal bolleke, een hoofd specifiek ontworpen om tegen bomen mee te rammen. Niet alleen is de snavel elastisch en schokabsorberend, gereedschap met een standaard airbag dus, zijn pientere breintje zit ook nog eens uitstekend beschermd in een excellent passende motorhelm van absolute topkwaliteit binnen in zijn schedeldak. Zoek het maar eens op, 't is boeiend om te ontdekken.
Nadat ik de noeste arbeid van de specht nog een tijdje gadegeslagen had, besloot ik zelf, met zulk vurig voorbeeld, ook maar weer naarstig aan het werk te gaan met bloempotten, planten en potgrond. Het vogelkoor op de achtergrond had nog lang een drummer te gast. In mijn eigen hoofd weerklonk een liedje dat ik niet direct kon thuisbrengen. Iets met 'kloppen' er in. Pas daarnet besefte ik dat het geen kinderrijmpje of zo was, maar een duet dat ik lang geleden zong in de Nederlandstalige versie van De Zigeunerbaron: de man in kwestie moet de schat zien te vinden, en wij, d.i. zigeunerkoningin Czipra en haar dochter Saffi, wij de hele tijd maar zingen dat hij moet ♪♫ 'kloppen, kloppen, kloppen'... ♪♫♪ Yep, dat krijg ik voorlopig niet meer uit mijn hoofd, vrees ik! hihi
'k Beloof plechtig vanaf nu een stuk minder snel lichtjes geërgerd te denken 'verdorie, er zit weer ergens iemand serieus te hameren, hoor', als er weer eens 'tok, tok, tok' weerklinkt. Ik zal in 't vervolg eerst even vriendelijk vragen 'wie is daar?', om dan vervolgens m'n deuren en vensters wijd open te gooien en met minstens evenveel verheugde verwondering opnieuw zoveel overweldigend natuurschoon binnen te laten. 💚



zaterdag 28 april 2018

Suède duisternis.

Het hoge smalle venster van m'n slaapkamer op mijn vorige adres, het appartement dat ik huurde, werd jarenlang aangekleed door ettelijke meters fraaie diep roze-rode fluwelen stof. En dat daar mogelijk nogal wat zonlicht doorheen priemde zorgde uitsluitend voor heerlijke zomerochtenden, ontwakend in een bed dat baadde in een zacht getemperde warme gloed. Verder verstoorde geen enkele lichtbron van buitenaf de kamer en mijn nachtrust.
De lichtinval in m'n extra roze slaapkamer nu, in mijn hele eigen appartement, is heel anders. Dat zou je op het eerste zicht niet denken omdat de enorme ramen slechts uitzicht geven op een grote groene tuin en een ander gebouw grotendeels verborgen achter dennenbomen. Je verwacht heerlijk donkere nachten, eventueel zélfs met de gordijnen open... 
Maar, niets is minder waar. 't Is te zeggen: het hangt er van af op welke dag je zou komen kijken. In de winter, als er aan geen enkele boom nog een blad hangt en de tuin er nogal kaal bij staat, schijnen de felle straatlantaarns van de straat helemaal aan de andere kant van de tuin, nog achter het speelpleintje, genadeloos hevig tot in de donkerste hoek van al m'n kamers, en af en toe doet de bewegende flits van de grootlichten van een passerende auto daarginds, zelfs van zo veraf, me schrikken. 
Maar de werkelijke hoogdagen voor de verlichting -de letterlijke verlichting, hé, niet de figuurlijke- zijn de momenten waarop op den Bosuil trainingen doorgaan of wedstrijden gespeeld worden. Al kan ik het van hieruit zien, het stadion ligt niet echt vlak achter m'n hoek. Volgens Google Maps te voet en langst de kortste weg toch nog een kleine kilometer, verbazingwekkend genoeg. Maar in vogelvlucht is die afstand nog minder dan de helft. En omdat de grote stadion-spotlights hoog boven alle bebouwing hier in de buurt uit steken, is het, zeker nu ze onlangs ook nog eens vernieuwd én vergroot zijn, op die momenten hier bij mij in huis net geen klaarlichte dag! Ik giechel al jaren dat ik zélfs in mijn bed in de spotlights sta! Allé, 'lig' dus, hé... Tja, ge zijt een diva of ge zijt het niet. hahaha 
En ja, dat is, zoals u zich nu natuurlijk afvraagt, met de gordijnen dícht!...
Deze gordijnen, die me de afgelopen jaren in m'n huidige slaapkamer van eventuele ongewenste inkijk en storend nachtelijk licht moesten beschermen, kwamen met het appartement. Toen ik 4 jaar geleden dit eigen stekje kocht en ik voor al die ontzettend grote en vele ramen noch aangepaste gordijnen, noch budget voor nieuwe raambekleding had, werd er getoverd met wat er voorhanden was. Roeien met de riemen die ge hebt, hé, daar ben ik een krak in. En dat gold dus ook voor mijn roze slaapkamer. Omdat de door de vorige bewoners achtergelaten gordijnen met hun ietwat vaal oud-lila met een beetje goeie wil toch nog enigszins in het roze kleurenpalet pasten, en weliswaar stokoud en al een beetje dunner van stof doch nog steeds van zeer goede kwaliteit waren -met de hand onzichtbaar genaaid zelfs-, mochten ze na een stevige wasbeurt voorlopig dienst blijven doen. 
Al vind ik het natuurlijk nog steeds erg fijn om door zacht gefilterde zonnestralen gewekt te worden, alle vormen van ongewenste lichtinval begonnen nu, na zoveel tijd, toch stilletjesaan hun tol te eisen..En als je dat dan op zeker dag eens in geuren en kleuren aan je moeder vertelt, in combinatie uiteraard met straffe stories over vele slapeloze nachten, dan moet je er niet van verschieten dat je -zeker met een moeder als de mijne- meteen de volgende dag al met alle correcte afmetingen op een stukje papier in je hand en vol enthousiasme in je favoriete stoffenwinkel staat te kiezen en te keuren. Zuinig als we zijn zouden we eerst de oude gordijnen als voering gaan gebruiken, maar bij nader inzien kochten we toch ook maar de nodige meters bijpassende stof voor de raamkant. Zooooveel makkelijker voor mijn moeder om met uitsluitend 'vers', nieuw materiaal te werken, en, mezelf kennende, deze door mijn moeder gemaakte en daardoor extra gewaardeerde gordijnen dienen vermoedelijk nog tot het eind mijner dagen, dus dat was die kleine extra investering wel waard. 
En de keuze is snel gemaakt als je precies weet wat je wil. De verkoopster mat keurig en met veel plezier de nodige lengten streelzacht suède in diep fuchsia-roze voor ons af, en deed hetzelfde nog eens opnieuw met ettelijke meters kreukvrije voeringsstof in -komt dát tegen- exáct dezelfde tint. Wauw, dit was ab-so-luut de perfécte kleur en o zo fijn om aan te raken... Dolblij was ik! 
En ons moe liet er geen gras over groeien! Als zij haar zinnen op iets gezet heeft, dan moet dat vooruit gaan, en niets zou haar tegenhouden mij zo snel mogelijk een prachtig product af te leveren. De weliswaar verrukkelijke stof werkte niet altijd even goed mee en de enorme en niet voor de hand liggende afmetingen maakten de klus er ook niet makkelijker op. Maar zelfs toen ik haar, omdat ze zich een paar dagen niet zo lekker en nogal moe voelde, er trachtte van te overtuigen dat het nu na al die tijd ook niet meer op die paar dagen of weken extra aan kwam, ploeterde ze resoluut en zonder tegenspraak te dulden dapper verder, want die gordijnen, die moesten en zouden af!
En nee, ik mocht ze niet zelf komen halen met de tram en m'n caddy, want dan zou haar eindeloze en zeer nauwkeurige strijkwerk zeker en vast verloren gaan! Dus, gisteren werden mijn nieuwe slaapkamergordijnen aan huis geleverd, met de auto, door die lieve tante Lea -zus van m'n vader, en altijd klaar staand om iemand te helpen- in het gezelschap van ons moe in hoogst eigen persoon. 
Het zal je zeker niet verbazen dat ik bij hun vertrek onmiddellijk m'n ladder, gereedschap en gordijntoebehoren tevoorschijn haalde en opgewekt aan de slag ging om m'n meer dan fraaie nieuwe aanwinsten op hun plaats te hangen. En ondanks het ondertussen vertrouwde pijnlijke protest van m'n rug en nek ging het neerhalen van de oude raambekleding en het aanpassen van de ringetjes op de rails erg vlot. Maar mijn vrolijke tempo kwam abrupt tot stilstand toen ik tot mijn verwondering merkte dat het gordijnlint, waar de ophanghaakjes in moeten passen, met de foute kant tegen de stof van de nieuwe gordijnen gestikt was! Zo'n gekke vergissing is niks voor mijn moeder, dus toch maar even telefonisch met haar checken of ik misschien iets gemist had... Ze was al even verbaasd als ik. Tja, af en toe slaan zelfs de strafsten onder ons wel eens de bal mis, hé. Dus, geen probleem. Na een grappig gesprekje vol goede tips begon ik zelf aan het verwisselwerkje. Het zouden vanaf nu gordijnen zijn die we sámen maakten. Super, toch!?
Even met een grote steek de voering aan de suède stof driegen zodat er niets zou verschuiven, met welgemikte rasse haaltjes van het tornmesje het meterslange lint van de beide gordijnen los maken, en hetzelfde lint met de juiste zijde naar boven -zeker 4 keer gecheckt- met hier en daar een kopspeldje even tijdelijk terug vast zetten. Dit verstelwerk ging echt razendsnel, vooral omdat het origineel zo vakkundig vervaardigd was.
Nog steeds helemaal netjes en zonder vieze valse plooien -ik was extra voorzichtig geweest uit respect voor m'n moeders strijkwerk- liet ik de op de tafel liggende gordijnen heel even alleen om garen in de juiste kleur te gaan zoeken en m'n naaimachine te halen. Vijf minuten, meer tijd heeft hij echt niet nodig, en ik hád het kunnen weten natuurlijk: super nieuwsgierige Poekie, altijd klaar om iets nieuws in huis op sterkte uit te proberen, had zich prinsheerlijk genesteld bovenop een rommelige berg bij elkaar gefrommelde diep-roze stof... Wel, zo zijn de gordijnen meteen stevig getest, en... door iedereen volledig goed bevonden! Mijn moeder en ik -en dus ook de poezen- kunnen gerust zijn: deze gordijnen kreukelen nauwelijks en geen enkel kattenhaartje aan blijft er tegenaan plakken. Dank u, Poekie. Hum.

Een klein uurtje later stond ik helemaal tevreden onze gezamenlijke inspanning te bewonderen. Een ronduit schitterend resultaat! Prachtige gordijnen in een magnifieke kleur, met liefde vervaardigd uit zalige stoffen, met minstens evenveel toewijding een beetje bijgewerkt, ondanks de occasionele pijnlijke 'oei' en 'auw' vakkundig ophoog gehangen, en -zoals afgesproken tot juistekes een paar millimeter boven de vensterbank- ongelofelijk exact qua afmetingen. Hoe heerlijk is dat?! 
Tenzij ik de spotlights toch nog eens een keertje zou missen en al dat heerlijk aaibare diep fuchsia-roze fraais wijd open laat, slaap ik vanaf nu dus in een zalige suède duisternis! 💗 Dank je wel, lieve moeder!😘



vrijdag 13 april 2018

Wintergevolgen.

Ze zeggen niet voor niets dat je moet oppassen wat je wenst, daar heb ik nog maar eens duidelijk het bewijs van gezien. De afgelopen zoveel jaren kon je me elke lente, zwaar in strijd met de ene na de andere vraatzuchtige insectenplaag op m'n geliefde terrasplanten, horen zuchten dat er toch écht nog eens een winter met een stevige portie vrieskou zou mogen komen... En die kwam er dus. Met alle gevolgen van dien. Ja, inderdaad: er is niet één bladluis te bespeuren op de prille blaadjes van de rozelaars... maar jammer genoeg zijn ook die blaadjes nog amper vertegenwoordigd op het terras. 
Als toegewijde tuinierder laat je je geliefde groenvoorziening natuurlijk niet aan z'n lot over als er een serieuze dip in de temperatuur zit aan te komen. Je gaat stevig aan de slag met meters bubbeltjesplastiek en ander isolerend en beschermend spul. En de afgelopen 15 jaar zijn die hoeveelheid materiaal en mijn inpaktechniek steeds meer dan voldoende geweest om alles heelhuids door de winterkou heen te loodsen. Veel van m'n planten verfraaiden al van m'n vorige terras m'n buitenleven en verhuisden zonder enig probleem mee naar de nieuwe stek, om alhier zonder noemenswaardige aanpassingsverschijnselen prima verder te groeien en bloeien. Ik was er dan ook redelijk gerust in. Onterecht, zoals spoedig zou blijken...
Het terras veranderde al snel in een ogenschijnlijk roerloos doch meedogenloos hard winterlandschap. Hard, steenhard, niet alleen figuurlijk, vooral ook letterlijk. Eén voor één, van klein naar groot, bevroren alle bloempotten op m'n buitenruimte tot grote solide blokken. Zelfs de potgrond op super beschutte plekjes, genesteld dicht tegen de relatief warme, amper geïsoleerde muur onder de ramen werd hard als beton. Het bevriezende vocht in de terracotta potjes deed de schilfers er van af springen, of de hele boel, als van 5 meter hoog naar beneden gesmeten, met een droge 'knets' uit elkaar barsten. De arme planten kreunden bijna letterlijk van de kou en zowat elke dag gaf er wel één de geest. Zelfs in de rangen van de ouwe-getrouwen, de meest taaie en robuuste groenvoorziening, vielen onvoorziene slachtoffers. Zowat alle bladeren en stengels boven de grond kon je voor je ogen zien wegkwijnen, tot er niks meer dan wat gruis van overbleef. En of er diep in de potgrond nog enige sprank van leven zou overschieten, dat viel nog angstig af te wachten...
Bij het keren van het weer en aangemoedigd door de stijgende temperaturen priemden er -hoera, hoera- overal op het hele terras voorzichtig de kopjes van de vele bloembollen door de harde grond heen. Narcissen, hyacinten, tulpen... ze deden allemaal hun best om de lente aan te kondigen. En omdat bevroren vaste planten nog wel eens volledig terug tot leven komen, vaak zelfs met nog extra groeikracht, als je ze redelijk kort terug knipt, deed ik hoopvol een toerke met m'n snoeischaar langs de zieltogende rozen, hibiscussen, clematissen en de camellia. Het zou goed komen, dat wist ik zeker!
De winter dacht er jammer genoeg anders over: er daalde een nieuwe vriesperiode over de reeds gedecimeerde terrasbeplanting neer, en deze maakte korte metten met alles wat er nog restte. De gekortwiekte stompjes van de verschillende struikgewassen bevroren des te sneller. De aller-, allerlaatste restjes tweejarigen en andere zachtbladigen vervlogen in een mum van tijd tot absoluut niets, als in lucht opgegaan. En al die vele beloftevolle bloembolknoppen, die zich zo moedig uit de donkere koude aarde omhoog hadden gewrikt? Zij verdroogden en verwelkten lang voor ze ook maar één seconde een glimp van hun schoonheid konden laten zien. Zelfs hun bollen vervroren tot moes.
Het brak m'n hart. Echt. Ik kreeg het zelfs eerst niet eens voor mekaar om alles op te ruimen. Maar verdrietig zitten kijken op een 20 vierkante meter vol vergane glorie, da's ook niks, dus gewapend met knipschaar en borstel verzamelde ik de resten van de dodelijke plantenslachtoffers van de voorbije -laat ons hopen- winter. Dikke pakken verdroogd loof en afgestorven takken, gruwelijk veel kapotte rozenstruiken, ontelbare verloren vaste planten en handenvol bloembollensmurrie... In totaal twee reuzegrote vuilniszakken vol winterschade haalde ik uit en van tussen m'n pottenovervloed. M'n arme nek en rug konden er niet mee lachen, dat geef ik je met plezier op een briefje...
Het terras ligt er nu weer netjes bij, ontdaan van alle ter ziele gegane materie. De clematissen schieten ondanks alles enthousiast omhoog. Je kan ze bijna zién groeien, zo snel. De drie overgebleven wat zielige klimrozen persen voorzichtig, nóg maar eens, een paar nieuwe blaadjes naar buiten, en ook op de hibiscusboompjes verschijnt behoedzaam het begin van groene knopjes. De helft van de potten staat er wat kaal bij, met op dit moment uitsluitend zand-zonder-plant, maar de rest bevat nog het wat slordig ogende, naar alle kanten uitstekende bloembollengroen. En dat mag gerust zo een tijdje blijven van mij. Voor de lentebloemenvreugde van volgend jaar, en zo staat er ondertussen toch nog iets, hé...
Vanochtend ontdekte ik drie knalrode tulpen, verborgen in een beschut bijna onzichtbaar hoekje van het terras. Elk ander jaar zouden die als knopje al lang door de bladluizen gulzig opgevreten zijn, maar nu de winter wat dat betreft een keertje prima z'n werk deed, geniet ik uitzonderlijk eens in optimale omstandigheden van hun frêle schoonheid. 
Ja, inderdaad, 'elk nadeel heeft zo zijn voordeel', dat zeggen ze ook. 
Ik laat het verdriet om het verlies van zoveel geliefde planten achter me -ik kan ze toch niet terug tot leven wekken- en verheug me op het uitzoeken en aanplanten van nieuw en misschien sterker of beter gepast groen. Winkelbudget is er eigenlijk absoluut niet, maar gelukkig blijk ik nog in het bezit van een mooi bedragje Ecocheques, toch alvast genoeg voor minstens een dozijn stevige vaste groenblijvers. En er is ook nog die lieve grote-auto-bezittende vriendin Ingrid, die met mij eens bijzonder uitgebreid en super gezellig een dagje wil gaan plantenshoppen. De nodige kleurrijke éénjarigen zal ik de komende maanden links en rechts wel meepakken bij 't boodschappen doen. Er zijn altijd koopjes, als je een beetje uitkijkt. Ondertussen vul ik nu, tegelijkertijd ongeduldig de dagen aftellend en alvast boordevol vreugde over wat nog komen gaat, menig uur aan m'n bureautje met online vaste-plantjes-kijken-en-kiezen. Het weloverwogen verlanglijstje wordt langzaam maar zeker langer. En heel wijs besloot ik inmiddels ook dat sommige soorten niet voor mijn terras weggelegd zijn, zoals die o zo geliefde rozen. Al moet het tóch nog eens gezegd: last van vraatzuchtige insecten zouden ze dit jaar écht niet gehad hebben... hihihi
Goh, misschien was m'n halve wens voor een stevige winter dan toch niet zo misplaatst. Af en toe is het goed om eens los te laten en te herbeginnen, hé. Ik krijg nu in iedere geval de fantastische kans -en ál die vele geweldige bijbehorende genoegens- om, met nog betere kennis ter zake, mijn eigen zeer geliefde groene strookje zo mogelijk nóg fraaier -en hopelijk dit maal meteen ook winter-en-ander-natuurgeweld-bestendig- opnieuw in te richten. En, ondanks m'n protesterende onwillige lijf, betekent dat voor mij eigenlijk alleen maar 'feest'. Ja, misschien moet je oppassen wat je wenst, maar wat er ook gebeurd: gelukkig heeft elk nadeel ook zijn voordeel, hé, groene-vingers- en bloemenvoordeel in mijn geval. 😉💗🌸




dinsdag 3 april 2018

Tijden veranderen...

Zoals wel vaker op vrije dagen haalden allerlei timmer- en bonsgeluiden van de buren aan de andere kant van m'n badkamermuur me gisteren een beetje bruusk uit m'n slaap. Terwijl ik gelaten de gordijnen open schoof moesten er blijkbaar bij de bovenburen dringend en met luid piepende en knarsende poten zware meubelen verschoven worden. In de hal weerklonk, vermengd met onbetwistbare verhuisgeluiden, ernstig en onverbloemd gevloek over het nog steeds defect zijn van de 2e lift. Door het slaapkamerraam, duidelijk ook wel weer eens aan een sopje toe, aanschouwde ik de kille sombere grijsheid van de zondagochtend. Werkelijk niets duidde erop dat deze dag één van de meest belangrijke hoogdagen in het kerkelijk jaar was. Tijden veranderen. Ook Paas-tijden blijkbaar. En het verschil met 'vroeger' is groot, bijzonder groot. 
Toen begon Pasen al met de 40 dagen vastentijd, bij ons letterlijk een periode van 'versterving', minder van alles dus. Sobere maaltijden, totale afwezigheid van snoepgoed, zulke dingen. Die vreselijke zure pekelharing met de kurkdroge gekookte patatten op vrijdag vergeet ik van m'n leven niet, maar je at ze, en met smaak zelfs, door de grote honger... En er werd behoorlijk veel tijd in de kerk doorgebracht. In de Goede Week leek het bijna alsof je er woonde! Overdag braaf naar de mis met de hele school en 's avonds, nog eens zo devoot, opnieuw met de hele familie. Mijn beeldhoudende zus maakte ooit 13 stenen kelken voor de viering van het Laatste Avondmaal op Witte Donderdag. Goed mogelijk dat die in de kerk in kwestie nog steeds in gebruik zijn. Op Goede Vrijdag -en dat vonden wij als kinderen super leuk- kwam onze va extra vroeg van z'n werk bij de bank die -heden ten dage trouwens nog steeds- om 15u sloot, het uur waarop Jesus vermoedelijk gestorven zou zijn, om, je raadt het al, gezellig samen met de hele familie de speciale kerkdienst bij te wonen. En de stilte van Stille Zaterdag diende om al onze zondagse kledij klaar te leggen, zodat we er de dag erna letterlijk op ons Paasbest uit zagen. Je stelde je er allemaal absoluut geen vragen bij, het was gewoon zoals het was. Het hoorde zo. Zo ging het altijd al. Traditie heet dat, hé.
Zingen in de kerk hoorde er voor mij uiteraard ook altijd bij. Eerst met de school, dan bij het Jongerenkoor en later als sopraan-solo. Paasvieringen, Paaswakes en natuurlijk de vele verschillende passieconcerten. Met het langzaam wegvallen van zovele andere gewoontes was deze door mij meest geliefde traditie er ééntje die gelukkig wel stand hield. Tot 2 jaar geleden... Deze Pasen zong ik tot mijn groot verdriet alweer geen noot. Niet één passie of oratorium had nood aan mijn bijdrage, en blijkbaar vonden ook alle mogelijke kerkdiensten andere muzikale invulling. Erger nog: het kerkje dat ik jarenlang als zeer graag geziene gast bij zowat alle hoogdagen al zingende met zoveel extra feestvreugde mocht vullen werd het afgelopen jaar ontwijdt wegens geen priester meer... 
Het hele eieren-verstoppen-en-zoeken-plezier gaat totaal aan je voorbij als je zelf geen kinderen hebt, en al helemaal als ook de eventuele echtgenoten of liefjes het nut van zulke grappige zoete fratsen niet (willen) inzien. Jarenlang speelde ik dus m'n eigen paasklok -of haas, jij mag kiezen- en kocht mezelf dan maar wat lekkers. En nu, met die lactose-intolerantie, trakteer ik mezelf op een doos meestal veel te dure aardbeien en blijft de chocolade-snoeperij beperkt tot het exceptionele kleine gevulde eitje bij het kopje koffie op een al even zeldzaam avondje uit.
M'n moeder en ik zochten dit jaar tevergeefs zowat alle mogelijk televisiekanalen af op zoek naar de typische wat soft aandoende 'Jesus-films', zoals we daar jarenlang graag naar keken in de week voor Pasen. Behalve een reportage over een erg mooie Paasprocessie ergens in Nederland vonden we niets meer. Ik begin zelfs een beetje te vermoeden dat we nog blij mochten zijn de pauselijke zegen op zondag te kunnen volgen...
Vandaag, paasmaandag of tweede paasdag, is m'n hele leven lang familie-dag geweest. Verliefd, getrouwd, met eigen kinderen, 't maakte niet uit: op paasmaandag zakte absoluut iedereen van ons gezin zonder fout af naar het ouderlijk huis en moesten en zouden we met z'n allen naar de kermis! Zelfs toen onze va er niet meer was om voor zowat elk kraam met gulle hand te trakteren, bleven we gaan, al was het maar om de traditie en de nagedachtenis. Maar ook dat verwaterde stilletjes aan. En dit jaar... zit ik thuis achter m'n computer met dit verhaal te worstelen, alleen. Broers en zussen hadden hele andere plannen, en zo houdt deze bijna levenslange paasmaandag-familie-traditie vermoedelijk ook op. 
Oei, mijn Paasverhaal valt precies een stuk treuriger uit dan voorzien. Misschien ben ik ongemerkt toch een beetje in een oude nostalgische dwaas veranderd, zo met die lichte doch overduidelijke heimwee naar vroeger. Maar geef toe dat ook jij niet volledig zonder gevoel van spijt al dat soort tradities in je eigen leven één voor één ziet verdwijnen. 
En al kan en zal ik niet ontkennen dat ik nog steeds van de schoonheid van al het ceremonieel houdt, de strikte kerkelijke dwangbuis liet ik al heel lang geleden achter me. De waarden uit zo'n zwaar christelijke opvoeding draag je sowieso de rest van je leven mee, maar echte waarden zijn universeel. Net zoals de diepere betekenis van Pasen. Of je nu in iets gelooft of niet, die blijde boodschap van 'verrijzenis', in welke vorm dan ook en uit alles wat je als 'dood' kan ervaren, die kan iedereen verstaan en gebruiken. Opstaan, verrijzen, herleven, recht krabbelen, opbloeien... uit onderdrukking, verdriet, angst, geweld... Of soms, hoe zot het ook mag klinken, zoals ik zelf in de allermoeilijkste dagen van m'n depressie: gewoon het letterlijke, ogenschijnlijk o zo simpele, opstaan uit bed... Jammer genoeg weerklinken met het wegvallen van zovele tradities als aanknopings- of steunpunt ook die verrijzeniswoorden, woorden van hoop, kracht en herboren worden, steeds minder helder... Een gemiste kans volgens mij, het verdwijnen van een mogelijke kapstok om mensenlevens mee overeind te houden...
Och, je kent me ondertussen al wel een beetje, hé: nooit een negatieve bedenking, nooit een minder vrolijk verhaal zonder dat ik er ook een minstens even positieve gedachte bij maak. En in dit geval is die gedachte verrassend simpel en duidelijk: tijden veranderen, dat is altijd al zo geweest, en bij alles wat ophoudt, begint er iets nieuws. Inderdaad, ik hoor het je al zeggen: 'als God een deur sluit, opent hij wel ergens een raam'. Wie weet staan we hier dus met al die eindigende tradities heel gewoon aan het begin van zovele en mogelijk nog veel mooiere nieuwe. We kunnen het alleen nog niet zien... En voilà, zie nu: daarmee is heel dat verrijzenisverhaal meteen nog maar eens bijzonder hedendaags en absoluut van toepassing gebleken! Komt dà tegen! Straf, hé. ;-)