vrijdag 30 juli 2021

De vrolijke vuilniszakvuller.

Omdat ik er door de ligging van mijn appartement het meeste last van heb, en mij bovendien een stevige dosis verantwoordelijkheidszin eigen is, deed ik de syndicus van ons flatgebouw het voorstel om, volledig op vrijwillige basis, de officiële afvalopruimer van onze tuin te worden. Een voorstel dat bijzonder enthousiast onthaald werd, aangezien de sympathieke man zelden of nooit eens een positief telefoontje van een bewoner krijgt. Meestal gaan gesprekken met hem over 'rechten' en slechts hoogst uitzonderlijk over 'plichten', waaronder ik zelf simpelweg vooral 'zorg dragen voor je woon- en leefruimte', 'een goede huisvader (of -moeder) zijn' versta. Mijn voor hem bijzonder gulle voorstel werd dan ook maar wat graag aangenomen. Er was nog een tijdje discussie in de raad van eigenaars of ik voor dat klusje al dan niet een sleutel ter ontsluiting van één van de glazen deuren die toegang tot de tuin geven, maar na lang gepalaber is die er nu toch gekomen. Ik heb dus voor mijn regelmatig opruimtoerke vrije toegang tot de tot nu toe 'verboden' groenvoorziening bij ons flatgebouw.
Op die manier trok ik enkele weken geleden voor het eerst ten strijde tegen de verloedering van mijn eigen uitzicht door omlaag gevallen rommel. Gewapend met een grote vuilniszak, m'n meest versleten ouwe tuinhandschoenen en de handige grijpstok, resterend hulpmateriaal van mijn rug- en nekoperaties, stond ik even enkele minuten wat overweldigd in die toch wel grootse en weidse ruimte. "Hoe gaan we dat hier aanpakken? Waar zal ik in 's hemelsnaam eens beginnen?!" 
Omdat de wind redelijk vrij spel heeft aan de andere kant van het gebouw, dan die waar mijn appartement zich bevind, er daar ook zoveel minder beplanting staat en er zodoende minder vuilnis blijft liggen, leek me dat een goede startplaats. Het eerste wat ik in de vuilniszak dropte, was één of andere gele vod, die al zodanig lang op de kasseien lag, dat ze er bijna mee versmolten bleek. In de voegen tussen de stenen lagen behalve ontelbare sigarettenpeuken nog wat verdwaalde snoeppapiertjes, maar dat was het. Voor die o zo royaal uitgestrooide rokersrestanten zal ik nog eens een speciaal opraap- of opprikwerktuig moeten uitvinden, denk ik, want aan stuk voor stuk oprapen, daar is écht geen beginnen aan... Tenzij ze op een hoopje ergens in een hoekje of gaatje bij elkaar gewaaid en daardoor makkelijk bijeen te grabbelen, liet ik de peuken dus voorlopig -"even uw streven naar perfectie loslaten, Kristina!"- liggen waar ze lagen.
In het gazon vond ik een heel stel kartonnen rolletjes, te klein voor toiletpapier, fout formaat voor plakband... Geen idee waarvoor ze ooit dienden dus, maar, vergezeld van een leeg en verfrommelt sigarettenpakje verdwenen ze sowieso gezwind in de vuilzak. 
Half onder de eerste lage bosjes op mijn opruimwandeling verschenen de lege blikjes, kroonkurken in alle mogelijke kleuren, ondefinieerbare plastieken verpakkingen en... een handvol gebruikte wattenstaafjes! "Ha ja!", dacht ik bijzonder laconiek bij mezelf, "Ge gaat natúúrlijk speciaal op uw terras staan om uw oren uit te kuisen, en flikkert dan uiteráárd het gebruikte stokje 'netjes' over de balustrade, want uwe vuilbak is toch zooooooo ver weg en met die oorstokjes ook veeeeel te snel vol!..." Tssss.
Allerlei soorten kleine stukken verbouwingsafval, grote en kleine petflessen, snoep-, chips- en koekverpakkingen in de meest uiteenlopende vormen, kleuren en talen, in diverse stadia van vergaan en meestal bevolkt door een hele kolonies huisjesslakken (ik zou er gerust een kleine kwekerij mee kunnen beginnen), belegde-broodjes-verpakkingen, ontelbare wasknijpers, ook in verschillende materialen, kleuren en vormgeving, lege half verscheurde plastieken en papieren zakjes en zakken, kartonnen bekers van ijscrème en drankjes, massa's al dan niet half verteerde papieren zakdoekjes en stukken keukenrolpapier, rubberen sluitingskes en elastiekjes, kapotte haaraccessoires, nog stevig plakkerige doch uitgekauwde kauwgom, onderdelen van kapot speelgoed, en de restanten van een knalgroene stukgevallen keerborstel en een blauw vuilnisblik. Het verdween allemaal van tussen het groen en de kasseien in m'n grote zwarte vuilniszak. Om heel eerlijk te zijn: al bij al vond ik het allemaal wreed goed meevallen, qua 'vuiligheid'. Gebruikte condooms en volle pampers, bijvoorbeeld, om maar iets te noemen, had ik een heel stuk viezer gevonden.... (Hopelijk breng ik hiermee nu niemand op ideetjes tegen mijn volgende opruimsessie... Ai, ai, ai...)
Volgens mij oefent er op de één of andere etage ook iemand voor 't speerwerpen bij de komende Olympische Spelen, want behoorlijk ver van het gebouw staken her en der lange smalle, naar omlaag gemikte latten in de bosjes, nog half rechtop. Die dingen pasten niet in de zak en moeten dan maar eens mee naar 't containerpark of zo. Die nog perfecte blauwe ruitenwisser -een 'aftrekkerke', zoals wij in 't Antwerpse zeggen- heb ik voor hergebruik aan de conciërge gegeven. En het grappige kleine sinaasappel-oranje-gummy-botsballeke hield ik voor mezelf, om er de poezen mee te amuseren. Meest bijzonder vondst van die eerste, slechts iets meer dan een uur durende (als je gestructureerd te werk gaat...) opruimactie, tussen de grotere kasseien onder een vervaarlijk hellende dennenboom vlak naast de vijver: een volledig gesloopte, met nog nauwelijks aan elkaar hangende onderdelen, peperdure I-phone... De hele historie daarachter zullen we vermoedelijk nooit te weten komen, denk ik.
Bij mijn volgende toertje lag er opvallend minder vuilnis. Ik was, langzamerhand tot mijn eigen grote verbazing eigenlijk, ook niet meer opgeschrikt geweest tijdens het televisie kijken met open venster, door keihard neerknallend blikjes en dergelijke. 't Terras lag met regelmaat nog steeds vol sigarettenpeuken, maar dat was het zo ongeveer wel. Werkelijk verbazingwekkend als het was, 'k kon er alleen maar tevreden over zijn, en deze opraapacte verliep dus bijzonder vlot. Tot ik de hoek van het gebouw om ging... 'k Weet niet waaraan het ligt, maar blijkbaar zwieren ze hun afval dus plots niet meer over de balustrade van de diverse terrassen. Ze flikkeren het tegenwoordig 'doodgewoon' uit hun vensters aan de zijkant van 't gebouw!... Alsof er een klein festival plaatsgevonden had, daar vlak naast mijn slaapkamermuur, of een totaal uit de hand gelopen picknick! Lieve hemel, wat een rotzooi! En omdat het struikgewas daar behoorlijk dicht is en de klimop meer dan kniehoog, is het opruimen van al die afval als vanzelfsprekend zoveel lastiger dan in de redelijk open en netjes in vorm geknipte tuin... Hartelijk bedankt, mijn beste medebewoners. Ik zal de, speciaal voor dit deel van het klusje, hoognodig aan te schaffen taillehoge visserslaarzen in rekening brengen, hoor. Zucht.
Ondertussen kan je me dus geregeld met een klein vuilniszakje in de hand, want die reuzegrote is niet meer nodig door de regelmaat van opruimen, op het gazon, tussen de enkel-verstuikende kasseien en in het dichte struikgewas terugvinden.
Heel af en toe is er wel eens een speciale interventie nodig. Zoals die dag toen iemand een totaal verdroogde, doch behoorlijk uit de kluiten gewassen kamerplant naar beneden zwierde. Dat moet nogal een knal geweest zijn, want de potgrond en hydrokorrels lagen tot op de terrassen van de eerste verdieping!... Gelukkig smeet men de (sier)pot niet mee, anders was de schade vermoedelijk écht niet te overzien geweest. Gewapend met grove keerborstel, handborstel en blik heeft het me toch bijna een uur gekost om alles bij elkaar en opgeveegd te krijgen... En al die tijd denk je bij jezelf "Wie komt er in 's hemelsnaam op het idee?... Plant kapot? Hup, overboord ermee!" Echt te zot voor woorden.
'k Zie het niet graag gebeuren, maar ik haast me toch ook weer niet om het te gaan oprapen: mensen blíjven, ondanks algemeen verbod, al dan niet volledig beschimmeld, oud brood, en soms ook ander ongewenst eetwaar, naar beneden werpen. "Voor de vogeltjes", klinkt het dan meestal als je er iets van zegt. Ja, inderdaad, die reusachtige, wreed luidruchtige zeemeeuwen, die vallen, als je 't niet te nauw neemt, ook onder de noemer 'vogeltjes', ja... Pffft.
En tot slot, iets dat ik absoluut en met klem wéiger op te rapen, is stront. Vorige week keek ik vanachter mijn bureautje en laptop even ter ontspanning van m'n ogen de tuin in en zag net op dat moment een kerel vanachter het struikgewas verschijnen. Ter hoogte van de rand van de dichte klimopbegroeiing stak hij z'n broek af, er vermoedelijk vanuit gaande dat er daar niemand hem kon zien, om vervolgens even een stevige drol te draaien. Dat er af en toe, vooral in de zomer, al eens een manspersoon tegen de één of andere boom staat te wateren, dat kende ik al, maar dit, dit vond ik er toch serieus over. Toen hij klaar was, trok hij 'doodgewoon' z'n broek weer op en verdween terug achter de bosjes. 'k Ben blij da'k die zijne was ni moet doen, geloof me! En ik denk da'k serieus betaald wil worden, mocht ik die 'donatie' aan de tuin moeten opruimen!... Laat ons voorlopig het hele voorval maar onder 'bemesting' klasseren, hé, en hopen dat 't geen gewoonte wordt hier... Hopelijk hebben de tuinmannen, die -het wil weer lukken natuurlijk- juist de dag vlak na dit 'incident' uitgebreid onderhoudswerk aan mijn geweldige groene uitzicht kwamen leveren, er niet per ongeluk in getrapt, of nog zoveel erger: in gegrépen hebben, ocharme...
Ja, 't voelt goed om tegenwoordig een vrolijke vuilniszakkenvuller te zijn en op die manier als vrijwilliger een minuscuul, onooglijk piepklein beetje mee te werken aan een schonere wereld. Alhoewel, om heel eerlijk te zijn, echt 100% vrijwilliger ben ik eigenlijk niet meer: die handvol bij elkaar gevonden koperen muntjes, met een totaalwaarde van 28 eurocent, die heb ik, afgewassen en ontsmet, zonder blikken of blozen aan mezelf uitbetaald. ;-)






woensdag 28 juli 2021

Vaccinatie 2.

Nadenken over allerlei dingen is zeker en vast prima, en nodig, maar zo af en toe is het 'geen tijd hebben om over iets na te denken' ook een absolute zegen... 
Na de hele horrorbelevenis van mijn eerste vaccinatie moest er ongeveer 8 weken gewacht op de tweede. Dat je zo nóg eens een keertje naar dat tentendorp moet, dat zit wel in je achterhoofd, maar terwijl de tijd langzaam verder glijdt, ben je daar niet echt mee bezig. 
Vorige week mocht ik, na bijna twee jaar niets ten gevolge van de coronacrisis, nog eens enkele dagen werken als receptioniste-ad-interim. En ik had er zin in. Zo weer eens onder de mensen zijn, een beetje uitdaging hebben, op een andere manier nuttig zijn..., het gaf me allemaal vernieuwde energie. Maar ergens was er toch ook wel wat ongerustheid. Zou ik alles nog weten en kunnen? Hoe ging mijn nek reageren op weer uitgebreid trammetje-rijden?... Maar, het viel -natúúrlijk- allemaal gewéldig mee. Het nieuwe telefoonsysteem is (en blijft) wat worstelen, maar dat blijkt voor iedereen zo te zijn... Voor de rest was het uitsluitend en alleen een meer dan hartverwarmend weerzien. Heerlijk.
En plots zijn de dagen dan ontzettend druk: als je alles, wat je anders op 't gemakje over de hele dag spreidt, in die paar uurtjes voormiddag moet proppen. Dingen regelen voor mijn moeder, telefoontjes allerhande, boodschappen, het huishouden, de poezen... Alles met één oog op de klok, want je wil uiteraard netjes gekapt, opgemaakt en aangekleed op tijd richting tram en receptie vertrekken. Da's toch weer even wennen, hoor. Maar het deed me vooral deugd, zo eens een beetje 'peper in m'n gat', zoals ze dat zeggen... En met de Belgische nationale feestdag op woensdag -meteen ook voor mij een betáálde vrije dag, komt dát tegen- kon ik halverwege al even uitblazen... ;-)
Vrijdagochtend om 9u50 stond m'n tweede vaccinatie gepland. En omdat ik de hele week met zoveel en nog wat in de weer geweest was, had ik er tot donderdagavond, bij thuiskomt van het receptiewerk, nog geen seconde over nagedacht. Vriendin Betty zou me opnieuw met de auto brengen en aansluitend uitgebreid boodschappen met me doen. Een keurig en vooral volledig boodschappenlijstje schrijven die avond, dat was dus zoooooveel belangrijker dan zitten broeden op mogelijke vaccinatiegevolgengriezelverhalen. (lees ook: Vaccinatie 1.) Dat, en op tijd m'n bed in geraken. Om er op tijd weer uit te geraken uiteraard. Over makkelijke kleding hoefde ik me geen zorgen te maken: die heerlijke, losse chiffon jurk, zwart met honderden bijzonder kleurrijke vlinders, die ik een dag eerder voor m'n werk droeg, die kon ik gerust nog een keertje aan voor hij in de wasmand moest. Die zalige grote halflange flapmouwen waren sowieso erg praktisch voor het spuitje in de bovenarm. En zo moest ik meteen ook geen tijd verspillen aan bijpassende schoenen, tas en juwelen zoeken, en een vlindertje voor in m'n haar, want die bleven eveneens gewoon hetzelfde. (Ja zeker: zélfs voor sléchts een spuitje en boodschappen kom ik ook graag helemaal mooi voor de dag.) 'k Moest alleen opletten dat ik niet vergat alle nodige vaccinatiedocumenten en natuurlijk het boodschappenlijstje in die bijhorende tas te steken...
Fenomenaal goed op voorhand hing Betty aan m'n deurbel. In minder van geen tijd arriveerden we bij Spoor Oost. Veel auto's maar geen gevoel van drukte. Fijn. Om die laatste-seconde-stress -zoals vorige keer!- te vermijden, nam ik m'n documenten en m'n identiteitskaart al in de hand nog voor ik de auto verliet. Met m'n gedachten vooral bij het gezellige samen-boodschappen-doen en m'n typische, ondertussen welgekende gedecideerde en stevige tred, liep ik, als onverstoorbaar, fris en monter op m'n doel af. 
M'n aankomst maakte blijkbaar toch een beetje indruk -niet dat het mijn bedoeling was- want de eerste controleur lachte me meteen hartelijk toe: "Amai, u hebt er duidelijk zin in vandaag!" En die opmerking werkte aanstekelijk. Niet alleen bij mij -ik werd er op slag nóg beter gezind van, en mijn stap zo mogelijk nog meer zelfzeker- maar zeker en vast ook bij alle andere vrijwilligers en begeleiders, hoofdzakelijk heren, ouder dan ik zelf, en die dag duidelijk allemaal in voor een lach en een zwans. Keurig het parcours volgend, wandelde ik eigenlijk van de ene guitige opmerking naar de andere, allemaal even grappig en vindingrijk. Ik kan daar echt wel van genieten, van dat soort onschuldig geplaag en gegiechel. Het ging van "Opgepast, Frans, ze komt eraan, zenne!" en "Fladdert u maar rustig deze kant uit, juffrouw!" over "Uit de weg, mokt pleuts voor een schoon madam!" en "Ja, nu da'k u gezien heb, kan m'n dag verder ni kapot!"... Het af te leggen tracé leek honderdmaal korter dan bij m'n eerste vaccinatie. Er liep eigenlijk ook niemand anders, dus ik denderde zowat in volle vaart, met klikklakkende hakjes en een brede glimlach achter m'n mondmasker, over de lichtjes meedeinende houten vlonders. Aan de laatste 'poort' stond een mooie zwarte juffrouw die me vriendelijk vroeg "met meneer Luc mee te gaan". "Ja, 't is langs hier, voor de weg naar de vrijheid!" verkondigde meneer Luc uiterst vrolijk. "Boah", antwoordde ik een beetje ondeugend laconiek, "dat valt nog af te wachten, hoor..." "Als ge gelijk hebt, hebt ge gelijk!" was zijn grootmoedige repliek, "maar alle beetjes helpen, hé!" En daar had hij dan weer groot gelijk mee. De superaardige mevrouw die mij van hem overnam, liet me met verrassend gedetailleerde uitleg plaatsnemen in het vaccinatiehokje. Terwijl ik op de verpleegster wachtte, flapte ik alvast m'n linkermouw omhoog. Kwestie van voorbereiding, hé, in 't geval het weer een beetje vogelenpik zou zijn, zoals vorige keer... Doch deze verpleegster had alle tijd van de wereld. Ze complimenteerde me met mijn kleurrijke verschijning. Iets wat ze meteen van mij terug kreeg, want ze droeg zelf ook iets met een fantastische kleurenprint. Ze vond het ook fijn dat ik zo goed voorbereid was, met m'n papieren en m'n mouw en zo. Van vogelenpik was er geen sprake: heel uitgebreid betaste ze mijn spier, om daarna op het bijzonder secuur uitgekozen plekje zo onvoorstelbaar voorzichtig met het naaldje te prikken, dat ik u met de beste wil van de wereld niet had kunnen vertellen waar exact in mijn arm ze mij het vaccin toegediend had!... Professioneler is absoluut niet mogelijk, volgens mij. De dame nam ook uitgebreid de tijd om me uit te leggen dat ik nu na een dag of 10, mogelijk 2 weken, genoeg antistoffen in m'n lichaam zou hebben om niet meer dodelijk ziek te worden van het virus. Mijn reactie 'dat ik me, ondanks dat, toch aan alle mogelijke regelementen zou blijven houden' deed haar duidelijk deugd, en er ontspon zich een boeiend gesprek over de verschrikkelijke gevolgen van dom en roekeloos gedrag i.v.m. covid-19, gevolgen die zij de afgelopen tijd in het ziekenhuis al te veel moest meemaken... En over de cultuurwereld in nood, en mijn kerstconcerten. En over 'er eigenlijk geen goed oog in hebben' en 'een vierde golf in september verwachten'... Niet de meest vrolijke onderwerpen, maar het was toch een heel erg fijne babbel. En toen ging de weg langs het af te leggen traject weer verder. Tijdens de verplichte 10 minuutjes rustig op een stoeltje zitten, had ik uitzicht op de passerende bevolkingsstroom. 'Mensen kijken', altijd leuk, hé. 't Viel me toch op hoe weinig individuen er eigenlijk écht kleurrijk -letterlijk en figuurlijk- bij lopen... Maar misschien lag dat simpelweg aan het vrijdagochtend-zijn.
Nog voor het tijdsstip van m'n eigenlijke vaccinatieafspraak zat ik alweer naast Betty in de auto en reden we vrolijk taterend richting supermarkt. In een mum van tijd waren de boodschappen ook helemaal in orde. Zalig, wat een luxe toch, zo met de auto. En na een lekker welverdiend kopje koffie namen Betty en ik afscheid. Verwachtend de volgende dagen toch weer behoorlijk 'perte totale' te zijn van de vaccinatie, spurtte ik nog snel met de fiets enkele andere hoognodige adresjes af en installeerde me vervolgens, helemaal tevreden en goed voorbereid, knusjes in m'n zetel. "Laat de bijverschijnselen maar komen!" zei ik onnozel grappend tegen m'n poezen, "Ik ben er 100% klaar voor!"
Die nacht, de nacht van vrijdag op zaterdag, sliep ik niet best: plots was er weer die alles overheersende hoofdpijn en m'n arm voelde nogal gekneusd. Maar, niets kwam in de buurt van m'n reactie op het eerste spuitje! Helemaal niet. Tegen de ochtend was m'n arm alweer helemaal normaal, niks meer van pijn te merken, en die vervelende zware hoofdpijn bleek prima onder controle te houden met een paar zeer regelmatig ingenomen Dafalgannekes. Verbazingwekkend anders... Verbazingwekkend fantastisch! Niks dagenlang mottig zijn en niet weten waar eens te gaan hangen of liggen. Tegen zondag had ik zelfs zodanig veel energie, dat ik m'n hele huis in één keer opgeruimd heb én volledig met nat en droog gekuist! En dat was me al máánden niet meer gelukt!...
Zou het aan de ene bepaalde dag zelf gelegen hebben? Was het misschien het goeie humeur van Betty en al die geweldig leuke en vriendelijke vrijwilligers dat het hem deed? Of kwam het dan toch door mijn eigen zoveel positievere instelling en uitstraling, vooral gevolg van het 'eens-niet-nadenken', en die zorgeloze 'ik smijt mij er wel even in'-houding?... Geen idee eigenlijk. Alleszins: vaccinatie twee viel wreed goe mee (dat rijmt! hahaha), en dat ga ik nu absoluut niét verpesten door er alsnog eens stevig en uitgebreid over na te denken! ;-)



vrijdag 23 juli 2021

Verrassende bezoekers

Nee, 't zal niet de meest innoverende, stichtende of verrijkende lectuur zijn, waarover ik vandaag eens schrijf. Maar dat doet er niet toe, vind ik. Als iets een glimlach op mijn gezicht weet te toveren, en ik weet dat te vatten in een blogje, dan maak ik er misschien een enkele lezer ook wel gelukkig mee...
Mogelijk hebt u 't idee dat ik een beetje in herhaling val, als ik weer eens vertel over het leven op mijn terras, maar ik blijf mij verbazen over de, in mijn ogen dan toch, bijzondere bezoekers. Nee, ik bedoel dan uiteraard niet die personen die te pas en te onpas, en al dan niet stiekem of met de meest doorzichtige en idiote verhalen en redenen, door de tuin, vreselijk kwakkelend over de grote en vaak puntige kasseien, komen gebanjerd. Nee, dan heb ik het dus over alle andere 'fauna' die de weelderige flora van mijn buitenruimte aandoet!...
Volgens mij is alles in de natuur een beetje zijn kluts kwijt en veel zaken zijn ook erg laat dit jaar. Dat was vooral al heel erg duidelijk met het tot een maand later zijn van de bloei van de meeste planten. En ik had me al een tikje ongerust afgevraagd waar eigenlijk al die hordes piepkleine meesjes, die de voorbije jaren steevast het terras als speeltuin gebruikten, bleven. Ook hun klok stond nog een beetje achter, denk ik, want gisterenochtend mocht ik mezelf dan uiteindelijk toch weer als vanouds in hun gekkigheid verheugen!  
Klein en jong als ze nog zijn, deze kersverse pluimenbolletjes, kennen ze weinig of geen angst. Toch alleszins van niets op mijn terras. De grote slinger met nootjes en zaadjes, die ik onderaan de bloeiende hangmanden voor m'n vensters bevestigde, biedt hen een perfecte zitplaats: 't is er droog, je zit niet in de felle zon, je bent enigszins verborgen voor mogelijke belagers, en je kan er niet alleen naar hartenlust onnozel doen met je broers en zusjes, maar tussendoor ook nog gezellig een hapje eten. Ideaal. Dus, dat rare wezen dat hen van achter het raam, met een brede glimlach over haar bril loerend, bijzonder geïntrigeerd in 't oog houdt, dat zal hen absoluut worst wezen! Heel voorzichtig, zonder al te plotse of grootse bewegingen, lukte het me daardoor zelfs om m'n smartphone te pakken en plaatjes te schieten van hun dolkomische drukke gedoe. "En de poezen?", vraag je je misschien af. Pompon ligt lui op de vensterbank te kijken. Die heeft al lang begrepen dat het totaal niet de moeite is zich voor die kleine pluimenzottekes moe te maken. Ge hoort hem bijna denken: "Ge doet maar. Pfffft. Zolang ge mij maar niet teveel in mijn slaapke stoort met al dat gesjilp en gekwetter." Poekie springt nog wel eens super energiek recht in z'n mandje. Zo een beetje van "Zie, zie! Allé, zie nu! Daar, daar!" Maar er voor úit dat mandje komen, da's er toch ook niet meer bij. Met z'n twee pootjes over de rand van het mandje houdt hij al het speels geweld een tijdje nauwgezet in 't oog, om vervolgens als vanzelf weer in slaap te vallen. Dan zie je hem langzamerhand dieper en dieper in het mandje wegzinken, tot niets meer van hem te zien is.
Eergisteren namiddag echter was het plots anders. Gewoonlijk zie ik uitsluitend in de koude donkere maanden van het jaar al eens een winterkoninkje een beetje stiekem en voorzichtig tussen m'n planten z'n kostje bij elkaar scharrelen. Nu kregen we geheel onverwacht het bezoek van een piepjong exemplaar dat zich duidelijk heer en meester van het koninkrijk waande. Onverstoorbaar luid kwelend hupte hij (of zij...) van de hoogste loot van de ene plant naar de verst rijkende tak van een ander boompje. En z'n favoriete landingsplaats verbaasde zelfs mij volledig: het stevige metalen gaas in de twee kattenhorren! (Dat zijn dus van die dingen, u wel gekend, die je in de openstaande ramen en/of deuren zet, gewoonlijk om allerlei ongewenste insecten búiten te houden, doch in mijn geval: om twee katers bínnen te houden...) Geen reactie bij Pompon. "Och, een vogel meer of minder, daarvoor kom ik niet in actie, hoor!", zal hij gedacht hebben. Maar Poekie was behoorlijk buiten z'n zinnen en lichtjes woedend om zoveel schaamteloosheid. Elke keer weer maakt hij, met veel gemekker en zenuwachtig wild heen en weer gesprint van venster naar venster, aan alles en iedereen die het maar horen wil, duidelijk dat hij zoveel gebrek aan respect niet zou dulden! In al z'n verontwaardiging sprong hij zelfs bovenop z'n slapende broer op de vensterbank waardoor er heel even tussen hen ook schermutselingen ontstonden... Sindsdien brengt hij ons elke dag minstens één keer een bezoekje, met steeds opnieuw ongeveer hetzelfde scenario. Ik begin me zo stilaan af te vragen of hij het opzettelijk doet... Zo een beetje poezen pesten.  Ja, dit jonge winterkoninkje, da's duidelijk geen gewoon geval. Zo bescheiden en onopvallend z'n soortgenoten gewoonlijk -eigenlijk áltijd, bij mijn weten- zijn, zo excentriek en luidruchtig is hij (of zij). Och, die jeugd van tegenwoordig, hé... hahaha
Bij het planten water geven viel mijn oog op nog andere bezoekers, bezoekers die ik liever niet tegenkom: slakken! Van die grote, dikke, vette, slijmerige en slibberige vreetmachines. Al jaren doe ik in de zomer minstens één keer per dag een toerke over het terras om alle huisjesslakken van tussen het groen te plukken. Daar ben ik aan gewend en die zie er vaak prachtig uit, in die ongelofelijk veelkleurige en telkens anders gestreepte schelpjes. Nee, ik maak ze niet dood, maar het kampioenschap huisjesslak-slingeren zou ondertussen wel eens op mijn naam kunnen staan... Eén voor één, hup, met een grote bocht door de lucht de dichte klimop van de enorme tuin in, waar ze vermoedelijk ook allemaal vandaan komen. Die grote vettige 'blote' slakken, die zag ik nog niet eerder, en die pak ik ook liever niet zonder handschoen of zo op. Eikes! 'k Ben niet snel vies van iets aan te raken, maar deze slippery suckers... Brrrr. Alhoewel. Eigenlijk zijn deze, heel anders dan die wat doordeweekse effen donkerbruine of oranje tuinweekdieren, op hun manier ook wel mooi, hoor, met hun zeer uiteenlopende kleur en strepen. Bij nader onderzoek en enig opzoekwerk op 't internet kwam ik er achter dat het inderdaad geen gewone naaktslakken zijn, maar wel de veel kleurrijkere tijgerslakken! Oké, mooi, maar aan het fenomenale, absoluut roofdier-passende tempo waarmee ze korte metten maken met een volledige plant, heb ik ze écht liever niét op m'n terras. Met twee plantenstokjes, tijdelijk dienst doend als chopsticks, grijp ik ze bij hun lurven en vliegen ze er dus meteen letterlijk vanaf. Niet zo ver als de huisjesslakken -daar moet ik nog verder op oefenen- maar ver genoeg om geen directe dreiging meer te zijn. En mogelijk een 'smakelijke hap' voor de immer hongerige duiven. Al vraag ik me af hoe die zo'n ontzettend groot glibberding naar binnen krijgen met die relatief kleine bek... Maar, dat kan ik me niet aantrekken.
Met die verrassend grote -echt enórm, zelden zo'n reus gezien, bijna 10 centimeter, zonder liegen!- fraai grasgroene sprinkhaan (na enig opzoekwerk blijkt het hier om de enige echte groene sabelsprinkhaan te gaan), die zich, opgeschrikt door de waterstraal uit mijn tuinslag, uit het dichte groen wegvluchtend op 't bovenste toppeke van de plantensteun zette en me een beetje zenuwachtig bleef zitten gadeslaan, heb ik toch ook maar voor alle zekerheid een ernstig gesprekje gedaan. 'k Heb er absoluut geen problemen mee als hij al eens een blaadje of twee komt binnenspelen, maar 't is natuurlijk niet de bedoeling dat hij op zekere dag z'n hele duizendkoppige familie ook eens mee hier heen op restaurant neemt!... Met een paar fenomenale sprongen verdween hij de weidse grasvlakte van de voor hem vermoedelijk eindeloos grote tuin is. "Tot ziens!", zwaaide ik hem achterna.
Ja, 'k weet het, niet de meest innoverende, stichtende of verrijkende lectuur, dit blogje, maar geef toe: toch wel leuk, hé, wat er hier allemaal op mijn heerlijk volgroeiende buitenruimte op bezoek komt. Maakt doet het alleszins steeds weer glimlachen. En heel misschien glimlach jij nu ook... ;-)



vrijdag 25 juni 2021

Brief aan mijn vader.

Dag Va,
Hoe is 't ermee? Alles goed? Ja, 'k weet het, da's eigenlijk nogal een rare vraag. Zeker als gij inderdaad ook zijt, daar waar wij ons voorstellen dat gij zijt, hé... In mijn gedachten is dat nog altijd op een wolk ergens, met ne goeien trippel -uiteraard 'van 't schap', zeker gene kouwe- in de hand, en omringd door vrienden en familie, zoals grootva en Jean-Claude. 'k Weet ook wel dat ge dat niet voor eeuwig kunt doen, maar 't is een mooie voorstelling. Helemaal zeker ga ik 't vermoedelijk toch maar weten de dag dat ik zelf het tijdelijke voor het eeuwige inruil...
't Is vandaag alweer 7 jaar geleden dat wij jou, totaal onverwacht en na een erg nare val van de trap, noodgedwongen in die oneindige eeuwigheid moesten loslaten. Tijd gaat snel, de jaren vliegen haast voorbij. Ook als je iemand alle dagen mist. En toch lijkt de tijd soms net zo goed stil te staan. Zoveel dingen bleven exact zoals ze toen waren.
Ik praat nog altijd met je. Niet meer in persoon of langs de telefoon, dat klopt, maar de gesprekken -luidop of alleen in m'n hoofd- zijn nog steeds even hilarisch, wijs, belerend en/of gezellig, nét zoals ze vroeger altijd al waren. Zo dikwijls nog denk ik: "Onze va zou weer zoooooo fier op mij zijn nu!", en dan zie ik je innemende, breed lachende en genietende trotse snuit weer helemaal helder voor me, alsof je gewoon daar vlak bij me staat.
Je bent er nog steeds. Ik voel het zo vaak. Waar je ook naar toe verdween, volgens mij ging je nooit helemaal weg. Nooit echt vollédig weg. Dat kan eigenlijk ook niet, want je bent nog alle dagen in zoveel grote en kleine dingen aanwezig. In tastbare spullen, overal om me heen; in gedachten, te pas en te onpas en door alles heen flitsend in m'n hoofd; in herinneringen, hele mooie en ook minder fraaie, maar altijd als bouwstenen van mijn leven tot nu toe, én als basis naar de toekomst toe; in woorden, zoals ze af en toe onverwacht uit mijn mond komen vallen en waarbij ik meteen glimlachend denk "Da's juist onze va, die dat zei!"; in alle wijsheid, die je me willes nilles -graag of niet, luisteren zal je!- meegaf, en waar ik, ondanks alle vormen van verzet lang geleden, nú heel erg dankbaar voor ben, en die gekoesterd én vaak toegepast meegenomen worden voor de rest van mijn leven.
De tijd bleef sinds jouw afscheid ook stilstaan op een hele andere manier. Met een gelaten aanvaarding denk ik dan aan de zovele dingen die we nooit meer zullen doen, momenten die we nooit meer zullen beleven. Vaak zijn dat de meest onbenullige kleine zaken die zich met regelmaat herhaalden en waarvan we de waarde eigenlijk niet echt kenden... tot het zich nooit nog opnieuw zou voordoen. Met ons drieën -gij, ons moe en ik- gaan eten in de Ikea, bijvoorbeeld. Dat kan ik gerust weer met iemand anders een keer doen, desnoods elke week of zo. Maar da's toch nooit meer hetzelfde... Of zomaar, midden in de week, onverwacht en zonder reden, gezellig ergens een terraske gaan doen. Of, nog zoveel simpeler: een trippel drinken in den hof en dan alle bloemen en planten bewonderen. Den hof is er ondertussen ook al niet meer, en, geloof het of niet, nen trippel smaakt toch een pak minder goed sinds gij vertrokken zijt, zenne... En zo kan ik nog honderden, misschien zelfs duizenden dingetjes en momentjes opnoemen die nooit meer zullen zijn. Of toch zeker niet hetzelfde, als toen jij het 'veroorzaakte', of er, heel gewoon, alleen maar dat, nog bij was... Al die dingen zijn nu als bevroren in de tijd. Voor altijd.
Vandaag exact 7 jaar geleden stonden wij op dit eigenste moment met z'n allen om je bed op intensieve heen, ons moe en al jouw kinderen met hun partners. We hebben veel gepraat, herinneringen opgehaald, gelachen en gehuild. En terwijl jouw grote warme hart steeds langzamer ging slaan, om uiteindelijk tot volledige stilstand te komen, hielden we je allemaal vast en zong ik, met dikke, omlaag biggelende tranen onverstaanbaar snotterend, nog 'Guten Abend, Gut' Nacht' voor je. Het beeld van dat moment, dat ene moment in de eeuwigheid, staat voor zolang ik leef op mijn netvlies gebrand. Het zou een foto in een album kunnen zijn. Zoals de foto's die ik nog van je maakte toen je wat later opgebaard bij de begrafenisondernemer lag. Maar dat was jij al lang niet meer.
Jij, mijn vader, mijne vá, gij leeft voort in mij, en in mijn herinneringen én in mijn dagelijks leven. En in mijn broers en zussen, en hun kinderen. En in ons moe. En in de zovele, zóvéle mensen wiens leven jij aanraakte, mensen die jou, 'de Guy', net als wij, ook nog zo vaak missen. De meeste tranen om jou mogen dan ondertussen wel vergoten en opgedroogd zijn, gemist word je ondertussen toch nog altijd. Ja, zelfs al zijn er alweer 7 jaar voorbij...
En toch voelt het, voor mij dan toch, (ik val in herhaling, 'k weet het) alsof je nooit écht bent weggegaan. Af en toe verwacht ik nog steeds dat de deurbel gaat en jij weer op de mat staat. Gewoon. Niks aan de hand. Even op bezoek. Misschien passeer je ook wel écht eens, om te checken of ik oké ben of zo. Af en toe denk ik zelfs jouw aanwezigheid te kunnen voelen... Maar misschien beeld ik me dat alleen maar in. Wie zal het zeggen, hé. Vermoedelijk is er in deze wereld en alles om ons heen nog zo eindeloos veel wat onze menselijke zintuigen in al hun beperktheid net niet of totaal niet kunnen oppikken.
Maakt me niks uit. Voor mij ben je er nog. Natuurlijk niet meer als tastbare persoon, of als 'werkelijk' wereldlijk 'iets' (al kan ik het ook écht, ab-so-luuuuuut niet laten over de kruin van jouw borstbeeld te aaien en breed lachend "dag va!" te zeggen), maar meer als een soort energie, gevormd uit herinneringen, wijsheden, gevoelens, en zoveel meer. Een soort onzichtbaar, onhoorbaar, geur- en kleurloos 'iets', dat ik met regelmaat wél kan voelen, soms zelfs heel duidelijk, en waarmee ik zeker, als ik dat nodig heb, altijd een goeie babbel kan hebben. Zoals nu dus. Maar eigenlijk moet ge dan, om helemaal 'zjust' te zijn, dit hele epistel opnieuw lezen in 't taaltje dat wij zo ondereen brabbelden, hé... Maar als ik 't zo neergeschreven zou hebben, dan was er vermoedelijk niemand wijs uit geraakt. Of ze hadden het halverwege dik opgegeven. Heb ik gelijk of heb ik gelijk?!... hahaha
Alléj voa, woar da ge oek zé, ge zé noeit vaar weg, hej. En ge meugt gerust zaain: waai, en zeker ikke oek, waai zieng aa nog altaait eve geere, als 't ongdertusse zoe meugelaaik ni nog veule meejr geweurren is!... ;-) 
Vader, 'k ben er mee weg. 'k Zal dit verhaal zo dadelijk eens posten, zie. En ik spreek u spoedig wel weer een keertje, hé. Wilt ge ondertussen een beetje extra over ons moe waken aub? Ge zult het al wel weten, maar ze mist u nog altijd verschrikkelijk en deze dagen zijn altijd extra lastig voor haar. Ze kan een beetje extra aandacht van een trippel-drinkend, gezellig monkelend en eigenwijs grinnikend wolkenzitterke echt wel gebruiken. Merciekes, hé, en tot gauw!
Groetjes,
Kristina Xxx

P.S. Wilt ge nu geloven dat ik in heel mijne computer geen enkel foto van u met nen trippel kon vinden?! Allé, toch tenminste niet eentje die ik al niet eens een keertje gebruikt had... Dan maar een foto met bubbels, hé, dat staat nog eens lekker feestelijk ook. Schol, en doe ze nog eens vol!... ;-)

Brief aan mijn vader.




vrijdag 4 juni 2021

Vaccinatie 1.

Nee, ge kunt écht niet zeggen da't grote goesting was, waarmee ik een week geleden, vrijdagvoormiddag bij Betty in de auto stapte. En al helemáál niet met het bijna euforische gevoel van opluchting en bevrijding dat beste vriend Roger blijkbaar ervaren mocht... 'k Had gerust even met 't openbaar vervoer of voor 5 euro met een taxi kunnen gaan, maar immer bezorgde lieve vriendin Betty stond erop mij even heen en weer te voeren naar het tentenkamp op Spoor Oost: ik zou mijn eerste vaccinatiespuitje krijgen. 
Puur voor mezelf alleen had ik het misschien liever aan me voorbij laten gaan. De afgelopen 2 decennia werd ik, om die zovele medische redenen, met meer dan genoeg 'spul' ingespoten. Genoeg voor de rest van mijn leven zelfs, als ge 't mij vraagt. In een open gesprek vol begrip opperde mijn sympathieke huisarts echter, dat we vermoedelijk niet uit deze wereldwijde crisis raken zonder iedereen te vaccineren. En daarmee maakte hij een punt dat ik niet kon weerleggen. Als ik mij anderhalf jaar lang bijzonder strikt aan alle mogelijke beschermende maatregelen hield om te voorkomen dat iedereen die mij lief is besmet zou raken of erger, dan moest ik mij om exáct diézelfde reden ook laten vaccineren. Simpel. Niet voor mezelf dus, maar voor jullie, allemaal, en voor de concerten, en voor nog zoveel meer... Goh, nu ik er over nadenk, eigenlijk misschien toch ook wel een beetje voor mezelf: ik riskeer dat al die vele mensen, die mij het afgelopen anderhalf jaar als 'bijzonder veilig' en 'met weinig of geen risico' markeerden, me plots wel eens als te vermijden figuur zouden beschouwen, mocht ik één van de weinige niet-gevaccineerden worden... En wie weet, mag ik dan, als ware paria, ook nergens meer binnen en/of naar toe. Geen leuk vooruitzicht. Dus, met toch nog steeds behoorlijk wat tegenzin, jazeker, maar ook met nét dat ietsje méér sociaal engagement en filantropie, vergezeld van een tikje eigenliefde liet ik me gelaten richting vaccinatiecentrum voeren.
Het was er druk. De parking stond bomvol en de bedrijvigheid had iets van een bijzonder actief en werkzaam industrieterrein. Hele horden mensen haastten zich allemaal tegelijkertijd richting ingang: een redelijk smal paadje tussen nadarhekken. Omdat er op die manier niet echt sprake was 'van afstand houden' en ik me daar toch wel ongemakkelijk bij voelde, liet ik eerst een aantal personen voor gaan. Daar kwam uiteraard geen eind aan, dus noodgedwongen -en met een zucht, een vloek en een blik op de hemel- smeet ik mezelf uiteindelijk maar mee in de stroom. 
De mensenmassa had zo'n danige vaart dat ik al voortsnellend amper al m'n documenten op tijd uit m'n handtas gevist kreeg. Slechts enkele seconden later reeds sorteerden een aantal medewerkers van het vaccinatiedorp de aanstormende meute, razendsnel de formulieren controlerend, naar links of naar rechts. En toen was er plots weer ruimte om me heen. Alsof bij toverslag iedereen verdwenen was. Ineens liep ik daar behoorlijk moederziel alleen. Natuurlijk lag dat alles aan de meer dan uitstekende organisatie waarmee men iedereen zo efficiënt mogelijk in de juiste richting naar het juiste vaccin en dergelijk leidde, maar die koude rillingen over mijn rug kon ik toch niet bedwingen...
Op elk mogelijk hoekje, langs elk mogelijk hekje of touwtje, absoluut overal waar je maar keek, stond wel iemand die je met een ongelofelijke vriendelijkheid in de goeie richting stuwde. Voort, voort, sneller, sneller, hup, hup. Soms door wel drie personen tegelijkertijd werd ik, absoluut behulpzaam en beleefd, doch evenzeer kordaat, aangemaand niet te talmen, niet te aarzelen, en stevig door te stappen in de juiste richting. "Vee!", dacht ik bij mezelf, "wij zijn allemaal een stel schapen, of varkens!", en voelde me werkelijk als een koe, gedwee en gelaten op weg naar de slachtbank... Ja, zelfs die hele overdosis vriendelijkheid kon daar niets aan veranderen. In 't tegendeel zelfs: zóveel vriendelijkheid, en werkelijk bij élke vrijwilliger, van de allereerste tot de allerlaatste, in een wereld waarin een klein beetje aardig zijn al als 'vreemd' beschouwd wordt?! (lees mijn eerdere blogje: 'Vriendelijk.') Daar klopt toch iets niet helemaal aan, hoor. Bizar! Je zou voor minder achterdochtig worden, als ge 't mij vraagt...
Bon, bij elke volgende splitsing: opnieuw de documenten laten zien, om aansluitend weer netjes gesorteerd op 't juiste pad verder te snellen. Vlak voor de laatste ontdubbeling versperde een soort grote poortwachter me onverwacht de weg. Diep in m'n nogal duistere gedachten verzonken en me licht opgejaagd voort haastend, botste ik bijna pardoes tegen hem op. Met ogen, zo fenomenaal grijsblauw dat je er tijd en wereld in zou verliezen, keek hij onbewogen op me neer. Of ik allergisch was aan vaccins, en of ik bloedverdunners nam, wilde hij weten. Even totaal van mijnen apropos kostte het nog behoorlijk wat moeite om 't juiste antwoord te vinden en uit m'n mond te wringen, maar 'k mocht al gauw passeren, en, opnieuw correct voorgesorteerd, verder lopen langst het keurig afgebakend pad. Van verloren lopen of fout terecht komen is daar aan Spoor Oost absoluut geen sprake, hoor, ge moogt gerust zijn. "Ontsnappen onmogelijk!", voegde ik er voor mezelf nog grimmig grommelend aan toe en met nog meer van die ijskoude rillingen over m'n rug, had ik onverhoeds -mijn oprechte excuses aan eenieder die zich hierdoor om welke reden dan ook beledigd, misnoegd of tekortgedaan zou voelen- beelden in mijn hoofd van het uitsorteren van die mensenmassa's, pakweg 75 jaar geleden, die met volle treinwagons afgeleverd werden aan de concentratie- en vernietigingskampen...
Met een hoofd vol lastige en onoplosbare vragen zoals "Hoe wordt er beslist wie welk vaccin krijgt, en wie beslist dat dan wel?..." (ik had absoluut niks te kiezen) en nare, onbehulpzame ideeën als "We zijn verdorie allemaal proefkonijnen!" (godweet wat voor gevolgen deze prikken op lange termijn hebben...) arriveerde ik de inentingshokjes, de plaats waar de spuitjes aan hoog tempo gezet werden. Een super dikke pluim voor de organisatie, echt, want ik denk dat er tussen mijn aankomst op de parking en het plaatsnemen op het prikstoeltje geen 5 minuten verlopen waren, zo vlot ging dat alles. Al zeg ik er eerlijk bij dat ik eigenlijk op dat moment elk gevoel van tijd volledig kwijt was...
Schril afstekend bij de bijna overdreven vriendelijkheid van de tientallen vrijwilligers die ik daarvoor gepasseerde, was de houding van de dame die in het mij toegewezen hokje de spuitjes zette. Zonder een woord te zeggen bekeek ze mij vluchtig van kop tot teen, legde het vaccin en een barcodesticker op het stoeltje naast me en verdween weer even. Ik zat daar en wachtte. Bij haar terugkomst gebaarde ze, nog steeds zonder één woord, met haar handen de vraag 'links of rechts'. Luidop en aan haar gericht redeneerde ik: "Blijkbaar kan uw spier nogal pijnlijk zijn na het spuitje. Ik ben rechtshandig. Dus misschien beter links dan." Het laatste woord had m'n mond nog niet verlaten, of ze plofte het spuitje al in m'n bovenarm. "Sticker meenemen en uitgang langs dáár!", zei ze kortaf en een beetje vaag verder wijzend. En voor ik het goed en wel besefte, was ze alweer verdwenen. 
Opnieuw langs een keurig afgebakend pad met eindeloos veel vriendelijke vrijwilligers ging de weg naar buiten. Er moest onderweg nog wel vijf minuutjes gezeten en gewacht worden. Voor 't geval ge daar onmiddellijk stevig lijfelijk verzet tegen de ingespoten stoffen zou gaan tonen, hé. Ook hier werd niets aan het toeval overgelaten. Onder het bijzonder waakzame oog van enkele heen en weer patrouillerende medewerkers zat iedereen, elk met z'n eigen vertrekuur op het bewijs van vaccinatie in de hand, op de netjes uitgemeten afstand en met het oog op één van de vele televisieschermen met klok gericht, wat in zichzelf gekeerd te wachten. Het duurde me lang, veel te lang. Het lawaai van heel die mensenmassa, het gedreun van de plankenvloeren in de tenten onder al die vele voeten, de luid schallende muziek daar nog overheen, gemixt met al die op z'n minst onaangename gedachten in mijn hoofd... 't Was te veel. Ik wou weg van daar, en liefst zo snel mogelijk. En natuurlijk tikken op zo'n moment die luttele minuten dan pas écht tergend traag voorbij...
Weer veilig terug thuis, bleef Betty nog heel even gezellig bijkletsen, zoals we wel vaker doen. Maar ik was moe, heel moe. Resultaat van het spuitje? Of van veel te veel donkere gedachten? Ik weet het niet. Feit is wel dat ik na Betty's vertrek als een blok in de zetel in slaap viel. En dat bleek het startsein van bijna 3 dagen slapen, rondhangen, dutten, algemene zombietoestand. De hele linkerkant van mijn lijf leek wel pijnlijk platgewalst, geen honger, alleen vreselijk dorst, m'n gedachten waren warrig en onsamenhangend, en m'n ijl hoofd deed me wankel op m'n benen staan. Het kostte me zaterdagnamiddag werkelijk de állergrootste moeite om eerst aangekleed en daarna heen en terug naar de bakker te strompelen met dat verschrikkelijk duizelig kopke. Alsof ik met een volledige bak trippel in m'n systeem toch kost wat kost keurig rechtdoor, zonder heen en weer slingeren, beschaafd en parmantig stappend als de dame die ik ben, die 2 maal 500 meter wilde afleggen... Ja, stom van mij om net dan een bestelling voor mijn heerlijke speciale broodjes te plaatsen. En inderdaad: al even stom om die dan ook nog eens onvermurwbaar en gedecideerd zelf te willen gaan halen... Met als gevolg dat m'n pijp uiteraard achteraf pas écht uit was. Maar... als je zulk een geldig excuus hebt om eens 2, 3 dagen jezelf volledig te laten gaan -slapen, hangen, niks- dan moet je je niet generen, er gewoon voor gaan, en, indien mogelijk, er nog dik van genieten ook! 't Zal wel zijn! 
Bij deze is die eerste prik dus gepasseerd. Check! De tweede volgt over een kleine 8 weken. Ik begin nu alvast te oefenen op meer vrolijkere en opbeurende gedachten om dan mee te nemen. Kwestie van niet weer zo'n horrorblogje te moeten schrijven, hé... Ik moet ook een beetje aan 't welzijn van m'n lezers denken, toch? Wordt vervolgd dus! ;-)






zaterdag 22 mei 2021

Vriendelijk.

Verschrikt deden ze tegelijkertijd, alsof het een op voorhand ingestudeerd danspasje was, een stap achteruit; de beide dames achter de toonbank bij de bakker. Het jongere meisje met een vrolijke paardenstaart, dat me bediende, stamelde onmiddellijk een hele reeks verontschuldigingen. De wat oudere blonde dame naast haar, duidelijk de bazin, begon meteen verwoed in de bestellingen te bladeren. En ik, ik kon niet volgen, helemaal niet. 
Met al die voedselintoleranties en lijfelijke mankementen van mij bestel ik mijn speciale, doch echt geweldig lekkere gluten-, lactose- én koolhydratenvrije broden -als bij wonder te verkrijgen bij deze bakkerij op slechts wandelafstand van mijn huis (hoeveel chance kan ne mens in 't leven hebben, hé)- voor alle zekerheid steeds een dag of zo op voorhand. Kwestie van zeker te zijn dat ze er nog een paar voor mij over hebben tegen de tijd dat ik eindelijk eens op gang geraak...
Zo had ik dus gisteren ook even opgebeld om voor vandaag 2 van die broodjes te reserveren. En... wat bleek? Er was er slechts ééntje opzij gelegd!... Ach, daar zit ik niet mee, helemaal niet. Dan wandel ik volgende week nog wel eens een keertje terug tot daar. Ja toch?! Simpel. Maar aan de reactie van de beide dames te zien, had men om deze kleine vergissing minstens een enorme, roodgloeiend woedende scheldtirade van mij verwacht... Ze stonden, tot mijn ontzettend grote verbazing (ik was nog altijd niet echt helemaal mee), even volledig met hun mond vol tanden, om mijn, nog steeds, hele rustige en vriendelijke 'niets aan de hand' houding.
"Wauw, was iedereen maar zo vol begrip!", zuchtte de blonde dame duidelijk opgelucht. Ik vraag me, ocharme, af wat voor bullebakken van klanten je eigenlijk wel gewoon moet zijn -en op de koop toe op dagelijkse basis- als het je zó verbaast wanneer iemand eens totaal géén spel maakt van een foutje en simpelweg vriendelijk blijft en begrip toont... "Allé!", antwoordde ik nog steeds met enig ongeloof, "da's toch normaal! Iedereen kan al eens een foutje maken, hé. Ik ben toch zelf ook niet feilloos." Ze bevestigden beide dat de meeste mensen er jammer genoeg totaal anders over dachten, aan hun reacties te merken, en het deed hen beiden duidelijk deugd nog eens een ander soort klant over de vloer te hebben. Tijdens het afrekenen van dat ene aanwezige broodje bood het jongere meisje heel behulpzaam aan om het andere broodje, dat ik tekort kwam in mijn bestelling, morgen zondag voor me opzij te leggen, maar dat vond ik niet nodig. Een beetje guitig verzekerde ik haar dat ik met één broodje al zeker niet van honger zou omkomen dit weekend, en vervolgde met een knipoog giechelend: "'k Heb trouwens, zo rond als ik ben, nog genoeg reserve!" Meer van opluchting dan om het stomme mopje gniffelden ze voorzichtig een beetje met me mee en wensten me redelijk overdadig van harte een heel erg fijn weekend. Met een brede glimlach verliet ik de winkel, terug de gietende regen in, gehuld in m'n vrolijke knalrode regenjas en bijhorende knalrode rubberlaarsjes. Het voelde heel fijn om door doodgewoon vriendelijk, begripvol en beleefd te zijn iemands dag goed te maken.
Onderweg terug naar huis keerde dag fijne gevoel echter enigszins. "Wat gaat er in 's hemelsnaam fout in de wereld, als vriendelijkheid iets uitzonderlijks geworden is?...", dacht ik een beetje triest bij mezelf. Zouden de mensen (ondertussen, ergens, zonder dat ik het echt opgemerkt heb) zodanig bang geworden zijn dat ze als vriendelijke persoon volledig onder de voet gelopen zullen worden, niet als waardevol of volwaardig zullen aanzien worden, of dat ze ik-weet-niet-wat-of-hoeveel tekort gaan komen, en ze daarom hun vriendelijkheid liever achterwege laten? Voor zover ik weet, kost vriendelijk zijn ook geen extra tijd of energie... Of zie ik het allemaal verkeerd?... 't Is niet omdat ge vriendelijk zijt, dat ge over u heen moet laten lopen, of u tekort moet laten doen, hé. Dat zijn toch totaal andere en volledig van elkaar losstaande dingen. En naar mijn mening word je alleen maar waardevoller als je aardig bent. Ambras gaan staan maken over iets kleins als een ontbrekend brood kost zeker en vast meer tijd dan vriendelijk begrip tonen voor een onnozel menselijk foutje. Ik begrijp dat het heel vervelend kan zijn als iets in jouw planning mis loopt door een abuis van iemand anders, zeker als je bijvoorbeeld niet zoveel tijd als ik hebt om nog eens een keertje op 't gemak terug te komen, maar geef toe: 't is niet omdat ge er u wreed lelijk over gaat staan opwinden dat dat brood in kwestie ineens, en als bij toverslag, wél tevoorschijn komt, hé... Trouwens, de bakken energie die het kost om zo koleirig te zijn... Tja, sorry, zenne, die steek ik veel liever in meer opbeurende, gelukkig-makende en 'mooie' (zowel voor mezelf als voor anderen en/of de wereld) bezigheden. 't Zal toch wel zijn, zekers!
Het maakt trouwens ook niet echt uit of iemand anders blij wordt van jouw vriendelijkheid, of er dankbaar voor is. De mensen waaraan zoiets totaal niet besteed is, bestaan nu eenmaal -jammer maar helaas- ook. Los van elke mogelijke reactie versterk je door vriendelijk te zijn sowieso je gevoel van eigenwaarde en geluk. Ja, inderdaad: je wordt er dus zelf ook zoveel gelukkiger en blijer van! Echt waar. Probeer het maar eens uit op een dag waarop je overduidelijk met 't verkeerde been uit 't bed gestapt bent... ;-) 
Ik stel mezelf ook regelmatig in de schoenen van de andere persoon voor. Hoe wil ik door de mensen behandeld worden? Ook als blijkt dat ook ik -zoals absoluut iédereen!- niet onfeilbaar ben... Of als mijn minder leuke kantjes -die ook absoluut iédereen heeft!- hun kop eens opsteken... Vriendelijk zijn wordt op die manier meteen een heel stuk makkelijker, geloof me.
"Een vriendelijk woord hoeft niet veel tijd te kosten, maar de echo ervan duurt eindeloos.", zei ooit Moeder Teresa en daar ben ik het helemaal mee eens. Vriendelijkheid is fantastisch besmettelijk, en da's dan qua besmettingen tenminste weer eens uitstekend nieuws in tijden van pandemie! Bij deze neem ik me dus alvast vrolijk voor om volgende week, bij het opnieuw om brood gaan, nog eens stevig wat mensen aan te steken! Woeha! ;-)














(vertaling: Eén vriendelijk woord kan iemands hele dag veranderen.)

woensdag 21 april 2021

Ecologisch verantwoorde bezigheidstherapie.

Wie mij al een beetje kent, weet dat ik behoorlijk 'groen' aangelegd ben. Niet alleen in het 'groene vingers hebben', maar ook in het zo milieuvriendelijk mogelijk te leven. Dat eerste kregen we zeker en vast al van thuis uit mee, met die fenomenale tuin, waarin we als kind steevast 'mochten' helpen aan het onderhoud. En persoonlijk vind ik dat het tweede onlosmakelijk vasthangt aan het eerste: als je van de natuur houdt -in welke vorm dan ook- dan draag je daar zorg voor. Punt. Allé, dat is toch mijn idee. Mijn ecologische voetafdruk is dan ook opvallend klein, toch zeker ten opzichte van de meeste van mijn kennissen en vrienden. Maar, zoals met zoveel: het kan nog áltijd beter.
Bij ons in de familie zijn het vooral het gezin van mijn zus Jacinta, en absoluut met stip op nummer 1 haar dochter, mijn oudste nichtje Noa, die uitzonderlijk milieubewust trachten te leven. Bij hen totaal geen plastieken verpakkingen, liefst verplaatsingen per fiets of openbaar vervoer, en -uiteraard- al vele vele jaren vegetarisch, of zelfs veganistisch. Om maar een paar voorbeelden te noemen. Noa gaat, al sinds ze nog erg jong was, in al dat soort zaken een beetje met de fakkel voorop. Op haar wereldreizen als professionele danseres zal ze bijvoorbeeld eerder de trein nemen dan het vliegtuig, al kost het haar dan makkelijk 10 of 20 keer meer geld en tijd. Indrukwekkend, niet?
Noa schrijft ook. (zie ook: Vrouwengereedschap.nl) Veel van haar artikels gaan over vrouwenrechten en -bewustzijn, maar als onafscheidelijk daarmee verbonden geeft Noa interessante tips over ecologisch verantwoorde producten, o.a. voor vrouwelijke hygiëne en anticonceptie. Wij leven tegenwoordig absoluut in een enorme wegwerpmaatschappij en veel van de doodgewoonste dingetjes die wij vrouwen dagdagelijks gebruiken -denk maar aan vochtige doekjes, maandverband, ontschminkingswattekes en dergelijke meer- vergroten zeer zeker mee die enorme, aan hoge snelheid groeiende afvalberg. Om nog maar te zwijgen over de mogelijke gevolgen van die wegwerpdingen voor onze eigen gezondheid...
Zoals altijd uitkijkend naar ideetjes en tips om het nog beter te doen op vlak van 'zorgen voor deze prachtige blauwe planeet', las ik al de artikels met veel interesse, en jawel, ik haalde er natuurlijk ook weer inspiratie uit!
Wattenschijfjes en wattenstokjes. Die zou ik gaan vervangen door zoveel duurzamere vervangers! Die wattenstokjes, dat was zeer gauw opgelost: in plaats van de typische plastieken koop ik er nu -als ik er al koop- met houten stokjes. Maar voor m'n oren gebruik ik zo'n handig in warm water afwasbaar instrumentje vervaardigd uit siliconen. Eindeloos herbruikbaar en praktisch. En het werkt perfect. Propere oren, ge moogt gerust zijn.
Zoveel tijd geleden, op het moment dat ik dit plan aanvatte, zocht ik ook naar die herbruikbare wattenschijfjes op het internet met de bedoeling me deze eveneens aan te schaffen. Ik schrok toen me echter een ongeluk van de prijs. Dat was er zwaar over, naar mijn gedacht! Amai! Niet voor mijn portemonnee dus.
Maar, zoals gewoonlijk met dat soort zaken: als je even op google op zoek gaat, dan vind je onmiddellijk massa's tips om zelf aan de slag te gaan met wat stofjes en een naaimachine. Ik kwam zelfs patroontjes tegen om zulke schijfjes te háken! En waarom ook niet. Volgens mij hadden duizenden vrouwen dezelfde reactie als ik bij die toentertijd te koop zijnde, véél te stevig geprijsde productjes... 
Bon, persoonlijk leek mij de combinatie tussen de wat grovere structuur van badstof en de gladde zachtheid van een microvezeldoekje ideaal voor mijn persoonlijke wattenschijfjes. En omdat ik -dat weet ge vermoedelijk ook al lang over mij- graag heb dat alles mooi bij elkaar past, zocht ik naar materiaal in de kleuren van mijn badkamer. Vanaf nu geen witte schijfjes meer voor mij, maar een tint turquoise of appelblauwzeegroen!
De stofjes waren zeer snel gevonden -in m'n eigen badkamerreserve, waar anders?- en 'k had nog garen in de juiste kleur ook. Ik kon dus beginnen. Maar... ge kent dat: zoveel andere dingetjes moesten nog eerst, of 'k had weer eens geen goesting, of... Met andere woorden: de vervaardiging van die ecologisch verantwoorde herbruikbare wattenschijfjes schoof stilletjes en ongezien op de lange baan. Tot vorige week.
Toen vorige week mijn naaimachine op de grote tafel stond voor een herstelwerkje voor een buurvrouw, had ik per ongeluk ook die stofjes en dat garen voor die schijfjes plots in m'n hand en in een vlaag van grote creatieve goesting heb ik mezelf uiteindelijk toch op dat klusje gestort. Eerst netjes vierkantjes knippen, ongeveer ter grootte van zo'n oorspronkelijk gebruikt wattenschijfje. De bedenking dat mijn nieuwe schijfjes eigenlijk net zo goed gewoon vierkant mochten blijven -zoooooooveel makkelijker op te stikken- schoof ik toch ter zijde: die mooie cilindervormige -ooit, lang geleden op een rommelmarkt op de kop getikte- wattenschijfjeshouder in m'n badkamer zou daarmee onbruikbaar worden. Weggooien gaf dan mogelijk weer extra plastiek op de afvalberg, en ik zou noodgedwongen een andere opbergmanier moeten fabriceren of kopen... Dus: toch maar rond.
Met het oude wattenschijfje als 'patroon' stikte ik zo netjes mogelijk 2 vierkantjes uit de verschillende stofjes in een rondje aan elkaar. Da's heel erg vergelijkbaar met pannenkoeken bakken: het eerste exemplaar trok op niet veel. De badstof haakte achter het naaimachinevoetje, de naald schoof fout uit op de microvezel, de totaal verschillende stoffen werkten elkaar serieus tegen... 't Was een stuk minder vanzelfsprekend dan ik -'dat smijt ik wel efkes rap tussen de soep en de patatten in elkaar'- gedacht had...
Geduld is een schone zaak, en geduld, dat heb ik. Ja, 't werd een beetje uitzoeken en wat geworstel, maar volgens mij heb ik niet één keer een krachtterm gebruikt, dus al bij al viel het echt reuze mee. hihihi
Na het rondjes stikken knipte ik de hoekjes weg. Met een heel pak gefrul en gefriemel en de hulp van een stevig potlood draaide ik de rondjes vervolgens binnenstebuiten om alle mogelijke rafels aan de binnenkant te hebben. En tot slot stikte ik, na de rondjes even goed plat te hebben gestreken, nog een toerke aan de buitenkant voor de stevigheid en de vorm, en sloot daarmee meteen ook het kleine naadje van het omdraaigaatje. Klaar.
Aan het eind van de middag lagen er 28 afgewerkte, min of meer ronde schijfjes op de tafel. Net genoeg om mijn wattenschijfjeshouder geheel te vullen. Ik zocht, en vond, tussen m'n cadeau- en juwelenzakjes nog een bijpassend waszakje voor de (binnenkort) gebruikte en dus te wassen rondjes, en vervolgens mocht alles z'n plaats in de badkamer innemen. Mooi. Ik was heel tevreden.
Trots op mezelf en het alweer verkleind hebben van m'n ecologische voetafdruk vertelde ik de volgende dag over mijn creatieve namiddag aan m'n moeder. "Waar da gij nu nog mee bezig zijt!" reageerde ze doodleuk en een beetje laconiek, "Bij de Zeeman kunt ge die dingen tegenwoordig voor een habbekrats kopen!..." Ik donderde zowat van onnozelheid van m'n stoel. Al die tijd had ik uiteraard niet meer online of elders gekeken naar dit soort wattenschijfjesvervangers en was uitsluitend nog gefocust geweest op dat 'zelf maken'. Bij het checken van m'n moeders bewering op het internet bleken deze kleinoden ondertussen inderdaad zowat absoluut overal én op de koop toe aan fantastische betaalbare prijzen te verkrijgen... Ja, lap, zeg, komt dá tegen!
Och, weet je, ik kan er eigenlijk alleen maar blij om zijn, dat het gebruik van zulke kleine en, laat ons eerlijk zijn, ook zeer haalbare dingetjes, die stuk voor stuk helpen het milieu en dus onze geliefde blauwe thuisplaneet schoner te maken, toch al zo wijdverspreid en aanvaard is, dat allerlei winkels en ketens ze produceren en/of verkopen. Schitterend toch?! Zo hoef ik nu absoluut niet zuinig te zijn op m'n eigengemaakte. Ze mogen rustig verslijten. De volgende set kan ik eenvoudigweg kopen. En dan zullen het perfect ronde zijn!...
Spijt van mijn frul-naai-pruts-namiddag? Nee, hoor, bijlange niet! Zo nog eens stevig creatief bezig zijn, gaf me goesting naar meer, en da's alleen maar mooi meegenomen. En misschien kunnen we het eigenlijk allemaal wel eens gebruiken, hé, zo een paar uurtjes ecologisch verantwoorde bezigheidstherapie... Niet dan?! ;-)



vrijdag 9 april 2021

Het lijstje van Yari.

"Vijgen na Pasen". Volgens mij is die uitspraak behoorlijk van toepassing op dit verhaal... Tja, af en toe gebeurt het me wel eens, dat ik iets heel graag al schrijvend wil vertellen, en dat, ondanks alle enthousiasme of begeestering, het er toch niet van komt. Als je mij al een beetje kent, dan weet je dat zoiets absoluut geen kwestie van 'kwaaie wil' is, maar meestal heel gewoon 'het leven' dat ertussen komt. Jammer genoeg gebeurt het daardoor dat zulke vertelsels, zij  het nog steeds netjes -vaak al met een summier inhoudelijk schema- genoteerd in m'n notitieboek, nooit volledig uitgeschreven in de computer en gepubliceerd raken. Heel af en toe komt er nog wel eens eentje van pas in een andere context, maar meestal raken ze tot mijn eigen grote spijt en hoofdzakelijk wegens 'vijgen na Pasen' in de vergeethoek. 
Dit verhaaltje had ik eigenlijk al ergens tussen kerst en nieuw, of toch ten laatste in het begin van het nieuwe jaar willen schrijven, maar... Inderdaad, 't is me dus weer eens gebeurd, 'het leven'. Zucht. Het was en is me echter te belangrijk om het zo te laten. Dus 'vijgen na Pasen' of niet, met een serieuze vertraging en een stevig intro (*knipoog*) schrijf ik het nu alsnog. 
Herinnert u zich mijn kerstconcertvervangende filmpjes nog? (nog steeds op YouTube te bekijken, mocht je je memorie even willen opfrissen... hahaha) En misschien schiet u dan ook wel weer het verhaal te binnen van heel die historie met de falende camera's. Mocht je al dat gedoe en gesukkel (nog eens) willen lezen: zie het blogje De opnames: Roger. Uiteindelijk kwam de meer dan fantastische oplossing van Yari, zoon van goede vriend Serge, die hier beiden ook in het gebouw wonen. Ik mocht toen, zonder enige tijdslimiet, zolang ik ze nodig had, zijn fantastische professionele camera en statief gebruiken. Heerlijk! 
Toen we elkaar na afloop van de opnames bij het terug overhandigen van het geleende materiaal weer ontmoetten, vroeg Yari's vader me of ik eigenlijk boodschappen deed met een lijstje. Zo out of the blue is dat inderdaad een nogal vreemde vraag, maar de reden kwam er snel genoeg achteraan. Uiteraard doe ik boodschappen met een secuur opgesteld lijstje. Zowel wegens financiële redenen als om het simpele feit dat ik een gruwelijke hekel aan verspilling heb, haal ik steeds exact in huis wat ik nodig heb. Niet meer, niet minder. Dat vraagt om een ver doorgedreven planning en zoiets werkt niet zonder boodschappenlijstje. "En schrijf je dan gedurende de lopende week of de maand ook ergens op wat je bij de volgende winkelronde zeker niet mag vergeten meebrengen?", vervolgde Serge zijn vraagstelling. Yep, aan mijn ijskast hangt een mooi papiertje en een balpen met daarop vooral dingetjes die niet standaard elke keer gekocht moeten worden, zoals vuilniszakken of detergent en dergelijke. "Aha!", zei Serge vrolijk, "dan heb ik iets ongelofelijks voor u!" En met een fierheid die alleen maar vaders eigen is (ik herinner mij de mijne maar al te goed, wat dat betreft ♥️), liet hij mij een app op zijn mobiele telefoon zien. 
Even tussendoor, voor wie niet weet wat een app is: 'app' is de afkorting van 'applicatie', letterlijk vertaald 'toepassing', een programma dus, voor een smartphone, tablet of computer. 
In het laatste jaar van het middelbaar had zijn zoon Yari, 19 jaar jong, en ondertussen begaafd student 'Toegepaste Informatica', als eindwerk 'iets' moeten ontwikkelen. En dat moest iets nuttig en bruikbaar zijn. Hij heeft er heel lang over nagedacht, maar bij het boodschappen doen met zijn vader, viel het hem op dat zij steeds weer dat proper geschreven papieren lijstje thuis vergaten. Hun gsm echter, die hadden ze altijd wel op zak. Aldus het lumineuze idee: Yari ontwierp een digitaal boodschappenlijstje in de vorm van een gratis app!
Begin maart vorig jaar stond de eerste versie op z'n eigen smartphone. Er moest nog wat visueel aan bijgestuurd worden, maar de basis was klaar. Ik vertel er graag bij, zeker voor diegenen onder mijn lezers die niet zo thuis zijn in heel die computerwereld, dat zoiets betekent dat Yari de nodige software voor deze toepassing volledig zelf bedacht en schreef. Zo'n programmatie bestaat uit een eindeloze reeks codes die allemaal afzonderlijke instructies vormen om tot één uiteindelijke beweging op het scherm te komen. Ge kunt u misschien al wel voorstellen dat je dat niet in één, twee, drie efkes in elkaar smijt...
Ik herinner me van lang geleden, toen wij thuis, al 20 jaar voor dat 'normaal' was, één van de allereerste computers hadden, en we, om één klein spelletje 'Pong' te kunnen spelen, wat niet meer voorstelde dan twee op en neer bewegende groene verticale streepjes en één groen heen en weer bewegend bolletje op een zwarte achtergrond, eerst ongeveer een uur codes mochten zitten intypen. Ik begrijp dus prima hoe die dingen in elkaar zitten en hoeveel werk erin kruipt... Zoveel is duidelijk.
De eerste lockdown kwam voor Yari eigenlijk goed van pas. Zo had hij tijd zat om alles netjes af te werken, en midden mei 2020 werd er goedkeuring aangevraagd bij Google, om zijn geesteskind te publiceren en aldus aan het grote publiek voor te stellen via Google Play Store. Daar komt nog heel wat bij kijken aan controles en dergelijke, maar het lukte.
Onder het bedrijfsaccount YDH Productions (naar zijn eigen naam: Yari De Herdt) maakten in eerste instantie vrienden en familie kennis met 'My List', de app met het boodschappenlijstje. En dat bleek zo'n groot succes dat Yari aan de hand van feedback van deze eerste gebruikers meteen al een paar aanpassingen kon programmeren. Behalve in het Nederlands en Engels, de oorspronkelijke talen van de app, werd de toepassing bruikbaar in niet minder dan 12 talen. Ja, echt waar, zowat over de hele wereld maken er op dit moment mensen gebruikt van Yari's lijstje in hun eigen taal. Ik vind dat echt sterk werk!
Om dit verhaal met de juiste details te kunnen vertellen, had ik een soort interview met Yari, en hij vertelde me dat hij eigenlijk nog zoveel meer boeiende ideetjes had voor deze app, maar omdat het een schoolproject betreft en daardoor een beperkte grootte heeft (maximum 6 MB, voor wie het zou interesseren) (en zoals ze nu is, beslaat de applicatie 5,42 MB), is er gewoon niet meer plaats om nog extra's toe te voegen. Hij liet het aan z'n trotse vader om me er vlotjes achteraan te verklappen dat het alleszins meer dan ruimte genoeg was om bij de beoordeling door de examencommissie een schitterende 82% te behalen!... Goed, hé?!
Nu zitten jullie als lezers ondertussen misschien al op ne schuppensteel om deze app eens te bekijken, en wie weet ook te installeren en te gebruiken. En dat vertel ik jullie maar al te graag, want 't is ook echt ontzettend handig. (Ha ja, anders zou ik er geen reclame voor maken, hé...) Bon, bij deze dus: het is eigenlijk een eenvoudig boodschappenlijstje in je mobiele telefoon. Je doet het open en schrijft (met woordenboekherkenning, als je dat gebruikt in je telefoon) wat je normaal gezien zou noteren op je stukje papier. Voor elk woord verschijnt vanzelf een klein vierkantje. Dat kan je dan aanvinken telkens je het item in kwestie in je winkelmand of -karretje geplaatst hebt. En de aangevinkte dingen kan je vervolgens of laten staan, of één voor één wissen, of allemaal samen verwijderen. Zoals je op je papieren versie iets met een balpen doorstreept. En wat je met een papieren lijstje niét kan, is het doorsturen naar iemands smartphone. Als jij zelf noteert wat er gekocht moet worden, maar iemand anders voor jou naar de winkel gaat bijvoorbeeld.  
Yari bedacht zich -ik deed dat ook onmiddellijk, en vermoedelijk nog mensen met mij- dat je dit lijstje gerust ook voor allerlei andere opsommingen kan gebruiken. Ik denk bijvoorbeeld aan klusjes-nog-te-doen, dingen-vandaag-af-te-werken, met kerst de namenlijst van de nog te kopen cadeautjes, enz. Er zijn tal van toepassingen, volgens mij. Daarom heet deze app ook 'My List', vertaald 'mijn lijst', en niet 'boodschappenlijst' of iets dergelijks.
Ben je nu enthousiast en wil je de app ook op jouw smartphone, dan is dat heel eenvoudig. 'My List' is helemaal kosteloos -100% gratis dus!- en van toepassing op alle merken toestellen, behalve die van Apple. Je vindt 'My List' online in de Google Play Store (de winkel van Google voor apps). Vermoedelijk moet je even scrollen, want er bestaan nogal wat lijstjes -amai, mijne frak, duizenden!- maar kijk uit naar het icoontje zoals in het plaatje bij dit verhaal. Veel eenvoudiger wordt het als je in de lijst gratis apps zoekt naar 'My List YDH Productions', dan staat die van Yari meteen vooraan. Of moet het echt breinloos makkelijk voor je, klik dan simpelweg op deze link: My List. hihihi
Kies dan je taal. In mijn geval dus 'My List [Nederlands]', maar als jij liever in het Spaans of zo -voor mijn part desnoods zelfs in het Swahili- boodschappen doet, dan mag en kan dat natuurlijk ook. Klik vervolgens op 'installeren' en klaar. Da's alles. Simpel. Je kan er onmiddellijk mee aan de slag en hoeft je nooit meer voor het hoofd te slaan als je in de winkel beseft dat je papieren lijstje nog op de keukentafel ligt.
Ik ben er nog altijd een beetje van onder de indruk, maar voor de immer bescheiden Yari was het duidelijk maar een heel klein beginnetje. Die zit ondertussen elke dag vele lange uren te programmeren aan een volledig gezelschapsspel! Wauw, indrukwekkend!!! "Zou hij nu z'n eigen 'My List' lijstje gebruiken om te noteren wat er nog allemaal moet gebeuren?", dacht ik er eventjes gniffelend bij. En ja, 'k weet het, dat was een beetje stout van mij. Maar, 'k ben sowieso razend benieuwd naar het eindresultaat! Het wordt vast ook een geweldig succes. Ik hou jullie op de hoogte, hoor. 
En die vijgen na Pasen? Tja, 't is inderdaad alweer een week na Pasen, maar geef toe dat dit verhaaltje ook nu nog heel interessant is. En die vijgen? Op tijd en stond, bijvoorbeeld als tussendoortje, kan ik zo'n lekker zoete vijg, vers of gedroogd, dat maakt me niet uit, echt wel smaken. Dus bij deze zet ik ze meteen bij op m'n digitale boodschappenlijstje. O ja. ;-)

Het Lijstje van Yari.




zondag 4 april 2021

Zondagochtend, Pasen 2021.

Zondagochtend, Pasen 2021. Zacht gefilterd door de dikke roze gordijnen valt er een minimum aan morgenlicht de slaapkamer binnen. Knus en warm omgeven door m'n grote roze nest van kussens, lakens en dekentjes geniet ik van het nog net niet helemaal wakker zijn. Kater Poekie tracht me te overhalen om in beweging te komen en de dag te beginnen, en dan het liefst door hem nu meteen te eten te geven! Maar ik lig echt nog veel te lekker. Voor deze ene keer krijgt hij zijn goesting dus eens niet. "Niet getreurd, en van de nood een deugd maken!", zal hij gedacht hebben en legde zich, na wat gezellig gewroet en gekneed, tot een pluizig bolletje opgerold in de kromming van mijn benen. Alles is rust en vrede, zoals dat betaamt op een echte Paasdag.
Lang vervaagde herinneringen aan lang vervlogen paasdagen mengen zich in mijn nog half slapende brein met m'n huidige leven en omgeving. In mijn verbeelding wacht me, daar achter de gesloten gordijnen, een terras exact zoals de grote tuin in de Schoolstraat op Paasochtend in mijn kindertijd. Verstopt tussen de bonte bloemen en struiken, en met veelkleurige lintjes hangend overal aan de bomen en plantenrekjes: een overdaad aan chocolade eieren en vrolijk gekleurd suikerwerk. Ja, de klokken waren bijzonder gul, elk jaar weer. Naast van die grote holle eieren in alle mogelijk soorten chocola, en in elke denkbare grootte, meestal met zo'n kleurrijk lintje bovenaan, altijd met een mooi paasreliëf natuurlijk en al dan niet rammelend gevuld met van die regenboogkleurige suikeren minibolletjes, was er ook steeds een hele lading van die kleine gevulde eitjes, al dan niet met een glimmend foliepapiertje eromheen. Meestal zat er hier en daar ook nog een lekkere chocolade paashaas tussen de narcissen verstopt. Ik heb ze al lang niet meer gezien, maar toen werd al die chocolade ook nog uitgebreid vergezeld door een heel leger knalgele suikeren kipjes. En als ik het me goed herinner, ook door van die pluizige, niet eetbare, ietwat misvormde kuikentjes, gemaakt uit pijpenragers. Kuikens die je altijd op hun pootjes probeerde te zetten en een enigszins deftige vorm trachtte te geven, iets wat zelden goed lukte...
In mijn Paasochtendverbeelding wacht mij, daar achter de nog gesloten roze gordijnen, een terras overladen met minstens even veel kindervreugde. Alsof de Klokken van Rome er een paar keer extra over heen en weer gevlogen zijn, en ik zo dadelijk op m'n pantoffels en in m'n roze (ja, toen ook al!) gebloemde kamerjasje van weleer, met een mandje in de hand, omgeven door m'n opgewonden uitgelaten broertjes en zusjes, losgelaten wordt om al dat lekkers bij elkaar te zoeken. Ik mis dat soort ongebreidelde vreugde en tomeloze enthousiasme tegenwoordig meer dan ooit. De overweldigende geestdrift van het zoeken en de fenomenale blijdschap van het vinden, de onschuldige verwondering ook, en het zalige gevoel van overvloed en rijkdom... Het allemaal opnieuw intens belevend lig ik nog steeds volmaakt gelukkig te genieten in de warmte van de mij zacht omarmende kussens en dekens. De meer dan heerlijke herinnering aan de glunderende snuiten van ons va en ons moe, hun duidelijk voelbare opgetogenheid en geluk, en zeker die sprankelende pretlichtjes in hun ogen, als ze hun kroost zo bezig zagen in de tuin op Paasochtend, doet me zo breed glimlachen dat zelfs de soezende Poekie het merkt. Nadat hij zich uitgebreid -hoe lang kan een kat eigenlijk zijn?!- uitgerekt heeft, komt hij toch nog eens, voor alle zekerheid, je weet maar nooit, met z'n natte neus tegen mijn voorhoofd checken of ik ondertussen eventueel al in beweging wil komen. Eigenlijk ben ik nog totaal niet bereid om al die heerlijke verbeelding los te laten, maar ik weet heus wel dat er zich aan de andere kant van de gordijnen geen paaseitjes te rapen zullen zijn, en je nu eenmaal niet voor eeuwig in dromenland kan vertoeven...
De vrolijk voor me uit richting keuken huppelende poezen Poekie en Pompon maken sowieso veel goed: kinderlijk onschuldig enthousiasme om het komende lekkers! Het is wel opvallend vergelijkbaar, niet dan? De gordijnen in de slaapkamer laat ik, om de verrukkelijke verbeeldingsbubbel nog niet helemaal door te prikken, nog even dicht. En om al die zaligheid nog even langer vast te houden, besluit ik het onmiddellijk, hier en nu, stantepede, zonder dralen of uitstellen, nog voor ontbijt, wassen en aankleden, neer te beginnen schrijven. Zo geniet ik er niet alleen langer van, maar kan ik er ook anderen van laten meegenieten. En m'n fotoboeken haal ik er zo dadelijk ook nog even bij. Kwestie van het plaatje letterlijk en figuurlijk helemaal volledig te maken, hé.
Het schrille geluid van de rinkelende telefoon, met mijn moeder aan de andere kant van de lijn, voor ons dagelijks gesprekje, verbreekt abrupt m'n schrijfconcentratie. Dan kan ik net zo goed even m'n paasontbijt gaan nuttigen: verse toast met komkommersalade en hardgekookte eitjes in schijfjes. Eigenlijk is het ondertussen meer brunchtijd geworden, bijna middageten zelfs. O, nu het toch al zo laat is, kan ik met m'n grote mok dampende koffie in de hand meteen wel even op de televisie kijken wat de paus vandaag te vertellen heeft en misschien ook de 'orbi et urbi' zegen meepikken. Da's eveneens een traditie uit mijn kindertijd. Vaticaanstad gaat duidelijk ernstig gebukt onder verschrikkelijk strenge coronamaatregelen. Geen enorme mensenmassa voor de basiliek, geen overdonderende bloemenpracht uit Nederland, geen fanfares of koren, geen gejuich en geklap. Wel soberheid en ingetogenheid, en een paus die hele wijze, warme en vooral bemoedigende woorden spreekt. Mooi in alle eenvoud, vind ik, en ik voel me oprecht ook hierdoor gezegend.
Terwijl ik naar de drukdoende vogeltjes -er wordt al nestmateriaal verzameld, zie ik- daarbuiten in de tuin en op de voederplekjes van m'n terras kijk, breekt het zonnetje door. Meteen denk ik lachend terug aan die ene half gesmolten paashaas, die we pas een week later tussen ons moe haar bloemen in de tuin terugvonden. "Vanmiddag, bij m'n kopje koffie van 4 uur, neem ik een paar van die gevulde chocolade eitjes!", beslis ik voor mezelf. M'n darmen gaan daar absoluut niet blij mee zijn, dat weet ik nu al, maar a
f en toe eens volledig eigenwijs en tegen beter weten in heerlijk van iets genieten, dat moet ook al eens kunnen, hé. De vele soorten paasbloemen, die met hun felgeel, knaloranje en spierwit enorm afsteken tegen het nog redelijk donkere en behoorlijk kleurloze terras, knikken, hun bloemhoofden zachtjes wiebelend op een nauwelijks merkbaar briesje, alvast instemmend! ♥️ Zalig Pasen iedereen! ;-)



vrijdag 19 maart 2021

Even snel wat klimplanten kopen...

Zeker een dertigtal geraniums, sommigen al minstens vijf jaar oud, en een vijftiental andere vorstgevoelige planten gaven de geest tijdens die stevige vrieskou afgelopen winter. Sinds ik in dit appartement woon, heeft het nog nooit eerder zo gevroren. Meestal overleefden zelfs alle zogenaamde éénjarigen, al dan niet netjes in verfrommeld krantenpapier verpakt, die koudste periodes wel. Maar dit jaar was er geen redden aan. Het terras ligt er wat leeg en kaal bij, met al die potten 'niets'...
Hoe verschrikkelijk jammer ik het kapotgaan van zovele planten ook vind, toch is het eigenlijk wel weer eens leuk om op zoek te mogen -móeten- gaan voor nieuw moois. Niet dat zulks een eenvoudige opgave is, met een zo goed als onbestaand budget, en al helemaal nu ik het ook nog moet zien te stellen zonder de winkel van Nanette (lees Requiem voor een bloemenwinkel)... Maar, ik zou mezelf niet zijn als ik niet meteen m'n creatieve brein op volle toeren deed draaien! Naast het plan om dit jaar al zeker eens zelf intensief aan het zaaien en stekken te gaan, is het secuur uitpluizen van aanbiedingen in de reclamegazetjes een goed idee. De meeste (goedkopere) supermarkten hebben elk seizoen 
wat betreft tuin en groenvoorziening wel een pak promoties, met vaak echt geweldige koopjes. 
Zo ook vorige week bij mijn meest favoriete grootwarenhuis, Lidl: een breed assortiment klimplanten aan slechts 1,99 euro per stuk; én bovendien 4 kopen + 1 gratis! Ja, daar kunt ge dus écht niet voor sukkelen! Zeker nu er voor een paar extra clematissen of een andere kleur kamperfoelie weer meer dan plaats genoeg is op mijn terras...
Om er zeker van te zijn dat ik eerste keuze had en absoluut niets zou missen, zette ik m'n wekker goed op tijd. Fris en monter sprong ik voor dag en dauw -allé, voor mijn doen dan toch- en zelfs nog voor m'n ontbijt, op m'n fiets richting winkel. Aan het parkje, waar mijn fietsroute doorheen loopt, stonden 3 mannen-van-de-gemeente nadarhekken van een vrachtwagen te laden. Ze deden teken da'k nog door mocht komen. "Ja, madam", sprak één van hen mij aan, "we sluiten hier alles volledig af, want er is een hevige storm voorspeld en we zouden ni willen da gij nen tak op uw schoon kopke krijgt, hé!" Een verwittigde vrouw is er 3 waard, zeggen ze, en in gedachten m'n terugrit al plannend, besefte ik dat die een heel stuk om en dus langer zou worden, maar daar zat ik niet mee. Tijd genoeg en de zon scheen. 
Het waaide inderdaad al behoorlijk, en met de wind in de rug stond ik 10 minuten voor openingstijd, fiets netjes geparkeerd en ontsmet winkelwagentje in de hand, reeds mee in de rij wachtende shoppers. Op het topje van m'n tenen staand links en rechts loerend hoopte ik alvast een glimp van die fenomenale aanbieding te kunnen opvangen, maar 'k zag niks. Buiten lagen de zakken met potgrond en stond een kar met omvergewaaide, wat zielig ogende mini rozenboompjes in verregende kartonnen dozen, en in het inkomportaal merkte ik bakken met bloembollen op, maar geen klimplant te bespeuren. 
De schuifdeur ging van het slot en de massa wachtenden stormden naar binnen... vooral voor brood merkte ik even later, en voor sla!... Niet voor de superaanbieding planten dus, want... die stonden nergens. Ik bleef een beetje ronddraaien aan de inkom. Misschien moest men alles nog buitenzetten, dat kon, hé. En inderdaad: daar kwam een dame van de winkel met een grote lading potgrond aanrijden. Beleefd vroeg ik haar naar de dagaanbieding en ze vertelde me, tot m'n grote opluchting, dat haar collega er dadelijk voor zou zorgen. Ik draaide dus nog maar wat langer rond in de inkom en zocht mezelf, van de nood een deugd makend, ondertussen op m'n dooie gemakje, alle tijd van de wereld, alvast wat bloembollen uit. Vooral lelies doen het fantastisch in de potten om m'n terras en keren ook elk jaar weer. Daar plant ik er met plezier nog wat van bij. Die hoog opschietende gladiolen brengen ook altijd ferm wat kleur tussen al het groen. Die mochten dus ook de boodschappentas in. En om zeker te zijn van een extra portie geluk: een pakje bolletjes voor klavertjeviertjes. Even dacht ik erover om enkele van die kleine rozenboompjes te 'redden', maar 'k kon me niet goed voorstellen dat die echt gelukkig zouden zijn op m'n relatief donker terras. Een klimroos daarentegen, dat kon misschien wel lukken, en dus zocht ik van tussen de andere plantenoverschotten de laatste met fraaie róze roosjes uit.
'k Moet echt wreed op m'n gemak bezig geweest zijn, want ondertussen waren we al een half uur verder. De potgrond stond allemaal netjes buiten, doch van de klimplanten nog steeds geen spoor. Maar ik ben erg geduldig van aard, en met de zon zalig op mijn snuit hield ik het wachten nog wel even uit.
Nog eens twintig minuten gingen voorbij. Ik was hier nu al een volledig uur... "Wel," dacht ik bij mezelf, "dan kan ik eigenlijk net zo goed m'n gewone boodschappen maar al doen. Misschien dat, tegen de tijd dat ik daarmee klaar ben, de klimplanten alsnog op hun plek geraakt zijn..." Zo gezegd, zo gedaan. Heel rustig wandelde ik al winkelend door het magazijn, bijzonder uitgebreid de tijd nemend om de items op m'n lijstje bij elkaar te zoeken. Wat ik anders op minder dan 10 minuutjes doe, wist ik nu te rekken tot een klein half uur. De dame van de potgrond zat nu aan de kassa en verontschuldigde zich meteen bij het zien van mijn persoontje. "Sorry, sorry, sorry!" zei ze warm en welgemeend, "we zitten met zieken en staan met absoluut álles achter! Maar mijn collega is er op dit eigenste moment mee bezig! Kijk maar!" Met veel omhaal en bijna opgelucht in mijn plaats wees ze richting inkom, waar ondertussen een stapel ondefinieerbare kartonnen dozen neergezet was. Ik stelde haar gerust met "Helemaal niet erg, hoor, ik heb tijd én begrip!" en besloot dat ik, nu ik hier toch al zo lang was, nog wel even langer kon wachten. Met meer dan ooit aandacht voor detail schikte ik al m'n boodschappen supernetjes in m'n fietstassen en zette me vervolgens nog maar even op het verder lege fietsrek naast m'n fiets terug genietend in het zonnetje. "Al maar goed dat ik geen diepvrieswaren nodig had!" gniffelde ik in mezelf...
Nog eens een 10 minuten later begon er een juffrouw de bewuste dozen open te snijden. Eindelijk kwam er schot in de zaak! Hoera! Maar vlot ging het allemaal niet echt. Blijkbaar moesten de planten één voor één uitgepakt, gesorteerd en per soort op een rekje geschikt worden. En om de boel volledig in 't honderd te doen lopen, begon een pas aangekomen andere winkelende dame uitgebreid tussen en in de dozen te graaien, om vervolgens planten op te pakken, te keuren en weer elders neer te zetten! Ondertussen blokkeerde ze de hele ingang en maakte er meteen voor de juffrouw van de winkel een onoverzichtelijk zootje van. En geheel tegen mijn aard in dacht ik, licht verontwaardigd na zoveel tijd geduldig wachten: "Jamaar, zo niet, hé! Als die dat mag, dan mag ik dat ook!" en stortte me vriendelijk maar beslist mee in het gegraai. Wel zette ik m'n karretje netjes uit de weg en bood ik de juffrouw van de winkel aan haar te helpen met sorteren en uitstallen. Ze lachte heel warm en bedankte me, maar mijn hulp was niet nodig. De andere mevrouw hield nauwlettend in de gaten welke planten ik uitkoos. Blijkbaar pikte ik er telkens net dié dingen uit die zij eigenlijk ook wou meenemen, maar aangezien er genoeg exemplaren van alle soorten in de verschillende dozen te vinden waren, kregen we allebei ons goesting. Het helpt natuurlijk ook dat ik zo'n vriendelijk meiske ben en haar, met zelfs wat extra plantenuitleg erbij, met veel plezier wou assisteren bij haar zoektocht.
Met geen 5 maar wel 7 nieuwe klimplanten -ik kon onmogelijk kiezen- voor die ongelofelijk lage prijs (waarvoor ik er, als ik chance heb, in een doorsnee tuincentra hooguit één plant heb) deed ik opnieuw een toerke langs de kassa, bij dezelfde dame als daarstraks, en haar vreugde en opluchting over mijn eindelijk toch geslaagde onderneming evenaarde zo ongeveer de mijne. Heerlijk!
Ondertussen was de wind inderdaad stevig in kracht toegenomen. De storm raasde met geweld door de straten. Tegen die wind in fietsen met een rijwiel voorzien van 2 enorme boordevolle fietstassen en een grote boodschappentas wiebelende klimplanten aan het stuur, dat kon je wel vergeten. Levensgevaarlijk!
Kromgebogen tegen de woeste wind in worstelde ik mezelf en m'n zwaarbeladen fiets langst een grote omweg huiswaarts. Verschillende keren werden we op die 2 kilometer net niet omvergeblazen, of achterover. Regelmatig moest ik halt houden, simpelweg omdat er te veel kracht op me uitgeoefend werd om nog vooruit te geraken. Irritant veel zand in m'n ogen, rotzooi in m'n haar, keiharde in m'n gezicht pletsende rondvliegende blaadjes, tranende ogen met uitgelopen mascara, mondmasker kletsnat van 't druppelende zoute zweet, puffend heet in m'n voor zoveel inspanning veel te warme jas en sjaal, wreed pijnlijke nek en dito rug van al het foute getrek en gesleur, en dorst, heel veel dorst. Gelukkig werkt al dat gesukkel en gedoe altijd geweldig op mijn lachspieren. Bij mijn thuiskomst, een half uur later -slechts 5 minuutjes onder 'normale' omstandigheden- was ik dan ook, naast uiteraard doodmoe, hoofdzakelijk heel erg gelukkig, blij en opgelucht. En het ontbijt, dat heb ik, op de koffie na, maar gelaten. ;-)
't Heeft me 2,5 uur van m'n leven gekost, heel veel geduld en een stevig pak fiets-, lijf- en stormgeworstel, maar 't is me toch maar mooi gelukt: 'k heb 7 fantastische klimplanten voor een fenomenaal lage prijs gescoord! Joepie!
Ondertussen zijn de 2 gewone en 2 hele bijzondere clematissen, de 2 verschillende kleuren kamperfoelies, de donkerrode passieflora en die ene roze klimroos al geplant en duidelijk met veel goesting aan hun weg omhoog begonnen. De rest van m'n verlanglijstje bij elkaar krijgen, dat zal me dan binnenkort ook nog wel lukken. En laat dan de zomer maar komen, dan zit ik opnieuw heerlijk tussen de meest uiteenlopende en kleurrijke bloemenpracht! O ja! Gewoonweg zalig. ❤



vrijdag 12 maart 2021

Requiem voor een bloemenwinkel.

Hoelang kwam ik daar eigenlijk al over de vloer? 10 jaar? 15 jaar? 'k Zou het zo direct echt niet met zekerheid kunnen zeggen. Ik kan me alleszins de tijd dat ik er nog niet langs ging niet meer herinneren. Dat moet ik bij gelegenheid toch een keertje aan Nanette vragen. Als ik haar nog eens per ongeluk tegenkom op straat bijvoorbeeld, zoals een paar weken geleden. Toen hoorde ik tijdens mijn dagelijks toerke plots iemand mijn naam roepen, en daar zat ze, Nanette dus, in het gezelschap van een vriendin, tot mijn verbazing midden op de dag van het mooie weer te genieten. "Hey!", reageerde ik verrast, doch zoals altijd blij haar te zien, "Heb je vakantie? Of is de winkel even dicht?" De impact van haar antwoord drong eigenlijk pas vele dagen later écht bij me door: "O, wist je dat niet", zei ze alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, "de winkel bestaat niet meer."
Vorige lente nam ik me, als pure 'die hard' bloemen- en plantenverslaafde, nog voor eens een verhaaltje te schrijven over al mijn favoriete bloemenwinkels. Aangezien ik af en toe stevig kan doordrammen over m'n terras en m'n plantjes en alles eromheen, leek me dat toch wel eens aan de orde. Maar je weet misschien wel hoe dat gaat: er komen meer dringend te vertellen gebeurtenissen tussen, ik heb weer eens zo'n periode waarin schrijven plots iets onmogelijks schijnt, of 't gewone dagelijkse leven neemt simpelweg teveel tijd in beslag en... voor je 't weet is de lente voorbij en is heel die vertelling zoveel als vijgen na Pasen. Dat verhaaltje bleef dus liggen. "Och, dan schrijf ik dat volgende lente wel", stelde ik mezelf gerust, "er komt altijd weer een lente!"... En die lente staat nu inderdaad duidelijk vlak om de hoek klaar. Maar... 't wordt een lente waarin ik het zal moeten stellen zonder de bloemen en plantjes uit de kleine winkel van mijn bloemenvriendinneke Nanette. "Een zoveelste slachtoffer van de coronacrisis?", vraag je je misschien af. Goh, dat heeft meegespeeld, ja zeker, maar dat was maar één deeltje in een wat eigenaardige en onaangename soap van overnames, bizarre afspraken en -'t valt niet anders te zeggen- ronduit slechte en oneerlijke mensen.
Eigenlijk doet dat er allemaal niet toe. Feit is dat deze geliefde bloemenwinkel van mij opgehouden is met bestaan. En dat doet me echt intens veel verdriet. "Allé, Kristina", zult ge nu misschien zeggen, "er zijn het afgelopen jaar zo verschrikkelijk veel handelszaken over kop gegaan, dat valt ondertussen niet eens meer te tellen! Wat zit gij dan te jammeren over zo één klein bloemenwinkeltje!?..." Als ge 't in 't grote geheel ziet, is het inderdaad maar één druppelke water in de eindeloze zee. En er zijn, zeker weten, duizendmaal schrijnendere dingen te vinden en te verhalen. Dat klopt volledig. Maar dat neemt niet weg dat dit kleine winkeltje een hele grote plek in mijn hart innam. Er zijn nog wel een paar andere flora verkopende zaken waar ik absoluut dol op ben (en die er, gelukkig maar, nog steeds zijn...), maar het winkeltje van Nanette paste ongelofelijk perfect bij mijn plantenverslaafde-maar-met-minuscuul-budget persoontje. Ik zal het je uitleggen.
Meer dan in andere bloemenwinkels was het systeem bij Nanette 'what you see, is what you get'. Geen keuze uit honderden soorten bloemen en planten, geen 'op bestelling' kleuren of soorten. Nee, simpel: wat er die week ingekocht werd, dat was er te koop. Niet meer, niet minder. 
Om je maar even een voorbeeld te geven: geen tien kleuren geraniums, maar een paar bakken met slechts één soort in één kleur. Klaar. Geen losse bloemen in veertig soorten en zestig tinten, maar pakjes met naargelang vijf, tien of twintig stuks, in een tiental soorten en natuurlijk eenvoudigweg in één kleur. Maar, daardoor kon het wel steeds voor een bijzónder goede prijs aan de man -of aan de vrouw natuurlijk- gebracht! En dat, dat had ik uiteraard meteen heel goed begrepen! 't Zal wel zijn zekers!... ;-)
Het werd een gewoonte, iets zo vanzelfsprekend als ademen (allé, voor mij dan toch), om, als je wat nodig had, zowel voor een bloemetje als voor een plantje, altijd éérst even te kijken wat Nanette in de winkel had. Als je bij haar iets passends kon vinden, dan was je gegarandeerd goedkoper uit dan elders. En je kon erop rekenen dat je prima kwaliteit kocht. "Zoiets weet een 'deskundige' gelijk gij natuurlijk", zult ge nu onmiddellijk opperen, "maar hoe weet een doorsnee mens dat?" Heel simpel: pakjes bloemen die niet echt meer super vers waren, van vorige week bijvoorbeeld, stonden in de winkel van Nanette apart in een hoekje en konden voor een extra laag bedrag meegenomen worden. En als ze ook daar niet echt meer thuishoorden, die bloemen, dan deelde Nanette ze gewoon uit, meestal aan mensen die er nog wel wat mee konden. Mensen zoals ik dus. Hoe vaak ging ik niet naar huis met nog wat restjes, waarvan ik dan de steeltjes kort knipte om er, eens ze geschikt in kleine vaasjes op de tafel of m'n bureautje stonden, nog een paar dagen intens van te genieten. Heerlijk vond ik dat. Ik voelde me dan steeds ontzettend verwend!...
Met plantjes ging het in het winkeltje net hetzelfde: als ze wat begonnen tanen, of ze waren nog wel levend en gezond, maar bijvoorbeeld uitgebloeid, dan werden ze stevig afgeprijsd, om op die manier alsnog hun weg te vinden naar één of andere tuin. Of een terras, zoals het mijne. Zeker daarom alleen al kon ik het niet laten om, telkens ik daar ergens in de buurt moest zijn, even langs te lopen. Om voor een euro of twee toch nog maar weer eens een hele zak zieltogende flora te 'redden'. (Ja, 'k weet het: ik ben verslaafd...hihi) 
Elke lente en zomer opnieuw, als ik links of rechts plots maar weer eens, met dank aan vraatlustige insecten, ziekte of zonnebrand, met een 'gat' zat ergens in m'n overvolle groenvoorziening -het zou geen énkel ander mens opgevallen zijn- kon ik er altijd op rekenen bij Nanette wel iets betaalbaars te vinden om die leegte te vullen. Vaak was ik voor minder dan één euro al gesteld. Dit jaar, na die fikse winterprik met vriestemperaturen van -30°, is er op mijn geliefde terras echt ontzettend veel gesneuveld. 'k Heb, in de zeven jaren dat ik hier nu woon, nooit eerder zóveel 'gaten' gehad. En die hoopte ik uiteraard heel erg budgetvriendelijk weer te kunnen opvullen...
Maar niet alleen voor de zeer prijselijke flora sprong ik geregeld bij Nanette binnen. Er is meer! Jaren geleden gaf ik geregeld redelijk wat geld uit aan bloemen en planten. M'n verslaving kende toen hoogdagen... hahaha ... Maar de laatste jaren, met een zoveel kleiner inkomen, werd dat, noodgedwongen, een heel pak minder. Op zich zeker niet slecht, want in plaats van gemakzuchtig met geld te smijten, werd dat stukje verslaafde in mij zoveel creatiever op 't vlak van bijvoorbeeld planten stekken en bloemen zaaien. Veeeeeel beter, als ge 't mij vraagt! Maar, daardoor kwam ik uiteraard minder voor de plantjes en de bloemetjes bij Nanette. Het laatste jaar, met meer dan ooit een platte portemonnee, liep ik, als ik in de buurt was, gewoon even binnen voor een gezellig vriendinnenbabbeltje! In een wereld waarin alle sociale contact op een uiterst laag pitje staat, is zoiets goud waard. Met of zonder bloemen. En dat zie ik mezelf in gelijk welke andere winkel nog niet zo snel doen...
Vorige week zaterdag deed ik boodschappen in dezelfde straat als waar het winkeltje van Nanette was. Met alle aankopen netjes in m'n fietstassen gestouwd, deed ik, gewoontegetrouw, een paar passen haar richting uit. Het bijzonder bruusk weerkeren van het besef dat 'ze er niet meer was', stopte me zodanig pardoes in m'n vaart dat een andere voetganger met een luide vloek achterop tegen m'n fiets knalde. Wat verweesd stond ik daar maar wat te staan, als aan de grond genageld, daar op de stoep, dik in de weg voor al die druk winkelende mensen om me heen, m'n fiets tegen me aangedrukt en op m'n lip bijtend om niet in tranen uit te barsten. Eerlijk gezegd schrok ik zelf nog van de hoeveelheid emoties van gemis en ja, zelfs van rouw... 't Zal nog serieus afkicken worden, denk ik, afkicken en gewoon worden aan een leven zonder.
Lieve Nanette, dank je wel voor zoveel jaren vol prachtige bloemen en planten, dank je wel voor zoveel kleine en grote geschenken, dank je wel voor al die gezellige babbels en dank je wel voor die vele vrolijke, absoluut bijzonder winkelmomentjes. Ik ga het allemaal ontzettend hard missen, en dat mag de hele wereld gerust weten! ♥️