donderdag 7 september 2017

Geen nieuws! Goed nieuws?

Omdat mijn moeder aan de telefoon het er ook even over had dacht ik terug aan een aangenaam en vooral boeiend gesprek, ergens vlak voor de zomer, tijdens de lunch buiten op het terras, met mijn toenmalige collega Maarten, over het feit dat er tegenwoordig steeds meer mensen bewust voor kiezen om geen nieuws meer te kijken op de televisie of te lezen in een krant. Er zou hierover zelfs een uitgebreid artikel verschenen zijn in het weekblad Humo.
Goh, dacht ik daar toen gniffelend bij, dan was ik al helemaal ‘in’ voor ‘in-zijn’ uitgevonden was! Al zijn er natuurlijk wel leukere manieren…
Reeds als tiener kon ik onmogelijk met de rest van de familie mee naar het journaal op de televisie kijken zonder totaal van slag te geraken. Toen al, ondertussen toch meer dan 30, 40 jaar geleden, was die constante overweldigende stroom van oorlog en doodslag, natuur- en milieurampen, hongersnoden, ignorante wereldleiders, en alle andere denkbare en ondenkbare ellende die ik dan over me heen kreeg nauwelijks te overleven. Ik werd er instant kotsmisselijk van, begon hevig te beven en te transpireren, en kreeg het Spaans benauwd met steken in m’n borstkas, vooral links, aan de kant van m’n hart. Door het niet in staat zijn van zowel mijn brein als mijn lijf om die overdosis miserie te incasseren, laat staan te verwerken, ging af en toe zelfs het licht in m'n kopke volledig uit. Dat verlammende gevoel van onmacht, dat overduidelijke onvermogen om -al was het maar met één sprankje, van hoop of zo- al die gruwel te verzachten, het maakte me keer op keer ontzettend ziek.
En hoe ongelofelijk mooi ik onze wereld, deze planeet, die wonderlijke blauwe bol ook vind, nog steeds weet hij mij behoorlijk te beangstigen. Vooral het kortzichtige, grenzeloze en alles verwoestende egoïsme van de machthebbers, de zelfingenomen leiders van het mens-dom, doen me soms bibberend van schrik met lakens en dekens ver over m'n hoofd getrokken diep in de kussens van m'n bed verdwijnen. Yep, tot op de dag van vandaag, geloof me, en misschien zelfs nu meer dan ooit...
Maar beslissen geen nieuws meer op te zoeken, via gelijk welk kanaal, is zeer zeker geen kwestie van 'het niet meer willen weten'. De gebeurtenissen in de wereld gaan trouwens toch ook nooit helemaal aan je voorbij. Of je dat nu wil of niet, ongezouten blijven ze je dagen binnensijpelen. Al was het maar bij het scrollen door Facebook, of in een gesprekje met je moeder of je vrienden, of door mensen achter jou op de tram er over te horen praten.
De enorme ontwikkeling en uitbreiding van communicatiemiddelen allerlei is geweldig, dat zal ik zeker niet ontkennen, maar we worden tegenwoordig werkelijk gebombardeerd met nieuwsberichten. En goed op de hoogte zijn en blijven van alles-en-nog-wat is prima, maar geef toe: het is toch echt niet meer bij te houden, veel te veel om nog te incasseren en te verteren.
Vroeger, laat ons zeggen 100 jaar terug of zo, gebeurde er overal in de wereld ook waanzinnige dingen, maar je wist dat niet, of pas dagen of weken later. Daardoor was het dagelijkse leven voor de gewone mens als u en ik veel leefbaarder. Het was een pak gemakkelijker om doodgewoon gelukkig te zijn. En exact daarnaar streven die mensen die er, net als ik, voor kiezen om niet langer de kranten te lezen of het journaal te beluisteren en te bekijken.
Blind en doof gaan zijn voor wat zich overal afspeelt is sowieso redelijk onzinnig, als je 't mij vraagt, want problemen houden nu eenmaal niet op te bestaan door ze te negeren. Maar de beperkening tot een soort algemeen bewustzijn -zonder sensatiedetails en gruwelbeelden- maakt dat er, niet meer platgedrukt door angst, woede en onmacht, zoveel meer ruimte is voor alle mooie dingen in ieders eigen dagen. Volop genieten en leven, en zonder schuldgevoel. Want je màg blij zijn met alles wat jouw bestaan waardevol en vreugdevol maakt! Daar heeft toch iedere mens ontegensprekelijk recht op. Niet dan?!...
Al knijpt de angst me nog met regelmaat de strot dicht -daar moet nog steeds zwaar aan gewerkt, hoera voor de psychiatrie- mijn houvast zit, zoals zo vaak, in de kleine wijsheden, die ogenschijnlijk onbelangrijke dingetjes waar blijkbaar toch ook anderen wat aan hebben door mijn vertelsels.
Bijvoorbeeldje? Leef vandaag! Gisteren is voorbij en komt nooit meer terug. En morgen? Tja, volgens mij weet niemand met zekerheid wat er dan komt, dus er over piekeren helpt geen ene sikkepit.
Onmacht en woede om grootse rampen -van welk soort ook, je begrijpt wel wat ik bedoel- moet je proberen los te laten. Je ben niet sterk genoeg daar iets aan te veranderen. Maar als jij doet wat wel binnen jouw bereik ligt, hoe minimaal ook, dan is dat écht geen druppel op een hete plaat, want alle beetjes helpen. Altijd. Je kan het zien als een soort dominospel: jij doet iets voor iemand, en omdat die daar gelukkig van wordt doet die op zijn of haar beurt weer iets voor iemand anders. Alleen al één oprechte warme glimlach kan zich razendsnel vermenigvuldigen als een hoogst besmettelijke maar o zo fijne infectie!
Minder -of wie weet zelfs ooit helemaal niet meer- verlamd en ontredderd door die onophoudelijke vloedgolf aan onheilspellende nieuwsberichten kan je beter zien wie jij bent en wat jij betekent voor je directe omgeving, je gezin, je familie, je vrienden, je buurt... en dat zet zich vanzelf in positieve zin verder.
Of om het met een bijzonder aanschouwelijk, uitermate begrijpbaar en door mijzelf bijzonder geliefd Vlaams gezegde uit te leggen: 'Als iedereen voor z'n eigen deur de stoep zou vegen, dan is heel de straat proper!'
Geen nieuws meer? Awel, volgens mij is dat wreed goed nieuws. 😉




vrijdag 1 september 2017

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand...

Geen idee waar hij ergens vandaan komt, hoe oud hij exact zou kunnen zijn, of wiens al dan niet ontzettend kostbare, intens geliefde of misschien slechts puur praktische bezitting hij eventueel ooit was... 
Één ding weet ik wél zeker: ongeveer een 40-tal jaren geleden moet het iemands afdankerke geweest zijn, want ik herinner me alsof het gisteren was -en ons moe bij navraag ook- dat hij toen al tegen het bloemetjesbehang van het wat krakkemikkige houten kot naast het kippenhok hing, met andere woorden: in ons allereerste speelhuisje dus. Daar, halverwege die magische tuin van ons ouderlijk huis, maakte hij vele jaren deel uit van 'den decor' waarin een groot stuk van onze onschuldige en rijke fantasiewereld zich afspeelde.
Ik schat hem dus minstens een jaar of 50, die oude, vertrouwde, eitje-op-z'n-punt-vormige spiegel met z'n kunstig in pitriet gevlochten rand. En wie weet wat er in z'n reflectie allemaal te zien is geweest al die tijd. Diep verborgen in het verfoliede glas ligt vermoedelijk meer dan stof genoeg voor een lijvig boek met legendes en sprookjes. Zoveel vergeten momenten, gezichten, verhalen, geheimen... voor eeuwig spoorloos opgeborgen.
Hoe de spiegel ooit mijn persoonlijke eigendom werd is ook een mysterie, een toen blijkbaar zo onbelangrijk moment dat m'n geheugen het niet registreerde.
Alleszins hing hij tijdens m'n eerste huwelijk 8 jaar lang in het artistieke gezelschap van m'n schildersezel, m'n naaimachine, m'n kasten met dozen vol kleurrijke kralen, ontelbare bollen breiwol en duizend-en-één andere gekoesterde prullekes en frullekes in mijn hobbykamer. Bij de scheiding verhuisde uiteraard de hele inboedel van deze ruimte met me mee, en in het huurappartement waar ik een dikke 17 jaar zou wonen kreeg de spiegel z'n vaste plekje aan de muur in het toilet.
Toen ik 3,5 jaar geleden m'n eigen stekje kocht werd ook de spiegel voorzichtig ingepakt en overgebracht, en sindsdien hoort hij opnieuw thuis in het sanitaire vertrek, boven het kleine lavabooke, het handenwasserke. Leuk en handig voor de occasionele visite, en ideaal voor mezelf om, vlak voor vertrek naar wie-weet-waar, nog snel even make-up, kapsel en gebit te checken. En nog steeds, na al die tijd, is die spiegel een dierbaar kleinood voor me.
Dat z'n pitrieten kader, zo, op zich, zoals hij altijd al geweest was, prima zou gaan passen bij het van dag 1 geplande stranddecor voor mijne WC, dat was een absolute plus. Maar bij de zoektocht naar alle nodige bouwmateriaal en wat later de aankoop daarvan, o.a. een stevige hoeveelheid dozen en bokalen vol schelpen in een zo divers mogelijke variatie aan kleuren en vormen, groeide langzaam maar zeker het lumineuze idee ook die oude spiegel op te leuken -te pimpen, als het ware- met wat sierlijke strandschatten...
In m'n hoofd was het plan van aanpak helder en volledig. Alle benodigde materialen -schelpen, lijm, pincet, stokjes, afdekzeil, krantenpapier,... en natuurlijk ook de spiegel zelf- lagen keurig uitgestald en startensklaar op de grote tafel in de woonkamer. En... daar zijn ze zo meer dan een week blijven liggen, want ik twijfelde, en twijfelde nog wat meer... Want wat als het eindresultaat zou tegenslaan? Wat als het in niets leek op het perfecte plaatje uit m'n dromen, uit m'n soms nét wat te fantasierijke verbeelding?! Dan had ik die emotioneel waardevolle antiquiteit misschien voorgoed om zeep geholpen!...
Uiteindelijk ben ik er op een moedige morgen, met een fris hoofd, het zonnetje op de ramen en een gevoel van "ten aanval, 't is nu of nooit!" toch aan begonnen. Twee volledige en heel erg lange dagen kostte het me om heel precies en met kolossaal veel geduld voor elk centimeterke rond de spiegel exact dat ene juiste schelpke uit te zoeken, in te passen en uiterst voorzichtig -liever geen gesmos met lijm!- vast te plakken. En langzaam, heel langzaam groeide het urenlange gepriegel en gefriemel uit tot prachtig schelpenboeket. 
Ik vond die spiegel altijd al erg mooi, maar nu, olala, nu is het pas écht een pareltje, een unieke schat zelfs. Eentje om de rest van m'n dagen dicht bij me te houden en plekje te geven ongeacht waar m'n leven me nog naartoe brengt. 
Ik ben er -terecht vermoedelijk- reuze trots op en kan er voorlopig nog niet mee stoppen om dit fraaie kunstwerkje te staan -of te zitten, uiteraard- bewonderen. M'n toilettijd is er zeer zeker niet korter op geworden dus. hihi
En nu dit heerlijke resultaat van 'een uitzonderlijk moment waarin m'n volledige, doch o zo bescheiden, dagelijkse dosis energie puur aan m'n grenzeloze creativiteit mocht en kon besteed worden' weer terug op z'n vertrouwde locatie hangt, kleurrijk glimmende schelpkes en al, kan ik nog nauwelijks meer geloven dat al die rijkelijke ogende schoonheid door mijn eigen handen gefabriceerde werd!... Sterk werk, al zeg ik het zelf.
En vanaf nu weerklinkt hier met volle overtuiging: "Spiegeltje, spiegeltje aan mijn wand, JIJ bent de mooiste van heel het land!" Zeker weten, o ja. 😉

maandag 21 augustus 2017

Spannend spinnenwebslaapje.

Hoe extreem uitgeput vierkant moe kan ne mens in 's hemelsnaam zijn, zeg?!...
Al geruime tijd heb ik wreed last van een volledig verstoord slaappatroon en daardoor ook van een nooit ophoudende vervelende vermoeidheid, dus ik ben ondertussen al wel wat gewend qua gevolgen, qua 'bijverschijnselen', maar zoals ik me vandaag voel, na één nachtje slaapkliniek, tjonge tjonge!...
Total loss noemen ze dat volgens mij, perte total. Allesoverheersende schele koppijn, verwarde gedachtegang, gebrekkige concentratie, wazig -en bij momenten zelfs dubbel- zicht met of zonder leesbril, pijnlijk verkrampte schouders en nek, en de rest van mijn lijf is precies door de mangel gehaald.
Voor zo'n nachtje 'slaapcontrole' verwachten ze je al een halve dag op voorhand, kwestie van genoeg tijd te hebben voor de voorbereidingen... 
Met een ongelofelijke handigheid hangen de super sympathieke en goedlachse verpleegsters -nogmaals hartelijk dank daarvoor, lieve dames!- je van kop tot teen vol grote en kleine sensoren, om absoluut elke beweging, elke ademhaling, elke harteklop, elke wat-je-ook-maar-kan-bedenken van je lichaam te registreren. En bij al die sensoren horen draden, draden naar de computers en schermen in de controlekamer, veel draden, heel veel draden, dikke en dunne, korte en lange, en in alle kleuren van de regenboog. En om dat enorme ingewikkelde spinnenweb enigszins op de juiste plek en uit de knoop te houden beplakken ze elke centimeter van je vel met meters straffe kleefband -als ware het stuk voor stuk heavy duty ontharingsstrips- en, als kers op de taart -allé ja, 'slagroom' is hier misschien meer van toepassing- nog een paar gulle klodders lijm met de kracht van een stuk onverwoestbare kauwgom in je haardos.
De strak om m'n torso gesnoerde riemen, die m'n ademhaling mee in 't oog moesten gaan houden, maakten van mijn anders al moeilijk te negeren decolleté een Grand Canyon waar zelfs ík nog van opkeek. Nét niet mét echo...
Maar zelfs die twee slangen in en langst m'n neus, die op de laatste moment nog even bij het geheel gemonteerd werden, stonden een deftige nachtrust eigenlijk -verbazingwekkend, ja, ik weet het- niet in de weg. Niets van heel deze bekabeling, van dit ingenieuze kleurrijke en plakkerige spinnenweb zit oncomfortabel. Allé, naar mijn mening dan toch. En omdat je een half dagje kan wennen voel je het meeste tegen slapenstijd niet eens meer zitten.
Neen, de reden van mijn groggy zijn moet je dus niet daar gaan zoeken, maar wel in m'n bed. Ongelofelijk hoe mijn lijf met dat ding gevochten heeft! U-ren-lang. Er was werkelijk niet één houding waarin ik enigszins comfortabel en vooral pijnvrij kon liggen. Linkerkant, rechterkant, kussen plat, kussen bol, met deken, zonder deken,... élke mogelijke (toe)stand van dat nochtans plooibaar en vervormbaar ziekenhuisslaapmeubel bracht me uitsluitend bijzonder onaangenaam ongemak. Dat ik altijd bang ben er uit te vallen -zo ontzettend smal als het is vergeleken met mijn hoogst persoonlijke tweepersoonsbed thuis-, dat ken ik ondertussen al van m'n zovele hospitaalverblijven. Dat is simpel genoeg opgelost: ingebouwde 'afrastering' activeren en klaar. Maar dat zo'n bed me zo integraal beurs en gebroken kon doen voelen, nee, dat had ik nog niet eerder ervaren. (Tja, nu ik er even over nadenk: 'k heb ook nog niet vaak zónder straffe pijnstillers of verdoving in zulk een bed gelegen, hé... hihi)
Van pure ellende sukkelde ik uiteindelijk dan toch nog wat in slaap in de enige houding die te verdragen was: liggend op m'n rug. Iets wat ik anders raar of zelden doe. En dat bleek 's morgens bij de uitleg van alle geregistreerde gegevens toch een geluk bij een ongeluk te zijn geweest. 
Bon, geslapen als een (Doorn)roosje? Zeker en vast niet dus. 
Waarschijnlijk gebruik je ook wel eens de zotte uitspraak 'Ja, 't is nen brave/een brave..., als hem/zij slaapt!'. Niet op mij van toepassing dus! Ik ben als vanzelfsprekend, hoe kon het ook anders, weer eens geweldig tegendraads: zélfs in dromenland kom ik in de problemen! Grappig is dat. 
Op m'n rug slapen is vanaf nu absoluut verboden -allé ja, niet op straffe van, natuurlijk- omdat ik in die houding een lichte vorm van slaapapneu heb. Niet dat ik dan ineens ophou met ademen zoals bij de klassieke apneu, maar m'n inademing vermindert in die toestand ongeveer voor de helft, en blijft dan op dat niveau hangen. Slechts half zoveel zuurstof in m'n systeem op die manier, da's niet zo goed... En mogelijk zit niet mijn overgewicht, zoals sommigen al opperden, er voor iets tussen doch wél het gewicht van mijn royale boezem ... Goed, vanaf nu niet meer op m'n rug liggen dus. Da's alvast makkelijk opgelost.
De grootste boosdoener in m'n eeuwigdurende oververmoeidheid is een stuk lastiger om te doen verdwijnen. Al vele jaren heb ik het idee dat ik -zoals ze dat zeggen- 'altijd met één oog open slaap'. Triest onverwerkt overblijfsel uit violente relaties. Zelfs in de veiligheid van m'n eigen huis met deuren en vensters op slot, in m'n warme knusse vertrouwde bed en totaal over de top steendoodstikkapot ben ik tijdens elke seconde van mijn nachtrust klaar om te vluchten of in het verweer te gaan, onbewust ten allen tijde paraat om voor het behoud van lijf en leden te moeten vechten. Het nachtje in de slaapkliniek heeft dat overduidelijk bevestigd: ik schiet minstens een keer of 30 per nacht wakker, zeer abrupt, ook vanuit de 'diepe slaap', en soms zelfs 10 keer in slechts een paar minuten. Één minuscuul ongekend -soms ook gekend- geluid volstaat om mij te wekken in een volledige paniek. En al duurt dat dan maar een seconde, het verknipt m'n werkelijk slaaptijd naar een hele rits fragmentjes waar een mens alleen maar nog moeër van wordt. Echt even diep slapen doe ik tegen de ochtenduren, in de 'droomslaap', en -je raadt het al- dan regeren natuurlijk de meer dan realistische full colour nachtmerries tussen de lakens en dekens. Daar wordt ge ook moe van, maar dan slaap ik tenminste eventjes een paar uurtjes, en voor écht, hé. Blij zijn met alles wat je wél hebt! Ja, toch?! hihi
Uit de kleurrijke spinnenwebdraden los geknipt en bevrijd van alle lijmresten na een extra lange hete douche mocht ik met serieus pak huiswerk onder de arm -en met barstende hoofdpijn- weer beschikken. 
Ik heb nog heel wat werk, 'slaapwerk', voor de boeg, maar er is vandaag eindelijk een begin gemaakt, een begin aan beterschap, een begin aan deugddoend en herstellend slapen, een begin aan fris en monter uit bed komen mét energie. Heerlijk! En dat het z'n tijd zal duren en niet zonder slag of stoot zal gaan, daar kun je donder op zeggen. Maar een berg beklim je nu eenmaal niet in volle galop, maar wel stapje voor stapje, weloverwogen en voorzichtig.
En zo eindig ik dit verhaal over dat pijnlijke nachtje in het kleurrijk ziekenhuisspinnenwebbed met een -hopelijk- ontspannen en comfortabel dutje, uiteraard niet op m'n rug maar op m'n rechterzijde, in m'n eigen -zo mogelijk nóg meer gewaardeerde en geliefde- zalige bed als start voor dit nieuwe zowel lichamelijke als geestelijke genezingsproces. Kristina leert slapen! Woeha! 😉😴


woensdag 26 juli 2017

Tekort aan vitamine zee.

Een zonnige namiddag enkele weken geleden. Gekleed in een losse luchtige tuniek met korte mouwtjes en een witte driekwart broek, met een grote zonnebril op m'n neus en een paar vrolijk flipflopperende slefferkes aan m'n voeten daalde ik, caddy aan de hand, de grote trap voor 't appartementsgebouw af, klaar om op m'n gemakje te voet boodschappen te gaan doen. Iets voorbij den blok maakte ik, zoals gewoonlijk, een korte bocht naar rechts, het betonnen-platen-wandelpad tussen de torenflats op.
Onmiddellijk roefelde de zotte zomerwind m'n haar geestdriftig door elkaar, liet m'n kleurig flodderjurkje vrolijk alle kanten uit flapperen en kriebelde m'n neus met die typische heerlijk zoete geur van zongedroogd grasmaaisel. In het speeltuintje speelden kinderen in het witte zandbakzand en vulden -tot lichte wanhoop van de zonnende moeders op de bank en op een handdoek- aan het drinkfonteintje het ene na het andere emmertje water om uitgebreid moddertaartjes mee te fabriceren. Boven m'n hoofd cirkelden een handvol krijsende meeuwen, ruziënd over wat lekkers, gepikt uit één of andere vuilbak.
En plots, zonder waarschuwing of aankondiging, plots werd ik met elke vezel van m'n lijf en in elke emotie 40 jaar terug in de tijd gekatapulteerd. Daar loop ik, naast mijn vader, op vakantie aan zee, in de al warme ochtendzon die zacht maar resoluut de nevel die tussen de duinen hangt doorbreekt, broodjes van de warme bakker halen voor het ontbijt.
Elk geluid en elke geur van dat wandelpad in de warme zomerzon, zelfs het type 'robuuste' beplanting en de rondhangende 'dagjesmensen', het deed een ver opgeborgen en lang vergeten gevoel van kinderlijke onbezorgdheid en vogelvrije gelukzaligheid in me herleven. Heel bijzonder! Alleen die zilte zoute zeelucht, ja, die ontbrak nog. Maar met een inbeeldingsvermogen als het mijne...
Zolang ik me kan herinneren trokken we elk jaar weer met het steeds groeiende gezin voor een paar weken naar Cadzand-Bad, en verbleven er ook altijd in hetzelfde minuscule huisje onderaan de duinen. De allereerste keer moet ik een jaar of 4 geweest zijn, en toen had ik exact één zus. Door de jaren is de familie een zeer uitgebreid en kleurrijk gezelschap geworden, met nog 2 broers en een zus er bij, al hun partners, en wat later ook hun kinderen. Maar het huisje kon ze allemaal herbergen en de lol op het strand werd er alleen maar groter door.
3 jaar geleden ben ik er voor het laatst geweest, daar in Cadzand, 2 keer zelfs: op 1 mei met ons va en moe -heel erg leuk, hard gelachen, zotte foto's gemaakt- en eind juli met Lieve en Luc, even een dagje uit, al kon ik er met de beste wil van de wereld niet echt van genieten en zat m'n gemoedstoestand ver beneden het vriespunt. 'Naar zee gaan' was voorgoed veranderd: onze va zou er nooit meer bij zijn, en alles daar herinnerde me aan betere tijden...
Het Cadzand-Bad uit mijn jeugd, met z'n wilde nog ongetemde duinen en eindeloos lege, ongerepte en nog onontdekte stranden, dat Cadzand bestaat niet meer. De 'vooruitgang' heeft ook dit idyllisch oord ingepalmd met rijen flatgebouwen, hotels en zelfs een jachthaven. De inmiddels netjes getemde en gemanicuurde natuur is met vele kilometers prikkeldraad afgespannen ter bescherming tegen de meedogenloze zondvloed toeristen en dagjesmensen die zich elke zonnige -en ook minder zonnige- dag op de breed opgespoten stranden tussen de massa storten. 
Ja, het is niet anders: die zalige zee uit mijn lang vervlogen jeugdjaren zit nu samen de ondertussen ook van de aardbol verdwenen sprookjestuin van het voormalige ouderlijk huis opgeborgen ergens diep en veilig op een heel bijzonder plekje in mijn herinneringen, als bewaard in een met fluweel bekleed geheim doosje. Dit soort kostbaarheden pak je immers slechts bij uitzondering of hele speciale momenten nog eens met voorzichtige liefkozende gebaren uit, om ze dan heel even koesterend tegen je wang te houden. 
Foto's zijn ook leuk, absoluut, en er zijn honderden, misschien wel duizenden kiekjes geschoten in al die vele jaren 'zee'. Maar da's toch niet hetzelfde, want alhoewel ik oprecht blij ben ze te bezitten, het valt me nog steeds behoorlijk zwaar om er doorheen te bladeren. De opwellende gevoelens, emoties en herinneringen zijn nog niet onverdeeld blij. Er hangt voorlopig nog te veel droefenis en gemis aan vast...
Doch... dat wandelpad, hier in de groenvoorziening tussen die betonnen flatgebouwen op den Bosuil, dat moet er anders over gedacht hebben en smeet me zonder pardon, in een soort magische samensmelting van allesoverheersende elementen, terug in dat intense gevoel van onschuldige blijmoedigheid, in dat bijna naïeve, onmetelijk gelukzalige gevoel, dat je als volwassene eindeloos zoekt en nergens meer vinden kan, en dat voor mij al m'n leven lang onlosmakelijk aan de zee en mijn vakantieherinneringen vast hangt.
Sinds die ene zomerse dag een paar weken geleden overvalt dat gevoel me nu elke keer weer als ik ietsje voorbij het flatgebouw waar ik woon rechts afsla, die wandelweg op. Zélfs eergisteren, toen ik gewapend met een grote paraplu een stevige hoeveelheid hemelwater trotseerde, want, geef toe: zo een plensbui af en toe, dat hoort er uiteraard ook bij tijdens een zomervakantie aan de kust...
Wie weet is het allemaal slecht inbeelding en is mijn zee-verlangen, mijn zee-tekort ondertussen ongemerkt zo groot geworden dat het z'n eigen leven gaan leiden is. Dat zou kunnen, wie zal het zeggen... Één ding is zonneklaar: 't wordt duidelijk hoog tijd om weer eens een heerlijk rustig stukje strand op te zoeken, en daar ongestoord te gaan genieten van het voortdurende spel der golven. Ik wil die unieke soundmix van wind, water en vogels weer horen, m'n longen weer diep kunnen vullen met zalig zilte zeelucht, m'n broekzakken vol natte kleurrijke schelpjes proppen, het zout op m'n huid voelen, het zand tussen m'n tenen...
De diagnose is dus overduidelijk: ik heb een acuut tekort aan vitamine zee! 😊



zondag 23 juli 2017

Defilé-bedenkingen.

Onze Belgische Nationale Feestdag stond vroeger, toen ik nog een kind was, absoluut gelijk aan 'defilé-kijken'. Zonder fout zaten wij thuis met z'n allen met feestelijke opwinding en ruim op tijd aan de buis gekluisterd, want we zouden al die pracht en praal van onze landsverdediging zien, de schitterende uniformen, de wapperende veelkleurige vlaggen, vaandels en banieren, de elegant stappende mooie paarden, de tot de verbeelding sprekende gevaarlijk uitziende tanks en al die andere zware voertuigen, en vooral: we zouden de koning zien! En ook de koningin natuurlijk, die met haar jurk, hoed, schoenen en handtas steevast voor gespreksstof zorgde. Ik bewonderde net zo graag al die fraaie hoofddeksels van de vooraanstaande edele dames als dat ik reikhalzend uitkeek naar de met in de zomerwind flapperende en dansende enorme witte pluimen of lange steile paardenharen versierde kepies. 
De statige uniformen met veel blinkende knopen, sierlijke tressen en glimmende eretekens waarin fiere militairen, rijkswachters en politiemannen indrukwekkend 'uniform' op het scherm voorbij paradeerden maakten bijzonder veel indruk op mij, als kind. Toen was het defilé een uit de kluiten gewassen plechtige stoet met een koninklijk tintje, en absoluut een feestelijke belevenis.
Met ouder worden -en hopelijk ook wijzer- kreeg de parade een wat wrang bijsmaakje: ik leert dat zo'n defilé, in gelijk welk land, eigenlijk het, voor de hele wereld klaar en duidelijk te aanschouwen, tentoonstellen is van de kracht en de efficiëntie van 's lands legermacht. Puur een kwestie van indruk maken dus, op mogelijke vijanden of belagers. En, ik leerde er ook het meer dan gigantische kostenplaatje kennen, zowel van heel deze parade als van elk stuk oorlogsmateriaal... Voor mij haalde allebei deze bedenkingen het feestelijke gevoel door de jaren zodanig en met toenemende snelheid naar omlaag dat ik niet eens meer de moeite deed om de televisie aan te zetten op de 21ste juli.
Maar dit jaar, omdat m'n moeder het er met enig enthousiasme over had, besloot ik het allemaal toch nog eens een kans te geven -ik ben tenslotte niet alleen fiere Antwerpenaar en Vlaming, maar ook geboren en getogen Belg- en zapte op het goeie moment naar de juiste televisiezender.
Toch nog veel volk daar in Brussel, ondanks de immer aanwezige angst voor een aanslag. Het opvallende, zelfs uitzonderlijke, zonnige weer zal wel geholpen hebben, denk ik. De breed glimlachende koning en koningin zagen er goed uit, en gelukkig ook. Erg leuke jurk en hoed, Mathilde. Prins Laurent keuvelde gezellig op z'n zondags met z'n echtgenote Claire, z'n zus Astrid en haar man Lorenzo. Zelfs de prinsjes en prinsesjes zaten er bijzonder braaf en voorbeeldig bij, doch duidelijk ook een heel klein beetje verveeld, maar hoe zou je zelf zijn als kind, zo'n defilé, da's best wel wat aan de langdradige kant, hé... 
En net toen ik niet ontevreden dacht "Oké, dit valt eigenlijk wel mee" en me wat meer op m'n gemak in de zetel nestelde voor het vervolg, net op dat moment zwaaide de camera langzaam richting de tribune met daarop de andere 'hooggeplaatste' genodigden: ministers, senatoren, volksvertegenwoordigers en dergelijke... en uiteraard, wat had je gedacht, alsof het weer exact zo moest zijn viel mijn oog metéén op een minister die, terwijl de landsverdedigers strak in 't gelid fier voorbij marcheerden, totaal ongeïnteresseerd wat boers voorovergebogen op z'n stoel met z'n mobiele telefoon zat te spelen! En daar, op de koop toe, schuin achter hem, een andere die, hoofd wat achterover, ogen gesloten -zie ik dat wel goed?- een dutje deed?! 
Oké, klopt, het kan slechts een 'afwijkend' moment geweest zijn, net op het ogenblik dat ik keek. En er kan mij inderdaad één of andere onderliggende reden volledig ontgaan zijn, dat is mogelijk. Doch deze momentopname bewees volgens mij alleen nóg maar eens het totàle niet-betrokken-zijn van onze politici en hun algemene ongeïnteresseerdheid. Reden genoeg om teleurgesteld en licht verontwaardigd de TV alweer terug uit te zetten en "typisch België" te zuchten.
M'n gedachten gingen als vanzelf naar die kennissen van me, uitermate -en terecht- trots op hun in Brussel mee-marcherende zoon, kroon op z'n militaire carrière. Hij is één van die vele mannen en vrouwen, zonen en dochters, moeders en vaders, die ten dienste staan en waken over de veiligheid van dit land en z'n inwoners. Mensen die oprecht 'fier om te dienen' zijn, wat meteen ook de titel van het defilé dit jaar was.
En heu... ten dienste van wie staan al die ministers en heel die reutemeteut ook weer?!... En hoeveel krijgen ze daarvoor ook weer betaald?!... Volgens mij slaat dat 'fier om te dienen' eigenlijk ook op hen: als iets wat hen veel te vaak ontbreekt, iets wat ze een stuk meer zouden moeten zijn! Niet dan? 
Allé, het kan toch echt niet teveel gevraagd zijn om i.p.v. te smssen of te dutten vanop die eretribune wat welgemeende aandacht te bieden aan hen die zodànig fier zijn om te dienen dat ze zélfs bereid zijn indien nodig voor dit kleine land hun leven te geven... 
Och, dit zijn slecht mijn persoonlijke brompot-defilé-bedenkingen, en wie ben ik?... En gelukkig zijn er nog zoveel andere typische Belgische dingen, zoals de fantastische humor die bij zowat élke gebeurtenis, vrolijk of triest, onmiddellijk de kop opsteekt, met als ultiem defilé-voorbeeld de 4,99-euro-Ikea-fruitschaal-hoed van prinses Claire. Schitterend gevonden en zo grappig! 
En behalve fruit heeft dit landje nog zoveel ander lekkers te bieden: de chocolade, de wafels, de mosselen... En bovenaan het lijstje der heerlijkheden staan natuurlijk de wereldberoemde frietjes! Zo verrukkelijk dat er op de sociale media een lollig filmpje verscheen van een stel hongerige militairen die er na het defilé blijkbaar zo snel mogelijk een stevige portie van wou verorberen en zich daarom -da's toch doodnormaal- naar de drive-in van de dichtstbijzijnde snacktent begaven, met hun gecamoufleerde pantserwagen en al! Ik vond het hilarisch. En, naar mijn bescheiden mening: wauw, wat een meer dan uitstekende stuurvermogen ook!
Achteraf bleek dat filmpje spijtig genoeg niet echt te zijn, een hoax zoals dat dan heet... Wel, voor mij maakt het absoluut geen enkel verschil, want het heeft me zo fenomenaal doen lachen dat ik -oef, gelukkig maar- na al die mopperkont-defilé-bedenkingen weer meteen m'n vrolijkheid en positiviteit terug vond. Veel beter zo, hé. 😉


Bekijk het volledige filmpje: Even een frietje halen...

vrijdag 14 juli 2017

De eenzame bruid.

Een maand of 2, 3 vooraf verstuurden ze al die prachtige persoonlijk gemaakte uitnodigingen. Dat gaf de geïnviteerde familieleden, vrienden, collega's en kennissen zeker tijd genoeg om hun al dan niet aanwezig zijn door te geven. 
De originele feestlocatie, uiteraard ook keurig op voorhand geboekt, en voor de gelegenheid versierd met vele tientallen witte ballonnen en rode hartjes, was er helemaal klaar voor. De dansvloer lag blinkend te wachten op dartele feestvierders, die zeker en vast een paar danskes zouden placeren op de ritmes waarmee de aanwezige DJ de ruimte vulde. Voor elke honger, groot of klein, bood het uitgebreide koude en warme buffet wel wat lekkers en een stel nette afgeborstelde obers schonken elke dorstige aanwezige met veel plezier en met elegante zwier de gewenste drankjes uit. 
Ja, dit kon eigenlijk alleen maar een echt top-avond worden!...
Op die zomerse zaterdagavond vertrok ik aldus om het huwelijk van m'n lieve vriendin Lieve en hare grote schat, de Luc, mee te gaan vieren. Ze beloofden elkaar reeds dag op dag 6 maanden eerder, op 24 december -ja, de dag voor kerst dus, leuk, hé- eeuwige trouw in het plaatselijke districtshuis. Maar dat ging een beetje stiekem. En slechts in het bijzijn van dochters en getuigen. Heel weinig mensen wisten er van en ik herinner me nog hoe Lieve vol van vreugde en geluk niet kon wachten het grote geheim toch al over de telefoon met mij te delen. Maar 'k moest wel zweren er niks van te verklappen! 
Lieve en Luc zijn voor mij geweldige 'alles-is-mogelijk'-voorbeelden, toch wat romantiek en liefde betreft. Hun story lijkt misschien wat gewoon, op 't eerste zicht niet uitzonderlijk of spectaculair, maar ik weet écht wel beter. En nee, het is geen liefdesverhaal vrij van zorgen of verdriet, maar die donkere momenten hebben hun liefde alleen maar sterker gemaakt en hen naar elkaar toe doen groeien. Het is dus niet altijd rozengeur en maneschijn, maar er ís verdorie wel rozengeur en maneschijn, hé! Ja, ik geniet van hen en van hoe zij van elkaar houden. Hartverwarmend vind ik dat, eerlijk waar.
Een uurtje na de officiële aanvang van de festiviteiten arriveerde ik, uiteraard netjes van kop tot teen gekleed -inclusief tweekleurig handtasje en schoenen- uitsluitend in zwart-wit zoals de dresscode vereiste, en... voelde me meteen zwaar op m'n ongemak. In tegenstelling tot het soort uitgelaten geanimeerde huwelijksherrie die ik verwachtte hing er tussen de schaarse aanwezigen, de meesten met een glas in de hand wat ongemakkelijk gemoedelijk pratend op het erg leeg aanvoelende terras, een bijna tastbare geladen spanning.
De bruid zag er fenomenaal uit in haar strakke, glanzende en kunstig gedrapeerde purper-lila jurk, speels opgestoken krullen en uitbundige glitterdetails. Maar haar ogen, die twinkelden en straalden niet zoals de rest van haar koninklijke verschijning... Terecht, zoals meteen bleek bij onze begroeting.
Even daarvoor had ze namelijk hoog dringend haar bruidegom met bijzonder verontrustende hartklachten bij de spoedafdeling van het ziekenhuis binnengebracht! En, met geen tijd meer om alles af te blazen -de hele reutemeteut was trouwens ook al volledig betaald- zat er niks anders op hem, vastgekoppeld aan de hartmonitor en weet-ik-veel welke andere medische toestellen, achter te laten in het ziekenhuis, vertrouwend op de toegewijde zorgen van het verplegend personeel. Nog steeds ongerust, zo zonder sluitende diagnose of enige andere concrete info, haastte ze zich huiswaarts om, na zichzelf razendsnel in prachtige bruid te hebben omgetoverd, als perfecte gastvrouw de arriverende genodigden te ontvangen. 
De ondertussen verwittigde familie van de bruidegom had afgezien van de erg lange rit naar het feest zonder hun Luc, waardoor uiteraard meteen een heel groot deel aanwezigen weg viel. Gelukkig werd de bruid liefdevol omringt door haar eigen familieleden en een pak echt super fijne oprecht bekommerde vriendinnen. En hoe onmogelijk ook, elk van ons deed z'n uiterste best om de stemming er toch een heel klein beetje in te krijgen en te houden. Er werd ernstig gebuffeld om die enorme, veel te grote berg catering tenminste iets te doen slinken, en dat extra glaasje wijn, bier of sterker hielp gelukkig ook mee. De fenomenale huwelijkstaart, gróót! en móói!, die kregen we spijtig genoeg zelfs niet eens voor de helft meer weggewerkt...
Echt een hele vreemde avond was het, deze bizarre bruidegomloze trouwpartij. Een mix van vreugde en verdriet, met veel ongerustheid en onzekerheid, maar ook met vertrouwen en warme genegenheid. En met liefde, heel veel liefde. Voor de afwezige echtgenoot, onder de hartsvriendinnen, tussen de familieleden... Ja, die brede waaier van allerlei soorten liefde, dat was erg mooi om te zien en te ervaren.
Ondertussen kan ik u geruststellen: alles komt goed met Luc en z'n hart. Toen ik Lieve een paar dagen later belde voor een update kreeg ik, verrassend genoeg, hem zélf aan de telefoon, thuis in afwachting van z'n hartoperatie. De dokters weten wat er mis is en het is te repareren. Oef. Luc z'n hart zal dus, opgelapt en wel, nog heeeel lang voor Lieve mogen kloppen, zoals het hare voor hem. 💖
Weet je wat ik er van denk? Bij een uitzonderlijke liefde hoort eigenlijk ook wel zo'n uitzonderlijk feest... Niet dan? 't Is alleszins zeker dat ze het nooooit zullen vergeten. En ik durf te wedden dat er tegen hun zilveren jubileum een massa geweldig straffe verhalen over wanhopig eenzame bruiden en bruidegommen met letterlijk gebroken harten de ronde zullen doen! Mijn persoonlijke verslag van de hele historie hier kan er alvast als opstapje voor dienen... 😁
Lieve en Luc, nogmaals proficiat, en... vaart wel ende levet scone. 😉 Xxx


 ,

woensdag 5 juli 2017

Operatie nummer 12.

Toen er vorig jaar, bij m'n schouderbreuk, geen operatie nodig bleek om perfect te herstellen waren we allemaal opgelucht. Maar ik denk dat het gezondheidsduiveltje in mijn lijf het op de één of andere manier een soort 'gemiste kans' vond... Handig misbruik makend van die zwakke plek, in combinatie met mijn dagelijks overvolle-openbaar-vervoer-gebruik (d.w.z. met al je gewicht -en soms ook nog dat van anderen er bij- aan één arm hangende, jezelf met een bijna onmenselijke kracht staande houdend) zorgde dat duiveltje voor een prachtige overbelasting met als kroon op het werk een zichzelf in stand houdende ontsteking op de pees in m'n schouder, en op de koop toe een zeer pijnlijke nek als gevolg. Na lang twijfelen toch schoorvoetend op consult bij m'n neurochirurg plus wat foto's en een echografietje later werd snel duidelijk dat alleen een operatie dit euvel op een afdoende manier kon verhelpen... 
En zo ging ik gisteren dus richting ziekenhuis, voor m'n zoveelste ingreep. 
Wreed slecht geslapen, draaien en keren, zenuwachtig, niet wetend wat nu weer te verwachten. Opnieuw weken sukkelen met aan- en uitkleden? Weer een tijdje immobiel, fiets op stal, boodschappen te voet? Wassen met een washandje, geen bad of douche? En wat met koken, en poetsen, en plantjes water geven?... 'k Zag het even niet meer zitten, maar -zucht- niks aan te doen. 't Is wat het is.
'Gelieve u om 7u30 aan te melden'. Da's dus om 6u 't bed uit en om 7u de tram op... om vervolgens een dik uur in de wachtzaal vast te zitten. Tja, nood- en spoedoperaties gaan voor natuurlijk. En daar heb ik alle begrip voor.
Het dagziekenhuis bleek nogal een doolhof te zijn, maar na een tripje of 6 heen en weer, omdat er blijkbaar niks klopte van m'n nieuwe hospitalisatieverzekering en ik dat uiteraard allemaal nog eerst even geregeld moest krijgen, kende ik de weg naar m'n kamer en bed al snel op m'n duimpje. Gezellige mensen, daar zo om me heen. Allemaal met kapotte knieën, sportfracturen ook allemaal -sport is toch zooooo gezond, hé- en allemaal wat zenuwachtig, dus een paar grapjes gingen er goed in. Vooral mijn bed zorgde voor de hilarische noot: elke keer ik het, al dan niet voorzien van begeleidende zotte commentaar, op of neer liet gaan piepte en kraakte dat het een lieve lust was. 't Had vermoedelijk toch ook dringend eens een ingreepje nodig, denk ik, een 'smeer-operatie'. hihihi 
En verder: wachten, niets dan wachten, 't was al gauw het thema van de dag. Pas om 10u reden ze me met bed en al, zoals dat gaat -vroem vroem, sleur sleur, boem tegen de deur- naar het operatiekwartier, waar ik -echt waar, niet gelogen- nog tot 12u in de wachtruimte met m'n duimen te draaien lag. Niets anders dan openende en sluitende deuren om me heen en het steeds wisselende, heel erg korte gezelschap van een andere geparkeerde patient. 
De verpleegster die me uiteindelijk dan toch richting operatieruimte rolde vertelde me dat ze de volgende patient altijd netjes op tijd 'bestelden' -dat was echt het woord dat ze gebruikte, ook heel grappig, vond ik- maar dat ze niet altijd grip hebben op het al dan niet vlotte verloop van de voorafgaande operatie. En ik vrees een beetje dat het een zware dobber geweest was, die ingreep vlak voor mij, want afgezien van de lange wachttijd zag ik ook nog eens m'n vertrouwde chirurg vermoeid op een krukje wat wezenloos voor zich uit zitten staren, en zo had ik hem nog nooit gezien. Er hing een vreemde stemming in de zaal, maar ik sluit niet uit dat het mogelijk ook voor een stuk aan die ambetante zenuwachtigheid en mijn nimmer rustende verbeelding gelegen kan hebben... Alleszins, met een paar onnozele grapjes en het zenuwachtige gegiechel bij die vreselijk onhandige overstap van het bed naar de operatietafel -dat schuift voor geen meter en werkelijk àlles komt dubbel te zitten- waren ze klaar om aan mijn kijkoperatie te beginnen. Of in de correcte medische vaktermen uitgedrukt: 'zij verrichtten een AS acromioplastie voor een peroperatief uitgebreidde supraspinatus tendinopathie wegens subacromiaal impingment linker schouder.' Heu, ja, dàt dus. hihi. Oké dan. Hum. 
Bon, na wat gepuzzel met armen, kussens, ondersteun-dingen, ingewikkelde verbanden en hartmonitor-zuignappen kreeg ik de opdracht m'n ogen dicht te doen, het commando m'n snater stil te leggen en het bevel lekker te gaan slapen. Wat ik ook prompt allemaal braaf deed, natuurlijk.
Haaaa, zalig, zo fijn, wat een verschil: voor het eerst ontwaakte ik eens zonder paniekaanvallen en zonder misselijkheid uit de narcose. Joepie!
Na een extra controle van de 2 wondjes en een stel verse plakkers, een glutenvrij boterhammetje confituur en een grote kop suikerthee, en tot slot het obligate bezoekje van de chirurg met nog wat instructies mocht ik onder gezellige begeleiding van vriendin Ingrid, nog serieus slaperig en natuurlijk weer met de tram, dus ook met wat gesukkel, alweer huiswaarts keren. En al kan het voorlopig een tijdje wat moeilijk op m'n linkerkant, m'n lievelingsslaapzijde, niets is zo heerlijk om na zo'n hospitaaldagje in je eigen vertrouwde veilige nest verder te kunnen dutten, hé.
Het totale genezingsproces duurt zo'n 4 à 6 weken, maar het super goeie nieuws is dat ik ondertussen qua bewegingen eigenlijk in niets beperkt ben, of het moest door eventuele pijn zijn. 'Zo normaal mogelijk leven en je armen en schouders zo gewoon mogelijk gebruiken', was wat de dokter me meegaf bij m'n ontslag. De draagband mag zeker bij het buiten gaan aan, maar dan vooral om passanten het signaal te geven dat er een geblesseerde persoon in hun midden loopt... Zelfs een boodschappentasje of kleine handtas dragen met m'n linkerarm mag deze week al. Ja, het kan soms ook wel eens meevallen, hé...
Vannacht snuffelden om de beurt Poekie en Pompon uitgebreid aan m'n pleisters en trachtten ze die vreemde ziekenhuisgeuren van narcose en ontsmettingsmiddelen thuis te brengen. Tja, er blijven ondertussen slecht weinig lichaamsdelen bij me over waar nog niet in gesneden geweest is, vrees ik. Littekens groot en klein, à volonté en aan alle kanten. Ik begin een beetje op een lappendeken te lijken, een knip- en plakwerkje, hier en daar gepimpt met wat edelmetaal... hihi 
'De hoeveelste operatie zou dit ook alweer geweest zijn?' dacht ik, begon even in m'n hoofd m'n leven te overlopen en alle ondergane operaties op te tellen, en kwam zo toch wat verbaasd tot de constatatie dat dit al ingreep nummer 12 was!... Ik had verdorie een abonnement moeten nemen! ;-)


maandag 26 juni 2017

Noa danst Conny.

"Rond, als de wijnvlek van eergister op het vuile tafelblad, spelen gouden druppels zonlicht op het koude tegelpad, en de rimpels in de vijver en het vangnet van een spin, het zijn allemaal maar cirkels zonder einde of begin..." Als zanger borrelt er in alle mogelijke situaties steeds volautomatisch muziek in mij ophoog die de emoties van dat moment passend 'verwoordt', zoals gisteren al van bij de aanvang van de vertoning het nummer 'Cirkels' van Herman Van Veen deed. Maar alleen in mijn hoofd, hoor, want de muziek die werkelijk in de ruimte weerklonk waren illustere composities van Adams, Rachel's, Glass en Talbot. Live gebracht door het 25 man sterk orkest Sinfonia Rotterdam onderlijnde de stukken op sublieme wijze een dansvoorstelling die al mijn -toch wel hooggespannen- verwachtingen én mijn -toch ook behoorlijk rijke- fantasie zonder enige moeite nog te boven ging.
Op een uiterst unieke locatie van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij viert 'Connie Janssen Danst' met 'MIRROR MIRROR' z'n 25ste verjaardag. Alleen de reusachtige hal van de voormalige onderzeebootloods, aan alle kanten omringd door massa's water, schepen in alle soorten en maten, en de drukke bedrijvigheid van een wereldhaven die nooit slaapt, werd door Conny geschikt bevonden om deze ongelofelijke artistieke totaalervaring te huisvesten en het bijzondere gebouw draagt dan ook met verve z'n steentjes -allé, z'n betonnen pilaartjes eigenlijk- bij in de kracht van de performance.
Oké, allemaal goed en wel, zal je zeggen, maar er zijn op een steenworp van hier al onmogelijk veel formidabele spektakels te bewonderen, dus waarom trok ik dan met de helft van m'n familie op deze wat grijze zondagnamiddag in juni richting Rotterdam, om uitgerekend déze dansvoorstelling bij te wonen?... 
Dat is simpel: Noa Van Tichel, de oudste dochter van mijn zus en bijzonder getalenteerde danseres, loopt op dit moment stage bij Conny Janssen en is één van de 14 dansers die het beste van zichzelf geven in de af en toe surrealistisch grillige choreografie. En trots als wij op haar zijn wilden we dat uiteraard absoluut niet missen, dat spreekt voor zich.
Nadat alle 600 toeschouwers hun plekje op de enorme tribune gevonden hadden doofden de lichten. In de ingehouden-adem-stilte zat een vrouw op de trap als in gedachten verzonken naar haar eigen reflectie staren in de schijnbaar eindeloze spekgladde ondergrond. Doch bij haar eerste bewegingen kwam ook die spiegelende dansvloer tot leven: vele duizenden liters water bedekken de volledige oppervlakte van de ruimte en vormen zo een sensationele scène...
Water, dat als een 15de danser, op virtuoze wijze z'n eigen veelzijdige karakter aan het spektakel toevoegt. Van de met lichte aanraking sprookjesachtig tevoorschijn getoverde magische cirkels, die zonder geluid uitvloeien in een oeverloos niets; over de feeërieke rimpelingen en de zilveren, blauwe en gouden schitteringen, voortdurend oogverblindend fonkelend en zich onophoudelijk vermenigvuldigend in de weerkaatsing van de metershoge ronde spiegel, die als een soort bevroren vijver boven de scène hangt; tot het meer dan onstuimige, bijna woeste en onbeteugelde gesplash en gekletter, dat op sublieme wijze de diepe emoties van de choreografie uitvergroot, kracht bijzet en -letterlijk- spetterend omkaderde. En de geluiden van elke waterverplaatsing, groot of klein, mixen zich niet alleen met de indringende muziek, maar ook met het beklijvend gezucht, het bezwerend gesis en het ritmische handen-geflapper en torso-getrommel van de dansers. 
Met de confrontatie van hun reflectie in het water, de spiegels en in elkaar, en binnen die alom aanwezige cirkels zetten de 14 performers de eeuwige golfslag van ontmoeten en afscheid nemen neer. Het eredienstwaardig plechtige en nagenoeg rimpelloze waden bij het begin gaat gedurende de 75 minuten durende vertoning over naar ongewoon sterke solo's, naar passionele, bijna fanatieke pas de deux, naar vurig duw- en trekwerk in trio's en kwartetten, naar het langs alle kanten wild komen aanstormen en ook weer als in het niets verdwijnen van de volledige groep. De altijddurende beweging van eb en vloed, aantrekking en afstoting. De onafgebroken conjunctuur van het leven, gestaag en onophoudelijk zichzelf vernieuwend, ogenschijnlijk teugelloos en volstrekt vrij, doch eigenlijk zichzelf voortdurend herhalend in steeds weer dezelfde cirkels. Als de oneindige kringloop van het water en eindeloze spiegelreflecties.
Terwijl het water duidelijk zichtbaar van de doorweekte kostuums en de druipnatte sneakers stroomde realiseerde ik me plots ook hoe zwaar deze choreo voor de dansers wel moest zijn: al die elegante bewegingen, dat wild in het rond of in elkaars armen springen, het lopen en zelfs sprinten op de meest (on)mogelijke manieren, het languit neervallen, dramatisch rondrollen, als een duiveltje-uit-een-doosje weer overeind springen, elkaar hoog optillen, rondzwieren... allemaal met die extra weerstand én het extra gewicht van die 15de danser, het koude rivierwater! Ongelofelijk. 
Ademloos gefascineerd zat ik daar vol wondering en ontzag naar Noa en haar geweldige collega's te staren. Wat een overweldigende fysieke en mentale krachtexplosie! En wat een ongekende schoonheid in zo een contrasterende setting. Buitengewoon.
Door de nog steeds pijnlijke afwezigheid van onze va, -toeval of niet- exàct op déze dag 3 jaar geleden van ons heengegaan, maakte de emotionele diepgang van de dansvoorstelling een extra grote indruk op de aanwezige familieleden, al interpreteerde ieder van ons het geheel vanuit z'n eigen gevoelens vermoedelijk toch weer heel anders. 
Gezellig nababbelend, met uitermate eigenaardige cola toastend op onze va en uitgebreid een nog lang niet volledig droge Noa knuffelend hoorde ik Van Veen met enige gelatenheid z'n nummer in m'n hoofd verder zingen: 'Er bestaat geen medicijn tegen oud en eenzaam zijn'... En ook dàt paste wonderbaarlijk perfect bij deze dag. Ons moe zal dat alvast beamen, denk ik...
Het was onvergetelijk prachtig, lieve mooie Noa. En jij, jij bent minstens even onvergetelijk prachtig. Dank je wel dat je de wereld met jouw talent zoveel mooier maakt en wij er met volle teugen van mogen meegenieten.💗
En tot slot nog even dit: wat me van deze voorstelling ook zeker en vast nog zeer lang zal bijblijven is, hoe aan het einde, bij het buigen, de dirigent zich uit de orkestbak -een soort vide boven de waterplas-dansvloer, door steeds van kleur wisselende belichting naadloos mee opgaande in de vertoning- naar beneden haastte om -dirigeerstokje in de hand, geschoeid in een paar spierwitte kniehoge rubberen laarzen en alsof het een fluitje van een cent was- de hele lengte van de loods in het hoog opspattende water samen met de 14 dansers een keer of 5 op en neer te spurten. Zelden bij het applaus een dirigent zich zó zien inspannen!... hihihi 😉😀😜

 Conny Janssen Danst, 'Mirror mirror', nog tot & met zondag 20 juli 2017.

Met dank voor de leuke foto's aan Eric Van Tichel,
fotograaf maar vooral trotse papa.

vrijdag 23 juni 2017

Geen gedommel voor de hommel!

Verontrusting. Dat woord beschreef m'n gevoel het beste. De lente ging voorbij, 't was de afgelopen weken absoluut zomer, het terras staat boordevol bloemen... en, behalve die geniepige wreed vraatzuchtige soorten uiteraard, geen insect te bekennen. Alles-leegzuigende bladluizen in zowat alle kleuren van de regenboog: meer dan zàt. Plantenwortels-schranzende zwarte kevers en hun vieze engerlingen: geen tekort aan. Mottige gaten-knagende bladrollerrupsen: als met gulle hand in 't rond gestrooid. Maar móóie, laat staan núttige insecten? Niets van te bespeuren, in de verste verten niet.
Waar zijn al die ijverige bijen gebleven? Wie heeft er nog ergens een vlinder gezien? Geen lieveheersbeestjes, geen zweefvliegen, geen oorwormen. En zelfs de pissebedden die vaak met honderden tegelijk samenhokten onder de vochtige bodems van m'n bloempotten, ze zijn niet te vinden.
Misschien is er dan toch al veel te veel natuurschoon verdwenen... Misschien vinden ze nergens nog passend en ongestoord leefgebied... Wie weet was het ook voor hen al veel te lang veel te warm... Of veel te droog... Woon ik ondanks al m'n -weliswaar wat geforceerde- bloemenweelde dan toch in een kale betonnen woestijn... Ik weet het niet.
Net toen ik tussen al die overvloed aan fraaie flora op m'n terras wat moedeloos en verdrietig zuchtte "jep, 't is duidelijk: de wereld is definitief volledig naar de knoppen", net op dat moment snorde er, rakelings langs mijn neus, een dikke donzige hommel voorbij. Het bolle beestje vloog recht -allé ja, 'recht' is een nogal groot woord voor de eigenzinnige vliegstijl van een hommel- naar de klimmende ranken met de knal-oranje bloemen van de oost-indische kers, die zich ondertussen met behoorlijke vaart omhoog kronkelt langst het daarvoor speciaal neergezette staketsel aan het raam bij m'n bureau.
Met kennis ter zake zocht de hommel de meest verse oranje kelkblaadjes uit om zich vervolgens ongegeneerd zo diep mogelijk in het hart van de uitgekozen bloem gulzig op de nectar en het stuifmeel te storten.
Terwijl ik verblijd naar die ijverig werkende, bijzonder welkome bezoeker stond te kijken arriveerden er nog een paar van haar collega's, in hetzelfde pluizige zwart-gele streepjesuniform. Met elegante krulvluchtjes verplaatsen ze zich gracieus en stijlvol van bloem naar bloem, en schommelden en wiebelden ondertussen -zich zonder enige moeite stevig vasthoudend- gezellig mee met de in de wind op en neer deinende bloemenranken. Zo vermakelijk om naar te kijken! Zo schattig ook. Zelfs vanachter mijn computer hou ik het nog steeds in de gaten, dit verrukkelijke schouwspel van zoveel onverstoorbaar zwoegende, snoezig donzige, in modebewust streepjespak, drommels hommels! Zalig.
In de late namiddag vloog er plots ook, in z'n typische flodderende vlindervlucht, een eerste koolwitje voorbij en zo-even passeerde er, prachtig blauw en groen glinsterende in de zon, een grote libel aan het terras. Misschien was mijn vertwijfeling toch net iets te vroeg en beginnen al die mooie en nuttige insecten, pas nu, met het voorbeeld van de absoluut niet dommelende hommels, ook in actie te komen...
Zoals ik opgetogen ben om elk nieuw scheutje, elk nieuw blaadje, elke nieuwe bloemknop, zo verheug ik me, vanaf nu nog meer dan ooit, ook op elk insectenbezoek. Op voorwaarde ze zich koninklijk gedragen -en dus niet meteen zonder enige vorm van schaamte of remming de hele boel volledig kaal vreten- zal ik ze vorstelijk verwelkomen en mijn prinsheerlijke bloemenrijk met plezier met hen delen. Want zolang er nog insecten zijn is er nog hoop voor onze wereld, die ongelofelijk wonderbaarlijke blauwe bol waarvan we deel uit maken. 
Dus eigenlijk zijn die schommelende drommelse hommels een echte hele-hoop- hoop-hommels!... (En zeg dat maar eens luidop tien keer achter elkaar. hihihi )😉

zondag 11 juni 2017

Wie geeft wat hij heeft...

Gisteren deed ik twee keer vlak na elkaar een toerke door m'n vertrouwde supermarkt. Nee, niet dat ik iets vergeten was of zo. Toen ik net m'n fiets veilig verankerd geparkeerd had sprak een jonge vrouw me beleefd aan. Ze vertelde dat ze dakloos was en honger had, en vroeg voorzichtig of ik haar misschien een kleinigheid om te eten zou kunnen en willen bezorgen. 
Sinds m'n nieuwe baan in de stad word ik elke dag -en ook zowat de hele dag- geconfronteerd met daklozen en bedelaars, maar meestal zijn dat nogal onbeschofte mannen die uitsluitend geld willen! Als je hen wat te eten of te drinken geeft zijn ze daar doorgaans alles behalve blij mee, in tegendeel zelfs... Maar geld, dat zal je van mij niet krijgen. Van mij mag je gerust elke cent die je bezit aan alcohol of drugs besteden, dat moet je zelf maar weten, 't is jouw leven, maar verwacht niet van mij dat ik je wat dat betreft dan ook nog eens ga 'sponsoren'! Een vraag naar voedsel daarentegen, da's iets helemaal anders vind ik, dus beloofde ik met een warm hart iets voor haar mee te brengen.
Ik snorde een winkelwagentje op en stopte meteen bij de broodafdeling. 
Oké, wat is er handig om eten als je geen huis hebt, geen tafel of stoelen, geen servies... alleen maar groten honger. Twee pakjes rozijnenbollen, per ongeluk ook nog eens in de aanbieding, belandden hupsakee in m'n karretje. Klaar! Of?... Nee nee nee, niks van 'klaar!', zo kan ik dat niet laten, da's half werk doen. De rozijnenbollen kregen dus in sneltreinvaart het gezelschap van een zak gezonde frisse appelen, altijd lekker uit het vuistje; twee doosjes met van die belegde driehoeksandwiches, kaas-ham, om meteen op te smikkelen; een rol gevulde koeken, kwestie van toch ook een soort dessertje te serveren; en uiteraard, vooral met dit hete weer zeker niet te vergeten: 2 grote flessen om de dorst te lessen, eentje met limonade en eentje met water.
Het leek me handiger om dat alles eerst af te rekenen en dan pas m'n eigen inkopen te verzamelen, dus hop, naar de kassa, alles in een boodschappentas, netjes betaald -straf toch, hoeveel je allemaal voor een dikke 6 euro kan kopen, hé- en toen ik de jonge vrouw de zak overhandigde begreep ze het eerst niet zo goed, maar haar gezicht lichtte helemaal op na mijn uitdrukkelijke bevestiging dat het 'ja! écht àllemaal voor haar' was. Zij had dus duidelijk wél slechts een afgeprijsd zakje rozijnenbollen 'solo' verwacht... hihihi
't Is niet vanuit die totaal christelijke opvoeding of om eens even 'den heilige' uit te hangen dat ik zo regelmatig eens iets uit de 'Zeven werken van Barmhartigheid' -zoals dus hongerigen spijzen en dorstigen laven- doe. Nee, de reden is zoveel simpeler: ik weet te goed hoe het is om niets te hebben, om maand na maand, dag na dag tekort te komen. Je begrijpt een ander z'n nood daardoor beter. En omdat ik tegenwoordig oprecht kan zeggen 'ik heb genoeg' moet er dus er ook nooit lang nagedacht worden bij het af en toe wat delen van die huidige -weliswaar nog steeds zeer relatieve- welvaart. M'n motto is heel eenvoudig: zolang ik m'n dak boven m'n hoofd nog kan betalen, eten kan kopen voor mij en de poezen, en mezelf zonder zorgen voor morgen op een nieuw jurkje of een arm vol bloemen kan trakteren, zolang zal er ook altijd meer dan geld genoeg zijn om eens iemand te eten te geven. Voila. Simpel. Wie geeft wat hij heeft is waard dat hij leeft, hé. En daar loop ik ook niet mee te koop, da's nergens voor nodig, je dóet het gewoon. Ik zou deze historie niet eens verteld hebben mocht deze ontmoeting niet nog een onverwachte wending kennen!...
Terwijl ik, na nog een klein gezellig babbeltje -nee, zeep en zo had ze niet nodig, die had ze gisteren al van een andere, ook al zo vriendelijke mevrouw gekregen- aanstalten maakte om dan nu toch ook maar eens aan m'n eigen boodschappenlijstje te beginnen, werden de vrouw en ik omringt door een stel jonge kereltjes, zo van die kleine schoelies die nog niet droog achter hun oren zijn en overal maar wat rondhangen. Die gastjes begonnen luidkeels te schreeuwen dat ik die vrouw niks mocht geven, want dat niets van wat ze vertelde waar was, dat ze over àlles loog, en dat ze drug spoot, zó, in haar arm, en dat ze liters alcohol dronk! En dat zij dat ook allemaal zélf, met hun eigen ogen, gezien hadden! Die vrouw was slecht, een gemene bedriegster!... 
"En wie zijn jullie dan?" heb ik hen gevraagd, rustig en heel beheerst, doch met een niet te negeren onwrikbare innerlijke kracht. "De leugenpolitie misschien? Jullie zijn zo ongelofelijk snel met veroordelen dat jullie vast en zeker zelf nog noooooit in jullie hele leven een leugen verteld hebben! Jullie spreken absoluut àltijd de waarheid, is het niet?!"
Protest, geroep, argumenten alom, maar met al een pak minder overtuiging...
"Luister" zei ik, "zelfs al was deze mevrouw een geduchte misdadiger -wat ik ten stelligste betwijfel-, ze mag als vrije mens zijn en doen wat ze wil, uiteindelijk is dat uitsluitend hààr verantwoordelijkheid. Net zoals het de mijne en allèèn de mijne is als ik mijn zuurverdiende centjes wil uitgeven aan één of ander voedselpakket voor haar, wie ze ook is, wat ze ook doet, en zélfs als ze over werkelijk àlles tegen mij zou liegen. Mijn centen, mijn beslissing, mijn verantwoordelijkheid. Wie denken jullie wel te zijn dat je meent over haar leven, mijn leven, en ook nog eens over mijn portemonnee, iets te zeggen te hebben!"
Het geschreeuw en protest reduceerde zich tot wat ongemakkelijk gemompel...
"En staat er niet in de Koran dat je, zonder vragen te stellen, voor de zieken, de armen en de hulpbehoevenden moet zorgen, en hen laten meedelen in jouw overvloed? Dat is zelfs één van de 5 fundamenten van de Islam, één van de basis-geboden! Mooie Ramadam zijn jullie aan het doen, echt fraai, hoor." 
Ze hadden allicht niet gerekend op weerwoord, die bemoeizieke snuiters, laat staan op een weerwoord vanuit kennis en wijsheid, en op de koop toe zonder ook maar een schijntje woede, zonder enige stemverheffing, met zelfs een tikje moederlijke teleurstelling en droefenis in de toon. Ze losten nog net niet als een fata morgana op in de hete zomerlucht, zo geruisloos en nietig dropen ze af, die plots niet meer zo heldhaftige knapen. 
Tja, 'k weet echt niet waar ze dan zo plots vandaan komen, maar af en toe rollen exàct de juiste woorden op exàct het juiste moment met een ongekende stoutmoedigheid m'n mond uit. En volgens mij was die jonge vrouw, wie ze ook mag zijn, daar op dat ogenblik zo mogelijk nog blijer mee dan met die boodschappentas vol lekkers. :-)


vrijdag 9 juni 2017

Een glazen boterham...

8 uur 's morgens, een ondertussen 'vertrouwd' afgeladen volle tram. Ik ondernam voor de zoveelste keer nog maar eens het immer spannende ritje, samen met zowat de helft van alle inwoners van Wijnegem en Deurne -of zo lijkt het toch- knusjes op elkaar gepropt in slechts één hermelijntram, naar m'n werk in het centrum van de stad...
Aan elke halte proppen er zich nog meer reizigers bij, en al weet je écht niet meer op welke onmogelijk magische, uitzonderlijk ingenieuze manier je jezelf nóg minder ruimte-innemend zou kunnen maken, telkens opnieuw weerklinkt uitvoerig -soms smekend wanhopig, soms ronduit roodgloeiend woedend- het ondertussen ook al vertrouwde commando "doorschuiven!!!"
Eigenlijk had ik zo ongeveer exact de ruimte recht omhoog, dus ook absoluut niet breder, gelijk aan de centimeters die het vierkantje vloer onder m'n twee voeten vormden. En voor wie me niet in levende lijve kent: dat betekent dat er een behoorlijk overweldigend pak 'oren en poten' moet worden ingehouden... 
Terwijl ik er net ernstig over begon te denken om zowel m'n handtas als m'n lunchzakje met ondersteuning van m'n kenmerkende dot bovenop m'n hoofd te gaan balanceren wrong een zoveelste luid 'doorschuiven'-schreeuwende man zich bij in het voertuig. Op zich niks bijzonders, ware het niet dat ik heel kort, een seconde maar, een glimp opving van de knalgele bak bierflesjes die hij met z'n voeten ruw tussen al die vele onderstellen van z'n medereizigers ook mee de tram trachtte in te schoppen.
'k Verloor hem een paar haltes uit het oog, maar plots zag ik hem weer: hij had zowaar -vraag me niet hoe, ik wil het zelfs niet weten- in die boordevolle tram een zeer gegeerd zitje veroverd! En... de meereizende kanarie-kleurige bierbak had hij zo te zien liefdevol op z'n schoot genomen. Op zich ook niets opzienbarend, tenslotte stap ik zelf ook vaak genoeg met de meest gekke dingen het openbare vervoer op, om vervolgens tijdens de hele reis alles netjes op schoot te houden. Kwestie van niet meer plaats in te nemen dan strikt noodzakelijk en aldus, als welopgevoede burger, voor geen overlast te zorgen. 
Maar wat er toen volgde, dat had ik écht niet zien aankomen!
De man frutselde een opener voor kroonkurken uit z'n jaszak, trok een flesje open en goot in één vloeiende beweging de volledige 30 centiliter gerstenat zonder blikken of blozen, hoofd achterover, door z'n keelgat! 
En het bleef niet bij ééntje. Nee, blijkbaar zaten er nog meer dan genoeg volle flesjes in de bak om tot aan de Groenplaats, waar hij net als ik en een paar honderd andere reizigers de tram verliet, op z'n gemakske het ene na het andere biertje achterover te kappen. 
Ik veronderstel dat hij bij de Carrefour aldaar z'n bak leeggoed wou gaan binnenbrengen. Leeggoed dat dus duidelijk toch nog niet helemààl leeg was...
't Is algemeen geweten dat ik ook wel van een lekker biertje hou, zo op tijd en stond, en ten gepaste tijde. Allé, t is te zeggen: pils, dat brouwsel mag je met veel plezier zélf opdrinken, da's wat mij betreft alleen maar goed om de groten dorst te lessen als je een lange hete en vooral stoffige dag zwaar in den hof gewerkt hebt. Ik ben tenslotte een telg van een familie waar zowat élke reden goed was op met z'n allen aan ne zalige trippel te beginnen, uiteraard liefst ene van Westmalle én van 't schap. Maar voor ontbijt?... Ik dàcht het niet! Écht niet.
Och, elk z'n eigen leven met z'n eigen goesting, zal ik maar denken, hé. 'k Heb er alleszins alweer hartelijk door gelachen, en 't levert andermaal een straffe en plezante story op om te vertellen, want van een "glazen boterham", daar had ik al gehoord, maar zo'n volledig, uitgebreid én op de koop toe rijdend en geheel openbaar "glazen ontbijt"... Toch redelijk excentriek, niet?! ;-)



zondag 28 mei 2017

Even leven in slow motion.

Zo een tijdje niet kunnen fietsen -met die gekneusde derrière van me, weet u wel... (voor wie het gemist zou hebben, zie het blogje 'Amai, m'n gat!'), maakte dat ik voor een aantal zaken wat uitgebreider de tijd moest nemen. Op m’n gemakje voorzichtig wandelend met m’n caddy aan de hand duurde boodschappen inslaan bijvoorbeeld zeker 3 keer zo lang. En ja, ik zuchtte ook even, in het vooruitzicht van wat pijnlijk kwakkelend een kleine 4,5 km af te gaan leggen, toen ik zo de eerste keer op pad vertrok.
Maar, ge kent me ondertussen zo al een beetje, ik zou mezelf niet zijn moest ik ook hierin weer niet iets geweldig positiefs gevonden hebben!...
Als je eens niet op de fiets overal voorbij zoeft maar er in een slakkengangetje langsheen sloft, dan zié je nog eens iets. Kleine dingetjes waar je eindeloos gelukkig van kan worden, tenminste als je een beetje zoals ik in elkaar zit.
Dat er blijkbaar nog steeds behoorlijk wat meikevers in m’n buurt wonen bijvoorbeeld. De vele fris groene verse blaadjes vol gaten en gaatjes in de lange beukenhagen langs m’n pad leverden daar onweerlegbaar bewijsmateriaal van. En da’s toch wel fijn nieuws, vind ik.
In de Gallifortlei bewonderde ik uitgebreid de vele, vorig jaar volledig opnieuw aangelegde plantsoentjes. Met een brede waaier aan goedgekozen speciale planten, specifiek gericht op het welzijn van o.a. de tanende bijenpopulatie, in zowat alle mogelijke tinten purper netjes om de beurt bloeiend van de vroege lente tot laat in de herfst zijn ze echt een lust voor het oog. Iets om eens op te letten, mocht je er per ongeluk passeren. Dat heeft de groenvoorziening werkelijk fantastisch gedaan! En die leuke donzige hommels en naarstige bijen, die in hun leuk gestreepte kostummekes al druk nectar verzamelden, genoten er duidelijk ook met veel smaak ongegeneerd en uitvoerig van.
Zo super langzaam slenterend langst de straten vallen je plots ook fraaie details van de langzaam voorbij glijdende huizen en tuintjes op. Spijtig genoeg zag ik ook de minder fraaie kantjes, zoals de overvloed aan zwerfvuil overal, maar laat ons dat maar even gewoon negeren in dit verhaaltje.
Zo ineens is er blijkbaar ook, zoveel meer dan anders, tijd en ruimte voor een hartelijke ‘goedendag’, een onnozel grapje of zelfs een gezellig babbeltje met andere schuifelende, al dan niet ook vergezeld van een mee-rollend boodschappenwagentje, voorbijgangers. Het laat je allemaal volautomatisch breed glimlachen, en je voelt je er op slag een pak gelukkiger door.
Allé, bij mij werkt dat toch zo...
En omdat ik mezelf nu toch uitgebreid de tijd gaf om me te verplaatsen bleef ik, na er de afgelopen jaren op twee wielen steeds als een pijl uit een boog aan voorbij te vliegen, eindelijk eens vol bewondering stil staan onder die twee bomen die me al zo lang elke lente opnieuw verwonderden. Bomen van een voor mij totaal onbekende soort -en je weet dat ik toch wel wat kennis ter zake heb- die enigszins beschut leunen tegen een betonnen gebouw, een wat grillige tak- en schors-structuur vertonen, het zonlicht vangen met grote ronde lichtgroene bladeren en -wauw wauw wauw- extreem extravagant bloeien met een ware overdaad aan frêle purper-roze bloesem, die -nog nóóit gezien- ook op de meest gekke plaatsen uit de stàm en tàkken tevoorschijn komt!
Met m'n voeten tussen de kwistig rondgestrooide afgevallen bloemblaadjes -de stoep kleurde er voor de verandering erg vrolijk door- schoot ik zo goed als het ging een paar foto's met m'n mobiele telefoon. Google wist me wat later te vertellen dat dit de 'Ceris Siliquastrum' is, oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied. In de volksmond wordt hij de Judasboom genoemd, omdat de legende zegt dat Judas, de leerling die Jesus verried, zich uit wanhoop aan deze boom opgehangen zou hebben. De vorm van de bladeren verwijst naar de zilveren munten die hij voor zijn verraad ontving... Tja, of dat waar is... wie zal het zeggen, hé. 't Is alleszins een bijzondere en prachtige boomsoort, vind ik, en mét een verhaal. Wat wil je nog meer?! En dat kwamen we allemaal te weten door dat slow motion slef-slef-slef-wandelingetje van me!
Ja, al loop ik eigenlijk altijd wel met wijd open ogen door het leven, en al ontgaat er mij weinig van al het moois om ons heen, hoe onbeduidend het misschien ook mag zijn in onze hedendaagse wereld, dat tijdje verplicht 'te voet' openbaarde mij nog details die zelfs ik anders over het hoofd gezien zou hebben. Toch heerlijk, zoveel prachtige, verrijkende -en zelfs leerrijke- verrukkelijke onbenulligheden!
Al moet ik hierbij ook meteen toegeven dat het ontegensprekelijk, absoluut en volslagen zeker zo zalig was -verdómd zalig zelfs- om afgelopen weekend dat leven in slow motion toch weer achter me te laten en -volle gas vooruit, flitsend door de straten- eindelijk terug 'razendsnel' boodschappen te kunnen doen pijnvrij zittend op het piepende zadel van m'n geliefde ouwe trouwe fiets!... 😉