Kent u het sprookje 'De prinses op de erwt'? Daar moest ik de laatste tijd vaak een beetje giechelend aan denken... En, uiteraard leg ik u met veel plezier even uit waarom!
Zelfs in dat zachte roze bed van mij, onder het als verse sneeuw krakende hemelse dekbed en omringt door de stapels heerlijke kussens en knuffelzalige dekentjes, zelfs daarin draait men zich in z'n slaap wel eens om. En normaal gezien word ik daar niet echt wakker van... tot een paar weken geleden.
Lichtjes gewekt door pijn in m'n nek -vermoedelijk weer in een ietwat foute houding gelegen- draaide ik me wat ongelukkig zuchtend en brommend tussen de warme lakens om, onderwijl kussens opkloppend, dekbed herschikkend, lakens flapperend, intensief op zoek naar de ideale houding. En toen die eindelijk weer gevonden was en ik nog even een been verlegde in de hoop ook die broekspijp van m'n pyjama uit de knoop te wriemelen, porde er iets vreemds en hards van onder me in m'n dijbeen. Raar. Wat zou dat nu weer zijn?
Veel te moe en te slaperig om het licht aan te doen en eventueel ook uit 't bed te stappen, tastte ik in het duister van de kamer en de nacht op goed geluk even rond in de veel te overvloedig golving van die enorme berg textiel die me omgaf, in de hoop dat bed-vreemde ding te kunnen opduikelen. Maar helaas. Door m'n gewoel moet het zich met de rest van de klamme lappen verplaatst hebben, want er liet zich niets meer vinden. Bon, als er mij niks meer pookte, lag er mij ook niets meer in de weg om, na nog wat gedraai en gewriemel natuurlijk, eindelijk weer lekker verder te maffen.
En over wat er zich eventueel bij me in m'n bed bevond, daarover zou ik m'n hersenen later wel eens pijnigen. Zo een grote harige spin, zoals ik er in de herfst altijd wel eens een paar o.a. richting slaapkamer zie sprinten, kon het niet geweest zijn, want mijn gewicht had daar zonder twijfel meteen moes van gemaakt. Muggen? Veel te klein voor wat ik voelde. Eén van de poezen misschien? Een staart of een pootje? Mogelijk, want die kruipen geregeld bij me in bed. Maar dan had er met zekerheid onmiddellijk iemand ontzettend wijd z'n keel open gezet en mij vermoedelijk ook met paar welgemikte halen van een stel wreed scherpe klauwen niet mis te verstaan terechtgewezen. Een steen of iets gelijkaardigs -bedenk maar wat- zou door z'n zwaarte zeker op z'n plek zijn blijven liggen bij mijn tastend rondscharrellen. Trouwens, een steen kruipt -bij mijn weten toch niet- niet eventjes snel zelf onder één of ander dekbed, hé... En een bij mij in bed gedropte, doch onopgemerkte voetbal van Pompon -dag of nacht, maakt niet uit: spelen, nu!-, meestal met een overdosis voldoening en bakken enthousiasme eerst uitgebreid besabbeld, die had me hooguit in alle zachtheid een onopvallend vochtig plekje aan de zijkant van m'n broekspijp bezorgd.
Als u nu voor 't begin van m'n verhaaltje, of ondertussen, al even, stiekem of goed geweten, een glimp van het bij dit verhaal horende plaatje opving, dan hebt u zeker al een vermoeden van het vervolg, maar sta mij toe het u toch nog te vertellen.
Bij het ontwaken was ik eerlijk gezegd het nachtelijke voorval al weer vergeten. Maar na een kopje koffie en met een frisser hoofd, bij het opmaken van het bed; als al die vele kussens weer netjes opgeklopt worden, de massa dekentjes keurig opgevouwen, de geluchte lakens strakgetrokken en het enorme, 's morgens o zo platte dekbed door het met grootse gebaren energiek op en neer flappen weer een luchtige lichte hemelse donswolk wordt; bij dat bed-opmaken zag ik hem meteen liggen. Hij stak namelijk behoorlijk donker af tegen al dat roze en vooral tegen het uitzonderlijk eens niet roze, maar witte hoeslaken: een kleine grijze speelgoedmuis! En die zijn verdorie hard, die mini-namaakmuisjes, eigendom van mijn twee viervoetige huisgenoten, echt keihard, geloof me!...
Die nacht had ik dus blijkbaar niet het sprookje van de prinses op de erwt gespeeld, maar wel dat van de prinses op de múis! (gniffel gniffel) Mysterie opgelost. Of toch al half, want hoe was die muis daar dan diep in heel die berg bedtextiel terecht gekomen?!
Op die vraag kwam al snel ook een antwoord. En nee, Pompon had zich niet van 'voetbal' vergist, hoor. Onmiddellijk, echt binnen de seconde, nadat ik de muis in kwestie met een stevige zwier vrolijk door de steeds openstaande slaapkamerdeur richting halletje gemikt had, werd hij mij teruggebracht door super snelle Poekie, helemaal trots op zichzelf. Hij deponeerde het grijze dingetje triomfantelijk voor me op het witte hoeslaken neer en liet me met een serieuze lading kopjes weten dat dit een kadootje voor me was! Poekie apporteert heel erg graag en is daar ook bijzonder goed in, maar dit betekende duidelijk iets helemaal anders voor hem. En toen ik dat erkende en hem er met veel liefde voor bedankte, ging hij meteen vol ijver en geestdrift in alle mogelijke poezenspeelgoedverzamelplekjes van dit huis, en dat zijn er nogal wat, uitgebreid op zoek naar nog meer van diezelfde muisjes!...
Nu word ik dus regelmatig wakker in een bed dat niet alleen vol kussens en ander beddengoed in alle mogelijke tinten roze ligt, maar dat naast die reeds gekende enigszins vochtige mini-voetballen ook ruim voorzien is van keiharde kleine grijze muisjes.
Een prinses op een erwt blijk ik dus helaas, of gelukkig -dat laat ik in het midden- niet te zijn, maar ik kan je wel met zekerheid vertellen dat, met Poekie als onbetwiste en vermoedelijk niet meer bij te benen koploper, die twee Pluizige Prinsjes hier in huis echt wel ontzettend veel van me houden! ❤️😊
Over muziek, poezen, bloemen, mensen, kerstmis... en zo veel meer. Geniet mee van de grote en kleine belevenissen en bedenkingen van zangeres Kristina Meganck.
dinsdag 22 mei 2018
zondag 13 mei 2018
Tot ziens, lieve Erna!
Het ene verhaal schrijft zich al wat makkelijker dan het andere, en soms duurt het dan ook wat langer om het te verwoorden... Daarom neem ik jullie in dit geval graag even mee, terug in de tijd, naar dinsdag 1 mei, twee weken geleden.
Met de grote auto, achterbank plat, boordevol zakken en dozen met prachtige nieuwe planten in allerlei vormen en maten, met en zonder bloemen, voor zowel binnen als buiten; een behoorlijke hoeveelheid extra bloempotten en -bakken; grote stijlvolle 'Engelse' hangmanden ter vervanging van die totaal verduurde witte plastieken hangpotjes; en op de koop toe nog wat bijkomende klimrekken voor bijvoorbeeld die vele clematissoorten, reden mijn beste vriendin Ingrid en ik meer dan tevreden en voldaan terug naar huis. Voor mijn doen had ik afschuwelijk veel geld uitgegeven, maar gelukkig kwam het grootste deel van dat bedrag van Ecocheques die anders half juni toch maar zouden vervallen. En niet alles in de wagen moest z'n weg naar mijn terras vinden, Ingrid had zich namelijk ook een beetje laten gaan, enthousiast als ze was over de ontdekking van dat voor haar tot nu toe totaal onbekend reusachtige tuincentrum.
We hadden een uitzonderlijk gezellige voormiddag gehad, zo met z'n tweetjes, met -uiteraard- oeverloos gebabbel, ongegeneerd gelach en zalig ongezouten meningen, en toch... toch hing er een dubbel gevoel voor mij over heen. Tuuuurlijk vind ik het ronduit zálig om nog eens zo een enorme vracht groen te kopen. Daar moet je absoluut niet aan twijfelen, amai nog ni, daar geniet ik áltijd van. Maar dat deze levende lading ter vervanging van al dat gekoesterde doch afgelopen winter doodgevroren moois moest dienen... 't Blijft toch een beetje bitterzoet...
Maar niet alleen dat woog op me door, ook het intens beleven van die super fijne vriendschap maakte me emotioneel. Niet om Ingrid, en ook niet die fijne voormiddag, doch om wat ik zou gaan doen die namiddag...
Vele jaren geleden, toen ik in het EWT-theater nog een veel geziene gast was, leerde ik daar Swakke kennen: een soort enorme knuffelbeer met een fenomenale snor en altijd onmetelijk enthousiast mij te zien en eens goed tegen zijn gilet te kunnen trekken. Zijn echtgenote Erna, die er natuurlijk ook altijd bij was, bleef dan wat op de achtergrond staan en liet hem maar doen. Er zat immers geen greintje kwaad in, in de Swa, en ze kende hem door en door.
Die alles overdonderende geestdrift van Swakke heeft er echter voor gezorgd dat het lang, veel te lang eigenlijk, geduurd heeft voor Erna en ik elkaar ook wat leerden kennen. Vier jaar geleden werden we 'vrienden' op Facebook, en een dik jaar geleden bracht mijn eerste boek ons in levende lijve samen, want uiteraard moest en zou Swa die eerste uitgave van mij ook bezitten, en zij kwam het kleinood bij me ophalen omdat Swakkes gezondheid toen nogal kwakkelde. Er volgden nog wat heel meer bezoekjes o.a. toen ik kon helpen met een tegenspartelende laptop. En vooral met het terugvinden en veilig stellen van de vele, door haar verloren gewaande foto's van al haar o zo geliefde poezen maakte ik haar bijzonder gelukkig. En zo ontstond bij menige gezellige namiddag met een lekkere tas koffie en uiteraard een brede waaier aan poezenverhalen een zeer gewaardeerde fijne vriendschap.
Onze gesprekken gingen evenwel niet altijd over vrolijke dingen. Erna vertelde me ook over haar bijzonder moedige strijd met kanker, over de grote en kleine overwinningen en spijtig genoeg ook over de nederlagen. Maar wat er ook met haar gebeurde, volgens mij ontmoette ik nooit eerder iemand die zó optimistisch en zó positief met de dingen des levens om ging. Daar kon zelfs ik nog een lesje van leren, echt waar, ongelofelijk sterk.
In december stuurde ze me, naast nieuwjaarswensen, een bericht i.v.m. m'n tweede boek. Of ik het voor haar opzij wou houden, ze zou het in januari komen oppikken. Pas begin februari, bij m'n verjaardag, kwam er weer een bericht. Met wensen natuurlijk, maar ook met de boodschap dat men met chemo gestopt was omdat het niet aansloeg deze keer. Er werd overgestapt op een heel pak pillen voor elke dag. En -ja, ik weet hoe gek dit klinkt- ik maakte mij daar geen zorgen over, helemaal niet. Tijdens onze laatste ontmoeting in persoon, in november, en ook nu weer, sprak ze over haar ziek zijn met zulk een buitengewoon positivisme en een zodanige levenslust en levenskracht, dat absoluut niets, maar dan ook niéts in mij ook maar één seconde bedacht dat we het hier mogelijk over een levensbedreigende situatie hadden, over wellicht het begin van het einde... Ik vind dat nog altijd ontzettend vreemd. Alsof mijn geest nooit de werkelijke diepgang van heel het verhaal registreerde, maar simpelweg -en ergens misschien ook tegen beter weten in- een zijsprong gemaakt had, naar een andere wereld, eentje zonder ziekte of pijn, en al helemaal zonder dood. Hoe het ook zij, het is 'slechts' onomstotelijk bewijs van Erna's grenzeloze, alles overwinnende optimisme en onmetelijk positieve uitstraling.
En toen bleef het stil. Er gingen een paar maanden voorbij, het boek lag hier nog steeds, en op mijn berichtjes kwam geen antwoord meer. En ja, achteraf is het makkelijk gezegd van 'had ik maar', maar als je zelf een leger aan demonen bevecht gaat tijd ongezien voorbij en sta je soms, spijtig genoeg, niet stil bij die volledige afwezigheid van elk teken van leven...
Op zondag 29 april ging de telefoon. Annie, al vele decennia lang de allerbeste vriendin van Erna, en via het EWT en Facebook ook een kennis van mij, nam contact met me op in opdracht van Swakke. Of z'n boek er nog was en hoe dat eens tot bij hem zou geraken... En nog voor ik me kon bedenken hoe vreemd dit wel was, vertelde ze me er naadloos achteraan -en veel uitgebreider dan wat ik nu neerschrijf, doch ik vat het even voor u samen- dat Erna de week daarvoor thuis viel, waarna de ambulance haar naar de spoed bracht, en dat het van dat moment zo snel bergaf met haar ging dat ze die dag -die zondag waarop ik Annie sprak dus- reeds naar de palliatieve afdeling overgebracht was. M'n brein, dat tot op dat moment nog steeds als op automatische piloot op 'alles oké en onder controle' draaide, moest plots een enorme inhaalbeweging maken, en nog voor ik het goed en wel zelf besefte, had ik op Annie's plan om Erna te gaan bezoeken heel beslist gezegd "Ik ga met je mee!".
En zo trokken Annie en ik dus die dinsdagnamiddag 1 mei, na die ochtend uitgebreid planten-shoppen met Ingrid, als elkaars emotionele ondersteuning richting ziekenhuis, om afscheid te nemen van onze lieve vriendin. En het boek voor Swa ging ook mee.
In de verrassend gezellige kamer vonden we een totaal uitgeput lichaam terug, mager en letterlijk doodmoe van de voortdurende strijd, zo goed als volledig overgenomen door de woekerende boosaardige cellen, maar door de totale afwezigheid van gelijk welk medische apparaat -niet één draad, slangetje of 'blieb' te bekennen, zelfs geen piepklein baxtertje of zo- zag het er toch allemaal heel vredig uit, en 't belangrijkste van al... het was nog steeds onze Erna! Ze kon helemaal niet meer praten, doch zodra ze ons zag klaarde meteen heel haar gezicht op en haar nog steeds twinkelende ogen maakten ons haar blijdschap meer dan duidelijk. Volgens mij deed ons dat allebei even zuchten van opluchting, mij en Annie. Onze Erna, ze was er nog steeds!
We hebben over van alles en niets gepraat, en met Swakke honderd-en-één herinneringen opgehaald. Erna ging tussen de korte momenten van bewust aanwezig zijn heen en weer naar een heel ver dromenland en ondertussen werd er in de kamer geweend en gelachen. "Ik ga een blogje over jou schrijven" beloofde ik haar met een guitige lach en haar ogen keken me speels streng aan met een blik van "Seg, dat kunt ge laten, hoor, zot model! Wat valt er nu in godsnaam over mij te schrijven?!", terwijl Swakke alvast dolenthousiast het boek waarin dat verhaal zou verschijnen bestelde... Tja, nog even geduld dan, want dat zal dus pas in boek nummer 5 zijn, vrees ik.
Geen idee hoe lang we bij Erna en Swa op bezoek geweest zijn, daar in de palliatieve afdeling, maar na afloop waren zowel Annie als ik hoogdringend aan koffie of zo iets toe, Annie vermoedelijk nog een stuk meer dan ik. Hoe zou je zelf zijn als het om jouw allerbeste vriendin ging? Daar had ik, heel die gezellige voormiddag met Ingrid, ook al over lopen nadenken. Mensen die belangrijk voor je zijn, je moet ze echt koesteren, elke dag, zelfs elke minuut van je leven, en elkaar opzoeken, samen dingen doen, en ze vooral vertellen dat je ze graag ziet... want voor je het weet zijn ze er niet meer.
Nog lang zaten Annie en ik over de dingen des levens na te praten in het verder totaal lege cafetaria. Heel blij dat ik er ook voor haar kon en mocht zijn, heeft die babbel en het feit dat we dit samen deelden mij misschien nog zoveel meer deugd gedaan.
Afgelopen dinsdag 8 mei, exact een week na ons bezoek, ontving ik rond 15u30 op mijn gsm een heel eenvoudig berichtje: "Ons meisje is niet meer. Overleden om 15u." Meer hoefde er ook niet gezegd. Met haar geliefde echtgenoot en zoon bij zich in de kamer had ze, volledig onopgemerkt, in alle rust en vrede, eenvoudig zoals ze was, heel stilletjes het tijdelijke voor het eeuwig gewisseld.
Morgennamiddag nemen we officieel afscheid van Erna. En nee, ik hoef niets te zingen, Swakke vind het allemaal zo al triest genoeg.
Voor mijn gevoel nemen we slechts afscheid van het omhulsel waarin we Erna altijd gekend hebben, en waarvan de aanwezigheid en de aanraking uiteraard gemist zal worden. De herinnering aan Erna zullen we echter voor altijd koesteren en ik prijs me oprecht gelukkig dat ik, hoe ontzettend kort het ook was, haar mocht kennen, als die hele lieve vrouw met een bijzondere dosis optimisme en een onuitputtelijke levensvreugde, iemand om als voorbeeld nog lang in m'n hart mee te dragen.
Ik heb dan ook bewust geen 'afscheid' van haar genomen. Toen ik me bij het einde van ons bezoek over Erna boog om haar nog een dikke zoen en zachte knuffel te geven, zei ik met een warme hart en een innige glimlach: "Tot ziens, lieve Erna!" En haar ogen lachten me stralend terug: "Afgesproken!" 💜
Met de grote auto, achterbank plat, boordevol zakken en dozen met prachtige nieuwe planten in allerlei vormen en maten, met en zonder bloemen, voor zowel binnen als buiten; een behoorlijke hoeveelheid extra bloempotten en -bakken; grote stijlvolle 'Engelse' hangmanden ter vervanging van die totaal verduurde witte plastieken hangpotjes; en op de koop toe nog wat bijkomende klimrekken voor bijvoorbeeld die vele clematissoorten, reden mijn beste vriendin Ingrid en ik meer dan tevreden en voldaan terug naar huis. Voor mijn doen had ik afschuwelijk veel geld uitgegeven, maar gelukkig kwam het grootste deel van dat bedrag van Ecocheques die anders half juni toch maar zouden vervallen. En niet alles in de wagen moest z'n weg naar mijn terras vinden, Ingrid had zich namelijk ook een beetje laten gaan, enthousiast als ze was over de ontdekking van dat voor haar tot nu toe totaal onbekend reusachtige tuincentrum.
We hadden een uitzonderlijk gezellige voormiddag gehad, zo met z'n tweetjes, met -uiteraard- oeverloos gebabbel, ongegeneerd gelach en zalig ongezouten meningen, en toch... toch hing er een dubbel gevoel voor mij over heen. Tuuuurlijk vind ik het ronduit zálig om nog eens zo een enorme vracht groen te kopen. Daar moet je absoluut niet aan twijfelen, amai nog ni, daar geniet ik áltijd van. Maar dat deze levende lading ter vervanging van al dat gekoesterde doch afgelopen winter doodgevroren moois moest dienen... 't Blijft toch een beetje bitterzoet...
Maar niet alleen dat woog op me door, ook het intens beleven van die super fijne vriendschap maakte me emotioneel. Niet om Ingrid, en ook niet die fijne voormiddag, doch om wat ik zou gaan doen die namiddag...
Vele jaren geleden, toen ik in het EWT-theater nog een veel geziene gast was, leerde ik daar Swakke kennen: een soort enorme knuffelbeer met een fenomenale snor en altijd onmetelijk enthousiast mij te zien en eens goed tegen zijn gilet te kunnen trekken. Zijn echtgenote Erna, die er natuurlijk ook altijd bij was, bleef dan wat op de achtergrond staan en liet hem maar doen. Er zat immers geen greintje kwaad in, in de Swa, en ze kende hem door en door.
Die alles overdonderende geestdrift van Swakke heeft er echter voor gezorgd dat het lang, veel te lang eigenlijk, geduurd heeft voor Erna en ik elkaar ook wat leerden kennen. Vier jaar geleden werden we 'vrienden' op Facebook, en een dik jaar geleden bracht mijn eerste boek ons in levende lijve samen, want uiteraard moest en zou Swa die eerste uitgave van mij ook bezitten, en zij kwam het kleinood bij me ophalen omdat Swakkes gezondheid toen nogal kwakkelde. Er volgden nog wat heel meer bezoekjes o.a. toen ik kon helpen met een tegenspartelende laptop. En vooral met het terugvinden en veilig stellen van de vele, door haar verloren gewaande foto's van al haar o zo geliefde poezen maakte ik haar bijzonder gelukkig. En zo ontstond bij menige gezellige namiddag met een lekkere tas koffie en uiteraard een brede waaier aan poezenverhalen een zeer gewaardeerde fijne vriendschap.
Onze gesprekken gingen evenwel niet altijd over vrolijke dingen. Erna vertelde me ook over haar bijzonder moedige strijd met kanker, over de grote en kleine overwinningen en spijtig genoeg ook over de nederlagen. Maar wat er ook met haar gebeurde, volgens mij ontmoette ik nooit eerder iemand die zó optimistisch en zó positief met de dingen des levens om ging. Daar kon zelfs ik nog een lesje van leren, echt waar, ongelofelijk sterk.
In december stuurde ze me, naast nieuwjaarswensen, een bericht i.v.m. m'n tweede boek. Of ik het voor haar opzij wou houden, ze zou het in januari komen oppikken. Pas begin februari, bij m'n verjaardag, kwam er weer een bericht. Met wensen natuurlijk, maar ook met de boodschap dat men met chemo gestopt was omdat het niet aansloeg deze keer. Er werd overgestapt op een heel pak pillen voor elke dag. En -ja, ik weet hoe gek dit klinkt- ik maakte mij daar geen zorgen over, helemaal niet. Tijdens onze laatste ontmoeting in persoon, in november, en ook nu weer, sprak ze over haar ziek zijn met zulk een buitengewoon positivisme en een zodanige levenslust en levenskracht, dat absoluut niets, maar dan ook niéts in mij ook maar één seconde bedacht dat we het hier mogelijk over een levensbedreigende situatie hadden, over wellicht het begin van het einde... Ik vind dat nog altijd ontzettend vreemd. Alsof mijn geest nooit de werkelijke diepgang van heel het verhaal registreerde, maar simpelweg -en ergens misschien ook tegen beter weten in- een zijsprong gemaakt had, naar een andere wereld, eentje zonder ziekte of pijn, en al helemaal zonder dood. Hoe het ook zij, het is 'slechts' onomstotelijk bewijs van Erna's grenzeloze, alles overwinnende optimisme en onmetelijk positieve uitstraling.
En toen bleef het stil. Er gingen een paar maanden voorbij, het boek lag hier nog steeds, en op mijn berichtjes kwam geen antwoord meer. En ja, achteraf is het makkelijk gezegd van 'had ik maar', maar als je zelf een leger aan demonen bevecht gaat tijd ongezien voorbij en sta je soms, spijtig genoeg, niet stil bij die volledige afwezigheid van elk teken van leven...
Op zondag 29 april ging de telefoon. Annie, al vele decennia lang de allerbeste vriendin van Erna, en via het EWT en Facebook ook een kennis van mij, nam contact met me op in opdracht van Swakke. Of z'n boek er nog was en hoe dat eens tot bij hem zou geraken... En nog voor ik me kon bedenken hoe vreemd dit wel was, vertelde ze me er naadloos achteraan -en veel uitgebreider dan wat ik nu neerschrijf, doch ik vat het even voor u samen- dat Erna de week daarvoor thuis viel, waarna de ambulance haar naar de spoed bracht, en dat het van dat moment zo snel bergaf met haar ging dat ze die dag -die zondag waarop ik Annie sprak dus- reeds naar de palliatieve afdeling overgebracht was. M'n brein, dat tot op dat moment nog steeds als op automatische piloot op 'alles oké en onder controle' draaide, moest plots een enorme inhaalbeweging maken, en nog voor ik het goed en wel zelf besefte, had ik op Annie's plan om Erna te gaan bezoeken heel beslist gezegd "Ik ga met je mee!".
En zo trokken Annie en ik dus die dinsdagnamiddag 1 mei, na die ochtend uitgebreid planten-shoppen met Ingrid, als elkaars emotionele ondersteuning richting ziekenhuis, om afscheid te nemen van onze lieve vriendin. En het boek voor Swa ging ook mee.
In de verrassend gezellige kamer vonden we een totaal uitgeput lichaam terug, mager en letterlijk doodmoe van de voortdurende strijd, zo goed als volledig overgenomen door de woekerende boosaardige cellen, maar door de totale afwezigheid van gelijk welk medische apparaat -niet één draad, slangetje of 'blieb' te bekennen, zelfs geen piepklein baxtertje of zo- zag het er toch allemaal heel vredig uit, en 't belangrijkste van al... het was nog steeds onze Erna! Ze kon helemaal niet meer praten, doch zodra ze ons zag klaarde meteen heel haar gezicht op en haar nog steeds twinkelende ogen maakten ons haar blijdschap meer dan duidelijk. Volgens mij deed ons dat allebei even zuchten van opluchting, mij en Annie. Onze Erna, ze was er nog steeds!
We hebben over van alles en niets gepraat, en met Swakke honderd-en-één herinneringen opgehaald. Erna ging tussen de korte momenten van bewust aanwezig zijn heen en weer naar een heel ver dromenland en ondertussen werd er in de kamer geweend en gelachen. "Ik ga een blogje over jou schrijven" beloofde ik haar met een guitige lach en haar ogen keken me speels streng aan met een blik van "Seg, dat kunt ge laten, hoor, zot model! Wat valt er nu in godsnaam over mij te schrijven?!", terwijl Swakke alvast dolenthousiast het boek waarin dat verhaal zou verschijnen bestelde... Tja, nog even geduld dan, want dat zal dus pas in boek nummer 5 zijn, vrees ik.
Geen idee hoe lang we bij Erna en Swa op bezoek geweest zijn, daar in de palliatieve afdeling, maar na afloop waren zowel Annie als ik hoogdringend aan koffie of zo iets toe, Annie vermoedelijk nog een stuk meer dan ik. Hoe zou je zelf zijn als het om jouw allerbeste vriendin ging? Daar had ik, heel die gezellige voormiddag met Ingrid, ook al over lopen nadenken. Mensen die belangrijk voor je zijn, je moet ze echt koesteren, elke dag, zelfs elke minuut van je leven, en elkaar opzoeken, samen dingen doen, en ze vooral vertellen dat je ze graag ziet... want voor je het weet zijn ze er niet meer.
Nog lang zaten Annie en ik over de dingen des levens na te praten in het verder totaal lege cafetaria. Heel blij dat ik er ook voor haar kon en mocht zijn, heeft die babbel en het feit dat we dit samen deelden mij misschien nog zoveel meer deugd gedaan.
Afgelopen dinsdag 8 mei, exact een week na ons bezoek, ontving ik rond 15u30 op mijn gsm een heel eenvoudig berichtje: "Ons meisje is niet meer. Overleden om 15u." Meer hoefde er ook niet gezegd. Met haar geliefde echtgenoot en zoon bij zich in de kamer had ze, volledig onopgemerkt, in alle rust en vrede, eenvoudig zoals ze was, heel stilletjes het tijdelijke voor het eeuwig gewisseld.
Morgennamiddag nemen we officieel afscheid van Erna. En nee, ik hoef niets te zingen, Swakke vind het allemaal zo al triest genoeg.
Voor mijn gevoel nemen we slechts afscheid van het omhulsel waarin we Erna altijd gekend hebben, en waarvan de aanwezigheid en de aanraking uiteraard gemist zal worden. De herinnering aan Erna zullen we echter voor altijd koesteren en ik prijs me oprecht gelukkig dat ik, hoe ontzettend kort het ook was, haar mocht kennen, als die hele lieve vrouw met een bijzondere dosis optimisme en een onuitputtelijke levensvreugde, iemand om als voorbeeld nog lang in m'n hart mee te dragen.
Ik heb dan ook bewust geen 'afscheid' van haar genomen. Toen ik me bij het einde van ons bezoek over Erna boog om haar nog een dikke zoen en zachte knuffel te geven, zei ik met een warme hart en een innige glimlach: "Tot ziens, lieve Erna!" En haar ogen lachten me stralend terug: "Afgesproken!" 💜
dinsdag 8 mei 2018
Tok, tok, tok, wie klopt er daar?
Al wekenlang was het duidelijk via allerlei kanalen aangekondigd: vandaag zouden wij hier in het gebouw een hele voormiddag, eventueel iets langer zelfs, volledig zonder elektriciteit zitten. En eigenlijk sta je daar niet echt bij stil, wat er allemaal niet kan als er geen stroom is. Dat ik vanochtend geen wasmachine kon aanzetten, en met een borstel i.p.v. de stofzuiger de vloer zou vegen, daar had ik op voorhand aan gedacht. Maar dat ik m'n dag zonder koffie en een boterhammeke (rechtstreeks uit het vriesvak in de toaster, elke morgen) zou moeten starten... Totaal over het hoofd gezien! En 't is best wel onhandig om zonder licht naar de WC te gaan, vind ik. Alles in 't donker op den tast dus. De extra stille stilte, zo zonder de normale lift-, voordeur- en vaak niet te definiëren andere huishoudapparaatgeluiden, deed me in eerste instantie nog eens een keertje extra omdraaien in m'n bed, maar ik had met mezelf afgesproken dat, nu er toch niets huishoudelijk gedaan kon worden, het terras verder aangepakt werd vandaag. Zo zonder koffie kwam ik niet echt met geweldige snelheid en bakken energie uit de startblokken, maar dat doet er niet toe. Lekker op 't gemakje in 't zonnetje wat rondlummelen met potjes, plantjes en aarde, daar is eigenlijk nooit haast bij.
Gezeten op m'n zwarte krukje met m'n ouwe galochen, werkkloffie en tuinhandschoenen aan plukte ik de laatste restjes verlept groen van de lentebloeiers uit de bloembakken en schikte er met veel wikken en wegen de nieuwe plantjes is. Met een droge 'pop' botste er af en toe één van de dikke donzige hommels, die in een wat dronken aandoende vlucht boven m'n hoofd gretig van bloem tot bloem zoemden, tegen een raam. Ogenschijnlijk hebben ze van zo'n botsing weinig last, maar 'k check toch altijd even of er niemand gesneuveld of gewond is. O, kijk, daar een koolwitje! En even later een citroenvlindertje! Die komen vast even piepen of m'n vlinderstruiken nog niet in bloei staan. Ze zullen spijtig genoeg nog wat geduld moeten oefenen, maar 'k hoop van harte ze nog wel terug te zien, schaars als ze tegenwoordig zijn, die vlinders...
De mezenfamilies zijn hier ondertussen zodanig vertrouwd met mijn terras, en duidelijk ook met mij, dat ze zich ondanks mijn overduidelijke aanwezigheid niet van hun geliefde nootjes en zaadjes laten afhouden. Zelfs als ik vlak onder al het uitgestalde lekkers in wat potten zit te rommelen vliegen ze druk aan en af en eten ze hun buikje rond. En dan plots... zie nú: een merel verdorie! Een vrouwelijke merel -met bruin verenkleed- scheert met een grote bocht laag over de kasseien, landt zwierig in één van de grote bloembakken en gaat, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, ook op zoek naar lekkere hapjes. Da's nieuw, en erg verrassend, want merels houden zich, voor zover ik weet, normaal gezien toch liever op in meer open ruimtes.
Gezegend, zo voelde ik me met al die gevleugelde aanwezigheid. Gezegend, en ook helemaal blij, en vooral weldadig verwonderd om zoveel schoonheid en zoveel vertrouwen. Een piepklein beetje Sneeuwwitje-gevoel gecombineerd met een piepklein beetje Sint Franciscus-gevoel, als je begrijpt wat ik bedoel. Zaaaaalig!!!
De in eerste instantie geweldig deugddoende zonnestralen werden dat sp(r)ookjesachtig wit vel van mij al snel te veel. Om te voorkomen dat ik, gebraden als een kip aan 't spit, m'n eigen cuisson nog zou moeten checken, nam ik, nog steeds gezeten op m'n kleine krukje, met een fles fris water in de hand, een afkoelpauze in een schaduwhoekje van het terras en liet al die verrukkelijke dingen om me heen zachtjes en onverstoord op me inwerken.
Plots doorbrak een in deze stilte extra luid klinkend 'tok, tok, tok' alle sereniteit. Keihard, bijna oorverdovend 'tok, tok, tok, tok, tok'. En opnieuw. En nog eens. 'Ja maar, seg, ze gaan hier die rust nu toch niet beginnen vergallen met geklop en getimmer, hé!' grommelde ik een beetje ontstemd in mezelf. En terwijl ik verwoed de oorsprong van het kabaal trachtte te lokaliseren, zag ik vanuit m'n ooghoek een beweging in het redelijk roerloze decor. Op de stammen van de dennen naast mijn terras klauterde een grote bonte specht op en neer. Dat is niet zo gek, want ook die vogels komen met regelmaat een nootje meepikken in mijn vogelrestaurant. Mevrouw Specht -te zien aan het ontbreken van het rode mutsje- was duidelijk op het spoor van iets smakelijk. Ze wrikte stevig met haar bek, dan eens hier, dan eens daar, tussen de schors van de bomen. En toen deed ze waar spechten voor gekend zijn: met een soort heldhaftige strijdlust beukte ze op volle kracht op de stam... 'Tok, tok, tok' weerklonk er hier tussen de gebouwen. Voila, ik had m'n lawaaimaker gevonden!
Je kan nog zoveel over vogels weten door er over te lezen, als je ze bezig hoort, zoals nu deze specht, op een paar meter bij je vandaan, dan valt je mond toch nog open van verbazing, hoor! Wat een kracht, wat een decibels, wauw! Ik kreeg er bijna hoofdpijn van, alleen maar door er naar te kijken!...
Dat een specht zelf aan z'n getimmer -met een snelheid van wel 25 km per uur en dat ook nog eens rond de 12.000 'tokken' per dag- geen schedelfracturen of hersenschuddingen overhoudt ligt aan z'n speciaal bolleke, een hoofd specifiek ontworpen om tegen bomen mee te rammen. Niet alleen is de snavel elastisch en schokabsorberend, gereedschap met een standaard airbag dus, zijn pientere breintje zit ook nog eens uitstekend beschermd in een excellent passende motorhelm van absolute topkwaliteit binnen in zijn schedeldak. Zoek het maar eens op, 't is boeiend om te ontdekken.
Nadat ik de noeste arbeid van de specht nog een tijdje gadegeslagen had, besloot ik zelf, met zulk vurig voorbeeld, ook maar weer naarstig aan het werk te gaan met bloempotten, planten en potgrond. Het vogelkoor op de achtergrond had nog lang een drummer te gast. In mijn eigen hoofd weerklonk een liedje dat ik niet direct kon thuisbrengen. Iets met 'kloppen' er in. Pas daarnet besefte ik dat het geen kinderrijmpje of zo was, maar een duet dat ik lang geleden zong in de Nederlandstalige versie van De Zigeunerbaron: de man in kwestie moet de schat zien te vinden, en wij, d.i. zigeunerkoningin Czipra en haar dochter Saffi, wij de hele tijd maar zingen dat hij moet ♪♫ 'kloppen, kloppen, kloppen'... ♪♫♪ Yep, dat krijg ik voorlopig niet meer uit mijn hoofd, vrees ik! hihi
'k Beloof plechtig vanaf nu een stuk minder snel lichtjes geërgerd te denken 'verdorie, er zit weer ergens iemand serieus te hameren, hoor', als er weer eens 'tok, tok, tok' weerklinkt. Ik zal in 't vervolg eerst even vriendelijk vragen 'wie is daar?', om dan vervolgens m'n deuren en vensters wijd open te gooien en met minstens evenveel verheugde verwondering opnieuw zoveel overweldigend natuurschoon binnen te laten. 💚
Gezeten op m'n zwarte krukje met m'n ouwe galochen, werkkloffie en tuinhandschoenen aan plukte ik de laatste restjes verlept groen van de lentebloeiers uit de bloembakken en schikte er met veel wikken en wegen de nieuwe plantjes is. Met een droge 'pop' botste er af en toe één van de dikke donzige hommels, die in een wat dronken aandoende vlucht boven m'n hoofd gretig van bloem tot bloem zoemden, tegen een raam. Ogenschijnlijk hebben ze van zo'n botsing weinig last, maar 'k check toch altijd even of er niemand gesneuveld of gewond is. O, kijk, daar een koolwitje! En even later een citroenvlindertje! Die komen vast even piepen of m'n vlinderstruiken nog niet in bloei staan. Ze zullen spijtig genoeg nog wat geduld moeten oefenen, maar 'k hoop van harte ze nog wel terug te zien, schaars als ze tegenwoordig zijn, die vlinders...
De mezenfamilies zijn hier ondertussen zodanig vertrouwd met mijn terras, en duidelijk ook met mij, dat ze zich ondanks mijn overduidelijke aanwezigheid niet van hun geliefde nootjes en zaadjes laten afhouden. Zelfs als ik vlak onder al het uitgestalde lekkers in wat potten zit te rommelen vliegen ze druk aan en af en eten ze hun buikje rond. En dan plots... zie nú: een merel verdorie! Een vrouwelijke merel -met bruin verenkleed- scheert met een grote bocht laag over de kasseien, landt zwierig in één van de grote bloembakken en gaat, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, ook op zoek naar lekkere hapjes. Da's nieuw, en erg verrassend, want merels houden zich, voor zover ik weet, normaal gezien toch liever op in meer open ruimtes.
Gezegend, zo voelde ik me met al die gevleugelde aanwezigheid. Gezegend, en ook helemaal blij, en vooral weldadig verwonderd om zoveel schoonheid en zoveel vertrouwen. Een piepklein beetje Sneeuwwitje-gevoel gecombineerd met een piepklein beetje Sint Franciscus-gevoel, als je begrijpt wat ik bedoel. Zaaaaalig!!!
De in eerste instantie geweldig deugddoende zonnestralen werden dat sp(r)ookjesachtig wit vel van mij al snel te veel. Om te voorkomen dat ik, gebraden als een kip aan 't spit, m'n eigen cuisson nog zou moeten checken, nam ik, nog steeds gezeten op m'n kleine krukje, met een fles fris water in de hand, een afkoelpauze in een schaduwhoekje van het terras en liet al die verrukkelijke dingen om me heen zachtjes en onverstoord op me inwerken.
Plots doorbrak een in deze stilte extra luid klinkend 'tok, tok, tok' alle sereniteit. Keihard, bijna oorverdovend 'tok, tok, tok, tok, tok'. En opnieuw. En nog eens. 'Ja maar, seg, ze gaan hier die rust nu toch niet beginnen vergallen met geklop en getimmer, hé!' grommelde ik een beetje ontstemd in mezelf. En terwijl ik verwoed de oorsprong van het kabaal trachtte te lokaliseren, zag ik vanuit m'n ooghoek een beweging in het redelijk roerloze decor. Op de stammen van de dennen naast mijn terras klauterde een grote bonte specht op en neer. Dat is niet zo gek, want ook die vogels komen met regelmaat een nootje meepikken in mijn vogelrestaurant. Mevrouw Specht -te zien aan het ontbreken van het rode mutsje- was duidelijk op het spoor van iets smakelijk. Ze wrikte stevig met haar bek, dan eens hier, dan eens daar, tussen de schors van de bomen. En toen deed ze waar spechten voor gekend zijn: met een soort heldhaftige strijdlust beukte ze op volle kracht op de stam... 'Tok, tok, tok' weerklonk er hier tussen de gebouwen. Voila, ik had m'n lawaaimaker gevonden!
Je kan nog zoveel over vogels weten door er over te lezen, als je ze bezig hoort, zoals nu deze specht, op een paar meter bij je vandaan, dan valt je mond toch nog open van verbazing, hoor! Wat een kracht, wat een decibels, wauw! Ik kreeg er bijna hoofdpijn van, alleen maar door er naar te kijken!...
Dat een specht zelf aan z'n getimmer -met een snelheid van wel 25 km per uur en dat ook nog eens rond de 12.000 'tokken' per dag- geen schedelfracturen of hersenschuddingen overhoudt ligt aan z'n speciaal bolleke, een hoofd specifiek ontworpen om tegen bomen mee te rammen. Niet alleen is de snavel elastisch en schokabsorberend, gereedschap met een standaard airbag dus, zijn pientere breintje zit ook nog eens uitstekend beschermd in een excellent passende motorhelm van absolute topkwaliteit binnen in zijn schedeldak. Zoek het maar eens op, 't is boeiend om te ontdekken.
Nadat ik de noeste arbeid van de specht nog een tijdje gadegeslagen had, besloot ik zelf, met zulk vurig voorbeeld, ook maar weer naarstig aan het werk te gaan met bloempotten, planten en potgrond. Het vogelkoor op de achtergrond had nog lang een drummer te gast. In mijn eigen hoofd weerklonk een liedje dat ik niet direct kon thuisbrengen. Iets met 'kloppen' er in. Pas daarnet besefte ik dat het geen kinderrijmpje of zo was, maar een duet dat ik lang geleden zong in de Nederlandstalige versie van De Zigeunerbaron: de man in kwestie moet de schat zien te vinden, en wij, d.i. zigeunerkoningin Czipra en haar dochter Saffi, wij de hele tijd maar zingen dat hij moet ♪♫ 'kloppen, kloppen, kloppen'... ♪♫♪ Yep, dat krijg ik voorlopig niet meer uit mijn hoofd, vrees ik! hihi
'k Beloof plechtig vanaf nu een stuk minder snel lichtjes geërgerd te denken 'verdorie, er zit weer ergens iemand serieus te hameren, hoor', als er weer eens 'tok, tok, tok' weerklinkt. Ik zal in 't vervolg eerst even vriendelijk vragen 'wie is daar?', om dan vervolgens m'n deuren en vensters wijd open te gooien en met minstens evenveel verheugde verwondering opnieuw zoveel overweldigend natuurschoon binnen te laten. 💚
zaterdag 28 april 2018
Suède duisternis.
Het hoge smalle venster van m'n slaapkamer op mijn vorige adres, het appartement dat ik huurde, werd jarenlang aangekleed door ettelijke meters fraaie diep roze-rode fluwelen stof. En dat daar mogelijk nogal wat zonlicht doorheen priemde zorgde uitsluitend voor heerlijke zomerochtenden, ontwakend in een bed dat baadde in een zacht getemperde warme gloed. Verder verstoorde geen enkele lichtbron van buitenaf de kamer en mijn nachtrust.
De lichtinval in m'n extra roze slaapkamer nu, in mijn hele eigen appartement, is heel anders. Dat zou je op het eerste zicht niet denken omdat de enorme ramen slechts uitzicht geven op een grote groene tuin en een ander gebouw grotendeels verborgen achter dennenbomen. Je verwacht heerlijk donkere nachten, eventueel zélfs met de gordijnen open...
Maar, niets is minder waar. 't Is te zeggen: het hangt er van af op welke dag je zou komen kijken. In de winter, als er aan geen enkele boom nog een blad hangt en de tuin er nogal kaal bij staat, schijnen de felle straatlantaarns van de straat helemaal aan de andere kant van de tuin, nog achter het speelpleintje, genadeloos hevig tot in de donkerste hoek van al m'n kamers, en af en toe doet de bewegende flits van de grootlichten van een passerende auto daarginds, zelfs van zo veraf, me schrikken.
Maar de werkelijke hoogdagen voor de verlichting -de letterlijke verlichting, hé, niet de figuurlijke- zijn de momenten waarop op den Bosuil trainingen doorgaan of wedstrijden gespeeld worden. Al kan ik het van hieruit zien, het stadion ligt niet echt vlak achter m'n hoek. Volgens Google Maps te voet en langst de kortste weg toch nog een kleine kilometer, verbazingwekkend genoeg. Maar in vogelvlucht is die afstand nog minder dan de helft. En omdat de grote stadion-spotlights hoog boven alle bebouwing hier in de buurt uit steken, is het, zeker nu ze onlangs ook nog eens vernieuwd én vergroot zijn, op die momenten hier bij mij in huis net geen klaarlichte dag! Ik giechel al jaren dat ik zélfs in mijn bed in de spotlights sta! Allé, 'lig' dus, hé... Tja, ge zijt een diva of ge zijt het niet. hahaha
En ja, dat is, zoals u zich nu natuurlijk afvraagt, met de gordijnen dícht!...
Deze gordijnen, die me de afgelopen jaren in m'n huidige slaapkamer van eventuele ongewenste inkijk en storend nachtelijk licht moesten beschermen, kwamen met het appartement. Toen ik 4 jaar geleden dit eigen stekje kocht en ik voor al die ontzettend grote en vele ramen noch aangepaste gordijnen, noch budget voor nieuwe raambekleding had, werd er getoverd met wat er voorhanden was. Roeien met de riemen die ge hebt, hé, daar ben ik een krak in. En dat gold dus ook voor mijn roze slaapkamer. Omdat de door de vorige bewoners achtergelaten gordijnen met hun ietwat vaal oud-lila met een beetje goeie wil toch nog enigszins in het roze kleurenpalet pasten, en weliswaar stokoud en al een beetje dunner van stof doch nog steeds van zeer goede kwaliteit waren -met de hand onzichtbaar genaaid zelfs-, mochten ze na een stevige wasbeurt voorlopig dienst blijven doen.
Al vind ik het natuurlijk nog steeds erg fijn om door zacht gefilterde zonnestralen gewekt te worden, alle vormen van ongewenste lichtinval begonnen nu, na zoveel tijd, toch stilletjesaan hun tol te eisen... En als je dat dan op zeker dag eens in geuren en kleuren aan je moeder vertelt, in combinatie uiteraard met straffe stories over vele slapeloze nachten, dan moet je er niet van verschieten dat je -zeker met een moeder als de mijne- meteen de volgende dag al met alle correcte afmetingen op een stukje papier in je hand en vol enthousiasme in je favoriete stoffenwinkel staat te kiezen en te keuren. Zuinig als we zijn zouden we eerst de oude gordijnen als voering gaan gebruiken, maar bij nader inzien kochten we toch ook maar de nodige meters bijpassende stof voor de raamkant. Zooooveel makkelijker voor mijn moeder om met uitsluitend 'vers', nieuw materiaal te werken, en, mezelf kennende, deze door mijn moeder gemaakte en daardoor extra gewaardeerde gordijnen dienen vermoedelijk nog tot het eind mijner dagen, dus dat was die kleine extra investering wel waard.
En de keuze is snel gemaakt als je precies weet wat je wil. De verkoopster mat keurig en met veel plezier de nodige lengten streelzacht suède in diep fuchsia-roze voor ons af, en deed hetzelfde nog eens opnieuw met ettelijke meters kreukvrije voeringsstof in -komt dát tegen- exáct dezelfde tint. Wauw, dit was ab-so-luut de perfécte kleur en o zo fijn om aan te raken... Dolblij was ik!
En ons moe liet er geen gras over groeien! Als zij haar zinnen op iets gezet heeft, dan moet dat vooruit gaan, en niets zou haar tegenhouden mij zo snel mogelijk een prachtig product af te leveren. De weliswaar verrukkelijke stof werkte niet altijd even goed mee en de enorme en niet voor de hand liggende afmetingen maakten de klus er ook niet makkelijker op. Maar zelfs toen ik haar, omdat ze zich een paar dagen niet zo lekker en nogal moe voelde, er trachtte van te overtuigen dat het nu na al die tijd ook niet meer op die paar dagen of weken extra aan kwam, ploeterde ze resoluut en zonder tegenspraak te dulden dapper verder, want die gordijnen, die moesten en zouden af!
En nee, ik mocht ze niet zelf komen halen met de tram en m'n caddy, want dan zou haar eindeloze en zeer nauwkeurige strijkwerk zeker en vast verloren gaan! Dus, gisteren werden mijn nieuwe slaapkamergordijnen aan huis geleverd, met de auto, door die lieve tante Lea -zus van m'n vader, en altijd klaar staand om iemand te helpen- in het gezelschap van ons moe in hoogst eigen persoon.
Het zal je zeker niet verbazen dat ik bij hun vertrek onmiddellijk m'n ladder, gereedschap en gordijntoebehoren tevoorschijn haalde en opgewekt aan de slag ging om m'n meer dan fraaie nieuwe aanwinsten op hun plaats te hangen. En ondanks het ondertussen vertrouwde pijnlijke protest van m'n rug en nek ging het neerhalen van de oude raambekleding en het aanpassen van de ringetjes op de rails erg vlot. Maar mijn vrolijke tempo kwam abrupt tot stilstand toen ik tot mijn verwondering merkte dat het gordijnlint, waar de ophanghaakjes in moeten passen, met de foute kant tegen de stof van de nieuwe gordijnen gestikt was! Zo'n gekke vergissing is niks voor mijn moeder, dus toch maar even telefonisch met haar checken of ik misschien iets gemist had... Ze was al even verbaasd als ik. Tja, af en toe slaan zelfs de strafsten onder ons wel eens de bal mis, hé. Dus, geen probleem. Na een grappig gesprekje vol goede tips begon ik zelf aan het verwisselwerkje. Het zouden vanaf nu gordijnen zijn die we sámen maakten. Super, toch!?
Even met een grote steek de voering aan de suède stof driegen zodat er niets zou verschuiven, met welgemikte rasse haaltjes van het tornmesje het meterslange lint van de beide gordijnen los maken, en hetzelfde lint met de juiste zijde naar boven -zeker 4 keer gecheckt- met hier en daar een kopspeldje even tijdelijk terug vast zetten. Dit verstelwerk ging echt razendsnel, vooral omdat het origineel zo vakkundig vervaardigd was.
Nog steeds helemaal netjes en zonder vieze valse plooien -ik was extra voorzichtig geweest uit respect voor m'n moeders strijkwerk- liet ik de op de tafel liggende gordijnen heel even alleen om garen in de juiste kleur te gaan zoeken en m'n naaimachine te halen. Vijf minuten, meer tijd heeft hij echt niet nodig, en ik hád het kunnen weten natuurlijk: super nieuwsgierige Poekie, altijd klaar om iets nieuws in huis op sterkte uit te proberen, had zich prinsheerlijk genesteld bovenop een rommelige berg bij elkaar gefrommelde diep-roze stof... Wel, zo zijn de gordijnen meteen stevig getest, en... door iedereen volledig goed bevonden! Mijn moeder en ik -en dus ook de poezen- kunnen gerust zijn: deze gordijnen kreukelen nauwelijks en geen enkel kattenhaartje aan blijft er tegenaan plakken. Dank u, Poekie. Hum.
Een klein uurtje later stond ik helemaal tevreden onze gezamenlijke inspanning te bewonderen. Een ronduit schitterend resultaat! Prachtige gordijnen in een magnifieke kleur, met liefde vervaardigd uit zalige stoffen, met minstens evenveel toewijding een beetje bijgewerkt, ondanks de occasionele pijnlijke 'oei' en 'auw' vakkundig ophoog gehangen, en -zoals afgesproken tot juistekes een paar millimeter boven de vensterbank- ongelofelijk exact qua afmetingen. Hoe heerlijk is dat?!
Tenzij ik de spotlights toch nog eens een keertje zou missen en al dat heerlijk aaibare diep fuchsia-roze fraais wijd open laat, slaap ik vanaf nu dus in een zalige suède duisternis! 💗 Dank je wel, lieve moeder!😘
De lichtinval in m'n extra roze slaapkamer nu, in mijn hele eigen appartement, is heel anders. Dat zou je op het eerste zicht niet denken omdat de enorme ramen slechts uitzicht geven op een grote groene tuin en een ander gebouw grotendeels verborgen achter dennenbomen. Je verwacht heerlijk donkere nachten, eventueel zélfs met de gordijnen open...
Maar, niets is minder waar. 't Is te zeggen: het hangt er van af op welke dag je zou komen kijken. In de winter, als er aan geen enkele boom nog een blad hangt en de tuin er nogal kaal bij staat, schijnen de felle straatlantaarns van de straat helemaal aan de andere kant van de tuin, nog achter het speelpleintje, genadeloos hevig tot in de donkerste hoek van al m'n kamers, en af en toe doet de bewegende flits van de grootlichten van een passerende auto daarginds, zelfs van zo veraf, me schrikken.
Maar de werkelijke hoogdagen voor de verlichting -de letterlijke verlichting, hé, niet de figuurlijke- zijn de momenten waarop op den Bosuil trainingen doorgaan of wedstrijden gespeeld worden. Al kan ik het van hieruit zien, het stadion ligt niet echt vlak achter m'n hoek. Volgens Google Maps te voet en langst de kortste weg toch nog een kleine kilometer, verbazingwekkend genoeg. Maar in vogelvlucht is die afstand nog minder dan de helft. En omdat de grote stadion-spotlights hoog boven alle bebouwing hier in de buurt uit steken, is het, zeker nu ze onlangs ook nog eens vernieuwd én vergroot zijn, op die momenten hier bij mij in huis net geen klaarlichte dag! Ik giechel al jaren dat ik zélfs in mijn bed in de spotlights sta! Allé, 'lig' dus, hé... Tja, ge zijt een diva of ge zijt het niet. hahaha
En ja, dat is, zoals u zich nu natuurlijk afvraagt, met de gordijnen dícht!...
Deze gordijnen, die me de afgelopen jaren in m'n huidige slaapkamer van eventuele ongewenste inkijk en storend nachtelijk licht moesten beschermen, kwamen met het appartement. Toen ik 4 jaar geleden dit eigen stekje kocht en ik voor al die ontzettend grote en vele ramen noch aangepaste gordijnen, noch budget voor nieuwe raambekleding had, werd er getoverd met wat er voorhanden was. Roeien met de riemen die ge hebt, hé, daar ben ik een krak in. En dat gold dus ook voor mijn roze slaapkamer. Omdat de door de vorige bewoners achtergelaten gordijnen met hun ietwat vaal oud-lila met een beetje goeie wil toch nog enigszins in het roze kleurenpalet pasten, en weliswaar stokoud en al een beetje dunner van stof doch nog steeds van zeer goede kwaliteit waren -met de hand onzichtbaar genaaid zelfs-, mochten ze na een stevige wasbeurt voorlopig dienst blijven doen.
Al vind ik het natuurlijk nog steeds erg fijn om door zacht gefilterde zonnestralen gewekt te worden, alle vormen van ongewenste lichtinval begonnen nu, na zoveel tijd, toch stilletjesaan hun tol te eisen... En als je dat dan op zeker dag eens in geuren en kleuren aan je moeder vertelt, in combinatie uiteraard met straffe stories over vele slapeloze nachten, dan moet je er niet van verschieten dat je -zeker met een moeder als de mijne- meteen de volgende dag al met alle correcte afmetingen op een stukje papier in je hand en vol enthousiasme in je favoriete stoffenwinkel staat te kiezen en te keuren. Zuinig als we zijn zouden we eerst de oude gordijnen als voering gaan gebruiken, maar bij nader inzien kochten we toch ook maar de nodige meters bijpassende stof voor de raamkant. Zooooveel makkelijker voor mijn moeder om met uitsluitend 'vers', nieuw materiaal te werken, en, mezelf kennende, deze door mijn moeder gemaakte en daardoor extra gewaardeerde gordijnen dienen vermoedelijk nog tot het eind mijner dagen, dus dat was die kleine extra investering wel waard.
En de keuze is snel gemaakt als je precies weet wat je wil. De verkoopster mat keurig en met veel plezier de nodige lengten streelzacht suède in diep fuchsia-roze voor ons af, en deed hetzelfde nog eens opnieuw met ettelijke meters kreukvrije voeringsstof in -komt dát tegen- exáct dezelfde tint. Wauw, dit was ab-so-luut de perfécte kleur en o zo fijn om aan te raken... Dolblij was ik!
En ons moe liet er geen gras over groeien! Als zij haar zinnen op iets gezet heeft, dan moet dat vooruit gaan, en niets zou haar tegenhouden mij zo snel mogelijk een prachtig product af te leveren. De weliswaar verrukkelijke stof werkte niet altijd even goed mee en de enorme en niet voor de hand liggende afmetingen maakten de klus er ook niet makkelijker op. Maar zelfs toen ik haar, omdat ze zich een paar dagen niet zo lekker en nogal moe voelde, er trachtte van te overtuigen dat het nu na al die tijd ook niet meer op die paar dagen of weken extra aan kwam, ploeterde ze resoluut en zonder tegenspraak te dulden dapper verder, want die gordijnen, die moesten en zouden af!
En nee, ik mocht ze niet zelf komen halen met de tram en m'n caddy, want dan zou haar eindeloze en zeer nauwkeurige strijkwerk zeker en vast verloren gaan! Dus, gisteren werden mijn nieuwe slaapkamergordijnen aan huis geleverd, met de auto, door die lieve tante Lea -zus van m'n vader, en altijd klaar staand om iemand te helpen- in het gezelschap van ons moe in hoogst eigen persoon.
Het zal je zeker niet verbazen dat ik bij hun vertrek onmiddellijk m'n ladder, gereedschap en gordijntoebehoren tevoorschijn haalde en opgewekt aan de slag ging om m'n meer dan fraaie nieuwe aanwinsten op hun plaats te hangen. En ondanks het ondertussen vertrouwde pijnlijke protest van m'n rug en nek ging het neerhalen van de oude raambekleding en het aanpassen van de ringetjes op de rails erg vlot. Maar mijn vrolijke tempo kwam abrupt tot stilstand toen ik tot mijn verwondering merkte dat het gordijnlint, waar de ophanghaakjes in moeten passen, met de foute kant tegen de stof van de nieuwe gordijnen gestikt was! Zo'n gekke vergissing is niks voor mijn moeder, dus toch maar even telefonisch met haar checken of ik misschien iets gemist had... Ze was al even verbaasd als ik. Tja, af en toe slaan zelfs de strafsten onder ons wel eens de bal mis, hé. Dus, geen probleem. Na een grappig gesprekje vol goede tips begon ik zelf aan het verwisselwerkje. Het zouden vanaf nu gordijnen zijn die we sámen maakten. Super, toch!?
Even met een grote steek de voering aan de suède stof driegen zodat er niets zou verschuiven, met welgemikte rasse haaltjes van het tornmesje het meterslange lint van de beide gordijnen los maken, en hetzelfde lint met de juiste zijde naar boven -zeker 4 keer gecheckt- met hier en daar een kopspeldje even tijdelijk terug vast zetten. Dit verstelwerk ging echt razendsnel, vooral omdat het origineel zo vakkundig vervaardigd was.
Nog steeds helemaal netjes en zonder vieze valse plooien -ik was extra voorzichtig geweest uit respect voor m'n moeders strijkwerk- liet ik de op de tafel liggende gordijnen heel even alleen om garen in de juiste kleur te gaan zoeken en m'n naaimachine te halen. Vijf minuten, meer tijd heeft hij echt niet nodig, en ik hád het kunnen weten natuurlijk: super nieuwsgierige Poekie, altijd klaar om iets nieuws in huis op sterkte uit te proberen, had zich prinsheerlijk genesteld bovenop een rommelige berg bij elkaar gefrommelde diep-roze stof... Wel, zo zijn de gordijnen meteen stevig getest, en... door iedereen volledig goed bevonden! Mijn moeder en ik -en dus ook de poezen- kunnen gerust zijn: deze gordijnen kreukelen nauwelijks en geen enkel kattenhaartje aan blijft er tegenaan plakken. Dank u, Poekie. Hum.
Een klein uurtje later stond ik helemaal tevreden onze gezamenlijke inspanning te bewonderen. Een ronduit schitterend resultaat! Prachtige gordijnen in een magnifieke kleur, met liefde vervaardigd uit zalige stoffen, met minstens evenveel toewijding een beetje bijgewerkt, ondanks de occasionele pijnlijke 'oei' en 'auw' vakkundig ophoog gehangen, en -zoals afgesproken tot juistekes een paar millimeter boven de vensterbank- ongelofelijk exact qua afmetingen. Hoe heerlijk is dat?!
Tenzij ik de spotlights toch nog eens een keertje zou missen en al dat heerlijk aaibare diep fuchsia-roze fraais wijd open laat, slaap ik vanaf nu dus in een zalige suède duisternis! 💗 Dank je wel, lieve moeder!😘
vrijdag 13 april 2018
Wintergevolgen.
Ze zeggen niet voor niets dat je moet oppassen wat je wenst, daar heb ik nog maar eens duidelijk het bewijs van gezien. De afgelopen zoveel jaren kon je me elke lente, zwaar in strijd met de ene na de andere vraatzuchtige insectenplaag op m'n geliefde terrasplanten, horen zuchten dat er toch écht nog eens een winter met een stevige portie vrieskou zou mogen komen... En die kwam er dus. Met alle gevolgen van dien. Ja, inderdaad: er is niet één bladluis te bespeuren op de prille blaadjes van de rozelaars... maar jammer genoeg zijn ook die blaadjes nog amper vertegenwoordigd op het terras.
Als toegewijde tuinierder laat je je geliefde groenvoorziening natuurlijk niet aan z'n lot over als er een serieuze dip in de temperatuur zit aan te komen. Je gaat stevig aan de slag met meters bubbeltjesplastiek en ander isolerend en beschermend spul. En de afgelopen 15 jaar zijn die hoeveelheid materiaal en mijn inpaktechniek steeds meer dan voldoende geweest om alles heelhuids door de winterkou heen te loodsen. Veel van m'n planten verfraaiden al van m'n vorige terras m'n buitenleven en verhuisden zonder enig probleem mee naar de nieuwe stek, om alhier zonder noemenswaardige aanpassingsverschijnselen prima verder te groeien en bloeien. Ik was er dan ook redelijk gerust in. Onterecht, zoals spoedig zou blijken...
Het terras veranderde al snel in een ogenschijnlijk roerloos doch meedogenloos hard winterlandschap. Hard, steenhard, niet alleen figuurlijk, vooral ook letterlijk. Eén voor één, van klein naar groot, bevroren alle bloempotten op m'n buitenruimte tot grote solide blokken. Zelfs de potgrond op super beschutte plekjes, genesteld dicht tegen de relatief warme, amper geïsoleerde muur onder de ramen werd hard als beton. Het bevriezende vocht in de terracotta potjes deed de schilfers er van af springen, of de hele boel, als van 5 meter hoog naar beneden gesmeten, met een droge 'knets' uit elkaar barsten. De arme planten kreunden bijna letterlijk van de kou en zowat elke dag gaf er wel één de geest. Zelfs in de rangen van de ouwe-getrouwen, de meest taaie en robuuste groenvoorziening, vielen onvoorziene slachtoffers. Zowat alle bladeren en stengels boven de grond kon je voor je ogen zien wegkwijnen, tot er niks meer dan wat gruis van overbleef. En of er diep in de potgrond nog enige sprank van leven zou overschieten, dat viel nog angstig af te wachten...
Bij het keren van het weer en aangemoedigd door de stijgende temperaturen priemden er -hoera, hoera- overal op het hele terras voorzichtig de kopjes van de vele bloembollen door de harde grond heen. Narcissen, hyacinten, tulpen... ze deden allemaal hun best om de lente aan te kondigen. En omdat bevroren vaste planten nog wel eens volledig terug tot leven komen, vaak zelfs met nog extra groeikracht, als je ze redelijk kort terug knipt, deed ik hoopvol een toerke met m'n snoeischaar langs de zieltogende rozen, hibiscussen, clematissen en de camellia. Het zou goed komen, dat wist ik zeker!
De winter dacht er jammer genoeg anders over: er daalde een nieuwe vriesperiode over de reeds gedecimeerde terrasbeplanting neer, en deze maakte korte metten met alles wat er nog restte. De gekortwiekte stompjes van de verschillende struikgewassen bevroren des te sneller. De aller-, allerlaatste restjes tweejarigen en andere zachtbladigen vervlogen in een mum van tijd tot absoluut niets, als in lucht opgegaan. En al die vele beloftevolle bloembolknoppen, die zich zo moedig uit de donkere koude aarde omhoog hadden gewrikt? Zij verdroogden en verwelkten lang voor ze ook maar één seconde een glimp van hun schoonheid konden laten zien. Zelfs hun bollen vervroren tot moes.
Het brak m'n hart. Echt. Ik kreeg het zelfs eerst niet eens voor mekaar om alles op te ruimen. Maar verdrietig zitten kijken op een 20 vierkante meter vol vergane glorie, da's ook niks, dus gewapend met knipschaar en borstel verzamelde ik de resten van de dodelijke plantenslachtoffers van de voorbije -laat ons hopen- winter. Dikke pakken verdroogd loof en afgestorven takken, gruwelijk veel kapotte rozenstruiken, ontelbare verloren vaste planten en handenvol bloembollensmurrie... In totaal twee reuzegrote vuilniszakken vol winterschade haalde ik uit en van tussen m'n pottenovervloed. M'n arme nek en rug konden er niet mee lachen, dat geef ik je met plezier op een briefje...
Het terras ligt er nu weer netjes bij, ontdaan van alle ter ziele gegane materie. De clematissen schieten ondanks alles enthousiast omhoog. Je kan ze bijna zién groeien, zo snel. De drie overgebleven wat zielige klimrozen persen voorzichtig, nóg maar eens, een paar nieuwe blaadjes naar buiten, en ook op de hibiscusboompjes verschijnt behoedzaam het begin van groene knopjes. De helft van de potten staat er wat kaal bij, met op dit moment uitsluitend zand-zonder-plant, maar de rest bevat nog het wat slordig ogende, naar alle kanten uitstekende bloembollengroen. En dat mag gerust zo een tijdje blijven van mij. Voor de lentebloemenvreugde van volgend jaar, en zo staat er ondertussen toch nog iets, hé...
Vanochtend ontdekte ik drie knalrode tulpen, verborgen in een beschut bijna onzichtbaar hoekje van het terras. Elk ander jaar zouden die als knopje al lang door de bladluizen gulzig opgevreten zijn, maar nu de winter wat dat betreft een keertje prima z'n werk deed, geniet ik uitzonderlijk eens in optimale omstandigheden van hun frêle schoonheid.
Ja, inderdaad, 'elk nadeel heeft zo zijn voordeel', dat zeggen ze ook.
Ik laat het verdriet om het verlies van zoveel geliefde planten achter me -ik kan ze toch niet terug tot leven wekken- en verheug me op het uitzoeken en aanplanten van nieuw en misschien sterker of beter gepast groen. Winkelbudget is er eigenlijk absoluut niet, maar gelukkig blijk ik nog in het bezit van een mooi bedragje Ecocheques, toch alvast genoeg voor minstens een dozijn stevige vaste groenblijvers. En er is ook nog die lieve grote-auto-bezittende vriendin Ingrid, die met mij eens bijzonder uitgebreid en super gezellig een dagje wil gaan plantenshoppen. De nodige kleurrijke éénjarigen zal ik de komende maanden links en rechts wel meepakken bij 't boodschappen doen. Er zijn altijd koopjes, als je een beetje uitkijkt. Ondertussen vul ik nu, tegelijkertijd ongeduldig de dagen aftellend en alvast boordevol vreugde over wat nog komen gaat, menig uur aan m'n bureautje met online vaste-plantjes-kijken-en-kiezen. Het weloverwogen verlanglijstje wordt langzaam maar zeker langer. En heel wijs besloot ik inmiddels ook dat sommige soorten niet voor mijn terras weggelegd zijn, zoals die o zo geliefde rozen. Al moet het tóch nog eens gezegd: last van vraatzuchtige insecten zouden ze dit jaar écht niet gehad hebben... hihihi
Goh, misschien was m'n halve wens voor een stevige winter dan toch niet zo misplaatst. Af en toe is het goed om eens los te laten en te herbeginnen, hé. Ik krijg nu in iedere geval de fantastische kans -en ál die vele geweldige bijbehorende genoegens- om, met nog betere kennis ter zake, mijn eigen zeer geliefde groene strookje zo mogelijk nóg fraaier -en hopelijk dit maal meteen ook winter-en-ander-natuurgeweld-bestendig- opnieuw in te richten. En, ondanks m'n protesterende onwillige lijf, betekent dat voor mij eigenlijk alleen maar 'feest'. Ja, misschien moet je oppassen wat je wenst, maar wat er ook gebeurd: gelukkig heeft elk nadeel ook zijn voordeel, hé, groene-vingers- en bloemenvoordeel in mijn geval. 😉💗🌸
Als toegewijde tuinierder laat je je geliefde groenvoorziening natuurlijk niet aan z'n lot over als er een serieuze dip in de temperatuur zit aan te komen. Je gaat stevig aan de slag met meters bubbeltjesplastiek en ander isolerend en beschermend spul. En de afgelopen 15 jaar zijn die hoeveelheid materiaal en mijn inpaktechniek steeds meer dan voldoende geweest om alles heelhuids door de winterkou heen te loodsen. Veel van m'n planten verfraaiden al van m'n vorige terras m'n buitenleven en verhuisden zonder enig probleem mee naar de nieuwe stek, om alhier zonder noemenswaardige aanpassingsverschijnselen prima verder te groeien en bloeien. Ik was er dan ook redelijk gerust in. Onterecht, zoals spoedig zou blijken...
Het terras veranderde al snel in een ogenschijnlijk roerloos doch meedogenloos hard winterlandschap. Hard, steenhard, niet alleen figuurlijk, vooral ook letterlijk. Eén voor één, van klein naar groot, bevroren alle bloempotten op m'n buitenruimte tot grote solide blokken. Zelfs de potgrond op super beschutte plekjes, genesteld dicht tegen de relatief warme, amper geïsoleerde muur onder de ramen werd hard als beton. Het bevriezende vocht in de terracotta potjes deed de schilfers er van af springen, of de hele boel, als van 5 meter hoog naar beneden gesmeten, met een droge 'knets' uit elkaar barsten. De arme planten kreunden bijna letterlijk van de kou en zowat elke dag gaf er wel één de geest. Zelfs in de rangen van de ouwe-getrouwen, de meest taaie en robuuste groenvoorziening, vielen onvoorziene slachtoffers. Zowat alle bladeren en stengels boven de grond kon je voor je ogen zien wegkwijnen, tot er niks meer dan wat gruis van overbleef. En of er diep in de potgrond nog enige sprank van leven zou overschieten, dat viel nog angstig af te wachten...
Bij het keren van het weer en aangemoedigd door de stijgende temperaturen priemden er -hoera, hoera- overal op het hele terras voorzichtig de kopjes van de vele bloembollen door de harde grond heen. Narcissen, hyacinten, tulpen... ze deden allemaal hun best om de lente aan te kondigen. En omdat bevroren vaste planten nog wel eens volledig terug tot leven komen, vaak zelfs met nog extra groeikracht, als je ze redelijk kort terug knipt, deed ik hoopvol een toerke met m'n snoeischaar langs de zieltogende rozen, hibiscussen, clematissen en de camellia. Het zou goed komen, dat wist ik zeker!
De winter dacht er jammer genoeg anders over: er daalde een nieuwe vriesperiode over de reeds gedecimeerde terrasbeplanting neer, en deze maakte korte metten met alles wat er nog restte. De gekortwiekte stompjes van de verschillende struikgewassen bevroren des te sneller. De aller-, allerlaatste restjes tweejarigen en andere zachtbladigen vervlogen in een mum van tijd tot absoluut niets, als in lucht opgegaan. En al die vele beloftevolle bloembolknoppen, die zich zo moedig uit de donkere koude aarde omhoog hadden gewrikt? Zij verdroogden en verwelkten lang voor ze ook maar één seconde een glimp van hun schoonheid konden laten zien. Zelfs hun bollen vervroren tot moes.
Het brak m'n hart. Echt. Ik kreeg het zelfs eerst niet eens voor mekaar om alles op te ruimen. Maar verdrietig zitten kijken op een 20 vierkante meter vol vergane glorie, da's ook niks, dus gewapend met knipschaar en borstel verzamelde ik de resten van de dodelijke plantenslachtoffers van de voorbije -laat ons hopen- winter. Dikke pakken verdroogd loof en afgestorven takken, gruwelijk veel kapotte rozenstruiken, ontelbare verloren vaste planten en handenvol bloembollensmurrie... In totaal twee reuzegrote vuilniszakken vol winterschade haalde ik uit en van tussen m'n pottenovervloed. M'n arme nek en rug konden er niet mee lachen, dat geef ik je met plezier op een briefje...
Het terras ligt er nu weer netjes bij, ontdaan van alle ter ziele gegane materie. De clematissen schieten ondanks alles enthousiast omhoog. Je kan ze bijna zién groeien, zo snel. De drie overgebleven wat zielige klimrozen persen voorzichtig, nóg maar eens, een paar nieuwe blaadjes naar buiten, en ook op de hibiscusboompjes verschijnt behoedzaam het begin van groene knopjes. De helft van de potten staat er wat kaal bij, met op dit moment uitsluitend zand-zonder-plant, maar de rest bevat nog het wat slordig ogende, naar alle kanten uitstekende bloembollengroen. En dat mag gerust zo een tijdje blijven van mij. Voor de lentebloemenvreugde van volgend jaar, en zo staat er ondertussen toch nog iets, hé...
Vanochtend ontdekte ik drie knalrode tulpen, verborgen in een beschut bijna onzichtbaar hoekje van het terras. Elk ander jaar zouden die als knopje al lang door de bladluizen gulzig opgevreten zijn, maar nu de winter wat dat betreft een keertje prima z'n werk deed, geniet ik uitzonderlijk eens in optimale omstandigheden van hun frêle schoonheid.
Ja, inderdaad, 'elk nadeel heeft zo zijn voordeel', dat zeggen ze ook.
Ik laat het verdriet om het verlies van zoveel geliefde planten achter me -ik kan ze toch niet terug tot leven wekken- en verheug me op het uitzoeken en aanplanten van nieuw en misschien sterker of beter gepast groen. Winkelbudget is er eigenlijk absoluut niet, maar gelukkig blijk ik nog in het bezit van een mooi bedragje Ecocheques, toch alvast genoeg voor minstens een dozijn stevige vaste groenblijvers. En er is ook nog die lieve grote-auto-bezittende vriendin Ingrid, die met mij eens bijzonder uitgebreid en super gezellig een dagje wil gaan plantenshoppen. De nodige kleurrijke éénjarigen zal ik de komende maanden links en rechts wel meepakken bij 't boodschappen doen. Er zijn altijd koopjes, als je een beetje uitkijkt. Ondertussen vul ik nu, tegelijkertijd ongeduldig de dagen aftellend en alvast boordevol vreugde over wat nog komen gaat, menig uur aan m'n bureautje met online vaste-plantjes-kijken-en-kiezen. Het weloverwogen verlanglijstje wordt langzaam maar zeker langer. En heel wijs besloot ik inmiddels ook dat sommige soorten niet voor mijn terras weggelegd zijn, zoals die o zo geliefde rozen. Al moet het tóch nog eens gezegd: last van vraatzuchtige insecten zouden ze dit jaar écht niet gehad hebben... hihihi
Goh, misschien was m'n halve wens voor een stevige winter dan toch niet zo misplaatst. Af en toe is het goed om eens los te laten en te herbeginnen, hé. Ik krijg nu in iedere geval de fantastische kans -en ál die vele geweldige bijbehorende genoegens- om, met nog betere kennis ter zake, mijn eigen zeer geliefde groene strookje zo mogelijk nóg fraaier -en hopelijk dit maal meteen ook winter-en-ander-natuurgeweld-bestendig- opnieuw in te richten. En, ondanks m'n protesterende onwillige lijf, betekent dat voor mij eigenlijk alleen maar 'feest'. Ja, misschien moet je oppassen wat je wenst, maar wat er ook gebeurd: gelukkig heeft elk nadeel ook zijn voordeel, hé, groene-vingers- en bloemenvoordeel in mijn geval. 😉💗🌸
dinsdag 3 april 2018
Tijden veranderen...
Zoals wel vaker op vrije dagen haalden allerlei timmer- en bonsgeluiden van de buren aan de andere kant van m'n badkamermuur me gisteren een beetje bruusk uit m'n slaap. Terwijl ik gelaten de gordijnen open schoof moesten er blijkbaar bij de bovenburen dringend en met luid piepende en knarsende poten zware meubelen verschoven worden. In de hal weerklonk, vermengd met onbetwistbare verhuisgeluiden, ernstig en onverbloemd gevloek over het nog steeds defect zijn van de 2e lift. Door het slaapkamerraam, duidelijk ook wel weer eens aan een sopje toe, aanschouwde ik de kille sombere grijsheid van de zondagochtend. Werkelijk niets duidde erop dat deze dag één van de meest belangrijke hoogdagen in het kerkelijk jaar was. Tijden veranderen. Ook Paas-tijden blijkbaar. En het verschil met 'vroeger' is groot, bijzonder groot.
Toen begon Pasen al met de 40 dagen vastentijd, bij ons letterlijk een periode van 'versterving', minder van alles dus. Sobere maaltijden, totale afwezigheid van snoepgoed, zulke dingen. Die vreselijke zure pekelharing met de kurkdroge gekookte patatten op vrijdag vergeet ik van m'n leven niet, maar je at ze, en met smaak zelfs, door de grote honger... En er werd behoorlijk veel tijd in de kerk doorgebracht. In de Goede Week leek het bijna alsof je er woonde! Overdag braaf naar de mis met de hele school en 's avonds, nog eens zo devoot, opnieuw met de hele familie. Mijn beeldhoudende zus maakte ooit 13 stenen kelken voor de viering van het Laatste Avondmaal op Witte Donderdag. Goed mogelijk dat die in de kerk in kwestie nog steeds in gebruik zijn. Op Goede Vrijdag -en dat vonden wij als kinderen super leuk- kwam onze va extra vroeg van z'n werk bij de bank die -heden ten dage trouwens nog steeds- om 15u sloot, het uur waarop Jesus vermoedelijk gestorven zou zijn, om, je raadt het al, gezellig samen met de hele familie de speciale kerkdienst bij te wonen. En de stilte van Stille Zaterdag diende om al onze zondagse kledij klaar te leggen, zodat we er de dag erna letterlijk op ons Paasbest uit zagen. Je stelde je er allemaal absoluut geen vragen bij, het was gewoon zoals het was. Het hoorde zo. Zo ging het altijd al. Traditie heet dat, hé.
Zingen in de kerk hoorde er voor mij uiteraard ook altijd bij. Eerst met de school, dan bij het Jongerenkoor en later als sopraan-solo. Paasvieringen, Paaswakes en natuurlijk de vele verschillende passieconcerten. Met het langzaam wegvallen van zovele andere gewoontes was deze door mij meest geliefde traditie er ééntje die gelukkig wel stand hield. Tot 2 jaar geleden... Deze Pasen zong ik tot mijn groot verdriet alweer geen noot. Niet één passie of oratorium had nood aan mijn bijdrage, en blijkbaar vonden ook alle mogelijke kerkdiensten andere muzikale invulling. Erger nog: het kerkje dat ik jarenlang als zeer graag geziene gast bij zowat alle hoogdagen al zingende met zoveel extra feestvreugde mocht vullen werd het afgelopen jaar ontwijdt wegens geen priester meer...
Het hele eieren-verstoppen-en-zoeken-plezier gaat totaal aan je voorbij als je zelf geen kinderen hebt, en al helemaal als ook de eventuele echtgenoten of liefjes het nut van zulke grappige zoete fratsen niet (willen) inzien. Jarenlang speelde ik dus m'n eigen paasklok -of haas, jij mag kiezen- en kocht mezelf dan maar wat lekkers. En nu, met die lactose-intolerantie, trakteer ik mezelf op een doos meestal veel te dure aardbeien en blijft de chocolade-snoeperij beperkt tot het exceptionele kleine gevulde eitje bij het kopje koffie op een al even zeldzaam avondje uit.
M'n moeder en ik zochten dit jaar tevergeefs zowat alle mogelijk televisiekanalen af op zoek naar de typische wat soft aandoende 'Jesus-films', zoals we daar jarenlang graag naar keken in de week voor Pasen. Behalve een reportage over een erg mooie Paasprocessie ergens in Nederland vonden we niets meer. Ik begin zelfs een beetje te vermoeden dat we nog blij mochten zijn de pauselijke zegen op zondag te kunnen volgen...
Vandaag, paasmaandag of tweede paasdag, is m'n hele leven lang familie-dag geweest. Verliefd, getrouwd, met eigen kinderen, 't maakte niet uit: op paasmaandag zakte absoluut iedereen van ons gezin zonder fout af naar het ouderlijk huis en moesten en zouden we met z'n allen naar de kermis! Zelfs toen onze va er niet meer was om voor zowat elk kraam met gulle hand te trakteren, bleven we gaan, al was het maar om de traditie en de nagedachtenis. Maar ook dat verwaterde stilletjes aan. En dit jaar... zit ik thuis achter m'n computer met dit verhaal te worstelen, alleen. Broers en zussen hadden hele andere plannen, en zo houdt deze bijna levenslange paasmaandag-familie-traditie vermoedelijk ook op.
Oei, mijn Paasverhaal valt precies een stuk treuriger uit dan voorzien. Misschien ben ik ongemerkt toch een beetje in een oude nostalgische dwaas veranderd, zo met die lichte doch overduidelijke heimwee naar vroeger. Maar geef toe dat ook jij niet volledig zonder gevoel van spijt al dat soort tradities in je eigen leven één voor één ziet verdwijnen.
En al kan en zal ik niet ontkennen dat ik nog steeds van de schoonheid van al het ceremonieel houdt, de strikte kerkelijke dwangbuis liet ik al heel lang geleden achter me. De waarden uit zo'n zwaar christelijke opvoeding draag je sowieso de rest van je leven mee, maar echte waarden zijn universeel. Net zoals de diepere betekenis van Pasen. Of je nu in iets gelooft of niet, die blijde boodschap van 'verrijzenis', in welke vorm dan ook en uit alles wat je als 'dood' kan ervaren, die kan iedereen verstaan en gebruiken. Opstaan, verrijzen, herleven, recht krabbelen, opbloeien... uit onderdrukking, verdriet, angst, geweld... Of soms, hoe zot het ook mag klinken, zoals ik zelf in de allermoeilijkste dagen van m'n depressie: gewoon het letterlijke, ogenschijnlijk o zo simpele, opstaan uit bed... Jammer genoeg weerklinken met het wegvallen van zovele tradities als aanknopings- of steunpunt ook die verrijzeniswoorden, woorden van hoop, kracht en herboren worden, steeds minder helder... Een gemiste kans volgens mij, het verdwijnen van een mogelijke kapstok om mensenlevens mee overeind te houden...
Och, je kent me ondertussen al wel een beetje, hé: nooit een negatieve bedenking, nooit een minder vrolijk verhaal zonder dat ik er ook een minstens even positieve gedachte bij maak. En in dit geval is die gedachte verrassend simpel en duidelijk: tijden veranderen, dat is altijd al zo geweest, en bij alles wat ophoudt, begint er iets nieuws. Inderdaad, ik hoor het je al zeggen: 'als God een deur sluit, opent hij wel ergens een raam'. Wie weet staan we hier dus met al die eindigende tradities heel gewoon aan het begin van zovele en mogelijk nog veel mooiere nieuwe. We kunnen het alleen nog niet zien... En voilà, zie nu: daarmee is heel dat verrijzenisverhaal meteen nog maar eens bijzonder hedendaags en absoluut van toepassing gebleken! Komt dà tegen! Straf, hé. ;-)
Toen begon Pasen al met de 40 dagen vastentijd, bij ons letterlijk een periode van 'versterving', minder van alles dus. Sobere maaltijden, totale afwezigheid van snoepgoed, zulke dingen. Die vreselijke zure pekelharing met de kurkdroge gekookte patatten op vrijdag vergeet ik van m'n leven niet, maar je at ze, en met smaak zelfs, door de grote honger... En er werd behoorlijk veel tijd in de kerk doorgebracht. In de Goede Week leek het bijna alsof je er woonde! Overdag braaf naar de mis met de hele school en 's avonds, nog eens zo devoot, opnieuw met de hele familie. Mijn beeldhoudende zus maakte ooit 13 stenen kelken voor de viering van het Laatste Avondmaal op Witte Donderdag. Goed mogelijk dat die in de kerk in kwestie nog steeds in gebruik zijn. Op Goede Vrijdag -en dat vonden wij als kinderen super leuk- kwam onze va extra vroeg van z'n werk bij de bank die -heden ten dage trouwens nog steeds- om 15u sloot, het uur waarop Jesus vermoedelijk gestorven zou zijn, om, je raadt het al, gezellig samen met de hele familie de speciale kerkdienst bij te wonen. En de stilte van Stille Zaterdag diende om al onze zondagse kledij klaar te leggen, zodat we er de dag erna letterlijk op ons Paasbest uit zagen. Je stelde je er allemaal absoluut geen vragen bij, het was gewoon zoals het was. Het hoorde zo. Zo ging het altijd al. Traditie heet dat, hé.
Zingen in de kerk hoorde er voor mij uiteraard ook altijd bij. Eerst met de school, dan bij het Jongerenkoor en later als sopraan-solo. Paasvieringen, Paaswakes en natuurlijk de vele verschillende passieconcerten. Met het langzaam wegvallen van zovele andere gewoontes was deze door mij meest geliefde traditie er ééntje die gelukkig wel stand hield. Tot 2 jaar geleden... Deze Pasen zong ik tot mijn groot verdriet alweer geen noot. Niet één passie of oratorium had nood aan mijn bijdrage, en blijkbaar vonden ook alle mogelijke kerkdiensten andere muzikale invulling. Erger nog: het kerkje dat ik jarenlang als zeer graag geziene gast bij zowat alle hoogdagen al zingende met zoveel extra feestvreugde mocht vullen werd het afgelopen jaar ontwijdt wegens geen priester meer...
Het hele eieren-verstoppen-en-zoeken-plezier gaat totaal aan je voorbij als je zelf geen kinderen hebt, en al helemaal als ook de eventuele echtgenoten of liefjes het nut van zulke grappige zoete fratsen niet (willen) inzien. Jarenlang speelde ik dus m'n eigen paasklok -of haas, jij mag kiezen- en kocht mezelf dan maar wat lekkers. En nu, met die lactose-intolerantie, trakteer ik mezelf op een doos meestal veel te dure aardbeien en blijft de chocolade-snoeperij beperkt tot het exceptionele kleine gevulde eitje bij het kopje koffie op een al even zeldzaam avondje uit.
M'n moeder en ik zochten dit jaar tevergeefs zowat alle mogelijk televisiekanalen af op zoek naar de typische wat soft aandoende 'Jesus-films', zoals we daar jarenlang graag naar keken in de week voor Pasen. Behalve een reportage over een erg mooie Paasprocessie ergens in Nederland vonden we niets meer. Ik begin zelfs een beetje te vermoeden dat we nog blij mochten zijn de pauselijke zegen op zondag te kunnen volgen...
Vandaag, paasmaandag of tweede paasdag, is m'n hele leven lang familie-dag geweest. Verliefd, getrouwd, met eigen kinderen, 't maakte niet uit: op paasmaandag zakte absoluut iedereen van ons gezin zonder fout af naar het ouderlijk huis en moesten en zouden we met z'n allen naar de kermis! Zelfs toen onze va er niet meer was om voor zowat elk kraam met gulle hand te trakteren, bleven we gaan, al was het maar om de traditie en de nagedachtenis. Maar ook dat verwaterde stilletjes aan. En dit jaar... zit ik thuis achter m'n computer met dit verhaal te worstelen, alleen. Broers en zussen hadden hele andere plannen, en zo houdt deze bijna levenslange paasmaandag-familie-traditie vermoedelijk ook op.
Oei, mijn Paasverhaal valt precies een stuk treuriger uit dan voorzien. Misschien ben ik ongemerkt toch een beetje in een oude nostalgische dwaas veranderd, zo met die lichte doch overduidelijke heimwee naar vroeger. Maar geef toe dat ook jij niet volledig zonder gevoel van spijt al dat soort tradities in je eigen leven één voor één ziet verdwijnen.
En al kan en zal ik niet ontkennen dat ik nog steeds van de schoonheid van al het ceremonieel houdt, de strikte kerkelijke dwangbuis liet ik al heel lang geleden achter me. De waarden uit zo'n zwaar christelijke opvoeding draag je sowieso de rest van je leven mee, maar echte waarden zijn universeel. Net zoals de diepere betekenis van Pasen. Of je nu in iets gelooft of niet, die blijde boodschap van 'verrijzenis', in welke vorm dan ook en uit alles wat je als 'dood' kan ervaren, die kan iedereen verstaan en gebruiken. Opstaan, verrijzen, herleven, recht krabbelen, opbloeien... uit onderdrukking, verdriet, angst, geweld... Of soms, hoe zot het ook mag klinken, zoals ik zelf in de allermoeilijkste dagen van m'n depressie: gewoon het letterlijke, ogenschijnlijk o zo simpele, opstaan uit bed... Jammer genoeg weerklinken met het wegvallen van zovele tradities als aanknopings- of steunpunt ook die verrijzeniswoorden, woorden van hoop, kracht en herboren worden, steeds minder helder... Een gemiste kans volgens mij, het verdwijnen van een mogelijke kapstok om mensenlevens mee overeind te houden...
Och, je kent me ondertussen al wel een beetje, hé: nooit een negatieve bedenking, nooit een minder vrolijk verhaal zonder dat ik er ook een minstens even positieve gedachte bij maak. En in dit geval is die gedachte verrassend simpel en duidelijk: tijden veranderen, dat is altijd al zo geweest, en bij alles wat ophoudt, begint er iets nieuws. Inderdaad, ik hoor het je al zeggen: 'als God een deur sluit, opent hij wel ergens een raam'. Wie weet staan we hier dus met al die eindigende tradities heel gewoon aan het begin van zovele en mogelijk nog veel mooiere nieuwe. We kunnen het alleen nog niet zien... En voilà, zie nu: daarmee is heel dat verrijzenisverhaal meteen nog maar eens bijzonder hedendaags en absoluut van toepassing gebleken! Komt dà tegen! Straf, hé. ;-)
donderdag 29 maart 2018
Moeder-&-dochter-dagje.
Zo ongeveer elke dag hangen we met elkaar aan de telefoon, altijd omtrent hetzelfde tijdstip van de dag: als 't 'gratis bellen' van start gaat. Soms duurt het gesprek maar heel even, niks bijzonders te melden, juist even elkaars dag en gemoedstoestand checken. Maar net zo goed babbelen we met gemak een uurtje vol, en dat kan dan werkelijk over zowat absoluut álles gaan. Op die manier blijven mijn moeder en ik overal van op de hoogte, en vooral ook in contact met elkaar. De afgelopen zoveel maanden lukte het me door die regerende depressie immers amper om op een deftige en genietbare manier -zowel voor mezelf als voor de andere eventueel betrokken personen- ergens heen te gaan, en dus ook niet tot bij m'n moeder. En da's uiteraard jammer.
Ze had het me al herhaalde malen gevraagd om samen eens iets te gaan doen, gelijk wat, ergens heen, of een hapje eten, 't maakte niet uit. Gewoon iets wat ik op de één of andere manier zag zitten en aankon, en waarmee zij mij eens een beetje kon en mocht verwennen. En gisteren is dat eindelijk gelukt!
Mijn moeder en ik zijn een dagje, gezellig onder ons getweetjes, gaan winkeltjes kijken in het Wijnegem Shoppingcentrum. Nee, niet dat ik daar überhaupt centen voor heb. In tegendeel zou ik zo zeggen, niet één rooie duit! Zelfs pee-schijven kan ik me voor zulke uitspatting niet veroorloven... En zo een 'echte' shopping-uitstap is trouwens iets wat we normaal gezien sowieso allebei eigenlijk nooit doen, het is ons ding niet echt. Maar, met kerstmis gaf mijn moeder al haar kinderen een aankoopbon voor dat winkelcentrum in kwestie cadeau, en het leek me extra fijn om voor de mijne samen met haar iets leuks te gaan uitzoeken.
De tram zal alvast vol met bende vreselijk drukke, af en toe luid gillende schooljeugd, duidelijk op weg naar hetzelfde doel. Dat beloofde... En het wás een lawaaierige dag, zeker voor oren die dat al lang niet meer gewoon zijn, en ook voor mensen die normaal gezien uitsluitend een snelle 'binnen-en-buiten' plegen te doen bij hoogstnoodzakelijk winkelbezoek aldaar, maar... we hebben het onze pret zeker niet laten bederven.
Met nieuw inktpatronen voor m'n printer zou ik meteen meer dan het budget van m'n geschenkbon kwijt geweest zijn, dus nee dank u wel, vandaag liever niet. Even kijken bij de strips in de Standaard Boekhandel, waar, jammer maar helaas, niets uit de reeksen die ik verzamel te vinden was. Hop, naar Boekenvoordeel dan, een winkel waar ik m'n geldbeugel gewoonlijk redelijk tevergeefs strak tracht dicht te houden. Niets kon me echter écht verleiden dit maal... tot bij het buitengaan mijn oog op een kleine zakagenda boordevol van die magnifieke feeërieke tekeningen van Marjolein Bastin viel. Zoooooo mooi! En met zooooooo een grote korting -van 10,95-€, nu voor nog slechts 2,49-€- dat mijn moeder hem voor mij kocht, want 'dat was de moeite van m'n aankoopbon niet'...
Volgende stop: 1e verdieping, Casa. Heu.. heb ik ergens iets gemist misschien? Heeft tegenwoordig iedereen z'n huis vol knuffelcactussen en oerwoudgordijnen??? Uiteraard moesten we ook even binnenwippen bij dat winkeltje één deur verder, dat met al die gekke prulletjes en frulletjes, want daar kocht ik ooit mijn zeer geliefde zalige blauwe-lucht-met-schapenwolken-paraplu. Maar... niks kon er ons boeien. Dan maar even door de Hema geslenterd, want, zelfs al is er niets te zien waar je je centjes aan uit wil geven, ze hebben er wel een lekkere en grote kop koffie, en onze voeten waren aan een kleine pauze toe. Kon ik meteen ook onze eerste -en voorlopig enige- aankoop, het agendaatje, nog eens uitgebreid bewonderen.
Bij Fnac vond ik een zodanig brede waaier aan strips die ik me nog wel eens wou aanschaffen, dat de mij zwaar vallende keuze er bijna voor zorgde dat er opnieuw niets gekocht werd, maar, zo blij als een kind liep ik uiteindelijk de winkel weer uit met 3 nieuwe 'Kid Paddle' boekjes in m'n tasje en hield na die aankoop zelfs nog één 10 euro bon over. Prima bedrag om in het Kruidvat aan favoriete haarproducten en nieuwe zachte krulspelden te besteden!
Protest in alle mogelijke toonaarden en kleuren van mijn kant maakte totaal niks uit: m'n moeder moest en zou me ook absoluut nog iets extra's cadeau doen. Bovenop de reeds getrakteerde koffie en agenda en... Gewoon, omdat ze dat wou. Punt. Geen discussie.
Moedig paste ik dus een aantal erg leuke zomerjurkjes, maar... als 't van boven goed zit, dan gaat het niet over m'n royale derrière,... en als iets wel keurig netjes heel die onderste batterij van mij bekleed, dan verzuipt die toch ook niet geringe bovenkant van mijn verschijning in hopeloos geslobber. Zucht. Dat was duidelijk alvast geen optie. Maar ons moe zat nog niet door haar opties heen. Ze troonde me mee naar een winkeltje waar ze al wekenlang een rood halssnoer voor zichzelf had willen kopen. Even kijken of het er nog steeds was om, indien ja, eindelijk die al veel te lang uitgestelde slag eens te slaan uiteraard.
Wauw -of misschien beter 'oei oei oei'-, ik heb een nieuw favoriet winkeltje, geloof ik... Bijou Brigitte is als een netjes op kleur geordende schatkamer vol schitterende sieraden en fonkelende accessoires, één voor één allemaal helemaal mijn smaak!
Het door m'n moeder gewenste rode halssnoer lag niet meer in de etalage, maar hoera, we vonden het al snel terug tussen de andere kettingen in dezelfde kleursoort... en toen werd er, door het overweldigende aanbod, toch nog even getwijfeld over tint en model, doch na uitgebreid kiezen en keuren kocht ons moe tóch haar eerste gedacht. Mét bijpassende armband. "Kijkt gij ook maar eens goed rond, en kies iets moois voor jezelf uit!" dirigeerde ze me zonder tegenspraak te dulden. En... ik ben echt gewéldig content met m'n nieuwe, super mooie, verrassend zware, glimmend zwarte, duizend-kraaltjes-gevlochten sieraad! Subliem.
Terwijl ons moe aan de kassa stond af te rekenen, rinkelde haar telefoon. Eén van haar broers, nonkel Kristiaan, klonk blij verrast mij aan de lijn te krijgen. Of ik even wou doorgeven dat hij met tante Paula naar Wijnegem kwam voor de tentoonstelling over de wereldoorlogen, waarvoor m'n moeder de organisatoren een stevig pak documenten en objecten van de familie en vooral van mijn grootva, Frans Verbiest, geleend had. En of ze achteraf er ook nog mee 'ene kwam pakken' in 't café op den hoek. De boodschap zorgde toch voor wat lichte stress. Wat wil je doen, wat ga je kiezen? Verder met dochter-lief door de Shopping slenteren, winkel in, winkel uit -wat we eigenlijk allebei al wel een beetje beu waren ondertussen- of redelijk hals over kop terug richting dorp en richting familie? En we zouden eigenlijk nog een slaatje en zo'n zalig fijn en krokant frietje gaan eten bij de Mac Donalds...
Met een nieuw belletje naar de nonkel viel uiteindelijk alles als vanzelf prima in de plooi: zij namen simpelweg een bus later zodat wij meer dan tijd genoeg hadden voor én een frietje én een rustig tramritje terug. Het verwendagje uit bleef dus nog even wreed gezellig, en met een onverwacht staartje, verder kabbelen. Hoera!
Zo een mooie en overzichtelijk tentoonstelling met zeer uiteenlopende documenten, foto's en voorwerpen uit beide wereldoorlogen is uiteraard bijzonder boeiend, zeker als je er, in 't uitgelezen gezelschap van je moeder, nonkel en tante, en dus mét extra, al dan niet humoristische, gedetailleerde uitleg bovenop, links en rechts overal familieleden in terugvindt. Maar het doet niet echt deugd aan de nog steeds behoorlijk aanwezige donker depressiegedachten in m'n hoofd. We zijn 100 jaar verder, en hoe bitter weinig, niets eigenlijk, heeft de mensheid in 's hemelsnaam geleerd... Gelukkig, zoals dat bij ons in de familie zo ongeveer traditie is, moet er bij elke gelegenheid sowieso een stevig pint -of twee- gedronken worden. En de sympathieke nonkel trakteerde, joviaal en gul als hij altijd is.
Volledig voldaan, echt voor de volle 100%, in zowel winkelen als bij-babbelen, met suizende oortjes van een hele dag drukte om me heen, een tas vol nu reeds gekoesterde aankoopjes, en vooral met een intens warm gevoel vanbinnen -toch iets meer door het gezelschap dan door het bier- wiebelde ik met de tram weer naar huis, om daar prompt van pure vermoeidheid met twee dolgelukkige -jeey! z'is weer terug! roenk roenk roenk- knuffelpoezen op schoot in de sofa in slaap te vallen.
Dit voor mij ongewone uitstapje was meer dan geslaagd, het had écht niet beter kunnen zijn. Ik voel me verwend en geniet daar nóg met volle teugen van. Het doet me echt opmerkelijk veel deugd! Een schone merci aan nonkel en tante voor hun fijne bijdrage, maar uiteraard vooral aan ons moe, met een dikke zoen en knuffel er bij: een ontzettend grote en super hartelijke DANK U WEL voor dit gezellige moeder-&-dochter-dagje! 💖 Xxx
Ze had het me al herhaalde malen gevraagd om samen eens iets te gaan doen, gelijk wat, ergens heen, of een hapje eten, 't maakte niet uit. Gewoon iets wat ik op de één of andere manier zag zitten en aankon, en waarmee zij mij eens een beetje kon en mocht verwennen. En gisteren is dat eindelijk gelukt!
Mijn moeder en ik zijn een dagje, gezellig onder ons getweetjes, gaan winkeltjes kijken in het Wijnegem Shoppingcentrum. Nee, niet dat ik daar überhaupt centen voor heb. In tegendeel zou ik zo zeggen, niet één rooie duit! Zelfs pee-schijven kan ik me voor zulke uitspatting niet veroorloven... En zo een 'echte' shopping-uitstap is trouwens iets wat we normaal gezien sowieso allebei eigenlijk nooit doen, het is ons ding niet echt. Maar, met kerstmis gaf mijn moeder al haar kinderen een aankoopbon voor dat winkelcentrum in kwestie cadeau, en het leek me extra fijn om voor de mijne samen met haar iets leuks te gaan uitzoeken.
De tram zal alvast vol met bende vreselijk drukke, af en toe luid gillende schooljeugd, duidelijk op weg naar hetzelfde doel. Dat beloofde... En het wás een lawaaierige dag, zeker voor oren die dat al lang niet meer gewoon zijn, en ook voor mensen die normaal gezien uitsluitend een snelle 'binnen-en-buiten' plegen te doen bij hoogstnoodzakelijk winkelbezoek aldaar, maar... we hebben het onze pret zeker niet laten bederven.
Met nieuw inktpatronen voor m'n printer zou ik meteen meer dan het budget van m'n geschenkbon kwijt geweest zijn, dus nee dank u wel, vandaag liever niet. Even kijken bij de strips in de Standaard Boekhandel, waar, jammer maar helaas, niets uit de reeksen die ik verzamel te vinden was. Hop, naar Boekenvoordeel dan, een winkel waar ik m'n geldbeugel gewoonlijk redelijk tevergeefs strak tracht dicht te houden. Niets kon me echter écht verleiden dit maal... tot bij het buitengaan mijn oog op een kleine zakagenda boordevol van die magnifieke feeërieke tekeningen van Marjolein Bastin viel. Zoooooo mooi! En met zooooooo een grote korting -van 10,95-€, nu voor nog slechts 2,49-€- dat mijn moeder hem voor mij kocht, want 'dat was de moeite van m'n aankoopbon niet'...
Volgende stop: 1e verdieping, Casa. Heu.. heb ik ergens iets gemist misschien? Heeft tegenwoordig iedereen z'n huis vol knuffelcactussen en oerwoudgordijnen??? Uiteraard moesten we ook even binnenwippen bij dat winkeltje één deur verder, dat met al die gekke prulletjes en frulletjes, want daar kocht ik ooit mijn zeer geliefde zalige blauwe-lucht-met-schapenwolken-paraplu. Maar... niks kon er ons boeien. Dan maar even door de Hema geslenterd, want, zelfs al is er niets te zien waar je je centjes aan uit wil geven, ze hebben er wel een lekkere en grote kop koffie, en onze voeten waren aan een kleine pauze toe. Kon ik meteen ook onze eerste -en voorlopig enige- aankoop, het agendaatje, nog eens uitgebreid bewonderen.
Bij Fnac vond ik een zodanig brede waaier aan strips die ik me nog wel eens wou aanschaffen, dat de mij zwaar vallende keuze er bijna voor zorgde dat er opnieuw niets gekocht werd, maar, zo blij als een kind liep ik uiteindelijk de winkel weer uit met 3 nieuwe 'Kid Paddle' boekjes in m'n tasje en hield na die aankoop zelfs nog één 10 euro bon over. Prima bedrag om in het Kruidvat aan favoriete haarproducten en nieuwe zachte krulspelden te besteden!
Protest in alle mogelijke toonaarden en kleuren van mijn kant maakte totaal niks uit: m'n moeder moest en zou me ook absoluut nog iets extra's cadeau doen. Bovenop de reeds getrakteerde koffie en agenda en... Gewoon, omdat ze dat wou. Punt. Geen discussie.
Moedig paste ik dus een aantal erg leuke zomerjurkjes, maar... als 't van boven goed zit, dan gaat het niet over m'n royale derrière,... en als iets wel keurig netjes heel die onderste batterij van mij bekleed, dan verzuipt die toch ook niet geringe bovenkant van mijn verschijning in hopeloos geslobber. Zucht. Dat was duidelijk alvast geen optie. Maar ons moe zat nog niet door haar opties heen. Ze troonde me mee naar een winkeltje waar ze al wekenlang een rood halssnoer voor zichzelf had willen kopen. Even kijken of het er nog steeds was om, indien ja, eindelijk die al veel te lang uitgestelde slag eens te slaan uiteraard.
Wauw -of misschien beter 'oei oei oei'-, ik heb een nieuw favoriet winkeltje, geloof ik... Bijou Brigitte is als een netjes op kleur geordende schatkamer vol schitterende sieraden en fonkelende accessoires, één voor één allemaal helemaal mijn smaak!
Het door m'n moeder gewenste rode halssnoer lag niet meer in de etalage, maar hoera, we vonden het al snel terug tussen de andere kettingen in dezelfde kleursoort... en toen werd er, door het overweldigende aanbod, toch nog even getwijfeld over tint en model, doch na uitgebreid kiezen en keuren kocht ons moe tóch haar eerste gedacht. Mét bijpassende armband. "Kijkt gij ook maar eens goed rond, en kies iets moois voor jezelf uit!" dirigeerde ze me zonder tegenspraak te dulden. En... ik ben echt gewéldig content met m'n nieuwe, super mooie, verrassend zware, glimmend zwarte, duizend-kraaltjes-gevlochten sieraad! Subliem.
Terwijl ons moe aan de kassa stond af te rekenen, rinkelde haar telefoon. Eén van haar broers, nonkel Kristiaan, klonk blij verrast mij aan de lijn te krijgen. Of ik even wou doorgeven dat hij met tante Paula naar Wijnegem kwam voor de tentoonstelling over de wereldoorlogen, waarvoor m'n moeder de organisatoren een stevig pak documenten en objecten van de familie en vooral van mijn grootva, Frans Verbiest, geleend had. En of ze achteraf er ook nog mee 'ene kwam pakken' in 't café op den hoek. De boodschap zorgde toch voor wat lichte stress. Wat wil je doen, wat ga je kiezen? Verder met dochter-lief door de Shopping slenteren, winkel in, winkel uit -wat we eigenlijk allebei al wel een beetje beu waren ondertussen- of redelijk hals over kop terug richting dorp en richting familie? En we zouden eigenlijk nog een slaatje en zo'n zalig fijn en krokant frietje gaan eten bij de Mac Donalds...
Met een nieuw belletje naar de nonkel viel uiteindelijk alles als vanzelf prima in de plooi: zij namen simpelweg een bus later zodat wij meer dan tijd genoeg hadden voor én een frietje én een rustig tramritje terug. Het verwendagje uit bleef dus nog even wreed gezellig, en met een onverwacht staartje, verder kabbelen. Hoera!
Zo een mooie en overzichtelijk tentoonstelling met zeer uiteenlopende documenten, foto's en voorwerpen uit beide wereldoorlogen is uiteraard bijzonder boeiend, zeker als je er, in 't uitgelezen gezelschap van je moeder, nonkel en tante, en dus mét extra, al dan niet humoristische, gedetailleerde uitleg bovenop, links en rechts overal familieleden in terugvindt. Maar het doet niet echt deugd aan de nog steeds behoorlijk aanwezige donker depressiegedachten in m'n hoofd. We zijn 100 jaar verder, en hoe bitter weinig, niets eigenlijk, heeft de mensheid in 's hemelsnaam geleerd... Gelukkig, zoals dat bij ons in de familie zo ongeveer traditie is, moet er bij elke gelegenheid sowieso een stevig pint -of twee- gedronken worden. En de sympathieke nonkel trakteerde, joviaal en gul als hij altijd is.
Volledig voldaan, echt voor de volle 100%, in zowel winkelen als bij-babbelen, met suizende oortjes van een hele dag drukte om me heen, een tas vol nu reeds gekoesterde aankoopjes, en vooral met een intens warm gevoel vanbinnen -toch iets meer door het gezelschap dan door het bier- wiebelde ik met de tram weer naar huis, om daar prompt van pure vermoeidheid met twee dolgelukkige -jeey! z'is weer terug! roenk roenk roenk- knuffelpoezen op schoot in de sofa in slaap te vallen.
Dit voor mij ongewone uitstapje was meer dan geslaagd, het had écht niet beter kunnen zijn. Ik voel me verwend en geniet daar nóg met volle teugen van. Het doet me echt opmerkelijk veel deugd! Een schone merci aan nonkel en tante voor hun fijne bijdrage, maar uiteraard vooral aan ons moe, met een dikke zoen en knuffel er bij: een ontzettend grote en super hartelijke DANK U WEL voor dit gezellige moeder-&-dochter-dagje! 💖 Xxx
Labels:
cadeaubon,
dochter,
koffie,
moeder,
nonkel Kristiaan,
Shopping,
sieraad,
strips,
tante Paula,
tentoonstelling,
uit,
verwend,
wereldoorlog,
winkelen
woensdag 7 maart 2018
Van kurkdroog naar bijna verzopen...
Wel, ze zeggen niet voor niets dat ge goed moet oppassen wat je wenst, want het zou wel eens realiteit kunnen worden... en misschien veel te overvloedig. Geloof me, ik kan het écht weten, en sta me toe u meteen ook al even op het hart drukken dat niets van het komende verhaal verzonnen of gelogen is. Echt helemaal niets!...
Twee dagen geleden, op zondag, postte ik m'n blogje over heel dat oerwoud kamerplanten van mij, die toch o zo verschrikkelijk te lijden hadden onder die vreselijke kurkdroge lucht hier in huis, en dat ik werkelijk ál het mogelijke probeerde om hen toch het nodige vocht te bezorgen. M'n vers geschreven woorden waren nog niet koud of bijna stierven ze alle 127 de verdrinkingsdood!
Maandag in de vroege namiddag arriveerde ik goed geluimd terug thuis van alweer een interessant en productief gesprek met m'n psychiater. Ik was er voor de verandering ook eens een keertje niet doodmoe van. En nu de planten binnen er weer volledig verzorgd bij stonden, vond ik het de beurt aan de groenvoorziening buiten op het terras. 't Is te zeggen: nu de vele potten eindelijk opnieuw ontdooid waren, konden de vroege lentebloeiers en eerste kleine scheutjes duidelijk een stevige sproeironde gebruiken.
Dus, zo gezegd, zo gedaan: nette kleding omgewisseld voor een ouwe legging en een wat versleten trui, m'n groene tuinklompen aan en ook het donkerblauwe vestje, ooit een gratis kadootje van bij Damar, iets tussen fleeche en vilt met een vleugje Tirolermotief, dat bij frisser weer dienst doet als 'tuinklusjes-jasje'.
Omdat bij temperaturen onder nul hier steeds -heel verantwoord van mij- de watertoevoer naar het buitenkraantje volledig toegedraaid wordt tegen het kapotvriezen, moest ik dat uiteraard nog eerst terug open zetten. Kastdeurtjes onder de gootsteen in de keuken open, de plastieken bakken met schone keukenhanddoeken, vuilniszakken en poetsgerief even opzij schuiven, en voilà, daar achteraan tegen de muur bevindt zich het desbetreffende kraantje, door de loodgieter tijdens de verbouwingen van het appartement op mijn verzoek geplaatst om makkelijk het terras te kunnen begieten.
Ik buig voorover, steek m'n hand uit en draai het hendeltje een kwartslag de goeie kant uit. Nog in diezelfde seconde hoor ik een lichte 'plop' en terstond spuit er een enorme, brede straal nietsontziend water, met de kracht en het debiet van een goed gedirigeerde brandweerslang -minstens 3,5 bar wist men mij later op de dag te vertellen-, schuin omhoog de keuken in richting inkomhal en woonkamer! Me midden in de projectiebaan bevindend was ik uiteraard ook à la minute volkomen doorweekt, maar ondanks die schrikwekkende, onvoorziene ijskoude en keiharde douche werkte m'n brein op volle toeren. Bijna onmiddellijk realiseerde ik me dat vermoedelijk het volledige kraanarmatuur met het stevig dichtgedraaide kraantje mee losgekomen moest zijn, dat dat verwenste ding vermoedelijk ergens onderaan in de kast gesodemieterd was, en ik het sneller dan de bliksem moest zien terug te vinden, om het dan weer op z'n plek te vijzen. Indien mogelijk...
De massieve waterstraal tegenhouden met een vinger of een duim werkte niet, dat kan je je misschien wel voorstellen, dus dook ik dapper en vol goede moed onder de pompbak, gewapend met het tot bol bij elkaar gepropte Damarvestje om die reusachtige straal enigszins uit m'n gezicht te houden en graaide blindweg in het wild rond spattende nat, dat werkelijk overal bleek te zijn, achterin onder de kast. Hoera, een beetje opluchting: gevonden! Maar na ettelijke minuten vruchteloos proberen, met de seconde natter en kouder wordend -onderwijl serieus vloekend, dat beken ik eerlijk-, sloeg de paniek toe. Er zat niks anders op: de hoofdkraan moest dicht, en wel nú onmiddellijk!
Terwijl het water met volle force ongestoord verder m'n huis in spoot spurtte ik drijfnat m'n voordeur uit naar de concièrge, in de flat naast de mijne. Haar voordeur stond op een kier doch er kwam geen enkele reactie op m'n bellen en kloppen, noch op m'n luid en in paniek om hulp roepen. Vol wanhoop sprintte ik, een behoorlijk groot druipspoor achterlatend, verder naar de grote hal in de hoop daar iemand te treffen, en... door de plotse verandering in de luchtdruk knalde mijn voordeur in het slot! Niet alleen liepen mijn gekoesterde kamers van mijn geliefd appartement aan een afschuwelijk hoog tempo verder vol water, ik had mezelf op de koop toe ook nog eens per ongeluk buiten gesloten! Nóg grotere paniek uiteraard... tot ik me herinnerde dat m'n terrasdeur open stond. Maar de deur naar de tuin was op slot!!!
Op dat moment de concièrge gelukkig toch even piepen waar al die commotie vandaan kwam, en maakte, nog absoluut de situatie niet helemaal begrijpend, veeeeeeel te traag naar m'n zin die tuindeur voor me los. Totaal over m'n toeren ongeduldig en ongelukkig liep ik als een speer naar buiten, het hoekje om en sprong als een roekeloze idioot m'n terrasmuurtje over... om tot m'n nog steeds toenemende benauwdheid te constateren dat op dat moment de ganse woonkamer al blank stond.
Maar tijdens mijn radeloze toerke-rond in den blok had ik wel behulpzaam gezelschap gekregen. Een grote sterke bonk van een kerel, van niet-Vlaamse origine vermoed ik -een man die ik niet echt ken, maar die altijd heel erg vriendelijk en beleefd goeiedag zegt- kwam achter me aan ook het terrasmuurtje over gesprongen, waadde voorzichtig de woonkamer door, zette z'n enorme sporttas op de tafel en begon meteen als een gek water te scheppen in de haastig door mij aangereikte emmers met de in de vlucht bijeengezochte vodden en dweilen. En ondertussen probeerde hij mij op bijzonder warme wijze een beetje gerust te stellen.
Dat er vermoedelijk niet pijlsnel nog gelijk welke andere hulp of redding zou komen was me op dat moment pijnlijk duidelijk, dus er zat maar één ding op: ik zou het klusje zelf moeten klaren. Gesteund door de kalmte van die vriendelijke ijverige beer in m'n woonkamer dook ik met een dosis moed die je alleen maar in zulke rampsituaties plots blijkt te hebben, heldhaftig nogmaals die gigantische waterstraal in en tastte opnieuw naar het vervloekte kraantje, weer een ietsiepietsie beschermd -al was het maar in 't idee- door de blauwe fleeche. Met werkelijk alles in m'n lijf vocht ik tegen de formidabel kracht van de stroom op, en draaide, na nog wat zwaar verwenste mislukkingen, ongehoord veel knetterend gevloek en een pak onbetamelijk gesakker, het vermaledijde rotding terug op z'n plek! Bam.
De immense spanning en bovenmenselijk inspanning maakten terstond plaats voor ontzettende hartenpijn en treurnis rond de gegarandeerde waterschade. Bittere tranen van oeverloze wanhoop stroomden over m'n al zo verschrikkelijk natte gezicht. Maar veel tijd om daar aandacht aan te geven was er niet, want daar ging de deurbel. Onze concièrge met haar bompa, Fons, de grote chef van alles hier in het gebouw, die zonder enige haast of drama efkes kwam vragen waarom en welke kraan er toegedraaid moest worden... Hum. Haaalloo-ôokes! Een voor mij veel te schril contrast met mijne paniek dus... Ik ben er toch maar rustig bij gebleven, hoor, en beleefd en zo. Lastig of ongeduldig doen helpt op zo'n moment ook niets, hé.
De concièrge had andere dingen te doen -kindje en zo- maar is nog wel een keertje met een vriendin vanuit het deurgat naar het slagveld komen kijken. Een beetje ramptoerisme hoort er uiteraard ook bij, hé. Bompa daarentegen heeft geweldig z'n best gedaan zoveel mogelijk water weg te krijgen in de keuken. Sterk werk voor zo'n 80-plusser. En spijtig genoeg, zo bleek een tijdje later, ook redelijk nutteloos, want toen ik de keukenkastjes opendeed stroomde daar opnieuw vele liters water uit, terug de vloer op natuurlijk...
In de hal en de woonkamer zwoegde de welwillende spierbundel noest verder. Alle meubels werden op een droog stuk opgestapeld, potten en planten opzij of buiten gezet, drijfnatte kleine matten over de terrasleuning gehangen, het doorweekte grote salonvloerkleed kreeg een uitdruipplek in het bad, en on-tel-ba-re emmers bij elkaar gedweild en opgeschept leidingwater, waarin gelukkig slechts kattenbrokken rond dreven, vonden via het toilet en de lavabo hun weg naar de riolering. En ondertussen bleef hij me de hele tijd geruststellen. Hij had namelijk iets gelijkaardigs meegemaakt in zijn appartement. Daar was na het vervangen van een radiatorknop naar een thermostatische kraan de boel niet vast genoeg aangedraaid en op een 'mooie' avond schoot dat ding zonder enige aanleiding ineens van de verwarming af. Met het ondertussen gekende en gelijkaardige resultaat...
Toen de oppervlakte van de vloeren er overal weer min of meer droog uit zag verdwenen de heren. Bompa Fons heb ik vandaag nog eens extra kunnen bedanken, maar die andere behulpzame medemens... niet eens zijn naam ken ik, noch waar hij exact woont in het gebouw. Om hem nog eens hartelijk 'dank je wel' te kunnen zeggen zal ik moeten wachten tot we elkaar nog eens in de hal tegenkomen, vrees ik.
Het kostte me nog uren, tot laat in de nacht, om alle -écht álle- huisraad en het voedsel uit de keukenkastjes en de kastjes zelf droog te krijgen. Alles uit papier of karton, of verpakt in, kon regelrecht de vuilbak in. Er liep zelfs water uit de koelkast, de microgolf en de Senseo. Bij 't per ongeluk schuin hangen van m'n pasteltekeningen achter glas liep er ook uit die kaders een straaltje vocht. De helft van het poezenspeelgoed en de woonkamer-krabpalen raakten stevig doorweekt. En de poezen zelf kwamen pas diep in de nacht weer 'boven water', een beetje op hun hoede, maar gelukkig helemaal droog en ongedeerd.
Nog eens drie wasmachineladingen met uitsluitend vodden, dweilen, zwabbers, moppen en handdoeken later kon ik, zowel lichamelijk als emotioneel steendoodstikkapot, neerploffen in m'n bed dat goddank van alle waterellende gespaard bleef. Van slapen kwam echter niet veel. Daarvoor deed alles in m'n lijf veel te veel pijn. Die povere nek en rug van mij kunnen onder 'normale' omstandigheden dit soort 'klusjes' totaal niet aan, daar mag ik de komende tijd zwaar voor boeten dus. God mag weten waarvan ik die grote diep-paarse bloeduitstortingen op m'n armen opliep. M'n benen, vooral m'n knieën, zijn als één grote pijnlijk gekneusde blauwe plek. En eerlijk gezegd moet ik toch ook wat bekomen van die verschrikkelijke paniek, en van m'n nogal 'straffe' taal, het gevloek en getier, tijdens heel het voorval. Volgens mij heb ik dat nooit eerder in m'n leven voor gehad, toch niet in dat soort grootte...
Al bij al valt de schade wreed goed mee, voorlopig toch, en vermoedelijk vooral door het bijzonder snelle ingrijpen. De verzekeringsmaatschappij is al op de hoogte, hoor, maar de kans is groot dat zij niet eens moeten tussenkomen. Laat ons hopen, hé. Duimen maar... Mijn laminaatvloer ziet er op dit moment op slechts drie redelijk verborgen plaatsen een beetje geschonden uit en de keuken reageert voorlopig zelfs helemaal niet op die overdosis nattigheid. 't Is nog even afwachten hoe en of de tapijten nog netjes opdrogen, maar als dat alles is, valt het wel mee. Toch?! Ook de poezen crossen alweer rond alsof er nooit iets aan de hand geweest is. Je zou eigenlijk zelfs kunnen stellen dat mijn lenteschoonmaak van dit jaar al helemaal klaar is, in fast forward stijl, én met onverwachte hulp!... En de dorst van de planten op het terras, die werd vandaag, nadat ik zeer resoluut de armatuur van het kraantje nog eens extra vastschroefde met een stevige draai van m'n Engelse sleutel, ook gelest. Juist de kelder van de concièrge, die zich pal onder mijn keuken bevind, heeft ook een tikje blank gestaan, maar gelukkig zonder problemen voor de daar opgeborgen spullen.
In nood kent men zijn vrienden zegt men. En als de nood het hoogst is, is de redding nabij. En dat kracht voortkomt, niet uit fysiek vermogen, maar uit onverzettelijke wil is in dit geval zeker en vast op mij van toepassing. Zoals het meteen ook nog maar eens bewezen is dat mijn onsterfelijk gevoel voor humor ten allen tijde steeds weer komt bovendrijven. Maar onthoudt vooral heel erg goed dat je echt wel moet opletten wat je wenst, want voor je het weet... Geloof me, veel vochtiger moet het hier écht niet meer worden! 😉
Twee dagen geleden, op zondag, postte ik m'n blogje over heel dat oerwoud kamerplanten van mij, die toch o zo verschrikkelijk te lijden hadden onder die vreselijke kurkdroge lucht hier in huis, en dat ik werkelijk ál het mogelijke probeerde om hen toch het nodige vocht te bezorgen. M'n vers geschreven woorden waren nog niet koud of bijna stierven ze alle 127 de verdrinkingsdood!
Maandag in de vroege namiddag arriveerde ik goed geluimd terug thuis van alweer een interessant en productief gesprek met m'n psychiater. Ik was er voor de verandering ook eens een keertje niet doodmoe van. En nu de planten binnen er weer volledig verzorgd bij stonden, vond ik het de beurt aan de groenvoorziening buiten op het terras. 't Is te zeggen: nu de vele potten eindelijk opnieuw ontdooid waren, konden de vroege lentebloeiers en eerste kleine scheutjes duidelijk een stevige sproeironde gebruiken.
Dus, zo gezegd, zo gedaan: nette kleding omgewisseld voor een ouwe legging en een wat versleten trui, m'n groene tuinklompen aan en ook het donkerblauwe vestje, ooit een gratis kadootje van bij Damar, iets tussen fleeche en vilt met een vleugje Tirolermotief, dat bij frisser weer dienst doet als 'tuinklusjes-jasje'.
Omdat bij temperaturen onder nul hier steeds -heel verantwoord van mij- de watertoevoer naar het buitenkraantje volledig toegedraaid wordt tegen het kapotvriezen, moest ik dat uiteraard nog eerst terug open zetten. Kastdeurtjes onder de gootsteen in de keuken open, de plastieken bakken met schone keukenhanddoeken, vuilniszakken en poetsgerief even opzij schuiven, en voilà, daar achteraan tegen de muur bevindt zich het desbetreffende kraantje, door de loodgieter tijdens de verbouwingen van het appartement op mijn verzoek geplaatst om makkelijk het terras te kunnen begieten.
Ik buig voorover, steek m'n hand uit en draai het hendeltje een kwartslag de goeie kant uit. Nog in diezelfde seconde hoor ik een lichte 'plop' en terstond spuit er een enorme, brede straal nietsontziend water, met de kracht en het debiet van een goed gedirigeerde brandweerslang -minstens 3,5 bar wist men mij later op de dag te vertellen-, schuin omhoog de keuken in richting inkomhal en woonkamer! Me midden in de projectiebaan bevindend was ik uiteraard ook à la minute volkomen doorweekt, maar ondanks die schrikwekkende, onvoorziene ijskoude en keiharde douche werkte m'n brein op volle toeren. Bijna onmiddellijk realiseerde ik me dat vermoedelijk het volledige kraanarmatuur met het stevig dichtgedraaide kraantje mee losgekomen moest zijn, dat dat verwenste ding vermoedelijk ergens onderaan in de kast gesodemieterd was, en ik het sneller dan de bliksem moest zien terug te vinden, om het dan weer op z'n plek te vijzen. Indien mogelijk...
De massieve waterstraal tegenhouden met een vinger of een duim werkte niet, dat kan je je misschien wel voorstellen, dus dook ik dapper en vol goede moed onder de pompbak, gewapend met het tot bol bij elkaar gepropte Damarvestje om die reusachtige straal enigszins uit m'n gezicht te houden en graaide blindweg in het wild rond spattende nat, dat werkelijk overal bleek te zijn, achterin onder de kast. Hoera, een beetje opluchting: gevonden! Maar na ettelijke minuten vruchteloos proberen, met de seconde natter en kouder wordend -onderwijl serieus vloekend, dat beken ik eerlijk-, sloeg de paniek toe. Er zat niks anders op: de hoofdkraan moest dicht, en wel nú onmiddellijk!
Terwijl het water met volle force ongestoord verder m'n huis in spoot spurtte ik drijfnat m'n voordeur uit naar de concièrge, in de flat naast de mijne. Haar voordeur stond op een kier doch er kwam geen enkele reactie op m'n bellen en kloppen, noch op m'n luid en in paniek om hulp roepen. Vol wanhoop sprintte ik, een behoorlijk groot druipspoor achterlatend, verder naar de grote hal in de hoop daar iemand te treffen, en... door de plotse verandering in de luchtdruk knalde mijn voordeur in het slot! Niet alleen liepen mijn gekoesterde kamers van mijn geliefd appartement aan een afschuwelijk hoog tempo verder vol water, ik had mezelf op de koop toe ook nog eens per ongeluk buiten gesloten! Nóg grotere paniek uiteraard... tot ik me herinnerde dat m'n terrasdeur open stond. Maar de deur naar de tuin was op slot!!!
Op dat moment de concièrge gelukkig toch even piepen waar al die commotie vandaan kwam, en maakte, nog absoluut de situatie niet helemaal begrijpend, veeeeeeel te traag naar m'n zin die tuindeur voor me los. Totaal over m'n toeren ongeduldig en ongelukkig liep ik als een speer naar buiten, het hoekje om en sprong als een roekeloze idioot m'n terrasmuurtje over... om tot m'n nog steeds toenemende benauwdheid te constateren dat op dat moment de ganse woonkamer al blank stond.
Maar tijdens mijn radeloze toerke-rond in den blok had ik wel behulpzaam gezelschap gekregen. Een grote sterke bonk van een kerel, van niet-Vlaamse origine vermoed ik -een man die ik niet echt ken, maar die altijd heel erg vriendelijk en beleefd goeiedag zegt- kwam achter me aan ook het terrasmuurtje over gesprongen, waadde voorzichtig de woonkamer door, zette z'n enorme sporttas op de tafel en begon meteen als een gek water te scheppen in de haastig door mij aangereikte emmers met de in de vlucht bijeengezochte vodden en dweilen. En ondertussen probeerde hij mij op bijzonder warme wijze een beetje gerust te stellen.
Dat er vermoedelijk niet pijlsnel nog gelijk welke andere hulp of redding zou komen was me op dat moment pijnlijk duidelijk, dus er zat maar één ding op: ik zou het klusje zelf moeten klaren. Gesteund door de kalmte van die vriendelijke ijverige beer in m'n woonkamer dook ik met een dosis moed die je alleen maar in zulke rampsituaties plots blijkt te hebben, heldhaftig nogmaals die gigantische waterstraal in en tastte opnieuw naar het vervloekte kraantje, weer een ietsiepietsie beschermd -al was het maar in 't idee- door de blauwe fleeche. Met werkelijk alles in m'n lijf vocht ik tegen de formidabel kracht van de stroom op, en draaide, na nog wat zwaar verwenste mislukkingen, ongehoord veel knetterend gevloek en een pak onbetamelijk gesakker, het vermaledijde rotding terug op z'n plek! Bam.
De immense spanning en bovenmenselijk inspanning maakten terstond plaats voor ontzettende hartenpijn en treurnis rond de gegarandeerde waterschade. Bittere tranen van oeverloze wanhoop stroomden over m'n al zo verschrikkelijk natte gezicht. Maar veel tijd om daar aandacht aan te geven was er niet, want daar ging de deurbel. Onze concièrge met haar bompa, Fons, de grote chef van alles hier in het gebouw, die zonder enige haast of drama efkes kwam vragen waarom en welke kraan er toegedraaid moest worden... Hum. Haaalloo-ôokes! Een voor mij veel te schril contrast met mijne paniek dus... Ik ben er toch maar rustig bij gebleven, hoor, en beleefd en zo. Lastig of ongeduldig doen helpt op zo'n moment ook niets, hé.
De concièrge had andere dingen te doen -kindje en zo- maar is nog wel een keertje met een vriendin vanuit het deurgat naar het slagveld komen kijken. Een beetje ramptoerisme hoort er uiteraard ook bij, hé. Bompa daarentegen heeft geweldig z'n best gedaan zoveel mogelijk water weg te krijgen in de keuken. Sterk werk voor zo'n 80-plusser. En spijtig genoeg, zo bleek een tijdje later, ook redelijk nutteloos, want toen ik de keukenkastjes opendeed stroomde daar opnieuw vele liters water uit, terug de vloer op natuurlijk...
In de hal en de woonkamer zwoegde de welwillende spierbundel noest verder. Alle meubels werden op een droog stuk opgestapeld, potten en planten opzij of buiten gezet, drijfnatte kleine matten over de terrasleuning gehangen, het doorweekte grote salonvloerkleed kreeg een uitdruipplek in het bad, en on-tel-ba-re emmers bij elkaar gedweild en opgeschept leidingwater, waarin gelukkig slechts kattenbrokken rond dreven, vonden via het toilet en de lavabo hun weg naar de riolering. En ondertussen bleef hij me de hele tijd geruststellen. Hij had namelijk iets gelijkaardigs meegemaakt in zijn appartement. Daar was na het vervangen van een radiatorknop naar een thermostatische kraan de boel niet vast genoeg aangedraaid en op een 'mooie' avond schoot dat ding zonder enige aanleiding ineens van de verwarming af. Met het ondertussen gekende en gelijkaardige resultaat...
Toen de oppervlakte van de vloeren er overal weer min of meer droog uit zag verdwenen de heren. Bompa Fons heb ik vandaag nog eens extra kunnen bedanken, maar die andere behulpzame medemens... niet eens zijn naam ken ik, noch waar hij exact woont in het gebouw. Om hem nog eens hartelijk 'dank je wel' te kunnen zeggen zal ik moeten wachten tot we elkaar nog eens in de hal tegenkomen, vrees ik.
Het kostte me nog uren, tot laat in de nacht, om alle -écht álle- huisraad en het voedsel uit de keukenkastjes en de kastjes zelf droog te krijgen. Alles uit papier of karton, of verpakt in, kon regelrecht de vuilbak in. Er liep zelfs water uit de koelkast, de microgolf en de Senseo. Bij 't per ongeluk schuin hangen van m'n pasteltekeningen achter glas liep er ook uit die kaders een straaltje vocht. De helft van het poezenspeelgoed en de woonkamer-krabpalen raakten stevig doorweekt. En de poezen zelf kwamen pas diep in de nacht weer 'boven water', een beetje op hun hoede, maar gelukkig helemaal droog en ongedeerd.
Nog eens drie wasmachineladingen met uitsluitend vodden, dweilen, zwabbers, moppen en handdoeken later kon ik, zowel lichamelijk als emotioneel steendoodstikkapot, neerploffen in m'n bed dat goddank van alle waterellende gespaard bleef. Van slapen kwam echter niet veel. Daarvoor deed alles in m'n lijf veel te veel pijn. Die povere nek en rug van mij kunnen onder 'normale' omstandigheden dit soort 'klusjes' totaal niet aan, daar mag ik de komende tijd zwaar voor boeten dus. God mag weten waarvan ik die grote diep-paarse bloeduitstortingen op m'n armen opliep. M'n benen, vooral m'n knieën, zijn als één grote pijnlijk gekneusde blauwe plek. En eerlijk gezegd moet ik toch ook wat bekomen van die verschrikkelijke paniek, en van m'n nogal 'straffe' taal, het gevloek en getier, tijdens heel het voorval. Volgens mij heb ik dat nooit eerder in m'n leven voor gehad, toch niet in dat soort grootte...
Al bij al valt de schade wreed goed mee, voorlopig toch, en vermoedelijk vooral door het bijzonder snelle ingrijpen. De verzekeringsmaatschappij is al op de hoogte, hoor, maar de kans is groot dat zij niet eens moeten tussenkomen. Laat ons hopen, hé. Duimen maar... Mijn laminaatvloer ziet er op dit moment op slechts drie redelijk verborgen plaatsen een beetje geschonden uit en de keuken reageert voorlopig zelfs helemaal niet op die overdosis nattigheid. 't Is nog even afwachten hoe en of de tapijten nog netjes opdrogen, maar als dat alles is, valt het wel mee. Toch?! Ook de poezen crossen alweer rond alsof er nooit iets aan de hand geweest is. Je zou eigenlijk zelfs kunnen stellen dat mijn lenteschoonmaak van dit jaar al helemaal klaar is, in fast forward stijl, én met onverwachte hulp!... En de dorst van de planten op het terras, die werd vandaag, nadat ik zeer resoluut de armatuur van het kraantje nog eens extra vastschroefde met een stevige draai van m'n Engelse sleutel, ook gelest. Juist de kelder van de concièrge, die zich pal onder mijn keuken bevind, heeft ook een tikje blank gestaan, maar gelukkig zonder problemen voor de daar opgeborgen spullen.
In nood kent men zijn vrienden zegt men. En als de nood het hoogst is, is de redding nabij. En dat kracht voortkomt, niet uit fysiek vermogen, maar uit onverzettelijke wil is in dit geval zeker en vast op mij van toepassing. Zoals het meteen ook nog maar eens bewezen is dat mijn onsterfelijk gevoel voor humor ten allen tijde steeds weer komt bovendrijven. Maar onthoudt vooral heel erg goed dat je echt wel moet opletten wat je wenst, want voor je het weet... Geloof me, veel vochtiger moet het hier écht niet meer worden! 😉
zondag 4 maart 2018
Huiskameroerwoudverbouwingen.
Dat mijn wat krakkemikkige lijf er niet blij mee is, da's wel 't minste dat je er van kan zeggen. M'n rug laat met aandrang weten dat er nu gerust moet worden, liefst lang en uiteraard languit. De geknelde zenuwen in m'n nek schreeuwen nog harder dan gewoonlijk. M'n beide handen aan het uiteinde van een stel voze armen voelen als bewoond door duizenden krioelende mieren. Maar dat alles is het gevolg van een weloverwogen noodzakelijk kwaad. Voor een enorme boost naar je geestelijk welzijn toe wil je nog wel eens een offer brengen. Me nu volledig overgevend aan de vereiste platte rust geniet ik van tussen de kussens van de sofa met een fenomenale glimlach op m'n snoet van al die vele opnieuw tevreden planten om me heen. En 'veel' is absoluut het goeie woord want 'k heb ze uit nieuwsgierigheid vandaag even geteld...: op dit eigenste moment groeien en bloeien er hier in mijn flat 127 planten, variërend van 5 cm tot 2,50 m in hoogte. En gisteren kreeg heel dat huiskameroerwoud een hoognodige opknapbeurt!
Een tijd lang dacht ik dat een aantal van m'n planten mee met mij depressief geworden was, of toch ten minste onder de invloed van mijn nogal droefgeestige energie. En misschien kregen ze inderdaad wat minder van die anders zo uitgebreide zorg, maar hun tristesse bleek uiteindelijk toch hoofdzakelijk aan de verschrikkelijk droge lucht in huis te liggen. Droge lucht ten gevolge van die vrieskou die we niet meer gewend waren.
Op mijn vorige adres, in het huurappartement, kenden we dat probleem absoluut niet. Daar stond van de nattigheid het hele jaar rond de schimmel op de muren. In dat vochtige, immer koele, in de winter zelfs wreed koude klimaat trokken de planten bijna vanzelf hun plan. Maar hier, in mijn eigen stekje, heersen totaal andere luchtgesteldheden: comfortabel warm en met momenten zelfs voor mij ondraaglijk droog! Hier spelen we het jaar rond eigenlijk 'oase in de woestijn'. En ik, ik ben de waterbron. Volgens mij bezit ik ondertussen zowat één gieter per kamer, en af en toe overweeg ik van me een 'huiskamertuinslang' aan te schaffen. Niet dat je er mij over hoort klagen, hoor, maar planten water geven is dus een permanente en ononderbroken bezigheid geworden.
Door die periode van extra droogte zag ik m'n groenvoorziening voor m'n ogen de geest geven. Planten die misschien al wel 20 jaar of meer m'n leven delen, verschrompelden plots waar je bij stond. Het ene na het andere blad verkleurde en viel af. Sommige ochtenden leek het wel herfst hier in huis: overal afgestorven loof op de vloer. Het brak m'n hart en 't deed zeker geen goed aan m'n depressie...
Dus besloot ik gisteren dat er niet alleen dringend maar vooral ook stevig gehandeld moest worden. Huiskameroerwoudverbouwingen dus. (Zou dat een 'echt' woord zijn?... hihihi)
In m'n hoofd begint zo'n jobke altijd met een heel erg redelijk en doenbaar plan: die en die plant snoeien, van die andere de dode stukken wegknippen, zus en zo van een groter pot en nieuwe aarde voorzien, en tot slot 't één en 't ander van plek verwisselen om alles in optima forma tot z'n recht te doen komen en gelukkig te maken.
En een uurke of twee later... heel m'n huis vol-lé-dig op z'n kop! Meubelen en tapijten staan opzij geschoven om overal goed bij te kunnen. Dik in de weg, gelijk waar, struikel je te pas en te onpas over de uitgeklapte ladder. Op de vloer in de woonkamer vind je een uitgebreide keuze aan plantpotten en cachepots in alle kleuren en maten. Werkelijk overal liggen blaadjes, takjes, snoeisel en per ongeluk gemorste potgrond. Verspreid over de diverse te behandelen ruimtes kom je verschillende knipscharen, meters binddraad, bundels met allerhande stokken en stokjes in zeer uiteenlopende afmetingen en al dan niet volle gieters tegen. En er zijn natuurlijk ook stoffer en blik, borstels en dweilen, emmers en vuilniszakken van de partij.
En ergens tussen al deze chaotische toestanden kan je mij dan terugvinden, enigszins verwilderd -met m'n haar in de war, moddervegen op m'n gezicht, armen en benen, zwarte handen en zwarte voeten- vermoedelijk verwoed vechtend met een minstens twee meter hoge ficus die liever krom voorover verder groeit dan netjes rechtop aan een stevig stok gebonden wordt.
De anders zo nieuwsgierige poezen Poekie en Pompon trokken zich na één blik op die junglezooi veilig terug in de rustige en opgeruimde slaapkamer, ver weg van de poespas der geanimeerde groene restauratiewerken. Op hun hulp moest ik dus duidelijk niet rekenen...
Bon, ge weet hoe dit soort klussen gaan: 't wordt altijd eerst veeeeeel erger voor het weer beter wordt, en op de moment dat ge vreest dat het nooooit meer goed komt blijkt de eindmeet plots tóch in zicht te komen. Eenmaal alle planten -keurig bijgeknipt, ontdaan van alle dode materie, terug netjes opgebonden en in hun beter passende potten met verse aarde en een flinke slok water- op hun al dan niet nieuwe of aangepaste plekje staan, het afval opgeveegd is en alle gebruikte materiaal en hulpmiddelen weer netjes opgeruimd, moet er na het terugschuiven van de meubelen nog juist -allé vooruit, nog heel even volhouden, Kristina- grondig gestofzuigd en gedweild worden.
Na die allerlaatste krachtinspanning is het zalig om het pijnlijk moeë lijf in het hete sop van het volle bad te laten glijden en even later met een meer dan tevreden gevoel -en een straffe pijnstiller- in het o zo zachte bed. Mogelijk heeft m'n arme rugske nog wel een paar nachtjes langer verkwikkende slaap nodig voor ik lijfelijk weer helemaal bij m'n opgekikkerde binnenhuisjungle pas, maar ik geniet nu al met volle teugen van de verrukkelijke stroom zonlicht die na het vele snoei- en opruimwerk weer heerlijk weelderig door de ramen naar binnen kan stromen en m'n huiskameroerwoud het nog ontbrekende doch broodnodige extra stukje groeikracht geeft.
Het mag dan buiten nog absoluut winter zijn, hier binnen hebben mijn nog steeds onbetwistbaar getalenteerde groene vingers al voor een volmaakt hemels lentegevoel gezorgd! En dat is, geloof me, ronduit zaligmakend! 💚🍀💚
Een tijd lang dacht ik dat een aantal van m'n planten mee met mij depressief geworden was, of toch ten minste onder de invloed van mijn nogal droefgeestige energie. En misschien kregen ze inderdaad wat minder van die anders zo uitgebreide zorg, maar hun tristesse bleek uiteindelijk toch hoofdzakelijk aan de verschrikkelijk droge lucht in huis te liggen. Droge lucht ten gevolge van die vrieskou die we niet meer gewend waren.
Op mijn vorige adres, in het huurappartement, kenden we dat probleem absoluut niet. Daar stond van de nattigheid het hele jaar rond de schimmel op de muren. In dat vochtige, immer koele, in de winter zelfs wreed koude klimaat trokken de planten bijna vanzelf hun plan. Maar hier, in mijn eigen stekje, heersen totaal andere luchtgesteldheden: comfortabel warm en met momenten zelfs voor mij ondraaglijk droog! Hier spelen we het jaar rond eigenlijk 'oase in de woestijn'. En ik, ik ben de waterbron. Volgens mij bezit ik ondertussen zowat één gieter per kamer, en af en toe overweeg ik van me een 'huiskamertuinslang' aan te schaffen. Niet dat je er mij over hoort klagen, hoor, maar planten water geven is dus een permanente en ononderbroken bezigheid geworden.
Door die periode van extra droogte zag ik m'n groenvoorziening voor m'n ogen de geest geven. Planten die misschien al wel 20 jaar of meer m'n leven delen, verschrompelden plots waar je bij stond. Het ene na het andere blad verkleurde en viel af. Sommige ochtenden leek het wel herfst hier in huis: overal afgestorven loof op de vloer. Het brak m'n hart en 't deed zeker geen goed aan m'n depressie...
Dus besloot ik gisteren dat er niet alleen dringend maar vooral ook stevig gehandeld moest worden. Huiskameroerwoudverbouwingen dus. (Zou dat een 'echt' woord zijn?... hihihi)
In m'n hoofd begint zo'n jobke altijd met een heel erg redelijk en doenbaar plan: die en die plant snoeien, van die andere de dode stukken wegknippen, zus en zo van een groter pot en nieuwe aarde voorzien, en tot slot 't één en 't ander van plek verwisselen om alles in optima forma tot z'n recht te doen komen en gelukkig te maken.
En een uurke of twee later... heel m'n huis vol-lé-dig op z'n kop! Meubelen en tapijten staan opzij geschoven om overal goed bij te kunnen. Dik in de weg, gelijk waar, struikel je te pas en te onpas over de uitgeklapte ladder. Op de vloer in de woonkamer vind je een uitgebreide keuze aan plantpotten en cachepots in alle kleuren en maten. Werkelijk overal liggen blaadjes, takjes, snoeisel en per ongeluk gemorste potgrond. Verspreid over de diverse te behandelen ruimtes kom je verschillende knipscharen, meters binddraad, bundels met allerhande stokken en stokjes in zeer uiteenlopende afmetingen en al dan niet volle gieters tegen. En er zijn natuurlijk ook stoffer en blik, borstels en dweilen, emmers en vuilniszakken van de partij.
En ergens tussen al deze chaotische toestanden kan je mij dan terugvinden, enigszins verwilderd -met m'n haar in de war, moddervegen op m'n gezicht, armen en benen, zwarte handen en zwarte voeten- vermoedelijk verwoed vechtend met een minstens twee meter hoge ficus die liever krom voorover verder groeit dan netjes rechtop aan een stevig stok gebonden wordt.
De anders zo nieuwsgierige poezen Poekie en Pompon trokken zich na één blik op die junglezooi veilig terug in de rustige en opgeruimde slaapkamer, ver weg van de poespas der geanimeerde groene restauratiewerken. Op hun hulp moest ik dus duidelijk niet rekenen...
Bon, ge weet hoe dit soort klussen gaan: 't wordt altijd eerst veeeeeel erger voor het weer beter wordt, en op de moment dat ge vreest dat het nooooit meer goed komt blijkt de eindmeet plots tóch in zicht te komen. Eenmaal alle planten -keurig bijgeknipt, ontdaan van alle dode materie, terug netjes opgebonden en in hun beter passende potten met verse aarde en een flinke slok water- op hun al dan niet nieuwe of aangepaste plekje staan, het afval opgeveegd is en alle gebruikte materiaal en hulpmiddelen weer netjes opgeruimd, moet er na het terugschuiven van de meubelen nog juist -allé vooruit, nog heel even volhouden, Kristina- grondig gestofzuigd en gedweild worden.
Na die allerlaatste krachtinspanning is het zalig om het pijnlijk moeë lijf in het hete sop van het volle bad te laten glijden en even later met een meer dan tevreden gevoel -en een straffe pijnstiller- in het o zo zachte bed. Mogelijk heeft m'n arme rugske nog wel een paar nachtjes langer verkwikkende slaap nodig voor ik lijfelijk weer helemaal bij m'n opgekikkerde binnenhuisjungle pas, maar ik geniet nu al met volle teugen van de verrukkelijke stroom zonlicht die na het vele snoei- en opruimwerk weer heerlijk weelderig door de ramen naar binnen kan stromen en m'n huiskameroerwoud het nog ontbrekende doch broodnodige extra stukje groeikracht geeft.
Het mag dan buiten nog absoluut winter zijn, hier binnen hebben mijn nog steeds onbetwistbaar getalenteerde groene vingers al voor een volmaakt hemels lentegevoel gezorgd! En dat is, geloof me, ronduit zaligmakend! 💚🍀💚
woensdag 28 februari 2018
Knisperende knetterkatjes.
Ja, inderdaad, dat weet u al: zo af en toe zijn ze knettergek, die twee viervoetige huisgenootjes van me. Het is nog altijd zalig om ze bijvoorbeeld met ongeziene energie en geestdrift, en met ongelofelijk zotte spurtjes en sprongen, op volledig onzichtbare prooien te zien jagen. Of om ze samen buitelend en tuimelend door élke kamer heen 'tikkertje' te zien spelen -eigenlijk zou 'tackeltje' een betere benaming zijn-, tot de pluche in 't rond stuift. De geconcentreerdheid van Pompon met z'n voetbal, da's ook af en toe totaal mesjogge. En de snuiten die Poekie kan trekken als hij mij zogezegd stiekem zit te bestuderen, echt prettig gestoord, als ge 't mij vraagt. Maar, over dat geknetter hier in huis wou ik het nu eigenlijk eens niet hebben, zie.
Neen, ik laat u graag even mee gniffelen om de hilarische gevolgen van de aanhoudende vrieskou... Wij zijn hier namelijk nogal behoorlijk 'geladen' tegenwoordig! Alles hier is totaal in de greep van de statische elektriciteit. En dan bedoel ik ook écht álles: ikzelf, de huisraad, de meubelen, tapijten en gordijnen, zelfs de planten en bloemen volgens mij,... en uiteraard ook de twee katertjes Poekie en Pompon.
Alle dagen kijk ik met verbazing naar weer nieuwe verrassende effecten. De glasgordijnen blijven tegen de vensters kleven. De franjes van de gordijnkwasten, de oudroze 'flochen', plakken als wijd opengesperde handjes met duizenden vingertjes tegen de overgordijnen. Verse, net droge was uit de droogkast is niet zonder luid geknisper en geknetter van elkaar te trekken, en aan de knuffeldekentjes uit de sofa is zelfs geen beginnen meer aan, da's ondertussen gewoon een bijzonder pijnlijke affaire geworden. Gebruiksvoorwerpen uit metaal zou ik om dezelfde reden ontzettend graag voor een tijdje ergens ver uit m'n buurt opbergen, maar omdat ik ze voor dat opbergen ook zou moeten aanraken... tssss... u begrijpt wat ik bedoel. Het lukt me zelfs om pijnlijk elektrisch contact te maken met de gootsteen als hij vol afwaswater zit! Maar de vele kleine witte lichtflitsjes, 's nachts in het pikkedonker van de slaapkamer, veroorzaakt door mijn 'geladen' gedraai en gewoel tussen lakens, kussens en dekbed, die vind ik uitermate fascinerend.
M'n haar moet de laatste dagen altijd in een staartje, anders wordt het aangezogen door het computerscherm, of de frigo, of de kookpot. Als ik van buiten kom en m'n muts af doe, en m'n haar was niet bij elkaar daaronder, dan loop ik een heel aantal minuten met een enorme 'coupe ontploft' rond waar menig clownskapsel nog een lesje van kan leren. Bij het opstaan uit de knusse zetel blijven met regelmaat een hele rits fleeche dekentjes als een soort onelegante sleep aan mijnen derrière hangen, tot groot jolijt van de poezen die er meteen een spelletje in zien natuurlijk, of wat had je gedacht. Te pas en te onpas ben ik in de keuken m'n droge schotelvodden en handdoeken kwijt... omdat ze aan één van m'n ellebogen of heupen zijn blijven plakken in 't voorbijkomen. Zelfde verhaal in de badkamer trouwens, met washandjes en ondergoed. Het douchegordijn komt me heden ten dage gewoon al van ver tegemoet... Iets oprapen van het tapijt heeft steevast een stevig gilletje als gevolg, de blauwe bliksemschichtjes schieten letterlijk uit m'n handen. Stofzuigen zal ik voorlopig dus nog maar even laten... met al die extra wrijving, ik moet er niet aan denken.
En tussen al die geladenheid lopen hier dus die twee harige poezenbeestjes rond, en die hebben het ook geweten! Poekie, die op elke doodgewone dag sowieso al zoveel deugd heeft met zichzelf over de tapijten heen en weer te wrijven, knettert er vrolijk op los als hij van tussen mij en de kussens van de sofa glijdt. Hij maakt me 's nachts ook geregeld wakker door aan m'n neus te komen snuffelen, met steeds een paar kleine blikseminslagen als gevolg. Maar zo te zien vindt hij het eerder leuk dan vervelend, want eenmaal er iets geknetterd heeft hij blijft het opnieuw en opnieuw uitproberen, die kleine onderzoeker van me!
Gisteren was ik de sokken kwijt die op de lavabo klaar lagen om aan te trekken na het douchen. Even later zag ik onze Poekie-man parmantig op z'n hoge pootjes voorbij flaneren, elegant als een model op de catwalk, met aan weerszijden een zwarte sok tegen z'n lijfke geplakt! Geen enkel probleem voor hem, zo te zien. Vermoedelijk had hij het zo eindelijk ook nog eens écht lekker warm. Wie weet. De gekkerd.
Juist knuffelen met mij, da's andere koek. De hele dag lang komen beide poezen, zoals altijd, naar me toe, gezellig bij me liggen en vragen voor aaitjes over hun bol, heel gewoon, dagelijkse routine. En even vanzelfsprekend en zonder verder nadenken gaat mijn hand dan uiteraard hun richting uit... en, au au au, breekt er een hels geknetter los. Je ziet de vonken werkelijk overspringen! Poekie wrijft of likt dan eens over het pijnlijk plekje en is oké. Pompon schrikt zich nog elke keer een ongeluk, is echt doodsbenauwd,... en komt voor z'n schrik en pijntje naar goede gewoonte bij mij troost zoeken... om bij de minste aanraking een nieuwe lading pijnlijk geknetter over zich heen te krijgen, ocharme. Pompon's haar is veel langer en zachter dan dat van Poekie. Vermoedelijk heeft hij daardoor veel meer last van al die geladenheid. Af en toe ziet hij er uit als een veel te warm gewassen en opgeblazen bol pluis op vier voetjes, zo met elk haartje van z'n vacht naar alle kanten overeind. Pompon vindt het ook maar niks dat plots z'n favoriete slaapdekentje hem overal achtervolgd en geen enkel anders zo knus en veilig poezenmandje nog vrij van een mogelijke elektriciteitsaanval is. En toen z'n favoriete voetbal aan z'n achterste bleef hangen, toen was 't kot pas echt te klein voor meneerke Pompon zijn paniek. 'k Heb zo met hem te doen. Gelukkig lukt het meestal wel om hem een pijnvrije aai te geven als ik met m'n blote voeten op de ijskoude stenen keukenvloer sta.
Verder heb ik inmiddels zowat álles geprobeerd om die statische elektriciteit een beetje te temmen: luchtbevochtigers, verstuivers en sprays, smeren van handcrème, veiligheidsspelden en aluminiumfolie op kleding en stoffen, verschillende keren per dag met een half natte dweil over vloer en tapijten... 't Helpt geen ene moer. We zullen geduld moeten oefenen tot het weer wat warmer wordt, en vochtiger. En in afwachting is het best grappig om misschien nog meer ongekende en ongewone 'gevolgen der geladenheid' gewaar te worden en te genieten van het extra knettergekke gedoe van mijn twee knisperende knetterkatjes. ;-)
Neen, ik laat u graag even mee gniffelen om de hilarische gevolgen van de aanhoudende vrieskou... Wij zijn hier namelijk nogal behoorlijk 'geladen' tegenwoordig! Alles hier is totaal in de greep van de statische elektriciteit. En dan bedoel ik ook écht álles: ikzelf, de huisraad, de meubelen, tapijten en gordijnen, zelfs de planten en bloemen volgens mij,... en uiteraard ook de twee katertjes Poekie en Pompon.
Alle dagen kijk ik met verbazing naar weer nieuwe verrassende effecten. De glasgordijnen blijven tegen de vensters kleven. De franjes van de gordijnkwasten, de oudroze 'flochen', plakken als wijd opengesperde handjes met duizenden vingertjes tegen de overgordijnen. Verse, net droge was uit de droogkast is niet zonder luid geknisper en geknetter van elkaar te trekken, en aan de knuffeldekentjes uit de sofa is zelfs geen beginnen meer aan, da's ondertussen gewoon een bijzonder pijnlijke affaire geworden. Gebruiksvoorwerpen uit metaal zou ik om dezelfde reden ontzettend graag voor een tijdje ergens ver uit m'n buurt opbergen, maar omdat ik ze voor dat opbergen ook zou moeten aanraken... tssss... u begrijpt wat ik bedoel. Het lukt me zelfs om pijnlijk elektrisch contact te maken met de gootsteen als hij vol afwaswater zit! Maar de vele kleine witte lichtflitsjes, 's nachts in het pikkedonker van de slaapkamer, veroorzaakt door mijn 'geladen' gedraai en gewoel tussen lakens, kussens en dekbed, die vind ik uitermate fascinerend.
M'n haar moet de laatste dagen altijd in een staartje, anders wordt het aangezogen door het computerscherm, of de frigo, of de kookpot. Als ik van buiten kom en m'n muts af doe, en m'n haar was niet bij elkaar daaronder, dan loop ik een heel aantal minuten met een enorme 'coupe ontploft' rond waar menig clownskapsel nog een lesje van kan leren. Bij het opstaan uit de knusse zetel blijven met regelmaat een hele rits fleeche dekentjes als een soort onelegante sleep aan mijnen derrière hangen, tot groot jolijt van de poezen die er meteen een spelletje in zien natuurlijk, of wat had je gedacht. Te pas en te onpas ben ik in de keuken m'n droge schotelvodden en handdoeken kwijt... omdat ze aan één van m'n ellebogen of heupen zijn blijven plakken in 't voorbijkomen. Zelfde verhaal in de badkamer trouwens, met washandjes en ondergoed. Het douchegordijn komt me heden ten dage gewoon al van ver tegemoet... Iets oprapen van het tapijt heeft steevast een stevig gilletje als gevolg, de blauwe bliksemschichtjes schieten letterlijk uit m'n handen. Stofzuigen zal ik voorlopig dus nog maar even laten... met al die extra wrijving, ik moet er niet aan denken.
En tussen al die geladenheid lopen hier dus die twee harige poezenbeestjes rond, en die hebben het ook geweten! Poekie, die op elke doodgewone dag sowieso al zoveel deugd heeft met zichzelf over de tapijten heen en weer te wrijven, knettert er vrolijk op los als hij van tussen mij en de kussens van de sofa glijdt. Hij maakt me 's nachts ook geregeld wakker door aan m'n neus te komen snuffelen, met steeds een paar kleine blikseminslagen als gevolg. Maar zo te zien vindt hij het eerder leuk dan vervelend, want eenmaal er iets geknetterd heeft hij blijft het opnieuw en opnieuw uitproberen, die kleine onderzoeker van me!
Gisteren was ik de sokken kwijt die op de lavabo klaar lagen om aan te trekken na het douchen. Even later zag ik onze Poekie-man parmantig op z'n hoge pootjes voorbij flaneren, elegant als een model op de catwalk, met aan weerszijden een zwarte sok tegen z'n lijfke geplakt! Geen enkel probleem voor hem, zo te zien. Vermoedelijk had hij het zo eindelijk ook nog eens écht lekker warm. Wie weet. De gekkerd.
Juist knuffelen met mij, da's andere koek. De hele dag lang komen beide poezen, zoals altijd, naar me toe, gezellig bij me liggen en vragen voor aaitjes over hun bol, heel gewoon, dagelijkse routine. En even vanzelfsprekend en zonder verder nadenken gaat mijn hand dan uiteraard hun richting uit... en, au au au, breekt er een hels geknetter los. Je ziet de vonken werkelijk overspringen! Poekie wrijft of likt dan eens over het pijnlijk plekje en is oké. Pompon schrikt zich nog elke keer een ongeluk, is echt doodsbenauwd,... en komt voor z'n schrik en pijntje naar goede gewoonte bij mij troost zoeken... om bij de minste aanraking een nieuwe lading pijnlijk geknetter over zich heen te krijgen, ocharme. Pompon's haar is veel langer en zachter dan dat van Poekie. Vermoedelijk heeft hij daardoor veel meer last van al die geladenheid. Af en toe ziet hij er uit als een veel te warm gewassen en opgeblazen bol pluis op vier voetjes, zo met elk haartje van z'n vacht naar alle kanten overeind. Pompon vindt het ook maar niks dat plots z'n favoriete slaapdekentje hem overal achtervolgd en geen enkel anders zo knus en veilig poezenmandje nog vrij van een mogelijke elektriciteitsaanval is. En toen z'n favoriete voetbal aan z'n achterste bleef hangen, toen was 't kot pas echt te klein voor meneerke Pompon zijn paniek. 'k Heb zo met hem te doen. Gelukkig lukt het meestal wel om hem een pijnvrije aai te geven als ik met m'n blote voeten op de ijskoude stenen keukenvloer sta.
Verder heb ik inmiddels zowat álles geprobeerd om die statische elektriciteit een beetje te temmen: luchtbevochtigers, verstuivers en sprays, smeren van handcrème, veiligheidsspelden en aluminiumfolie op kleding en stoffen, verschillende keren per dag met een half natte dweil over vloer en tapijten... 't Helpt geen ene moer. We zullen geduld moeten oefenen tot het weer wat warmer wordt, en vochtiger. En in afwachting is het best grappig om misschien nog meer ongekende en ongewone 'gevolgen der geladenheid' gewaar te worden en te genieten van het extra knettergekke gedoe van mijn twee knisperende knetterkatjes. ;-)
Abonneren op:
Posts (Atom)









