donderdag 26 juli 2018

Warm aanbevolen.

Vier uur in de namiddag. Ondanks het feit dat mijn terras het grootste deel van de dag in de schaduw ligt, wijst de reuzegrote tuinthermometer tussen de planten 35° aan. Bij de minste inspanning, zelfs bij de geringste beweging, gutst het zweet uit al je poriën.
Ik lig lang- en breeduit, als een eigenaardige soort reuzegrote zeester, op m'n bed en kijk naar de luster boven me. De luster met de namaak kaarsjes, de grote witte krullende blaren en de roze bloemetjes. Pure kitsch, ik weet het, maar misschien ben ik dat zelf ook wel een beetje, want na al die jaren ben ik er toch nog altijd even verliefd op als de dag dat ik hem van m'n broer Sis als verjaardagscadeau kreeg. De lange kristallen hangertjes bewegen zachtjes in de nauwelijks voelbare tocht tussen de openstaande vensters van de verschillende kamers en glinsteren daarbij feestelijk met kleine gensters van licht. En af en toe laat een wat hevigere zucht wind, die plots en onverwacht als een tastbare golf hete lucht door het open raam duikelt, de hele luster wiebelen.

Omdat ik vanochtend het bed eens extra strak op maakte -i.p.v. het eigenlijk iets te vaak voorkomende 'gooi-maar-dicht,-ik-kruip-er-seffens-toch-terug-in' halve werk- voelen de kreuk- en rimpelvrije lakens onder me verrassend luxueus. M'n wat loom heen en weer bewegende voeten genieten van de eindeloos zachte aanraking van de netjes opgeplooide fleece deken bovenop het opgerolde dekbed. De ondertussen alweer klam aanvoelende badhanddoek onder m'n nek kriebelt. Die is een heel stuk minder poezelig, maar hij ruikt nog steeds zalig fris gewassen naar lentebloemen.
Eigenlijk dacht ik het voorbeeld van m'n poezen Poekie en Pompon te volgen. Op elke andere dag van het jaar zijn ze dat ook, hoor, absoluut, maar vooral bij dit soort temperaturen blijken katten onklopbare meesters in 'volledige ontspanning'. Als totaal gesmolten en uitgelopen, languit soezend hebben ze een aangeboren talent om ten allen tijde de grootst mogelijke hoeveelheid koelte op te sporen en te veroveren. Feilloos ontdekken ze de meest ideale ligplekjes en bedenken ze daar de perfecte houding voor. En op exact het juiste moment draaien ze zich efkes bliksemsnel om of verleggen ze zich, hooguit een centimeterke of 5, naar bijvoorbeeld 't volgend stukje nog enigszins frisse vloer. Minimale inspanning voor een maximaal resultaat!
Maar die twee katertjes zijn ook dolgraag bij mij in de buurt, dus waar ik ga -of lig dus, in dit geval-, daar kan het absoluut niet slecht zijn. En rond mijn ongegeneerd royaal uitgestrekte lijf op het bed is er nog meer dan plaats genoeg voor twee van die viervoetige bontjasjes.
Poekie heeft zich links van mij, ter hoogte van m'n onderbeen, geïnstalleerd, exact zoals hij meestal ergens op de vloer in een verfrissende luchtstroom ligt: zo langgerekt mogelijk, met poten kop en staart in alle richtingen en 
zo ver als mogelijk van z'n lijf af. Met als enig verschil dat nu z'n rechter voorpootje heel lichtjes en fluweelzacht op m'n been ligt. Dat hij super lekker ligt, dat leidt geen twijfel: ik hoor hem heel vredig stilletjes snurken.
Rechts van me is Pompon na veel ronddraaien en twijfelen eindelijk ook neergeploft. Voor hem was het even een zoeken, zoals altijd trouwens, maar nu ronkt hij, helemaal tevreden, met z'n achterste half bovenop m'n rechterschouder en z'n staart rond m'n bovenarm.
De hete wind blaast een paar onverwachte, heerlijke wolken bloemenparfum naar binnen. De luster wiebelt. En ik luister naar de geluiden van deze tropische zomerdag. In de verte joelen uitgelaten kinderen, op de terrassen boven en tegenover me wordt er gebabbeld en gelachen. De garagedeuren slaan open en dicht. Behalve een luid krassende kauw hoor je nauwelijks vogels. Voor hen is het vast ook veel te warm. En onder het openstaande raam tussen de vele potten met planten en bloemen zoemen de nog steeds bijzonder ijverige bijen en brommen de koddige hommels.
Heel even dwalen m'n gedachten naar al die mensen die nu op deze gloeiende dag toch aan het werk moesten. Dat moet echt lastig zijn. 'Om medelijden mee te hebben', bedenk ik me, 'zo blij dat ik vandaag niet ook met een kokend hete bus richting één of ander verzengend kantoorgebouw moest'. En ik schaam me heel even diep voor de onbetaalbare luxe van m'n bijna bewegingsloze, uitgestrekt plat liggende loomheid...
Het is vier uur in de namiddag op een schroeiend hete zomerdag. Veel te heet om ook naar iéts te doen. En toch... Misschien moest ik seffens toch ook maar eens de was in de machine steken, wat te eten koken en die berg afwas doen... Misschien. Maar nu nog even niet. Want het is vier uur in de middag, ik lig languit op m'n bed en geniet! 💛🌞



zaterdag 21 juli 2018

Gerommel op de rommelmarkt.

Al is het nog vroeg op deze zomerse zondagochtend, de zon laat zich al goed voelbaar gelden. Maar, geen nood, ik ben op alles voorbereid. En niet alleen met de vermoedelijk absoluut niet overbodige zonnecrème, flesjes met water en handdoekjes om zweet af te wissen. Ook boterhammetjes, frisse druifjes en een doosje zelfgebakken glutenvrije koekjes kregen een plekje naast de rollen plastiek zakjes, plakband, elastiekjes, een schaar, pen en papier, en alle andere praktische dingetjes die mogelijk handig van pas zouden kunnen komen op deze speciale dag. M'n enthousiasme was de voorbije week tijdens de gezellig rommelige voorbereidingen alleen maar gegroeid. Ik had er echt heel veel zin in, en ik was er ook volledig klaar voor. Tenminste, dat dacht ik toch...
Schoonbroer Eric kwam me oppikken. Samen met hem, mijn zus Jacinta en hun oudste dochter Noa, die hij al eerder ter plaatse afgezet had, ging ik een dagje spulletjes verkopen op een grote rommelmarkt in het Bouckenborghpark in Merksem. We vulden de auto met m'n enorme doos schoenen, wel 40 paar, en de vele zakken met kleding, electronica, huishoudgerief, decoratiespul en frullekes allerhande. Ook m'n koeltas, die voor de gelegenheid niet alleen dienst deed als ijskastje, maar eveneens als handtas en opslagplaats voor die vele, mogelijk nuttige hulpmiddeltjes, mocht mee. Een volle bak, die auto, letterlijk. 
Tijdens het korte ritje van Deurne naar Merksem vertelde Eric me dat hij eigenlijk niet snel genoeg weer terug in het park bij vrouw en dochter kon zijn. Bij het uitladen van de auto waren ze namelijk zowat letterlijk onder de voet gelopen door een stel bijzonder fanatieke zwarte dames, die metéén álles door elkaar graaiden en luid schreeuwend ronduit schandelijke dumpingprijzen eisten. Wel, ik zou ook ongerust zijn, mocht ik hen in dat soort tumult achtergelaten hebben. Niet dat die twee hun mannetje niet kunnen staan, maar toch... En het hele idee van zo'n overrompeling alleen al, het beangstigde mij. Daar was ik dus niét op voorbereid... En hoe zeer ik daar niet klaar voor was, bleek jammer genoeg onmiddellijk bij aankomst. We kregen niet eens de tijd de grote doos schoenen en de zakken met mijn te verkopen spulletjes deftig uit de auto te halen! Hardhandig moesten we alles beschermen, en ondanks ons direct en bijzonder kordaat optreden sneuvelden in minder dan een minuut het meeste van de verpakkingen en, extra jammer, ook een deel van de koopwaar. En gekocht werd er niet. Bij de 'inspectie-overval' van die luidruchtige en ongegeneerde dames bleek al snel dat ik voor hen niets 'gewenst' meegebracht had en dus gingen ze weer.
Beeld je daar bovenop de buren-verkopers even in, die constant stiekem wat centimeters van je plek inpikken, zelfs spullen uitspreiden vóór die van jou, en hun bezoekers óver jouw koopwaar naar hun kraam heen leiden, kinderwagens en al. Nog meer sneuvelende dingetjes dus uiteraard -aaaaaargh! nondemiljaaaar!- en een standje dat ook nog eens stukje bij beetje helemaal onder hopen extra stof en zand verdwijnt. En om het plaatje compleet te maken zakten de allereerste 'echte' klanten behoorlijk kortaf, totaal onbeschoft eigenlijk, van een vraagprijs van 20 euro naar een direct tegenbod van 50 cent. Waarop je meteen uitgepraat bent natuurlijk, en ook telkens weer die klant in kwestie verbolgen -waarom eigenlijk?- m'n winkeltje zonder wat te kopen verliet. Je zou voor minder al je enthousiasme verliezen en helemaal teleurgesteld verdrietig worden, hé. Zo hoefde het voor mij ook niet meer, hoor. 'Gezellig' is écht wel anders, toch!?
Een tijd lang hing ik stilletjes ongelukkig afwezig te wezen in m'n strandstoeltje onder het parasolletje, door de shock en de ontgoocheling een stukje teruggeworpen in m'n depressie, en niet goed wetend hoe weer uit dat donkere plekje te kruipen. Maar de ongekende ambiance aan ons gezamenlijk kraam door de vele onschuldige grapjes en de geweldig ad rem antwoorden op vragen van potentiële klanten door mijn schoonbroer; de fenomenale geestdrift waarmee m'n zus haar sjaals, broeken en t-shirts aan de man en de vrouw bracht, en de noeste ijver waarmee ze systematisch en eindeloos opnieuw orde bleef scheppen in de alweer overhoop gehaalde stapels kleding en ook de tentoongestelde boeken keer op keer op keer herschikte en afstofte; de grandioze vrolijke toewijding waarmee mijn nichtje élke passant, werkelijk ie-der-een!, die ook maar een seconde bij ons halt hield, hartelijk 'goedemorgen' wenste, en die ze met haar niet aflatende oprechte en hartverwarmende behulpzaamheid met plezier tóch iets -of iets meer- deed kopen; dat alles tezamen trok me zonder al te veel moeite toch weer overeind. Dáárvan wou ik deel van uitmaken, dát verwachtte ik! En dat ging ik me nu toch zeker niet laten afnemen door zo een handvol respectloze, onopgevoede figuren!...
Om m'n zinnen even te verzetten deed ik een toertje op de markt. En, net niet huppelend, als een kind zo blij, kwam ik terug met een gratis gekregen porseleinen theekopje, exact zoals de o zo gekoesterde drie die ik thuis al had. Een gevonden en buitgemaakte onbetaalbare schat! Eindelijk drong de stralende zon ook door tot mijn hoofd en gemoed, en ik stond weer helemaal open voor alle mogelijke fijne ervaringen en momenten.
Heel veel passanten hebben we niet echt gezien. Daarvoor woog de broeierige hitte vermoedelijk veel te zwaar. En de finale van het WK voetbal zal er ook wel voor iets tussen gezeten hebben. Jacinta, Noa en Eric verkochten ondanks het magere aantal potentiële kopers toch een heel serieus deel van hun koopwaar en zorgden er tegelijkertijd ook voor dat zelfs ik niet met een lege portemonnee en nog steeds volle zakken en dozen met spullen weer naar huis moest. (Waarvoor nog eens een hele dikke merci, lieve schatten!) 
Maar vooral die bijzondere kleine fijne momenten van deze dag zal ik me blijven herinneren. Zoals die Russische mevrouw, die een stapel meisjes-jeugd-boeken voor zichzelf kocht, om nog beter Nederlands te leren. Of die andere, gezellig kletsende, alle tijd hebbende, mevrouw, die exact dezelfde bloem in haar haren had als ik, uit dezelfde winkel zelfs, maar dan een blauwe, die bij Jacinta een sjaal in exact diezelfde blauwe kleur kocht en van mij een visitekaartje mee nam, om mijn 42 filmpjes op YouTube eens te kunnen beluisteren. En die lieve moeder, die, oprecht verheugd, voor haar autistische zoon strips van de Boeboeks kocht, omdat hij daar en daar alleen voor z'n leesvoer aan verknocht was. En die Marokkaanse meneer, die een beetje verlegen de mooi verpakte eenzame rode bad-roos (veranderd in 't bad in badschuim) van me kocht, als lief klein cadeautje voor zijn vrouw. Of die meneer, die misschien iets te opvallend enthousiast -gniffelde Eric- uit de netjes verpakte zakjes met ondergoed en lingerie met veel en uitgebreid kiezen en keuren een hele stapel dingetjes voor zijn echtgenote selecteerde. En die vader, die zonder prijs vragen of afdingen voor al zijn zoontjes een kleine voetbal van me kocht. En die mevrouw met hoofddoek, die haar rolwagentje zowat tot aan de rand vol stouwde met een paar schoenen en een BH-set van mij, een stapel broeken, t-shirts en truien van Jacinta, en tot slot na lang peinzen toch ook die nog steeds prima werkende maar o zo lawaaierige stofzuiger voor de auto aan een redelijke prijs mee wou nemen. En die gekke heren die ons Jacinta vanwege haar grapjes, gedrevenheid en animo luid lachend een baan aanboden als verkoopster. En... Och, er waren er zoveel, ik vergeet er vermoedelijk wel een stuk of tien. En zeker niet te vergeten, 't beste van de hele dag: het warme en plezante gezelschap van m'n zus, schoonbroer en nichtje. Geweldig! Zo zalig is dat.
Wel, alles samengevat ben ik dus naar alle waarschijnlijkheid toch veeeeeeeel meer op m'n plaats vóór een kraampje, als klant, dan er achter, als verkoper... Dat laat ik vanaf nu over aan de meer geoefende marchand, zoals m'n zus bijvoorbeeld. Tja, ge kunt nu eenmaal niet alles willen kunnen, hé. hihihi
En volgende keer als beste vriend Roger, gezellig samen met mij op één of andere rommelmarkt, weer eens onverstoorbaar en uitgebreid begint af te bieden, zal ik mij niet meer schamen. Dat heb ik oprecht beloofd, gezworen zelfs, op m'n communiezieltje. Door zo aan de lijve te ondervinden hoe de welgemanierde aangename klant zich gedraagt, het beleefde waarderende type, waar je als verkoper nog wel eens iets extra voor wil doen, weet ik heel duidelijk dat wij, 
met afpingelen en al, bij dat soort fijne mensen horen. En die mensen, die heb je nodig voor een geslaagde en niet al te rommelige rommelmarkt! ;-)




zaterdag 7 juli 2018

Tussen kerk en pastorie gewoon een perfecte dag.

"Hey Kristina! Gij weet toch dat het concert morgen in Neeritter (NL) is? En begint om 10u?" Gewekt door de voetbalfestiviteiten hier overal in de buurt opende ik midden in de nacht nog even m'n berichten op de computer en zag deze toch licht bezorgde boodschap van organist en vriend Peter Maus. Ik had eerder diezelfde dag op een repetitiebericht van hem gereageerd 'dat wij er ook bij zouden zijn'. En anderhalf uur rijden, enkele rit, voor zo'n klein concertje van ongeveer een half uur... Tja, begrijpelijk dat het toch toch een beetje ongewoon, en mogelijk volledig ongeloofwaardig over komt, zeker uit de mond van iemand als ik, die zelden of nooit ergens naar toe geraakt... Maar, wij wisten heel goed waar we aan begonnen! Dit was zelfs al maanden geleden netjes afgesproken. En waarom ook niet. Goede vrienden -Roger, Jef en ik- samen in een comfortabele auto, gezellig een dagje uit, met geweldig stralend weer, en dan op een ongekende plek waar je anders nooit zou geweest zijn, mogen luisteren naar een mooi concert van een ook al zo fijne vriend. Meer redenen hoef je toch niet te hebben, hé. Omdat we, heel verstandig rekening houdend met allerlei mogelijke vertragende factoren tijdens onze reis, zeer goed op tijd vertrokken waren, arriveerden we, uiteraard, veel te vroeg. Maar niet getreurd: al meteen spotten we koffiehuis/lunchroom 't Pastorieke, waar met wijd openstaande deuren nog ijverig gedweild werd. Officieel waren ze nog niet open, maar indien we op het terras wilden zitten, serveerden ze ons met plezier alvast koffie! Van gastvrijheid gesproken! Dat kan tellen, vind ik. En die bijzonder verzorgde koffie in de uiterst gezellige binnentuin smaakte fantastisch!
Al even goed op tijd wandelden we richting het kleine kerkje om alvast een goed luisterplekje uit te kiezen. Vol enthousiasme begroette ons Daniel Vanden Broecke, coördinator van 'Het orgel in Vlaanderen', de vzw die mede instond voor o.a. dit concertje dat deel uit maakte van een grote orgel-concertreis. Al snel liep dan ook het kerkje volledig vol met de dames en heren geïnteresseerden uit de twee, ondertussen ook aangekomen, autobussen.
Omdat zijn keurig doorgegeven programma jammer genoeg ergens tussen de voegen van de communicatie sukkelde en verloren ging, was een bijzonder nerveuze Peter Maus genoodzaakt zijn voor dit concert uitgekozen werken in hoogst eigen persoon aan te kondigen. Lastig karwei als je dat niet gewend bent... Eenmaal op het hoogzaal aan de speeltafel van z'n instrument voor die dag voelde hij zich duidelijk meer op z'n plaats en een heel stuk comfortabeler, want al spoedig dwarrelden er allerlei prachtige melodieën naar beneden. Spijtig genoeg onthield ik het volledige programma niet, maar Peter startte met het ingetogen feestelijke en bijzonder fraai bij de dag, de ruimte en het instrument passende 'Der Tag, der ist so freundenreich' van Pachelbel, waarna de uitgevoerde werken 
vol kwinkelerende klanken in duizenden kleuren elkaar opvolgden in stijgende lijn, zowel qua intensiteit als qua uitgesproken vreugde, om te eindigen in een orgelimprovisatie van de bovenste plank, waarvoor het instrument links en rechts nog een paar pijpen bijgestoken leek te hebben. Persoonlijk vond ik het applaus een beetje slapjes, Peter's inspanning verdiende meer. Maar misschien ben ik gewoon meer 'vervoering' gewend, hé...
Na het nemen van wat leuke foto's met onze organist-vriend -natuuuuurlijk!- en een kleine geanimeerde meet-and-greet vertrokken de bussen voor het vervolg van de excursie. Peter bleef in de kerk om een aantal begeesterde zielen die zelf de orgelklavieren eens wilden beroeren wegwijs te maken. En wij? Wij kuierden op 't gemakje terug naar daar waar het goed was, naar 't Pastorieke! Eigenlijk hadden we er bij nog meer lekkers van de drankenkaarten -in dit geval een La Trappe, een ijskoffie en een cappucino- willen bespreken wat we met de rest van de dag zouden doen. Maar zo zalig gezeten, in die knusse zeteltjes, daar in die gezellige binnentuin, in al die weidse vredige rust en heerlijke frisse lommerte, en met al die vriendelijke mensen om ons heen, ontnam de sereniteit en harmonie ons elke vorm van inspiratie. Er viel niets meer te bedenken, of toch zeker niets beter... En dat hoefde ook helemaal niet.
We vroegen de kaart met alle lekkere hapjes en ondertussen bestelden de heren allebei alvast een ijsthee van een kaart geheel en volledig gewijd aan een uitzonderlijk brede keuze van deze nooit eerder geziene uitermate verfrissende drank. En over die 'Sisi', die ik, nostalgisch, percé wou drinken, zullen we vermoedelijk nog lang de grapjes mogen aanhoren, vrees ik... 
Met ongelofelijk veel vriendelijkheid en oog voor detail werd onze tafel netjes ontruimd van lege glazen en gedekt voor onze lunch. En toen die met veel zwier voor ons neergezet werd, ontsnapten er aan alle drie onze monden allerlei bewonderend kreten. Het zag er werkelijk prachtig uit, en zo smakelijk, en gul, en zonnig, en... "Wel netjes jullie borden leeg eten, hoor" zei de dame in koksoutfit met een heerlijke giechel en een vette knipoog, "anders moet er afgewassen worden!" Roger en Jef smikkelden en smulden van hun erg originele bord met een soepje en kleine versies van de verschillende speciale broodjes van het huis. En ik kon m'n geluk niet op met dat grote, meer dan overheerlijke speltbroodje met brie, rucola, noten en honing. En, op de koop toe, viel de prijs van al deze heerlijkheden absoluut onder de noemer 'zeer democratisch'. Maar geloof me, wij hadden indien nodig met heel erg veel plezier een enorme berg afwas gedaan voor deze zalige gerechtjes!
Geheel bij toeval ontdekten we dus een ongelofelijk fijn adresje, daar in het verre Neeritter, in die oude geklasseerde pastorie. Een plekje dat eigenlijk op zich al meer dan de moeite waard is om, zoals wij, even 3 uur in de auto te zitten... Doch bij het verlaten van het dorp merkten we verschillende aanduidingen van allerlei toeristische routes op, zowel voor de minder sportieve autoliefhebbers als voor dartele wandelaars en lustige fietsers. En elk van deze routes slingert zich vrolijk zigzaggen over de Belgisch-Nederlandse grens heen en terug. Nog een extra reden om je ook eens -of nóg eens- tot daar te begeven, volgens mij.
"Such a perfect day..." neuriede ik met een zucht van geluk in de auto op weg naar huis. En Roger en Jef waren het er roerend mee eens. Of hoe een ogenschijnlijk doordeweekse dag ergens tussen een kerkje en een pastorie gewoon perfect kan zijn. 💗



vrijdag 29 juni 2018

Kans op een plaatselijke stortbui...

💧"SPLASH! Spletter spletter spletter spletter..." 💧 Het zeer plotse behoorlijk luide gekletter van bakken vallend water deden me verschrikt opspringen van achter m'n computer, waar ik, zo bewegingsloos mogelijk -het enigszins leefbaar zweetniveau handhavend ondanks het broeierig hete middaguur- toch een beetje trachtte te werken. M'n stoel viel om, papieren vlogen in het rond en m'n hart sloeg een paar tellen over terwijl ik me, angstig voor wat eventueel zou komen, haastig doch op m'n hoede naar de woonkamer begaf... Niks te zien! Het gekletter van het vallende water weerklonk nog steeds en ook wat dichterbij. De keuken dan? Nop, ook niks te zien! "Splitsj spletsj splatsj" weerklonk er nog steeds luid. "O, mijn god" dacht ik ontzet, "na die kraan binnen heeft nu zeker het kraantje buiten op het terras het begeven!!!" Zo snel mijn benen me dragen konden spurtte ik zigzaggend tussen de meubeltjes en de planten, en stoof door het opengeschoven grote balkonvenster naar buiten... Niks aan de hand met het kraantje. Wat een enorme opluchting! Amai, oef! 
Maar, die opluchting mengde zich meteen met een licht afgrijzen, want 'k wist in datzelfde moment ook waar die luid kletterende waterval zich neer stortte!...
Mijn terras bevindt zich op de begane grond en boven mij rijzen er nog 14 verdiepingen uit, ook met allemaal terrassen. En met een brandladder, die helemaal van de top van het gebouw tot op de verdieping net boven mijn appartement loopt, om aldaar te eindigen op een metalen luik dat uitsluitend vanop die 1e etage geopend kan worden. (Kwestie van inbrekers niet hoger dan mijn niveau te laten klimmen, hé... Hum. hihi) Als het erg hard regent, verzamelt zich behoorlijk wat water in die schacht en uiteraard stroomt al dat vocht dan langst dat luik op mijn terras. Maar dat was de afgelopen 4,5 jaar, sinds ik hier woon dus, nog nooit met de overvloed en de kracht van wat er nu neer gutste.
De wateruitstorting verminderde gelukkig al snel en in het laatste gedruppel schoof ik zuchtend de totaal verzopen geraniums naar de andere kant van het terras. Één derde van m'n buitenruimte stond blank en jammer genoeg niet alleen met water, maar door het genadeloos neergekletter recht in een heel aantal van m'n potten, ook vol vettige zwarte potgrondmodder. Nadat ik, half over de reling bengelend -auw, m'n nek-, even een blik naar hogere etages had geworpen of ik eventueel een 'schuldige' kon zien -niks natuurlijk- zei ik gelaten tegen mezelf: "Ja, Stinnewis, 't is wat het is, niks aan te doen, begin maar met opkuisen..." Pffft.
En 'k had me letterlijk nog maar juist omgedraaid om een borstel te nemen als 💧"SPLASH! Spletter spletter spletter spletter..." 💧 er opnieuw een zondvloed naar beneden kwam donderen en het modderwater hoog tegen me deed opspatten. Op m'n licht verontwaardigd geroep -"Maar allé! Seg, ik woon hier ook nog, hoor! Hallo! Haaaallooooo!"- naar een of ander onzichtbaar iemand, ergens daarboven, kwam totaal geen reactie. Frustrerend!
Voor alle zekerheid even checken bij concierge Linda. Ge weet maar nooit. Misschien dat er ergens waterwerken aan de gang waren waarover ik de nota gemist had of zo. Maar dat leek me sterk, en het was dus ook niet zo. Samen gingen we wel even vanuit de tuin kijken of er ergens op één of ander terras mogelijk iemand ietwat overdreven waterpret had. En het duurde nog een tijdje voor we de 'dader' te pakken kregen, want wij zagen haar, en zij... zij zag en hoorde ons niet, of toch niet onmiddellijk: mijn bovenbuurvrouw!
Super sympathieke juffrouw, hoor, absoluut, niks over te klagen, maar ze was in al haar enthousiasme en ijver om hun terras eens stevig op te frissen totaal 'vergeten' waar dan al die vele emmers water naar toe liepen... 
Na een massa verontschuldigingen en nog een hoop gegiechel over mijn letterlijke modderfiguur besloten we van de nood een deugd te maken. Één à twee keer per jaar maken wij namelijk samen dat brandtrapluik schoon. Dat verzonken gat verzamelt niet alleen een heel pak rondvliegend afval, wat door m'n bovenburen sowieso al constant opgeruimd wordt, maar ook zand en vuil allerhande blijven er in en op vast kleven. M'n buurvrouw maakt dan de vergrendeling los terwijl ik, bovenop m'n ladder staande, het zware metalen ding aan neem en zachtjes laat open klappen, om het vervolgens een stevige poetsbeurt te geven. Meestal gaat dit rustig en zonder al te veel invloed op de toestand van noch mijn terras noch mijn uiterlijk. Maar in dit geval -u raadt het al- kreeg ik ook 💧"SPLASH!"💧 het laatste restje water en slijk alsnog over me heen. Bon, geen erg, 'k was ondertussen toch al een regelrecht smurriemadammeke, hé. 
Het luik was weer schoon en werd terug netjes gesloten. En mijn terras, dat was nu pas écht herschapen tot een kliederboel vol ondefinieerbare blubber. Muren en ramen vol slibspletters, bloemen en planten onder de drek, overal water en slijk. Oké, als dit dan toch een vochtige, behoorlijk 'spetterende' dag moest zijn, dan kon ik net zo goed nog wel even doorgaan! 💧"Spletter spletter spletter spletter..." 💧 Vol goede moed en geestdrift zette ik meteen al m'n ramen in het sop. En niet alleen langs buiten, de binnenkant kon in één moeite mee, vond ik. M'n terrasmuren kregen een drets-verwijderende poetsbeurt, de besmeurde planten werden opgefrist met een zachte straal uit de tuinslang, en tot slot schepte ik alle modder en afval zo goed als het kon bij elkaar in een grote emmer en spoelde de vloer terug tot een enigszins aanvaardbare staat. Oef, klaar!
Na al deze drassige en natte toestanden ontbrak me wel totaaaaaaaaal de goesting om ook mezelf nog eens uitgebreid schoon te boenen met royaal en omvangrijk gebadder. Dat soort waterpret kon gerust tot morgen wachten. Modder afspoelen en een snel kattenwasje moesten maar volstaan voor ik mezelf, doodop, sloom m'n pyjama in hees en, geradbraakt, voorzichtig in bed liet vallen.
Dus, moraal van het verhaal: als de weerman zegt dat er kans is op een plaatselijke stortbui, dan moet je dat zeker niet licht opnemen. Geloof me, ik kan het weten: zo'n stortbui kan niet alleen heel erg overvloedige neerslag betekenen, ze kan ook zeeeeeeeer plaatselijk zijn! 😉 💧"Spletter spletter spletter spletter..." 💧



donderdag 28 juni 2018

De zee.

Eindelijk weer eens die ene grote liefde gaan bezoeken nadat je ze al een jaar hebt moeten missen, je zou voor minder zenuwachtig worden, hé. M'n vrolijke rode-met-roze-cirkels-en-bloemen jurk hing naast de bijpassende handtas en schoenen netjes gestreken klaar. Alle andere spulletjes die ik dacht nodig te hebben voor de twee uur durende treinreis en de rest van m'n dagje-uit stond al keurig ingepakt in die leuke roze boodschappenmand naast de voordeur, klaar voor vertrek. Nu nog juist één nachtje slapen en... En dat lukte dus niet. Er is natuurlijk altijd een beetje de angst de wekker niet te horen, maar in dit geval lag de schuld van deze woelige en slapeloze nacht vooral bij het onschuldige, maar voor mij zeer betekenisvolle liedje in m'n hoofd. En op zo'n moment plots niet meer verder raken dan die eerste twee lijnen is dan absoluut nefast. Dus, bed uit en opzoeken maar. Voor alle zekerheid schreef ik de tekst volledig over en stopte hem ook bij de mee te nemen spulletjes.
Ondanks een klein houten kopke, wegens het slaaptekort en het niet afhoudende liedje, verliep m'n reis probleemloos en voorspoedig. En op de koop toe was het erg gezellig, dank zij de geweldig aangename babbel met Monique die ik op de trein leerde kennen. Van het eindstation nog even drie haltes met de tram; dan de onstuimige vreugdevolle begroeting met m'n opgetogen glunderende goede vriend en gastheer voor deze dag, Jef; gevolgd door nog één piepklein straatje wandelen en... daar was ze dan eindelijk: de zee!
Ik hou zielsveel van m'n planten-oerwoud, met m'n poezenschatjes er tussen, in de kamers van m'n dierbare flatje en terras,
maar daarnaast heb ik ook absoluut mijn hart aan de zee verpand. En daar was ze weer, voor zo wijd ik, lichtjes naar adem snakkend, kon kijken, langs kilometers plat, effen strand: die o zo geliefde zee. Eindeloos ver strekkend, immer van kleur veranderend, en met behoorlijk stormachtig geweld gekroond door grote witte schuimkoppen in brede golven brekend op het als een biljartlaken zo glad, schijnbaar oneindige zandstrand. Ik kan me niet herinneren haar ooit in zulke onbegrensde fenomenale, en lichtjes overdonderende glorie te hebben gezien.
De rest van de dag zou het me steeds de grootste moeite kosten om er even van weg te kijken, van dit prachtige, spectaculaire zicht. Uiteraard lukte dat niet tijdens die heerlijk lange wandeling op het strand met de voetjes in het verrassend warme water, en, een hele tijd later, de hele weg weer terug op de boulevard natuurlijk ook niet. Tijdens de gezellig babbel bij de koffie in het super aangename appartement op de 8ste verdieping, gezeten aan de grote tafel tegen het van-muur-tot-muur-en-plafond-tot-vloer-uitstrekkende raam met panoramisch en volledig ongehinderd zicht op zee plakte ik als vanzelfsprekend bijna gehypnotiseerd aan het beeld vast. En zelfs in het restaurant, tijdens het overheerlijke verwen-drie-gangen-diner, was het zo goed als onmogelijk even van dat zalige vergezicht weg te blikken: Jef reserveerde ons namelijk een tafel voor twee personen náást elkaar, met in ons blikveld niets anders dan een stukje boulevard, het strand en de zee met hier en daar een zeilbootje, helemaal tot aan de verre horizon. Hoe geweldig is dát!?
En ál die tijd, elke seconde van heel die mooie dag, en al net zo goed als de aantrekkingskracht van het prachtige panorama niet tegen te houden of te negeren, zongen in mijn hoofd opnieuw en opnieuw de strofen van dat ene liedje...
Ik vertelde Jef er over en las hem de tekst voor. En niet echt verrassend was zijn reactie zowat identiek aan mijn gevoel bij deze lyrics: "Dat is het! Dat is het écht! Dat verwoordt exact, maar dan ook écht exáct, wat de zee voor mij betekend! Alsof je de woorden letterlijk, hier en nu, in dit eigenste moment rechtstreeks uit m'n hart en ziel plukt! Ge-wél-dig!" Ook mijn emotie dus, toen ik het lied een aantal jaar geleden tijdens een concertenreeks met uitsluitend muziek van Will Ferdy -want, ja, inderdaad, dit is tekst én muziek van hem- zong. Het paste als op maat gemaakt, meteen aanvoelend als 'van mij persoonlijk', alsof het m'n eigen woorden waren. Terstond verliefd dus, op dit mooie liedje, net zoals Jef op dat moment, daar tegenover me aan de tafel.
En omdat ik sterk vermoed -goh, eigenlijk weet ik het wel zeker, hoor- dat velen onder jullie dezelfde herkenning in deze tekst zullen vinden, dezelfde ontroering, hetzelfde sentiment, dezelfde passie,... en ik mijn kinderlijk blije, onschuldig hartstochtelijke affectie voor die eindeloos prachtige, immer machtige, oneindig boeiende zee zelf niet beter zou kunnen neerschrijven, laat ik hier verder Will Ferdy aan het woord.
Dag zee! En tot de volgende keer, want al duurt het soms lang, ik keer áltijd naar je weer. 💙

De zee
De zee nam mij als kind reeds bij de hand.
Zij was mijn wonder-sprookjesland,
‘t decor van al mijn kinderdromen.
De zee, zij was de toevlucht van mijn jeugd.
‘k Vertrouwde elke pijn en vreugd’
toe aan haar eeuwig gaan en komen.
De zee zag ooit, bij ‘t schijnen van de maan,
mij met mijn eerste liefje gaan
of hoe ik wachtte, ongeduldig.
Wat waren wij toen nog onschuldig,
maar ook gelukkig, bij de zee.
                    De zee heeft ook mijn groot verdriet gegist
                    en zacht de stappen uitgewist
                    van twee verloren mensenkinderen.
                    De zee begreep mijn wanhoop en mijn pijn,
                    mijn angsten en mijn eenzaam-zijn.
                    Bij haar zag ik mijn leed verminderen.
                    De zee heeft mij, na stormen van één nacht,
                    opnieuw de rust teruggebracht,
                    zodat ik weer haar lied kon horen.
                    ‘t Leven werd mooi, zoals tevoren;
                     zoals het eenmaal was aan zee.
 De zee heb ik zo vaak herkend in mij,
met haar steeds wisselend getij,
met al haar stormen en haar vrede.
De zee zal steeds opnieuw mijn toevlucht zijn,
getuige van mijn vreugd’ en pijn,
want elk geheim deel ik haar mede.
De zee, die al mijn liefdes heeft gekend
en hoe mijn lot zich heeft gewend,
in goede en in kwade dagen,
zal nooit mijn liefde zien vervagen.
Ik blijf de minnaar van de zee.
                    Lalalalala...
                    Ik ben de minnaar van de zee.


zaterdag 16 juni 2018

De nobele medemens.

Misschien herinnert u zich nog wel die zeer plotse zondvloed, hier bij mij in huis. En dan herinnert u zich misschien ook wel die ene nobele doch onbekende medemens, die mij zonder veel poespas vol ijver en geestdrift te hulp schoot. (Indien het u niets zegt: lees het hele verhaal gerust eerst even na in het blogje 'Van kurkdroog tot bijna verzopen'.)
'k Had in de weken na heel die historie hier en daar wel eens gepolst of iemand uit het gebouw hem eventueel kende, maar niemand kon mij meer informatie bezorgen en dus werd mijn wens hem nog eens in persoon dank-je-wel te kunnen zeggen noodgedwongen opgeborgen. Als het zo moest zijn, dan zou ik hem ooit nog wel eens opnieuw tegenkomen. Het leven kabbelde -ditmaal zónder wateroverschot- weer verder en ging z'n gewone dagelijkse gangetje.
Een kleine maand later wrong ik mezelf en m'n zwaar met boodschappen beladen fiets door het steeds net iets te smal aanvoelende garagedeurtje. Een dame met ongeveer hetzelfde postuur als het mijne en vergelijkbaar qua leeftijd (vermoed ik), maar met blonde i.p.v. zwarte lokken kwam me door het onwillige poortje achterna, ook op de fiets, en, zoals even later bleek, ook met boodschappen. En toen ik vervolgens, puffend door die loodzware tassen in de hand, de lift in wou stappen, kwam ook zij, zuchtend onder het gewicht van haar eigen inkopen, dezelfde richting uit. Altijd bereid om iemand even te helpen hield ik de lift tegen en breed lachend stapten we samen in. 
Op mijn mededeling dat ik maar één verdieping mee ging omdat ik op het gelijkvloers woon, repliceerde ze meteen met de uitroep "Maar dan zijt gij dat madammeke waarvoor mijn man zoveel water heeft staan scheppen!" Op dat moment kon ik totaal niet inschatten of ze het op een positieve of negatieve manier bedoelde, maar ik kon het uiteraard slechts beamen. En terwijl ik, nog steeds met in elke hand een paar zwaar doorwegende zakken, tegen de ondertussen weer openstaande liftdeur leunde, ontstond er, eerst nog een beetje aftastend van beide kanten, maar al gauw met het warme gevoel van nieuwe vriendschap, een bijzonder gesprekje
Kira, zoals ze heet, vertelde hoe haar man op het moment van mijn grote paniek eigenlijk onderweg was naar de sportschool, toen hij, zonder er ook maar één seconde over te twijfelen, besloot in plaats daarvan een medemens in nood te helpen. Toch heel normaal volgens haar, en volgens hem, maar ik blijf het toch ontzettend bijzonder vinden, hoor, zoveel altruïsme. Het sporten is er die dag trouwens niet meer van gekomen: toen hij zoveel tijd later drijfnat en doodop mijn enigszins droog geveegde appartement verliet, had zijn zwakke rug het finaal begeven. De rest van die week bracht hij dan ook totaal gevloerd plat op de sofa door... En die grootse dankbaarheid die ik zo graag wou uiten vermengde zich met een uit de kluiten gewassen schuldgevoel. Eindeloos gesukkel met een immer pijnlijke rug, daar weet ik immers álles van, hé... Haar man werd er in mijn ogen alleen maar een grotere held door.
In een poging vanuit het diepst van m'n hart nogmaals m'n enorme, ondertussen zo mogelijk nog grotere, dankbaarheid te verwoorden, vertelde ik haar van het blogje dat ik schreef over die verschrikkelijk waterige historie en al die onbaatzuchtige hulp van haar man. En uiteraard legde ik meteen ook met alle mogelijke bewegwijzeringen uit waar op 't internet ze, indien ze dat zou wensen uiteraard, het hele verhaal kon terugvinden en nalezen. Met m'n welgemeend "kom gerust eens een keertje koffie of thee bij me drinken" namen we afscheid. Het gewicht van de boodschappentassen schreeuwde ons allebei toe dat het hoog tijd was om weer verder te gaan, ik naar het gelijkvloers, zij naar het 14e, de allerhoogste verdieping in het gebouw. (En zoiets vind ik dan natuurlijk weer een bijzonder leuk detail... 😊)
Een paar dagen later rolde er een vriendschapsverzoek van Facebook bij me binnen: daar was Kira weer! Helemaal blij me te hebben gevonden, wreed content het blogje gelezen te hebben én op de koop toe fijn verrast dat ik een zangeres bleek te zijn. Want -hoe klein is de wereld!- ook haar man zong geweldig graag! "Als 'amateurke' weliswaar", voegde ze er nog aan toe. En in alle eerlijkheid: dat vind ik voor geen meter kloppen, want zo zwaar onder de indruk als zij van mijn filmpjes op YouTube waren -ook al is wat ik zing in de verste verten niet hun smaak-, ik vond zijn opnames minstens even imposant! En meteen een geweldige kennismaking met een genre dat ik niet echt ken: de 'gipsy' muziek. 
Kira's echtgenoot, Inan genaamd, in het dagdagelijkse leven luisterend naar Beni, is afkomstig uit Macedonië en een volbloed zigeuner, dus vermoedelijk heeft hij die muziek met de paplepel mee naar binnen gekregen. Het zingen, en het zichzelf daarbij begeleiden op de gitaar, het komt allemaal recht uit het diepste van z'n ziel, en dat hoor je ook, vind ik. Beluister het gerust even zelf! Dit is bijvoorbeeld een erg mooi nummer: 'A Sada Idi Idi'. Of bekijk meteen gewoon álles van 'Gipsy Inan', 't is veel, maar zeker de moeite waard.
U kunt het zich uiteraard al voorstellen dat het niet lang geduurd heeft voor Kira, met een doos overheerlijke -echt véél te lekker- baklava en gezellig huiselijk op haar sletsen, inderdaad bij mij op de thee kwam. Fijn contact met een toffe buurvrouw, en dan nog wel onder 't zelfde dak, da's toch gewoon schitterend, niet dan? Uren hebben we zitten kletsen. Over onze beide levens, over de verschillende lichamelijke kwaaltjes en kwalen, over werken en niet werken, over scheidingen en huwelijken, over de families en ook -al heb ik over dit laatste natuurlijk bijzonder weinig te vertellen- over de kinderen... 
Maar wat me vooral zal bijblijven uit die allereerste rettepetet-namiddag met Kira is hoe zij al 17 jaar samen is met deze man, met een zo totáál verschillende origine dan de hare, en zij beiden door de jaren heen vooral respect voor elkaars 'anders zijn' opgebouwd hebben. De grote diversiteit, die de mix van hun beider culturen meebrengt, wordt door hen allebei bijzonder gewaardeerd. Zoals overal zal het ook bij hen zeker niet altijd rozengeur en maneschijn zijn, maar de sterktes uit de twee achtergronden vonden op de één of andere manier een mooi evenwicht, ze vulden elkaar aan en vormen zo absolute pluspunten in dit huwelijk. Hun familieleden echter zijn niet allemaal even gelukkig met deze buitengewone relatie -da's zelfs een serieus 'understatement' als ik het goed begrijp- en dat is jammer. Ze weten niet wat ze missen, hé. Voor wat het waard is: ik, ik persoonlijk, ik kan het alleen maar on-ge-lo-fe-lijk prachtig vinden!
Wel, eind goed al goed, zeggen ze: die nobele onbekende held heeft dus een naam gekregen, ik heb hem kunnen bedanken voor z'n edelmoedige en belangeloze noeste inzet, en in één en dezelfde beweging leerde ik niet één, maar zelfs twéé nieuwe en geweldig boeiende mensen kennen. 
Hoe fantastisch fascinerend en verrassend zit onze levensweg toch in elkaar: achter elke bocht wachten er weer nieuwe, meestal totaal onvoorspelbare wendingen om ons te verbazen en te verwonderen. Wie weet welke avonturen ons nog te wachten staan, hé, Kira en Beni... 😉








woensdag 6 juni 2018

En Kristina maakt een boek.

U herinnert het zich zeker en vast nog: een paar maanden geleden kon je de televisie niet aanzetten of geen krantje openslaan zonder gebombardeerd te worden met reclame en informatie rond het tv-programma en de daarbij aansluitende grote show in de Lotto-arena 'Karen maakt een plaat'. Werkelijk een enorm bombastisch en niet te negeren mediacircus. Alsof er nog nooit eerder in de geschiedenis der mensheid iemand een plaat gemaakt had... 
En elke keer er met veel bravoure aangekondigd werd dat Karen een plaat zou maken, beantwoordde ik de televisie luidop met minstens evenveel panache en de bijhorende brede handgebaren: "En Kristína maakt een boék!!!" Ik veronderstel dat het u niet al te veel moeite kost om me dat in uw verbeelding daadwerkelijk te zién doen... 😉 
Maar, hoe zot het er ook uit gezien zal hebben, het was absoluut de volledige waarheid, want in exact diezelfde periode maakte ik inderdaad een boek. Uiteraard met het volle besef dat er ontelbaar vele individuen in de geschiedenis van diezelfde mensheid ook boeken gemaakt hebben, met mogelijk in zoveel opzichten boeiendere literatuur, durf ik toch, zij het met enige bescheidenheid en voorzichtigheid, te opperen dat mijn 'boek-maken' wel eens minstens even leuke -wie weet zelfs veel leukere- televisie had kunnen geweest zijn... Dus schets ik u bij deze graag een paar mogelijke afleveringen van het nooit gemaakte tv-programma 'Kristina maakt een boek'.
Natuuuuurlijk verfilmen we het gesprek met mijn moeder, die zich bij mijn voornemen een boek te maken bijna voorspelbaar laat ontvallen "Wat? Alwéér!? En ge hebt al die vorige boeken nog niet eens allemaal verkocht!" Waarop ik haar geduldig uitleg dat er een groot verschil is tussen een boek schrijven en een boek maken. Mijn eigen boeken schrijf ik eerst helemaal, en zelf, uiteraard, en 'k maak er daarna, ook helemaal op eigen houtje -en dus zonder er mee naar een gespecialiseerde drukkerij of uitgeverij te gaan-, een tastbaar en verkoopbaar boek van. In dit geval echter diende ik slechts als 'verwerker' van iemand anders schrijfsels, en fabriceerde ik van een uitgetypte bundeling van losse verhaaltjes een gezellig en heel persoonlijk drukwerkje. "En waarom?" wil ons moe weten. Tja... Goeie vraag eigenlijk. Heu, gewoon, omdat de schrijfster in kwestie zoiets zelf niet kan; mijn boeken en hun layout geweldig vindt; en ik erg graag met zulk soort computergepruts bezig ben. "En da's vermoedelijk ook weer 'vrijwilligerswerk', niet?" polste ze meteen, "Ge gaat weer uren, dagen, maanden gratis en voor niks werken zeker..." Waarna ze zich gegarandeerd met een zucht naar de camera richt om de kijkers achter de buis mede te delen: "Ach ja, ze zal het ook nooit leren, hé. Altijd maar weer al die talenten en gaven voor 't voordeel van zowat iedereen anders gebruiken, en láten gebruiken. En zelf heeft ze gene nagel om aan haar gat te krabben!..." Plezierige televisie verzekerd! Niet dan? hihihi
Sowieso kunnen ook wij verschillende afleveringen vullen met de commentaren van vrienden, fans en familie. Ik hoor ze zo al vertellen over m'n ongelofelijke creativiteit. Een aantal fervente fans en enthousiaste lezers van mijn eigen verhaaltjes in mijn blog en de twee reeds uitgegeven boeken wijkt dan vermoedelijk vollédig af in die richting, vrees ik. 
Men gaat zeker en vast stoefen over m'n 'computer-kunnen', en 'dat dat állemaal van onze va komt', en 'dat die nu van fierheid nogal zou zitten blinken, zenne!' Dingen die vast ook uitgebreid aan bod zullen komen, zijn 'dat ons Kristina wreed goed bezig is' en 'zeker nu met die depressie en zo hiermee tenminste een beetje afleiding heeft'. Allicht vallen er toch wel een aantal uit de lucht en geven dan een totaal ongeïnteresseerde reactie van "Ha? Allé vooruit, z' heeft dus alwéér één van die halvegare projecten van haar op poten gezet..." En tot slot kunt ge er donder op zeggen dat er gegarandeerd een paar sympathieke onnozelaars aan het woord komen waarvoor ik, uitsluitend aan dezelfde 'gratis' voorwaarden uiteraard, 'ook wel eens een boek mag maken'...
Een hele plezante episode uit 'Kristina maakt een boek' zou die zijn waarin de schrijfster in kwestie, vriendin Marie-José, naast mij aan de computer zit, om, samen met mij, een heel aantal beslissingen qua layout te maken. Aangezien het niet mijn boek is wil ik natuurlijk graag uitzoeken wat zij zelf voor de uitgave van haar cursiefjes wenst. Het is niet omdat ik iets mooi vind dat het ook een ander zijn voorkeur wegdraagt, hé. En voor iemand die ab-so-luuuuuut niets, maar dan ook écht niéts van computers en hun eindeloze mogelijkheden kent, heeft mijn razendsnelle voorschotelen van die vele duizenden keuzes qua kleuren, lettertypes, bladspiegel, schikking, afmetingen enz. enz. enz... al gauw iets weg van net niet echt griezelig maar toch..., sowieso wreed imposante en nooit eerder geziene tovenarij. "Kiest gij maar", stamelde de lieve dame in eerste instantie, totaal overdonderd en bijzonder zwaar onder de indruk. Maar door de keuzes een heel stuk te beperken zijn we er toch uitgeraakt, hoor, en geloof me: ze is fantastisch tevreden met het resultaat!
Toch minstens één aflevering zou er gewijd mogen worden aan de enorme krachtinspanning van het maandenlang ganse dagen, vaak tot diep in de nacht, niet aflatende computerknoeften, het ene moment met al wat meer energie dan het andere, meestal uitermate content met m'n werk, doch opvallend vaak stevig begeleid door continue gevloek en onophoudelijk gezucht. Let wel, ik heb mij wreed goed geamuseerd al die tijd, versta mij vooral niet verkeerd, maar zo achteraf gezien was het misschien toch niet zo'n goed idee om die uitgetypte versie los te maken en in te scannen, en de tekstblokken daarna met geduldig knip- en plakwerk -op zich al meer dan reden genoeg tot frustratie- alles manipuleerbaar in een werkzaam 'Word' document te krijgen. Zo'n scanprogramma herkent slechts 'tekens', géén woorden en zéker geen zinnen, met als resultaat dus een volledig onleesbaar gekribbel en gebrabbel. Elk woord, elk punt, elke komma, alles, absoluut álles moet minuscuul, teken per teken, gecontroleerd worden, honderden bladzijden vol. Ik ging er op zeker moment afschuwelijk scheel van kijken, echt verschrikkelijk. Ergernis dus, genoeg om de computer door het venster te keilen. Volgens mij heb ik Marie-José's boek minstens tweehonderd keer volledig gelezen! Ik kan elk cursiefje zowat klakkeloos van buiten opzeggen, denk ik. En dan -aaaaargh!- dat volstrekt ongewenst en vaak verschietachtig plots verschuiven van tekstblokken, alinea-verdelende figuurtjes en paginanummers. Frustratie! Om je haren bij uit te trekken!... Allé, u begrijpt meteen het gevloek iets beter, veronderstel ik. 😀
En ja, 'k weet het: 't was vermoedelijk veel sneller klaar geweest als ik al die verhaaltjes simpelweg opnieuw 'manueel' ingetikt had. Niks aan te doen, dat onthouden we dan maar voor de volgende keer. Alweer wat geleerd, hé! 
Zeker ook één of meer episodes mochten er gewijd worden aan de geweldige gesprekken met Roger, woordkunstenaar en goede vriend. Roger doet al een hele tijd de definitieve correctie van al mijn openbare publicaties en is daar echt razend snel en uitmuntend in, dus ging er in dit geval eveneens een kladversie zijn richting uit. Te zien aan de buitengewoon talrijke rode markeringen op elke bladzijde heeft ook hij wreed gezweet op dit manuscript. Die balpen is gegarandeerd aan vervanging toe. En ik, ik mocht dus nógmaals met een vergrootglas het hele document doorworstelen om ook al déze verbeteringen aan te brengen. 
Het meer intellectuele televisiekijkend publiek zou gesnoept hebben van onze gezellige maar oeverloze discussies over de wetten der Nederlandse taal en hun al dan niet terechte toepassing op de cursiefjes van Marie-José. Want, waar trek je de lijn, hé? Wanneer kom je bijvoorbeeld wel, of juist niét, tussen in het correct vormen van een bepaalde zin. Heeft de auteur goed geweten z'n voeten geveegd aan de geplogenheden om iets in de juiste emotie weer te kunnen geven -zoals ik dat inderdaad heel erg vaak met veel verve doe-? Is het een kwestie van neergeschreven spreektaal, en laat je dat dan zo -zoals ook regelmatig bij mij- of pas je dat dan aan? Is het een moment van onwetendheid van de penvoerder geweest, of een onoplettendheidje bij het overtypen?... Logischerwijs weten Roger en ik dat heel precies wat betreft onze eigen schrijfsels, maar met het werk van onze vriendin bleef dat voor ons toch een beetje gokken. Flagrante schrijffouten werden genadeloos verwijderd, dat spreekt voor zich. En over al het andere hebben we stevig wat uurtjes vol wijsheid, hilariteit en koffie weggeredeneerd. Maar aangezien dat voor ons sowieso een geliefd tijdverdrijf is: zálig! Zeker geen verspilde tijd dus. Én ik heb links en rechts voor mezelf ook nog wat opgestoken. Super, toch!?
Tja, een boek schrijven is niet voor iedereen vanzelfsprekend, maar een boek máken is absoluut ook geen peulenschil, hoor, geloof me! Al heb ik het af en toe grondig verwenst, 'k heb er beslist ook dik van genoten om er mee bezig te zijn. En aan 't eind van die vele lange dagen, onmetelijk opgelucht dat het éin-de-lijk helemaal klaar was, maakte het fraaie eindresultaat me zo mogelijk nog veel gelukkiger. 
Over een maandje of twee, drie doe ik dit allemaal -heel de reutemeteut van gezucht en gevloek, van gepalaver over taalregels, van eindeloos prutsen aan layout details- nog eens op m'n gemakje opnieuw, maar dan voor mezelf, voor m'n volgende boek, zodat dat de derde editie van 'Kristina vertelt' op tijd klaar raakt om bij jullie onder de kerstboom te liggen.
Een mens doet zichzelf soms wat aan, hé, maar geef toe dat Kristina die een boek maakt geweldig goeie televisie zou kunnen geweest zijn. Of toch minstens even boeiend als Karen die een plaat maakt... 😉


EXTRA NOTA.
Eigenlijk had ik dit verhaal al eerder willen schrijven. 't Was er gewoon nog niet van gekomen en daardoor raakte het een beetje in een vergeethoekje. Maar omdat ik Marie-José in het ziekenhuis bezocht, waar ze revalideert na een operatie aan haar heupgewricht, en we het nog over haar boek hadden, vond ik de tijd opnieuw ideaal om al m'n bedenkingen weer van onder het stof te halen. 
Ondertussen is het boek van Marie-José Thys-Matheyssen -zo heet ze voluit- met de titel 'De Kleine dingen van het leven, M.J.'s cursiefjes' in een kleine oplage gedrukt -hoofdzakelijk voor 'persoonlijk' gebruik, niet openbaar verkrijgbaar dus (voor wie het zich afvroeg)- en bij haar afgeleverd. De familie, vrienden en kennissen die een exemplaar ontvingen zijn allemaal ontzettend enthousiast vertelde ze mij, en niet alleen over de inhoud, maar zeer zeker ook over de uiteindelijke layout -mijn werk dus- waar ze zelf nog steeds geweldig blij mee is. M.J.-ke, zoals men haar ook liefdevol placht te noemen, kan niet nóg meer blinken van trots op háár boek. Net zoals ze blijft overlopen van dankbaarheid naar mij toe. 
En voor die twee dingen, daar doe ik het natuurlijk allemaal voor, hé. 😊










dinsdag 22 mei 2018

Prinses op de erwt? Nee, toch niet.

Kent u het sprookje 'De prinses op de erwt'? Daar moest ik de laatste tijd vaak een beetje giechelend aan denken... En, uiteraard leg ik u met veel plezier even uit waarom!
Zelfs in dat zachte roze bed van mij, onder het als verse sneeuw krakende hemelse dekbed en omringt door de stapels heerlijke kussens en knuffelzalige dekentjes, zelfs daarin draait men zich in z'n slaap wel eens om. En normaal gezien word ik daar niet echt wakker van... tot een paar weken geleden. 
Lichtjes gewekt door pijn in m'n nek -vermoedelijk weer in een ietwat foute houding gelegen- draaide ik me wat ongelukkig zuchtend en brommend tussen de warme lakens om, onderwijl kussens opkloppend, dekbed herschikkend, lakens flapperend, intensief op zoek naar de ideale houding. En toen die eindelijk weer gevonden was en ik nog even een been verlegde in de hoop ook die broekspijp van m'n pyjama uit de knoop te wriemelen, porde er iets vreemds en hards van onder me in m'n dijbeen. Raar. Wat zou dat nu weer zijn?
Veel te moe en te slaperig om het licht aan te doen en eventueel ook uit 't bed te stappen, tastte ik in het duister van de kamer en de nacht op goed geluk even rond in de veel te overvloedig golving van die enorme berg textiel die me omgaf, in de hoop dat bed-vreemde ding te kunnen opduikelen. Maar helaas. Door m'n gewoel moet het zich met de rest van de klamme lappen verplaatst hebben, want er liet zich niets meer vinden. Bon, als er mij niks meer pookte, lag er mij ook niets meer in de weg om, na nog wat gedraai en gewriemel natuurlijk, eindelijk weer lekker verder te maffen.
En over wat er zich eventueel bij me in m'n bed bevond, daarover zou ik m'n hersenen later wel eens pijnigen. Zo een grote harige spin, zoals ik er in de herfst altijd wel eens een paar o.a. richting slaapkamer zie sprinten, kon het niet geweest zijn, want mijn gewicht had daar zonder twijfel meteen moes van gemaakt. Muggen? Veel te klein voor wat ik voelde. Eén van de poezen misschien? Een staart of een pootje? Mogelijk, want die kruipen geregeld bij me in bed. Maar dan had er met zekerheid onmiddellijk iemand ontzettend wijd z'n keel open gezet en mij vermoedelijk ook met paar welgemikte halen van een stel wreed scherpe klauwen niet mis te verstaan terechtgewezen. Een steen of iets gelijkaardigs -bedenk maar wat- zou door z'n zwaarte zeker op z'n plek zijn blijven liggen bij mijn tastend rondscharrellen. Trouwens, een steen kruipt -bij mijn weten toch niet- niet eventjes snel zelf onder één of ander dekbed, hé... En een bij mij in bed gedropte, doch onopgemerkte voetbal van Pompon -dag of nacht, maakt niet uit: spelen, nu!-, meestal met een overdosis voldoening en bakken enthousiasme eerst uitgebreid besabbeld, die had me hooguit in alle zachtheid een onopvallend vochtig plekje aan de zijkant van m'n broekspijp bezorgd.
Als u nu voor 't begin van m'n verhaaltje, of ondertussen, al even, stiekem of goed geweten, een glimp van het bij dit verhaal horende plaatje opving, dan hebt u zeker al een vermoeden van het vervolg, maar sta mij toe het u toch nog te vertellen.
Bij het ontwaken was ik eerlijk gezegd het nachtelijke voorval al weer vergeten. Maar na een kopje koffie en met een frisser hoofd, bij het opmaken van het bed; als al die vele kussens weer netjes opgeklopt worden, de massa dekentjes keurig opgevouwen, de geluchte lakens strakgetrokken en het enorme, 's morgens o zo platte dekbed door het met grootse gebaren energiek op en neer flappen weer een luchtige lichte hemelse donswolk wordt; bij dat bed-opmaken zag ik hem meteen liggen. Hij stak namelijk behoorlijk donker af tegen al dat roze en vooral tegen het uitzonderlijk eens niet roze, maar witte hoeslaken: een kleine grijze speelgoedmuis! En die zijn verdorie hard, die mini-namaakmuisjes, eigendom van mijn twee viervoetige huisgenoten, echt keihard, geloof me!...
Die nacht had ik dus blijkbaar niet het sprookje van de prinses op de erwt gespeeld, maar wel dat van de prinses op de múis! (gniffel gniffel) Mysterie opgelost. Of toch al half, want hoe was die muis daar dan diep in heel die berg bedtextiel terecht gekomen?!
Op die vraag kwam al snel ook een antwoord. En nee, Pompon had zich niet van 'voetbal' vergist, hoor. Onmiddellijk, echt binnen de seconde, nadat ik de muis in kwestie met een stevige zwier vrolijk door de steeds openstaande slaapkamerdeur richting halletje gemikt had, werd hij mij teruggebracht door super snelle Poekie, helemaal trots op zichzelf. Hij deponeerde het grijze dingetje triomfantelijk voor me op het witte hoeslaken neer en liet me met een serieuze lading kopjes weten dat dit een kadootje voor me was! Poekie apporteert heel erg graag en is daar ook bijzonder goed in, maar dit betekende duidelijk iets helemaal anders voor hem. En toen ik dat erkende en hem er met veel liefde voor bedankte, ging hij meteen vol ijver en geestdrift in alle mogelijke poezenspeelgoedverzamelplekjes van dit huis, en dat zijn er nogal wat, uitgebreid op zoek naar nog meer van diezelfde muisjes!...  
Nu word ik dus regelmatig wakker in een bed dat niet alleen vol kussens en ander beddengoed in alle mogelijke tinten roze ligt, maar dat naast die reeds gekende enigszins vochtige mini-voetballen ook ruim voorzien is van keiharde kleine grijze muisjes.
Een prinses op een erwt blijk ik dus helaas, of gelukkig -dat laat ik in het midden- niet te zijn, maar ik kan je wel met zekerheid vertellen dat, met Poekie als onbetwiste en vermoedelijk niet meer bij te benen koploper, die twee Pluizige Prinsjes hier in huis echt wel ontzettend veel van me houden! ❤️😊



zondag 13 mei 2018

Tot ziens, lieve Erna!

Het ene verhaal schrijft zich al wat makkelijker dan het andere, en soms duurt het dan ook wat langer om het te verwoorden... Daarom neem ik jullie in dit geval graag even mee, terug in de tijd, naar dinsdag 1 mei, twee weken geleden.
Met de grote auto, achterbank plat, boordevol zakken en dozen met prachtige nieuwe planten in allerlei vormen en maten, met en zonder bloemen, voor zowel binnen als buiten; een behoorlijke hoeveelheid extra bloempotten en -bakken; grote stijlvolle 'Engelse' hangmanden ter vervanging van die totaal verduurde witte plastieken hangpotjes; en op de koop toe nog wat bijkomende klimrekken voor bijvoorbeeld die vele clematissoorten, reden mijn beste vriendin Ingrid en ik meer dan tevreden en voldaan terug naar huis. Voor mijn doen had ik afschuwelijk veel geld uitgegeven, maar gelukkig kwam het grootste deel van dat bedrag van Ecocheques die anders half juni toch maar zouden vervallen. En niet alles in de wagen moest z'n weg naar mijn terras vinden, Ingrid had zich namelijk ook een beetje laten gaan, enthousiast als ze was over de ontdekking van dat voor haar tot nu toe totaal onbekend reusachtige tuincentrum.
We hadden een uitzonderlijk gezellige voormiddag gehad, zo met z'n tweetjes, met -uiteraard- oeverloos gebabbel, ongegeneerd gelach en zalig ongezouten meningen, en toch... toch hing er een dubbel gevoel voor mij over heen. Tuuuurlijk vind ik het ronduit zálig om nog eens zo een enorme vracht groen te kopen. Daar moet je absoluut niet aan twijfelen, amai nog ni, daar geniet ik áltijd van. Maar dat deze levende lading ter vervanging van al dat gekoesterde doch afgelopen winter doodgevroren moois moest dienen... 't Blijft toch een beetje bitterzoet...
Maar niet alleen dat woog op me door, ook het intens beleven van die super fijne vriendschap maakte me emotioneel. Niet om Ingrid, en ook niet die fijne voormiddag, doch om wat ik zou gaan doen die namiddag...
Vele jaren geleden, toen ik in het EWT-theater nog een veel geziene gast was, leerde ik daar Swakke kennen: een soort enorme knuffelbeer met een fenomenale snor en altijd onmetelijk enthousiast mij te zien en eens goed tegen zijn gilet te kunnen trekken. Zijn echtgenote Erna, die er natuurlijk ook altijd bij was, bleef dan wat op de achtergrond staan en liet hem maar doen. Er zat immers geen greintje kwaad in, in de Swa, en ze kende hem door en door.
Die alles overdonderende geestdrift van Swakke heeft er echter voor gezorgd dat het lang, veel te lang eigenlijk, geduurd heeft voor Erna en ik elkaar ook wat leerden kennen. Vier jaar geleden werden we 'vrienden' op Facebook, en een dik jaar geleden bracht mijn eerste boek ons in levende lijve samen, want uiteraard moest en zou Swa die eerste uitgave van mij ook bezitten, en zij kwam het kleinood bij me ophalen omdat Swakkes gezondheid toen nogal kwakkelde. Er volgden nog wat heel meer bezoekjes o.a. toen ik kon helpen met een tegenspartelende laptop. En vooral met het terugvinden en veilig stellen van de vele, door haar verloren gewaande foto's van al haar o zo geliefde poezen maakte ik haar bijzonder gelukkig. En zo ontstond bij menige gezellige namiddag met een lekkere tas koffie en uiteraard een brede waaier aan poezenverhalen een zeer gewaardeerde fijne vriendschap.

Onze gesprekken gingen evenwel niet altijd over vrolijke dingen. Erna vertelde me ook over haar bijzonder moedige strijd met kanker, over de grote en kleine overwinningen en spijtig genoeg ook over de nederlagen. Maar wat er ook met haar gebeurde, volgens mij ontmoette ik nooit eerder iemand die zó optimistisch en zó positief met de dingen des levens om ging. Daar kon zelfs ik nog een lesje van leren, echt waar, ongelofelijk sterk.
In december stuurde ze me, naast nieuwjaarswensen, een bericht i.v.m. m'n tweede boek. Of ik het voor haar opzij wou houden, ze zou het in januari komen oppikken. Pas begin februari, bij m'n verjaardag, kwam er weer een bericht. Met wensen natuurlijk, maar ook met de boodschap dat men met chemo gestopt was omdat het niet aansloeg deze keer. Er werd overgestapt op een heel pak pillen voor elke dag. En -ja, ik weet hoe gek dit klinkt- ik maakte mij daar geen zorgen over, helemaal niet. Tijdens onze laatste ontmoeting in persoon, in november, en ook nu weer, sprak ze over haar ziek zijn met zulk een buitengewoon positivisme en een zodanige levenslust en levenskracht, dat absoluut niets, maar dan ook niéts in mij ook maar één seconde bedacht dat we het hier mogelijk over een levensbedreigende situatie hadden, over wellicht het begin van het einde... Ik vind dat nog altijd ontzettend vreemd. Alsof mijn geest nooit de werkelijke diepgang van heel het verhaal registreerde, maar simpelweg -en ergens misschien ook tegen beter weten in- een zijsprong gemaakt had, naar een andere wereld, eentje zonder ziekte of pijn, en al helemaal zonder dood. Hoe het ook zij, het is 'slechts' onomstotelijk bewijs van Erna's grenzeloze, alles overwinnende optimisme en onmetelijk positieve uitstraling. 
En toen bleef het stil. Er gingen een paar maanden voorbij, het boek lag hier nog steeds, en op mijn berichtjes kwam geen antwoord meer. En ja, achteraf is het makkelijk gezegd van 'had ik maar', maar als je zelf een leger aan demonen bevecht gaat tijd ongezien voorbij en sta je soms, spijtig genoeg, niet stil bij die volledige afwezigheid van elk teken van leven...
Op zondag 29 april ging de telefoon. Annie, al vele decennia lang de allerbeste vriendin van Erna, en via het EWT en Facebook ook een kennis van mij, nam contact met me op in opdracht van Swakke. Of z'n boek er nog was en hoe dat eens tot bij hem zou geraken... En nog voor ik me kon bedenken hoe vreemd dit wel was, vertelde ze me er naadloos achteraan -en veel uitgebreider dan wat ik nu neerschrijf, doch ik vat het even voor u samen- dat Erna de week daarvoor thuis viel, waarna de ambulance haar naar de spoed bracht, en dat het van dat moment zo snel bergaf met haar ging dat ze die dag -die zondag waarop ik Annie sprak dus- reeds naar de palliatieve afdeling overgebracht was. M'n brein, dat tot op dat moment nog steeds als op automatische piloot op 'alles oké en onder controle' draaide, moest plots een enorme inhaalbeweging maken, en nog voor ik het goed en wel zelf besefte, had ik op Annie's plan om Erna te gaan bezoeken heel beslist gezegd "Ik ga met je mee!".
En zo trokken Annie en ik dus die dinsdagnamiddag 1 mei, na die ochtend uitgebreid planten-shoppen met Ingrid, als elkaars emotionele ondersteuning richting ziekenhuis, om afscheid te nemen van onze lieve vriendin. En het boek voor Swa ging ook mee.
In de verrassend gezellige kamer vonden we een totaal uitgeput lichaam terug, mager en letterlijk doodmoe van de voortdurende strijd, zo goed als volledig overgenomen door de woekerende boosaardige cellen, maar door de totale afwezigheid van gelijk welk medische apparaat -niet één draad, slangetje of 'blieb' te bekennen, zelfs geen piepklein baxtertje of zo- zag het er toch allemaal heel vredig uit, en 't belangrijkste van al... het was nog steeds onze Erna! Ze kon helemaal niet meer praten, doch zodra ze ons zag klaarde meteen heel haar gezicht op en haar nog steeds twinkelende ogen maakten ons haar blijdschap meer dan duidelijk. Volgens mij deed ons dat allebei even zuchten van opluchting, mij en Annie. Onze Erna, ze was er nog steeds!
We hebben over van alles en niets gepraat, en met Swakke honderd-en-één herinneringen opgehaald. Erna ging tussen de korte momenten van bewust aanwezig zijn heen en weer naar een heel ver dromenland en ondertussen werd er in de kamer geweend en gelachen. "Ik ga een blogje over jou schrijven" beloofde ik haar met een guitige lach en haar ogen keken me speels streng aan met een blik van "Seg, dat kunt ge laten, hoor, zot model! Wat valt er nu in godsnaam over mij te schrijven?!", terwijl Swakke alvast dolenthousiast het boek waarin dat verhaal zou verschijnen bestelde... Tja, nog even geduld dan, want dat zal dus pas in boek nummer 5 zijn, vrees ik.
Geen idee hoe lang we bij Erna en Swa op bezoek geweest zijn, daar in de palliatieve afdeling, maar na afloop waren zowel Annie als ik hoogdringend aan koffie of zo iets toe, Annie vermoedelijk nog een stuk meer dan ik. Hoe zou je zelf zijn als het om jouw allerbeste vriendin ging? Daar had ik, heel die gezellige voormiddag met Ingrid, ook al over lopen nadenken. Mensen die belangrijk voor je zijn, je moet ze echt koesteren, elke dag, zelfs elke minuut van je leven, en elkaar opzoeken, samen dingen doen, en ze vooral vertellen dat je ze graag ziet... want voor je het weet zijn ze er niet meer. 
Nog lang zaten Annie en ik over de dingen des levens na te praten in het verder totaal lege cafetaria. Heel blij dat ik er ook voor haar kon en mocht zijn, heeft die babbel en het feit dat we dit samen deelden mij misschien nog zoveel meer deugd gedaan. 
Afgelopen dinsdag 8 mei, exact een week na ons bezoek, ontving ik rond 15u30 op mijn gsm een heel eenvoudig berichtje: "Ons meisje is niet meer. Overleden om 15u." Meer hoefde er ook niet gezegd. Met haar geliefde echtgenoot en zoon bij zich in de kamer had ze, volledig onopgemerkt, in alle rust en vrede, eenvoudig zoals ze was, heel stilletjes het tijdelijke voor het eeuwig gewisseld.
Morgennamiddag nemen we officieel afscheid van Erna. En nee, ik hoef niets te zingen, Swakke vind het allemaal zo al triest genoeg. 
Voor mijn gevoel nemen we slechts afscheid van het omhulsel waarin we Erna altijd gekend hebben, en waarvan de aanwezigheid en de aanraking uiteraard gemist zal worden. De herinnering aan Erna zullen we echter voor altijd koesteren en ik prijs me oprecht gelukkig dat ik, hoe ontzettend kort het ook was, haar mocht kennen, als die hele lieve vrouw met een bijzondere dosis optimisme en een onuitputtelijke levensvreugde, iemand om als voorbeeld nog lang in m'n hart mee te dragen.
Ik heb dan ook bewust geen 'afscheid' van haar genomen. Toen ik me bij het einde van ons bezoek over Erna boog om haar nog een dikke zoen en zachte knuffel te geven, zei ik met een warme hart en een innige glimlach: "Tot ziens, lieve Erna!" En haar ogen lachten me stralend terug: "Afgesproken!" 💜



dinsdag 8 mei 2018

Tok, tok, tok, wie klopt er daar?

Al wekenlang was het duidelijk via allerlei kanalen aangekondigd: vandaag zouden wij hier in het gebouw een hele voormiddag, eventueel iets langer zelfs, volledig zonder elektriciteit zitten. En eigenlijk sta je daar niet echt bij stil, wat er allemaal niet kan als er geen stroom is. Dat ik vanochtend geen wasmachine kon aanzetten, en met een borstel i.p.v. de stofzuiger de vloer zou vegen, daar had ik op voorhand aan gedacht. Maar dat ik m'n dag zonder koffie en een boterhammeke (rechtstreeks uit het vriesvak in de toaster, elke morgen) zou moeten starten... Totaal over het hoofd gezien! En 't is best wel onhandig om zonder licht naar de WC te gaan, vind ik. Alles in 't donker op den tast dus. De extra stille stilte, zo zonder de normale lift-, voordeur- en vaak niet te definiëren andere huishoudapparaatgeluiden, deed me in eerste instantie nog eens een keertje extra omdraaien in m'n bed, maar ik had met mezelf afgesproken dat, nu er toch niets huishoudelijk gedaan kon worden, het terras verder aangepakt werd vandaag. Zo zonder koffie kwam ik niet echt met geweldige snelheid en bakken energie uit de startblokken, maar dat doet er niet toe. Lekker op 't gemakje in 't zonnetje wat rondlummelen met potjes, plantjes en aarde, daar is eigenlijk nooit haast bij.
Gezeten op m'n zwarte krukje met m'n ouwe galochen, werkkloffie en tuinhandschoenen aan plukte ik de laatste restjes verlept groen van de lentebloeiers uit de bloembakken en schikte er met veel wikken en wegen de nieuwe plantjes is.  Met een droge 'pop' botste er af en toe één van de dikke donzige hommels, die in een wat dronken aandoende vlucht boven m'n hoofd gretig van bloem tot bloem zoemden, tegen een raam. Ogenschijnlijk hebben ze van zo'n botsing weinig last, maar 'k check toch altijd even of er niemand gesneuveld of gewond is. O, kijk, daar een koolwitje! En even later een citroenvlindertje! Die komen vast even piepen of m'n vlinderstruiken nog niet in bloei staan. Ze zullen spijtig genoeg nog wat geduld moeten oefenen, maar 'k hoop van harte ze nog wel terug te zien, schaars als ze tegenwoordig zijn, die vlinders...
De mezenfamilies zijn hier ondertussen zodanig vertrouwd met mijn terras, en duidelijk ook met mij, dat ze zich ondanks mijn overduidelijke aanwezigheid niet van hun geliefde nootjes en zaadjes laten afhouden. Zelfs als ik vlak onder al het uitgestalde lekkers in wat potten zit te rommelen vliegen ze druk aan en af en eten ze hun buikje rond. En dan plots... zie nú: een merel verdorie! Een vrouwelijke merel -met bruin verenkleed- scheert met een grote bocht laag over de kasseien, landt zwierig in één van de grote bloembakken en gaat, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, ook op zoek naar lekkere hapjes. Da's nieuw, en erg verrassend, want merels houden zich, voor zover ik weet, normaal gezien toch liever op in meer open ruimtes.
Gezegend, zo voelde ik me met al die gevleugelde aanwezigheid. Gezegend, en ook helemaal blij, en vooral weldadig verwonderd om zoveel schoonheid en zoveel vertrouwen. Een piepklein beetje Sneeuwwitje-gevoel gecombineerd met een piepklein beetje Sint Franciscus-gevoel, als je begrijpt wat ik bedoel. Zaaaaalig!!!
De in eerste instantie geweldig deugddoende zonnestralen werden dat sp(r)ookjesachtig wit vel van mij al snel te veel. Om te voorkomen dat ik, gebraden als een kip aan 't spit, m'n eigen cuisson nog zou moeten checken, nam ik, nog steeds gezeten op m'n kleine krukje, met een fles fris water in de hand, een afkoelpauze in een schaduwhoekje van het terras en liet al die verrukkelijke dingen om me heen zachtjes en onverstoord op me inwerken.
Plots doorbrak een in deze stilte extra luid klinkend 'tok, tok, tok' alle sereniteit. Keihard, bijna oorverdovend 'tok, tok, tok, tok, tok'. En opnieuw. En nog eens. 'Ja maar, seg, ze gaan hier die rust nu toch niet beginnen vergallen met geklop en getimmer, hé!' grommelde ik een beetje ontstemd in mezelf. En terwijl ik verwoed de oorsprong van het kabaal trachtte te lokaliseren, zag ik vanuit m'n ooghoek een beweging in het redelijk roerloze decor. Op de stammen van de dennen naast mijn terras klauterde een grote bonte specht op en neer. Dat is niet zo gek, want ook die vogels komen met regelmaat een nootje meepikken in mijn vogelrestaurant. Mevrouw Specht -te zien aan het ontbreken van het rode mutsje- was duidelijk op het spoor van iets smakelijk. Ze wrikte stevig met haar bek, dan eens hier, dan eens daar, tussen de schors van de bomen. En toen deed ze waar spechten voor gekend zijn: met een soort heldhaftige strijdlust beukte ze op volle kracht op de stam... 'Tok, tok, tok' weerklonk er hier tussen de gebouwen. Voila, ik had m'n lawaaimaker gevonden!
Je kan nog zoveel over vogels weten door er over te lezen, als je ze bezig hoort, zoals nu deze specht, op een paar meter bij je vandaan, dan valt je mond toch nog open van verbazing, hoor! Wat een kracht, wat een decibels, wauw! Ik kreeg er bijna hoofdpijn van, alleen maar door er naar te kijken!...
Dat een specht zelf aan z'n getimmer -met een snelheid van wel 25 km per uur en dat ook nog eens rond de 12.000 'tokken' per dag- geen schedelfracturen of hersenschuddingen overhoudt ligt aan z'n speciaal bolleke, een hoofd specifiek ontworpen om tegen bomen mee te rammen. Niet alleen is de snavel elastisch en schokabsorberend, gereedschap met een standaard airbag dus, zijn pientere breintje zit ook nog eens uitstekend beschermd in een excellent passende motorhelm van absolute topkwaliteit binnen in zijn schedeldak. Zoek het maar eens op, 't is boeiend om te ontdekken.
Nadat ik de noeste arbeid van de specht nog een tijdje gadegeslagen had, besloot ik zelf, met zulk vurig voorbeeld, ook maar weer naarstig aan het werk te gaan met bloempotten, planten en potgrond. Het vogelkoor op de achtergrond had nog lang een drummer te gast. In mijn eigen hoofd weerklonk een liedje dat ik niet direct kon thuisbrengen. Iets met 'kloppen' er in. Pas daarnet besefte ik dat het geen kinderrijmpje of zo was, maar een duet dat ik lang geleden zong in de Nederlandstalige versie van De Zigeunerbaron: de man in kwestie moet de schat zien te vinden, en wij, d.i. zigeunerkoningin Czipra en haar dochter Saffi, wij de hele tijd maar zingen dat hij moet ♪♫ 'kloppen, kloppen, kloppen'... ♪♫♪ Yep, dat krijg ik voorlopig niet meer uit mijn hoofd, vrees ik! hihi
'k Beloof plechtig vanaf nu een stuk minder snel lichtjes geërgerd te denken 'verdorie, er zit weer ergens iemand serieus te hameren, hoor', als er weer eens 'tok, tok, tok' weerklinkt. Ik zal in 't vervolg eerst even vriendelijk vragen 'wie is daar?', om dan vervolgens m'n deuren en vensters wijd open te gooien en met minstens evenveel verheugde verwondering opnieuw zoveel overweldigend natuurschoon binnen te laten. 💚