zaterdag 28 april 2018

Suède duisternis.

Het hoge smalle venster van m'n slaapkamer op mijn vorige adres, het appartement dat ik huurde, werd jarenlang aangekleed door ettelijke meters fraaie diep roze-rode fluwelen stof. En dat daar mogelijk nogal wat zonlicht doorheen priemde zorgde uitsluitend voor heerlijke zomerochtenden, ontwakend in een bed dat baadde in een zacht getemperde warme gloed. Verder verstoorde geen enkele lichtbron van buitenaf de kamer en mijn nachtrust.
De lichtinval in m'n extra roze slaapkamer nu, in mijn hele eigen appartement, is heel anders. Dat zou je op het eerste zicht niet denken omdat de enorme ramen slechts uitzicht geven op een grote groene tuin en een ander gebouw grotendeels verborgen achter dennenbomen. Je verwacht heerlijk donkere nachten, eventueel zélfs met de gordijnen open... 
Maar, niets is minder waar. 't Is te zeggen: het hangt er van af op welke dag je zou komen kijken. In de winter, als er aan geen enkele boom nog een blad hangt en de tuin er nogal kaal bij staat, schijnen de felle straatlantaarns van de straat helemaal aan de andere kant van de tuin, nog achter het speelpleintje, genadeloos hevig tot in de donkerste hoek van al m'n kamers, en af en toe doet de bewegende flits van de grootlichten van een passerende auto daarginds, zelfs van zo veraf, me schrikken. 
Maar de werkelijke hoogdagen voor de verlichting -de letterlijke verlichting, hé, niet de figuurlijke- zijn de momenten waarop op den Bosuil trainingen doorgaan of wedstrijden gespeeld worden. Al kan ik het van hieruit zien, het stadion ligt niet echt vlak achter m'n hoek. Volgens Google Maps te voet en langst de kortste weg toch nog een kleine kilometer, verbazingwekkend genoeg. Maar in vogelvlucht is die afstand nog minder dan de helft. En omdat de grote stadion-spotlights hoog boven alle bebouwing hier in de buurt uit steken, is het, zeker nu ze onlangs ook nog eens vernieuwd én vergroot zijn, op die momenten hier bij mij in huis net geen klaarlichte dag! Ik giechel al jaren dat ik zélfs in mijn bed in de spotlights sta! Allé, 'lig' dus, hé... Tja, ge zijt een diva of ge zijt het niet. hahaha 
En ja, dat is, zoals u zich nu natuurlijk afvraagt, met de gordijnen dícht!...
Deze gordijnen, die me de afgelopen jaren in m'n huidige slaapkamer van eventuele ongewenste inkijk en storend nachtelijk licht moesten beschermen, kwamen met het appartement. Toen ik 4 jaar geleden dit eigen stekje kocht en ik voor al die ontzettend grote en vele ramen noch aangepaste gordijnen, noch budget voor nieuwe raambekleding had, werd er getoverd met wat er voorhanden was. Roeien met de riemen die ge hebt, hé, daar ben ik een krak in. En dat gold dus ook voor mijn roze slaapkamer. Omdat de door de vorige bewoners achtergelaten gordijnen met hun ietwat vaal oud-lila met een beetje goeie wil toch nog enigszins in het roze kleurenpalet pasten, en weliswaar stokoud en al een beetje dunner van stof doch nog steeds van zeer goede kwaliteit waren -met de hand onzichtbaar genaaid zelfs-, mochten ze na een stevige wasbeurt voorlopig dienst blijven doen. 
Al vind ik het natuurlijk nog steeds erg fijn om door zacht gefilterde zonnestralen gewekt te worden, alle vormen van ongewenste lichtinval begonnen nu, na zoveel tijd, toch stilletjesaan hun tol te eisen..En als je dat dan op zeker dag eens in geuren en kleuren aan je moeder vertelt, in combinatie uiteraard met straffe stories over vele slapeloze nachten, dan moet je er niet van verschieten dat je -zeker met een moeder als de mijne- meteen de volgende dag al met alle correcte afmetingen op een stukje papier in je hand en vol enthousiasme in je favoriete stoffenwinkel staat te kiezen en te keuren. Zuinig als we zijn zouden we eerst de oude gordijnen als voering gaan gebruiken, maar bij nader inzien kochten we toch ook maar de nodige meters bijpassende stof voor de raamkant. Zooooveel makkelijker voor mijn moeder om met uitsluitend 'vers', nieuw materiaal te werken, en, mezelf kennende, deze door mijn moeder gemaakte en daardoor extra gewaardeerde gordijnen dienen vermoedelijk nog tot het eind mijner dagen, dus dat was die kleine extra investering wel waard. 
En de keuze is snel gemaakt als je precies weet wat je wil. De verkoopster mat keurig en met veel plezier de nodige lengten streelzacht suède in diep fuchsia-roze voor ons af, en deed hetzelfde nog eens opnieuw met ettelijke meters kreukvrije voeringsstof in -komt dát tegen- exáct dezelfde tint. Wauw, dit was ab-so-luut de perfécte kleur en o zo fijn om aan te raken... Dolblij was ik! 
En ons moe liet er geen gras over groeien! Als zij haar zinnen op iets gezet heeft, dan moet dat vooruit gaan, en niets zou haar tegenhouden mij zo snel mogelijk een prachtig product af te leveren. De weliswaar verrukkelijke stof werkte niet altijd even goed mee en de enorme en niet voor de hand liggende afmetingen maakten de klus er ook niet makkelijker op. Maar zelfs toen ik haar, omdat ze zich een paar dagen niet zo lekker en nogal moe voelde, er trachtte van te overtuigen dat het nu na al die tijd ook niet meer op die paar dagen of weken extra aan kwam, ploeterde ze resoluut en zonder tegenspraak te dulden dapper verder, want die gordijnen, die moesten en zouden af!
En nee, ik mocht ze niet zelf komen halen met de tram en m'n caddy, want dan zou haar eindeloze en zeer nauwkeurige strijkwerk zeker en vast verloren gaan! Dus, gisteren werden mijn nieuwe slaapkamergordijnen aan huis geleverd, met de auto, door die lieve tante Lea -zus van m'n vader, en altijd klaar staand om iemand te helpen- in het gezelschap van ons moe in hoogst eigen persoon. 
Het zal je zeker niet verbazen dat ik bij hun vertrek onmiddellijk m'n ladder, gereedschap en gordijntoebehoren tevoorschijn haalde en opgewekt aan de slag ging om m'n meer dan fraaie nieuwe aanwinsten op hun plaats te hangen. En ondanks het ondertussen vertrouwde pijnlijke protest van m'n rug en nek ging het neerhalen van de oude raambekleding en het aanpassen van de ringetjes op de rails erg vlot. Maar mijn vrolijke tempo kwam abrupt tot stilstand toen ik tot mijn verwondering merkte dat het gordijnlint, waar de ophanghaakjes in moeten passen, met de foute kant tegen de stof van de nieuwe gordijnen gestikt was! Zo'n gekke vergissing is niks voor mijn moeder, dus toch maar even telefonisch met haar checken of ik misschien iets gemist had... Ze was al even verbaasd als ik. Tja, af en toe slaan zelfs de strafsten onder ons wel eens de bal mis, hé. Dus, geen probleem. Na een grappig gesprekje vol goede tips begon ik zelf aan het verwisselwerkje. Het zouden vanaf nu gordijnen zijn die we sámen maakten. Super, toch!?
Even met een grote steek de voering aan de suède stof driegen zodat er niets zou verschuiven, met welgemikte rasse haaltjes van het tornmesje het meterslange lint van de beide gordijnen los maken, en hetzelfde lint met de juiste zijde naar boven -zeker 4 keer gecheckt- met hier en daar een kopspeldje even tijdelijk terug vast zetten. Dit verstelwerk ging echt razendsnel, vooral omdat het origineel zo vakkundig vervaardigd was.
Nog steeds helemaal netjes en zonder vieze valse plooien -ik was extra voorzichtig geweest uit respect voor m'n moeders strijkwerk- liet ik de op de tafel liggende gordijnen heel even alleen om garen in de juiste kleur te gaan zoeken en m'n naaimachine te halen. Vijf minuten, meer tijd heeft hij echt niet nodig, en ik hád het kunnen weten natuurlijk: super nieuwsgierige Poekie, altijd klaar om iets nieuws in huis op sterkte uit te proberen, had zich prinsheerlijk genesteld bovenop een rommelige berg bij elkaar gefrommelde diep-roze stof... Wel, zo zijn de gordijnen meteen stevig getest, en... door iedereen volledig goed bevonden! Mijn moeder en ik -en dus ook de poezen- kunnen gerust zijn: deze gordijnen kreukelen nauwelijks en geen enkel kattenhaartje aan blijft er tegenaan plakken. Dank u, Poekie. Hum.

Een klein uurtje later stond ik helemaal tevreden onze gezamenlijke inspanning te bewonderen. Een ronduit schitterend resultaat! Prachtige gordijnen in een magnifieke kleur, met liefde vervaardigd uit zalige stoffen, met minstens evenveel toewijding een beetje bijgewerkt, ondanks de occasionele pijnlijke 'oei' en 'auw' vakkundig ophoog gehangen, en -zoals afgesproken tot juistekes een paar millimeter boven de vensterbank- ongelofelijk exact qua afmetingen. Hoe heerlijk is dat?! 
Tenzij ik de spotlights toch nog eens een keertje zou missen en al dat heerlijk aaibare diep fuchsia-roze fraais wijd open laat, slaap ik vanaf nu dus in een zalige suède duisternis! 💗 Dank je wel, lieve moeder!😘



vrijdag 13 april 2018

Wintergevolgen.

Ze zeggen niet voor niets dat je moet oppassen wat je wenst, daar heb ik nog maar eens duidelijk het bewijs van gezien. De afgelopen zoveel jaren kon je me elke lente, zwaar in strijd met de ene na de andere vraatzuchtige insectenplaag op m'n geliefde terrasplanten, horen zuchten dat er toch écht nog eens een winter met een stevige portie vrieskou zou mogen komen... En die kwam er dus. Met alle gevolgen van dien. Ja, inderdaad: er is niet één bladluis te bespeuren op de prille blaadjes van de rozelaars... maar jammer genoeg zijn ook die blaadjes nog amper vertegenwoordigd op het terras. 
Als toegewijde tuinierder laat je je geliefde groenvoorziening natuurlijk niet aan z'n lot over als er een serieuze dip in de temperatuur zit aan te komen. Je gaat stevig aan de slag met meters bubbeltjesplastiek en ander isolerend en beschermend spul. En de afgelopen 15 jaar zijn die hoeveelheid materiaal en mijn inpaktechniek steeds meer dan voldoende geweest om alles heelhuids door de winterkou heen te loodsen. Veel van m'n planten verfraaiden al van m'n vorige terras m'n buitenleven en verhuisden zonder enig probleem mee naar de nieuwe stek, om alhier zonder noemenswaardige aanpassingsverschijnselen prima verder te groeien en bloeien. Ik was er dan ook redelijk gerust in. Onterecht, zoals spoedig zou blijken...
Het terras veranderde al snel in een ogenschijnlijk roerloos doch meedogenloos hard winterlandschap. Hard, steenhard, niet alleen figuurlijk, vooral ook letterlijk. Eén voor één, van klein naar groot, bevroren alle bloempotten op m'n buitenruimte tot grote solide blokken. Zelfs de potgrond op super beschutte plekjes, genesteld dicht tegen de relatief warme, amper geïsoleerde muur onder de ramen werd hard als beton. Het bevriezende vocht in de terracotta potjes deed de schilfers er van af springen, of de hele boel, als van 5 meter hoog naar beneden gesmeten, met een droge 'knets' uit elkaar barsten. De arme planten kreunden bijna letterlijk van de kou en zowat elke dag gaf er wel één de geest. Zelfs in de rangen van de ouwe-getrouwen, de meest taaie en robuuste groenvoorziening, vielen onvoorziene slachtoffers. Zowat alle bladeren en stengels boven de grond kon je voor je ogen zien wegkwijnen, tot er niks meer dan wat gruis van overbleef. En of er diep in de potgrond nog enige sprank van leven zou overschieten, dat viel nog angstig af te wachten...
Bij het keren van het weer en aangemoedigd door de stijgende temperaturen priemden er -hoera, hoera- overal op het hele terras voorzichtig de kopjes van de vele bloembollen door de harde grond heen. Narcissen, hyacinten, tulpen... ze deden allemaal hun best om de lente aan te kondigen. En omdat bevroren vaste planten nog wel eens volledig terug tot leven komen, vaak zelfs met nog extra groeikracht, als je ze redelijk kort terug knipt, deed ik hoopvol een toerke met m'n snoeischaar langs de zieltogende rozen, hibiscussen, clematissen en de camellia. Het zou goed komen, dat wist ik zeker!
De winter dacht er jammer genoeg anders over: er daalde een nieuwe vriesperiode over de reeds gedecimeerde terrasbeplanting neer, en deze maakte korte metten met alles wat er nog restte. De gekortwiekte stompjes van de verschillende struikgewassen bevroren des te sneller. De aller-, allerlaatste restjes tweejarigen en andere zachtbladigen vervlogen in een mum van tijd tot absoluut niets, als in lucht opgegaan. En al die vele beloftevolle bloembolknoppen, die zich zo moedig uit de donkere koude aarde omhoog hadden gewrikt? Zij verdroogden en verwelkten lang voor ze ook maar één seconde een glimp van hun schoonheid konden laten zien. Zelfs hun bollen vervroren tot moes.
Het brak m'n hart. Echt. Ik kreeg het zelfs eerst niet eens voor mekaar om alles op te ruimen. Maar verdrietig zitten kijken op een 20 vierkante meter vol vergane glorie, da's ook niks, dus gewapend met knipschaar en borstel verzamelde ik de resten van de dodelijke plantenslachtoffers van de voorbije -laat ons hopen- winter. Dikke pakken verdroogd loof en afgestorven takken, gruwelijk veel kapotte rozenstruiken, ontelbare verloren vaste planten en handenvol bloembollensmurrie... In totaal twee reuzegrote vuilniszakken vol winterschade haalde ik uit en van tussen m'n pottenovervloed. M'n arme nek en rug konden er niet mee lachen, dat geef ik je met plezier op een briefje...
Het terras ligt er nu weer netjes bij, ontdaan van alle ter ziele gegane materie. De clematissen schieten ondanks alles enthousiast omhoog. Je kan ze bijna zién groeien, zo snel. De drie overgebleven wat zielige klimrozen persen voorzichtig, nóg maar eens, een paar nieuwe blaadjes naar buiten, en ook op de hibiscusboompjes verschijnt behoedzaam het begin van groene knopjes. De helft van de potten staat er wat kaal bij, met op dit moment uitsluitend zand-zonder-plant, maar de rest bevat nog het wat slordig ogende, naar alle kanten uitstekende bloembollengroen. En dat mag gerust zo een tijdje blijven van mij. Voor de lentebloemenvreugde van volgend jaar, en zo staat er ondertussen toch nog iets, hé...
Vanochtend ontdekte ik drie knalrode tulpen, verborgen in een beschut bijna onzichtbaar hoekje van het terras. Elk ander jaar zouden die als knopje al lang door de bladluizen gulzig opgevreten zijn, maar nu de winter wat dat betreft een keertje prima z'n werk deed, geniet ik uitzonderlijk eens in optimale omstandigheden van hun frêle schoonheid. 
Ja, inderdaad, 'elk nadeel heeft zo zijn voordeel', dat zeggen ze ook. 
Ik laat het verdriet om het verlies van zoveel geliefde planten achter me -ik kan ze toch niet terug tot leven wekken- en verheug me op het uitzoeken en aanplanten van nieuw en misschien sterker of beter gepast groen. Winkelbudget is er eigenlijk absoluut niet, maar gelukkig blijk ik nog in het bezit van een mooi bedragje Ecocheques, toch alvast genoeg voor minstens een dozijn stevige vaste groenblijvers. En er is ook nog die lieve grote-auto-bezittende vriendin Ingrid, die met mij eens bijzonder uitgebreid en super gezellig een dagje wil gaan plantenshoppen. De nodige kleurrijke éénjarigen zal ik de komende maanden links en rechts wel meepakken bij 't boodschappen doen. Er zijn altijd koopjes, als je een beetje uitkijkt. Ondertussen vul ik nu, tegelijkertijd ongeduldig de dagen aftellend en alvast boordevol vreugde over wat nog komen gaat, menig uur aan m'n bureautje met online vaste-plantjes-kijken-en-kiezen. Het weloverwogen verlanglijstje wordt langzaam maar zeker langer. En heel wijs besloot ik inmiddels ook dat sommige soorten niet voor mijn terras weggelegd zijn, zoals die o zo geliefde rozen. Al moet het tóch nog eens gezegd: last van vraatzuchtige insecten zouden ze dit jaar écht niet gehad hebben... hihihi
Goh, misschien was m'n halve wens voor een stevige winter dan toch niet zo misplaatst. Af en toe is het goed om eens los te laten en te herbeginnen, hé. Ik krijg nu in iedere geval de fantastische kans -en ál die vele geweldige bijbehorende genoegens- om, met nog betere kennis ter zake, mijn eigen zeer geliefde groene strookje zo mogelijk nóg fraaier -en hopelijk dit maal meteen ook winter-en-ander-natuurgeweld-bestendig- opnieuw in te richten. En, ondanks m'n protesterende onwillige lijf, betekent dat voor mij eigenlijk alleen maar 'feest'. Ja, misschien moet je oppassen wat je wenst, maar wat er ook gebeurd: gelukkig heeft elk nadeel ook zijn voordeel, hé, groene-vingers- en bloemenvoordeel in mijn geval. 😉💗🌸




dinsdag 3 april 2018

Tijden veranderen...

Zoals wel vaker op vrije dagen haalden allerlei timmer- en bonsgeluiden van de buren aan de andere kant van m'n badkamermuur me gisteren een beetje bruusk uit m'n slaap. Terwijl ik gelaten de gordijnen open schoof moesten er blijkbaar bij de bovenburen dringend en met luid piepende en knarsende poten zware meubelen verschoven worden. In de hal weerklonk, vermengd met onbetwistbare verhuisgeluiden, ernstig en onverbloemd gevloek over het nog steeds defect zijn van de 2e lift. Door het slaapkamerraam, duidelijk ook wel weer eens aan een sopje toe, aanschouwde ik de kille sombere grijsheid van de zondagochtend. Werkelijk niets duidde erop dat deze dag één van de meest belangrijke hoogdagen in het kerkelijk jaar was. Tijden veranderen. Ook Paas-tijden blijkbaar. En het verschil met 'vroeger' is groot, bijzonder groot. 
Toen begon Pasen al met de 40 dagen vastentijd, bij ons letterlijk een periode van 'versterving', minder van alles dus. Sobere maaltijden, totale afwezigheid van snoepgoed, zulke dingen. Die vreselijke zure pekelharing met de kurkdroge gekookte patatten op vrijdag vergeet ik van m'n leven niet, maar je at ze, en met smaak zelfs, door de grote honger... En er werd behoorlijk veel tijd in de kerk doorgebracht. In de Goede Week leek het bijna alsof je er woonde! Overdag braaf naar de mis met de hele school en 's avonds, nog eens zo devoot, opnieuw met de hele familie. Mijn beeldhoudende zus maakte ooit 13 stenen kelken voor de viering van het Laatste Avondmaal op Witte Donderdag. Goed mogelijk dat die in de kerk in kwestie nog steeds in gebruik zijn. Op Goede Vrijdag -en dat vonden wij als kinderen super leuk- kwam onze va extra vroeg van z'n werk bij de bank die -heden ten dage trouwens nog steeds- om 15u sloot, het uur waarop Jesus vermoedelijk gestorven zou zijn, om, je raadt het al, gezellig samen met de hele familie de speciale kerkdienst bij te wonen. En de stilte van Stille Zaterdag diende om al onze zondagse kledij klaar te leggen, zodat we er de dag erna letterlijk op ons Paasbest uit zagen. Je stelde je er allemaal absoluut geen vragen bij, het was gewoon zoals het was. Het hoorde zo. Zo ging het altijd al. Traditie heet dat, hé.
Zingen in de kerk hoorde er voor mij uiteraard ook altijd bij. Eerst met de school, dan bij het Jongerenkoor en later als sopraan-solo. Paasvieringen, Paaswakes en natuurlijk de vele verschillende passieconcerten. Met het langzaam wegvallen van zovele andere gewoontes was deze door mij meest geliefde traditie er ééntje die gelukkig wel stand hield. Tot 2 jaar geleden... Deze Pasen zong ik tot mijn groot verdriet alweer geen noot. Niet één passie of oratorium had nood aan mijn bijdrage, en blijkbaar vonden ook alle mogelijke kerkdiensten andere muzikale invulling. Erger nog: het kerkje dat ik jarenlang als zeer graag geziene gast bij zowat alle hoogdagen al zingende met zoveel extra feestvreugde mocht vullen werd het afgelopen jaar ontwijdt wegens geen priester meer... 
Het hele eieren-verstoppen-en-zoeken-plezier gaat totaal aan je voorbij als je zelf geen kinderen hebt, en al helemaal als ook de eventuele echtgenoten of liefjes het nut van zulke grappige zoete fratsen niet (willen) inzien. Jarenlang speelde ik dus m'n eigen paasklok -of haas, jij mag kiezen- en kocht mezelf dan maar wat lekkers. En nu, met die lactose-intolerantie, trakteer ik mezelf op een doos meestal veel te dure aardbeien en blijft de chocolade-snoeperij beperkt tot het exceptionele kleine gevulde eitje bij het kopje koffie op een al even zeldzaam avondje uit.
M'n moeder en ik zochten dit jaar tevergeefs zowat alle mogelijk televisiekanalen af op zoek naar de typische wat soft aandoende 'Jesus-films', zoals we daar jarenlang graag naar keken in de week voor Pasen. Behalve een reportage over een erg mooie Paasprocessie ergens in Nederland vonden we niets meer. Ik begin zelfs een beetje te vermoeden dat we nog blij mochten zijn de pauselijke zegen op zondag te kunnen volgen...
Vandaag, paasmaandag of tweede paasdag, is m'n hele leven lang familie-dag geweest. Verliefd, getrouwd, met eigen kinderen, 't maakte niet uit: op paasmaandag zakte absoluut iedereen van ons gezin zonder fout af naar het ouderlijk huis en moesten en zouden we met z'n allen naar de kermis! Zelfs toen onze va er niet meer was om voor zowat elk kraam met gulle hand te trakteren, bleven we gaan, al was het maar om de traditie en de nagedachtenis. Maar ook dat verwaterde stilletjes aan. En dit jaar... zit ik thuis achter m'n computer met dit verhaal te worstelen, alleen. Broers en zussen hadden hele andere plannen, en zo houdt deze bijna levenslange paasmaandag-familie-traditie vermoedelijk ook op. 
Oei, mijn Paasverhaal valt precies een stuk treuriger uit dan voorzien. Misschien ben ik ongemerkt toch een beetje in een oude nostalgische dwaas veranderd, zo met die lichte doch overduidelijke heimwee naar vroeger. Maar geef toe dat ook jij niet volledig zonder gevoel van spijt al dat soort tradities in je eigen leven één voor één ziet verdwijnen. 
En al kan en zal ik niet ontkennen dat ik nog steeds van de schoonheid van al het ceremonieel houdt, de strikte kerkelijke dwangbuis liet ik al heel lang geleden achter me. De waarden uit zo'n zwaar christelijke opvoeding draag je sowieso de rest van je leven mee, maar echte waarden zijn universeel. Net zoals de diepere betekenis van Pasen. Of je nu in iets gelooft of niet, die blijde boodschap van 'verrijzenis', in welke vorm dan ook en uit alles wat je als 'dood' kan ervaren, die kan iedereen verstaan en gebruiken. Opstaan, verrijzen, herleven, recht krabbelen, opbloeien... uit onderdrukking, verdriet, angst, geweld... Of soms, hoe zot het ook mag klinken, zoals ik zelf in de allermoeilijkste dagen van m'n depressie: gewoon het letterlijke, ogenschijnlijk o zo simpele, opstaan uit bed... Jammer genoeg weerklinken met het wegvallen van zovele tradities als aanknopings- of steunpunt ook die verrijzeniswoorden, woorden van hoop, kracht en herboren worden, steeds minder helder... Een gemiste kans volgens mij, het verdwijnen van een mogelijke kapstok om mensenlevens mee overeind te houden...
Och, je kent me ondertussen al wel een beetje, hé: nooit een negatieve bedenking, nooit een minder vrolijk verhaal zonder dat ik er ook een minstens even positieve gedachte bij maak. En in dit geval is die gedachte verrassend simpel en duidelijk: tijden veranderen, dat is altijd al zo geweest, en bij alles wat ophoudt, begint er iets nieuws. Inderdaad, ik hoor het je al zeggen: 'als God een deur sluit, opent hij wel ergens een raam'. Wie weet staan we hier dus met al die eindigende tradities heel gewoon aan het begin van zovele en mogelijk nog veel mooiere nieuwe. We kunnen het alleen nog niet zien... En voilà, zie nu: daarmee is heel dat verrijzenisverhaal meteen nog maar eens bijzonder hedendaags en absoluut van toepassing gebleken! Komt dà tegen! Straf, hé. ;-)



donderdag 29 maart 2018

Moeder-&-dochter-dagje.

Zo ongeveer elke dag hangen we met elkaar aan de telefoon, altijd omtrent hetzelfde tijdstip van de dag: als 't 'gratis bellen' van start gaat. Soms duurt het gesprek maar heel even, niks bijzonders te melden, juist even elkaars dag en gemoedstoestand checken. Maar net zo goed babbelen we met gemak een uurtje vol, en dat kan dan werkelijk over zowat absoluut álles gaan. Op die manier blijven mijn moeder en ik overal van op de hoogte, en vooral ook in contact met elkaar. De afgelopen zoveel maanden lukte het me door die regerende depressie immers amper om op een deftige en genietbare manier -zowel voor mezelf als voor de andere eventueel betrokken personen- ergens heen te gaan, en dus ook niet tot bij m'n moeder. En da's uiteraard jammer.
Ze had het me al herhaalde malen gevraagd om samen eens iets te gaan doen, gelijk wat, ergens heen, of een hapje eten, 't maakte niet uit. Gewoon iets wat ik op de één of andere manier zag zitten en aankon, en waarmee zij mij eens een beetje kon en mocht verwennen. En gisteren is dat eindelijk gelukt!
Mijn moeder en ik zijn een dagje, gezellig onder ons getweetjes, gaan winkeltjes kijken in het Wijnegem Shoppingcentrum. Nee, niet dat ik daar überhaupt centen voor heb. In tegendeel zou ik zo zeggen, niet één rooie duit! Zelfs pee-schijven kan ik me voor zulke uitspatting niet veroorloven... En zo een 'echte' shopping-uitstap is trouwens iets wat we normaal gezien sowieso allebei eigenlijk nooit doen, het is ons ding niet echt. Maar, met kerstmis gaf mijn moeder al haar kinderen een aankoopbon voor dat winkelcentrum in kwestie cadeau, en het leek me extra fijn om voor de mijne samen met haar iets leuks te gaan uitzoeken. 
De tram zal alvast vol met bende vreselijk drukke, af en toe luid gillende schooljeugd, duidelijk op weg naar hetzelfde doel. Dat beloofde... En het wás een lawaaierige dag, zeker voor oren die dat al lang niet meer gewoon zijn, en ook voor mensen die normaal gezien uitsluitend een snelle 'binnen-en-buiten' plegen te doen bij hoogstnoodzakelijk winkelbezoek aldaar, maar... we hebben het onze pret zeker niet laten bederven. 
Met nieuw inktpatronen voor m'n printer zou ik meteen meer dan het budget van m'n geschenkbon kwijt geweest zijn, dus nee dank u wel, vandaag liever niet. Even kijken bij de strips in de Standaard Boekhandel, waar, jammer maar helaas, niets uit de reeksen die ik verzamel te vinden was. Hop, naar Boekenvoordeel dan, een winkel waar ik m'n geldbeugel gewoonlijk redelijk tevergeefs strak tracht dicht te houden. Niets kon me echter écht verleiden dit maal... tot bij het buitengaan mijn oog op een kleine zakagenda boordevol van die magnifieke feeërieke tekeningen van Marjolein Bastin viel. Zoooooo mooi! En met zooooooo een grote korting -van 10,95-€, nu voor nog slechts 2,49-€- dat mijn moeder hem voor mij kocht, want 'dat was de moeite van m'n aankoopbon niet'...
Volgende stop: 1e verdieping, Casa. Heu.. heb ik ergens iets gemist misschien? Heeft tegenwoordig iedereen z'n huis vol knuffelcactussen en oerwoudgordijnen??? Uiteraard moesten we ook even binnenwippen bij dat winkeltje één deur verder, dat met al die gekke prulletjes en frulletjes, want daar kocht ik ooit mijn zeer geliefde zalige blauwe-lucht-met-schapenwolken-paraplu. Maar... niks kon er ons boeien. Dan maar even door de Hema geslenterd, want, zelfs al is er niets te zien waar je je centjes aan uit wil geven, ze hebben er wel een lekkere en grote kop koffie, en onze voeten waren aan een kleine pauze toe. Kon ik meteen ook onze eerste -en voorlopig enige- aankoop, het agendaatje, nog eens uitgebreid bewonderen.
Bij Fnac vond ik een zodanig brede waaier aan strips die ik me nog wel eens wou aanschaffen, dat de mij zwaar vallende keuze er bijna voor zorgde dat er opnieuw niets gekocht werd, maar, zo blij als een kind liep ik uiteindelijk de winkel weer uit met 3 nieuwe 'Kid Paddle' boekjes in m'n tasje en hield na die aankoop zelfs nog één 10 euro bon over. Prima bedrag om in het Kruidvat aan favoriete haarproducten en nieuwe zachte krulspelden te besteden!
Protest in alle mogelijke toonaarden en kleuren van mijn kant maakte totaal niks uit: m'n moeder moest en zou me ook absoluut nog iets extra's cadeau doen. Bovenop de reeds getrakteerde koffie en agenda en... Gewoon, omdat ze dat wou. Punt. Geen discussie. 
Moedig paste ik dus een aantal erg leuke zomerjurkjes, maar... als 't van boven goed zit, dan gaat het niet over m'n royale derrière,... en als iets wel keurig netjes heel die onderste batterij van mij bekleed, dan verzuipt die toch ook niet geringe bovenkant van mijn verschijning in hopeloos geslobber. Zucht. Dat was duidelijk alvast geen optie. Maar ons moe zat nog niet door haar opties heen. Ze troonde me mee naar een winkeltje waar ze al wekenlang een rood halssnoer voor zichzelf had willen kopen. Even kijken of het er nog steeds was om, indien ja, eindelijk die al veel te lang uitgestelde slag eens te slaan uiteraard. 
Wauw -of misschien beter 'oei oei oei'-, ik heb een nieuw favoriet winkeltje, geloof ik... Bijou Brigitte is als een netjes op kleur geordende schatkamer vol schitterende sieraden en fonkelende accessoires, één voor één allemaal helemaal mijn smaak! 
Het door m'n moeder gewenste rode halssnoer lag niet meer in de etalage, maar hoera, we vonden het al snel terug tussen de andere kettingen in dezelfde kleursoort... en toen werd er, door het overweldigende aanbod, toch nog even getwijfeld over tint en model, doch na uitgebreid kiezen en keuren kocht ons moe tóch haar eerste gedacht. Mét bijpassende armband. "Kijkt gij ook maar eens goed rond, en kies iets moois voor jezelf uit!" dirigeerde ze me zonder tegenspraak te dulden. En... ik ben echt gewéldig content met m'n nieuwe, super mooie, verrassend zware, glimmend zwarte, duizend-kraaltjes-gevlochten sieraad! Subliem.
Terwijl ons moe aan de kassa stond af te rekenen, rinkelde haar telefoon. Eén van haar broers, nonkel Kristiaan, klonk blij verrast mij aan de lijn te krijgen. Of ik even wou doorgeven dat hij met tante Paula naar Wijnegem kwam voor de tentoonstelling over de wereldoorlogen, waarvoor m'n moeder de organisatoren een stevig pak documenten en objecten van de familie en vooral van mijn grootva, Frans Verbiest, geleend had. En of ze achteraf er ook nog mee 'ene kwam pakken' in 't café op den hoek. De boodschap zorgde toch voor wat lichte stress. Wat wil je doen, wat ga je kiezen? Verder met dochter-lief door de Shopping slenteren, winkel in, winkel uit -wat we eigenlijk allebei al wel een beetje beu waren ondertussen- of redelijk hals over kop terug richting dorp en richting familie? En we zouden eigenlijk nog een slaatje en zo'n zalig fijn en krokant frietje gaan eten bij de Mac Donalds...
Met een nieuw belletje naar de nonkel viel uiteindelijk alles als vanzelf prima in de plooi: zij namen simpelweg een bus later zodat wij meer dan tijd genoeg hadden voor én een frietje én een rustig tramritje terug. Het verwendagje uit bleef dus nog even wreed gezellig, en met een onverwacht staartje, verder kabbelen. Hoera!

Zo een mooie en overzichtelijk tentoonstelling met zeer uiteenlopende documenten, foto's en voorwerpen uit beide wereldoorlogen is uiteraard bijzonder boeiend, zeker als je er, in 't uitgelezen gezelschap van je moeder, nonkel en tante, en dus mét extra, al dan niet humoristische, gedetailleerde uitleg bovenop, links en rechts overal familieleden in terugvindt. Maar het doet niet echt deugd aan de nog steeds behoorlijk aanwezige donker depressiegedachten in m'n hoofd. We zijn 100 jaar verder, en hoe bitter weinig, niets eigenlijk, heeft de mensheid in 's hemelsnaam geleerd... Gelukkig, zoals dat bij ons in de familie zo ongeveer traditie is, moet er bij elke gelegenheid sowieso een stevig pint -of twee- gedronken worden. En de sympathieke nonkel trakteerde, joviaal en gul als hij altijd is.
Volledig voldaan, echt voor de volle 100%, in zowel winkelen als bij-babbelen, met suizende oortjes van een hele dag drukte om me heen, een tas vol nu reeds gekoesterde aankoopjes, en vooral met een intens warm gevoel vanbinnen -toch iets meer door het gezelschap dan door het bier- wiebelde ik met de tram weer naar huis, om daar prompt van pure vermoeidheid met twee dolgelukkige -jeey! z'is weer terug! roenk roenk roenk- knuffelpoezen op schoot 
in de sofa in slaap te vallen.
Dit voor mij ongewone uitstapje was meer dan geslaagd, het had écht niet beter kunnen zijn. Ik voel me verwend en geniet daar nóg met volle teugen van. Het doet me echt opmerkelijk veel deugd! Een schone merci aan nonkel en tante voor hun fijne bijdrage, maar uiteraard vooral aan ons moe, met een dikke zoen en knuffel er bij: een ontzettend grote en super hartelijke DANK U WEL voor dit gezellige moeder-&-dochter-dagje! 💖 Xxx




woensdag 7 maart 2018

Van kurkdroog naar bijna verzopen...

Wel, ze zeggen niet voor niets dat ge goed moet oppassen wat je wenst, want het zou wel eens realiteit kunnen worden... en misschien veel te overvloedig. Geloof me, ik kan het écht weten, en sta me toe u meteen ook al even op het hart drukken dat niets van het komende verhaal verzonnen of gelogen is. Echt helemaal niets!...
Twee dagen geleden, op zondag, postte ik m'n blogje over heel dat oerwoud kamerplanten van mij, die toch o zo verschrikkelijk te lijden hadden onder die vreselijke kurkdroge lucht hier in huis, en dat ik werkelijk ál het mogelijke probeerde om hen toch het nodige vocht te bezorgen. M'n vers geschreven woorden waren nog niet koud of bijna stierven ze alle 127 de verdrinkingsdood!
Maandag in de vroege namiddag arriveerde ik goed geluimd terug thuis van alweer een interessant en productief gesprek met m'n psychiater. Ik was er voor de verandering ook eens een keertje niet doodmoe van. En nu de planten binnen er weer volledig verzorgd bij stonden, vond ik het de beurt aan de groenvoorziening buiten op het terras. 't Is te zeggen: nu de vele potten eindelijk opnieuw ontdooid waren, konden de vroege lentebloeiers en eerste kleine scheutjes duidelijk een stevige sproeironde gebruiken.
Dus, zo gezegd, zo gedaan: nette kleding omgewisseld voor een ouwe legging en een wat versleten trui, m'n groene tuinklompen aan en ook het donkerblauwe vestje, ooit een gratis kadootje van bij Damar, iets tussen fleeche en vilt met een vleugje Tirolermotief, dat bij frisser weer dienst doet als 'tuinklusjes-jasje'.
Omdat bij temperaturen onder nul hier steeds -heel verantwoord van mij- de watertoevoer naar het buitenkraantje volledig toegedraaid wordt tegen het kapotvriezen, moest ik dat uiteraard nog eerst terug open zetten. Kastdeurtjes onder de gootsteen in de keuken open, de plastieken bakken met schone keukenhanddoeken, vuilniszakken en poetsgerief even opzij schuiven, en voilà, daar achteraan tegen de muur bevindt zich het desbetreffende kraantje, door de loodgieter tijdens de verbouwingen van het appartement op mijn verzoek geplaatst om makkelijk het terras te kunnen begieten.
Ik buig voorover, steek m'n hand uit en draai het hendeltje een kwartslag de goeie kant uit. Nog in diezelfde seconde hoor ik een lichte 'plop' en terstond spuit er een enorme, brede straal nietsontziend water, met de kracht en het debiet van een goed gedirigeerde brandweerslang -minstens 3,5 bar wist men mij later op de dag te vertellen-, schuin omhoog de keuken in richting inkomhal en woonkamer! Me midden in de projectiebaan bevindend was ik uiteraard ook à la minute volkomen doorweekt, maar ondanks die schrikwekkende, onvoorziene ijskoude en keiharde douche werkte m'n brein op volle toeren. Bijna onmiddellijk realiseerde ik me dat vermoedelijk het volledige kraanarmatuur met het stevig dichtgedraaide kraantje mee losgekomen moest zijn, dat dat verwenste ding vermoedelijk ergens onderaan in de kast gesodemieterd was, en ik het sneller dan de bliksem moest zien terug te vinden, om het dan weer op z'n plek te vijzen. Indien mogelijk...
De massieve waterstraal tegenhouden met een vinger of een duim werkte niet, dat kan je je misschien wel voorstellen, dus dook ik dapper en vol goede moed onder de pompbak, gewapend met het tot bol bij elkaar gepropte Damarvestje om die reusachtige straal enigszins uit m'n gezicht te houden en graaide blindweg in het wild rond spattende nat, dat werkelijk overal bleek te zijn, achterin onder de kast. Hoera, een beetje opluchting: gevonden! Maar na ettelijke minuten vruchteloos proberen, met de seconde natter en kouder wordend -onderwijl serieus vloekend, dat beken ik eerlijk-, sloeg de paniek toe. Er zat niks anders op: de hoofdkraan moest dicht, en wel nú onmiddellijk!
Terwijl het water met volle force ongestoord verder m'n huis in spoot spurtte ik drijfnat m'n voordeur uit naar de concièrge, in de flat naast de mijne. Haar voordeur stond op een kier doch er kwam geen enkele reactie op m'n bellen en kloppen, noch op m'n luid en in paniek om hulp roepen. Vol wanhoop sprintte ik, een behoorlijk groot druipspoor achterlatend, verder naar de grote hal in de hoop daar iemand te treffen, en... door de plotse verandering in de luchtdruk knalde mijn voordeur in het slot! Niet alleen liepen mijn gekoesterde kamers van mijn geliefd appartement aan een afschuwelijk hoog tempo verder vol water, ik had mezelf op de koop toe ook nog eens per ongeluk buiten gesloten! Nóg grotere paniek uiteraard... tot ik me herinnerde dat m'n terrasdeur open stond. Maar de deur naar de tuin was op slot!!! 
Op dat moment de concièrge gelukkig toch even piepen waar al die commotie vandaan kwam, en maakte, nog absoluut de situatie niet helemaal begrijpend, veeeeeeel te traag naar m'n zin die tuindeur voor me los. Totaal over m'n toeren ongeduldig en ongelukkig liep ik als een speer naar buiten, het hoekje om en sprong als een roekeloze idioot m'n terrasmuurtje over... om tot m'n nog steeds toenemende benauwdheid te constateren dat op dat moment de ganse woonkamer al blank stond. 
Maar tijdens mijn radeloze toerke-rond in den blok had ik wel behulpzaam gezelschap gekregen. Een grote sterke bonk van een kerel, van niet-Vlaamse origine vermoed ik -een man die ik niet echt ken, maar die altijd heel erg vriendelijk en beleefd goeiedag zegt- kwam achter me aan ook het terrasmuurtje over gesprongen, waadde voorzichtig de woonkamer door, zette z'n enorme sporttas op de tafel en begon meteen als een gek water te scheppen in de haastig door mij aangereikte emmers met de in de vlucht bijeengezochte vodden en dweilen. En ondertussen probeerde hij mij op bijzonder warme wijze een beetje gerust te stellen.
Dat er vermoedelijk niet pijlsnel nog gelijk welke andere hulp of redding zou komen was me op dat moment pijnlijk duidelijk, dus er zat maar één ding op: ik zou het klusje zelf moeten klaren. Gesteund door de kalmte van die vriendelijke ijverige beer in m'n woonkamer dook ik met een dosis moed die je alleen maar in zulke rampsituaties plots blijkt te hebben, heldhaftig nogmaals die gigantische waterstraal in en tastte opnieuw naar het vervloekte kraantje, weer een ietsiepietsie beschermd -al was het maar in 't idee- door de blauwe fleeche. Met werkelijk alles in m'n lijf vocht ik tegen de formidabel kracht van de stroom op, en draaide, na nog wat zwaar verwenste mislukkingen, ongehoord veel knetterend gevloek en een pak onbetamelijk gesakker, het vermaledijde rotding terug op z'n plek! Bam. 
De immense spanning en bovenmenselijk inspanning maakten terstond plaats voor ontzettende hartenpijn en treurnis rond de gegarandeerde waterschade. Bittere tranen van oeverloze wanhoop stroomden over m'n al zo verschrikkelijk natte gezicht. Maar veel tijd om daar aandacht aan te geven was er niet, want daar ging de deurbel. Onze concièrge met haar bompa, Fons, de grote chef van alles hier in het gebouw, die zonder enige haast of drama efkes kwam vragen waarom en welke kraan er toegedraaid moest worden... Hum. Haaalloo-ôokes! Een voor mij veel te schril contrast met mijne paniek dus... Ik ben er toch maar rustig bij gebleven, hoor, en beleefd en zo. Lastig of ongeduldig doen helpt op zo'n moment ook niets, hé.
De concièrge had andere dingen te doen -kindje en zo- maar is nog wel een keertje met een vriendin vanuit het deurgat naar het slagveld komen kijken. Een beetje ramptoerisme hoort er uiteraard ook bij, hé. Bompa daarentegen heeft geweldig z'n best gedaan zoveel mogelijk water weg te krijgen in de keuken. Sterk werk voor zo'n 80-plusser. En spijtig genoeg, zo bleek een tijdje later, ook redelijk nutteloos, want toen ik de keukenkastjes opendeed stroomde daar opnieuw vele liters water uit, terug de vloer op natuurlijk...
In de hal en de woonkamer zwoegde de welwillende spierbundel noest verder. Alle meubels werden op een droog stuk opgestapeld, potten en planten opzij of buiten gezet, drijfnatte kleine matten over de terrasleuning gehangen, het doorweekte grote salonvloerkleed kreeg een uitdruipplek in het bad, en on-tel-ba-re emmers bij elkaar gedweild en opgeschept leidingwater, waarin gelukkig slechts kattenbrokken rond dreven, vonden via het toilet en de lavabo hun weg naar de riolering. En ondertussen bleef hij me de hele tijd geruststellen. Hij had namelijk iets gelijkaardigs meegemaakt in zijn appartement. Daar was na het vervangen van een radiatorknop naar een thermostatische kraan de boel niet vast genoeg aangedraaid en op een 'mooie' avond schoot dat ding zonder enige aanleiding ineens van de verwarming af. Met het ondertussen gekende en gelijkaardige resultaat...
Toen de oppervlakte van de vloeren er overal weer min of meer droog uit zag verdwenen de heren. Bompa Fons heb ik vandaag nog eens extra kunnen bedanken, maar die andere behulpzame medemens... niet eens zijn naam ken ik, noch waar hij exact woont in het gebouw. Om hem nog eens hartelijk 'dank je wel' te kunnen zeggen zal ik moeten wachten tot we elkaar nog eens in de hal tegenkomen, vrees ik.
Het kostte me nog uren, tot laat in de nacht, om alle -écht álle- huisraad en het voedsel uit de keukenkastjes en de kastjes zelf droog te krijgen. Alles uit papier of karton, of verpakt in, kon regelrecht de vuilbak in. Er liep zelfs water uit de koelkast, de microgolf en de Senseo. Bij 't per ongeluk schuin hangen van m'n pasteltekeningen achter glas liep er ook uit die kaders een straaltje vocht. De helft van het poezenspeelgoed en de woonkamer-krabpalen raakten stevig doorweekt. En de poezen zelf kwamen pas diep in de nacht weer 'boven water', een beetje op hun hoede, maar gelukkig helemaal droog en ongedeerd.
Nog eens drie wasmachineladingen met uitsluitend vodden, dweilen, zwabbers, moppen en handdoeken later kon ik, zowel lichamelijk als emotioneel steendoodstikkapot, neerploffen in m'n bed dat goddank van alle waterellende gespaard bleef. Van slapen kwam echter niet veel. Daarvoor deed alles in m'n lijf veel te veel pijn. Die povere nek en rug van mij kunnen onder 'normale' omstandigheden dit soort 'klusjes' totaal niet aan, daar mag ik de komende tijd zwaar voor boeten dus. God mag weten waarvan ik die grote diep-paarse bloeduitstortingen op m'n armen opliep. M'n benen, vooral m'n knieën, zijn als één grote pijnlijk gekneusde blauwe plek. En eerlijk gezegd moet ik toch ook wat bekomen van die verschrikkelijke paniek, en van m'n nogal 'straffe' taal, het gevloek en getier, tijdens heel het voorval. Volgens mij heb ik dat nooit eerder in m'n leven voor gehad, toch niet in dat soort grootte...
Al bij al valt de schade wreed goed mee, voorlopig toch, en vermoedelijk vooral door het bijzonder snelle ingrijpen. De verzekeringsmaatschappij is al op de hoogte, hoor, maar de kans is groot dat zij niet eens moeten tussenkomen. Laat ons hopen, hé. Duimen maar... Mijn laminaatvloer ziet er op dit moment op slechts drie redelijk verborgen plaatsen een beetje geschonden uit en de keuken reageert voorlopig zelfs helemaal niet op die overdosis nattigheid. 't Is nog even afwachten hoe en of de tapijten nog netjes opdrogen, maar als dat alles is, valt het wel mee. Toch?! Ook de poezen crossen alweer rond alsof er nooit iets aan de hand geweest is. Je zou eigenlijk zelfs kunnen stellen dat mijn lenteschoonmaak van dit jaar al helemaal klaar is, in fast forward stijl, én met onverwachte hulp!... En de dorst van de planten op het terras, die werd vandaag, nadat ik zeer resoluut de armatuur van het kraantje nog eens extra vastschroefde met een stevige draai van m'n Engelse sleutel, ook gelest. Juist de kelder van de concièrge, die zich pal onder mijn keuken bevind, heeft ook een tikje blank gestaan, maar gelukkig zonder problemen voor de daar opgeborgen spullen.
In nood kent men zijn vrienden zegt men. En als de nood het hoogst is, is de redding nabij. En dat kracht voortkomt, niet uit fysiek vermogen, maar uit onverzettelijke wil is in dit geval zeker en vast op mij van toepassing. Zoals het meteen ook nog maar eens bewezen is dat mijn onsterfelijk gevoel voor humor ten allen tijde steeds weer komt bovendrijven. Maar onthoudt vooral heel erg goed dat je echt wel moet opletten wat je wenst, want voor je het weet... Geloof me, veel vochtiger moet het hier écht niet meer worden! 😉






zondag 4 maart 2018

Huiskameroerwoudverbouwingen.

Dat mijn wat krakkemikkige lijf er niet blij mee is, da's wel 't minste dat je er van kan zeggen. M'n rug laat met aandrang weten dat er nu gerust moet worden, liefst lang en uiteraard languit. De geknelde zenuwen in m'n nek schreeuwen nog harder dan gewoonlijk. M'n beide handen aan het uiteinde van een stel voze armen voelen als bewoond door duizenden krioelende mieren. Maar dat alles is het gevolg van een weloverwogen noodzakelijk kwaad. Voor een enorme boost naar je geestelijk welzijn toe wil je nog wel eens een offer brengen. Me nu volledig overgevend aan de vereiste platte rust geniet ik van tussen de kussens van de sofa met een fenomenale glimlach op m'n snoet van al die vele opnieuw tevreden planten om me heen. En 'veel' is absoluut het goeie woord want 'k heb ze uit nieuwsgierigheid vandaag even geteld...: op dit eigenste moment groeien en bloeien er hier in mijn flat 127 planten, variërend van 5 cm tot 2,50 m in hoogte. En gisteren kreeg heel dat huiskameroerwoud een hoognodige opknapbeurt!
Een tijd lang dacht ik dat een aantal van m'n planten mee met mij depressief geworden was, of toch ten minste onder de invloed van mijn nogal droefgeestige energie. En misschien kregen ze inderdaad wat minder van die anders zo uitgebreide zorg, maar hun tristesse bleek uiteindelijk toch hoofdzakelijk aan de verschrikkelijk droge lucht in huis te liggen. Droge lucht ten gevolge van die vrieskou die we niet meer gewend waren. 
Op mijn vorige adres, in het huurappartement, kenden we dat probleem absoluut niet. Daar stond van de nattigheid het hele jaar rond de schimmel op de muren. In dat vochtige, immer koele, in de winter zelfs wreed koude klimaat trokken de planten bijna vanzelf hun plan. Maar hier, in mijn eigen stekje, heersen totaal andere luchtgesteldheden: comfortabel warm en met momenten zelfs voor mij ondraaglijk droog! Hier spelen we het jaar rond eigenlijk 'oase in de woestijn'. En ik, ik ben de waterbron. Volgens mij bezit ik ondertussen zowat één gieter per kamer, en af en toe overweeg ik van me een 'huiskamertuinslang' aan te schaffen. Niet dat je er mij over hoort klagen, hoor, maar planten water geven is dus een permanente en ononderbroken bezigheid geworden. 
Door die periode van extra droogte zag ik m'n groenvoorziening voor m'n ogen de geest geven. Planten die misschien al wel 20 jaar of meer m'n leven delen, verschrompelden plots waar je bij stond. Het ene na het andere blad verkleurde en viel af. Sommige ochtenden leek het wel herfst hier in huis: overal afgestorven loof op de vloer. Het brak m'n hart en 't deed zeker geen goed aan m'n depressie...
Dus besloot ik gisteren dat er niet alleen dringend maar vooral ook stevig gehandeld moest worden. Huiskameroerwoudverbouwingen dus. (Zou dat een 'echt' woord zijn?... hihihi) 
In m'n hoofd begint zo'n jobke altijd met een heel erg redelijk en doenbaar plan: die en die plant snoeien, van die andere de dode stukken wegknippen, zus en zo van een groter pot en nieuwe aarde voorzien, en tot slot 't één en 't ander van plek verwisselen om alles in optima forma tot z'n recht te doen komen en gelukkig te maken. 
En een uurke of twee later... heel m'n huis vol-lé-dig op z'n kop! Meubelen en tapijten staan opzij geschoven om overal goed bij te kunnen. Dik in de weg, gelijk waar, struikel je te pas en te onpas over de uitgeklapte ladder. Op de vloer in de woonkamer vind je een uitgebreide keuze aan plantpotten en cachepots in alle kleuren en maten. Werkelijk overal liggen blaadjes, takjes, snoeisel en per ongeluk gemorste potgrond. Verspreid over de diverse te behandelen ruimtes kom je verschillende knipscharen, meters binddraad, bundels met allerhande stokken en stokjes in zeer uiteenlopende afmetingen en al dan niet volle gieters tegen. En er zijn natuurlijk ook stoffer en blik, borstels en dweilen, emmers en vuilniszakken van de partij. 
En ergens tussen al deze chaotische toestanden kan je mij dan terugvinden, enigszins verwilderd -met m'n haar in de war, moddervegen op m'n gezicht, armen en benen, zwarte handen en zwarte voeten- vermoedelijk verwoed vechtend met een minstens twee meter hoge ficus die liever krom voorover verder groeit dan netjes rechtop aan een stevig stok gebonden wordt. 
De anders zo nieuwsgierige poezen Poekie en Pompon trokken zich na één blik op die junglezooi veilig terug in de rustige en opgeruimde slaapkamer, ver weg van de poespas der geanimeerde groene restauratiewerken. Op hun hulp moest ik dus duidelijk niet rekenen...
Bon, ge weet hoe dit soort klussen gaan: 't wordt altijd eerst veeeeeel erger voor het weer beter wordt, en op de moment dat ge vreest dat het nooooit meer goed komt blijkt de eindmeet plots tóch in zicht te komen. Eenmaal alle planten -keurig bijgeknipt, ontdaan van alle dode materie, terug netjes opgebonden en in hun beter passende potten met verse aarde en een flinke slok water- op hun al dan niet nieuwe of aangepaste plekje staan, het afval opgeveegd is en alle gebruikte materiaal en hulpmiddelen weer netjes opgeruimd, moet er na het terugschuiven van de meubelen nog juist -allé vooruit, nog heel even volhouden, Kristina- grondig gestofzuigd en gedweild worden.
Na die allerlaatste krachtinspanning is het zalig om het pijnlijk moeë lijf in het hete sop van het volle bad te laten glijden en even later met een meer dan tevreden gevoel -en een straffe pijnstiller- in het o zo zachte bed. Mogelijk heeft m'n arme rugske nog wel een paar nachtjes langer verkwikkende slaap nodig voor ik lijfelijk weer helemaal bij m'n opgekikkerde binnenhuisjungle pas, maar ik geniet nu al met volle teugen van de verrukkelijke stroom zonlicht die na het vele snoei- en opruimwerk weer heerlijk weelderig door de ramen naar binnen kan stromen en m'n huiskameroerwoud het nog ontbrekende doch broodnodige extra stukje groeikracht geeft. 

Het mag dan buiten nog absoluut winter zijn, hier binnen hebben mijn nog steeds onbetwistbaar getalenteerde groene vingers al voor een volmaakt hemels lentegevoel gezorgd! En dat is, geloof me, ronduit zaligmakend! 💚🍀💚



woensdag 28 februari 2018

Knisperende knetterkatjes.

Ja, inderdaad, dat weet u al: zo af en toe zijn ze knettergek, die twee viervoetige huisgenootjes van me. Het is nog altijd zalig om ze bijvoorbeeld met ongeziene energie en geestdrift, en met ongelofelijk zotte spurtjes en sprongen, op volledig onzichtbare prooien te zien jagen. Of om ze samen buitelend en tuimelend door élke kamer heen 'tikkertje' te zien spelen -eigenlijk zou 'tackeltje' een betere benaming zijn-, tot de pluche in 't rond stuift. De geconcentreerdheid van Pompon met z'n voetbal, da's ook af en toe totaal mesjogge. En de snuiten die Poekie kan trekken als hij mij zogezegd stiekem zit te bestuderen, echt prettig gestoord, als ge 't mij vraagt. Maar, over dat geknetter hier in huis wou ik het nu eigenlijk eens niet hebben, zie. 
Neen, ik laat u graag even mee gniffelen om de hilarische gevolgen van de aanhoudende vrieskou... Wij zijn hier namelijk nogal behoorlijk 'geladen' tegenwoordig! Alles hier is totaal in de greep van de statische elektriciteit. En dan bedoel ik ook écht álles: ikzelf, de huisraad, de meubelen, tapijten en gordijnen, zelfs de planten en bloemen volgens mij,... en uiteraard ook de twee katertjes Poekie en Pompon.
Alle dagen kijk ik met verbazing naar weer nieuwe verrassende effecten. De glasgordijnen blijven tegen de vensters kleven. De franjes van de gordijnkwasten, de oudroze 'flochen', plakken als wijd opengesperde handjes met duizenden vingertjes tegen de overgordijnen. Verse, net droge was uit de droogkast is niet zonder luid geknisper en geknetter van elkaar te trekken, en aan de knuffeldekentjes uit de sofa is zelfs geen beginnen meer aan, da's ondertussen gewoon een bijzonder pijnlijke affaire geworden. Gebruiksvoorwerpen uit metaal zou ik om dezelfde reden ontzettend graag voor een tijdje ergens ver uit m'n buurt opbergen, maar omdat ik ze voor dat opbergen ook zou moeten aanraken... tssss... u begrijpt wat ik bedoel. Het lukt me zelfs om pijnlijk elektrisch contact te maken met de gootsteen als hij vol afwaswater zit! Maar de vele kleine witte lichtflitsjes, 's nachts in het pikkedonker van de slaapkamer, veroorzaakt door mijn 'geladen' gedraai en gewoel tussen lakens, kussens en dekbed, die vind ik uitermate fascinerend. 
M'n haar moet de laatste dagen altijd in een staartje, anders wordt het aangezogen door het computerscherm, of de frigo, of de kookpot. Als ik van buiten kom en m'n muts af doe, en m'n haar was niet bij elkaar daaronder, dan loop ik een heel aantal minuten met een enorme 'coupe ontploft' rond waar menig clownskapsel nog een lesje van kan leren. Bij het opstaan uit de knusse zetel blijven met regelmaat een hele rits fleeche dekentjes als een soort onelegante sleep aan mijnen derrière hangen, tot groot jolijt van de poezen die er meteen een spelletje in zien natuurlijk, of wat had je gedacht. Te pas en te onpas ben ik in de keuken m'n droge schotelvodden en handdoeken kwijt... omdat ze aan één van m'n ellebogen of heupen zijn blijven plakken in 't voorbijkomen. Zelfde verhaal in de badkamer trouwens, met washandjes en ondergoed. Het douchegordijn komt me heden ten dage gewoon al van ver tegemoet... Iets oprapen van het tapijt heeft steevast een stevig gilletje als gevolg, de blauwe bliksemschichtjes schieten letterlijk uit m'n handen. Stofzuigen zal ik voorlopig dus nog maar even laten... met al die extra wrijving, ik moet er niet aan denken.
En tussen al die geladenheid lopen hier dus die twee harige poezenbeestjes rond, en die hebben het ook geweten! Poekie, die op elke doodgewone dag sowieso al zoveel deugd heeft met zichzelf over de tapijten heen en weer te wrijven, knettert er vrolijk op los als hij van tussen mij en de kussens van de sofa glijdt. Hij maakt me 's nachts ook geregeld wakker door aan m'n neus te komen snuffelen, met steeds een paar kleine blikseminslagen als gevolg. Maar zo te zien vindt hij het eerder leuk dan vervelend, want eenmaal er iets geknetterd heeft hij blijft het opnieuw en opnieuw uitproberen, die kleine onderzoeker van me! 

Gisteren was ik de sokken kwijt die op de lavabo klaar lagen om aan te trekken na het douchen. Even later zag ik onze Poekie-man parmantig op z'n hoge pootjes voorbij flaneren, elegant als een model op de catwalk, met aan weerszijden een zwarte sok tegen z'n lijfke geplakt! Geen enkel probleem voor hem, zo te zien. Vermoedelijk had hij het zo eindelijk ook nog eens écht lekker warm. Wie weet. De gekkerd. 
Juist knuffelen met mij, da's andere koek. De hele dag lang komen beide poezen, zoals altijd, naar me toe, gezellig bij me liggen en vragen voor aaitjes over hun bol, heel gewoon, dagelijkse routine. En even vanzelfsprekend en zonder verder nadenken gaat mijn hand dan uiteraard hun richting uit... en, au au au, breekt er een hels geknetter los. Je ziet de vonken werkelijk overspringen! Poekie wrijft of likt dan eens over het pijnlijk plekje en is oké. Pompon schrikt zich nog elke keer een ongeluk, is echt doodsbenauwd,... en komt voor z'n schrik en pijntje naar goede gewoonte bij mij troost zoeken... om bij de minste aanraking een nieuwe lading pijnlijk geknetter over zich heen te krijgen, ocharme. Pompon's haar is veel langer en zachter dan dat van Poekie. Vermoedelijk heeft hij daardoor veel meer last van al die geladenheid. Af en toe ziet hij er uit als een veel te warm gewassen en opgeblazen bol pluis op vier voetjes, zo met elk haartje van z'n vacht naar alle kanten overeind. Pompon vindt het ook maar niks dat plots z'n favoriete slaapdekentje hem overal achtervolgd en geen enkel anders zo knus en veilig poezenmandje nog vrij van een mogelijke elektriciteitsaanval is. En toen z'n favoriete voetbal aan z'n achterste bleef hangen, toen was 't kot pas echt te klein voor meneerke Pompon zijn paniek. 'k Heb zo met hem te doen. Gelukkig lukt het meestal wel om hem een pijnvrije aai te geven als ik met m'n blote voeten op de ijskoude stenen keukenvloer sta. 
Verder heb ik inmiddels zowat álles geprobeerd om die statische elektriciteit een beetje te temmen: luchtbevochtigers, verstuivers en sprays, smeren van handcrème, veiligheidsspelden en aluminiumfolie op kleding en stoffen, verschillende keren per dag met een half natte dweil over vloer en tapijten... 't Helpt geen ene moer. We zullen geduld moeten oefenen tot het weer wat warmer wordt, en vochtiger. En in afwachting is het best grappig om misschien nog meer ongekende en ongewone 'gevolgen der geladenheid' gewaar te worden en te genieten van het extra knettergekke gedoe van mijn twee knisperende knetterkatjes. ;-)





dinsdag 27 februari 2018

Blijven oefenen met ademen.

"Hoe is het in 's hemelsnaam mogelijk dat ik dát niet meer weet!!!" dacht ik in eerste instantie uitermate verwonderd, en een beetje lachend met mezelf. Alsof ik niet alleen totaal vergat hoe te moeten ademen, maar op de koop toe blijkbaar ook al erg lang m'n adem volledig in hield!... 
De alweer hemelse repetitie, ondanks de diepvriestemperatuur van de kerk, met organist Peter Maus, voor de concertmis van vorige week zondag bracht me even compleet van m'n stuk: het overviel me volkomen hoe plots m'n hele lichaam weer vol zuurstof stroomde, en daardoor ook weer vol leven. Hoe ineens elke vezel van mijn lijf mee begon te jubelen op de tonen van de indrukwekkende muzieklijnen van onze geliefde Wagners en Straussjes die, alsof het maar niks is, weer als vanouds, bijna uit zichzelf uit m'n strot stroomden, zorgeloos vrolijk dansend op de wolkjes van mijn adem de met ijslucht gevulde enorme open ruimte van de kerk in. Het was als een heerlijk thuiskomen in mezelf, een 'mezelf terugvinden', voor heel even los van en ver verheven boven de donkere diepte van de depressie. 
Zingen is ademen, zingen is leven! En hoe was het dan in godsnaam mogelijk geweest dat ik zulke, voor mij, levensbelangrijke informatie ergens in een vergeethoekje opgeborgen had?!
Bij de concertmis zelf, twee dagen later, zondagochtend, 'ademde' er iets al een beetje minder... Het voelde wat benepen eigenlijk. En later die dag viel mijne frank -allé mijnen euro tegenwoordig, hé- over het waarom. 
Er blijft nog zo verschrikkelijk weinig over van die sowieso al minimale zangcarrière van mij. Die enkele keren per jaar dat ik nog eens ál m'n registers kan en mag opentrekken zijn steeds schaarser, en daardoor ook heel erg dubbel. Uiteraard ben ik dan meer dan dolgelukkig, elke keer weer. Uiteraard ademt heel mijn zijn dan nog eens volop. Maar 't is ook altijd zo ontzettend verdrietig omdat er eigenlijk nooit ergens een vervolg aan komt en er tussen elke zangmoment oeverloos veel tijd verglijdt...
En natuurlijk is het fenomenaal fijn om na zo een concertmis bij pot en pint van mensen 'uit het vak', mensen die 'het kunnen weten', te mogen horen dat je potverdorie écht wel een serieus stukske kunt zingen, en je een zeer uitzonderlijk talent en orgaan bezit. Maar daar heb ik nu, in deze fase van m'n leven nog zo verschrikkelijk weinig aan, hé. Ja, als dramatische sopraan, met een straf instrument dat zowat álles overleeft -echt, ge kunt het u zo gek niet bedenken- heb ik, meer dan de andere zangstemmen, het potentieel om op m'n 80ste nog steeds met verve de zwaarste klassieke aria's ten beste te geven, maar wie heeft daar boodschap aan? Ik zou het echt niet weten.

Afgelopen zondag werd ik door een lieve vriend getrakteerd op een voorstelling van 'La Bohéme' van G. Puccini, rechtstreeks live vanuit The Met in New York, geprojecteerd op één van de grote schermen in Kinepolis. En extra boeiend met uitgebreide uitleg, plezierige interviews met de vedetten en ook steeds een volledige weergave van elke decorwissel. La Bohème is een opera waar ik zelf erg fijne herinneringen aan heb als koorlid bij de toenmalige Vlaamse Opera. En ik heb intens van die voorstelling afgelopen weekend in de cinema genoten, maar in het donker van de zaal rolde er menig traantje onopgemerkt in stilte over m'n wangen. Want daar voor me, daar vooraan op dat witte doek, zag ik nog een keertje die wereld waar ik me nog steeds het meest thuis voelde, waar ik al zovele decennia totaal geen deel meer van uit maak, en waarnaar ik vermoedelijk ook nooit meer terug zal keren...
Dus, puur uit zelfbehoud, om mezelf van immense pijn en verdriet te behoeden, berg ik 
op al die vele dagen, die vele lange weken en maanden dat er niets te zingen valt, zowel bewust als onbewust dat 'ademen' ergens diep in mij weg, veilig en ongezien in één of ander vergeethoekje. Dan regeert m'n zoveel meer introverte kant. Dan is alles in mijn wereld ingetogen en stil, weken lang. Dan schrijf ik, alleen, thuis, met slechts de poezen, de planten en de geluiden van de tuin en het gebouw om me heen. Maar dat kan ook heel erg mooi zijn. En o ja, wees gerust, binnen in mij weerklinken er hele dagen duizend-en-één liedfragmenten, maar het occasionele nootje dat me op die dagen al eens neuriënd ontsnapt bij de afwas of onder de douche, dat komt uit een totáál andere wereld -ze konden niet méér verschillend zijn- dan die van 'de grote klep'...
En toch. 't Kan erg snel keren. Geef me één kleine aanleiding om te zingen en de sluisdeuren met lucht vol muziek en zang zwaaien wijd open, met een ware vloedgolf van alle mogelijke kleuren en klanken. En alleen dat kleine beetje buiten adem zijn, het af en toe nét niet toekomen op het eind van een zin -wat zelfs m'n meest vertrouwde fans en doorwinterde begeleiders, zij die mij als zangeres echt door en door kennen, niet eens opvalt- verraadt dat ik weken-, misschien zelfs maandenlang niet één écht zanglijntje ten beste gaf... 
Het is een geruststelling, het is een bijzonder fijne geruststelling besef ik nu. Zelfs als ik voor m'n eigen dagdagelijkse levenscomfort het 'ademen' tijdelijk -voor korte of lange tijd- ergens diep in me opberg, weet ik wél dat 'het' er áltijd nog is, klaar om, indien nodig of gewenst, in al z'n formidabele grootsheid, inclusief decibels en boventonen, feestelijk juichend los te barsten. Als je dat kleine beetje gebrek aan conditie over het hoofd wil zien, uiteraard. Dus, blijven oefenen met ademen, hé, altijd blijven oefenen met ademen!... ;-) 




donderdag 15 februari 2018

Dag Laura.

Gisteren was een dag van een 'eerste' en 'laatste'. Ik zong voor het eerst in m'n leven -alleszins toch voor zover ik mij herinner- de Ave Maria van Bach-Gounod niet live begeleid, maar met een kant en klare, vooraf opgenomen pianobegeleiding. Dat was toch echt wel effe wennen. En dit primeurtje werd meteen een allerlaatste kadootje voor Laura. Een postuum geschenkje, want ik mocht gisterochtend nog een laatste maal voor haar zingen, ter gelegenheid van haar definitieve afscheid van deze wereld.
Er zijn zo van die mensen die je bijna onopgemerkt je hele leven met je mee neemt. Zoals Laura, want ze woonde, samen haar zoon Jefke, bij ons thuis om de hoek, op een dikke honderd meter van onze voordeur. Eigenlijk heb ik hen dus altijd al gekend. En vanaf de eerste dag dat zij mij een keertje solo hoorde zingen, vermoedelijk in de kerk, werd ze een opgetogen en erg trouwe fan. Zo vaak het maar kon kwamen ze samen naar me luisteren. 
Ook afgelopen kerst zat ze nog tevreden te blinken op de eerste rij bij onze kerstshow. Breed lachend, verrukt luisterend, bezield meezingend... kortom intens en dankbaar genietend zoals alleen zij dat kon. En ik ben oprecht blij dat dit m'n laatste herinnering aan haar mag zijn, meteen ééntje om écht voor altijd te koesteren.
Maar 'k zal ook nooit haar knuffels vergeten. Laura kon je omschrijven als een 'grote' dame, niet alleen figuurlijk, maar zeker ook letterlijk. Makkelijk een kop groter dan ik. En ze was ook uitzonderlijk gul voorzien van 'oren en poten', zoals men dat zegt, of misschien duidelijker in 't Aaantwaarps: Laura was een madam 'mé ne wreêd groête komisveur'... Als zij dus met volle enthousiasme haar armen om mij heen sloeg en me stevig tegen zich aan trok, verdween ik, het minimadammeke -inderdaad, u ziet het nu helemaal voor u- bijna volledig in die reusachtige decolleté, met altijd, onvermijdelijk, heel wat gegiechel en een beetje ademnood tot gevolg. Maar 't zijn en blijven één voor één hele fijne herinneringen, die knuffels, en momenten die ik zeker zal missen.
In de dozen bijgehouden briefwisseling uit zowat heel mijn leven ook een heuse stapel met sublieme wenskaarten van Laura, die getuigen van heel veel uren met liefde creatief bezig zijn. Minuscule kleurrijke kunstwerkjes in piepkleine kruisjessteek, vaak mooi gecombineerd met perfect gedroogde echte bloemetjes en steeds onberispelijk ingekaderd in een fraaie bijpassende kaart. Onmogelijk om dit soort unieke knutselstukjes weg te gooien, geen denken aan. Misschien moet ik ze ooit maar eens achter glas omhoog hangen of zo...
Ergens in de vroege ochtend van zondag 28 januari 2018 wisselde Laura tijdens haar slaap stilletjes en onopgemerkt het tijdelijke voor het eeuwige. Aan het begin van dezelfde maand had ze nog haar 89ste verjaardag gevierd en grappend plannen gemaakt voor de 90ste, maar te merken aan dit zachte, doch zo onverwachte heengaan dacht iets daar blijkbaar anders over...
Dat we pas gisteren definitief afscheid van haar namen heeft een bijzondere reden: op 14 februari, de dag van de geliefden, exact 27 jaar geleden begroef Laura haar echtgenoot Frans, en zoon Jef had geen mooier en inniger gebaar kunnen bedenken dan hen dus op deze datum weer samen te brengen.
En dat deed hij dan ook nog eens met een uitzonderlijk ontroerende plechtigheid. Los van 'mijn' Ave Maria -ook uiterst gesmaakt door de aanwezigen, getuige de overvloed aan felicitaties- luisterden we ademloos naar vele, nog zoveel meer pakkende en beklijvende muziekstukken. Zoveel mooie woorden werden er gesproken, met waarheid, met wijsheid en ook met veel humor. We zagen de uitgebreide slideshow met ontelbare momentopnamen uit vooral de afgelopen jaren, met een gelukkige Laura, intens genietend van wat het leven haar elke dag nog bracht. Er was de sfeervolle aanwezigheid van talrijke bloemstukken, een piepkleine selectie van haar handwerkjes en haar puzzeltafeltje. En natuurlijk ontbrak ook haar immer vallende wandelstok niet, voor de gelegenheid geweldig keurig rechtop staan blijvend, tot nét op het allerlaatste moment, om dan met het vertrouwde gekletter tegen de grond te kwakken. Alsof ze het exact zo gepland hadden. Zalig, toch? Ik vond het alleszins schitterend en kon nog juistekes een hoorbare schaterlach onderdrukken. 
De toespraak van Jef, over haar leven, en over hún leven samen al die lange jaren, over het wel en maar ook over het wee, over dankbaarheid en over gemis... die toespraak kneep menigeen totaal de strot dicht, denk ik. Ik had 't er alleszins wreed lastig mee, met die krop in de keel... (en 'k moest nog beginnen met zingen!...) Allemaal recht uit het hart, zonder spijtig schromen, zonder onnodig verbloemen, met welgemikte grappige sprankeltjes, en, geheel terecht, ongegeneerd overgoten door dikke tranen van bitter verdriet.
Jef heeft het goed gedaan. Niet alleen het in elkaar zetten van dit bijzonder waardige en ontzettend mooie afscheid, maar vooral het nakomen van z'n belofte aan z'n vader om goed voor z'n moeder te zorgen. Je kan gerust zeggen dat zijn hele leven -naast z'n geliefde werk- zowat volledig rond haar draaide. Samen op reis, op restaurant, concerten, eten, wandelen,... Zoals hij zelf zei: 'alsof ze al die jaren een echt getrouwd stel waren'. De enorme leegte die het heengaan van 'zijn moeke' in z'n leven brengt kan ik absoluut niet inschatten... Maar volgens mij 
zal ze, met de hulp van een handvol loyale en onvervalste vrienden, nog lang over hem blijven waken. Al is dat voorlopig misschien slechts een uiterst schrale troost...
Laura, ik weet zeker dat ik niet de enige ben die jou, je lach, je babbel, je gezelschap en zoveel meer ook zal missen en met dankbaarheid terug kijkt naar jouw leven, blij zijnde dat we jou hebben mogen kennen. Het ga je goed, waar je nu ook bent. En -wie weet- tot ziens aan de overkant, hé! ;-) Xxx



woensdag 31 januari 2018

Verschil moet er zijn...

Wandelen als remedie tegen de depressie, het werd de afgelopen week al geopperd door goede vriendin Marleen, en eigenlijk had ik daartoe al ongemerkt de eerste stappen gezet. Ook letterlijk. Naar buiten gaan is lastig voor me, maar met een 'moet' als stok achter de deur, liet ik de fiets telkens thuis en verplichtte mezelf te voet te gaan, ongeacht de afstand, én er van te genieten. En al kon ik me dat, zuchtend m'n schoenen aantrekkend en mezelf met moeite in m'n jas hijsend, elke keer weer absoluut niet voorstellen bij de start van elke wandeling, het deed me -inderdaad, u wist dat al- ontzettend deugd.
Gisteren ging het vertrekken bijna als vanzelf: de zon scheen volop, slechts een piepklein briesje en een zeer aangename temperatuur. Ik had me geen beter kuierweer kunnen wensen dan dit, zo op weg naar m'n acupunctuursessie. 
En omdat het schrille piepje in de ophanging van de toiletdeur de laatste tijd uitgegroeid was tot een overweldigend geknars en scherp gekerm -het 'Schurend scharniertje' van Jos Ghysen is er niks tegen- ging de vrolijke voettocht verder richting De Krak. Even een busje kruipolie kopen. Om te voorkomen dat men hier in het gebouw tot op het 14e begint te tellen hoe vaak op een dag ik een bezoek aan het kleinste kamerke breng...
En het zonnetje straalde nog steeds verrukkelijk toen ik tevreden met m'n aankoopje het magazijn verliet. Dus, lustig zwierend met het zakje, sjaal helemaal uit, jas een beetje los, flaneerde ik verder, met een mooie omweg en genietend van al wat er te zien viel, 
op m'n dooie gemakje huiswaarts. 'k Heb zelfs uitgebreid de tijd genomen om geïnteresseerd te blijven staan koekeloeren bij een indrukwekkende grote bouwwerf. En eenmaal thuis mocht de frisse lentelucht nog een uurtje of twee door de openstaande vensters zalig naar binnen stromen. Ondanks alle duistere rommel in m'n hoofd viel er slechts te besluiten -geen discussie mogelijk- dat ik, zij het met flink wat hulp van 't opgewekte lentezonnetje, oprecht van dit wandelen genoten had.
Vandaag moest ik ook de deur uit, op doktersvisite. En het leek wel of de zon gisteren al haar krachten verspeeld had en vanochtend geen ietsiepietsie moeite meer deed om nog uit bed te komen. De grauwe lucht en de plensende regen deden in niets nog denken aan de dag daarvoor. En zin om naar buiten te gaan krijg je er al helemaal niet van. Maar goesting of niet, het moest, dus ik ging. Zonder paraplu, want met die stevige rukwinden uit alle kanten heeft dat geen enkel nu. Wel een warme winterjas aan, dikke sjaal en handschoenen, en op m'n hoofd een stevig muts. En tot bij de huisarts bleek dat genoeg bescherming om nog enigszins toonbaar verder te wandelen. Netjes ingevulde ziekenfondsdocumenten op de post gedaan, in de supermarkt wat lekkers voor de poesjes en een glutenvrij broodje voor mij gekocht, en in een al zoveel onstuimiger regenvlaag ging m'n tocht verder, richting apotheek. Slim van mij om dat brood in de winkel alvast in een extra plastieken zakje te stoppen, en dan pas in de grote boodschappentas, want de kartonnen doosjes met pillen pasten er ook nog net bij in, helemaal veilig voor al dat ongenadig neerkomende water. De apothekeres die me al bij 't binnenkomen begroette met 'amai, gij zijt precies komen zwemmen' wees me met lichte ontzetting op de ondertussen nog stevig in hevigheid toegenomen stortvlaag waarin ik me nu weer terug moest begeven. 'Och, veel natter kan ik niet worden', lachte ik, 'en 't zal wel drogen'. En met het grapje 'zolang er geen stront uit de hemel neer komt dretsen valt het volgens mij allemaal wel mee!' stapte ik behoorlijk onverschrokken de winkel weer uit.
En dat ik niet nóg natter kon worden, dát had je gedacht!... Nog geen straat verder voelde ik het koude vocht heel stiekem naar binnen sluipen door de zogenaamde regenbestendige stof van m'n jas. Even later liep het in stralen langst de mouwen van m'n trui en over m'n rug. De wollen muts en de handschoenen gaven de strijd tegen het water meteen ook op. 
M'n kleddernatte broek plakte en schuurde aan m'n benen. M'n doorweekte voeten en sokken maakten bijzonder lachwekkende zompige geluiden na het eindeloos doorwaden van diepe, niet te vermijden reusachtige plassen en kolkende goten. En de open draagtas werd steeds zwaarder: hij liep langzaam vol. Zwemmende boodschappen dus. Lang leve de luchtdichte verpakkingen en plastieken zakjes! 
Druipend alsof ik zo, volledig gekleed in al die lagen, met schoenen en tas en al, een paar uur in een vol bad ondergedompeld werd arriveerde ik thuis. Haaa, zalig die warmte, die droge kleren, die hete koffie... Heerlijk knus neerploffend in de zachte zetel begreep ik ineens verheugd dat ook déze wandeling, die niet verder kon verschillen van de vorige, mij eigenlijk ook echt wel deugd gedaan had. 'Verschil moet er zijn, en alles heeft z'n mooie kanten' bedacht ik me, en glimlachte omdat ik daar heel even die positieve, optimistische en ondertussen dus al een serieus aantal maanden kwijt-zijnde Kristina in herkende.
't Is dus overduidelijk: wandelen is goed voor mij. Het maakt mij, letterlijk, stapje voor stapje beter. Maar mijn verlanglijstje aan de ijskast is daardoor ondertussen wel een paar items rijker. Ik heb dringend nood aan een paar superleuke gummilaarzen, zo een stevige regenjas -zoals 'de mannen van de gemeente' dragen, al dan niet in fluorescerend geel- en een plezant maar zeker ook praktisch regenhoedje! En dan, weer of geen weer, dan houdt niks mij nog tegen om te wandelen, en te wandelen, en te wandelen, en... ;-)


zondag 28 januari 2018

De wilde volière.

De eindeloze aaneenschakeling van dagen waarin ik als een soort ouwe dweil slap, zwaar en uitgerafeld, en met even weinig levenslust, de klok rond onlosmakelijk versmolten met m'n bed doorbracht behoort ondertussen gelukkig al weer een beetje tot het verleden. De tijd van het absolute niks-zijn wordt steeds vaker onderbroken door momenten met de zalige combinatie van goesting en energie, zij het voorlopig nog slecht heel af en toe, en van relatief korte duur. Sinds het begin van mijn depressie breng ik het grootste deel van m'n tijd wat afwezig rondlummelend in het huis door. Verborgen onder een berg zachte fleeche dekentjes hang ik als een soort kleurrijke mummie in de zetel, eventueel met een lekkere hete kop koffie of zo, al dan niet in het knuffelgezelschap van één van de katertjes. Met aan m'n bureautje achter de computer aan van alles en niets te zitten frullen, uiteraard ook vaak met een half slapende kat naast me, verglijden regelmatig en altijd volledig onopgemerkt hele voor- en namiddagen. Maar wat ik ook doe -of niét doe- altijd weer gaat mij blik als vanzelf naar buiten. Vanuit zowat elke hoek van elke kamer heb ik hier een ongestoord wijds zicht op de tuin, de struiken en bomen, het prachtige gazon, de zen-tuin-achtige cascade aan keien, een hoekje van de vijver, de verschillende gebouwen in de verte, en royaal stuk lucht boven de open ruimte. En natuurlijk, niet te vergeten, het nu, zo zonder bloemen wat kaal uitziende lange smalle winterse terras. En het is niet alleen de eindeloze beweging van de takken en blaadjes in de wind daarbuiten die mijn aandacht trekt. Nee, weer of geen weer, in alle seizoenen, het hele jaar door doe ik aan 'vogelen', -vogels spotten dus, ik hoorde je al denken... hihi- en daar geniet ik mateloos van, zelfs nu ik het leven even niet zo zonnig en optimistisch als gewoonlijk bekijk.
Op mijn vorige adres voedde ik jarenlang een zeer brede waaier aan terras-bezoekend gevogelte en die ongelofelijk mooie en gezellige gevederde drukte hoopte ik hier uiteraard opnieuw te creëren. Tot m'n groot verdriet zag ik behalve een paar duiven, een ekster en een stelletje mezen ver weg van mijn stukje buitenruimte, in de bomen van de tuin, de eerste 12 maanden geen veer. Ondanks al het uitgestalde lekkers. Juist het ontwaren van de reiger die af en toe de voor mij de maar nét zichtbare vijver bezocht deed me, hoe ver ook van mij verwijderd, elke keer van geluk op en neer springen.
En toen plots, met z'n allen, als afgesproken, 'samen durven we' of zo iets, een hele rits koolmezen (1) die zich honderduit vrolijk kwetterend op de pinda's en vetbollen stortten! Hoera! Da's een moment om nooit te vergeten. En al snel lieten ook de pimpelmezen (2), met het blauwe keppeltje, zich zien. O, hoe heerlijk vond ik dat, al dat opgewekte gekwinkeleer, onschuldig geruzie en dartel gebuitel. En ook katers Poekie en Pompon konden hun lol niet op! De hele dag met hun neus tegen het raam, want hun persoonlijke 'poezentelevisie' zond éindelijk een uitzonderlijk interessant programma uit... 
Bijna tegelijkertijd vonden ook de vrijpostige houtduiven (3) de weg naar een snelle hap. Al zag en zie ik die eigenlijk liever niet verschijnen. Zij vernielen met hun wild flappende gevechten en een onhandig lomp lijf, trappelende poten en woeste vleugelslagen nagenoeg álles in hun pad. Bloemen, bollen, struikjes, zelfs kleine tuinornamenten, 't maakt niet uit, 't gaat er allemaal aan. En ze schijten als eersteklas strontmachines absoluut àlles onder. Zucht.
Lang duurde het niet of ik zag in de schemer van een herfstavond iets klein grijs-bruins tussen de struikjes ritselen. Toch geen muis zeker?! Nee, gelukkig niet, maar wel een ijverig winterkoninkje (4) dat bijzonder ambitieus het ene na het andere blaadje omdraaide op zoek naar insecten. Hij voelde zich duidelijk helemaal thuis tussen de potplanten. Een paar dagen later flitste er de hele tijd een rood vlekje tussen de tuin en de bloempotten voor m'n vensters heen en weer. Toen kon ik m'n geluk helemaal niet meer op: immer nieuwsgierig roodborstjes (5) behoorden nu ook tot de vaste volière-bezoekers. Zij vliegen niet eens meer weg als ik buiten wat aan de planten zit te frullen. En vanop het omheiningsplekje dat het beste inzicht door het venster naar binnen geeft bespieden zíj míj tegenwoordig, zonder enige gene, frank en vrij, zoveel schaamtelozer dan hoe ik hen ooit had durven beloeren.
Op een dag hing er ineens, alsof het de normaalste zaak van de wereld was, een bonte specht (6) tussen de mezen nootjes te eten. Die had ik al een keer op de stam van de dennenbomen zien zitten, maar zo dichtbij, wow, geweldig. Rond diezelfde stammen draaide er trouwens ook heel vaak een tot voor kort ongekend vogeltje, erg klein, bruinachtig, onopvallend en razendsnel cirkelend. Dat bleek een boomkruiper (7) te zijn, toen ik hem -of haar, wie weet- een paar weken geleden van dichtbij zag, ook gezellig wat rondhangend op het terras. 
De wilde volière hierbuiten breidde zich verder uit met een stel tortelduiven (8), een stuk beleefder dan hun soortgenoten, met een pak minder neiging tot ongegeneerd vandalisme. De verrassend grote, erg schrandere eksters (9) in hun prachtig glanzende galakostuum bevinden zich maar wat graag in gezellige drukte en voegen aan de gevleugelde terrasbende vooral extra kwebbel- en schetterdecibels toe. De familie schitterend gekleurde Vlaamse gaaien (10) met residentie in de tuinen om de hoek pikt blijkbaar toch ook hier af en toe met plezier wat lekkers mee. Verandering van spijs doet eten, vermoed ik...
De prachtige reiger (11), die komt met zekerheid nooit tot op mijn terras -ik bied in m'n voederdingetjes geen vis aan, hé- maar mijn vreugde is onverminderd groots elke keer ik die majestueuze vogel in sierlijke krullen zie neerdalen in de tuin. Met een stevig uit de kluiten gewassen zwarte kauw (12) stond ik wel al oog in oog, zij het met vensterglas tussen ons in. Dat was echt een bijzonder verbluffende ontmoeting, met verbazingwekkend reëel contact. De wijsheid straalde uit z'n pienter glimmende kraalogen. Een onvergetelijk zalig moment!
En het vogelbestand in deze volière zonder tralies blijft groeien! Afgelopen weekend meende ik in een flits een zwarte mees (13) gezien te hebben. En al pratend aan de telefoon met m'n moeder -zij kan getuigen van mij intense blijdschap- merkte ik ineens dat er een groepje staartmeesjes (14) aan de zonnebloempitten smikkelden. Super schattige piepkleine donzige zwart-witte pluimenbolletjes, niet groter dan een winterkoninkje, maar met een geweldige staart, buiten verhouding lang. Echt schitterend! 
De merels (15) scharrelen hun kostje bij elkaar in de tuin, tussen de struiken, de keien en in het gras. Ik denk niet dat die zich ooit tot op het terras zelf zullen begeven. Zij houden van open ruimten. Maar de appelstukjes die ik heel af en toe en heel stiekem voor hen het struikgewas in mik laten ze zich alleszins duidelijk welgevallen.
Vanmiddag tijdens m'n boodschappenwandeling, met ijskoude handen en oren door die snijdende wind, was de grauwe lucht beladen van veelbelovend vogelgezang. De nakende lente liet zich absoluut nog niet voelen maar je kon ze al wel glashelder horen. Het zal vast niet zo heel lang meer duren voor er in al die ontelbaar vele en nu in de kale winterbomen duidelijk zichtbare nesten weer volop nieuw leven zal beginnen tjilpen en fluiten. En wie weet spot ik dan, zoals op m'n vorige terras, ooit ook weer de te gek gekleurde putter (16), of de grasgroene groenling (17), of een paar goudvinken (18), of... 
Juist die vlucht spreeuwen (19) die ik vandaag op de speelweide tussen de gebouwen zag, die mag absoluut wegblijven, hoe mooi hun iriserend stippeltjes-verenkleed ook is. Want geloof me, om dat soort grenzeloze hooligans enigszins in toom te houden vrees ik dat het beslist noodzakelijk is dat één of andere indrukwekkende roofvogel deze wilde volière als domicilie kiest, én op de koop toe -liefst!- wel alle ándere gevleugelde bezoekers ongeschonden in zijn en mijn buurt tolereert... En dat, dat zie zelfs ik in m'n meest optimistisch moment, met een roze bril op en geloof in wonderen nog niet zo snel gebeuren! ;-)