De vierde dag van de maand oktober is een dag waarop ik altijd als een volleerd circusartiest uitgebreid jongleer met een hele resem aan emotionele uitersten.
Velen zullen deze datum kennen als 'Werelddierendag', een dag om extra aandacht te besteden aan dierenwelzijn, -rechten, -bescherming en spijtig genoeg ook dierenmishandeling. En al bestaat deze speciale dag al van rond 1930, naar mijn gevoel is hij nog niet zo heel lang volledig ingeburgerd. Maar sinds de commerçanten dit potentiële gat in de markt opmerkten worden we als dierenliefhebbers al een paar weken op voorhand -zoals bij zowat elke speciale dag- gebombardeerd met reclame vol overbodige, vaak nutteloze dingen die we met z'n allen voor onze troeteldieren zouden moeten kopen. Geen huisdier? Dan verkopen ze je wel voer voor de vogels in het park of zo, als het maar centen oplevert...
Allé, begrijp me nu niet verkeerd. Ik geniet er ook met volle teugen van om die twee zotte lieve katers van me, Poekie en Pompon, in de watten te leggen en heel die bonte vlucht gevederde bezoekers op m'n terras royaal van lekkers te voorzien. Absoluut. Dat zou ik zeker niet meer kunnen missen. Maar de verwennerij van onze geliefde dierlijke huisgenootjes staat in schril contrast met hoe er bijvoorbeeld omgesprongen wordt met de zogenoemde 'consumptie-beesten'. Men organiseert ware kruistochten tegen het eten van honden in China, maar is dat dan echt zo anders dan al die koeien en varkens die hier gruwelijk mishandelt worden om als onherkenbaar lapje vlees afgeprijsd maar niet gekocht op zaterdagavond in de afvalcontainer van één of ander grootwarenhuis te verdwijnen?...
Bon, zo denk ik er over, maar uiteraard -met respect- elk zijn eigen mening, hé.
Uiteraard kom ik met heel die beestenboel als vanzelf terecht bij Sint Franciscus, patroonheilige van dierenbescherming en milieuzorg. 4 oktober werd in 1929 uitgekozen als ideale datum voor Werelddierendag omdat het de naamdag van deze heilige is. Franciscus van Assisi ruilde de rijkdom van zijn familie en z'n comfortabele luxeleven voor een bestaan als kluizenaar in volledige armoede. Hij wilde de armste der armen zijn en vulde zijn dagen niet alleen met gebed maar bekommerde zich ook onbevreesd en belangeloos over melaatsen, zieken en noodlijdenden. Zijn naam is natuurlijk vooral bekend om zijn enorme liefde voor alle leven op onze aarde. Franciscus zag in de schoonheid van die overdonderende hoeveelheid onnoemelijk prachtige en geweldig diverse fauna en flora het liefdevolle gezicht van zijn Schepper. Je kan gerust zeggen dat Sint Franciscus in alle eenvoud een gedreven dierenrechtenactivist en milieubeschermer avant la lettre was, met een boodschap die ook vandaag nog, niet minder dan 793 jaar later, verbluffend actueel is. In zijn 'Zonnelied' zingt hij z'n bewondering en dankbaarheid uit voor die wonderbaarlijke schepping waar hij deel van mocht uitmaken en zich door gedragen mocht voelen. En de 'god' waarover hij het heeft is wat mij betreft universeel en zeer breed interpreteerbaar, zelfs los van religie.
Van dat Zonnelied ontstonden door de eeuwen heen ontelbare versies, in zowat alle talen en muzikale stijlen. Zelfs heden ten dage verschijnen er nog nieuwe composities met zijn tekst. Toen ik er op YouTube een aantal beluisterde kwam ik de mooie Italiaanse vertolking van Angelo Branduardi, 'Il Cantico delle Creature', tegen, en, het klinkt misschien een beetje gek, maar dat bracht m'n gedachten meteen bij mijn familie.
Ja, inderdaad, mijn jongste broer heet ook Franciskus, maar ik geloof dat de voornaam van mijn grootvader, de vader van mijn moeder, daar eerder voor iets tussen zat... Super leuk, maar da's voor een ander verhaal.
Het was de muziek van Branduardi die een massa herinneringen opnieuw naar voor schoof. Zijn vrolijk dansende melodieën weerklonken op de achtergrond bij zowat alle festiviteiten in onze familie. Als mijn moeder zei "Zet eens een goe muziekske op", dan was de kans heel groot dat mijn vader één van de platen van den Angelo op de pickup legde.
Vandaag zou onze va 76 geworden zijn, en ook daarom is 4 oktober bijzonder. En een wat rommelige mengelmoes van zowel verdriet en gemis als dankbaarheid om zijn leven en de zovele grote en kleine herinneringen waar ik breed om kan zitten glimlachen heeft me al de hele dag in z'n greep. Dat zal voor de rest van de familie ook wel het geval zijn denk ik, zeker voor ons moe. Zij luistert -op CD tegenwoordig- nog ontzettend graag en best wel vaak naar Branduardi. Zijn muziek brengt haar altijd positieve energie, een flink pak broodnodige blijmoedigheid en absoluut ook wat warme troost. Gegarandeerd -ik zal 't haar straks even vragen- huppelen de dartelende melodietjes van Angelo daarom zeker vandaag, en vermoedelijk extra luid, uitgelaten en vol levenslust door alle kamers van haar flat.
Goh, nu ik er zo over nadenk, eigenlijk is het een bijzonder goed idee, zo wat opgewekte en energieke klanken in huis. Een schitterend passende begeleiding voor de obligate Trippel 'van 't schap' -op kamertemperatuur dus, zoals het hoort- ter ere van onze va, uiteraard, maar toch ook een beetje ter ere van al de rest van die veelomvattende vierde dag van oktober. Schol! ♪♫♪😉♪♫♪
Over muziek, poezen, bloemen, mensen, kerstmis... en zo veel meer. Geniet mee van de grote en kleine belevenissen en bedenkingen van zangeres Kristina Meganck.
woensdag 4 oktober 2017
zondag 1 oktober 2017
Poezenluxe voor luxepoezen.
"Serieus?!?! Allé, dat meent ge toch niet. Da's maar om te lachen, hé. Echt? Nóg ééntje?!" zei mijn vriendin Ingrid verbaasd toen ik in het tuincentrum dat we samen bezochten een wat kitscherig baby-roze poezenmandje met gezellig knisperende bodem en uitgevoerd in uitzonderlijk slecht geïmiteerde schapenvacht in het winkelkarretje legde. En die lichte verbijstering kwam eigenlijk niet geheel onverwacht, want ik had namelijk een half uurtje daarvoor in een andere winkel ook al twee poezenmandjes gekocht...
Voor mensen die hun huis niet met katten delen zal dit allemaal een tikje getikt klinken, maar 'k weet bijna zeker dat alle poezenknuffelaars begrijpend en instemmend zullen knikken.
Voor mensen die hun huis niet met katten delen zal dit allemaal een tikje getikt klinken, maar 'k weet bijna zeker dat alle poezenknuffelaars begrijpend en instemmend zullen knikken.
Poekie en Pompon zijn altijd heel graag dicht bij mij. Allé, 't is te zeggen: als ze niet ergens verborgen en knus een diep en schijnbaar onverstoorbaar slaapje doen, hé. Zo'n dutje kan in een hangmatje aan één van de grote krabpalen, of in het mandje boven op de kleerkast, maar net zo goed pikken ze mijn plek tussen het nog warme laken en dekbed van m'n bed in, of installeren ze zich ongegeneerd breeduit in en onder de zelfbedachte en eigenhandig -eigenpotig dus- gebouwde forten van dekens en kussens in de zetel. Om geplette en daardoor uiterst furieuze katten te voorkomen -en meteen ook een stel wreed scherpe klauwen in je eigen achterwerk te ontlopen- is de boodschap dus nooit ofte nimmer zomaar 'boem' neer te ploffen in de sofa of bedstee!...
In combinatie met ook nog eens grote matten overal op de vloer, zetels en stoelen in overvloed, en genoeg lege ruimte tussen de planten op zowat alle vensterbanken zou je misschien voorzichtig kunnen opperen dat ze dan eigenlijk toch al wel 'zitplaats' genoeg hebben, die 2 katers van mij. Ja, dat klopt. Maar... Vooral als ik achter m'n bureau zit te schrijven waren Poekie en Pompon een beetje 'zoekende'. Tot voor kort stond 'dicht bij Kristina zijn' voor hen gelijk aan op dat harde koude meubelhout tussen 't kantoormateriaal liggen of bovenop die kille gladde printer, eindeloos toertjes draaien onder m'n stoel en rond de schrijftafel, en uiterààrd ook onophoudelijk heen en weer óver de computer trippelen, met -aaaaaargh!- natuurlijk alle mogelijke desastreuze gevolgen...
Om mijn twee pluizige schatten in absoluut àlle comfort -evenzeer voor hen als voor mij- nog steeds zo dicht mogelijk bij mij doch in een duidelijk afgebakende poezenzone te laten vertoeven tijdens het computeren kocht ik dus extra poezenmandjes. Logisch, toch?!
Dat ronde roze nep-schapenvacht-ding vond z'n vaste plekje niet in m'n bibliotheek-muziek-schrijf-kantoorruimte. Dat ligt nu op het voeteneind van het bed als sluimerplekje voor degene die niet onder het donzige dekbed geraakte, of waarvoor de poezelige bedsprei in dikke fleece toch nét niet fluffy genoeg is.
Het grote grijze rechthoekige mandje in streelzacht fluweel past perfect op de printer, alsof het er speciaal voor gemaakt werd. Het werd tot verheven troon van Poekie gebombardeerd, en van daar uit houdt hij nauwgezet zowel de vrolijke vogeltjes aan het raam als de werkzaamheden op het computerscherm in 't oog, tot slaap hem overvalt. En... absoluut geen Pomponnen toegelaten.
Het kleine mandje met hoge rand, in een glad zwart-wit ruitjesstofje, dat bij aanraking lekkere knispergeluidjes voortbrengt, ligt naast de computer op het bureau zelf of op de poef naast m'n stoel. Da's daardoor dus meteen ook de meest ideale plaats om je als huisdier een hele namiddag of avond lang massa's fel begeerde knuffels en strelingen te laten welgevallen. En zo wordt tegelijkertijd die zone-afbakening positief inprent natuurlijk. Slim van mij.
Pompon vindt het heerlijk om er 'zogezegd' putten in te graven, de vulling uitgebreid mals te kneden en er zich daarna volledig in op te rollen. Yep, inderdaad: als een grote pluizige pompon. Altijd super grappig om te zien. "Uwe staart hangt er nog uit" giechel ik soms, waarop hij die prompt mee in de beperkte ruimte wringt. Soms mag ik het poten-en-oren-binnenboord-proppen zelfs een handje helpen door de rand nog wat hoger te trekken en eens lichtjes met het geheel te schudden zoals je een kussen in z'n sloop krijgt. 't Is alleszins overduidelijk dat die hoge rand en krappe afmetingen een zalige geborgenheid bieden voor zo'n bolleke poes. Goh, misschien moest ik voor mezelf ook zo eens iets kopen, in een paar maten groter dan...
Natuurlijk wenst ook Poekie van al die voordelen te genieten, dus vullen ze dat ruitjesmandje nu zonder ruzie, heel erg broederlijk, om de beurt. Al moet ik er wel bij zeggen dat er in Poekie's geval van soezen en dutten meestal niet veel in huis komt. Hij amuseert zich immers liever met hilarische wilde kunstjes doen in, om en onder het gekke knisperding.
M'n vriendin vindt het nog steeds lichtelijk overdreven. Overbodige poezenluxe. Maar ja, volgens mij kan je dit alleen maar echt begrijpen als je zelf zo een stel zalig lieve knuffelkaters in huis hebt, die, voor je 't goed en wel beseft, door en voor al die liefde als vanzelf -volautomatisch- super-de-luxe luxepoezen worden. En daar is niks mis mee. 😉
zondag 24 september 2017
Kristina's reizen.
Onze eerste reisje ging -hoera, hoera- richting m'n levenslange grote liefde: de zee. Nee, niet naar Cadzand. Daar word ik vanwege alle ver- en volbouwing, het razendsnelle verdwijnen van het onderspit delvende natuurschoon en de rust, en van de vele herinneringen aan onze va toch alleen maar oeverloos verdrietig. We reden naar Westkapelle! En wel om de bijna lachwekkend simpele reden dat Rudi daar ooit eens wreed lekkere gebakken vis gegeten had. Blijkbaar hadden we per ongeluk -wat een chance- de juiste woensdag uitgekozen, want in het anders doodstille kleine dorpje troffen we niet alleen een zalig terras met heerlijke koffie, maar ook in alle straatjes een oldtimershow met o.a. nooit geziene schitterende landbouwvoertuigen, en allemaal kraampjes met prachtige brocanterie op het marktplein. Ik keek m'n ogen uit, maar kocht niks. Straf, hé.
Na een stevige dosis gebakken vis ging de reis verder naar Domburg, waar geen van ons drie ooit al geweest was. Naar de als bergen zo groot en indrukwekkend, overdonderend prachtige, breed golvende en machtig groene duinen, en uiteraard naar het strand en de zee. Heel ver zijn we in al die natuurovervloed echter niet geraakt: de vele steile trapjes op en af de weelderig begroeide zandheuvels waren meteen nefast voor Ingrid's wat krakkemikkige knieën, en het verrassend smalle strand lag op deze stralende zonnedag meer dan overvol, dus daar konden wij vermoedelijk toch niet meer bij. Zalig languit neergeploft in een comfortabele brede loungezetel op een heerlijk terras met een ongelofelijk humoristische ober, boven op de top van 'den berg', dus met panoramisch zicht op zee en duinen, en met uiteraard een lekkere trappist in de hand overschouwden we dan maar uitgebreid het vanzelf voorbijkomende strandgedoe en vakantiegenot, en we zagen dat het goed was.
Trouwens, als je jezelf vol Immodium moet proppen om überhaupt zo een dagje weg te kùnnen gaan, dan is een zonnig namiddag met de geruststelling van ten allen tijde een toilet vlàk in de buurt een extra relaxerende ervaring...
Na nog een kleine maar hevige shoppingaanval en een lekkere maaltijd op een keurig terras in het dorpje zelf was het tijd om huiswaarts te keren, maar, beste Domburg, ik keer zeker en vast nog eens naar je terug, en dan hopelijk met genoeg energie en gezondheid om je écht te ontdekken.
Voor onze tweede uitstap namen we beste vriend Roger ook mee. Op een schroeiend hete dag -ik ook nog steeds vol Immodium- bezochten we dierenpark Pairi Daiza. Heel veel beestjes zagen we spijtig genoeg niet, want ook voor hen was het natuurlijk veel te warm om hun koele, van airconditioning voorziene privé-verblijven te verlaten. Hoe zou je zelf zijn, hé...
Maar dat was niet echt een minpunt voor onze excursie. De schitterende aanleg van paden en perken met een verbluffende diversiteit aan bomen, planten en bloemen, de bijzonder waarheidsgetrouwe wereldarchitectuur, de verfrissend aanlokkelijke waterpartijen en het buitengewone oog voor detail overal op deze beperkte oppervlakte zijn op zich meer dan de moeite waard. Allé, volgens ons dan toch, hé. Ik wist alleszins helemaal blij niet waar eerst kijken.
Tussen het om de beurt hartstikke mottig-van-de-verzengende-hitte-zijn en mijn veel te talrijke onprettige toiletbezoeken dronken we allerlei lekkers op de verschillende mooie terrasjes en lieten we ons in een fraai restaurant verwennen met een verrukkelijke -jawel, in mijn geval vegetarische én glutenvrije- maaltijd, vergezeld van een daar ter plaatse gebrouwen hemels biertje.
Maar vooral de ijs- en ijskoude -efkes serieus pijnlijke brainfreeze!- diep roze granité van hybiscus, die je aan verschillende kleine stalletjes kon kopen, zal ik niet snel vergeten: echt zó heerlijk dat ik er totaal geen woorden voor heb! Daar lust ik er alle dagen wel ééntje van, hoor...
En na zo'n heftig hete dag rondslenteren en nog eens een behoorlijk lange autorit -knikkebollend op de achterbank- is thuiskomen in je eigen koele flat waar een frisse douche en een comfortable bed je opwachten een meer dan weldadige 'kers op de taart', een grandioos orgelpunt bij een superfijn dagje uit.
Mijn laatste vakantietripje van afgelopen zomer kwam totaal onverwacht. Ik werd uitgenodigd om een eredienst op te luisteren in een magnifieke kapel -een mijn volledig ongekend verborgen pareltje- in Eeklo. En daar m'n begeleidende organist uit de tegenovergestelde kant van het land kwam moest ik m'n eigen verplaatsing regelen, wat voor deze autoloze diva dus betekend: met het openbaar vervoer. Je geraakt zo absoluut overal, geloof me, het kost je alleen heel veel tijd... Serieus beladen met partituren, concertkledij, extra schoeisel en gewapend met wat te drinken, te eten en -jawel, nog steeds- een doos Immodium vertrok ik in de vroege ochtend, helemaal alleen dit maal, op reis.
En 'reis' is hier echt wel het juiste woord: te voet naar de tram, met de tram en nog een stukske te voet naar 't station, ticketje kopen en wachten op de trein, treinreis naar Gent, wachten op aansluiting en tenslotte den boemel naar Eeklo gevolgd door nog een piepklein stukje te voet. Alles bij elkaar toch een heenreis van een kleine 3 uur. Maar als je dat op voorhand weet en je er naar instelt dan kan ook zoiets genieten zijn. Vanuit de trein heb je sowieso een totaal ander zicht op de wereld, een bijna ongehoord, zelfs een piepklein beetje voyeuristisch perspectief op straten, huizen, koertjes en tuinen. En tussen de passerende steden en dorpen golven malse groene weiden -al dan niet met koeien of schapen- afgewisseld door vruchtbare velden met mais, graan en aardappelen, en weelderige wiegende bossen als een eindeloze en in minieme details immer veranderende, bijna serene en meditatieve, doch oneindig boeiend film aan je voorbij. Het gadeslaan van de drukte op de perrons en de steeds wisselende medereizigers, af en toe een klein babbeltje met zomaar iemand, een warm koffietje in het stationslokaal tijdens het wachten op de aansluiting en een beetje zonnevitamientjes opdoen op een bankje uit de wind op de verschillende perrons maken zo een 'werk-uitstap' -als je zingen al 'werk' wil noemen in mijn geval- tot een volwaardige en zeer te genieten expeditie.
En een slordige 8 uur later was het, helemaal gelukkig van het heerlijke zingen en met zoveel voorbij-gegleden moois nog vers op m'n netvlies, weer thuiskomen in m'n eigen vertrouwde stekje, uiteraard met de vrolijke verwelkoming van 2 uitgelaten poezenbeesten, en het ontzettend moe doch geweldig voldaan kunnen neerploffen in m'n eigen knusse zetel ook voor deze originele dagtrip een passende en perfecte afsluiter.
Ja, ik heb oprecht genoten van deze zomeruitstapjes, mijn persoonlijke Kristina-reizen. Ze zeggen niet voor niets dat het ware geluk in kleine dingen zit, hé. En 'wie het kleine niet eert...' Yep, inderdaad. hihi 😉
zaterdag 16 september 2017
De glimlach van 10.000,- euro.
Ongeveer 40 jaar lang liep ik rond met een stevige overbeet en tanden die vrolijk in alle mogelijke richtingen geweldig scheef stonden. Geen enkel probleem, zo zag ik er nu eenmaal uit, daar was iedereen, inclusief ikzelf, prima aan gewend. En ik lachte er in verste verte niet minder breed om.
Er was dus ook geen haar op m'n hoofd dat er aan dacht om daar iets aan te veranderen. Voor mijn part zou ik tot m'n allerlaatste dag gelukkig en tevreden geleefd hebben met die bijzonder eigenwijze tandenformatie. Maar daar dacht m'n gebit zelf blijkbaar heel anders over...
Met ouder worden 'vervormen' er wel meer dingen aan je lijf, akkoord, maar 'k had toch niet verwacht dat ook m'n tanden in m'n mond op wandel zouden gaan. Zo ergens vanaf 2010 bevond ik me daardoor met veel te grote regelmaat in de tandartsstoel vanwege abnormale slijtage en steeds weer en meer afgebroken stukken en brokken. De tandarts voorspelde binnen de vijf jaar een volledig vals gebit. En da's geen geweldig goeie optie voor een zangeres, volgens mij. Tenzij je er natuurlijk lol aan hebt om systematisch na een paar hoge noten je gebit uit de orkestbak te gaan vissen of het terug te moeten vragen aan de toeschouwers op de eerste rij... hihi
Het consult bij de plaatselijke, hoog aangeschreven orthodontist maakt meteen duidelijk dat mijn bijterkes, gezien hun topkwaliteit en hun stevige verankering in m'n kaak, zeker te redden waren, mits een paar jaar blokjes, een kaakoperatie en een aanzienlijke hoeveelheid pingping, waarvan gezien mijn leeftijd weinig of niks terugbetaald zou worden.
Vol verwachting, hoop en goeie moed startte ik het aanbevolen parcours naar 'gebitsstabiliteit'... en bevond me algauw op een ware lijdensweg. Om je een lang verhaal vol ellende te besparen -details eventueel op aanvraag- en omdat je beter zwijgt als je niets positiefs te vertellen hebt: na dik 3,5 jaar (m'n nek-operatie zat daar natuurlijk ook voor iets tussen) bleef ik, mezelf nog nauwelijks herkennend in de spiegel en een slordige 7000,- euro armer, totaal teleurgesteld en intens verdrietig achter met een gebit dat zichzelf in een zo mogelijk nóg hoger tempo afbrak, een volledig onnatuurlijke grimas, en kaakgewrichten die voortdurend pijnlijk ploften, uit elkaar schoten of blokkeerden. Miserie, miserie, miserie. Maar gelukkig eindigde dit verhaal hier niet.
Een 2e kaakchirurg -dit maal eentje door mijn eigen tandarts hoogst persoonlijk aanbevolen- herstelde m'n gewrichten. Alweer een operatie, jawel, maar met onmiddellijk geen spatje pijn meer achteraf. En ook de vreselijke blokkades waren meteen verleden tijd, tot grote opluchting van m'n begeleidende muzikanten, al die tijd steeds bevreesd mij eens te moeten redden van een vastgelopen wijd opengesperde mond...
En niet alleen daarvoor zal ik deze chirurg, Dr. Winderickx, voor altijd intens dankbaar zijn, maar zeer zeker ook, misschien zelfs nog méér, voor de doorverwijzing naar Orthodontie Vangeel.
Elk piepklein beetje beterschap had me, ongelukkig als ik was, sowieso dolblij gemaakt, maar voor mevrouw Vangeel volstaat slechts perfectie. Voor minder gaan zij en haar team niet, geloof me, en, o grote vreugde, ze zagen het zitten om mij te helpen. Er viel dus, hoera, nog iets van mij en m'n gebit te maken!
Na een intensieve bestudering van m'n grondig gedocumenteerde gebitsavonturen en het op dat moment fameus bedroevende zogenaamde eindresultaat werd me een buitengewoon gedetailleerd plan van aanpak voorgelegd, begeleid van uitvoerige uitleg. De behandeling zelf, de gebruikte materialen, de tijdspanne, hun persoonlijke engagement, wat er van mij verwacht werd, het financiële plaatje... àlles kwam aan bod en elke mogelijk vraagteken kreeg een perfect helder antwoord. Beter ingelicht kon je écht niet zijn, dus ik had er -opnieuw- alle vertrouwen in.
En dat vertrouwen, dat hebben ze daar in Mortsel niet beschaamd, in tegendeel zelfs. Niet alleen is mevrouw Vangeel, Dymphna is haar mooie voornaam, élke belofte uit het vooropgestelde plan exàct nagekomen, zij en haar hele team verdienen ook een ontzettend dikke pluim voor hun omgang met de patiënten, klantvriendelijkheid van de allerhoogste plank daar bij Orthodontie Vangeel! Een uitstekend evenwicht tussen een hartelijk, bijna familiaal 'thuis-komen'-gevoel en gedreven professionalisme met nét genoeg -slechts een ietsiepietsie- afstand. Zonder fout, bij elk bezoek opnieuw, was er die warme ontvangst en persoonlijke begroeting, die welgemeende bezorgdheid over je welzijn, de ongeveinsde interesse in jou als volledige persoon (zoveel meer dan alleen een stel tanden) en de niet aflatende stroom van uitstekende uitleg en massa's andere nuttige informatie. Dat alles natuurlijk bovenop die sublieme, minutieus gemillimeterde en secuur uitgevoerde herstellende verbouwing van mijn verbroddelde gebit, met gebruik van de meest moderne en bij momenten verrassend verbazingwekkende materialen in alle comfort en zonder ook maar één ogenblik noemenswaardige pijn. Maandelijks aanschroeven met telkens drie dagen in bed door schele koppijn, daar was hier geen sprake van. Het speciale metaal deed door lichaamswarmte en koude drankjes of voedsel vanzelf elke seconde van elke dag z'n ultra-zachte trekwerk. En ook de bewuste zelfverminking waar zingen vele jaren voor me aan gelijk stond door die eerste, grote blokjes met scherpe uitsteeksels aan alle kanten, die bij elke nootje de binnenkant van m'n wangen en de zijkanten van m'n tong steeds verder en verder open haalden tot één onoverzichtelijke bloederige situatie, het was een gore doch vage herinnering uit ver vervlogen tijden. De zoveel kleinere, werkelijk pietepeuterige blokjes van deze orthodontist voelde ik zelfs niet zitten tijdens de meest veeleisende zangstukken. Zo een ongekende luxe!
Nu, dankzij 10 maanden bij team Dymphna, staan m'n tanden onberispelijk keurig in het rijtje. M'n stralende smile schittert meer dan ooit -komt dàt tegen!- en ziet er wonderbaarlijk naturel uit, alsof het nooit anders geweest is. Zalig! En als kers op de taart behoud ik, onder voorwaarde van geen stomme accidenten en verdere uitstekende verzorging uiteraard, zonder probleem m'n eigen tanden tot het eind mijner dagen. Geen afbrokkelen meer, dus ook geen vals gebit in mijn verre of nabije toekomst. Wauw. Heerlijk.
Spijtig genoeg gaat het, nu met een piekfijn gebit, afscheid mogen nemen van de blokjes -éindelijk, na al die tijd!- ook samen met afscheid nemen van een team fantastische dames, die ik ondertussen zelfs een beetje als vriendinnen ben gaan beschouwen. Beste Dymphna, Ingrid, Majda, Els en ook Kim, naar mijn bescheiden mening verrichten jullie niet minder dan wonderen en mirakels. Ik zal jullie altijd warm aanbevelen en ben zelf om onnoembaar veel redenen enorm dankbaar dat ik jullie leerde kennen!
Alles bij elkaar heeft die hele gebitsverbouwing me niet alleen een buitensporige 10.000,- euro gekost, maar vooral vijf jaar zwaar trammelant. Letterlijk zeeën vol bloed, zweet en tranen. Ik heb me machteloos, gefrustreerd, genegeerd, gepijnigd, tekort gedaan en intens bedroefd gevoeld. Gelukkig voor mij snelde een onwijs vakkundige tandensprookjesfee met haar ijverige team fonkelende tandenelfjes me sierlijk ter hulp, en toverden ze virtuoos en met zwier m'n reeds beroemde doch verhakkelde smile om tot een onvervalste, glorieus stralende, échte '10.000,- euro' glimlach! En dat geluk is onbetaalbaar. 💖😁
Er was dus ook geen haar op m'n hoofd dat er aan dacht om daar iets aan te veranderen. Voor mijn part zou ik tot m'n allerlaatste dag gelukkig en tevreden geleefd hebben met die bijzonder eigenwijze tandenformatie. Maar daar dacht m'n gebit zelf blijkbaar heel anders over...
Met ouder worden 'vervormen' er wel meer dingen aan je lijf, akkoord, maar 'k had toch niet verwacht dat ook m'n tanden in m'n mond op wandel zouden gaan. Zo ergens vanaf 2010 bevond ik me daardoor met veel te grote regelmaat in de tandartsstoel vanwege abnormale slijtage en steeds weer en meer afgebroken stukken en brokken. De tandarts voorspelde binnen de vijf jaar een volledig vals gebit. En da's geen geweldig goeie optie voor een zangeres, volgens mij. Tenzij je er natuurlijk lol aan hebt om systematisch na een paar hoge noten je gebit uit de orkestbak te gaan vissen of het terug te moeten vragen aan de toeschouwers op de eerste rij... hihi
Het consult bij de plaatselijke, hoog aangeschreven orthodontist maakt meteen duidelijk dat mijn bijterkes, gezien hun topkwaliteit en hun stevige verankering in m'n kaak, zeker te redden waren, mits een paar jaar blokjes, een kaakoperatie en een aanzienlijke hoeveelheid pingping, waarvan gezien mijn leeftijd weinig of niks terugbetaald zou worden.
Vol verwachting, hoop en goeie moed startte ik het aanbevolen parcours naar 'gebitsstabiliteit'... en bevond me algauw op een ware lijdensweg. Om je een lang verhaal vol ellende te besparen -details eventueel op aanvraag- en omdat je beter zwijgt als je niets positiefs te vertellen hebt: na dik 3,5 jaar (m'n nek-operatie zat daar natuurlijk ook voor iets tussen) bleef ik, mezelf nog nauwelijks herkennend in de spiegel en een slordige 7000,- euro armer, totaal teleurgesteld en intens verdrietig achter met een gebit dat zichzelf in een zo mogelijk nóg hoger tempo afbrak, een volledig onnatuurlijke grimas, en kaakgewrichten die voortdurend pijnlijk ploften, uit elkaar schoten of blokkeerden. Miserie, miserie, miserie. Maar gelukkig eindigde dit verhaal hier niet.
Een 2e kaakchirurg -dit maal eentje door mijn eigen tandarts hoogst persoonlijk aanbevolen- herstelde m'n gewrichten. Alweer een operatie, jawel, maar met onmiddellijk geen spatje pijn meer achteraf. En ook de vreselijke blokkades waren meteen verleden tijd, tot grote opluchting van m'n begeleidende muzikanten, al die tijd steeds bevreesd mij eens te moeten redden van een vastgelopen wijd opengesperde mond...
En niet alleen daarvoor zal ik deze chirurg, Dr. Winderickx, voor altijd intens dankbaar zijn, maar zeer zeker ook, misschien zelfs nog méér, voor de doorverwijzing naar Orthodontie Vangeel.
Elk piepklein beetje beterschap had me, ongelukkig als ik was, sowieso dolblij gemaakt, maar voor mevrouw Vangeel volstaat slechts perfectie. Voor minder gaan zij en haar team niet, geloof me, en, o grote vreugde, ze zagen het zitten om mij te helpen. Er viel dus, hoera, nog iets van mij en m'n gebit te maken!
Na een intensieve bestudering van m'n grondig gedocumenteerde gebitsavonturen en het op dat moment fameus bedroevende zogenaamde eindresultaat werd me een buitengewoon gedetailleerd plan van aanpak voorgelegd, begeleid van uitvoerige uitleg. De behandeling zelf, de gebruikte materialen, de tijdspanne, hun persoonlijke engagement, wat er van mij verwacht werd, het financiële plaatje... àlles kwam aan bod en elke mogelijk vraagteken kreeg een perfect helder antwoord. Beter ingelicht kon je écht niet zijn, dus ik had er -opnieuw- alle vertrouwen in.
En dat vertrouwen, dat hebben ze daar in Mortsel niet beschaamd, in tegendeel zelfs. Niet alleen is mevrouw Vangeel, Dymphna is haar mooie voornaam, élke belofte uit het vooropgestelde plan exàct nagekomen, zij en haar hele team verdienen ook een ontzettend dikke pluim voor hun omgang met de patiënten, klantvriendelijkheid van de allerhoogste plank daar bij Orthodontie Vangeel! Een uitstekend evenwicht tussen een hartelijk, bijna familiaal 'thuis-komen'-gevoel en gedreven professionalisme met nét genoeg -slechts een ietsiepietsie- afstand. Zonder fout, bij elk bezoek opnieuw, was er die warme ontvangst en persoonlijke begroeting, die welgemeende bezorgdheid over je welzijn, de ongeveinsde interesse in jou als volledige persoon (zoveel meer dan alleen een stel tanden) en de niet aflatende stroom van uitstekende uitleg en massa's andere nuttige informatie. Dat alles natuurlijk bovenop die sublieme, minutieus gemillimeterde en secuur uitgevoerde herstellende verbouwing van mijn verbroddelde gebit, met gebruik van de meest moderne en bij momenten verrassend verbazingwekkende materialen in alle comfort en zonder ook maar één ogenblik noemenswaardige pijn. Maandelijks aanschroeven met telkens drie dagen in bed door schele koppijn, daar was hier geen sprake van. Het speciale metaal deed door lichaamswarmte en koude drankjes of voedsel vanzelf elke seconde van elke dag z'n ultra-zachte trekwerk. En ook de bewuste zelfverminking waar zingen vele jaren voor me aan gelijk stond door die eerste, grote blokjes met scherpe uitsteeksels aan alle kanten, die bij elke nootje de binnenkant van m'n wangen en de zijkanten van m'n tong steeds verder en verder open haalden tot één onoverzichtelijke bloederige situatie, het was een gore doch vage herinnering uit ver vervlogen tijden. De zoveel kleinere, werkelijk pietepeuterige blokjes van deze orthodontist voelde ik zelfs niet zitten tijdens de meest veeleisende zangstukken. Zo een ongekende luxe!
Nu, dankzij 10 maanden bij team Dymphna, staan m'n tanden onberispelijk keurig in het rijtje. M'n stralende smile schittert meer dan ooit -komt dàt tegen!- en ziet er wonderbaarlijk naturel uit, alsof het nooit anders geweest is. Zalig! En als kers op de taart behoud ik, onder voorwaarde van geen stomme accidenten en verdere uitstekende verzorging uiteraard, zonder probleem m'n eigen tanden tot het eind mijner dagen. Geen afbrokkelen meer, dus ook geen vals gebit in mijn verre of nabije toekomst. Wauw. Heerlijk.
Spijtig genoeg gaat het, nu met een piekfijn gebit, afscheid mogen nemen van de blokjes -éindelijk, na al die tijd!- ook samen met afscheid nemen van een team fantastische dames, die ik ondertussen zelfs een beetje als vriendinnen ben gaan beschouwen. Beste Dymphna, Ingrid, Majda, Els en ook Kim, naar mijn bescheiden mening verrichten jullie niet minder dan wonderen en mirakels. Ik zal jullie altijd warm aanbevelen en ben zelf om onnoembaar veel redenen enorm dankbaar dat ik jullie leerde kennen!
Alles bij elkaar heeft die hele gebitsverbouwing me niet alleen een buitensporige 10.000,- euro gekost, maar vooral vijf jaar zwaar trammelant. Letterlijk zeeën vol bloed, zweet en tranen. Ik heb me machteloos, gefrustreerd, genegeerd, gepijnigd, tekort gedaan en intens bedroefd gevoeld. Gelukkig voor mij snelde een onwijs vakkundige tandensprookjesfee met haar ijverige team fonkelende tandenelfjes me sierlijk ter hulp, en toverden ze virtuoos en met zwier m'n reeds beroemde doch verhakkelde smile om tot een onvervalste, glorieus stralende, échte '10.000,- euro' glimlach! En dat geluk is onbetaalbaar. 💖😁
Op de foto van links naar rechts: Els, Majda, Dymphna, Kristina en Ingrid.
Orthodontie Vangeel, Liersesteenweg 290, Mortsel
donderdag 7 september 2017
Geen nieuws! Goed nieuws?
Omdat mijn moeder aan de telefoon het er ook even over had dacht ik terug aan een aangenaam en vooral boeiend gesprek, ergens vlak voor de zomer, tijdens de lunch buiten op het terras, met mijn toenmalige collega Maarten, over het feit dat er tegenwoordig steeds meer mensen bewust voor kiezen om geen nieuws meer te kijken op de televisie of te lezen in een krant. Er zou hierover zelfs een uitgebreid artikel verschenen zijn in het weekblad Humo.
Goh, dacht ik daar toen gniffelend bij, dan was ik al helemaal ‘in’ voor ‘in-zijn’ uitgevonden was! Al zijn er natuurlijk wel leukere manieren…
Reeds als tiener kon ik onmogelijk met de rest van de familie mee naar het journaal op de televisie kijken zonder totaal van slag te geraken. Toen al, ondertussen toch meer dan 30, 40 jaar geleden, was die constante overweldigende stroom van oorlog en doodslag, natuur- en milieurampen, hongersnoden, ignorante wereldleiders, en alle andere denkbare en ondenkbare ellende die ik dan over me heen kreeg nauwelijks te overleven. Ik werd er instant kotsmisselijk van, begon hevig te beven en te transpireren, en kreeg het Spaans benauwd met steken in m’n borstkas, vooral links, aan de kant van m’n hart. Door het niet in staat zijn van zowel mijn brein als mijn lijf om die overdosis miserie te incasseren, laat staan te verwerken, ging af en toe zelfs het licht in m'n kopke volledig uit. Dat verlammende gevoel van onmacht, dat overduidelijke onvermogen om -al was het maar met één sprankje, van hoop of zo- al die gruwel te verzachten, het maakte me keer op keer ontzettend ziek.
En hoe ongelofelijk mooi ik onze wereld, deze planeet, die wonderlijke blauwe bol ook vind, nog steeds weet hij mij behoorlijk te beangstigen. Vooral het kortzichtige, grenzeloze en alles verwoestende egoïsme van de machthebbers, de zelfingenomen leiders van het mens-dom, doen me soms bibberend van schrik met lakens en dekens ver over m'n hoofd getrokken diep in de kussens van m'n bed verdwijnen. Yep, tot op de dag van vandaag, geloof me, en misschien zelfs nu meer dan ooit...
Maar beslissen geen nieuws meer op te zoeken, via gelijk welk kanaal, is zeer zeker geen kwestie van 'het niet meer willen weten'. De gebeurtenissen in de wereld gaan trouwens toch ook nooit helemaal aan je voorbij. Of je dat nu wil of niet, ongezouten blijven ze je dagen binnensijpelen. Al was het maar bij het scrollen door Facebook, of in een gesprekje met je moeder of je vrienden, of door mensen achter jou op de tram er over te horen praten.
De enorme ontwikkeling en uitbreiding van communicatiemiddelen allerlei is geweldig, dat zal ik zeker niet ontkennen, maar we worden tegenwoordig werkelijk gebombardeerd met nieuwsberichten. En goed op de hoogte zijn en blijven van alles-en-nog-wat is prima, maar geef toe: het is toch echt niet meer bij te houden, veel te veel om nog te incasseren en te verteren.
Vroeger, laat ons zeggen 100 jaar terug of zo, gebeurde er overal in de wereld ook waanzinnige dingen, maar je wist dat niet, of pas dagen of weken later. Daardoor was het dagelijkse leven voor de gewone mens als u en ik veel leefbaarder. Het was een pak gemakkelijker om doodgewoon gelukkig te zijn. En exact daarnaar streven die mensen die er, net als ik, voor kiezen om niet langer de kranten te lezen of het journaal te beluisteren en te bekijken.
Blind en doof gaan zijn voor wat zich overal afspeelt is sowieso redelijk onzinnig, als je 't mij vraagt, want problemen houden nu eenmaal niet op te bestaan door ze te negeren. Maar de beperkening tot een soort algemeen bewustzijn -zonder sensatiedetails en gruwelbeelden- maakt dat er, niet meer platgedrukt door angst, woede en onmacht, zoveel meer ruimte is voor alle mooie dingen in ieders eigen dagen. Volop genieten en leven, en zonder schuldgevoel. Want je màg blij zijn met alles wat jouw bestaan waardevol en vreugdevol maakt! Daar heeft toch iedere mens ontegensprekelijk recht op. Niet dan?!...
Al knijpt de angst me nog met regelmaat de strot dicht -daar moet nog steeds zwaar aan gewerkt, hoera voor de psychiatrie- mijn houvast zit, zoals zo vaak, in de kleine wijsheden, die ogenschijnlijk onbelangrijke dingetjes waar blijkbaar toch ook anderen wat aan hebben door mijn vertelsels.
Bijvoorbeeldje? Leef vandaag! Gisteren is voorbij en komt nooit meer terug. En morgen? Tja, volgens mij weet niemand met zekerheid wat er dan komt, dus er over piekeren helpt geen ene sikkepit.
Onmacht en woede om grootse rampen -van welk soort ook, je begrijpt wel wat ik bedoel- moet je proberen los te laten. Je ben niet sterk genoeg daar iets aan te veranderen. Maar als jij doet wat wel binnen jouw bereik ligt, hoe minimaal ook, dan is dat écht geen druppel op een hete plaat, want alle beetjes helpen. Altijd. Je kan het zien als een soort dominospel: jij doet iets voor iemand, en omdat die daar gelukkig van wordt doet die op zijn of haar beurt weer iets voor iemand anders. Alleen al één oprechte warme glimlach kan zich razendsnel vermenigvuldigen als een hoogst besmettelijke maar o zo fijne infectie!
Minder -of wie weet zelfs ooit helemaal niet meer- verlamd en ontredderd door die onophoudelijke vloedgolf aan onheilspellende nieuwsberichten kan je beter zien wie jij bent en wat jij betekent voor je directe omgeving, je gezin, je familie, je vrienden, je buurt... en dat zet zich vanzelf in positieve zin verder.
Of om het met een bijzonder aanschouwelijk, uitermate begrijpbaar en door mijzelf bijzonder geliefd Vlaams gezegde uit te leggen: 'Als iedereen voor z'n eigen deur de stoep zou vegen, dan is heel de straat proper!'
Geen nieuws meer? Awel, volgens mij is dat wreed goed nieuws. 😉
Goh, dacht ik daar toen gniffelend bij, dan was ik al helemaal ‘in’ voor ‘in-zijn’ uitgevonden was! Al zijn er natuurlijk wel leukere manieren…
Reeds als tiener kon ik onmogelijk met de rest van de familie mee naar het journaal op de televisie kijken zonder totaal van slag te geraken. Toen al, ondertussen toch meer dan 30, 40 jaar geleden, was die constante overweldigende stroom van oorlog en doodslag, natuur- en milieurampen, hongersnoden, ignorante wereldleiders, en alle andere denkbare en ondenkbare ellende die ik dan over me heen kreeg nauwelijks te overleven. Ik werd er instant kotsmisselijk van, begon hevig te beven en te transpireren, en kreeg het Spaans benauwd met steken in m’n borstkas, vooral links, aan de kant van m’n hart. Door het niet in staat zijn van zowel mijn brein als mijn lijf om die overdosis miserie te incasseren, laat staan te verwerken, ging af en toe zelfs het licht in m'n kopke volledig uit. Dat verlammende gevoel van onmacht, dat overduidelijke onvermogen om -al was het maar met één sprankje, van hoop of zo- al die gruwel te verzachten, het maakte me keer op keer ontzettend ziek.
En hoe ongelofelijk mooi ik onze wereld, deze planeet, die wonderlijke blauwe bol ook vind, nog steeds weet hij mij behoorlijk te beangstigen. Vooral het kortzichtige, grenzeloze en alles verwoestende egoïsme van de machthebbers, de zelfingenomen leiders van het mens-dom, doen me soms bibberend van schrik met lakens en dekens ver over m'n hoofd getrokken diep in de kussens van m'n bed verdwijnen. Yep, tot op de dag van vandaag, geloof me, en misschien zelfs nu meer dan ooit...
Maar beslissen geen nieuws meer op te zoeken, via gelijk welk kanaal, is zeer zeker geen kwestie van 'het niet meer willen weten'. De gebeurtenissen in de wereld gaan trouwens toch ook nooit helemaal aan je voorbij. Of je dat nu wil of niet, ongezouten blijven ze je dagen binnensijpelen. Al was het maar bij het scrollen door Facebook, of in een gesprekje met je moeder of je vrienden, of door mensen achter jou op de tram er over te horen praten.
De enorme ontwikkeling en uitbreiding van communicatiemiddelen allerlei is geweldig, dat zal ik zeker niet ontkennen, maar we worden tegenwoordig werkelijk gebombardeerd met nieuwsberichten. En goed op de hoogte zijn en blijven van alles-en-nog-wat is prima, maar geef toe: het is toch echt niet meer bij te houden, veel te veel om nog te incasseren en te verteren.
Vroeger, laat ons zeggen 100 jaar terug of zo, gebeurde er overal in de wereld ook waanzinnige dingen, maar je wist dat niet, of pas dagen of weken later. Daardoor was het dagelijkse leven voor de gewone mens als u en ik veel leefbaarder. Het was een pak gemakkelijker om doodgewoon gelukkig te zijn. En exact daarnaar streven die mensen die er, net als ik, voor kiezen om niet langer de kranten te lezen of het journaal te beluisteren en te bekijken.
Blind en doof gaan zijn voor wat zich overal afspeelt is sowieso redelijk onzinnig, als je 't mij vraagt, want problemen houden nu eenmaal niet op te bestaan door ze te negeren. Maar de beperkening tot een soort algemeen bewustzijn -zonder sensatiedetails en gruwelbeelden- maakt dat er, niet meer platgedrukt door angst, woede en onmacht, zoveel meer ruimte is voor alle mooie dingen in ieders eigen dagen. Volop genieten en leven, en zonder schuldgevoel. Want je màg blij zijn met alles wat jouw bestaan waardevol en vreugdevol maakt! Daar heeft toch iedere mens ontegensprekelijk recht op. Niet dan?!...
Al knijpt de angst me nog met regelmaat de strot dicht -daar moet nog steeds zwaar aan gewerkt, hoera voor de psychiatrie- mijn houvast zit, zoals zo vaak, in de kleine wijsheden, die ogenschijnlijk onbelangrijke dingetjes waar blijkbaar toch ook anderen wat aan hebben door mijn vertelsels.
Bijvoorbeeldje? Leef vandaag! Gisteren is voorbij en komt nooit meer terug. En morgen? Tja, volgens mij weet niemand met zekerheid wat er dan komt, dus er over piekeren helpt geen ene sikkepit.
Onmacht en woede om grootse rampen -van welk soort ook, je begrijpt wel wat ik bedoel- moet je proberen los te laten. Je ben niet sterk genoeg daar iets aan te veranderen. Maar als jij doet wat wel binnen jouw bereik ligt, hoe minimaal ook, dan is dat écht geen druppel op een hete plaat, want alle beetjes helpen. Altijd. Je kan het zien als een soort dominospel: jij doet iets voor iemand, en omdat die daar gelukkig van wordt doet die op zijn of haar beurt weer iets voor iemand anders. Alleen al één oprechte warme glimlach kan zich razendsnel vermenigvuldigen als een hoogst besmettelijke maar o zo fijne infectie!
Minder -of wie weet zelfs ooit helemaal niet meer- verlamd en ontredderd door die onophoudelijke vloedgolf aan onheilspellende nieuwsberichten kan je beter zien wie jij bent en wat jij betekent voor je directe omgeving, je gezin, je familie, je vrienden, je buurt... en dat zet zich vanzelf in positieve zin verder.
Of om het met een bijzonder aanschouwelijk, uitermate begrijpbaar en door mijzelf bijzonder geliefd Vlaams gezegde uit te leggen: 'Als iedereen voor z'n eigen deur de stoep zou vegen, dan is heel de straat proper!'
Geen nieuws meer? Awel, volgens mij is dat wreed goed nieuws. 😉
vrijdag 1 september 2017
Spiegeltje, spiegeltje aan de wand...
Geen idee waar hij ergens vandaan komt, hoe oud hij exact zou kunnen zijn, of wiens al dan niet ontzettend kostbare, intens geliefde of misschien slechts puur praktische bezitting hij eventueel ooit was...
Één ding weet ik wél zeker: ongeveer een 40-tal jaren geleden moet het iemands afdankerke geweest zijn, want ik herinner me alsof het gisteren was -en ons moe bij navraag ook- dat hij toen al tegen het bloemetjesbehang van het wat krakkemikkige houten kot naast het kippenhok hing, met andere woorden: in ons allereerste speelhuisje dus. Daar, halverwege die magische tuin van ons ouderlijk huis, maakte hij vele jaren deel uit van 'den decor' waarin een groot stuk van onze onschuldige en rijke fantasiewereld zich afspeelde.
Ik schat hem dus minstens een jaar of 50, die oude, vertrouwde, eitje-op-z'n-punt-vormige spiegel met z'n kunstig in pitriet gevlochten rand. En wie weet wat er in z'n reflectie allemaal te zien is geweest al die tijd. Diep verborgen in het verfoliede glas ligt vermoedelijk meer dan stof genoeg voor een lijvig boek met legendes en sprookjes. Zoveel vergeten momenten, gezichten, verhalen, geheimen... voor eeuwig spoorloos opgeborgen.
Hoe de spiegel ooit mijn persoonlijke eigendom werd is ook een mysterie, een toen blijkbaar zo onbelangrijk moment dat m'n geheugen het niet registreerde.
Alleszins hing hij tijdens m'n eerste huwelijk 8 jaar lang in het artistieke gezelschap van m'n schildersezel, m'n naaimachine, m'n kasten met dozen vol kleurrijke kralen, ontelbare bollen breiwol en duizend-en-één andere gekoesterde prullekes en frullekes in mijn hobbykamer. Bij de scheiding verhuisde uiteraard de hele inboedel van deze ruimte met me mee, en in het huurappartement waar ik een dikke 17 jaar zou wonen kreeg de spiegel z'n vaste plekje aan de muur in het toilet.
Toen ik 3,5 jaar geleden m'n eigen stekje kocht werd ook de spiegel voorzichtig ingepakt en overgebracht, en sindsdien hoort hij opnieuw thuis in het sanitaire vertrek, boven het kleine lavabooke, het handenwasserke. Leuk en handig voor de occasionele visite, en ideaal voor mezelf om, vlak voor vertrek naar wie-weet-waar, nog snel even make-up, kapsel en gebit te checken. En nog steeds, na al die tijd, is die spiegel een dierbaar kleinood voor me.
Dat z'n pitrieten kader, zo, op zich, zoals hij altijd al geweest was, prima zou gaan passen bij het van dag 1 geplande stranddecor voor mijne WC, dat was een absolute plus. Maar bij de zoektocht naar alle nodige bouwmateriaal en wat later de aankoop daarvan, o.a. een stevige hoeveelheid dozen en bokalen vol schelpen in een zo divers mogelijke variatie aan kleuren en vormen, groeide langzaam maar zeker het lumineuze idee ook die oude spiegel op te leuken -te pimpen, als het ware- met wat sierlijke strandschatten...
In m'n hoofd was het plan van aanpak helder en volledig. Alle benodigde materialen -schelpen, lijm, pincet, stokjes, afdekzeil, krantenpapier,... en natuurlijk ook de spiegel zelf- lagen keurig uitgestald en startensklaar op de grote tafel in de woonkamer. En... daar zijn ze zo meer dan een week blijven liggen, want ik twijfelde, en twijfelde nog wat meer... Want wat als het eindresultaat zou tegenslaan? Wat als het in niets leek op het perfecte plaatje uit m'n dromen, uit m'n soms nét wat te fantasierijke verbeelding?! Dan had ik die emotioneel waardevolle antiquiteit misschien voorgoed om zeep geholpen!...
Uiteindelijk ben ik er op een moedige morgen, met een fris hoofd, het zonnetje op de ramen en een gevoel van "ten aanval, 't is nu of nooit!" toch aan begonnen. Twee volledige en heel erg lange dagen kostte het me om heel precies en met kolossaal veel geduld voor elk centimeterke rond de spiegel exact dat ene juiste schelpke uit te zoeken, in te passen en uiterst voorzichtig -liever geen gesmos met lijm!- vast te plakken. En langzaam, heel langzaam groeide het urenlange gepriegel en gefriemel uit tot prachtig schelpenboeket.
Ik vond die spiegel altijd al erg mooi, maar nu, olala, nu is het pas écht een pareltje, een unieke schat zelfs. Eentje om de rest van m'n dagen dicht bij me te houden en plekje te geven ongeacht waar m'n leven me nog naartoe brengt.
Ik ben er -terecht vermoedelijk- reuze trots op en kan er voorlopig nog niet mee stoppen om dit fraaie kunstwerkje te staan -of te zitten, uiteraard- bewonderen. M'n toilettijd is er zeer zeker niet korter op geworden dus. hihi
En nu dit heerlijke resultaat van 'een uitzonderlijk moment waarin m'n volledige, doch o zo bescheiden, dagelijkse dosis energie puur aan m'n grenzeloze creativiteit mocht en kon besteed worden' weer terug op z'n vertrouwde locatie hangt, kleurrijk glimmende schelpkes en al, kan ik nog nauwelijks meer geloven dat al die rijkelijke ogende schoonheid door mijn eigen handen gefabriceerde werd!... Sterk werk, al zeg ik het zelf.
En vanaf nu weerklinkt hier met volle overtuiging: "Spiegeltje, spiegeltje aan mijn wand, JIJ bent de mooiste van heel het land!" Zeker weten, o ja. 😉
Één ding weet ik wél zeker: ongeveer een 40-tal jaren geleden moet het iemands afdankerke geweest zijn, want ik herinner me alsof het gisteren was -en ons moe bij navraag ook- dat hij toen al tegen het bloemetjesbehang van het wat krakkemikkige houten kot naast het kippenhok hing, met andere woorden: in ons allereerste speelhuisje dus. Daar, halverwege die magische tuin van ons ouderlijk huis, maakte hij vele jaren deel uit van 'den decor' waarin een groot stuk van onze onschuldige en rijke fantasiewereld zich afspeelde.
Ik schat hem dus minstens een jaar of 50, die oude, vertrouwde, eitje-op-z'n-punt-vormige spiegel met z'n kunstig in pitriet gevlochten rand. En wie weet wat er in z'n reflectie allemaal te zien is geweest al die tijd. Diep verborgen in het verfoliede glas ligt vermoedelijk meer dan stof genoeg voor een lijvig boek met legendes en sprookjes. Zoveel vergeten momenten, gezichten, verhalen, geheimen... voor eeuwig spoorloos opgeborgen.
Hoe de spiegel ooit mijn persoonlijke eigendom werd is ook een mysterie, een toen blijkbaar zo onbelangrijk moment dat m'n geheugen het niet registreerde.
Alleszins hing hij tijdens m'n eerste huwelijk 8 jaar lang in het artistieke gezelschap van m'n schildersezel, m'n naaimachine, m'n kasten met dozen vol kleurrijke kralen, ontelbare bollen breiwol en duizend-en-één andere gekoesterde prullekes en frullekes in mijn hobbykamer. Bij de scheiding verhuisde uiteraard de hele inboedel van deze ruimte met me mee, en in het huurappartement waar ik een dikke 17 jaar zou wonen kreeg de spiegel z'n vaste plekje aan de muur in het toilet.
Toen ik 3,5 jaar geleden m'n eigen stekje kocht werd ook de spiegel voorzichtig ingepakt en overgebracht, en sindsdien hoort hij opnieuw thuis in het sanitaire vertrek, boven het kleine lavabooke, het handenwasserke. Leuk en handig voor de occasionele visite, en ideaal voor mezelf om, vlak voor vertrek naar wie-weet-waar, nog snel even make-up, kapsel en gebit te checken. En nog steeds, na al die tijd, is die spiegel een dierbaar kleinood voor me.
Dat z'n pitrieten kader, zo, op zich, zoals hij altijd al geweest was, prima zou gaan passen bij het van dag 1 geplande stranddecor voor mijne WC, dat was een absolute plus. Maar bij de zoektocht naar alle nodige bouwmateriaal en wat later de aankoop daarvan, o.a. een stevige hoeveelheid dozen en bokalen vol schelpen in een zo divers mogelijke variatie aan kleuren en vormen, groeide langzaam maar zeker het lumineuze idee ook die oude spiegel op te leuken -te pimpen, als het ware- met wat sierlijke strandschatten...
In m'n hoofd was het plan van aanpak helder en volledig. Alle benodigde materialen -schelpen, lijm, pincet, stokjes, afdekzeil, krantenpapier,... en natuurlijk ook de spiegel zelf- lagen keurig uitgestald en startensklaar op de grote tafel in de woonkamer. En... daar zijn ze zo meer dan een week blijven liggen, want ik twijfelde, en twijfelde nog wat meer... Want wat als het eindresultaat zou tegenslaan? Wat als het in niets leek op het perfecte plaatje uit m'n dromen, uit m'n soms nét wat te fantasierijke verbeelding?! Dan had ik die emotioneel waardevolle antiquiteit misschien voorgoed om zeep geholpen!...
Uiteindelijk ben ik er op een moedige morgen, met een fris hoofd, het zonnetje op de ramen en een gevoel van "ten aanval, 't is nu of nooit!" toch aan begonnen. Twee volledige en heel erg lange dagen kostte het me om heel precies en met kolossaal veel geduld voor elk centimeterke rond de spiegel exact dat ene juiste schelpke uit te zoeken, in te passen en uiterst voorzichtig -liever geen gesmos met lijm!- vast te plakken. En langzaam, heel langzaam groeide het urenlange gepriegel en gefriemel uit tot prachtig schelpenboeket.
Ik vond die spiegel altijd al erg mooi, maar nu, olala, nu is het pas écht een pareltje, een unieke schat zelfs. Eentje om de rest van m'n dagen dicht bij me te houden en plekje te geven ongeacht waar m'n leven me nog naartoe brengt.
Ik ben er -terecht vermoedelijk- reuze trots op en kan er voorlopig nog niet mee stoppen om dit fraaie kunstwerkje te staan -of te zitten, uiteraard- bewonderen. M'n toilettijd is er zeer zeker niet korter op geworden dus. hihi
En nu dit heerlijke resultaat van 'een uitzonderlijk moment waarin m'n volledige, doch o zo bescheiden, dagelijkse dosis energie puur aan m'n grenzeloze creativiteit mocht en kon besteed worden' weer terug op z'n vertrouwde locatie hangt, kleurrijk glimmende schelpkes en al, kan ik nog nauwelijks meer geloven dat al die rijkelijke ogende schoonheid door mijn eigen handen gefabriceerde werd!... Sterk werk, al zeg ik het zelf.
En vanaf nu weerklinkt hier met volle overtuiging: "Spiegeltje, spiegeltje aan mijn wand, JIJ bent de mooiste van heel het land!" Zeker weten, o ja. 😉
maandag 21 augustus 2017
Spannend spinnenwebslaapje.
Hoe extreem uitgeput vierkant moe kan ne mens in 's hemelsnaam zijn, zeg?!...
Al geruime tijd heb ik wreed last van een volledig verstoord slaappatroon en daardoor ook van een nooit ophoudende vervelende vermoeidheid, dus ik ben ondertussen al wel wat gewend qua gevolgen, qua 'bijverschijnselen', maar zoals ik me vandaag voel, na één nachtje slaapkliniek, tjonge tjonge!...
Total loss noemen ze dat volgens mij, perte total. Allesoverheersende schele koppijn, verwarde gedachtegang, gebrekkige concentratie, wazig -en bij momenten zelfs dubbel- zicht met of zonder leesbril, pijnlijk verkrampte schouders en nek, en de rest van mijn lijf is precies door de mangel gehaald.
Voor zo'n nachtje 'slaapcontrole' verwachten ze je al een halve dag op voorhand, kwestie van genoeg tijd te hebben voor de voorbereidingen...
Met een ongelofelijke handigheid hangen de super sympathieke en goedlachse verpleegsters -nogmaals hartelijk dank daarvoor, lieve dames!- je van kop tot teen vol grote en kleine sensoren, om absoluut elke beweging, elke ademhaling, elke harteklop, elke wat-je-ook-maar-kan-bedenken van je lichaam te registreren. En bij al die sensoren horen draden, draden naar de computers en schermen in de controlekamer, veel draden, heel veel draden, dikke en dunne, korte en lange, en in alle kleuren van de regenboog. En om dat enorme ingewikkelde spinnenweb enigszins op de juiste plek en uit de knoop te houden beplakken ze elke centimeter van je vel met meters straffe kleefband -als ware het stuk voor stuk heavy duty ontharingsstrips- en, als kers op de taart -allé ja, 'slagroom' is hier misschien meer van toepassing- nog een paar gulle klodders lijm met de kracht van een stuk onverwoestbare kauwgom in je haardos.
De strak om m'n torso gesnoerde riemen, die m'n ademhaling mee in 't oog moesten gaan houden, maakten van mijn anders al moeilijk te negeren decolleté een Grand Canyon waar zelfs ík nog van opkeek. Nét niet mét echo...
Maar zelfs die twee slangen in en langst m'n neus, die op de laatste moment nog even bij het geheel gemonteerd werden, stonden een deftige nachtrust eigenlijk -verbazingwekkend, ja, ik weet het- niet in de weg. Niets van heel deze bekabeling, van dit ingenieuze kleurrijke en plakkerige spinnenweb zit oncomfortabel. Allé, naar mijn mening dan toch. En omdat je een half dagje kan wennen voel je het meeste tegen slapenstijd niet eens meer zitten.
Neen, de reden van mijn groggy zijn moet je dus niet daar gaan zoeken, maar wel in m'n bed. Ongelofelijk hoe mijn lijf met dat ding gevochten heeft! U-ren-lang. Er was werkelijk niet één houding waarin ik enigszins comfortabel en vooral pijnvrij kon liggen. Linkerkant, rechterkant, kussen plat, kussen bol, met deken, zonder deken,... élke mogelijke (toe)stand van dat nochtans plooibaar en vervormbaar ziekenhuisslaapmeubel bracht me uitsluitend bijzonder onaangenaam ongemak. Dat ik altijd bang ben er uit te vallen -zo ontzettend smal als het is vergeleken met mijn hoogst persoonlijke tweepersoonsbed thuis-, dat ken ik ondertussen al van m'n zovele hospitaalverblijven. Dat is simpel genoeg opgelost: ingebouwde 'afrastering' activeren en klaar. Maar dat zo'n bed me zo integraal beurs en gebroken kon doen voelen, nee, dat had ik nog niet eerder ervaren. (Tja, nu ik er even over nadenk: 'k heb ook nog niet vaak zónder straffe pijnstillers of verdoving in zulk een bed gelegen, hé... hihi)
Van pure ellende sukkelde ik uiteindelijk dan toch nog wat in slaap in de enige houding die te verdragen was: liggend op m'n rug. Iets wat ik anders raar of zelden doe. En dat bleek 's morgens bij de uitleg van alle geregistreerde gegevens toch een geluk bij een ongeluk te zijn geweest.
Bon, geslapen als een (Doorn)roosje? Zeker en vast niet dus.
Waarschijnlijk gebruik je ook wel eens de zotte uitspraak 'Ja, 't is nen brave/een brave..., als hem/zij slaapt!'. Niet op mij van toepassing dus! Ik ben als vanzelfsprekend, hoe kon het ook anders, weer eens geweldig tegendraads: zélfs in dromenland kom ik in de problemen! Grappig is dat.
Op m'n rug slapen is vanaf nu absoluut verboden -allé ja, niet op straffe van, natuurlijk- omdat ik in die houding een lichte vorm van slaapapneu heb. Niet dat ik dan ineens ophou met ademen zoals bij de klassieke apneu, maar m'n inademing vermindert in die toestand ongeveer voor de helft, en blijft dan op dat niveau hangen. Slechts half zoveel zuurstof in m'n systeem op die manier, da's niet zo goed... En mogelijk zit niet mijn overgewicht, zoals sommigen al opperden, er voor iets tussen doch wél het gewicht van mijn royale boezem ... Goed, vanaf nu niet meer op m'n rug liggen dus. Da's alvast makkelijk opgelost.
De grootste boosdoener in m'n eeuwigdurende oververmoeidheid is een stuk lastiger om te doen verdwijnen. Al vele jaren heb ik het idee dat ik -zoals ze dat zeggen- 'altijd met één oog open slaap'. Triest onverwerkt overblijfsel uit violente relaties. Zelfs in de veiligheid van m'n eigen huis met deuren en vensters op slot, in m'n warme knusse vertrouwde bed en totaal over de top steendoodstikkapot ben ik tijdens elke seconde van mijn nachtrust klaar om te vluchten of in het verweer te gaan, onbewust ten allen tijde paraat om voor het behoud van lijf en leden te moeten vechten. Het nachtje in de slaapkliniek heeft dat overduidelijk bevestigd: ik schiet minstens een keer of 30 per nacht wakker, zeer abrupt, ook vanuit de 'diepe slaap', en soms zelfs 10 keer in slechts een paar minuten. Één minuscuul ongekend -soms ook gekend- geluid volstaat om mij te wekken in een volledige paniek. En al duurt dat dan maar een seconde, het verknipt m'n werkelijk slaaptijd naar een hele rits fragmentjes waar een mens alleen maar nog moeër van wordt. Echt even diep slapen doe ik tegen de ochtenduren, in de 'droomslaap', en -je raadt het al- dan regeren natuurlijk de meer dan realistische full colour nachtmerries tussen de lakens en dekens. Daar wordt ge ook moe van, maar dan slaap ik tenminste eventjes een paar uurtjes, en voor écht, hé. Blij zijn met alles wat je wél hebt! Ja, toch?! hihi
Uit de kleurrijke spinnenwebdraden los geknipt en bevrijd van alle lijmresten na een extra lange hete douche mocht ik met serieus pak huiswerk onder de arm -en met barstende hoofdpijn- weer beschikken.
Ik heb nog heel wat werk, 'slaapwerk', voor de boeg, maar er is vandaag eindelijk een begin gemaakt, een begin aan beterschap, een begin aan deugddoend en herstellend slapen, een begin aan fris en monter uit bed komen mét energie. Heerlijk! En dat het z'n tijd zal duren en niet zonder slag of stoot zal gaan, daar kun je donder op zeggen. Maar een berg beklim je nu eenmaal niet in volle galop, maar wel stapje voor stapje, weloverwogen en voorzichtig.
En zo eindig ik dit verhaal over dat pijnlijke nachtje in het kleurrijk ziekenhuisspinnenwebbed met een -hopelijk- ontspannen en comfortabel dutje, uiteraard niet op m'n rug maar op m'n rechterzijde, in m'n eigen -zo mogelijk nóg meer gewaardeerde en geliefde- zalige bed als start voor dit nieuwe zowel lichamelijke als geestelijke genezingsproces. Kristina leert slapen! Woeha! 😉😴
Al geruime tijd heb ik wreed last van een volledig verstoord slaappatroon en daardoor ook van een nooit ophoudende vervelende vermoeidheid, dus ik ben ondertussen al wel wat gewend qua gevolgen, qua 'bijverschijnselen', maar zoals ik me vandaag voel, na één nachtje slaapkliniek, tjonge tjonge!...
Total loss noemen ze dat volgens mij, perte total. Allesoverheersende schele koppijn, verwarde gedachtegang, gebrekkige concentratie, wazig -en bij momenten zelfs dubbel- zicht met of zonder leesbril, pijnlijk verkrampte schouders en nek, en de rest van mijn lijf is precies door de mangel gehaald.
Voor zo'n nachtje 'slaapcontrole' verwachten ze je al een halve dag op voorhand, kwestie van genoeg tijd te hebben voor de voorbereidingen...
Met een ongelofelijke handigheid hangen de super sympathieke en goedlachse verpleegsters -nogmaals hartelijk dank daarvoor, lieve dames!- je van kop tot teen vol grote en kleine sensoren, om absoluut elke beweging, elke ademhaling, elke harteklop, elke wat-je-ook-maar-kan-bedenken van je lichaam te registreren. En bij al die sensoren horen draden, draden naar de computers en schermen in de controlekamer, veel draden, heel veel draden, dikke en dunne, korte en lange, en in alle kleuren van de regenboog. En om dat enorme ingewikkelde spinnenweb enigszins op de juiste plek en uit de knoop te houden beplakken ze elke centimeter van je vel met meters straffe kleefband -als ware het stuk voor stuk heavy duty ontharingsstrips- en, als kers op de taart -allé ja, 'slagroom' is hier misschien meer van toepassing- nog een paar gulle klodders lijm met de kracht van een stuk onverwoestbare kauwgom in je haardos.
De strak om m'n torso gesnoerde riemen, die m'n ademhaling mee in 't oog moesten gaan houden, maakten van mijn anders al moeilijk te negeren decolleté een Grand Canyon waar zelfs ík nog van opkeek. Nét niet mét echo...
Maar zelfs die twee slangen in en langst m'n neus, die op de laatste moment nog even bij het geheel gemonteerd werden, stonden een deftige nachtrust eigenlijk -verbazingwekkend, ja, ik weet het- niet in de weg. Niets van heel deze bekabeling, van dit ingenieuze kleurrijke en plakkerige spinnenweb zit oncomfortabel. Allé, naar mijn mening dan toch. En omdat je een half dagje kan wennen voel je het meeste tegen slapenstijd niet eens meer zitten.
Neen, de reden van mijn groggy zijn moet je dus niet daar gaan zoeken, maar wel in m'n bed. Ongelofelijk hoe mijn lijf met dat ding gevochten heeft! U-ren-lang. Er was werkelijk niet één houding waarin ik enigszins comfortabel en vooral pijnvrij kon liggen. Linkerkant, rechterkant, kussen plat, kussen bol, met deken, zonder deken,... élke mogelijke (toe)stand van dat nochtans plooibaar en vervormbaar ziekenhuisslaapmeubel bracht me uitsluitend bijzonder onaangenaam ongemak. Dat ik altijd bang ben er uit te vallen -zo ontzettend smal als het is vergeleken met mijn hoogst persoonlijke tweepersoonsbed thuis-, dat ken ik ondertussen al van m'n zovele hospitaalverblijven. Dat is simpel genoeg opgelost: ingebouwde 'afrastering' activeren en klaar. Maar dat zo'n bed me zo integraal beurs en gebroken kon doen voelen, nee, dat had ik nog niet eerder ervaren. (Tja, nu ik er even over nadenk: 'k heb ook nog niet vaak zónder straffe pijnstillers of verdoving in zulk een bed gelegen, hé... hihi)
Van pure ellende sukkelde ik uiteindelijk dan toch nog wat in slaap in de enige houding die te verdragen was: liggend op m'n rug. Iets wat ik anders raar of zelden doe. En dat bleek 's morgens bij de uitleg van alle geregistreerde gegevens toch een geluk bij een ongeluk te zijn geweest.
Bon, geslapen als een (Doorn)roosje? Zeker en vast niet dus.
Waarschijnlijk gebruik je ook wel eens de zotte uitspraak 'Ja, 't is nen brave/een brave..., als hem/zij slaapt!'. Niet op mij van toepassing dus! Ik ben als vanzelfsprekend, hoe kon het ook anders, weer eens geweldig tegendraads: zélfs in dromenland kom ik in de problemen! Grappig is dat.
Op m'n rug slapen is vanaf nu absoluut verboden -allé ja, niet op straffe van, natuurlijk- omdat ik in die houding een lichte vorm van slaapapneu heb. Niet dat ik dan ineens ophou met ademen zoals bij de klassieke apneu, maar m'n inademing vermindert in die toestand ongeveer voor de helft, en blijft dan op dat niveau hangen. Slechts half zoveel zuurstof in m'n systeem op die manier, da's niet zo goed... En mogelijk zit niet mijn overgewicht, zoals sommigen al opperden, er voor iets tussen doch wél het gewicht van mijn royale boezem ... Goed, vanaf nu niet meer op m'n rug liggen dus. Da's alvast makkelijk opgelost.
De grootste boosdoener in m'n eeuwigdurende oververmoeidheid is een stuk lastiger om te doen verdwijnen. Al vele jaren heb ik het idee dat ik -zoals ze dat zeggen- 'altijd met één oog open slaap'. Triest onverwerkt overblijfsel uit violente relaties. Zelfs in de veiligheid van m'n eigen huis met deuren en vensters op slot, in m'n warme knusse vertrouwde bed en totaal over de top steendoodstikkapot ben ik tijdens elke seconde van mijn nachtrust klaar om te vluchten of in het verweer te gaan, onbewust ten allen tijde paraat om voor het behoud van lijf en leden te moeten vechten. Het nachtje in de slaapkliniek heeft dat overduidelijk bevestigd: ik schiet minstens een keer of 30 per nacht wakker, zeer abrupt, ook vanuit de 'diepe slaap', en soms zelfs 10 keer in slechts een paar minuten. Één minuscuul ongekend -soms ook gekend- geluid volstaat om mij te wekken in een volledige paniek. En al duurt dat dan maar een seconde, het verknipt m'n werkelijk slaaptijd naar een hele rits fragmentjes waar een mens alleen maar nog moeër van wordt. Echt even diep slapen doe ik tegen de ochtenduren, in de 'droomslaap', en -je raadt het al- dan regeren natuurlijk de meer dan realistische full colour nachtmerries tussen de lakens en dekens. Daar wordt ge ook moe van, maar dan slaap ik tenminste eventjes een paar uurtjes, en voor écht, hé. Blij zijn met alles wat je wél hebt! Ja, toch?! hihi
Uit de kleurrijke spinnenwebdraden los geknipt en bevrijd van alle lijmresten na een extra lange hete douche mocht ik met serieus pak huiswerk onder de arm -en met barstende hoofdpijn- weer beschikken.
Ik heb nog heel wat werk, 'slaapwerk', voor de boeg, maar er is vandaag eindelijk een begin gemaakt, een begin aan beterschap, een begin aan deugddoend en herstellend slapen, een begin aan fris en monter uit bed komen mét energie. Heerlijk! En dat het z'n tijd zal duren en niet zonder slag of stoot zal gaan, daar kun je donder op zeggen. Maar een berg beklim je nu eenmaal niet in volle galop, maar wel stapje voor stapje, weloverwogen en voorzichtig.
En zo eindig ik dit verhaal over dat pijnlijke nachtje in het kleurrijk ziekenhuisspinnenwebbed met een -hopelijk- ontspannen en comfortabel dutje, uiteraard niet op m'n rug maar op m'n rechterzijde, in m'n eigen -zo mogelijk nóg meer gewaardeerde en geliefde- zalige bed als start voor dit nieuwe zowel lichamelijke als geestelijke genezingsproces. Kristina leert slapen! Woeha! 😉😴
woensdag 26 juli 2017
Tekort aan vitamine zee.
Een zonnige namiddag enkele weken geleden. Gekleed in een losse luchtige tuniek met korte mouwtjes en een witte driekwart broek, met een grote zonnebril op m'n neus en een paar vrolijk flipflopperende slefferkes aan m'n voeten daalde ik, caddy aan de hand, de grote trap voor 't appartementsgebouw af, klaar om op m'n gemakje te voet boodschappen te gaan doen. Iets voorbij den blok maakte ik, zoals gewoonlijk, een korte bocht naar rechts, het betonnen-platen-wandelpad tussen de torenflats op.
Onmiddellijk roefelde de zotte zomerwind m'n haar geestdriftig door elkaar, liet m'n kleurig flodderjurkje vrolijk alle kanten uit flapperen en kriebelde m'n neus met die typische heerlijk zoete geur van zongedroogd grasmaaisel. In het speeltuintje speelden kinderen in het witte zandbakzand en vulden -tot lichte wanhoop van de zonnende moeders op de bank en op een handdoek- aan het drinkfonteintje het ene na het andere emmertje water om uitgebreid moddertaartjes mee te fabriceren. Boven m'n hoofd cirkelden een handvol krijsende meeuwen, ruziënd over wat lekkers, gepikt uit één of andere vuilbak.
En plots, zonder waarschuwing of aankondiging, plots werd ik met elke vezel van m'n lijf en in elke emotie 40 jaar terug in de tijd gekatapulteerd. Daar loop ik, naast mijn vader, op vakantie aan zee, in de al warme ochtendzon die zacht maar resoluut de nevel die tussen de duinen hangt doorbreekt, broodjes van de warme bakker halen voor het ontbijt.
Elk geluid en elke geur van dat wandelpad in de warme zomerzon, zelfs het type 'robuuste' beplanting en de rondhangende 'dagjesmensen', het deed een ver opgeborgen en lang vergeten gevoel van kinderlijke onbezorgdheid en vogelvrije gelukzaligheid in me herleven. Heel bijzonder! Alleen die zilte zoute zeelucht, ja, die ontbrak nog. Maar met een inbeeldingsvermogen als het mijne...
Zolang ik me kan herinneren trokken we elk jaar weer met het steeds groeiende gezin voor een paar weken naar Cadzand-Bad, en verbleven er ook altijd in hetzelfde minuscule huisje onderaan de duinen. De allereerste keer moet ik een jaar of 4 geweest zijn, en toen had ik exact één zus. Door de jaren is de familie een zeer uitgebreid en kleurrijk gezelschap geworden, met nog 2 broers en een zus er bij, al hun partners, en wat later ook hun kinderen. Maar het huisje kon ze allemaal herbergen en de lol op het strand werd er alleen maar groter door.
3 jaar geleden ben ik er voor het laatst geweest, daar in Cadzand, 2 keer zelfs: op 1 mei met ons va en moe -heel erg leuk, hard gelachen, zotte foto's gemaakt- en eind juli met Lieve en Luc, even een dagje uit, al kon ik er met de beste wil van de wereld niet echt van genieten en zat m'n gemoedstoestand ver beneden het vriespunt. 'Naar zee gaan' was voorgoed veranderd: onze va zou er nooit meer bij zijn, en alles daar herinnerde me aan betere tijden...
Het Cadzand-Bad uit mijn jeugd, met z'n wilde nog ongetemde duinen en eindeloos lege, ongerepte en nog onontdekte stranden, dat Cadzand bestaat niet meer. De 'vooruitgang' heeft ook dit idyllisch oord ingepalmd met rijen flatgebouwen, hotels en zelfs een jachthaven. De inmiddels netjes getemde en gemanicuurde natuur is met vele kilometers prikkeldraad afgespannen ter bescherming tegen de meedogenloze zondvloed toeristen en dagjesmensen die zich elke zonnige -en ook minder zonnige- dag op de breed opgespoten stranden tussen de massa storten.
Ja, het is niet anders: die zalige zee uit mijn lang vervlogen jeugdjaren zit nu samen de ondertussen ook van de aardbol verdwenen sprookjestuin van het voormalige ouderlijk huis opgeborgen ergens diep en veilig op een heel bijzonder plekje in mijn herinneringen, als bewaard in een met fluweel bekleed geheim doosje. Dit soort kostbaarheden pak je immers slechts bij uitzondering of hele speciale momenten nog eens met voorzichtige liefkozende gebaren uit, om ze dan heel even koesterend tegen je wang te houden.
Foto's zijn ook leuk, absoluut, en er zijn honderden, misschien wel duizenden kiekjes geschoten in al die vele jaren 'zee'. Maar da's toch niet hetzelfde, want alhoewel ik oprecht blij ben ze te bezitten, het valt me nog steeds behoorlijk zwaar om er doorheen te bladeren. De opwellende gevoelens, emoties en herinneringen zijn nog niet onverdeeld blij. Er hangt voorlopig nog te veel droefenis en gemis aan vast...
Doch... dat wandelpad, hier in de groenvoorziening tussen die betonnen flatgebouwen op den Bosuil, dat moet er anders over gedacht hebben en smeet me zonder pardon, in een soort magische samensmelting van allesoverheersende elementen, terug in dat intense gevoel van onschuldige blijmoedigheid, in dat bijna naïeve, onmetelijk gelukzalige gevoel, dat je als volwassene eindeloos zoekt en nergens meer vinden kan, en dat voor mij al m'n leven lang onlosmakelijk aan de zee en mijn vakantieherinneringen vast hangt.
Sinds die ene zomerse dag een paar weken geleden overvalt dat gevoel me nu elke keer weer als ik ietsje voorbij het flatgebouw waar ik woon rechts afsla, die wandelweg op. Zélfs eergisteren, toen ik gewapend met een grote paraplu een stevige hoeveelheid hemelwater trotseerde, want, geef toe: zo een plensbui af en toe, dat hoort er uiteraard ook bij tijdens een zomervakantie aan de kust...
Wie weet is het allemaal slecht inbeelding en is mijn zee-verlangen, mijn zee-tekort ondertussen ongemerkt zo groot geworden dat het z'n eigen leven gaan leiden is. Dat zou kunnen, wie zal het zeggen... Één ding is zonneklaar: 't wordt duidelijk hoog tijd om weer eens een heerlijk rustig stukje strand op te zoeken, en daar ongestoord te gaan genieten van het voortdurende spel der golven. Ik wil die unieke soundmix van wind, water en vogels weer horen, m'n longen weer diep kunnen vullen met zalig zilte zeelucht, m'n broekzakken vol natte kleurrijke schelpjes proppen, het zout op m'n huid voelen, het zand tussen m'n tenen...
De diagnose is dus overduidelijk: ik heb een acuut tekort aan vitamine zee! 😊
Onmiddellijk roefelde de zotte zomerwind m'n haar geestdriftig door elkaar, liet m'n kleurig flodderjurkje vrolijk alle kanten uit flapperen en kriebelde m'n neus met die typische heerlijk zoete geur van zongedroogd grasmaaisel. In het speeltuintje speelden kinderen in het witte zandbakzand en vulden -tot lichte wanhoop van de zonnende moeders op de bank en op een handdoek- aan het drinkfonteintje het ene na het andere emmertje water om uitgebreid moddertaartjes mee te fabriceren. Boven m'n hoofd cirkelden een handvol krijsende meeuwen, ruziënd over wat lekkers, gepikt uit één of andere vuilbak.
En plots, zonder waarschuwing of aankondiging, plots werd ik met elke vezel van m'n lijf en in elke emotie 40 jaar terug in de tijd gekatapulteerd. Daar loop ik, naast mijn vader, op vakantie aan zee, in de al warme ochtendzon die zacht maar resoluut de nevel die tussen de duinen hangt doorbreekt, broodjes van de warme bakker halen voor het ontbijt.
Elk geluid en elke geur van dat wandelpad in de warme zomerzon, zelfs het type 'robuuste' beplanting en de rondhangende 'dagjesmensen', het deed een ver opgeborgen en lang vergeten gevoel van kinderlijke onbezorgdheid en vogelvrije gelukzaligheid in me herleven. Heel bijzonder! Alleen die zilte zoute zeelucht, ja, die ontbrak nog. Maar met een inbeeldingsvermogen als het mijne...
Zolang ik me kan herinneren trokken we elk jaar weer met het steeds groeiende gezin voor een paar weken naar Cadzand-Bad, en verbleven er ook altijd in hetzelfde minuscule huisje onderaan de duinen. De allereerste keer moet ik een jaar of 4 geweest zijn, en toen had ik exact één zus. Door de jaren is de familie een zeer uitgebreid en kleurrijk gezelschap geworden, met nog 2 broers en een zus er bij, al hun partners, en wat later ook hun kinderen. Maar het huisje kon ze allemaal herbergen en de lol op het strand werd er alleen maar groter door.
3 jaar geleden ben ik er voor het laatst geweest, daar in Cadzand, 2 keer zelfs: op 1 mei met ons va en moe -heel erg leuk, hard gelachen, zotte foto's gemaakt- en eind juli met Lieve en Luc, even een dagje uit, al kon ik er met de beste wil van de wereld niet echt van genieten en zat m'n gemoedstoestand ver beneden het vriespunt. 'Naar zee gaan' was voorgoed veranderd: onze va zou er nooit meer bij zijn, en alles daar herinnerde me aan betere tijden...
Het Cadzand-Bad uit mijn jeugd, met z'n wilde nog ongetemde duinen en eindeloos lege, ongerepte en nog onontdekte stranden, dat Cadzand bestaat niet meer. De 'vooruitgang' heeft ook dit idyllisch oord ingepalmd met rijen flatgebouwen, hotels en zelfs een jachthaven. De inmiddels netjes getemde en gemanicuurde natuur is met vele kilometers prikkeldraad afgespannen ter bescherming tegen de meedogenloze zondvloed toeristen en dagjesmensen die zich elke zonnige -en ook minder zonnige- dag op de breed opgespoten stranden tussen de massa storten.
Ja, het is niet anders: die zalige zee uit mijn lang vervlogen jeugdjaren zit nu samen de ondertussen ook van de aardbol verdwenen sprookjestuin van het voormalige ouderlijk huis opgeborgen ergens diep en veilig op een heel bijzonder plekje in mijn herinneringen, als bewaard in een met fluweel bekleed geheim doosje. Dit soort kostbaarheden pak je immers slechts bij uitzondering of hele speciale momenten nog eens met voorzichtige liefkozende gebaren uit, om ze dan heel even koesterend tegen je wang te houden.
Foto's zijn ook leuk, absoluut, en er zijn honderden, misschien wel duizenden kiekjes geschoten in al die vele jaren 'zee'. Maar da's toch niet hetzelfde, want alhoewel ik oprecht blij ben ze te bezitten, het valt me nog steeds behoorlijk zwaar om er doorheen te bladeren. De opwellende gevoelens, emoties en herinneringen zijn nog niet onverdeeld blij. Er hangt voorlopig nog te veel droefenis en gemis aan vast...
Doch... dat wandelpad, hier in de groenvoorziening tussen die betonnen flatgebouwen op den Bosuil, dat moet er anders over gedacht hebben en smeet me zonder pardon, in een soort magische samensmelting van allesoverheersende elementen, terug in dat intense gevoel van onschuldige blijmoedigheid, in dat bijna naïeve, onmetelijk gelukzalige gevoel, dat je als volwassene eindeloos zoekt en nergens meer vinden kan, en dat voor mij al m'n leven lang onlosmakelijk aan de zee en mijn vakantieherinneringen vast hangt.
Sinds die ene zomerse dag een paar weken geleden overvalt dat gevoel me nu elke keer weer als ik ietsje voorbij het flatgebouw waar ik woon rechts afsla, die wandelweg op. Zélfs eergisteren, toen ik gewapend met een grote paraplu een stevige hoeveelheid hemelwater trotseerde, want, geef toe: zo een plensbui af en toe, dat hoort er uiteraard ook bij tijdens een zomervakantie aan de kust...
Wie weet is het allemaal slecht inbeelding en is mijn zee-verlangen, mijn zee-tekort ondertussen ongemerkt zo groot geworden dat het z'n eigen leven gaan leiden is. Dat zou kunnen, wie zal het zeggen... Één ding is zonneklaar: 't wordt duidelijk hoog tijd om weer eens een heerlijk rustig stukje strand op te zoeken, en daar ongestoord te gaan genieten van het voortdurende spel der golven. Ik wil die unieke soundmix van wind, water en vogels weer horen, m'n longen weer diep kunnen vullen met zalig zilte zeelucht, m'n broekzakken vol natte kleurrijke schelpjes proppen, het zout op m'n huid voelen, het zand tussen m'n tenen...
De diagnose is dus overduidelijk: ik heb een acuut tekort aan vitamine zee! 😊
zondag 23 juli 2017
Defilé-bedenkingen.
Onze Belgische Nationale Feestdag stond vroeger, toen ik nog een kind was, absoluut gelijk aan 'defilé-kijken'. Zonder fout zaten wij thuis met z'n allen met feestelijke opwinding en ruim op tijd aan de buis gekluisterd, want we zouden al die pracht en praal van onze landsverdediging zien, de schitterende uniformen, de wapperende veelkleurige vlaggen, vaandels en banieren, de elegant stappende mooie paarden, de tot de verbeelding sprekende gevaarlijk uitziende tanks en al die andere zware voertuigen, en vooral: we zouden de koning zien! En ook de koningin natuurlijk, die met haar jurk, hoed, schoenen en handtas steevast voor gespreksstof zorgde. Ik bewonderde net zo graag al die fraaie hoofddeksels van de vooraanstaande edele dames als dat ik reikhalzend uitkeek naar de met in de zomerwind flapperende en dansende enorme witte pluimen of lange steile paardenharen versierde kepies.
De statige uniformen met veel blinkende knopen, sierlijke tressen en glimmende eretekens waarin fiere militairen, rijkswachters en politiemannen indrukwekkend 'uniform' op het scherm voorbij paradeerden maakten bijzonder veel indruk op mij, als kind. Toen was het defilé een uit de kluiten gewassen plechtige stoet met een koninklijk tintje, en absoluut een feestelijke belevenis.
Met ouder worden -en hopelijk ook wijzer- kreeg de parade een wat wrang bijsmaakje: ik leert dat zo'n defilé, in gelijk welk land, eigenlijk het, voor de hele wereld klaar en duidelijk te aanschouwen, tentoonstellen is van de kracht en de efficiëntie van 's lands legermacht. Puur een kwestie van indruk maken dus, op mogelijke vijanden of belagers. En, ik leerde er ook het meer dan gigantische kostenplaatje kennen, zowel van heel deze parade als van elk stuk oorlogsmateriaal... Voor mij haalde allebei deze bedenkingen het feestelijke gevoel door de jaren zodanig en met toenemende snelheid naar omlaag dat ik niet eens meer de moeite deed om de televisie aan te zetten op de 21ste juli.
Maar dit jaar, omdat m'n moeder het er met enig enthousiasme over had, besloot ik het allemaal toch nog eens een kans te geven -ik ben tenslotte niet alleen fiere Antwerpenaar en Vlaming, maar ook geboren en getogen Belg- en zapte op het goeie moment naar de juiste televisiezender.
Toch nog veel volk daar in Brussel, ondanks de immer aanwezige angst voor een aanslag. Het opvallende, zelfs uitzonderlijke, zonnige weer zal wel geholpen hebben, denk ik. De breed glimlachende koning en koningin zagen er goed uit, en gelukkig ook. Erg leuke jurk en hoed, Mathilde. Prins Laurent keuvelde gezellig op z'n zondags met z'n echtgenote Claire, z'n zus Astrid en haar man Lorenzo. Zelfs de prinsjes en prinsesjes zaten er bijzonder braaf en voorbeeldig bij, doch duidelijk ook een heel klein beetje verveeld, maar hoe zou je zelf zijn als kind, zo'n defilé, da's best wel wat aan de langdradige kant, hé...
En net toen ik niet ontevreden dacht "Oké, dit valt eigenlijk wel mee" en me wat meer op m'n gemak in de zetel nestelde voor het vervolg, net op dat moment zwaaide de camera langzaam richting de tribune met daarop de andere 'hooggeplaatste' genodigden: ministers, senatoren, volksvertegenwoordigers en dergelijke... en uiteraard, wat had je gedacht, alsof het weer exact zo moest zijn viel mijn oog metéén op een minister die, terwijl de landsverdedigers strak in 't gelid fier voorbij marcheerden, totaal ongeïnteresseerd wat boers voorovergebogen op z'n stoel met z'n mobiele telefoon zat te spelen! En daar, op de koop toe, schuin achter hem, een andere die, hoofd wat achterover, ogen gesloten -zie ik dat wel goed?- een dutje deed?!
Oké, klopt, het kan slechts een 'afwijkend' moment geweest zijn, net op het ogenblik dat ik keek. En er kan mij inderdaad één of andere onderliggende reden volledig ontgaan zijn, dat is mogelijk. Doch deze momentopname bewees volgens mij alleen nóg maar eens het totàle niet-betrokken-zijn van onze politici en hun algemene ongeïnteresseerdheid. Reden genoeg om teleurgesteld en licht verontwaardigd de TV alweer terug uit te zetten en "typisch België" te zuchten.
M'n gedachten gingen als vanzelf naar die kennissen van me, uitermate -en terecht- trots op hun in Brussel mee-marcherende zoon, kroon op z'n militaire carrière. Hij is één van die vele mannen en vrouwen, zonen en dochters, moeders en vaders, die ten dienste staan en waken over de veiligheid van dit land en z'n inwoners. Mensen die oprecht 'fier om te dienen' zijn, wat meteen ook de titel van het defilé dit jaar was.
En heu... ten dienste van wie staan al die ministers en heel die reutemeteut ook weer?!... En hoeveel krijgen ze daarvoor ook weer betaald?!... Volgens mij slaat dat 'fier om te dienen' eigenlijk ook op hen: als iets wat hen veel te vaak ontbreekt, iets wat ze een stuk meer zouden moeten zijn! Niet dan?
Allé, het kan toch echt niet teveel gevraagd zijn om i.p.v. te smssen of te dutten vanop die eretribune wat welgemeende aandacht te bieden aan hen die zodànig fier zijn om te dienen dat ze zélfs bereid zijn indien nodig voor dit kleine land hun leven te geven...
Och, dit zijn slecht mijn persoonlijke brompot-defilé-bedenkingen, en wie ben ik?... En gelukkig zijn er nog zoveel andere typische Belgische dingen, zoals de fantastische humor die bij zowat élke gebeurtenis, vrolijk of triest, onmiddellijk de kop opsteekt, met als ultiem defilé-voorbeeld de 4,99-euro-Ikea-fruitschaal-hoed van prinses Claire. Schitterend gevonden en zo grappig!
En behalve fruit heeft dit landje nog zoveel ander lekkers te bieden: de chocolade, de wafels, de mosselen... En bovenaan het lijstje der heerlijkheden staan natuurlijk de wereldberoemde frietjes! Zo verrukkelijk dat er op de sociale media een lollig filmpje verscheen van een stel hongerige militairen die er na het defilé blijkbaar zo snel mogelijk een stevige portie van wou verorberen en zich daarom -da's toch doodnormaal- naar de drive-in van de dichtstbijzijnde snacktent begaven, met hun gecamoufleerde pantserwagen en al! Ik vond het hilarisch. En, naar mijn bescheiden mening: wauw, wat een meer dan uitstekende stuurvermogen ook!
Achteraf bleek dat filmpje spijtig genoeg niet echt te zijn, een hoax zoals dat dan heet... Wel, voor mij maakt het absoluut geen enkel verschil, want het heeft me zo fenomenaal doen lachen dat ik -oef, gelukkig maar- na al die mopperkont-defilé-bedenkingen weer meteen m'n vrolijkheid en positiviteit terug vond. Veel beter zo, hé. 😉
De statige uniformen met veel blinkende knopen, sierlijke tressen en glimmende eretekens waarin fiere militairen, rijkswachters en politiemannen indrukwekkend 'uniform' op het scherm voorbij paradeerden maakten bijzonder veel indruk op mij, als kind. Toen was het defilé een uit de kluiten gewassen plechtige stoet met een koninklijk tintje, en absoluut een feestelijke belevenis.
Met ouder worden -en hopelijk ook wijzer- kreeg de parade een wat wrang bijsmaakje: ik leert dat zo'n defilé, in gelijk welk land, eigenlijk het, voor de hele wereld klaar en duidelijk te aanschouwen, tentoonstellen is van de kracht en de efficiëntie van 's lands legermacht. Puur een kwestie van indruk maken dus, op mogelijke vijanden of belagers. En, ik leerde er ook het meer dan gigantische kostenplaatje kennen, zowel van heel deze parade als van elk stuk oorlogsmateriaal... Voor mij haalde allebei deze bedenkingen het feestelijke gevoel door de jaren zodanig en met toenemende snelheid naar omlaag dat ik niet eens meer de moeite deed om de televisie aan te zetten op de 21ste juli.
Maar dit jaar, omdat m'n moeder het er met enig enthousiasme over had, besloot ik het allemaal toch nog eens een kans te geven -ik ben tenslotte niet alleen fiere Antwerpenaar en Vlaming, maar ook geboren en getogen Belg- en zapte op het goeie moment naar de juiste televisiezender.
Toch nog veel volk daar in Brussel, ondanks de immer aanwezige angst voor een aanslag. Het opvallende, zelfs uitzonderlijke, zonnige weer zal wel geholpen hebben, denk ik. De breed glimlachende koning en koningin zagen er goed uit, en gelukkig ook. Erg leuke jurk en hoed, Mathilde. Prins Laurent keuvelde gezellig op z'n zondags met z'n echtgenote Claire, z'n zus Astrid en haar man Lorenzo. Zelfs de prinsjes en prinsesjes zaten er bijzonder braaf en voorbeeldig bij, doch duidelijk ook een heel klein beetje verveeld, maar hoe zou je zelf zijn als kind, zo'n defilé, da's best wel wat aan de langdradige kant, hé...
En net toen ik niet ontevreden dacht "Oké, dit valt eigenlijk wel mee" en me wat meer op m'n gemak in de zetel nestelde voor het vervolg, net op dat moment zwaaide de camera langzaam richting de tribune met daarop de andere 'hooggeplaatste' genodigden: ministers, senatoren, volksvertegenwoordigers en dergelijke... en uiteraard, wat had je gedacht, alsof het weer exact zo moest zijn viel mijn oog metéén op een minister die, terwijl de landsverdedigers strak in 't gelid fier voorbij marcheerden, totaal ongeïnteresseerd wat boers voorovergebogen op z'n stoel met z'n mobiele telefoon zat te spelen! En daar, op de koop toe, schuin achter hem, een andere die, hoofd wat achterover, ogen gesloten -zie ik dat wel goed?- een dutje deed?!
Oké, klopt, het kan slechts een 'afwijkend' moment geweest zijn, net op het ogenblik dat ik keek. En er kan mij inderdaad één of andere onderliggende reden volledig ontgaan zijn, dat is mogelijk. Doch deze momentopname bewees volgens mij alleen nóg maar eens het totàle niet-betrokken-zijn van onze politici en hun algemene ongeïnteresseerdheid. Reden genoeg om teleurgesteld en licht verontwaardigd de TV alweer terug uit te zetten en "typisch België" te zuchten.
M'n gedachten gingen als vanzelf naar die kennissen van me, uitermate -en terecht- trots op hun in Brussel mee-marcherende zoon, kroon op z'n militaire carrière. Hij is één van die vele mannen en vrouwen, zonen en dochters, moeders en vaders, die ten dienste staan en waken over de veiligheid van dit land en z'n inwoners. Mensen die oprecht 'fier om te dienen' zijn, wat meteen ook de titel van het defilé dit jaar was.
En heu... ten dienste van wie staan al die ministers en heel die reutemeteut ook weer?!... En hoeveel krijgen ze daarvoor ook weer betaald?!... Volgens mij slaat dat 'fier om te dienen' eigenlijk ook op hen: als iets wat hen veel te vaak ontbreekt, iets wat ze een stuk meer zouden moeten zijn! Niet dan?
Allé, het kan toch echt niet teveel gevraagd zijn om i.p.v. te smssen of te dutten vanop die eretribune wat welgemeende aandacht te bieden aan hen die zodànig fier zijn om te dienen dat ze zélfs bereid zijn indien nodig voor dit kleine land hun leven te geven...
Och, dit zijn slecht mijn persoonlijke brompot-defilé-bedenkingen, en wie ben ik?... En gelukkig zijn er nog zoveel andere typische Belgische dingen, zoals de fantastische humor die bij zowat élke gebeurtenis, vrolijk of triest, onmiddellijk de kop opsteekt, met als ultiem defilé-voorbeeld de 4,99-euro-Ikea-fruitschaal-hoed van prinses Claire. Schitterend gevonden en zo grappig!
En behalve fruit heeft dit landje nog zoveel ander lekkers te bieden: de chocolade, de wafels, de mosselen... En bovenaan het lijstje der heerlijkheden staan natuurlijk de wereldberoemde frietjes! Zo verrukkelijk dat er op de sociale media een lollig filmpje verscheen van een stel hongerige militairen die er na het defilé blijkbaar zo snel mogelijk een stevige portie van wou verorberen en zich daarom -da's toch doodnormaal- naar de drive-in van de dichtstbijzijnde snacktent begaven, met hun gecamoufleerde pantserwagen en al! Ik vond het hilarisch. En, naar mijn bescheiden mening: wauw, wat een meer dan uitstekende stuurvermogen ook!
Achteraf bleek dat filmpje spijtig genoeg niet echt te zijn, een hoax zoals dat dan heet... Wel, voor mij maakt het absoluut geen enkel verschil, want het heeft me zo fenomenaal doen lachen dat ik -oef, gelukkig maar- na al die mopperkont-defilé-bedenkingen weer meteen m'n vrolijkheid en positiviteit terug vond. Veel beter zo, hé. 😉
Bekijk het volledige filmpje: Even een frietje halen...
vrijdag 14 juli 2017
De eenzame bruid.
Een maand of 2, 3 vooraf verstuurden ze al die prachtige persoonlijk gemaakte uitnodigingen. Dat gaf de geïnviteerde familieleden, vrienden, collega's en kennissen zeker tijd genoeg om hun al dan niet aanwezig zijn door te geven.
De originele feestlocatie, uiteraard ook keurig op voorhand geboekt, en voor de gelegenheid versierd met vele tientallen witte ballonnen en rode hartjes, was er helemaal klaar voor. De dansvloer lag blinkend te wachten op dartele feestvierders, die zeker en vast een paar danskes zouden placeren op de ritmes waarmee de aanwezige DJ de ruimte vulde. Voor elke honger, groot of klein, bood het uitgebreide koude en warme buffet wel wat lekkers en een stel nette afgeborstelde obers schonken elke dorstige aanwezige met veel plezier en met elegante zwier de gewenste drankjes uit.
Ja, dit kon eigenlijk alleen maar een echt top-avond worden!...
Op die zomerse zaterdagavond vertrok ik aldus om het huwelijk van m'n lieve vriendin Lieve en hare grote schat, de Luc, mee te gaan vieren. Ze beloofden elkaar reeds dag op dag 6 maanden eerder, op 24 december -ja, de dag voor kerst dus, leuk, hé- eeuwige trouw in het plaatselijke districtshuis. Maar dat ging een beetje stiekem. En slechts in het bijzijn van dochters en getuigen. Heel weinig mensen wisten er van en ik herinner me nog hoe Lieve vol van vreugde en geluk niet kon wachten het grote geheim toch al over de telefoon met mij te delen. Maar 'k moest wel zweren er niks van te verklappen!
Lieve en Luc zijn voor mij geweldige 'alles-is-mogelijk'-voorbeelden, toch wat romantiek en liefde betreft. Hun story lijkt misschien wat gewoon, op 't eerste zicht niet uitzonderlijk of spectaculair, maar ik weet écht wel beter. En nee, het is geen liefdesverhaal vrij van zorgen of verdriet, maar die donkere momenten hebben hun liefde alleen maar sterker gemaakt en hen naar elkaar toe doen groeien. Het is dus niet altijd rozengeur en maneschijn, maar er ís verdorie wel rozengeur en maneschijn, hé! Ja, ik geniet van hen en van hoe zij van elkaar houden. Hartverwarmend vind ik dat, eerlijk waar.
Een uurtje na de officiële aanvang van de festiviteiten arriveerde ik, uiteraard netjes van kop tot teen gekleed -inclusief tweekleurig handtasje en schoenen- uitsluitend in zwart-wit zoals de dresscode vereiste, en... voelde me meteen zwaar op m'n ongemak. In tegenstelling tot het soort uitgelaten geanimeerde huwelijksherrie die ik verwachtte hing er tussen de schaarse aanwezigen, de meesten met een glas in de hand wat ongemakkelijk gemoedelijk pratend op het erg leeg aanvoelende terras, een bijna tastbare geladen spanning.
De bruid zag er fenomenaal uit in haar strakke, glanzende en kunstig gedrapeerde purper-lila jurk, speels opgestoken krullen en uitbundige glitterdetails. Maar haar ogen, die twinkelden en straalden niet zoals de rest van haar koninklijke verschijning... Terecht, zoals meteen bleek bij onze begroeting.
Even daarvoor had ze namelijk hoog dringend haar bruidegom met bijzonder verontrustende hartklachten bij de spoedafdeling van het ziekenhuis binnengebracht! En, met geen tijd meer om alles af te blazen -de hele reutemeteut was trouwens ook al volledig betaald- zat er niks anders op hem, vastgekoppeld aan de hartmonitor en weet-ik-veel welke andere medische toestellen, achter te laten in het ziekenhuis, vertrouwend op de toegewijde zorgen van het verplegend personeel. Nog steeds ongerust, zo zonder sluitende diagnose of enige andere concrete info, haastte ze zich huiswaarts om, na zichzelf razendsnel in prachtige bruid te hebben omgetoverd, als perfecte gastvrouw de arriverende genodigden te ontvangen.
De ondertussen verwittigde familie van de bruidegom had afgezien van de erg lange rit naar het feest zonder hun Luc, waardoor uiteraard meteen een heel groot deel aanwezigen weg viel. Gelukkig werd de bruid liefdevol omringt door haar eigen familieleden en een pak echt super fijne oprecht bekommerde vriendinnen. En hoe onmogelijk ook, elk van ons deed z'n uiterste best om de stemming er toch een heel klein beetje in te krijgen en te houden. Er werd ernstig gebuffeld om die enorme, veel te grote berg catering tenminste iets te doen slinken, en dat extra glaasje wijn, bier of sterker hielp gelukkig ook mee. De fenomenale huwelijkstaart, gróót! en móói!, die kregen we spijtig genoeg zelfs niet eens voor de helft meer weggewerkt...
Echt een hele vreemde avond was het, deze bizarre bruidegomloze trouwpartij. Een mix van vreugde en verdriet, met veel ongerustheid en onzekerheid, maar ook met vertrouwen en warme genegenheid. En met liefde, heel veel liefde. Voor de afwezige echtgenoot, onder de hartsvriendinnen, tussen de familieleden... Ja, die brede waaier van allerlei soorten liefde, dat was erg mooi om te zien en te ervaren.
Ondertussen kan ik u geruststellen: alles komt goed met Luc en z'n hart. Toen ik Lieve een paar dagen later belde voor een update kreeg ik, verrassend genoeg, hem zélf aan de telefoon, thuis in afwachting van z'n hartoperatie. De dokters weten wat er mis is en het is te repareren. Oef. Luc z'n hart zal dus, opgelapt en wel, nog heeeel lang voor Lieve mogen kloppen, zoals het hare voor hem. 💖
Weet je wat ik er van denk? Bij een uitzonderlijke liefde hoort eigenlijk ook wel zo'n uitzonderlijk feest... Niet dan? 't Is alleszins zeker dat ze het nooooit zullen vergeten. En ik durf te wedden dat er tegen hun zilveren jubileum een massa geweldig straffe verhalen over wanhopig eenzame bruiden en bruidegommen met letterlijk gebroken harten de ronde zullen doen! Mijn persoonlijke verslag van de hele historie hier kan er alvast als opstapje voor dienen... 😁
Lieve en Luc, nogmaals proficiat, en... vaart wel ende levet scone. 😉 Xxx
,
De originele feestlocatie, uiteraard ook keurig op voorhand geboekt, en voor de gelegenheid versierd met vele tientallen witte ballonnen en rode hartjes, was er helemaal klaar voor. De dansvloer lag blinkend te wachten op dartele feestvierders, die zeker en vast een paar danskes zouden placeren op de ritmes waarmee de aanwezige DJ de ruimte vulde. Voor elke honger, groot of klein, bood het uitgebreide koude en warme buffet wel wat lekkers en een stel nette afgeborstelde obers schonken elke dorstige aanwezige met veel plezier en met elegante zwier de gewenste drankjes uit.
Ja, dit kon eigenlijk alleen maar een echt top-avond worden!...
Op die zomerse zaterdagavond vertrok ik aldus om het huwelijk van m'n lieve vriendin Lieve en hare grote schat, de Luc, mee te gaan vieren. Ze beloofden elkaar reeds dag op dag 6 maanden eerder, op 24 december -ja, de dag voor kerst dus, leuk, hé- eeuwige trouw in het plaatselijke districtshuis. Maar dat ging een beetje stiekem. En slechts in het bijzijn van dochters en getuigen. Heel weinig mensen wisten er van en ik herinner me nog hoe Lieve vol van vreugde en geluk niet kon wachten het grote geheim toch al over de telefoon met mij te delen. Maar 'k moest wel zweren er niks van te verklappen!
Lieve en Luc zijn voor mij geweldige 'alles-is-mogelijk'-voorbeelden, toch wat romantiek en liefde betreft. Hun story lijkt misschien wat gewoon, op 't eerste zicht niet uitzonderlijk of spectaculair, maar ik weet écht wel beter. En nee, het is geen liefdesverhaal vrij van zorgen of verdriet, maar die donkere momenten hebben hun liefde alleen maar sterker gemaakt en hen naar elkaar toe doen groeien. Het is dus niet altijd rozengeur en maneschijn, maar er ís verdorie wel rozengeur en maneschijn, hé! Ja, ik geniet van hen en van hoe zij van elkaar houden. Hartverwarmend vind ik dat, eerlijk waar.
Een uurtje na de officiële aanvang van de festiviteiten arriveerde ik, uiteraard netjes van kop tot teen gekleed -inclusief tweekleurig handtasje en schoenen- uitsluitend in zwart-wit zoals de dresscode vereiste, en... voelde me meteen zwaar op m'n ongemak. In tegenstelling tot het soort uitgelaten geanimeerde huwelijksherrie die ik verwachtte hing er tussen de schaarse aanwezigen, de meesten met een glas in de hand wat ongemakkelijk gemoedelijk pratend op het erg leeg aanvoelende terras, een bijna tastbare geladen spanning.
De bruid zag er fenomenaal uit in haar strakke, glanzende en kunstig gedrapeerde purper-lila jurk, speels opgestoken krullen en uitbundige glitterdetails. Maar haar ogen, die twinkelden en straalden niet zoals de rest van haar koninklijke verschijning... Terecht, zoals meteen bleek bij onze begroeting.
Even daarvoor had ze namelijk hoog dringend haar bruidegom met bijzonder verontrustende hartklachten bij de spoedafdeling van het ziekenhuis binnengebracht! En, met geen tijd meer om alles af te blazen -de hele reutemeteut was trouwens ook al volledig betaald- zat er niks anders op hem, vastgekoppeld aan de hartmonitor en weet-ik-veel welke andere medische toestellen, achter te laten in het ziekenhuis, vertrouwend op de toegewijde zorgen van het verplegend personeel. Nog steeds ongerust, zo zonder sluitende diagnose of enige andere concrete info, haastte ze zich huiswaarts om, na zichzelf razendsnel in prachtige bruid te hebben omgetoverd, als perfecte gastvrouw de arriverende genodigden te ontvangen.
De ondertussen verwittigde familie van de bruidegom had afgezien van de erg lange rit naar het feest zonder hun Luc, waardoor uiteraard meteen een heel groot deel aanwezigen weg viel. Gelukkig werd de bruid liefdevol omringt door haar eigen familieleden en een pak echt super fijne oprecht bekommerde vriendinnen. En hoe onmogelijk ook, elk van ons deed z'n uiterste best om de stemming er toch een heel klein beetje in te krijgen en te houden. Er werd ernstig gebuffeld om die enorme, veel te grote berg catering tenminste iets te doen slinken, en dat extra glaasje wijn, bier of sterker hielp gelukkig ook mee. De fenomenale huwelijkstaart, gróót! en móói!, die kregen we spijtig genoeg zelfs niet eens voor de helft meer weggewerkt...
Echt een hele vreemde avond was het, deze bizarre bruidegomloze trouwpartij. Een mix van vreugde en verdriet, met veel ongerustheid en onzekerheid, maar ook met vertrouwen en warme genegenheid. En met liefde, heel veel liefde. Voor de afwezige echtgenoot, onder de hartsvriendinnen, tussen de familieleden... Ja, die brede waaier van allerlei soorten liefde, dat was erg mooi om te zien en te ervaren.
Ondertussen kan ik u geruststellen: alles komt goed met Luc en z'n hart. Toen ik Lieve een paar dagen later belde voor een update kreeg ik, verrassend genoeg, hem zélf aan de telefoon, thuis in afwachting van z'n hartoperatie. De dokters weten wat er mis is en het is te repareren. Oef. Luc z'n hart zal dus, opgelapt en wel, nog heeeel lang voor Lieve mogen kloppen, zoals het hare voor hem. 💖
Weet je wat ik er van denk? Bij een uitzonderlijke liefde hoort eigenlijk ook wel zo'n uitzonderlijk feest... Niet dan? 't Is alleszins zeker dat ze het nooooit zullen vergeten. En ik durf te wedden dat er tegen hun zilveren jubileum een massa geweldig straffe verhalen over wanhopig eenzame bruiden en bruidegommen met letterlijk gebroken harten de ronde zullen doen! Mijn persoonlijke verslag van de hele historie hier kan er alvast als opstapje voor dienen... 😁
Lieve en Luc, nogmaals proficiat, en... vaart wel ende levet scone. 😉 Xxx
,
woensdag 5 juli 2017
Operatie nummer 12.
Toen er vorig jaar, bij m'n schouderbreuk, geen operatie nodig bleek om perfect te herstellen waren we allemaal opgelucht. Maar ik denk dat het gezondheidsduiveltje in mijn lijf het op de één of andere manier een soort 'gemiste kans' vond... Handig misbruik makend van die zwakke plek, in combinatie met mijn dagelijks overvolle-openbaar-vervoer-gebruik (d.w.z. met al je gewicht -en soms ook nog dat van anderen er bij- aan één arm hangende, jezelf met een bijna onmenselijke kracht staande houdend) zorgde dat duiveltje voor een prachtige overbelasting met als kroon op het werk een zichzelf in stand houdende ontsteking op de pees in m'n schouder, en op de koop toe een zeer pijnlijke nek als gevolg. Na lang twijfelen toch schoorvoetend op consult bij m'n neurochirurg plus wat foto's en een echografietje later werd snel duidelijk dat alleen een operatie dit euvel op een afdoende manier kon verhelpen...
En zo ging ik gisteren dus richting ziekenhuis, voor m'n zoveelste ingreep.
Wreed slecht geslapen, draaien en keren, zenuwachtig, niet wetend wat nu weer te verwachten. Opnieuw weken sukkelen met aan- en uitkleden? Weer een tijdje immobiel, fiets op stal, boodschappen te voet? Wassen met een washandje, geen bad of douche? En wat met koken, en poetsen, en plantjes water geven?... 'k Zag het even niet meer zitten, maar -zucht- niks aan te doen. 't Is wat het is.
'Gelieve u om 7u30 aan te melden'. Da's dus om 6u 't bed uit en om 7u de tram op... om vervolgens een dik uur in de wachtzaal vast te zitten. Tja, nood- en spoedoperaties gaan voor natuurlijk. En daar heb ik alle begrip voor.
Het dagziekenhuis bleek nogal een doolhof te zijn, maar na een tripje of 6 heen en weer, omdat er blijkbaar niks klopte van m'n nieuwe hospitalisatieverzekering en ik dat uiteraard allemaal nog eerst even geregeld moest krijgen, kende ik de weg naar m'n kamer en bed al snel op m'n duimpje. Gezellige mensen, daar zo om me heen. Allemaal met kapotte knieën, sportfracturen ook allemaal -sport is toch zooooo gezond, hé- en allemaal wat zenuwachtig, dus een paar grapjes gingen er goed in. Vooral mijn bed zorgde voor de hilarische noot: elke keer ik het, al dan niet voorzien van begeleidende zotte commentaar, op of neer liet gaan piepte en kraakte dat het een lieve lust was. 't Had vermoedelijk toch ook dringend eens een ingreepje nodig, denk ik, een 'smeer-operatie'. hihihi
En verder: wachten, niets dan wachten, 't was al gauw het thema van de dag. Pas om 10u reden ze me met bed en al, zoals dat gaat -vroem vroem, sleur sleur, boem tegen de deur- naar het operatiekwartier, waar ik -echt waar, niet gelogen- nog tot 12u in de wachtruimte met m'n duimen te draaien lag. Niets anders dan openende en sluitende deuren om me heen en het steeds wisselende, heel erg korte gezelschap van een andere geparkeerde patient.
De verpleegster die me uiteindelijk dan toch richting operatieruimte rolde vertelde me dat ze de volgende patient altijd netjes op tijd 'bestelden' -dat was echt het woord dat ze gebruikte, ook heel grappig, vond ik- maar dat ze niet altijd grip hebben op het al dan niet vlotte verloop van de voorafgaande operatie. En ik vrees een beetje dat het een zware dobber geweest was, die ingreep vlak voor mij, want afgezien van de lange wachttijd zag ik ook nog eens m'n vertrouwde chirurg vermoeid op een krukje wat wezenloos voor zich uit zitten staren, en zo had ik hem nog nooit gezien. Er hing een vreemde stemming in de zaal, maar ik sluit niet uit dat het mogelijk ook voor een stuk aan die ambetante zenuwachtigheid en mijn nimmer rustende verbeelding gelegen kan hebben... Alleszins, met een paar onnozele grapjes en het zenuwachtige gegiechel bij die vreselijk onhandige overstap van het bed naar de operatietafel -dat schuift voor geen meter en werkelijk àlles komt dubbel te zitten- waren ze klaar om aan mijn kijkoperatie te beginnen. Of in de correcte medische vaktermen uitgedrukt: 'zij verrichtten een AS acromioplastie voor een peroperatief uitgebreidde supraspinatus tendinopathie wegens subacromiaal impingment linker schouder.' Heu, ja, dàt dus. hihi. Oké dan. Hum.
Bon, na wat gepuzzel met armen, kussens, ondersteun-dingen, ingewikkelde verbanden en hartmonitor-zuignappen kreeg ik de opdracht m'n ogen dicht te doen, het commando m'n snater stil te leggen en het bevel lekker te gaan slapen. Wat ik ook prompt allemaal braaf deed, natuurlijk.
Haaaa, zalig, zo fijn, wat een verschil: voor het eerst ontwaakte ik eens zonder paniekaanvallen en zonder misselijkheid uit de narcose. Joepie!
Na een extra controle van de 2 wondjes en een stel verse plakkers, een glutenvrij boterhammetje confituur en een grote kop suikerthee, en tot slot het obligate bezoekje van de chirurg met nog wat instructies mocht ik onder gezellige begeleiding van vriendin Ingrid, nog serieus slaperig en natuurlijk weer met de tram, dus ook met wat gesukkel, alweer huiswaarts keren. En al kan het voorlopig een tijdje wat moeilijk op m'n linkerkant, m'n lievelingsslaapzijde, niets is zo heerlijk om na zo'n hospitaaldagje in je eigen vertrouwde veilige nest verder te kunnen dutten, hé.
Het totale genezingsproces duurt zo'n 4 à 6 weken, maar het super goeie nieuws is dat ik ondertussen qua bewegingen eigenlijk in niets beperkt ben, of het moest door eventuele pijn zijn. 'Zo normaal mogelijk leven en je armen en schouders zo gewoon mogelijk gebruiken', was wat de dokter me meegaf bij m'n ontslag. De draagband mag zeker bij het buiten gaan aan, maar dan vooral om passanten het signaal te geven dat er een geblesseerde persoon in hun midden loopt... Zelfs een boodschappentasje of kleine handtas dragen met m'n linkerarm mag deze week al. Ja, het kan soms ook wel eens meevallen, hé...
Vannacht snuffelden om de beurt Poekie en Pompon uitgebreid aan m'n pleisters en trachtten ze die vreemde ziekenhuisgeuren van narcose en ontsmettingsmiddelen thuis te brengen. Tja, er blijven ondertussen slecht weinig lichaamsdelen bij me over waar nog niet in gesneden geweest is, vrees ik. Littekens groot en klein, à volonté en aan alle kanten. Ik begin een beetje op een lappendeken te lijken, een knip- en plakwerkje, hier en daar gepimpt met wat edelmetaal... hihi
'De hoeveelste operatie zou dit ook alweer geweest zijn?' dacht ik, begon even in m'n hoofd m'n leven te overlopen en alle ondergane operaties op te tellen, en kwam zo toch wat verbaasd tot de constatatie dat dit al ingreep nummer 12 was!... Ik had verdorie een abonnement moeten nemen! ;-)
En zo ging ik gisteren dus richting ziekenhuis, voor m'n zoveelste ingreep.
Wreed slecht geslapen, draaien en keren, zenuwachtig, niet wetend wat nu weer te verwachten. Opnieuw weken sukkelen met aan- en uitkleden? Weer een tijdje immobiel, fiets op stal, boodschappen te voet? Wassen met een washandje, geen bad of douche? En wat met koken, en poetsen, en plantjes water geven?... 'k Zag het even niet meer zitten, maar -zucht- niks aan te doen. 't Is wat het is.
'Gelieve u om 7u30 aan te melden'. Da's dus om 6u 't bed uit en om 7u de tram op... om vervolgens een dik uur in de wachtzaal vast te zitten. Tja, nood- en spoedoperaties gaan voor natuurlijk. En daar heb ik alle begrip voor.
Het dagziekenhuis bleek nogal een doolhof te zijn, maar na een tripje of 6 heen en weer, omdat er blijkbaar niks klopte van m'n nieuwe hospitalisatieverzekering en ik dat uiteraard allemaal nog eerst even geregeld moest krijgen, kende ik de weg naar m'n kamer en bed al snel op m'n duimpje. Gezellige mensen, daar zo om me heen. Allemaal met kapotte knieën, sportfracturen ook allemaal -sport is toch zooooo gezond, hé- en allemaal wat zenuwachtig, dus een paar grapjes gingen er goed in. Vooral mijn bed zorgde voor de hilarische noot: elke keer ik het, al dan niet voorzien van begeleidende zotte commentaar, op of neer liet gaan piepte en kraakte dat het een lieve lust was. 't Had vermoedelijk toch ook dringend eens een ingreepje nodig, denk ik, een 'smeer-operatie'. hihihi
En verder: wachten, niets dan wachten, 't was al gauw het thema van de dag. Pas om 10u reden ze me met bed en al, zoals dat gaat -vroem vroem, sleur sleur, boem tegen de deur- naar het operatiekwartier, waar ik -echt waar, niet gelogen- nog tot 12u in de wachtruimte met m'n duimen te draaien lag. Niets anders dan openende en sluitende deuren om me heen en het steeds wisselende, heel erg korte gezelschap van een andere geparkeerde patient.
De verpleegster die me uiteindelijk dan toch richting operatieruimte rolde vertelde me dat ze de volgende patient altijd netjes op tijd 'bestelden' -dat was echt het woord dat ze gebruikte, ook heel grappig, vond ik- maar dat ze niet altijd grip hebben op het al dan niet vlotte verloop van de voorafgaande operatie. En ik vrees een beetje dat het een zware dobber geweest was, die ingreep vlak voor mij, want afgezien van de lange wachttijd zag ik ook nog eens m'n vertrouwde chirurg vermoeid op een krukje wat wezenloos voor zich uit zitten staren, en zo had ik hem nog nooit gezien. Er hing een vreemde stemming in de zaal, maar ik sluit niet uit dat het mogelijk ook voor een stuk aan die ambetante zenuwachtigheid en mijn nimmer rustende verbeelding gelegen kan hebben... Alleszins, met een paar onnozele grapjes en het zenuwachtige gegiechel bij die vreselijk onhandige overstap van het bed naar de operatietafel -dat schuift voor geen meter en werkelijk àlles komt dubbel te zitten- waren ze klaar om aan mijn kijkoperatie te beginnen. Of in de correcte medische vaktermen uitgedrukt: 'zij verrichtten een AS acromioplastie voor een peroperatief uitgebreidde supraspinatus tendinopathie wegens subacromiaal impingment linker schouder.' Heu, ja, dàt dus. hihi. Oké dan. Hum.
Bon, na wat gepuzzel met armen, kussens, ondersteun-dingen, ingewikkelde verbanden en hartmonitor-zuignappen kreeg ik de opdracht m'n ogen dicht te doen, het commando m'n snater stil te leggen en het bevel lekker te gaan slapen. Wat ik ook prompt allemaal braaf deed, natuurlijk.
Haaaa, zalig, zo fijn, wat een verschil: voor het eerst ontwaakte ik eens zonder paniekaanvallen en zonder misselijkheid uit de narcose. Joepie!
Na een extra controle van de 2 wondjes en een stel verse plakkers, een glutenvrij boterhammetje confituur en een grote kop suikerthee, en tot slot het obligate bezoekje van de chirurg met nog wat instructies mocht ik onder gezellige begeleiding van vriendin Ingrid, nog serieus slaperig en natuurlijk weer met de tram, dus ook met wat gesukkel, alweer huiswaarts keren. En al kan het voorlopig een tijdje wat moeilijk op m'n linkerkant, m'n lievelingsslaapzijde, niets is zo heerlijk om na zo'n hospitaaldagje in je eigen vertrouwde veilige nest verder te kunnen dutten, hé.
Het totale genezingsproces duurt zo'n 4 à 6 weken, maar het super goeie nieuws is dat ik ondertussen qua bewegingen eigenlijk in niets beperkt ben, of het moest door eventuele pijn zijn. 'Zo normaal mogelijk leven en je armen en schouders zo gewoon mogelijk gebruiken', was wat de dokter me meegaf bij m'n ontslag. De draagband mag zeker bij het buiten gaan aan, maar dan vooral om passanten het signaal te geven dat er een geblesseerde persoon in hun midden loopt... Zelfs een boodschappentasje of kleine handtas dragen met m'n linkerarm mag deze week al. Ja, het kan soms ook wel eens meevallen, hé...
Vannacht snuffelden om de beurt Poekie en Pompon uitgebreid aan m'n pleisters en trachtten ze die vreemde ziekenhuisgeuren van narcose en ontsmettingsmiddelen thuis te brengen. Tja, er blijven ondertussen slecht weinig lichaamsdelen bij me over waar nog niet in gesneden geweest is, vrees ik. Littekens groot en klein, à volonté en aan alle kanten. Ik begin een beetje op een lappendeken te lijken, een knip- en plakwerkje, hier en daar gepimpt met wat edelmetaal... hihi
'De hoeveelste operatie zou dit ook alweer geweest zijn?' dacht ik, begon even in m'n hoofd m'n leven te overlopen en alle ondergane operaties op te tellen, en kwam zo toch wat verbaasd tot de constatatie dat dit al ingreep nummer 12 was!... Ik had verdorie een abonnement moeten nemen! ;-)
Abonneren op:
Posts (Atom)













