zondag 21 mei 2017

Krioelende kriebelkindjes.

Niet groter dan zo ongeveer de nagel van mijn pink. Als je niet weet waar je naar kijkt heb je het zo gemist. Zelfs als je het ziet zou je nog makkelijk kunnen denken dat het een bruinachtig vlekje op een blaadje is, een knopje van iets, het hartje van een verwelkt bloempje of de zaadjes van één of andere grassoort. Maar dat is het dus allemaal niet.
Elk jaar opnieuw, rond deze tijd in de lente, zie ik gedurende een klein weekje deze rare bolletjes een beetje overal op m'n terras tussen de planten hangen. En dat doet niets, zo'n hompje, dat beweegt niet of zo. Er gebeurt eigenlijk absoluut niks mee... tot je even een tikje geeft -per ongeluk of opzettelijk- tegen het takje of blaadje waaraan dit niemandalletje hangt...
Onmiddellijk komt het knotje in beweging en valt uit elkaar in hon-der-den minuscule spinnetjes die alle kanten uit rennen, zo hard hun onooglijk kleine pootjes hen kunnen dragen. Niet groter dan een speldenkop zijn ze, die kleine gele beestjes met hun zwart tekeningetje, elk op 8 mini kriebelvoetjes. 
Het zijn de baby'tjes van de kruisspinnen die hier vorige herfst nog voor die prachtige Halloweenversiering zorgden. Persoonlijk vind ik ze werkelijk super-super-schattig, maar ik kan me voorstellen dat iemand met arachnofobie, spinnenvrees dus, er vermoedelijk behoorlijk nachtmerries en jeuk van krijgt...
Ze blijven maar een dag of zeven, zo gezellig samen op een kluitje. Zolang leven ze elk van het minuscule eierdooiertje van het piepkleine eitje waaruit ze, in de witte cocon, een soort veilig wattenpluishuisje gesponnen door hun moeder, geboren werden. En dan, op zo'n mooie zonnige dag -zoals vandaag- als er ook wat wind staat -zoals ook vandaag- dan klimmen al de kleine spinnetjes die ondertussen de occasionele aanvallen van de ijverige veel-mondjes-te-voeden mezenouders overleefd hebben zo hoog ze maar kunnen. De hele lange super fijne draad die elk van hen daar, op het uiterste puntje van het verste takje of blaadje, spint wordt door de wind opgepikt en zo reizen ze -vliegend zonder vleugels- naar verre nieuwe oorden. Allé, 't is te zeggen: toch al gauw verschillende honderden meters. Alleszins belanden die friemelende gele speldenkopjes op die manier allemaal op hun eigen nieuwe stekje waar ze meteen -als ne echte grote- aan een snoezige miniatuurversie van het ouderlijk web beginnen. Want er moet uiteraard zo snel mogelijk gegeten worden...
Maar ze vertrekken niet allemaal, hoor. Een deel van deze petieterige geleedpotigen blijft knusjes bij mij op het terras wonen. Hier vertoef je immers in het perfecte paradijs! Wat een kruisspin betreft dan toch... 's Morgens in het zonnetje, op 't heetst van de dag in de schaduw. Niet volledig vrij van wind en regen, maar toch meer dan genoeg beschut tegen de felste krachten der natuur. En natuurlijk met die wijde waaier aan plantensoorten, die niet alleen voor heerlijk vochtige schuilplaatsjes zorgen, maar ook voorziet in alle mogelijk en wenselijke 'aanknooppunten' voor absoluut élk soort webdesign. Wonen tussen fleurige kleurige groenvoorziening waar 'lekkere' hapjes van allerlei slag en soort zich maar wat graag naar toe laten lokken, als een zichzelf immer weer aanvullend buffet, dat moet toch écht wel een spinnenhemel zijn. Niet dan?
Zolang je maar op tijd razendsnel wegduikt voor de af en toe passerende residentiële vogels, voor wie je als spin natuurlijk zélf als lekkere snack op de menukaart staat...
Ondertussen ontdekte ik hier en daar al het bijzonder bescheiden begin van een paar miniatuurwebjes, blinkend in de ochtendzon. De rest van de lente en de zomer zullen deze enthousiast spinnende terrasgenootjes -élke dag minstens één nieuw web!- zich tegoed doen aan de overvloed van vieze vliegen, mottige motten, macabere muggen en alle ander voor mij onaangenaam ongedierte dat ze met hun steeds uitbreidende spinsels te pakken weten te krijgen. 
Tegen het eind van de zomer zitten ze dan, met het zo kenmerkende kruis heel duidelijk afgetekend op hun bolle lijf, als grote dikke insectenvreetmachines in het midden van hun enorme web dat zich tegen dan uitstrekt van de balustrade tot het bijna 2 meter hogere plafond van m'n terras, en makkelijk een doorsnede een meter of 2 heeft. De ultieme Halloweenversiering, geloof me, een inmiddels vertrouwde jaarlijks weerkerende en gewaardeerde klassieker.
In datzelfde jaargetijde gaan de mannetjesspinnen op zoek naar een partner. Plichtsgetrouw, dat zeker, maar vooral ook bijzonder behoedzaam, uitermate voorzichtig en met weloverwogen bescheiden bewegingen, want madam wil de vader van haar nageslacht nog wel eens ongegeneerd en met veel appetijt als smakelijke tussendoortje oppeuzelen... 
Aan het eind van de herfst geeft het vrouwtje meestal zelf ook de geest, maar niet voor ze op een beschut en veilig plekje met veel zorg een streelzachte witte cocon om haar honderden onooglijk kleine eitjes heen gesponnen heeft. Elke doorsnee arachnofobie-lijder huivert, griezelt en gruwelt vermoedelijk bij 't idee alleen al, maar ik persoonlijk verheug me voor de volgende lente alvast weer op het mogen begroeten van die vele knoddige kluitjes krioelende kriebelkindjes! 💗




zaterdag 20 mei 2017

Als woorden tekort schieten...

Verdorie, verdorie, verdorie toch! Je zit als schrijfster in een verdraaid lastig parket als je, zelfs met een woordenboek naast je, de juiste termen niet vindt voor wat je wil beschrijven. Als, letterlijk, àlle woorden tekort schieten... 
Allé, denk even met me mee: hoe beschrijf je een concert waar bij elk werk vanuit het diepste van je ziel en elke vezel van je lijf, telkens weer, als een duidelijk hoorbare zucht, een overweldigende 'WAUW' ontsnapt? Hoe verwoord je de ongrijpbare emotionele hartstocht van de meesterlijk gebrachte fenomenale stukken, zo intens dat je jezelf er keer op keer aan moet herinneren te blijven àdemen, zoals ik gisteren. Letterlijk 'adembenemend' mooi dus!... Zeg me, hoe pen je dat neer? In welke taal? En wie kent de woorden? Met de orkestrale orgelklanken en het schitterende geluid van een honderdtal geoefende koorstemmen nog nagalmend in m'n oren overloop ik hier aan mijn computer wanhopig opnieuw en opnieuw die onbeschrijfbare avond, op zoek naar wat dan ook -een woord, een adjectief, een kapstok, een houvast- om dat wat het met me deed enigszins verstaanbaar te kunnen neerkrabbelen.
Op stap gaan met beste vriend Roger staat op zich sowieso gelijk met een aantal bijzonder aangename uurtjes. En ook Rudi, echtgenoot van mijn lieve vriendin, groot liefhebber van (kerk)orgel en absolute fan van organist Peter Maus, ging mee, en dat voelt altijd alsof ik mijne persoonlijke bodyguard bij heb. Dus alvast super gezellig, zo'n avondje uit tussen die twee heren in.
Wachtend op het openen der deuren had ik een fijn weerzien met mevrouw Mia Vinck, m'n leerkracht 'notenleer-voor-zangers' uit m'n lang vervlogen conservatoriumtijd. Als toenmalig leidinggevende van het kinderkoor van de Vlaamse Opera nam ze me als 'assistente' voor de kinderen mee en zo beleefde ik vanuit de coulissen alle voorstellingen van 'Het sluwe vosje' van Leòs Janáček en de hele werking van een opera. Tot op vandaag bewaar en koester ik nog steeds het kleurrijke programmaboek met handtekeningen van de volledige cast. Zàlige tijd was dat, en echt niets dan respect voor deze bijzondere dame!
Tijdens de bijhorende receptie achteraf is het altijd fijn om oude kennissen terug te zien (zoals gisteren o.a. een paar dames en heren uit mijn eigen dagen in de Chorale), om lieve vrienden te kunnen omhelzen (da's waar, hé, Christel, en Jan, en Ingrid) en om boeiende nieuwe mensen -wie weet zelfs nieuwe vriénden- te leren kennen (zoals Dolores, en Phillipe, en Paul, bijvoorbeeld), maar 'k genoot ook -ja, echt, maar wel onopvallend natuurlijk- van het mogen begroeten van de aanwezige 'grootheden', ik noem Ria Bollen, Paul Dinneweth, Peter Van De Velde... De ietwat teleurstellende opkomst qua publiek werd ruimschoots goedgemaakt door -ja dadde- wàt een publiek! 
En hoe vertel ik nu in godsnaam begrijpbaar over het concert zelf?... Kan hier iemand even onmiddellijk een hele rits nieuwe superlatieven uitvinden aub?!... 
De prachtige meerstemmigheid van het koor bezorgde me de hele tijd kippenvel, en bewoog zelfs die twee stoere heren naast me meerdere malen tot nét-geen tranen toe. Het schitterende stereo-effect van zowel de opstelling van de 100 zangers als van de zingende opkomst vertienvoudigde -minstens!- de muzikale belevenis. De stemmen vermengden zich met elkaar én met het gebouw, en omhulden de aanwezigen met een warme mantel van emotie en ontroering. De enorme kracht die uit de samenzang van die vele getrainde kelen kwam stond als een huis, neen, als een bùrcht. En geloof me, ze waren even sterk in de werken ondersteund door het majestueuze orkest, dat Peter Maus -alweer- virtuoos uit het orgel toverde, als in de zeer bijzondere a capella stukken. Echt wereldklasse! Zeker weten. En dat ze er zelf overduidelijk ook van genoten maakte niet alleen de beluistering heerlijk maar ook het visuele geweldig mooi.
Dat Peter Maus een heel speciaal plekje in mijn muzikale hart heeft, da's ondertussen algemeen geweten. Ik hoef echt niet meer uit te leggen wat een geweldige muzikant hij is, naar mijn bescheiden mening dan toch, en hoe ik geniet van elke seconde als ik mag luisteren naar de door hem gespeelde grandioze stukken, en al helemaal als we weer eens mogen samenwerken. En ik dacht zo ongeveer wel te weten wat hij in z'n mars had -en geloof me, dat is heel wat- maar hij verraste me alsnog! En hoe!... 'k Was er even totaal m'n kluts van kwijt. Om te beginnen had hij, voor het concert, net zoals u en ik, 2 benen, met aan elk been één voet; en 2 armen, met aan elke arm één hand met telkens -heel gewoon, zoals gangbaar is bij mensen- 5 vingers. Dat had ik met m'n eigen ogen duidelijk gezien. Maar tijdens het concert vroeg ik me toch ernstig af of hij zichzelf daarboven niet stiekem een paar extra armen met handen en extra benen met voeten aangemeten had! De registrant zwoer alleszins met een kamerbrede smile dat hij alvast niet heimelijk hier en daar -behalve wat de registers betrof uiteraard- een handje toegestoken had. 
Het ene na het andere meesterlijke stuk rolde met een indrukwekkende passie het hoogzaal af en vulde de kerk en de aanwezigen met klankkleuren waar, inderdaad, woorden tekort bij schieten. Peter dreef z'n kunnen en dat van het Stevensorgel tot het uiterste, als was het een strijd op leven en dood. 'Het was ook af en toe een beetje totaal doodgaan", zei hij zelf achteraf. Niet moeilijk als je meer dan het beste van jezelf geeft... Zwaar onder de indruk waren wij, Roger, Rudi en ik, en stonden achteraf tegenover Peter met ontzag en eerbied, en... ook met onze mond vol tanden. 'Wauw' was zo ongeveer het enige dat we eruit gestotterd kregen, gevolgd door een soort eindeloze herkauwing van dat ene woordje. 'Wauw nondedoemme, écht wauw wauw wauw!'
Ja, 'k weet het, hoor: ondanks het feit dat ik beweer woorden tekort te komen heb ik toch alweer stevig wat ruimte volgeschreven over dit concert. Het is echter slechts een povere zoektocht naar het weergeven van een gevoel dat alleen zij die er bij waren woordeloos zullen begrijpen. Wel lastig voor een schrijfster als ik uiteraard, kopzorgen en slapeloze nachten. Nee, hoor, da's een grapje. Alleszins, toch iets om verder over na te denken: hoe beschrijf je in godsnaam iets dat zo prachtig is dat woorden tekort schieten?!... Mocht jij het weten, geef me dan maar een seintje, hé. ;-)



woensdag 10 mei 2017

Wisselgeldwissel.

Voor een dagje in de boekhouding neem ik altijd een uitgebreid schoofzakske mee. Een glutenvrij koekje voor bij de koffie ergens om 10u, een fruitsnackske om na de middag op te peuzelen, en voor de lunch een boterhammeke met een eitje of zo, een soyapuddingske en een soyadrinkske. En gewoonlijk ook één flesje cola zero waar ik, tussen de koffietjes door, de hele dag lang van geniet. We maken het ons daar toch wel een beetje gezellig en dat motiveert. Zo vliegen al die vele factuurcijferkes een heel stuk sneller de computer in! 
En ook gisteren ging dat lunch- en tussendoortjes-verzamelingske dus netjes ingepakt mee. Eenmaal achter m'n bureau, misschien door dat plotse zonneke, liet geheel onvoorzien zowat elke vezel in mijn lijf z'n hevig verlangen naar water blijken, liefst veel en fris. En water, dàt had ik natuurlijk niét bij ...
Maar dat vormt geen probleem in een fabriek die vol frisdrankautomaten staat, al maak ik daar zo goed als nooit gebruik van, want zelf drinken meebrengen is zoooveel goedkoper... Maar voor een keertje moest dat wel eens kunnen, hé. En, noem het gerust kinderlijk, als ik dan toch eens iets uit zo'n automaat trek, dan vind ik het best wel spannend om zo'n verdeelsysteem in werking te zien. 
Bon, gewapend met m'n portemonneetje vol nikkel ging ik aldus op jacht. 
Al snel scoorde ik een halve liter ijskoud plat water voor slechts 70 cent. Één euro in de machine, flesje uit de lade en keurig 30 cent teruggekregen. Okidoki!
En toen viel m'n oog op de blikjes Aquarius, de 'sportlesser', 'ideaal voor de grote dorst en prima om te hydrateren'. Allé, dat zeggen ze toch, 'k zou 't echt niet weten want ik dronk het nooit eerder. Maar, 'waarom eens niet', dacht ik bij mezelf, voerde de automaat nogmaals een eurootje, en kreeg een ijskoud blikje plus 10 cent wisselgeld in ruil terug. Heel keurig allemaal.
Zo jonglerend met m'n geldbeugeltje, m'n flesje, m'n blikje en m'n wisselgeld glipte die laatste 10 cent me plots uit de vingers en rolde, uiteraard, hoe kon het ook anders, onder de verdeelmachine. Potverdorie!...
'Och, da's ook niet zo erg', dacht ik, maar keek wel even of ik het geldstuk misschien toch niet ergens kon zien liggen. En jawel, hoor, in het stof tussen de 4 redelijk hoge pootjes van de kast kon je in het donker vaag de contouren van een muntstuk waarnemen. Op één knie tastte ik er voorzichtig naar en behalve een stevig vuile hand kwam daar, hoera, ook het geld weer tevoorschijn!
Heel even stond ik totaal verbaasd naar m'n zwarte hand te kijken. Niet alleen omdat ze zo ontzettend smerig was, maar vooral omdat mijn 10 cent zich blijkbaar wonderbaarlijk getransformeerd had naar een stuk van 2 euro! Verbazingwekkend toch? Maar een leuke verrassing, dat wel.
Oké, dacht ik, dan kijk ik nog maar eens, want m'n 10 cent moet daar dan toch ook nog steeds ergens liggen. Terug omlaag, dit maal op m'n twee knieën, om met tot spleetjes geknepen ogen geconcentreerd doorheen de stoflaag te turen in de hoop nogmaals iets te spotten... En jawel, daar lag nog iets dat al zeker de juiste kleur had om een 10 centstuk te zijn! Jeeey!
Tja, de kleur, die klopte helemaal, maar 't was toch geen 10 cent, hoor... 
't Was verdorie 50 cent! Komt dàt tegen, hé. hihihi
Een beetje giechelend kwam ik weer in de boekhouding bij m'n collega Nancy -die trouwens ook de lollige foto hieronder van me schoot- en we maakten samen, échte boekhouders als wij zijn, even het rekensommetje. 
70 cent voor het water plus 90 cent voor de sportlesser, da's 1,60 euro. 
2 euro in de machine gestopt, 40 cent teruggekregen. 
10 cent verloren, maar 2,50 euro in de plaats gekregen. 
Dat maakt een totaal van 2 gratis drankjes met daar bovenop 80 cent wisselgeld! Ja dadde, zo af en toe kunnen dingen echt wel eens meevallen, hé. 
M'n heerlijke lekker koude drinks smaakten er eens zo goed door! 'k Heb er extra uitgebreid van genoten. Van kop tot teen weer helemaal gehydrateerd glimlach ik trouwens nog steeds om die toch wel grappige wisselgeldwissel. En als vanzelf kwam er natuurlijk alweer meer dan genoeg schrijf-stof voor een nieuw en plezierig blogje vanuit die stevige stoflaag onder de drankautomaat tevoorschijn en kunnen jullie nu ook een beetje meegenieten van de hele historie.
Waar die 10 cent van mij uiteindelijk beland is, dat zullen we vermoedelijk nooit te weten komen. Misschien wel bij het volgende onhandige klantje... ;-)


zondag 7 mei 2017

Vernieuwde identiteit.

"Zonder geldig identiteitsbewijs kunnen wij u eigenlijk niet helpen," zei de dame achter het loket van de spoedafdeling, zo'n 2 weken geleden, wat kortaf en wees me er op dat mijn ID-kaart al verscheidene maanden vervallen was!... Oeps, dacht ik, los vergeten. Ja, die brief met m'n nieuwe pin- en pukcode hing al geruime tijd netjes aan de frigo te wachten, maar om de één of andere reden ontging het me totaal dat die nieuwe kaart niet uit zichzelf naar me toe zou komen maar in hoogst eigen persoon opgehaald moest worden... 
Meer dan ruimschoots op tijd voor de afspraak wegens 'te voet' -fietsen zit er voorlopig niet in door die schokkende ontmoeting van mijn koninklijke derrière met de keiharde parterre van mijnen bureau- sjokte ik afgelopen vrijdag met behoedzame, wat pijnlijke pasjes de kleine 2 kilometer naar het districtshuis, mezelf ondertussen afvragend of ik nu al die maanden strafbaar geweest zou zijn. Onwettelijk. Of een beetje illegaal zelfs...  
'Identiteitsloos' past wel wat bij me, want ik zoek eigenlijk m'n hele leven al naar m'n identiteit. Tot voor kort een beetje in het wilde weg, af en toe ongeïnspireerd en grotendeels tevergeefs, tegengehouden door onnoembaar vele invloeden van binnen- en buitenaf. Maar sinds de verhuis naar m'n o zo rustige eigen appartement en het plotse afscheid van m'n vader accelereerde de afgelopen jaren het tempo van die speurtocht steeds meer. En de laatste maanden, zo ongeveer gelijklopend met de aanvang van m'n nieuwe baan en alles wat dat, zowel praktisch als emotioneel met zich mee bracht, kwam de hele ontdekkingsreis naar mezelf pas écht in een fenomenale stroomversnelling. Maar meestal zie je, stap voor stap jouw weg gaande, je eigen vooruitgang nauwelijks...
Vrijdagavond, na een verkwikkend dutje om te bekomen van die sukkelwandeling 's morgens, en uiteraard opnieuw helemaal 'legaal' met die nieuwe identiteitskaart op zak, vertrok ik -fris gewassen, netjes opgemaakt en met wat glitters tegen m'n dot aan- richting Walburgiskerk, voor een orgel- en celloconcert. Alleen. Just me, myself and I. Iets wat ik zelden of nooit doe. En, hoe verfrissend: het voelde totaal niet vreemd. Ik was oké, zo gewoon alleen met mezelf. Een bijzondere gewaarwording.
Jan Noordzij, vaste organist van de kerk en zeer gesmaakte MC van dienst bij dit concert, begroette me opgewekt en vroeg of het nu wat beter met me ging dan een aantal maanden geleden, toen ik zo in de knoop lag met de wereld en mezelf. Ik kon alleen maar breed glimlachend constateren dat het "Ja, hoor, echt best goed met me gaat!" 
Want, dat ene kleine moment toonde me even de reeds afgelegde weg, en daarmee meteen ook hoe mijn besef, aanvaarding en waardering van en voor mijn eigenheid ondertussen gegroeid was. Mijn heel eigen identiteit, mijn 'ik', in al z'n authenticiteit, originaliteit en kleurrijkheid. Zonder twijfel of angst in je hart of ziel voor jezelf weten wie je bent en dat je helemaal prima bent exàct zoals je bent, en 'genoeg' ook, niets, absoluut niets is meer zaligmakend.
En -niet dat je die dan nog nodig hebt eigenlijk, maar toch- als bij toverslag vulde de avond zich met ontelbare kleine fijne bewijsjes van dit inzicht. 
Ik genoot met volle teugen, ondanks helemaal alleen, van het concert. De muziek, de ruimte en ik: in dat 'nu-moment' volstond het volledig. Terwijl de muziek van Fauré, Saint-Saëns en Tchaikovsky door het gebouw buitelde nam het late zonlicht achter de veelkleurige glasramen langzaam af en kregen de strategisch geplaatste kaarsjes en blauwe spots in de kerk samen met de feestlichtjes rond het orgel bijzonder sfeervol, zelfs feeëriek, de overhand. 
De aangename, vooral muzikale gesprekken achteraf, bij een hapje en een drankje, o.a. met Jan maar ook met andere aanwezige muzikanten en concertliefhebbers, waarvan ik de meeste slechts virtueel kende, van op Facebook bijvoorbeeld, die gesprekken werden spontaan een ongedwongen en comfortabel netwerken. Een gezellig babbeltje maken, nieuwe contacten leggen, ideetjes toetsen. Gewoon, zo heel gewoon, en volledig als mezelf.
Het bijzonder blije weerzien met vriendin Ingrid (Ingrid nummer 2 😉) die ondanks de jarenlange lijdensweg op gezondheidsvlak met werkelijk onvoorstelbaar bittere ervaringen en keiharde teleurstellingen -echt mensonwaardig, als ge 't mij vraagt- nog steeds zoveel strijdvaardigheid, liefde en levenslust in zich heeft. Er is niets dat ik voor haar kan doen, voor deze dame die ik zo ontzettend waardeer, dan naar haar verhaal te luisteren en haar te laten weten dat ik ze graag zie, al dan niet met wat dikke knuffels. Maar ook dat is goed, ook daarin ben ik 'genoeg'.
Christel had ik al heel lang niet meer in levende lijve gezien, en met haar nieuwe haarsnit had ik ze bijna niet eens herkend, maar haar enthousiaste begroeting vergeet ik voorlopig vast niet. "Gij ziet er toch ook altijd weer even jong en stralend uit" lachte ze me uitgelaten vrolijk toe. 
In het verleden werkten wij voor een aantal afscheidsplechtigheden samen, ik als zangeres natuurlijk en zij als uitvaartbegeleider. En zo energiek als haar anders leuk rondspringende krullen -deze ene avond voor de gelegenheid dus even getemd en glad gestreken- begon ze nog niet zo heel lang geleden haar eigen uitvaartbedrijf onder de fantastische en volgens mij ook ontzettend ontroerende naam "Lieve Hemel", en nog wel daar, vlak tegenover de kerk. 
En Lieve Hemel sponsorde deze mooie muzikale avond! Niet alleen bezorgden ze ons een schitterend concert met eersteklas muzikanten, maar aansluitend ook nog eens die nababbel-receptie om duimen en vingers bij af te likken, en voor iedere aanwezige op de koop toe een klein hartverwarmend BZN-geschenkje om mee naar huis te nemen. 
Het allermooiste cadeau voor mij echter was het innige contact met deze prachtige gelijkgestemde ziel. Vol vreugde, levenslust en optimisme zoals we allebei zijn, we zijn het ook, bijna woordeloos, 100% eens over hoe een écht waardig definitief afscheid hoort te zijn. En die her- en erkenning deed deugd. 
Opnieuw was het goed en ik genoeg.
Het is fijn om af en toe door de mist van alle dagelijkse dingen en gedoe een glimp op te vangen van wat je al bereikt hebt, en eventjes in alle klaarheid te weten dat je prima bent nét zoals je bent. Zalig om dan een momentje intens en heel bewust van dat helende inzicht te mogen en te kunnen genieten.
Op de foto van m'n nieuwe identiteitskaart zie ik er, t.o.v. m'n vorige dan toch, een stuk strenger uit, wat harder, vierkanter ook, zelfs een beetje nors, maar bij nader inzien vind ik dat eigenlijk ook wonderwel passend. Misschien is het niet langer nodig om aan de buitenkant voortdurend te stralen, te sprankelen, te bubbelen, te blinken en te glimmen. Als er binnenin vooral rust en vrede groeit om wie en wat ik ben en door het besef dat ik 'genoeg' ben exact zoals ik ben -niet meer, niet minder- dan straal en bubbel ik toch elke seconde van elke dag als vanzelf. Niet dan? 
Ja, al kwam ze letterlijk en figuurlijk met een stevige vertraging, ze is echt dik in orde, hoor, die vernieuwde identiteit van mij! En mocht ik dat de komende 10 jaar af en toe toch weer eens vergeten, dan kan ik mezelf vanop die spiksplinternieuwe ID-kaart nog altijd een keertje streng aankijken, hé. 😁



En neem ook even een kijkje op:

zaterdag 29 april 2017

Amai, m'n gat!

In het leven zijn er af en toe van die momenten dat je een gat in de lucht springt omdat je met je gat in de boter gevallen zijt, maar, ik verzeker je: afgelopen dinsdagavond was voor mij absoluut het tegendeel waar...
Al een aantal jaar zit ik aan mijn bureautje op een grote roze zitbal. Dat is, naar het schijnt, bevorderlijk voor het welzijn van mijn wat krakkemikkige rug, want je zit eigenlijk nooit echt helemaal stil op dat rubberen ding. Je wiebelt en wipt en draait en stuitert de hele tijd een beetje in het rond. Na een sessie van verschillende uurtjes blogjes schrijven laten mijn bilspieren me dat trouwens ook steeds met luid protest weten... Alleszins, ik ben deze zit-wijze helemaal gewend en zou het ook niet anders meer willen.
Maar... dinsdagavond dacht die roze bal er anders over. Misschien was hij het eeuwige gewiebel onder mijn weelderig gewicht dik beu. Dat zou kunnen, hé. Heel precies weet ik nog steeds niet wat er gebeurde of waar het fout ging, maar plots, totaal onverwacht en zonder aanwijsbare reden, floepte de bal met al z'n veerkracht vanonder mijn zitvlak, recht achteruit en weg, de kamer in! Bam crash badaboem, m'n arme staartbeen landde met een keiharde klap loodrecht op de geen millimeter meegevende vloer. Amai mijn gat, zo een onzachte kennismaking! Beduusd lag ik daar op de grond van de onaangename verrassing te bekomen, maar besloot al snel dat het al bij al niet zo erg was, slikte een dafalganneke en ging slapen. De volgende ochtend vertrok ik vol goede moed richting werk, doch elke anders zo doodnormale beweging -stappen, voorover buigen, zitten, trammetje rijden, de trap oplopen, een postzak optillen- liet me meteen overduidelijk weten dat ik de opgelopen schade mogelijk toch een beetje onderschat had. Heel voorzichtig en kalmpjes aan kwakkelde ik met wat hulp van attente collega's toch m'n werkdag door vooraleer me richting 'spoed' te begeven. 't Is niet omdat ik gene nagel heb om aan m'n gat te krabben da'k op gezondheid moet besparen, hé. Better safe than sorry, even laten nakijken, dat kan zeker geen kwaad, en dus ik moet mezelf ook niet verwijten da'k een gat in m'n hand heb.
Op twee ontzettend energieke, luid grappende jongemannen waarvan er één 'slechts' een stevig splinter in z'n duim had was er niemand op de spoedafdeling, maar de dame achter het loketje had minutenlang voor geen van ons drieën aandacht. Nadat ze eindelijk zonder op te kijken en behoorlijk kortaf de info van de heren vroeg en hen naar de wachtzaal verwees ging ze even wat anders doen en liet mij daar gewoon staan. Alsof ik er niet was. Vreemd. Ik weet dat er op de spoed wat afwijkend gewerkt wordt, maar naar mijn gevoel zat er -toch zeker die avond- weinig 'spoed' in, en 'hulp' -'eerste' of andere- al helemaal niet... 
Gelukkige wees de receptioniste me niet het gat van de timmerman, en nadat ze me zoveel tijd later dan toch ingeschreven had, nog steeds bars en zonder oogcontact -met een beetje een houding van 'ge kunt mijn gat kussen' dus- mocht ik, na nog een poosje in de wachtkamer, met een aangenaam opgewekte verpleegster mee. Ze giechelde toen ze me vroeg 'U bent dus op uw gat gevallen?!' en dat zette meteen de toon voor de rest van m'n uurtjes in het ziekenhuis. Al snel was ik voor het personeel 'het madammeke dat op haar gat gevallen was' en verzon men de ene na de andere zinspeling op mijn ongevalleke. Iedereen bleek plots een rasechte komiek te zijn, maar zo heb ik het graag. Humor, altijd goed. 
'Ja, gij zijt duidelijk niet met uw gat in de boter gevallen vandaag' zei de bijzonder vriendelijke dokteres lachend. 'En nu ga ik u ook nog eens een gat in de lucht laten springen met op het juiste pijnlijke plekje te duwen, hou u maar klaar!' En springen dééd ik, amai m'n gat! 
Om klaarheid te scheppen in de eventuele schade moesten er foto's genomen worden van m'n bekken en onderkant van m'n rug. En als zitten niet echt een optie is en staan ook niet bepaald, dan ijsbeer je maar een beetje op en neer in de volstrekt lege gang van de afdeling beeldvorming, wat de verpleger-technicus deed gniffelen 'amai, gij hebt precies ook geen zittend gat'. Begin van een korte maar bijzonder hilarische conversatie, die o.a. verder ging met een guitig 'Oké dan, laat uw broek maar zakken!' De sympathieke man schoot ondertussen met minuscule nauwkeurigheid -hij deed z'n werk absoluut niet halfsegat- de nodige plaatjes waaruit even later bleek dat er bij m'n ruwe landing gelukkig niks brak, en ik er slechts een pijnlijke barst in m'n beklagenswaardige staartbeentje aan over hou.
Het zal best wel een tijdje duren voor ik weer helemaal als mezelf in het rond spring, maar met wat pijnstillers, geduld en een beetje me-time is het ergste leed vast snel geleden. Wie z'n gat brandt moet trouwens op de blaren zitten, hé, niks aan te doen. De afgelopen dagen heb ik mezelf toegestaan een gat in de dag te slapen, maar ik ga hier niet m'n broek verslijten door op m'n luie gat blijven zitten, hoor, want er moet altijd zoveel. Boodschappen doen -en niet met de fiets uiteraard- 't huis poetsen, de was netjes krijgen, de planten verzorgen... En uiteraard, opnieuw zittend op m'n roze bal, want dat blijkt grappig genoeg nog het meest comfortabel te zijn, het relaas van dit voorval in een blogje neer te schrijven. Absoluut alles natuurlijk verplicht heel erg voorzichtig en kalmpjes aan. Dat zal me een gat varen, denk ik... 
Deze historie inspireerde me trouwens ook om een bijzonder gekend en ietwat gelijklopend kinderliedje een volledig nieuwe tekst te geven!
Zing maar even met me mee:
"Op een grote roze bal
zonder witte stippen
zat z'achter haar laptopke
heen en weer te wippen.
Floep, deed die roze bal,
want hij was het zat
en zo viel Kristina dus
keihard op haar gat!"
Boempatat!
Ja, ge komt wat tegen soms, hé. 
Amai, m'n gat! hihihi ;-)



zondag 16 april 2017

Over paasopa's, paaspapa's en pretoogjes.

Holle chocolade eieren met van die kleine kleurrijke suikerbolletjes er in en een even kleurrijk ophanglintje er aan, hij moest en zou ze nog ergens vinden. "Och", zei hij, "eigenlijk is het een beetje belachelijk, hoor. Puur nostalgie en jeugdsentiment. Meer voor mezelf dan voor de kleinmannen van mijn dochters." Zondag, met Pasen, zou de hele familie bij hen komen ontbijten, en eieren rapen, natuurlijk! En mijn collega Jan nam met veel plezier de rol van paashaas -of paasklok, dat kan ook, maar dat vergat ik te vragen- op zich. "Zolang ze maar niet voor 10 uur 's morgens kwamen", voegde hij er nog schalks aan toe.
De doorsnee paasverwennerijen waren al aangekocht in de supermarkt. Gewone holle chocolade eieren in alle kleuren en smaken, suikeren piepkuikentjes, gevulde kleine eitjes in regenboogzilverpapier, met praliné gevulde chocohaasjes... Keuze zàt in de overvolle winkelrekken. 
En -hij was bij voorbaat al behoorlijk trots op zichzelf- hij zou ook nog hardgekookte eieren in een passend jasje steken voor het paasontbijt. Z'n enthousiasme was echt niet te stuiten en werkte bijzonder aanstekelijk.
Maar alleen die berg zalige zoetigheden volstond niet, vond Jan, het geheel moest toch ook nog wat aangekleed worden. En zo zag ik hem dus tijdens zijn 45 minuten durende middagpauze, gemotiveerd en geïnspireerd, ijverig en vastberaden naar de verschillende winkels vlakbij in de straat benen, om telkens uitgelaten weer te keren naar onze werkplek, waar hij verheugd de gevonden en gekochte schatten aan mij showde. Een tafellaken met schattig haas- en kuikendesign, vrolijke lente-servetten en kartonnen bordjes in bijpassende kleuren en voor elk van z'n kleinkinderen een allerliefst vilten mandje om al die gevonden chocolade rijkdom in te verzamelen. En omdat ik die zo snoezig vond haalde hij er nog eentje extra, voor mij. Paasgeschenkje!💛
Met twinkelende pretoogjes vertelde Jan me over hoe alles exact door 4 deelbaar moest zijn: want 4 kleinkinderen, dus voor elk een even grote en liefst ook nog identiek dezelfde buit.
En meteen gingen mijn gedachten naar lang vervlogen tijden. Bij ons thuis was, zolang ik mij kan herinneren, ook alle paassnoep exact deelbaar door het aantal kinderen op dat moment. En, oei oei oei, als er eens iets ontbrak! Dat veroorzaakte onvervalste kinderdrama's. Onze va maakte met dat soort gekibbel altijd snel en simpel komaf door mede te delen dat "als we niet tevreden waren hij alles zou aanslaan en voor onze neus zou opeten". Meteen rust en vrede, gegarandeerd! Dat werkte trouwens ook prima met Sinterklaas. hihihi
Als oudste van 5 kinderen, de kleinste 11 jaar jonger dan mezelf, genoot ik extra lang mee van de Paasochtend. Al veranderde heel langzaamaan, met het verglijden van de jaren, wel het type feeststemming. Van de geweldige opwinding tijdens de spannende kinderzoektochten naar al het lekkers verborgen in de eindeloze verstopmogelijkheden van die enorme sprookjestuin, naar de meer ingetogen, innerlijke pretoogjes-vreugde van het verstop- en strooiwerk, en de lol van het verrassingen-creëren, als bijna-volwassene.
In een plots opgekomen weemoedige bui haalde ik alle fotoalbums uit de kast, op zoek naar tastbaar beeldmateriaal bij de emotionele paasherinneringen, en vond er niet één, behalve dan die prachtige foto met ons moe en m'n zus die ik bij het blogje "Zoektocht. Naar eieren?" van 2 jaar geleden al gebruikte. 
En zo melancholisch bladerend door 50 jaar momentopnames zag ik als in een film de geschiedenis van onze familie aan mij voorbij rollen. Er werden kinderen geboren, die groeiden allemaal langzaam op, er werd getrouwd, en ook weer gescheiden, grootouders stierven, er passeerden vele lieven, vrienden en kennissen, de familie groeide, het huis veranderde, de tuin veranderde...
Boeken vol stille getuigen van ontelbare gezellige momenten, feestjes en uitstapjes, en uiteraard ook 5 decennia zalige Vakantie-in-Cadzand-foto's.
In de uitgebreide fotoarchieven van mijn vader vond ik ook kiekjes van m'n neef en nichtjes tijdens hun paas-zoekacties of met hun chocolade-figuurtjes-collectie, maar ook zij zijn ondertussen het eieren-rapen ontgroeid...
Goh, wat zijn we allemaal groot en oud geworden! Wat is de tijd gevlogen!...
En overal, op zowat elke pagina van zowel de papieren als de digitale fotoreeksen, kwam ik onze va tegen. Het voelde alsof hij nog steeds gewoon overal bij is. De harde werkelijkheid bedroefde me diep. Het gemis is op feestdagen nog groter dan anders... 
Maar al snel viel het me op dat onze va bijna altijd vastgelegd werd met die geweldige pretlichtjes in z'n ogen, bijvoorbeeld als wij op Paasochtend elk hoekje van de tuin doorzochten naar het door hem verborgen lekkers, of, jaren later, op Paasmaandag op de kermis, met z'n jaszakken vol nikkel, om voor iedereen en voor alles ticketjes te kopen. Ondanks de overweldigende weemoed voelde ik mezelf breed glimlachen. Die vrolijke snuit van onze va, ik kan hem nog steeds voor me zien, in gedachten of op foto, en dat maakt me blij.
De guitige pretlichtjes in de ogen van m'n geestdriftige collega Jan werkten niet alleen aanstekelijk, ze deden ook zoveel bijzondere herinneringen aan vergeten momenten en emoties in mij naar boven borrelen. En begenadigde dankbaarheid ook, voor alles wat was en alles wat nog komen mag.
Hopelijk is Jan, met de tram huiswaarts kerende, z'n uitgebreide paasschat voorzichtig op z'n schoot balancerend, heelhuids en zonder chocoladescherven thuis geraakt, want z'n nostalgische jeugdsentiment-zoektocht liep ook goed af. De alles nog zelf makende -dus ook nogal prijzige- warme bakker in de straat fabriceert ze nog, die holle chocolade eieren met van die kleine kleurrijke suikerbolletjes er in en een even kleurrijk ophanglintje er aan!😋 Ik wens u een gezegend Zalige en verrukkelijk Vrolijke Pasen!😘




donderdag 6 april 2017

Paniek-Poekie.

Een plots neerstortende glazen kast boordevol serviesgoed. Daar leek het oorverdovende kabaal dat me vannacht bruusk uit m'n eerste slaap deed schrikken nog het meeste op. 
"Ze slaan het raam in!!!" flitste er even met gevoel voor drama door m'n hoofd. In één beweging sprong ik uit bed, knipte ik het licht aan... en ving nog net een glimp op van Poekie, die als een onbeteugelde bliksemschicht de slaapkamer weer uit stoof, een spoor van vernieling achter zich latend!
Nu moet je weten dat kater Poekie, naast zovele andere gekke dingen waar hij bijzonder geïnteresseerd in is, een ware obsessie heeft voor mijn handtassen en lunchzakjes. Hij geniet er met volle teugen van om de sluitingen open te prutsen en al m'n spulletjes er één voor één uit te vissen, liefst op een manier dat hij zelf zo goed als volledig in de tas in kwestie verdwijnt, kop eerst. Een zalige eeuwigdurende schattenjacht is het, naar geurtjes uit die vreemde ongekende wereld daarbuiten, naar van die plezante knisper- en verscheurpapiertjes, naar z'n fel begeerde elastiekjes... Hij is er gewoonweg zot van. En behalve dat ik geregeld al m'n eigendommen weer terug bij elkaar moet zoeken vlak voor m'n vertrek naar 't werk, vormde dat tot nu toe nog nooit een echt probleem. 't Was hooguit eens een beetje irritant, als ik erge haast had bijvoorbeeld, maar meestal moet ik hartelijk lachen om z'n dolkomische toeren en verbaas ik me, met enige trots, over zoveel inventiviteit en leervermogen.
Af en toe maak ik m'n lunchpakket voor de komende werkdag de avond daarvoor al klaar. Zoals gisterenavond dus. Het mooie tasje met roze rozen stond netjes naast m'n zilveren handtas op het bankje in het halletje, klaar om de nieuwe ochtend alvast met voorsprong aan te vangen. Een paar soya drinks, m'n glutenvrije boterhammetje met kaas, m'n favoriete soya pudding met caramelsmaak, een paar rijstcrackers en een plastieken doosje met heerlijk zoete rode druiven. Zoveel spannende geuren, zo onweerstaanbaar voor een nieuwsgierige poezenneus en zo bereikbaar voor graaiende fluwelen kattenpootjes...
Ondanks vaak genoeg geoefend maakte Poekie deze nacht een kapitaal foutje: hij stak z'n kopje in het zakje, niet langst een vrije zijkant, maar door één van de handvatten. En toen het tasje om kieperde, en dus van het bankje af, hing het loodzwaar aan z'n nek!...
Als een dolgedraaide wilde tornado raasde hij in typische totale kattenpaniek van kamer naar kamer, het hele appartement door en terug, over werkelijk alles heen, langs absoluut alles omhoog en weer omlaag. Het leek wel of hij vlóóg! En z'n woeste vlucht voor het 'monster' waarvan hij zich maar niet kon bevrijden zaaide chaos en vernieling. In elke ruimte sneuvelden bloempotten en knakten planten. In de woonkamer vielen 2 vazen om en het water, waarin de bloemen stonden, en nu verwoest overal op de vloer verspreid lagen, liep via een pak partituren en wat krantjes van de tafel op de mat, stroomde zo richting vochtgevoelige laminaatvloer, en vermengde zich tot een drassig vies papje met de kwistig rondgestrooide potgrond en de tot pulp vertrapte bloemen en blaadjes. Alle fotokaders werden van het dressoir gevaagd. Schilderijen bengelden heen en weer aan de muren. Met de kussens uit de zetels was precies een wild kussengevecht aan de gang en ook een paar stoelen kwakten om. In de keuken kletsten een pan en een bord tegen de grond, het bestek vloog in alle richtingen, en die koffie uit dat net gekochte pakje zal ik ook nooit opdrinken. In m'n bureau veroorzaakte de dolle race een stortvloed balpennen, stiften, potloden en papier, en ook de doos zakdoekjes sneuvelde. De kleine schemerlampjes, normaal gezien óp de piano, hingen er nu naast te bengelen aan hun elektriciteitssnoer. Gelukkig breken plastieken flessen badschuim, shampoo, douchegel, wasmiddel en wasverzachter niet, want samen met alle handdoeken stortten ze zich, plaatsmakend voor het drieste geweld, in het bad. Die ene parfumfles daarentegen... Het ruikt overdadig lekker nu, vermoedelijk nog wel voor een tijdje, daar aan de lavabo. In de slaapkamer sodemieterden m'n rek met oorbellen en een pak jurken op kapstokken tegen de grond, en de roze krabpaal kukelde ook met een stevig bonk om. In m'n rommelkamer moesten zowat alle opgestapelde dozen er aan geloven...
En terwijl hij verder door het huis stoof, strooide Poekie kwistig met m'n lunchpakket, want ondertussen was dat mooie zakje natuurlijk aan alle kanten gescheurd. M'n boterham werd mee geplet tussen de potgrondpulp, net zoals de druiven die de pech hadden niet tot ver onder kasten en zetels te rolden. M'n pudding viel exact, wat had je gedacht dan, met het verwijderbare kantje uiteraard nét op de hoek van de commode in de slaapkamer en ontplofte z'n caramelsmaakje niet alleen over de hele kast, de vloer en het bed, maar ook over m'n kleding die ik al voor de volgende dag netjes klaargelegd had!...
Heel even overwoog ik me op die razende furie te storten om hem te doen stoppen, maar bij de eerste poging bleek dat ik zo alleen maar z'n benauwdheid vergrootte. Dus ik besloot af te wachten, terwijl ik links en rechts nog 't één en 't ander van de vernieling probeerde te redden. Poekie zou op zeker moment toch stilvallen en opgeven, dat kon niet anders. En ja, hoor, na nog geen 5 minuten kwam de razernij tot stilstand. Poekie zat verslagen, met nog steeds het totaal vernielde tasje om z'n nek -alleen de handvatten waren nog heel natuurlijk- te puffen in het hoogste mandje van de grootste krabpaal.
Toen ik heel voorzichtig, op één been wiebelend op het venstertablet, probeerde om met een schaar het handvat door te knippen, haalde hij er, alsof het de normaalste zaak van de wereld was, plaats zàt, zelf z'n kopke weer doorheen, en keek me aan met een blik van "Hoe? Was er iets dan?"...
En terwijl ik, midden in de nacht, ontzettend slaperig, en wat kouwelijk in m'n pyjama, zo goed als mogelijk het meest smerige en gevaarlijk puin opruimde, stond hij, zich van geen kwaad bewust, helemaal z'n beminnelijke zelf, overal gezellig naast me geïnteresseerd naar de werkzaamheden te kijken en gaf af en toe m'n been of arm een kopje. Zo kon ik meteen wel even checken of bij hém nog alles heel was. Niks aan de hand, alles in orde. Misschien, heel misschien een heel klein beetje onder de indruk, toch.
Toen ik een uur later mezelf zuchtend en stikkapot weer m'n bed in gesleurd had -Pompon sloop ondertussen ook weer heel voorzichtig uit z'n veilige schuilhoekje tevoorschijn- en het Zandmannetje me langzaam in z'n greep kreeg passeerde er in een flits nog 4 gedachten door m'n hoofd. 
1. Oef, ge-luk-kig is m'n lieve zotte Poekie nog helemaal heel. Pak van m'n hart! Amai nog ni. 2. Scherven brengen geluk, dus wauw! dat gaat nog wat geven, zo een berg gebroken potten! Cool. 3. Lunchzakjes, vol of leeg, hangen vanaf nu steeds aan de deurklink of aan de kapstok. Zonder fout! 4. En dit is toch weer zó een straf verhaal! Als ik dat neerschrijf weet ik zeker dat men weer zal zeggen: zoiets overkomt toch ook alleen maar jóu!... Wedden?
En terwijl ik vredig in de herwonnen stilte en rust van m'n flat, met Poekie en Pompon naast me, eindelijk welverdiend heerlijk indommelde hoorde ik mezelf nog even luidop gniffelen "dat er de komende dagen uit de meest gekke plekken en op de meest onmogelijk momenten vast nog een heel pak rode druiven te voorschijn zullen komen..." hihihi ;-)



zondag 2 april 2017

Het verrassingspakket dat blijft verrassen.

Wel 15 meter lang, doch slechts 1,20 meter diep. De 18 m² buitenruimte die bij mijn appartement hoort lijkt op het eerste zicht nogal onhandig en lastig in te vullen. Maar, niet is minder waar, toch niet als je Kristina heet en onbetwistbaar groene vingers hebt. Ja, met tafels en stoelen of ligzetels en parasols zou het met die afmetingen redelijk onpraktisch wringen worden, dat klopt, maar mijn terras staat, op één houten zitbankje na, dat tevens dient als opbergplek voor tuinslangen en borstels, boordevol, om niet te zeggen propvol, eigenlijk nog nét niet óvervol -ge kunt er uw gat nog justekes keren, zoals ze dat in Antwerpen zeggen- met potten en bakken van allerlei aard met daarin een geweldig brede waaier aan hoofdzakelijk bloeiende planten en kleine bomen, de ene al wat succesvoller en florissanter groeiend dan de andere.
Op m'n vorige adres had ik ook een terras, met wat meer gangbare afmetingen en dus naast potten en bakken met plantaardig fraais stond daar ook een tafel, 4 stoelen en een rieten zonnezetel. Hopelijk vonden de tafel en stoelen via de Kringwinkel een fijne nieuwe thuis, want die mochten niet mee naar de nieuwe stek. En de zetel staat nu een beetje verloren binnenskamers, maar omdat die zo lekker zit blijf ik er voorlopig nog steeds een geschikt plekje voor zoeken. 
Alle potten en planten daarentegen, die verhuisden uiterààrd met me mee, en geloof me, dat had -niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk- nog behoorlijk wat voeten in de aarde. ;-) 
Al leek het een ongelofelijke hoeveelheid op het vorige terras, op dat nieuwe vulden de verhuisde plantenhouders niet eens de helft van de oppervlakte. Dus, u raad het al: de afgelopen jaren kwam er een heel pak groenvoorziening bij. Puur voor de lol heb ik eens een toerke gedaan met pen en papier in de hand en alles even geteld, en het verrassende resultaat verbaasde me... 
Op het lange smalle terras staan er op dít moment -want wie weet wat de komende zomer nog brengt- met een doorsnede variërend van 15 cm tot ongeveer 100 cm welgeteld 81 potten, er hangen en staan 10 bloembakken -van die typische lange smalle, je kent ze wel-, er wiebelen aan krullende haken 10 grote hangpotten en tegen de muren 3 van die plastieken halfronde hangmandjes, en tot slot zijn ook nog 1 grote vaas in kunststof, gekregen van een vriendin, 3 bakken met water plus waterplanten en 2 enorme bruine stenen kruiken met prachtige clematissen erin. 
Da's een totaal van 110 planthoudende reservoirs! 
En geloof me, ik heb het helemaal opgegeven van te denken en te verkondigen 'nu kan er écht niks meer bij', want ik vind àltijd nog wel een plekje voor nog meer moois... 'Verslaving' heet dat volgens mij. ;-)
Elk jaar weer, één keer in de herfst voor de lentebloeiers en één keer in de lente voor de zomerbloeiers, stop ik zowat overal in al die opgepotte aarde bloembollen en wortelstokken. Zowel 'nieuwe' als uitgebloeide afdankers uit verschillende warme woonkamers. Narcissen, tulpen, hyacinten, blauwe druifjes, irissen, krokusjes, dahlias, gladiolen, freesias, tijgerbloemen, pioenen, stokrozen, en zoveel andere wondermooie soorten waarvan ik de naam of het bestaan alweer vergat. Echt massa's en massa's bloembollen, vaak zelfs 200 stuks in één keer. (Wow, dat zijn er dus duizenden over de loop der jaren, daar schrik zelfs ik een beetje van...) En die bollen, die graaf ik niet meer op, nooit, die mogen gewoon volledig hun eigen ding gaan doen, zoals ze dat zelf verkiezen. In die potten, die van m'n vorige terras mee naar m'n huidige stekje mochten, zitten dus vermoedelijk nog bollen van 10 jaar geleden of langer zelfs, wie weet. Want tegen het seizoen dat al dat prachtigs ontspruit vergat ik al lang weer wat, waar en wanneer ik al die dingen gepoot had.
En dat, exact dàt, vind ik ronduit gran-di-oos!!! Echt, da's zo gewéldig! 
Van zodra de eerste groene topjes van tussen de donkere aarde en de mestkorrels beginnen piepen sta ik er met m'n neus bovenop om me te laten verrassen, keer op keer op keer weer, met al de prachtige bloemen die zich langzaam maar zeker ontplooien uit bollen die ik niet meer wist zitten, of die vorig jaar niks voortbrachten, of tot nu toe alleen maar blaadjes maakten. 
Elke dag, elk seizoen, elk jaar, opnieuw en opnieuw, verrast me het verrassingspakket dat ik mezelf cadeau deed! 
Op dit moment beginnen langzaam de kleine tète-a-tète narcisjes, die samen met de frêle krokussen altijd als eersten de lente begroeten, te verdwijnen. Hun fris gele kleurtje straalde extra zonnig door de diep blauwe en purperen violetten die ik er tussen zette. Uit vuistgrote knollen maken nu zeer verschillende narcissoorten zich op voor het vervolg van deze kleurrijke show. De bijna vlijmscherpe pijlpunten van de groeiende gladiolen priemen ook al met overtuiging en zowat overal doorheen vanuit de donkerte van de potgrond. 
Ik geniet mateloos van de wel 30 cm of meer als uit niets omhoog schietende clematissen, van de overvloed aan nieuwe blaadjes uit de harde houten takken van de hibiscusboompjes en vlinderstruiken, van de -spijtig genoeg ook alweer wreed geplaagd door de vraatzucht der bladluizen- prille blaadjes en eerste knoppen van m'n geliefde rozenstruiken. En verwonderend en bewonderend volg ik de ongelofelijke levenskracht van de natuur als er zich uit minuscule zaadjes blad voor blad allerlei nieuwe plantjes ontwikkelen. Daar kan ik echt niet genoeg van krijgen.
Maar die overdosis aan, soms lang lang vergeten, bollen en knollen, die vanuit de donkere diepte van aarde en koemest hun onverwachte bloemenspektakel steeds weer genadeloos op me los laten, da's toch nog een andere categorie 'verbluffend', vind ik, een ontroerend cadeau aan mezelf dat telkens opnieuw weet te verblijden. Een adembenemend verrassingspakket dat blijft verrassen... Zalig, toch?! ♥



zaterdag 18 maart 2017

Vrouwen(on)recht.

Naar aanleiding van 8 maart "Internationale Vrouwendag", de dag die de ongelijkheid van en het onrecht ten opzichte van vrouwen overal ter wereld extra onder de aandacht brengt besloot ik nog eens een vooral ernstig stuk te schrijven en als inspiratie herlas ik het 'Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen', gebaseerd op de 'Universele Verklaring van de Rechten van de Mens' en door de VN aangenomen in 1979.
Dit verdrag definieert discriminatie van vrouwen als volgt: "Elke vorm van onderscheid, uitsluiting of beperking op grond van geslacht, die tot gevolg of tot doel heeft de erkenning, het genot of de uitoefening door vrouwen van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel gebied, op het terrein van de burgerrechten of welk ander gebied dan ook, ongeacht hun echtelijke staat, op de grondslag van gelijkheid van mannen en vrouwen aan te tasten of teniet te doen". Duidelijke en eenvoudig te begrijpen taal, als ge 't mij vraagt. Toch?!
En er is in die afgelopen 40 jaar inderdaad al wel 't één en 't ander veranderd, maar, laat ons even serieus zijn: er zijn nog zoveel barre gruwelsituaties en vastgeroeste, vaak meer dan foute overtuigingen aan te pakken... Het is absoluut ontmoedigend dat werkelijk overal ter wereld vrouwen nog steeds het slachtoffer zijn van allerlei vormen van discriminatie en ongelijkheid, zowel in hun beroepsleven als op familiaal, sociaal, burgerlijk of politiek vlak. 
En natuurlijk denkt iedereen hierbij meteen aan die ver-van-mijn-bed horrorverhalen die met regelmaat voorbij komen op sociale media of het nieuws. Verkrachtingen, verminkingen, moorden om de 'eer' van een man of de familie, de onverdoofde en volstrekt overbodige besnijdenissen, de wrede kindhuwelijken... Misbruik op alle vlak en in alle mogelijke vormen. Je kan het zo gek niet bedenken of het gebeurt, nu, op dit eigenste moment... 
In nog veel te veel landen is een vrouw slechts een vervangbaar gebruiksvoorwerp, een zo goed als waardeloos bezit, een goedkope werkkracht, een babymachine, een muilezel, een slavin, hardhandig onmondig gemaakt, totaal zonder rechten en vaak slechter behandeld dan de hond des huizes.
Er zijn absoluut geen woorden voor dit soort verschrikkingen en ik zelf dacht dat de mensheid ondertussen toch voldoende geëvolueerd was om hiermee simpelweg komaf te maken... Maar spijtig genoeg is dat niet zo.
Want, vergis je vooral niet, zélfs hier bij ons, in het 'welgestelde' en zogenaamd 'beschaafde' Westen, waar suffragettes reeds in de allereerste jaren van de 20ste eeuw vochten en hun leven gaven voor stemrecht voor vrouwen, waar in de jaren 60 menig BH verbrand werd als symbool van het afgooien van het opgedrongen 'keurslijf' en de bevrijding van het lichaam ook bevrijding en verruiming van de geest mee bracht, en waar vrouwen ondertussen volgens de wet helemaal gelijk zijn, ook in deze westerse maatschappij is een vrouw in vele gevallen toch nog steeds een 2e-rangs burger. Uiteraard is dit niet vergelijkbaar met de toestanden in die 'verre' landen -die veel dichterbij zijn dan je wel zou willen- en minimaliseer ik dat ook absoluut niet, in tegendeel.
Maar misschien herinner je je de campagnes over de loonkloof van vorig jaar nog. Een vrouw verdient hier, voor identiek dezelfde job, nog steeds 20% minder dan een man. En vaak wordt ze daar bovenop sowieso als 'minder slim' bestempeld, gediscrimineerd omdat ze zwanger zou kunnen raken, mogelijke seksuele intimidatie op de werkvloer, die moet ze maar voor lief nemen want 'dat hoort er toch gewoon bij'. En bereikt ze ondanks alles toch de top, wordt ze toch de 'grote baas', dan is meteen iedereen er van overtuigd dat ze haar lijf en leden wel gebruikt -misbruikt- zal hebben om zover te geraken.
Een aantal van mijn vriendinnen bekleden jobs in de top van een absolute mannenwereld. Daar zijn zij volledig op eigen kracht geraakt, met hun intelligentie en hun harde werk, en dus zonder minirok of slaapkamergedoe. 
En al bewijzen ze zich in hun kaderfunctie's constant, met succes en sommige zelfs al decennia lang, hun werk moet nog steeds dubbel zo sterk zijn als dat van hun mannelijke collega's terwijl hun loon nog steeds lager ligt.
Herinner je de overvloedige stroom, de ware tsunami aan vrouwonvriendelijke, onterende zelfs, uitspraken van de huidige Amerikaanse president. Of zoveel dichter bij huis: de uitspraken van een paar van onze eigen ministers. Allemaal leiders van landen die allemaal dat verdrag, waaruit ik aan het begin van dit verhaal een stukje neerschreef, reeds zovele jaren geleden ondertekenden, leiders die deze wetten van gelijkheid via simpele maatregelen zouden moeten laten toepassen en uiteraard -en dat spreekt toch voor zich, dacht ik- vanuit hun voorbeeldpositie ook zelf zouden moeten naleven...
Als zangeres bij uitvaarten gebeurt het mij nog wel eens dat een pastoor me niet in z'n sacristie wil, want als fraai vrouwelijk wezen -goed voorzien van oren en poten- ben ik 'des duivels', m.a.w. pure verleiding dus. Als baliemedewerker in een hotel behoorde ik in het brein van de vaak stevig aangeschoten mannelijke gasten als vanzelfsprekend bij het meubilair van hun kamer. Als receptioniste in de bedrijfswereld bleek ik trouwens -waar halen ze dat idee toch vandaan?!- ook met regelmaat een eenvoudig opscharrelbaar pleziertje. Zelfs als de gedelegeerd bestuurder van mijn eigen VZW krijg ik personen aan de telefoon die een vrouw als 'directeur' echt niet au sérieux kunnen nemen en overduidelijk liever zaken wensen te doen met een mannelijk bestuurslid!...
Ook fronst er zich regelmatig links en rechts menig wenkbrauw bij het man-en-kindloos zijn van mijn bestaan. 'Een vrouw is toch niet volledig zonder' is steeds weer de opmerking. 'En je bent toch nog niet zo lelijk en/of al te oud'...
Wel, ik ben reeds 2 maal getrouwd geweest, beide keren met een man die het heel normaal vond om me zowel fysiek als psychisch volledig kort en klein te slaan. Omdat ik niet voldeed in bed, of als kokkin en poetsvrouw? Uit frustratie? Vanuit z'n eigen kleinheid en onvermogen? Omdat mijn intelligentie minstens gelijkwaardig was aan die van hem? Om zich 'man' te voelen? Of simpelweg vanwege het idee dat de man sowieso de 'baas' is en moet zijn, en ik veeeeeel te veel 'noten op mijne zang' had?... Dus, u begrijpt wel dat ik er allemaal geen boodschap meer aan heb. Of 't moest zijn dat er ooit toch nog een man in m'n leven verschijnt die letterlijk en figuurlijk nààst me kan en wil staan, een gelijkwaardige partner, geen van beide afhankelijk of onderworpen aan de andere, elkaar ondersteunend en vooral elkaar aanvullend... Wie weet.
Een sterke onafhankelijke vrouw met intellectuele bagage en een strijdvaardige doch ook vrolijke en optimistisch kijk op de wereld, die trekt hoofdzakelijk mannen aan die 'deze feeks wel eens zullen temmen'... Of in 't beste geval mannen die haar, vanop afstand bewonderend, op een piëdestalleke en veilig als heilig aanbiddend onder een glazen stolp willen zetten. Dat kan ook nog. Zucht.
Als je enigszins extravert, trots rechtop en met open ogen onbevreesd door de wereld stapt maak je jezelf meteen een soort 'openbaar bezit', 'loslopend wild', een algemene 'uitnodiging'. Zelfs als je netjes volledig bedekt aangekleed bent, en heus niet alleen voor mannen van andere origine of geloofsovertuiging!...
Ja, amai, er is nog veel werk aan de winkel, bérgen. Maar zoals je een berg slechts steen voor steen overwint zo blijven we hopelijk ook stapje voor stapje dichterbij een werkelijke man-vrouw-gelijkwaardigheid komen.
Feminisme, de strijd tegen de ongelijkheid, de vrouwenemancipatie, dat alles betekent niet dat we vrouwen sterker moeten maken. Vrouwen zijn altijd al sterk geweest. We moeten alleen dringend de manier waarop de wereld naar die kracht kijkt en er mee om gaat veranderen.
Elke vrouw is moeder, dochter, echtgenote, zus. Elke vrouw is iemand. Elke vrouw is sterk, slim en intrigerend. Elke vrouw is hartstochtelijk, moedig en gul.
Elke vrouw is actie, emotie en toewijding. Elke vrouw is vol hoop, schoonheid en kracht. Elke vrouw heeft hersenen en weet hoe die te gebruiken. Een vrouw geeft leven. Elke mens op aarde, ieder van ons, is geboren uit een vrouw. Een vrouw brengt vreugde, liefde, kleur en dankbaarheid. Ze gelooft rotsvast in je, ze zal je eeuwig koesteren, ze zal altijd voor je vechten en aan je zijde staan. 
En daarom, en dat weet ik wel heel erg zeker, verdient elke vrouw op heel deze aardbol niets minder dan onvoorwaardelijke liefde en respect.
Dus dames, vrouwen overal ter wereld, vriendinnen van me, wees trots op hoe ver we al gekomen zijn en blijf geloven in hoe ver we nog zullen gaan! ;-)


P.S. En om helemaal volledig te zijn: met een oprechte dank je wel aan de respectvolle mannen, die overtuigd mee strijden voor gelijkheid en recht! 
Want gelukkig bestaan er zo ook en ik was jullie echt niet vergeten, hoor. ;-)


vrijdag 3 maart 2017

Bloemen uit Lochristi.

"Of ze heel eventjes bij me langs mocht komen", vroeg ze bijzonder beleefd aan de telefoon. "Maar alleen als het niet stoorde", voegde ze er nog bezorgd aan toe, "want dat was zeker en vast niet de bedoeling". Ik had net haar mailtje met dezelfde vraag gelezen, en omdat daar nog de hoofding van de allereerste mail tussen ons beide op stond wist ik meteen wie ik aan de lijn had: Annie, enige dochter van een zeer geliefde moeder voor wie ik, toen zij onverwacht op 90-tig jarige leeftijd dit leven verliet, begin februari in Lochristi de afscheidsviering mocht opluisteren. Een ontroerende ingetogen plechtigheid met ontzettend veel volk en prachtige persoonlijke toetsen, waarvan ik er een aantal zelfs nooit eerder zag of hoorde in mijn 30 jaar als uitvaartzangeres. Mooi!
Annie vertelde dat zowat iedereen vol lof over de muzikale opluistering gesproken had en ook de familie zich niets beter had kunnen wensen. Daarom wou ze me graag iets geven, eventjes snel... "Wees welkom", zei ik lachend.
Van haar kantoor tot bij mij is slechts een afstand die je -op z'n Aaantwaaarps gezegd- 'oep ne kik en ne wip' aflegt, dus even later ging de deurbel al. De enorme, magnifieke azalea met schitterende rood-witte bloemen kwam eerst door de deur. Er nog steeds niet helemaal gerust in dat ze me niet derangeerde volgde Annie, heel bescheiden maar hartverwarmend blij me te zien.  
"Ga even zitten", zei ik, maar dit was slechts een 'binnen en buiten' antwoordde Annie, want de reis naar huis, naar Lochristi, was nog lang...
Meer dan anderhalf uur later stónden we daar nog steeds, in het midden van mijn woonkamer. Na een kleine 30 minuten -m'n armen werden een beetje moe- had ik de fraai bloeiende plant al op de tafel gezet, maar onszelf ook even neer zetten, dat was er niet van gekomen. Best wel grappig eigenlijk.
Wat een beleefd bezoekje met een cadeautje als dank voor bewezen diensten moest zijn -dat was toch het oorspronkelijke plan, begreep ik- werd door warm wederzijds aanvoelen als vanzelfsprekend een zeer aangenaam en bij momenten ontroerend gesprek met boeiende en herkenbare onderwerpen. Verrassend vertrouwd, alsof we al ons hele leven vriendinnen waren. En voor we er erg in hadden stonden de wijzers van de klok dus zoveel uurtjes verder...
Annie vertelde me over hoe ze als enige dochter -ze heeft wel nog een paar broers- de volledige zorg voor haar moeder op zich genomen had, al zovele jaren geleden. Eigenlijk al van toen haar vader veel te jong overleed. Hoe ze, opnieuw en opnieuw, een ware titanenstrijd aanging met dokters en sociale assistenten, die moeder in een R.V.T., een rust- en verzorgingscentrum, vonden thuis horen. Een krachtmeting die ze keer op keer won, door eigenlijk hele logische argumenten, hoofdzakelijk voortkomend uit de liefde voor moeder. Moeder mocht en kon thuis blijven in de haar zo vertrouwde omgeving. Annie puzzelde ingewikkelde weekschema's in elkaar om zo zowel de zorg voor moeder, als haar eigen huishouden, haar veeleisende job én de relatie met haar vriend -die zich trouwens ook volledig over zíjn moeder ontfermde- in prima banen te leiden. Zelfs toen moeder na een paar ziekenhuisopnames stilletjes aan achteruit ging en steeds meer zorg nodig had weigerde Annie haar ergens te plaatsen. Zolang het enigszins doenbaar en draaglijk was ging moeder nergens heen. Punt.
Ook bij die laatste opname plande Annie reeds de terug-thuiskomst van haar moeder, maar -en eigenlijk zag niemand dat echt aankomen- dat heeft niet meer mogen zijn: na nog een laatste handvol bijzonder gesmaakte Belgische aardbeitjes blies ze in de aanwezigheid van Annie heel rustig en vredig het tanende vlammetje van haar bijna opgebrande levenskaarsje uit. 
En Annie puzzelde opnieuw hele schema's in elkaar, dit maal om moeders laatste afscheid in goede banen te leiden. Begrafenisondernemer, pastoor, lectoren, kleinkinderen, bloemen, teksten, muziek... Noem maar op, ze regelde absoluut àlles. En het resultaat mocht er zijn!... 
En toen, toen werd het stil. En een beetje leeg ook.
Het deed Annie zichtbaar deugd om dit allemaal aan mij te vertellen, en volgens mij begreep ze, misschien ook een beetje door mijn reacties, daar op dat ene moment midden in mijn woonkamer 'dat het goed was', dat ondanks het gemis en het verdriet alles echt helemaal goed was, en exact zoals het moest zijn.
We leven in een maatschappij waarin ouder worden en sterven geen enkele plaats meer heeft. Een samenleving waarin ouderen, bejaarden, 'de derde leeftijd', zij die ons voortbrachten, opvoedden, verzorgden, lief hadden... in tehuizen weggestopt worden, ver uit het zicht, ver uit het leven. 
(Versta me niet verkeerd, hé, uiteraard heb ik absoluut alle begrip voor situaties waarin dat echt wél een noodzaak is. En die situaties zijn er zeker, ik heb er zo ook al meegemaakt.) 
Al tijdens ons gesprek groeide daarom in mij een oprechte en diepe bewondering voor Annie, al vindt ze zelf al die vele jaren toewijding, liefdevolle zorg en respectvol samenleven heel gewoon. "Want, het is toch normaal dat je je moeder niet in de steek laat". Ja, dat klopt, absoluut, maar in deze maatschappij is het toch niet zo vanzelfsprekend meer, vrees ik...
Dus, Annie, in al je eenvoud en ingetogenheid, jij bent voor mij een ware heldin, een authentieke onvervalste SuperVrouw, en ik bewonder je. Enorm. Echt waar.
Dus, naast die schitterende azalea met z'n fraaie bloesem maakte ik deze week ook kennis met andere, erg bijzondere flora: Annie, een bloem-van-een-vrouw! Ja, geloof me, daar kan ik echt intens van genieten, van al die fenomenale 'bloemen' uit Lochristi... ;-)