Een zonnige namiddag enkele weken geleden. Gekleed in een losse luchtige tuniek met korte mouwtjes en een witte driekwart broek, met een grote zonnebril op m'n neus en een paar vrolijk flipflopperende slefferkes aan m'n voeten daalde ik, caddy aan de hand, de grote trap voor 't appartementsgebouw af, klaar om op m'n gemakje te voet boodschappen te gaan doen. Iets voorbij den blok maakte ik, zoals gewoonlijk, een korte bocht naar rechts, het betonnen-platen-wandelpad tussen de torenflats op.
Onmiddellijk roefelde de zotte zomerwind m'n haar geestdriftig door elkaar, liet m'n kleurig flodderjurkje vrolijk alle kanten uit flapperen en kriebelde m'n neus met die typische heerlijk zoete geur van zongedroogd grasmaaisel. In het speeltuintje speelden kinderen in het witte zandbakzand en vulden -tot lichte wanhoop van de zonnende moeders op de bank en op een handdoek- aan het drinkfonteintje het ene na het andere emmertje water om uitgebreid moddertaartjes mee te fabriceren. Boven m'n hoofd cirkelden een handvol krijsende meeuwen, ruziënd over wat lekkers, gepikt uit één of andere vuilbak.
En plots, zonder waarschuwing of aankondiging, plots werd ik met elke vezel van m'n lijf en in elke emotie 40 jaar terug in de tijd gekatapulteerd. Daar loop ik, naast mijn vader, op vakantie aan zee, in de al warme ochtendzon die zacht maar resoluut de nevel die tussen de duinen hangt doorbreekt, broodjes van de warme bakker halen voor het ontbijt.
Elk geluid en elke geur van dat wandelpad in de warme zomerzon, zelfs het type 'robuuste' beplanting en de rondhangende 'dagjesmensen', het deed een ver opgeborgen en lang vergeten gevoel van kinderlijke onbezorgdheid en vogelvrije gelukzaligheid in me herleven. Heel bijzonder! Alleen die zilte zoute zeelucht, ja, die ontbrak nog. Maar met een inbeeldingsvermogen als het mijne...
Zolang ik me kan herinneren trokken we elk jaar weer met het steeds groeiende gezin voor een paar weken naar Cadzand-Bad, en verbleven er ook altijd in hetzelfde minuscule huisje onderaan de duinen. De allereerste keer moet ik een jaar of 4 geweest zijn, en toen had ik exact één zus. Door de jaren is de familie een zeer uitgebreid en kleurrijk gezelschap geworden, met nog 2 broers en een zus er bij, al hun partners, en wat later ook hun kinderen. Maar het huisje kon ze allemaal herbergen en de lol op het strand werd er alleen maar groter door.
3 jaar geleden ben ik er voor het laatst geweest, daar in Cadzand, 2 keer zelfs: op 1 mei met ons va en moe -heel erg leuk, hard gelachen, zotte foto's gemaakt- en eind juli met Lieve en Luc, even een dagje uit, al kon ik er met de beste wil van de wereld niet echt van genieten en zat m'n gemoedstoestand ver beneden het vriespunt. 'Naar zee gaan' was voorgoed veranderd: onze va zou er nooit meer bij zijn, en alles daar herinnerde me aan betere tijden...
Het Cadzand-Bad uit mijn jeugd, met z'n wilde nog ongetemde duinen en eindeloos lege, ongerepte en nog onontdekte stranden, dat Cadzand bestaat niet meer. De 'vooruitgang' heeft ook dit idyllisch oord ingepalmd met rijen flatgebouwen, hotels en zelfs een jachthaven. De inmiddels netjes getemde en gemanicuurde natuur is met vele kilometers prikkeldraad afgespannen ter bescherming tegen de meedogenloze zondvloed toeristen en dagjesmensen die zich elke zonnige -en ook minder zonnige- dag op de breed opgespoten stranden tussen de massa storten.
Ja, het is niet anders: die zalige zee uit mijn lang vervlogen jeugdjaren zit nu samen de ondertussen ook van de aardbol verdwenen sprookjestuin van het voormalige ouderlijk huis opgeborgen ergens diep en veilig op een heel bijzonder plekje in mijn herinneringen, als bewaard in een met fluweel bekleed geheim doosje. Dit soort kostbaarheden pak je immers slechts bij uitzondering of hele speciale momenten nog eens met voorzichtige liefkozende gebaren uit, om ze dan heel even koesterend tegen je wang te houden.
Foto's zijn ook leuk, absoluut, en er zijn honderden, misschien wel duizenden kiekjes geschoten in al die vele jaren 'zee'. Maar da's toch niet hetzelfde, want alhoewel ik oprecht blij ben ze te bezitten, het valt me nog steeds behoorlijk zwaar om er doorheen te bladeren. De opwellende gevoelens, emoties en herinneringen zijn nog niet onverdeeld blij. Er hangt voorlopig nog te veel droefenis en gemis aan vast...
Doch... dat wandelpad, hier in de groenvoorziening tussen die betonnen flatgebouwen op den Bosuil, dat moet er anders over gedacht hebben en smeet me zonder pardon, in een soort magische samensmelting van allesoverheersende elementen, terug in dat intense gevoel van onschuldige blijmoedigheid, in dat bijna naïeve, onmetelijk gelukzalige gevoel, dat je als volwassene eindeloos zoekt en nergens meer vinden kan, en dat voor mij al m'n leven lang onlosmakelijk aan de zee en mijn vakantieherinneringen vast hangt.
Sinds die ene zomerse dag een paar weken geleden overvalt dat gevoel me nu elke keer weer als ik ietsje voorbij het flatgebouw waar ik woon rechts afsla, die wandelweg op. Zélfs eergisteren, toen ik gewapend met een grote paraplu een stevige hoeveelheid hemelwater trotseerde, want, geef toe: zo een plensbui af en toe, dat hoort er uiteraard ook bij tijdens een zomervakantie aan de kust...
Wie weet is het allemaal slecht inbeelding en is mijn zee-verlangen, mijn zee-tekort ondertussen ongemerkt zo groot geworden dat het z'n eigen leven gaan leiden is. Dat zou kunnen, wie zal het zeggen... Één ding is zonneklaar: 't wordt duidelijk hoog tijd om weer eens een heerlijk rustig stukje strand op te zoeken, en daar ongestoord te gaan genieten van het voortdurende spel der golven. Ik wil die unieke soundmix van wind, water en vogels weer horen, m'n longen weer diep kunnen vullen met zalig zilte zeelucht, m'n broekzakken vol natte kleurrijke schelpjes proppen, het zout op m'n huid voelen, het zand tussen m'n tenen...
De diagnose is dus overduidelijk: ik heb een acuut tekort aan vitamine zee! 😊
Over muziek, poezen, bloemen, mensen, kerstmis... en zo veel meer. Geniet mee van de grote en kleine belevenissen en bedenkingen van zangeres Kristina Meganck.
woensdag 26 juli 2017
zondag 23 juli 2017
Defilé-bedenkingen.
Onze Belgische Nationale Feestdag stond vroeger, toen ik nog een kind was, absoluut gelijk aan 'defilé-kijken'. Zonder fout zaten wij thuis met z'n allen met feestelijke opwinding en ruim op tijd aan de buis gekluisterd, want we zouden al die pracht en praal van onze landsverdediging zien, de schitterende uniformen, de wapperende veelkleurige vlaggen, vaandels en banieren, de elegant stappende mooie paarden, de tot de verbeelding sprekende gevaarlijk uitziende tanks en al die andere zware voertuigen, en vooral: we zouden de koning zien! En ook de koningin natuurlijk, die met haar jurk, hoed, schoenen en handtas steevast voor gespreksstof zorgde. Ik bewonderde net zo graag al die fraaie hoofddeksels van de vooraanstaande edele dames als dat ik reikhalzend uitkeek naar de met in de zomerwind flapperende en dansende enorme witte pluimen of lange steile paardenharen versierde kepies.
De statige uniformen met veel blinkende knopen, sierlijke tressen en glimmende eretekens waarin fiere militairen, rijkswachters en politiemannen indrukwekkend 'uniform' op het scherm voorbij paradeerden maakten bijzonder veel indruk op mij, als kind. Toen was het defilé een uit de kluiten gewassen plechtige stoet met een koninklijk tintje, en absoluut een feestelijke belevenis.
Met ouder worden -en hopelijk ook wijzer- kreeg de parade een wat wrang bijsmaakje: ik leert dat zo'n defilé, in gelijk welk land, eigenlijk het, voor de hele wereld klaar en duidelijk te aanschouwen, tentoonstellen is van de kracht en de efficiëntie van 's lands legermacht. Puur een kwestie van indruk maken dus, op mogelijke vijanden of belagers. En, ik leerde er ook het meer dan gigantische kostenplaatje kennen, zowel van heel deze parade als van elk stuk oorlogsmateriaal... Voor mij haalde allebei deze bedenkingen het feestelijke gevoel door de jaren zodanig en met toenemende snelheid naar omlaag dat ik niet eens meer de moeite deed om de televisie aan te zetten op de 21ste juli.
Maar dit jaar, omdat m'n moeder het er met enig enthousiasme over had, besloot ik het allemaal toch nog eens een kans te geven -ik ben tenslotte niet alleen fiere Antwerpenaar en Vlaming, maar ook geboren en getogen Belg- en zapte op het goeie moment naar de juiste televisiezender.
Toch nog veel volk daar in Brussel, ondanks de immer aanwezige angst voor een aanslag. Het opvallende, zelfs uitzonderlijke, zonnige weer zal wel geholpen hebben, denk ik. De breed glimlachende koning en koningin zagen er goed uit, en gelukkig ook. Erg leuke jurk en hoed, Mathilde. Prins Laurent keuvelde gezellig op z'n zondags met z'n echtgenote Claire, z'n zus Astrid en haar man Lorenzo. Zelfs de prinsjes en prinsesjes zaten er bijzonder braaf en voorbeeldig bij, doch duidelijk ook een heel klein beetje verveeld, maar hoe zou je zelf zijn als kind, zo'n defilé, da's best wel wat aan de langdradige kant, hé...
En net toen ik niet ontevreden dacht "Oké, dit valt eigenlijk wel mee" en me wat meer op m'n gemak in de zetel nestelde voor het vervolg, net op dat moment zwaaide de camera langzaam richting de tribune met daarop de andere 'hooggeplaatste' genodigden: ministers, senatoren, volksvertegenwoordigers en dergelijke... en uiteraard, wat had je gedacht, alsof het weer exact zo moest zijn viel mijn oog metéén op een minister die, terwijl de landsverdedigers strak in 't gelid fier voorbij marcheerden, totaal ongeïnteresseerd wat boers voorovergebogen op z'n stoel met z'n mobiele telefoon zat te spelen! En daar, op de koop toe, schuin achter hem, een andere die, hoofd wat achterover, ogen gesloten -zie ik dat wel goed?- een dutje deed?!
Oké, klopt, het kan slechts een 'afwijkend' moment geweest zijn, net op het ogenblik dat ik keek. En er kan mij inderdaad één of andere onderliggende reden volledig ontgaan zijn, dat is mogelijk. Doch deze momentopname bewees volgens mij alleen nóg maar eens het totàle niet-betrokken-zijn van onze politici en hun algemene ongeïnteresseerdheid. Reden genoeg om teleurgesteld en licht verontwaardigd de TV alweer terug uit te zetten en "typisch België" te zuchten.
M'n gedachten gingen als vanzelf naar die kennissen van me, uitermate -en terecht- trots op hun in Brussel mee-marcherende zoon, kroon op z'n militaire carrière. Hij is één van die vele mannen en vrouwen, zonen en dochters, moeders en vaders, die ten dienste staan en waken over de veiligheid van dit land en z'n inwoners. Mensen die oprecht 'fier om te dienen' zijn, wat meteen ook de titel van het defilé dit jaar was.
En heu... ten dienste van wie staan al die ministers en heel die reutemeteut ook weer?!... En hoeveel krijgen ze daarvoor ook weer betaald?!... Volgens mij slaat dat 'fier om te dienen' eigenlijk ook op hen: als iets wat hen veel te vaak ontbreekt, iets wat ze een stuk meer zouden moeten zijn! Niet dan?
Allé, het kan toch echt niet teveel gevraagd zijn om i.p.v. te smssen of te dutten vanop die eretribune wat welgemeende aandacht te bieden aan hen die zodànig fier zijn om te dienen dat ze zélfs bereid zijn indien nodig voor dit kleine land hun leven te geven...
Och, dit zijn slecht mijn persoonlijke brompot-defilé-bedenkingen, en wie ben ik?... En gelukkig zijn er nog zoveel andere typische Belgische dingen, zoals de fantastische humor die bij zowat élke gebeurtenis, vrolijk of triest, onmiddellijk de kop opsteekt, met als ultiem defilé-voorbeeld de 4,99-euro-Ikea-fruitschaal-hoed van prinses Claire. Schitterend gevonden en zo grappig!
En behalve fruit heeft dit landje nog zoveel ander lekkers te bieden: de chocolade, de wafels, de mosselen... En bovenaan het lijstje der heerlijkheden staan natuurlijk de wereldberoemde frietjes! Zo verrukkelijk dat er op de sociale media een lollig filmpje verscheen van een stel hongerige militairen die er na het defilé blijkbaar zo snel mogelijk een stevige portie van wou verorberen en zich daarom -da's toch doodnormaal- naar de drive-in van de dichtstbijzijnde snacktent begaven, met hun gecamoufleerde pantserwagen en al! Ik vond het hilarisch. En, naar mijn bescheiden mening: wauw, wat een meer dan uitstekende stuurvermogen ook!
Achteraf bleek dat filmpje spijtig genoeg niet echt te zijn, een hoax zoals dat dan heet... Wel, voor mij maakt het absoluut geen enkel verschil, want het heeft me zo fenomenaal doen lachen dat ik -oef, gelukkig maar- na al die mopperkont-defilé-bedenkingen weer meteen m'n vrolijkheid en positiviteit terug vond. Veel beter zo, hé. 😉
De statige uniformen met veel blinkende knopen, sierlijke tressen en glimmende eretekens waarin fiere militairen, rijkswachters en politiemannen indrukwekkend 'uniform' op het scherm voorbij paradeerden maakten bijzonder veel indruk op mij, als kind. Toen was het defilé een uit de kluiten gewassen plechtige stoet met een koninklijk tintje, en absoluut een feestelijke belevenis.
Met ouder worden -en hopelijk ook wijzer- kreeg de parade een wat wrang bijsmaakje: ik leert dat zo'n defilé, in gelijk welk land, eigenlijk het, voor de hele wereld klaar en duidelijk te aanschouwen, tentoonstellen is van de kracht en de efficiëntie van 's lands legermacht. Puur een kwestie van indruk maken dus, op mogelijke vijanden of belagers. En, ik leerde er ook het meer dan gigantische kostenplaatje kennen, zowel van heel deze parade als van elk stuk oorlogsmateriaal... Voor mij haalde allebei deze bedenkingen het feestelijke gevoel door de jaren zodanig en met toenemende snelheid naar omlaag dat ik niet eens meer de moeite deed om de televisie aan te zetten op de 21ste juli.
Maar dit jaar, omdat m'n moeder het er met enig enthousiasme over had, besloot ik het allemaal toch nog eens een kans te geven -ik ben tenslotte niet alleen fiere Antwerpenaar en Vlaming, maar ook geboren en getogen Belg- en zapte op het goeie moment naar de juiste televisiezender.
Toch nog veel volk daar in Brussel, ondanks de immer aanwezige angst voor een aanslag. Het opvallende, zelfs uitzonderlijke, zonnige weer zal wel geholpen hebben, denk ik. De breed glimlachende koning en koningin zagen er goed uit, en gelukkig ook. Erg leuke jurk en hoed, Mathilde. Prins Laurent keuvelde gezellig op z'n zondags met z'n echtgenote Claire, z'n zus Astrid en haar man Lorenzo. Zelfs de prinsjes en prinsesjes zaten er bijzonder braaf en voorbeeldig bij, doch duidelijk ook een heel klein beetje verveeld, maar hoe zou je zelf zijn als kind, zo'n defilé, da's best wel wat aan de langdradige kant, hé...
En net toen ik niet ontevreden dacht "Oké, dit valt eigenlijk wel mee" en me wat meer op m'n gemak in de zetel nestelde voor het vervolg, net op dat moment zwaaide de camera langzaam richting de tribune met daarop de andere 'hooggeplaatste' genodigden: ministers, senatoren, volksvertegenwoordigers en dergelijke... en uiteraard, wat had je gedacht, alsof het weer exact zo moest zijn viel mijn oog metéén op een minister die, terwijl de landsverdedigers strak in 't gelid fier voorbij marcheerden, totaal ongeïnteresseerd wat boers voorovergebogen op z'n stoel met z'n mobiele telefoon zat te spelen! En daar, op de koop toe, schuin achter hem, een andere die, hoofd wat achterover, ogen gesloten -zie ik dat wel goed?- een dutje deed?!
Oké, klopt, het kan slechts een 'afwijkend' moment geweest zijn, net op het ogenblik dat ik keek. En er kan mij inderdaad één of andere onderliggende reden volledig ontgaan zijn, dat is mogelijk. Doch deze momentopname bewees volgens mij alleen nóg maar eens het totàle niet-betrokken-zijn van onze politici en hun algemene ongeïnteresseerdheid. Reden genoeg om teleurgesteld en licht verontwaardigd de TV alweer terug uit te zetten en "typisch België" te zuchten.
M'n gedachten gingen als vanzelf naar die kennissen van me, uitermate -en terecht- trots op hun in Brussel mee-marcherende zoon, kroon op z'n militaire carrière. Hij is één van die vele mannen en vrouwen, zonen en dochters, moeders en vaders, die ten dienste staan en waken over de veiligheid van dit land en z'n inwoners. Mensen die oprecht 'fier om te dienen' zijn, wat meteen ook de titel van het defilé dit jaar was.
En heu... ten dienste van wie staan al die ministers en heel die reutemeteut ook weer?!... En hoeveel krijgen ze daarvoor ook weer betaald?!... Volgens mij slaat dat 'fier om te dienen' eigenlijk ook op hen: als iets wat hen veel te vaak ontbreekt, iets wat ze een stuk meer zouden moeten zijn! Niet dan?
Allé, het kan toch echt niet teveel gevraagd zijn om i.p.v. te smssen of te dutten vanop die eretribune wat welgemeende aandacht te bieden aan hen die zodànig fier zijn om te dienen dat ze zélfs bereid zijn indien nodig voor dit kleine land hun leven te geven...
Och, dit zijn slecht mijn persoonlijke brompot-defilé-bedenkingen, en wie ben ik?... En gelukkig zijn er nog zoveel andere typische Belgische dingen, zoals de fantastische humor die bij zowat élke gebeurtenis, vrolijk of triest, onmiddellijk de kop opsteekt, met als ultiem defilé-voorbeeld de 4,99-euro-Ikea-fruitschaal-hoed van prinses Claire. Schitterend gevonden en zo grappig!
En behalve fruit heeft dit landje nog zoveel ander lekkers te bieden: de chocolade, de wafels, de mosselen... En bovenaan het lijstje der heerlijkheden staan natuurlijk de wereldberoemde frietjes! Zo verrukkelijk dat er op de sociale media een lollig filmpje verscheen van een stel hongerige militairen die er na het defilé blijkbaar zo snel mogelijk een stevige portie van wou verorberen en zich daarom -da's toch doodnormaal- naar de drive-in van de dichtstbijzijnde snacktent begaven, met hun gecamoufleerde pantserwagen en al! Ik vond het hilarisch. En, naar mijn bescheiden mening: wauw, wat een meer dan uitstekende stuurvermogen ook!
Achteraf bleek dat filmpje spijtig genoeg niet echt te zijn, een hoax zoals dat dan heet... Wel, voor mij maakt het absoluut geen enkel verschil, want het heeft me zo fenomenaal doen lachen dat ik -oef, gelukkig maar- na al die mopperkont-defilé-bedenkingen weer meteen m'n vrolijkheid en positiviteit terug vond. Veel beter zo, hé. 😉
Bekijk het volledige filmpje: Even een frietje halen...
vrijdag 14 juli 2017
De eenzame bruid.
Een maand of 2, 3 vooraf verstuurden ze al die prachtige persoonlijk gemaakte uitnodigingen. Dat gaf de geïnviteerde familieleden, vrienden, collega's en kennissen zeker tijd genoeg om hun al dan niet aanwezig zijn door te geven.
De originele feestlocatie, uiteraard ook keurig op voorhand geboekt, en voor de gelegenheid versierd met vele tientallen witte ballonnen en rode hartjes, was er helemaal klaar voor. De dansvloer lag blinkend te wachten op dartele feestvierders, die zeker en vast een paar danskes zouden placeren op de ritmes waarmee de aanwezige DJ de ruimte vulde. Voor elke honger, groot of klein, bood het uitgebreide koude en warme buffet wel wat lekkers en een stel nette afgeborstelde obers schonken elke dorstige aanwezige met veel plezier en met elegante zwier de gewenste drankjes uit.
Ja, dit kon eigenlijk alleen maar een echt top-avond worden!...
Op die zomerse zaterdagavond vertrok ik aldus om het huwelijk van m'n lieve vriendin Lieve en hare grote schat, de Luc, mee te gaan vieren. Ze beloofden elkaar reeds dag op dag 6 maanden eerder, op 24 december -ja, de dag voor kerst dus, leuk, hé- eeuwige trouw in het plaatselijke districtshuis. Maar dat ging een beetje stiekem. En slechts in het bijzijn van dochters en getuigen. Heel weinig mensen wisten er van en ik herinner me nog hoe Lieve vol van vreugde en geluk niet kon wachten het grote geheim toch al over de telefoon met mij te delen. Maar 'k moest wel zweren er niks van te verklappen!
Lieve en Luc zijn voor mij geweldige 'alles-is-mogelijk'-voorbeelden, toch wat romantiek en liefde betreft. Hun story lijkt misschien wat gewoon, op 't eerste zicht niet uitzonderlijk of spectaculair, maar ik weet écht wel beter. En nee, het is geen liefdesverhaal vrij van zorgen of verdriet, maar die donkere momenten hebben hun liefde alleen maar sterker gemaakt en hen naar elkaar toe doen groeien. Het is dus niet altijd rozengeur en maneschijn, maar er ís verdorie wel rozengeur en maneschijn, hé! Ja, ik geniet van hen en van hoe zij van elkaar houden. Hartverwarmend vind ik dat, eerlijk waar.
Een uurtje na de officiële aanvang van de festiviteiten arriveerde ik, uiteraard netjes van kop tot teen gekleed -inclusief tweekleurig handtasje en schoenen- uitsluitend in zwart-wit zoals de dresscode vereiste, en... voelde me meteen zwaar op m'n ongemak. In tegenstelling tot het soort uitgelaten geanimeerde huwelijksherrie die ik verwachtte hing er tussen de schaarse aanwezigen, de meesten met een glas in de hand wat ongemakkelijk gemoedelijk pratend op het erg leeg aanvoelende terras, een bijna tastbare geladen spanning.
De bruid zag er fenomenaal uit in haar strakke, glanzende en kunstig gedrapeerde purper-lila jurk, speels opgestoken krullen en uitbundige glitterdetails. Maar haar ogen, die twinkelden en straalden niet zoals de rest van haar koninklijke verschijning... Terecht, zoals meteen bleek bij onze begroeting.
Even daarvoor had ze namelijk hoog dringend haar bruidegom met bijzonder verontrustende hartklachten bij de spoedafdeling van het ziekenhuis binnengebracht! En, met geen tijd meer om alles af te blazen -de hele reutemeteut was trouwens ook al volledig betaald- zat er niks anders op hem, vastgekoppeld aan de hartmonitor en weet-ik-veel welke andere medische toestellen, achter te laten in het ziekenhuis, vertrouwend op de toegewijde zorgen van het verplegend personeel. Nog steeds ongerust, zo zonder sluitende diagnose of enige andere concrete info, haastte ze zich huiswaarts om, na zichzelf razendsnel in prachtige bruid te hebben omgetoverd, als perfecte gastvrouw de arriverende genodigden te ontvangen.
De ondertussen verwittigde familie van de bruidegom had afgezien van de erg lange rit naar het feest zonder hun Luc, waardoor uiteraard meteen een heel groot deel aanwezigen weg viel. Gelukkig werd de bruid liefdevol omringt door haar eigen familieleden en een pak echt super fijne oprecht bekommerde vriendinnen. En hoe onmogelijk ook, elk van ons deed z'n uiterste best om de stemming er toch een heel klein beetje in te krijgen en te houden. Er werd ernstig gebuffeld om die enorme, veel te grote berg catering tenminste iets te doen slinken, en dat extra glaasje wijn, bier of sterker hielp gelukkig ook mee. De fenomenale huwelijkstaart, gróót! en móói!, die kregen we spijtig genoeg zelfs niet eens voor de helft meer weggewerkt...
Echt een hele vreemde avond was het, deze bizarre bruidegomloze trouwpartij. Een mix van vreugde en verdriet, met veel ongerustheid en onzekerheid, maar ook met vertrouwen en warme genegenheid. En met liefde, heel veel liefde. Voor de afwezige echtgenoot, onder de hartsvriendinnen, tussen de familieleden... Ja, die brede waaier van allerlei soorten liefde, dat was erg mooi om te zien en te ervaren.
Ondertussen kan ik u geruststellen: alles komt goed met Luc en z'n hart. Toen ik Lieve een paar dagen later belde voor een update kreeg ik, verrassend genoeg, hem zélf aan de telefoon, thuis in afwachting van z'n hartoperatie. De dokters weten wat er mis is en het is te repareren. Oef. Luc z'n hart zal dus, opgelapt en wel, nog heeeel lang voor Lieve mogen kloppen, zoals het hare voor hem. 💖
Weet je wat ik er van denk? Bij een uitzonderlijke liefde hoort eigenlijk ook wel zo'n uitzonderlijk feest... Niet dan? 't Is alleszins zeker dat ze het nooooit zullen vergeten. En ik durf te wedden dat er tegen hun zilveren jubileum een massa geweldig straffe verhalen over wanhopig eenzame bruiden en bruidegommen met letterlijk gebroken harten de ronde zullen doen! Mijn persoonlijke verslag van de hele historie hier kan er alvast als opstapje voor dienen... 😁
Lieve en Luc, nogmaals proficiat, en... vaart wel ende levet scone. 😉 Xxx
,
De originele feestlocatie, uiteraard ook keurig op voorhand geboekt, en voor de gelegenheid versierd met vele tientallen witte ballonnen en rode hartjes, was er helemaal klaar voor. De dansvloer lag blinkend te wachten op dartele feestvierders, die zeker en vast een paar danskes zouden placeren op de ritmes waarmee de aanwezige DJ de ruimte vulde. Voor elke honger, groot of klein, bood het uitgebreide koude en warme buffet wel wat lekkers en een stel nette afgeborstelde obers schonken elke dorstige aanwezige met veel plezier en met elegante zwier de gewenste drankjes uit.
Ja, dit kon eigenlijk alleen maar een echt top-avond worden!...
Op die zomerse zaterdagavond vertrok ik aldus om het huwelijk van m'n lieve vriendin Lieve en hare grote schat, de Luc, mee te gaan vieren. Ze beloofden elkaar reeds dag op dag 6 maanden eerder, op 24 december -ja, de dag voor kerst dus, leuk, hé- eeuwige trouw in het plaatselijke districtshuis. Maar dat ging een beetje stiekem. En slechts in het bijzijn van dochters en getuigen. Heel weinig mensen wisten er van en ik herinner me nog hoe Lieve vol van vreugde en geluk niet kon wachten het grote geheim toch al over de telefoon met mij te delen. Maar 'k moest wel zweren er niks van te verklappen!
Lieve en Luc zijn voor mij geweldige 'alles-is-mogelijk'-voorbeelden, toch wat romantiek en liefde betreft. Hun story lijkt misschien wat gewoon, op 't eerste zicht niet uitzonderlijk of spectaculair, maar ik weet écht wel beter. En nee, het is geen liefdesverhaal vrij van zorgen of verdriet, maar die donkere momenten hebben hun liefde alleen maar sterker gemaakt en hen naar elkaar toe doen groeien. Het is dus niet altijd rozengeur en maneschijn, maar er ís verdorie wel rozengeur en maneschijn, hé! Ja, ik geniet van hen en van hoe zij van elkaar houden. Hartverwarmend vind ik dat, eerlijk waar.
Een uurtje na de officiële aanvang van de festiviteiten arriveerde ik, uiteraard netjes van kop tot teen gekleed -inclusief tweekleurig handtasje en schoenen- uitsluitend in zwart-wit zoals de dresscode vereiste, en... voelde me meteen zwaar op m'n ongemak. In tegenstelling tot het soort uitgelaten geanimeerde huwelijksherrie die ik verwachtte hing er tussen de schaarse aanwezigen, de meesten met een glas in de hand wat ongemakkelijk gemoedelijk pratend op het erg leeg aanvoelende terras, een bijna tastbare geladen spanning.
De bruid zag er fenomenaal uit in haar strakke, glanzende en kunstig gedrapeerde purper-lila jurk, speels opgestoken krullen en uitbundige glitterdetails. Maar haar ogen, die twinkelden en straalden niet zoals de rest van haar koninklijke verschijning... Terecht, zoals meteen bleek bij onze begroeting.
Even daarvoor had ze namelijk hoog dringend haar bruidegom met bijzonder verontrustende hartklachten bij de spoedafdeling van het ziekenhuis binnengebracht! En, met geen tijd meer om alles af te blazen -de hele reutemeteut was trouwens ook al volledig betaald- zat er niks anders op hem, vastgekoppeld aan de hartmonitor en weet-ik-veel welke andere medische toestellen, achter te laten in het ziekenhuis, vertrouwend op de toegewijde zorgen van het verplegend personeel. Nog steeds ongerust, zo zonder sluitende diagnose of enige andere concrete info, haastte ze zich huiswaarts om, na zichzelf razendsnel in prachtige bruid te hebben omgetoverd, als perfecte gastvrouw de arriverende genodigden te ontvangen.
De ondertussen verwittigde familie van de bruidegom had afgezien van de erg lange rit naar het feest zonder hun Luc, waardoor uiteraard meteen een heel groot deel aanwezigen weg viel. Gelukkig werd de bruid liefdevol omringt door haar eigen familieleden en een pak echt super fijne oprecht bekommerde vriendinnen. En hoe onmogelijk ook, elk van ons deed z'n uiterste best om de stemming er toch een heel klein beetje in te krijgen en te houden. Er werd ernstig gebuffeld om die enorme, veel te grote berg catering tenminste iets te doen slinken, en dat extra glaasje wijn, bier of sterker hielp gelukkig ook mee. De fenomenale huwelijkstaart, gróót! en móói!, die kregen we spijtig genoeg zelfs niet eens voor de helft meer weggewerkt...
Echt een hele vreemde avond was het, deze bizarre bruidegomloze trouwpartij. Een mix van vreugde en verdriet, met veel ongerustheid en onzekerheid, maar ook met vertrouwen en warme genegenheid. En met liefde, heel veel liefde. Voor de afwezige echtgenoot, onder de hartsvriendinnen, tussen de familieleden... Ja, die brede waaier van allerlei soorten liefde, dat was erg mooi om te zien en te ervaren.
Ondertussen kan ik u geruststellen: alles komt goed met Luc en z'n hart. Toen ik Lieve een paar dagen later belde voor een update kreeg ik, verrassend genoeg, hem zélf aan de telefoon, thuis in afwachting van z'n hartoperatie. De dokters weten wat er mis is en het is te repareren. Oef. Luc z'n hart zal dus, opgelapt en wel, nog heeeel lang voor Lieve mogen kloppen, zoals het hare voor hem. 💖
Weet je wat ik er van denk? Bij een uitzonderlijke liefde hoort eigenlijk ook wel zo'n uitzonderlijk feest... Niet dan? 't Is alleszins zeker dat ze het nooooit zullen vergeten. En ik durf te wedden dat er tegen hun zilveren jubileum een massa geweldig straffe verhalen over wanhopig eenzame bruiden en bruidegommen met letterlijk gebroken harten de ronde zullen doen! Mijn persoonlijke verslag van de hele historie hier kan er alvast als opstapje voor dienen... 😁
Lieve en Luc, nogmaals proficiat, en... vaart wel ende levet scone. 😉 Xxx
,
woensdag 5 juli 2017
Operatie nummer 12.
Toen er vorig jaar, bij m'n schouderbreuk, geen operatie nodig bleek om perfect te herstellen waren we allemaal opgelucht. Maar ik denk dat het gezondheidsduiveltje in mijn lijf het op de één of andere manier een soort 'gemiste kans' vond... Handig misbruik makend van die zwakke plek, in combinatie met mijn dagelijks overvolle-openbaar-vervoer-gebruik (d.w.z. met al je gewicht -en soms ook nog dat van anderen er bij- aan één arm hangende, jezelf met een bijna onmenselijke kracht staande houdend) zorgde dat duiveltje voor een prachtige overbelasting met als kroon op het werk een zichzelf in stand houdende ontsteking op de pees in m'n schouder, en op de koop toe een zeer pijnlijke nek als gevolg. Na lang twijfelen toch schoorvoetend op consult bij m'n neurochirurg plus wat foto's en een echografietje later werd snel duidelijk dat alleen een operatie dit euvel op een afdoende manier kon verhelpen...
En zo ging ik gisteren dus richting ziekenhuis, voor m'n zoveelste ingreep.
Wreed slecht geslapen, draaien en keren, zenuwachtig, niet wetend wat nu weer te verwachten. Opnieuw weken sukkelen met aan- en uitkleden? Weer een tijdje immobiel, fiets op stal, boodschappen te voet? Wassen met een washandje, geen bad of douche? En wat met koken, en poetsen, en plantjes water geven?... 'k Zag het even niet meer zitten, maar -zucht- niks aan te doen. 't Is wat het is.
'Gelieve u om 7u30 aan te melden'. Da's dus om 6u 't bed uit en om 7u de tram op... om vervolgens een dik uur in de wachtzaal vast te zitten. Tja, nood- en spoedoperaties gaan voor natuurlijk. En daar heb ik alle begrip voor.
Het dagziekenhuis bleek nogal een doolhof te zijn, maar na een tripje of 6 heen en weer, omdat er blijkbaar niks klopte van m'n nieuwe hospitalisatieverzekering en ik dat uiteraard allemaal nog eerst even geregeld moest krijgen, kende ik de weg naar m'n kamer en bed al snel op m'n duimpje. Gezellige mensen, daar zo om me heen. Allemaal met kapotte knieën, sportfracturen ook allemaal -sport is toch zooooo gezond, hé- en allemaal wat zenuwachtig, dus een paar grapjes gingen er goed in. Vooral mijn bed zorgde voor de hilarische noot: elke keer ik het, al dan niet voorzien van begeleidende zotte commentaar, op of neer liet gaan piepte en kraakte dat het een lieve lust was. 't Had vermoedelijk toch ook dringend eens een ingreepje nodig, denk ik, een 'smeer-operatie'. hihihi
En verder: wachten, niets dan wachten, 't was al gauw het thema van de dag. Pas om 10u reden ze me met bed en al, zoals dat gaat -vroem vroem, sleur sleur, boem tegen de deur- naar het operatiekwartier, waar ik -echt waar, niet gelogen- nog tot 12u in de wachtruimte met m'n duimen te draaien lag. Niets anders dan openende en sluitende deuren om me heen en het steeds wisselende, heel erg korte gezelschap van een andere geparkeerde patient.
De verpleegster die me uiteindelijk dan toch richting operatieruimte rolde vertelde me dat ze de volgende patient altijd netjes op tijd 'bestelden' -dat was echt het woord dat ze gebruikte, ook heel grappig, vond ik- maar dat ze niet altijd grip hebben op het al dan niet vlotte verloop van de voorafgaande operatie. En ik vrees een beetje dat het een zware dobber geweest was, die ingreep vlak voor mij, want afgezien van de lange wachttijd zag ik ook nog eens m'n vertrouwde chirurg vermoeid op een krukje wat wezenloos voor zich uit zitten staren, en zo had ik hem nog nooit gezien. Er hing een vreemde stemming in de zaal, maar ik sluit niet uit dat het mogelijk ook voor een stuk aan die ambetante zenuwachtigheid en mijn nimmer rustende verbeelding gelegen kan hebben... Alleszins, met een paar onnozele grapjes en het zenuwachtige gegiechel bij die vreselijk onhandige overstap van het bed naar de operatietafel -dat schuift voor geen meter en werkelijk àlles komt dubbel te zitten- waren ze klaar om aan mijn kijkoperatie te beginnen. Of in de correcte medische vaktermen uitgedrukt: 'zij verrichtten een AS acromioplastie voor een peroperatief uitgebreidde supraspinatus tendinopathie wegens subacromiaal impingment linker schouder.' Heu, ja, dàt dus. hihi. Oké dan. Hum.
Bon, na wat gepuzzel met armen, kussens, ondersteun-dingen, ingewikkelde verbanden en hartmonitor-zuignappen kreeg ik de opdracht m'n ogen dicht te doen, het commando m'n snater stil te leggen en het bevel lekker te gaan slapen. Wat ik ook prompt allemaal braaf deed, natuurlijk.
Haaaa, zalig, zo fijn, wat een verschil: voor het eerst ontwaakte ik eens zonder paniekaanvallen en zonder misselijkheid uit de narcose. Joepie!
Na een extra controle van de 2 wondjes en een stel verse plakkers, een glutenvrij boterhammetje confituur en een grote kop suikerthee, en tot slot het obligate bezoekje van de chirurg met nog wat instructies mocht ik onder gezellige begeleiding van vriendin Ingrid, nog serieus slaperig en natuurlijk weer met de tram, dus ook met wat gesukkel, alweer huiswaarts keren. En al kan het voorlopig een tijdje wat moeilijk op m'n linkerkant, m'n lievelingsslaapzijde, niets is zo heerlijk om na zo'n hospitaaldagje in je eigen vertrouwde veilige nest verder te kunnen dutten, hé.
Het totale genezingsproces duurt zo'n 4 à 6 weken, maar het super goeie nieuws is dat ik ondertussen qua bewegingen eigenlijk in niets beperkt ben, of het moest door eventuele pijn zijn. 'Zo normaal mogelijk leven en je armen en schouders zo gewoon mogelijk gebruiken', was wat de dokter me meegaf bij m'n ontslag. De draagband mag zeker bij het buiten gaan aan, maar dan vooral om passanten het signaal te geven dat er een geblesseerde persoon in hun midden loopt... Zelfs een boodschappentasje of kleine handtas dragen met m'n linkerarm mag deze week al. Ja, het kan soms ook wel eens meevallen, hé...
Vannacht snuffelden om de beurt Poekie en Pompon uitgebreid aan m'n pleisters en trachtten ze die vreemde ziekenhuisgeuren van narcose en ontsmettingsmiddelen thuis te brengen. Tja, er blijven ondertussen slecht weinig lichaamsdelen bij me over waar nog niet in gesneden geweest is, vrees ik. Littekens groot en klein, à volonté en aan alle kanten. Ik begin een beetje op een lappendeken te lijken, een knip- en plakwerkje, hier en daar gepimpt met wat edelmetaal... hihi
'De hoeveelste operatie zou dit ook alweer geweest zijn?' dacht ik, begon even in m'n hoofd m'n leven te overlopen en alle ondergane operaties op te tellen, en kwam zo toch wat verbaasd tot de constatatie dat dit al ingreep nummer 12 was!... Ik had verdorie een abonnement moeten nemen! ;-)
En zo ging ik gisteren dus richting ziekenhuis, voor m'n zoveelste ingreep.
Wreed slecht geslapen, draaien en keren, zenuwachtig, niet wetend wat nu weer te verwachten. Opnieuw weken sukkelen met aan- en uitkleden? Weer een tijdje immobiel, fiets op stal, boodschappen te voet? Wassen met een washandje, geen bad of douche? En wat met koken, en poetsen, en plantjes water geven?... 'k Zag het even niet meer zitten, maar -zucht- niks aan te doen. 't Is wat het is.
'Gelieve u om 7u30 aan te melden'. Da's dus om 6u 't bed uit en om 7u de tram op... om vervolgens een dik uur in de wachtzaal vast te zitten. Tja, nood- en spoedoperaties gaan voor natuurlijk. En daar heb ik alle begrip voor.
Het dagziekenhuis bleek nogal een doolhof te zijn, maar na een tripje of 6 heen en weer, omdat er blijkbaar niks klopte van m'n nieuwe hospitalisatieverzekering en ik dat uiteraard allemaal nog eerst even geregeld moest krijgen, kende ik de weg naar m'n kamer en bed al snel op m'n duimpje. Gezellige mensen, daar zo om me heen. Allemaal met kapotte knieën, sportfracturen ook allemaal -sport is toch zooooo gezond, hé- en allemaal wat zenuwachtig, dus een paar grapjes gingen er goed in. Vooral mijn bed zorgde voor de hilarische noot: elke keer ik het, al dan niet voorzien van begeleidende zotte commentaar, op of neer liet gaan piepte en kraakte dat het een lieve lust was. 't Had vermoedelijk toch ook dringend eens een ingreepje nodig, denk ik, een 'smeer-operatie'. hihihi
En verder: wachten, niets dan wachten, 't was al gauw het thema van de dag. Pas om 10u reden ze me met bed en al, zoals dat gaat -vroem vroem, sleur sleur, boem tegen de deur- naar het operatiekwartier, waar ik -echt waar, niet gelogen- nog tot 12u in de wachtruimte met m'n duimen te draaien lag. Niets anders dan openende en sluitende deuren om me heen en het steeds wisselende, heel erg korte gezelschap van een andere geparkeerde patient.
De verpleegster die me uiteindelijk dan toch richting operatieruimte rolde vertelde me dat ze de volgende patient altijd netjes op tijd 'bestelden' -dat was echt het woord dat ze gebruikte, ook heel grappig, vond ik- maar dat ze niet altijd grip hebben op het al dan niet vlotte verloop van de voorafgaande operatie. En ik vrees een beetje dat het een zware dobber geweest was, die ingreep vlak voor mij, want afgezien van de lange wachttijd zag ik ook nog eens m'n vertrouwde chirurg vermoeid op een krukje wat wezenloos voor zich uit zitten staren, en zo had ik hem nog nooit gezien. Er hing een vreemde stemming in de zaal, maar ik sluit niet uit dat het mogelijk ook voor een stuk aan die ambetante zenuwachtigheid en mijn nimmer rustende verbeelding gelegen kan hebben... Alleszins, met een paar onnozele grapjes en het zenuwachtige gegiechel bij die vreselijk onhandige overstap van het bed naar de operatietafel -dat schuift voor geen meter en werkelijk àlles komt dubbel te zitten- waren ze klaar om aan mijn kijkoperatie te beginnen. Of in de correcte medische vaktermen uitgedrukt: 'zij verrichtten een AS acromioplastie voor een peroperatief uitgebreidde supraspinatus tendinopathie wegens subacromiaal impingment linker schouder.' Heu, ja, dàt dus. hihi. Oké dan. Hum.
Bon, na wat gepuzzel met armen, kussens, ondersteun-dingen, ingewikkelde verbanden en hartmonitor-zuignappen kreeg ik de opdracht m'n ogen dicht te doen, het commando m'n snater stil te leggen en het bevel lekker te gaan slapen. Wat ik ook prompt allemaal braaf deed, natuurlijk.
Haaaa, zalig, zo fijn, wat een verschil: voor het eerst ontwaakte ik eens zonder paniekaanvallen en zonder misselijkheid uit de narcose. Joepie!
Na een extra controle van de 2 wondjes en een stel verse plakkers, een glutenvrij boterhammetje confituur en een grote kop suikerthee, en tot slot het obligate bezoekje van de chirurg met nog wat instructies mocht ik onder gezellige begeleiding van vriendin Ingrid, nog serieus slaperig en natuurlijk weer met de tram, dus ook met wat gesukkel, alweer huiswaarts keren. En al kan het voorlopig een tijdje wat moeilijk op m'n linkerkant, m'n lievelingsslaapzijde, niets is zo heerlijk om na zo'n hospitaaldagje in je eigen vertrouwde veilige nest verder te kunnen dutten, hé.
Het totale genezingsproces duurt zo'n 4 à 6 weken, maar het super goeie nieuws is dat ik ondertussen qua bewegingen eigenlijk in niets beperkt ben, of het moest door eventuele pijn zijn. 'Zo normaal mogelijk leven en je armen en schouders zo gewoon mogelijk gebruiken', was wat de dokter me meegaf bij m'n ontslag. De draagband mag zeker bij het buiten gaan aan, maar dan vooral om passanten het signaal te geven dat er een geblesseerde persoon in hun midden loopt... Zelfs een boodschappentasje of kleine handtas dragen met m'n linkerarm mag deze week al. Ja, het kan soms ook wel eens meevallen, hé...
Vannacht snuffelden om de beurt Poekie en Pompon uitgebreid aan m'n pleisters en trachtten ze die vreemde ziekenhuisgeuren van narcose en ontsmettingsmiddelen thuis te brengen. Tja, er blijven ondertussen slecht weinig lichaamsdelen bij me over waar nog niet in gesneden geweest is, vrees ik. Littekens groot en klein, à volonté en aan alle kanten. Ik begin een beetje op een lappendeken te lijken, een knip- en plakwerkje, hier en daar gepimpt met wat edelmetaal... hihi
'De hoeveelste operatie zou dit ook alweer geweest zijn?' dacht ik, begon even in m'n hoofd m'n leven te overlopen en alle ondergane operaties op te tellen, en kwam zo toch wat verbaasd tot de constatatie dat dit al ingreep nummer 12 was!... Ik had verdorie een abonnement moeten nemen! ;-)
maandag 26 juni 2017
Noa danst Conny.
"Rond, als de wijnvlek van eergister op het vuile tafelblad, spelen gouden druppels zonlicht op het koude tegelpad, en de rimpels in de vijver en het vangnet van een spin, het zijn allemaal maar cirkels zonder einde of begin..." Als zanger borrelt er in alle mogelijke situaties steeds volautomatisch muziek in mij ophoog die de emoties van dat moment passend 'verwoordt', zoals gisteren al van bij de aanvang van de vertoning het nummer 'Cirkels' van Herman Van Veen deed. Maar alleen in mijn hoofd, hoor, want de muziek die werkelijk in de ruimte weerklonk waren illustere composities van Adams, Rachel's, Glass en Talbot. Live gebracht door het 25 man sterk orkest Sinfonia Rotterdam onderlijnde de stukken op sublieme wijze een dansvoorstelling die al mijn -toch wel hooggespannen- verwachtingen én mijn -toch ook behoorlijk rijke- fantasie zonder enige moeite nog te boven ging.
Op een uiterst unieke locatie van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij viert 'Connie Janssen Danst' met 'MIRROR MIRROR' z'n 25ste verjaardag. Alleen de reusachtige hal van de voormalige onderzeebootloods, aan alle kanten omringd door massa's water, schepen in alle soorten en maten, en de drukke bedrijvigheid van een wereldhaven die nooit slaapt, werd door Conny geschikt bevonden om deze ongelofelijke artistieke totaalervaring te huisvesten en het bijzondere gebouw draagt dan ook met verve z'n steentjes -allé, z'n betonnen pilaartjes eigenlijk- bij in de kracht van de performance.
Oké, allemaal goed en wel, zal je zeggen, maar er zijn op een steenworp van hier al onmogelijk veel formidabele spektakels te bewonderen, dus waarom trok ik dan met de helft van m'n familie op deze wat grijze zondagnamiddag in juni richting Rotterdam, om uitgerekend déze dansvoorstelling bij te wonen?...
Dat is simpel: Noa Van Tichel, de oudste dochter van mijn zus en bijzonder getalenteerde danseres, loopt op dit moment stage bij Conny Janssen en is één van de 14 dansers die het beste van zichzelf geven in de af en toe surrealistisch grillige choreografie. En trots als wij op haar zijn wilden we dat uiteraard absoluut niet missen, dat spreekt voor zich.
Nadat alle 600 toeschouwers hun plekje op de enorme tribune gevonden hadden doofden de lichten. In de ingehouden-adem-stilte zat een vrouw op de trap als in gedachten verzonken naar haar eigen reflectie staren in de schijnbaar eindeloze spekgladde ondergrond. Doch bij haar eerste bewegingen kwam ook die spiegelende dansvloer tot leven: vele duizenden liters water bedekken de volledige oppervlakte van de ruimte en vormen zo een sensationele scène...
Water, dat als een 15de danser, op virtuoze wijze z'n eigen veelzijdige karakter aan het spektakel toevoegt. Van de met lichte aanraking sprookjesachtig tevoorschijn getoverde magische cirkels, die zonder geluid uitvloeien in een oeverloos niets; over de feeërieke rimpelingen en de zilveren, blauwe en gouden schitteringen, voortdurend oogverblindend fonkelend en zich onophoudelijk vermenigvuldigend in de weerkaatsing van de metershoge ronde spiegel, die als een soort bevroren vijver boven de scène hangt; tot het meer dan onstuimige, bijna woeste en onbeteugelde gesplash en gekletter, dat op sublieme wijze de diepe emoties van de choreografie uitvergroot, kracht bijzet en -letterlijk- spetterend omkaderde. En de geluiden van elke waterverplaatsing, groot of klein, mixen zich niet alleen met de indringende muziek, maar ook met het beklijvend gezucht, het bezwerend gesis en het ritmische handen-geflapper en torso-getrommel van de dansers.
Met de confrontatie van hun reflectie in het water, de spiegels en in elkaar, en binnen die alom aanwezige cirkels zetten de 14 performers de eeuwige golfslag van ontmoeten en afscheid nemen neer. Het eredienstwaardig plechtige en nagenoeg rimpelloze waden bij het begin gaat gedurende de 75 minuten durende vertoning over naar ongewoon sterke solo's, naar passionele, bijna fanatieke pas de deux, naar vurig duw- en trekwerk in trio's en kwartetten, naar het langs alle kanten wild komen aanstormen en ook weer als in het niets verdwijnen van de volledige groep. De altijddurende beweging van eb en vloed, aantrekking en afstoting. De onafgebroken conjunctuur van het leven, gestaag en onophoudelijk zichzelf vernieuwend, ogenschijnlijk teugelloos en volstrekt vrij, doch eigenlijk zichzelf voortdurend herhalend in steeds weer dezelfde cirkels. Als de oneindige kringloop van het water en eindeloze spiegelreflecties.
Terwijl het water duidelijk zichtbaar van de doorweekte kostuums en de druipnatte sneakers stroomde realiseerde ik me plots ook hoe zwaar deze choreo voor de dansers wel moest zijn: al die elegante bewegingen, dat wild in het rond of in elkaars armen springen, het lopen en zelfs sprinten op de meest (on)mogelijke manieren, het languit neervallen, dramatisch rondrollen, als een duiveltje-uit-een-doosje weer overeind springen, elkaar hoog optillen, rondzwieren... allemaal met die extra weerstand én het extra gewicht van die 15de danser, het koude rivierwater! Ongelofelijk.
Ademloos gefascineerd zat ik daar vol wondering en ontzag naar Noa en haar geweldige collega's te staren. Wat een overweldigende fysieke en mentale krachtexplosie! En wat een ongekende schoonheid in zo een contrasterende setting. Buitengewoon.
Door de nog steeds pijnlijke afwezigheid van onze va, -toeval of niet- exàct op déze dag 3 jaar geleden van ons heengegaan, maakte de emotionele diepgang van de dansvoorstelling een extra grote indruk op de aanwezige familieleden, al interpreteerde ieder van ons het geheel vanuit z'n eigen gevoelens vermoedelijk toch weer heel anders.
Gezellig nababbelend, met uitermate eigenaardige cola toastend op onze va en uitgebreid een nog lang niet volledig droge Noa knuffelend hoorde ik Van Veen met enige gelatenheid z'n nummer in m'n hoofd verder zingen: 'Er bestaat geen medicijn tegen oud en eenzaam zijn'... En ook dàt paste wonderbaarlijk perfect bij deze dag. Ons moe zal dat alvast beamen, denk ik...
Het was onvergetelijk prachtig, lieve mooie Noa. En jij, jij bent minstens even onvergetelijk prachtig. Dank je wel dat je de wereld met jouw talent zoveel mooier maakt en wij er met volle teugen van mogen meegenieten.💗
En tot slot nog even dit: wat me van deze voorstelling ook zeker en vast nog zeer lang zal bijblijven is, hoe aan het einde, bij het buigen, de dirigent zich uit de orkestbak -een soort vide boven de waterplas-dansvloer, door steeds van kleur wisselende belichting naadloos mee opgaande in de vertoning- naar beneden haastte om -dirigeerstokje in de hand, geschoeid in een paar spierwitte kniehoge rubberen laarzen en alsof het een fluitje van een cent was- de hele lengte van de loods in het hoog opspattende water samen met de 14 dansers een keer of 5 op en neer te spurten. Zelden bij het applaus een dirigent zich zó zien inspannen!... hihihi 😉😀😜
Op een uiterst unieke locatie van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij viert 'Connie Janssen Danst' met 'MIRROR MIRROR' z'n 25ste verjaardag. Alleen de reusachtige hal van de voormalige onderzeebootloods, aan alle kanten omringd door massa's water, schepen in alle soorten en maten, en de drukke bedrijvigheid van een wereldhaven die nooit slaapt, werd door Conny geschikt bevonden om deze ongelofelijke artistieke totaalervaring te huisvesten en het bijzondere gebouw draagt dan ook met verve z'n steentjes -allé, z'n betonnen pilaartjes eigenlijk- bij in de kracht van de performance.
Oké, allemaal goed en wel, zal je zeggen, maar er zijn op een steenworp van hier al onmogelijk veel formidabele spektakels te bewonderen, dus waarom trok ik dan met de helft van m'n familie op deze wat grijze zondagnamiddag in juni richting Rotterdam, om uitgerekend déze dansvoorstelling bij te wonen?...
Dat is simpel: Noa Van Tichel, de oudste dochter van mijn zus en bijzonder getalenteerde danseres, loopt op dit moment stage bij Conny Janssen en is één van de 14 dansers die het beste van zichzelf geven in de af en toe surrealistisch grillige choreografie. En trots als wij op haar zijn wilden we dat uiteraard absoluut niet missen, dat spreekt voor zich.
Nadat alle 600 toeschouwers hun plekje op de enorme tribune gevonden hadden doofden de lichten. In de ingehouden-adem-stilte zat een vrouw op de trap als in gedachten verzonken naar haar eigen reflectie staren in de schijnbaar eindeloze spekgladde ondergrond. Doch bij haar eerste bewegingen kwam ook die spiegelende dansvloer tot leven: vele duizenden liters water bedekken de volledige oppervlakte van de ruimte en vormen zo een sensationele scène...
Water, dat als een 15de danser, op virtuoze wijze z'n eigen veelzijdige karakter aan het spektakel toevoegt. Van de met lichte aanraking sprookjesachtig tevoorschijn getoverde magische cirkels, die zonder geluid uitvloeien in een oeverloos niets; over de feeërieke rimpelingen en de zilveren, blauwe en gouden schitteringen, voortdurend oogverblindend fonkelend en zich onophoudelijk vermenigvuldigend in de weerkaatsing van de metershoge ronde spiegel, die als een soort bevroren vijver boven de scène hangt; tot het meer dan onstuimige, bijna woeste en onbeteugelde gesplash en gekletter, dat op sublieme wijze de diepe emoties van de choreografie uitvergroot, kracht bijzet en -letterlijk- spetterend omkaderde. En de geluiden van elke waterverplaatsing, groot of klein, mixen zich niet alleen met de indringende muziek, maar ook met het beklijvend gezucht, het bezwerend gesis en het ritmische handen-geflapper en torso-getrommel van de dansers.
Met de confrontatie van hun reflectie in het water, de spiegels en in elkaar, en binnen die alom aanwezige cirkels zetten de 14 performers de eeuwige golfslag van ontmoeten en afscheid nemen neer. Het eredienstwaardig plechtige en nagenoeg rimpelloze waden bij het begin gaat gedurende de 75 minuten durende vertoning over naar ongewoon sterke solo's, naar passionele, bijna fanatieke pas de deux, naar vurig duw- en trekwerk in trio's en kwartetten, naar het langs alle kanten wild komen aanstormen en ook weer als in het niets verdwijnen van de volledige groep. De altijddurende beweging van eb en vloed, aantrekking en afstoting. De onafgebroken conjunctuur van het leven, gestaag en onophoudelijk zichzelf vernieuwend, ogenschijnlijk teugelloos en volstrekt vrij, doch eigenlijk zichzelf voortdurend herhalend in steeds weer dezelfde cirkels. Als de oneindige kringloop van het water en eindeloze spiegelreflecties.
Terwijl het water duidelijk zichtbaar van de doorweekte kostuums en de druipnatte sneakers stroomde realiseerde ik me plots ook hoe zwaar deze choreo voor de dansers wel moest zijn: al die elegante bewegingen, dat wild in het rond of in elkaars armen springen, het lopen en zelfs sprinten op de meest (on)mogelijke manieren, het languit neervallen, dramatisch rondrollen, als een duiveltje-uit-een-doosje weer overeind springen, elkaar hoog optillen, rondzwieren... allemaal met die extra weerstand én het extra gewicht van die 15de danser, het koude rivierwater! Ongelofelijk.
Ademloos gefascineerd zat ik daar vol wondering en ontzag naar Noa en haar geweldige collega's te staren. Wat een overweldigende fysieke en mentale krachtexplosie! En wat een ongekende schoonheid in zo een contrasterende setting. Buitengewoon.
Door de nog steeds pijnlijke afwezigheid van onze va, -toeval of niet- exàct op déze dag 3 jaar geleden van ons heengegaan, maakte de emotionele diepgang van de dansvoorstelling een extra grote indruk op de aanwezige familieleden, al interpreteerde ieder van ons het geheel vanuit z'n eigen gevoelens vermoedelijk toch weer heel anders.
Gezellig nababbelend, met uitermate eigenaardige cola toastend op onze va en uitgebreid een nog lang niet volledig droge Noa knuffelend hoorde ik Van Veen met enige gelatenheid z'n nummer in m'n hoofd verder zingen: 'Er bestaat geen medicijn tegen oud en eenzaam zijn'... En ook dàt paste wonderbaarlijk perfect bij deze dag. Ons moe zal dat alvast beamen, denk ik...
Het was onvergetelijk prachtig, lieve mooie Noa. En jij, jij bent minstens even onvergetelijk prachtig. Dank je wel dat je de wereld met jouw talent zoveel mooier maakt en wij er met volle teugen van mogen meegenieten.💗
En tot slot nog even dit: wat me van deze voorstelling ook zeker en vast nog zeer lang zal bijblijven is, hoe aan het einde, bij het buigen, de dirigent zich uit de orkestbak -een soort vide boven de waterplas-dansvloer, door steeds van kleur wisselende belichting naadloos mee opgaande in de vertoning- naar beneden haastte om -dirigeerstokje in de hand, geschoeid in een paar spierwitte kniehoge rubberen laarzen en alsof het een fluitje van een cent was- de hele lengte van de loods in het hoog opspattende water samen met de 14 dansers een keer of 5 op en neer te spurten. Zelden bij het applaus een dirigent zich zó zien inspannen!... hihihi 😉😀😜
Conny Janssen Danst, 'Mirror mirror', nog tot & met zondag 20 juli 2017.
fotograaf maar vooral trotse papa.
Labels:
Conny Janssen,
dans,
droogdok,
familie,
Mirror mirror,
muziek,
Noa Van Tichel,
onderzeebootloods,
orkest,
Rotterdam,
totaalervaring,
voorstelling,
water
vrijdag 23 juni 2017
Geen gedommel voor de hommel!
Verontrusting. Dat woord beschreef m'n gevoel het beste. De lente ging voorbij, 't was de afgelopen weken absoluut zomer, het terras staat boordevol bloemen... en, behalve die geniepige wreed vraatzuchtige soorten uiteraard, geen insect te bekennen. Alles-leegzuigende bladluizen in zowat alle kleuren van de regenboog: meer dan zàt. Plantenwortels-schranzende zwarte kevers en hun vieze engerlingen: geen tekort aan. Mottige gaten-knagende bladrollerrupsen: als met gulle hand in 't rond gestrooid. Maar móóie, laat staan núttige insecten? Niets van te bespeuren, in de verste verten niet.
Waar zijn al die ijverige bijen gebleven? Wie heeft er nog ergens een vlinder gezien? Geen lieveheersbeestjes, geen zweefvliegen, geen oorwormen. En zelfs de pissebedden die vaak met honderden tegelijk samenhokten onder de vochtige bodems van m'n bloempotten, ze zijn niet te vinden.
Misschien is er dan toch al veel te veel natuurschoon verdwenen... Misschien vinden ze nergens nog passend en ongestoord leefgebied... Wie weet was het ook voor hen al veel te lang veel te warm... Of veel te droog... Woon ik ondanks al m'n -weliswaar wat geforceerde- bloemenweelde dan toch in een kale betonnen woestijn... Ik weet het niet.
Net toen ik tussen al die overvloed aan fraaie flora op m'n terras wat moedeloos en verdrietig zuchtte "jep, 't is duidelijk: de wereld is definitief volledig naar de knoppen", net op dat moment snorde er, rakelings langs mijn neus, een dikke donzige hommel voorbij. Het bolle beestje vloog recht -allé ja, 'recht' is een nogal groot woord voor de eigenzinnige vliegstijl van een hommel- naar de klimmende ranken met de knal-oranje bloemen van de oost-indische kers, die zich ondertussen met behoorlijke vaart omhoog kronkelt langst het daarvoor speciaal neergezette staketsel aan het raam bij m'n bureau.
Met kennis ter zake zocht de hommel de meest verse oranje kelkblaadjes uit om zich vervolgens ongegeneerd zo diep mogelijk in het hart van de uitgekozen bloem gulzig op de nectar en het stuifmeel te storten.
Terwijl ik verblijd naar die ijverig werkende, bijzonder welkome bezoeker stond te kijken arriveerden er nog een paar van haar collega's, in hetzelfde pluizige zwart-gele streepjesuniform. Met elegante krulvluchtjes verplaatsen ze zich gracieus en stijlvol van bloem naar bloem, en schommelden en wiebelden ondertussen -zich zonder enige moeite stevig vasthoudend- gezellig mee met de in de wind op en neer deinende bloemenranken. Zo vermakelijk om naar te kijken! Zo schattig ook. Zelfs vanachter mijn computer hou ik het nog steeds in de gaten, dit verrukkelijke schouwspel van zoveel onverstoorbaar zwoegende, snoezig donzige, in modebewust streepjespak, drommels hommels! Zalig.
In de late namiddag vloog er plots ook, in z'n typische flodderende vlindervlucht, een eerste koolwitje voorbij en zo-even passeerde er, prachtig blauw en groen glinsterende in de zon, een grote libel aan het terras. Misschien was mijn vertwijfeling toch net iets te vroeg en beginnen al die mooie en nuttige insecten, pas nu, met het voorbeeld van de absoluut niet dommelende hommels, ook in actie te komen...
Zoals ik opgetogen ben om elk nieuw scheutje, elk nieuw blaadje, elke nieuwe bloemknop, zo verheug ik me, vanaf nu nog meer dan ooit, ook op elk insectenbezoek. Op voorwaarde ze zich koninklijk gedragen -en dus niet meteen zonder enige vorm van schaamte of remming de hele boel volledig kaal vreten- zal ik ze vorstelijk verwelkomen en mijn prinsheerlijke bloemenrijk met plezier met hen delen. Want zolang er nog insecten zijn is er nog hoop voor onze wereld, die ongelofelijk wonderbaarlijke blauwe bol waarvan we deel uit maken.
Dus eigenlijk zijn die schommelende drommelse hommels een echte hele-hoop- hoop-hommels!... (En zeg dat maar eens luidop tien keer achter elkaar. hihihi )😉
Waar zijn al die ijverige bijen gebleven? Wie heeft er nog ergens een vlinder gezien? Geen lieveheersbeestjes, geen zweefvliegen, geen oorwormen. En zelfs de pissebedden die vaak met honderden tegelijk samenhokten onder de vochtige bodems van m'n bloempotten, ze zijn niet te vinden.
Misschien is er dan toch al veel te veel natuurschoon verdwenen... Misschien vinden ze nergens nog passend en ongestoord leefgebied... Wie weet was het ook voor hen al veel te lang veel te warm... Of veel te droog... Woon ik ondanks al m'n -weliswaar wat geforceerde- bloemenweelde dan toch in een kale betonnen woestijn... Ik weet het niet.
Net toen ik tussen al die overvloed aan fraaie flora op m'n terras wat moedeloos en verdrietig zuchtte "jep, 't is duidelijk: de wereld is definitief volledig naar de knoppen", net op dat moment snorde er, rakelings langs mijn neus, een dikke donzige hommel voorbij. Het bolle beestje vloog recht -allé ja, 'recht' is een nogal groot woord voor de eigenzinnige vliegstijl van een hommel- naar de klimmende ranken met de knal-oranje bloemen van de oost-indische kers, die zich ondertussen met behoorlijke vaart omhoog kronkelt langst het daarvoor speciaal neergezette staketsel aan het raam bij m'n bureau.
Met kennis ter zake zocht de hommel de meest verse oranje kelkblaadjes uit om zich vervolgens ongegeneerd zo diep mogelijk in het hart van de uitgekozen bloem gulzig op de nectar en het stuifmeel te storten.
Terwijl ik verblijd naar die ijverig werkende, bijzonder welkome bezoeker stond te kijken arriveerden er nog een paar van haar collega's, in hetzelfde pluizige zwart-gele streepjesuniform. Met elegante krulvluchtjes verplaatsen ze zich gracieus en stijlvol van bloem naar bloem, en schommelden en wiebelden ondertussen -zich zonder enige moeite stevig vasthoudend- gezellig mee met de in de wind op en neer deinende bloemenranken. Zo vermakelijk om naar te kijken! Zo schattig ook. Zelfs vanachter mijn computer hou ik het nog steeds in de gaten, dit verrukkelijke schouwspel van zoveel onverstoorbaar zwoegende, snoezig donzige, in modebewust streepjespak, drommels hommels! Zalig.
In de late namiddag vloog er plots ook, in z'n typische flodderende vlindervlucht, een eerste koolwitje voorbij en zo-even passeerde er, prachtig blauw en groen glinsterende in de zon, een grote libel aan het terras. Misschien was mijn vertwijfeling toch net iets te vroeg en beginnen al die mooie en nuttige insecten, pas nu, met het voorbeeld van de absoluut niet dommelende hommels, ook in actie te komen...
Zoals ik opgetogen ben om elk nieuw scheutje, elk nieuw blaadje, elke nieuwe bloemknop, zo verheug ik me, vanaf nu nog meer dan ooit, ook op elk insectenbezoek. Op voorwaarde ze zich koninklijk gedragen -en dus niet meteen zonder enige vorm van schaamte of remming de hele boel volledig kaal vreten- zal ik ze vorstelijk verwelkomen en mijn prinsheerlijke bloemenrijk met plezier met hen delen. Want zolang er nog insecten zijn is er nog hoop voor onze wereld, die ongelofelijk wonderbaarlijke blauwe bol waarvan we deel uit maken.
Dus eigenlijk zijn die schommelende drommelse hommels een echte hele-hoop- hoop-hommels!... (En zeg dat maar eens luidop tien keer achter elkaar. hihihi )😉
zondag 11 juni 2017
Wie geeft wat hij heeft...
Gisteren deed ik twee keer vlak na elkaar een toerke door m'n vertrouwde supermarkt. Nee, niet dat ik iets vergeten was of zo. Toen ik net m'n fiets veilig verankerd geparkeerd had sprak een jonge vrouw me beleefd aan. Ze vertelde dat ze dakloos was en honger had, en vroeg voorzichtig of ik haar misschien een kleinigheid om te eten zou kunnen en willen bezorgen.
Sinds m'n nieuwe baan in de stad word ik elke dag -en ook zowat de hele dag- geconfronteerd met daklozen en bedelaars, maar meestal zijn dat nogal onbeschofte mannen die uitsluitend geld willen! Als je hen wat te eten of te drinken geeft zijn ze daar doorgaans alles behalve blij mee, in tegendeel zelfs... Maar geld, dat zal je van mij niet krijgen. Van mij mag je gerust elke cent die je bezit aan alcohol of drugs besteden, dat moet je zelf maar weten, 't is jouw leven, maar verwacht niet van mij dat ik je wat dat betreft dan ook nog eens ga 'sponsoren'! Een vraag naar voedsel daarentegen, da's iets helemaal anders vind ik, dus beloofde ik met een warm hart iets voor haar mee te brengen.
Ik snorde een winkelwagentje op en stopte meteen bij de broodafdeling.
Oké, wat is er handig om eten als je geen huis hebt, geen tafel of stoelen, geen servies... alleen maar groten honger. Twee pakjes rozijnenbollen, per ongeluk ook nog eens in de aanbieding, belandden hupsakee in m'n karretje. Klaar! Of?... Nee nee nee, niks van 'klaar!', zo kan ik dat niet laten, da's half werk doen. De rozijnenbollen kregen dus in sneltreinvaart het gezelschap van een zak gezonde frisse appelen, altijd lekker uit het vuistje; twee doosjes met van die belegde driehoeksandwiches, kaas-ham, om meteen op te smikkelen; een rol gevulde koeken, kwestie van toch ook een soort dessertje te serveren; en uiteraard, vooral met dit hete weer zeker niet te vergeten: 2 grote flessen om de dorst te lessen, eentje met limonade en eentje met water.
Het leek me handiger om dat alles eerst af te rekenen en dan pas m'n eigen inkopen te verzamelen, dus hop, naar de kassa, alles in een boodschappentas, netjes betaald -straf toch, hoeveel je allemaal voor een dikke 6 euro kan kopen, hé- en toen ik de jonge vrouw de zak overhandigde begreep ze het eerst niet zo goed, maar haar gezicht lichtte helemaal op na mijn uitdrukkelijke bevestiging dat het 'ja! écht àllemaal voor haar' was. Zij had dus duidelijk wél slechts een afgeprijsd zakje rozijnenbollen 'solo' verwacht... hihihi
't Is niet vanuit die totaal christelijke opvoeding of om eens even 'den heilige' uit te hangen dat ik zo regelmatig eens iets uit de 'Zeven werken van Barmhartigheid' -zoals dus hongerigen spijzen en dorstigen laven- doe. Nee, de reden is zoveel simpeler: ik weet te goed hoe het is om niets te hebben, om maand na maand, dag na dag tekort te komen. Je begrijpt een ander z'n nood daardoor beter. En omdat ik tegenwoordig oprecht kan zeggen 'ik heb genoeg' moet er dus er ook nooit lang nagedacht worden bij het af en toe wat delen van die huidige -weliswaar nog steeds zeer relatieve- welvaart. M'n motto is heel eenvoudig: zolang ik m'n dak boven m'n hoofd nog kan betalen, eten kan kopen voor mij en de poezen, en mezelf zonder zorgen voor morgen op een nieuw jurkje of een arm vol bloemen kan trakteren, zolang zal er ook altijd meer dan geld genoeg zijn om eens iemand te eten te geven. Voila. Simpel. Wie geeft wat hij heeft is waard dat hij leeft, hé. En daar loop ik ook niet mee te koop, da's nergens voor nodig, je dóet het gewoon. Ik zou deze historie niet eens verteld hebben mocht deze ontmoeting niet nog een onverwachte wending kennen!...
Terwijl ik, na nog een klein gezellig babbeltje -nee, zeep en zo had ze niet nodig, die had ze gisteren al van een andere, ook al zo vriendelijke mevrouw gekregen- aanstalten maakte om dan nu toch ook maar eens aan m'n eigen boodschappenlijstje te beginnen, werden de vrouw en ik omringt door een stel jonge kereltjes, zo van die kleine schoelies die nog niet droog achter hun oren zijn en overal maar wat rondhangen. Die gastjes begonnen luidkeels te schreeuwen dat ik die vrouw niks mocht geven, want dat niets van wat ze vertelde waar was, dat ze over àlles loog, en dat ze drug spoot, zó, in haar arm, en dat ze liters alcohol dronk! En dat zij dat ook allemaal zélf, met hun eigen ogen, gezien hadden! Die vrouw was slecht, een gemene bedriegster!...
"En wie zijn jullie dan?" heb ik hen gevraagd, rustig en heel beheerst, doch met een niet te negeren onwrikbare innerlijke kracht. "De leugenpolitie misschien? Jullie zijn zo ongelofelijk snel met veroordelen dat jullie vast en zeker zelf nog noooooit in jullie hele leven een leugen verteld hebben! Jullie spreken absoluut àltijd de waarheid, is het niet?!"
Protest, geroep, argumenten alom, maar met al een pak minder overtuiging...
"Luister" zei ik, "zelfs al was deze mevrouw een geduchte misdadiger -wat ik ten stelligste betwijfel-, ze mag als vrije mens zijn en doen wat ze wil, uiteindelijk is dat uitsluitend hààr verantwoordelijkheid. Net zoals het de mijne en allèèn de mijne is als ik mijn zuurverdiende centjes wil uitgeven aan één of ander voedselpakket voor haar, wie ze ook is, wat ze ook doet, en zélfs als ze over werkelijk àlles tegen mij zou liegen. Mijn centen, mijn beslissing, mijn verantwoordelijkheid. Wie denken jullie wel te zijn dat je meent over haar leven, mijn leven, en ook nog eens over mijn portemonnee, iets te zeggen te hebben!"
Het geschreeuw en protest reduceerde zich tot wat ongemakkelijk gemompel...
"En staat er niet in de Koran dat je, zonder vragen te stellen, voor de zieken, de armen en de hulpbehoevenden moet zorgen, en hen laten meedelen in jouw overvloed? Dat is zelfs één van de 5 fundamenten van de Islam, één van de basis-geboden! Mooie Ramadam zijn jullie aan het doen, echt fraai, hoor."
Ze hadden allicht niet gerekend op weerwoord, die bemoeizieke snuiters, laat staan op een weerwoord vanuit kennis en wijsheid, en op de koop toe zonder ook maar een schijntje woede, zonder enige stemverheffing, met zelfs een tikje moederlijke teleurstelling en droefenis in de toon. Ze losten nog net niet als een fata morgana op in de hete zomerlucht, zo geruisloos en nietig dropen ze af, die plots niet meer zo heldhaftige knapen.
Tja, 'k weet echt niet waar ze dan zo plots vandaan komen, maar af en toe rollen exàct de juiste woorden op exàct het juiste moment met een ongekende stoutmoedigheid m'n mond uit. En volgens mij was die jonge vrouw, wie ze ook mag zijn, daar op dat ogenblik zo mogelijk nog blijer mee dan met die boodschappentas vol lekkers. :-)
Sinds m'n nieuwe baan in de stad word ik elke dag -en ook zowat de hele dag- geconfronteerd met daklozen en bedelaars, maar meestal zijn dat nogal onbeschofte mannen die uitsluitend geld willen! Als je hen wat te eten of te drinken geeft zijn ze daar doorgaans alles behalve blij mee, in tegendeel zelfs... Maar geld, dat zal je van mij niet krijgen. Van mij mag je gerust elke cent die je bezit aan alcohol of drugs besteden, dat moet je zelf maar weten, 't is jouw leven, maar verwacht niet van mij dat ik je wat dat betreft dan ook nog eens ga 'sponsoren'! Een vraag naar voedsel daarentegen, da's iets helemaal anders vind ik, dus beloofde ik met een warm hart iets voor haar mee te brengen.
Ik snorde een winkelwagentje op en stopte meteen bij de broodafdeling.
Oké, wat is er handig om eten als je geen huis hebt, geen tafel of stoelen, geen servies... alleen maar groten honger. Twee pakjes rozijnenbollen, per ongeluk ook nog eens in de aanbieding, belandden hupsakee in m'n karretje. Klaar! Of?... Nee nee nee, niks van 'klaar!', zo kan ik dat niet laten, da's half werk doen. De rozijnenbollen kregen dus in sneltreinvaart het gezelschap van een zak gezonde frisse appelen, altijd lekker uit het vuistje; twee doosjes met van die belegde driehoeksandwiches, kaas-ham, om meteen op te smikkelen; een rol gevulde koeken, kwestie van toch ook een soort dessertje te serveren; en uiteraard, vooral met dit hete weer zeker niet te vergeten: 2 grote flessen om de dorst te lessen, eentje met limonade en eentje met water.
Het leek me handiger om dat alles eerst af te rekenen en dan pas m'n eigen inkopen te verzamelen, dus hop, naar de kassa, alles in een boodschappentas, netjes betaald -straf toch, hoeveel je allemaal voor een dikke 6 euro kan kopen, hé- en toen ik de jonge vrouw de zak overhandigde begreep ze het eerst niet zo goed, maar haar gezicht lichtte helemaal op na mijn uitdrukkelijke bevestiging dat het 'ja! écht àllemaal voor haar' was. Zij had dus duidelijk wél slechts een afgeprijsd zakje rozijnenbollen 'solo' verwacht... hihihi
't Is niet vanuit die totaal christelijke opvoeding of om eens even 'den heilige' uit te hangen dat ik zo regelmatig eens iets uit de 'Zeven werken van Barmhartigheid' -zoals dus hongerigen spijzen en dorstigen laven- doe. Nee, de reden is zoveel simpeler: ik weet te goed hoe het is om niets te hebben, om maand na maand, dag na dag tekort te komen. Je begrijpt een ander z'n nood daardoor beter. En omdat ik tegenwoordig oprecht kan zeggen 'ik heb genoeg' moet er dus er ook nooit lang nagedacht worden bij het af en toe wat delen van die huidige -weliswaar nog steeds zeer relatieve- welvaart. M'n motto is heel eenvoudig: zolang ik m'n dak boven m'n hoofd nog kan betalen, eten kan kopen voor mij en de poezen, en mezelf zonder zorgen voor morgen op een nieuw jurkje of een arm vol bloemen kan trakteren, zolang zal er ook altijd meer dan geld genoeg zijn om eens iemand te eten te geven. Voila. Simpel. Wie geeft wat hij heeft is waard dat hij leeft, hé. En daar loop ik ook niet mee te koop, da's nergens voor nodig, je dóet het gewoon. Ik zou deze historie niet eens verteld hebben mocht deze ontmoeting niet nog een onverwachte wending kennen!...
Terwijl ik, na nog een klein gezellig babbeltje -nee, zeep en zo had ze niet nodig, die had ze gisteren al van een andere, ook al zo vriendelijke mevrouw gekregen- aanstalten maakte om dan nu toch ook maar eens aan m'n eigen boodschappenlijstje te beginnen, werden de vrouw en ik omringt door een stel jonge kereltjes, zo van die kleine schoelies die nog niet droog achter hun oren zijn en overal maar wat rondhangen. Die gastjes begonnen luidkeels te schreeuwen dat ik die vrouw niks mocht geven, want dat niets van wat ze vertelde waar was, dat ze over àlles loog, en dat ze drug spoot, zó, in haar arm, en dat ze liters alcohol dronk! En dat zij dat ook allemaal zélf, met hun eigen ogen, gezien hadden! Die vrouw was slecht, een gemene bedriegster!...
"En wie zijn jullie dan?" heb ik hen gevraagd, rustig en heel beheerst, doch met een niet te negeren onwrikbare innerlijke kracht. "De leugenpolitie misschien? Jullie zijn zo ongelofelijk snel met veroordelen dat jullie vast en zeker zelf nog noooooit in jullie hele leven een leugen verteld hebben! Jullie spreken absoluut àltijd de waarheid, is het niet?!"
Protest, geroep, argumenten alom, maar met al een pak minder overtuiging...
"Luister" zei ik, "zelfs al was deze mevrouw een geduchte misdadiger -wat ik ten stelligste betwijfel-, ze mag als vrije mens zijn en doen wat ze wil, uiteindelijk is dat uitsluitend hààr verantwoordelijkheid. Net zoals het de mijne en allèèn de mijne is als ik mijn zuurverdiende centjes wil uitgeven aan één of ander voedselpakket voor haar, wie ze ook is, wat ze ook doet, en zélfs als ze over werkelijk àlles tegen mij zou liegen. Mijn centen, mijn beslissing, mijn verantwoordelijkheid. Wie denken jullie wel te zijn dat je meent over haar leven, mijn leven, en ook nog eens over mijn portemonnee, iets te zeggen te hebben!"
Het geschreeuw en protest reduceerde zich tot wat ongemakkelijk gemompel...
"En staat er niet in de Koran dat je, zonder vragen te stellen, voor de zieken, de armen en de hulpbehoevenden moet zorgen, en hen laten meedelen in jouw overvloed? Dat is zelfs één van de 5 fundamenten van de Islam, één van de basis-geboden! Mooie Ramadam zijn jullie aan het doen, echt fraai, hoor."
Ze hadden allicht niet gerekend op weerwoord, die bemoeizieke snuiters, laat staan op een weerwoord vanuit kennis en wijsheid, en op de koop toe zonder ook maar een schijntje woede, zonder enige stemverheffing, met zelfs een tikje moederlijke teleurstelling en droefenis in de toon. Ze losten nog net niet als een fata morgana op in de hete zomerlucht, zo geruisloos en nietig dropen ze af, die plots niet meer zo heldhaftige knapen.
Tja, 'k weet echt niet waar ze dan zo plots vandaan komen, maar af en toe rollen exàct de juiste woorden op exàct het juiste moment met een ongekende stoutmoedigheid m'n mond uit. En volgens mij was die jonge vrouw, wie ze ook mag zijn, daar op dat ogenblik zo mogelijk nog blijer mee dan met die boodschappentas vol lekkers. :-)
vrijdag 9 juni 2017
Een glazen boterham...
8 uur 's morgens, een ondertussen 'vertrouwd' afgeladen volle tram. Ik ondernam voor de zoveelste keer nog maar eens het immer spannende ritje, samen met zowat de helft van alle inwoners van Wijnegem en Deurne -of zo lijkt het toch- knusjes op elkaar gepropt in slechts één hermelijntram, naar m'n werk in het centrum van de stad...
Aan elke halte proppen er zich nog meer reizigers bij, en al weet je écht niet meer op welke onmogelijk magische, uitzonderlijk ingenieuze manier je jezelf nóg minder ruimte-innemend zou kunnen maken, telkens opnieuw weerklinkt uitvoerig -soms smekend wanhopig, soms ronduit roodgloeiend woedend- het ondertussen ook al vertrouwde commando "doorschuiven!!!"
Eigenlijk had ik zo ongeveer exact de ruimte recht omhoog, dus ook absoluut niet breder, gelijk aan de centimeters die het vierkantje vloer onder m'n twee voeten vormden. En voor wie me niet in levende lijve kent: dat betekent dat er een behoorlijk overweldigend pak 'oren en poten' moet worden ingehouden...
Terwijl ik er net ernstig over begon te denken om zowel m'n handtas als m'n lunchzakje met ondersteuning van m'n kenmerkende dot bovenop m'n hoofd te gaan balanceren wrong een zoveelste luid 'doorschuiven'-schreeuwende man zich bij in het voertuig. Op zich niks bijzonders, ware het niet dat ik heel kort, een seconde maar, een glimp opving van de knalgele bak bierflesjes die hij met z'n voeten ruw tussen al die vele onderstellen van z'n medereizigers ook mee de tram trachtte in te schoppen.
'k Verloor hem een paar haltes uit het oog, maar plots zag ik hem weer: hij had zowaar -vraag me niet hoe, ik wil het zelfs niet weten- in die boordevolle tram een zeer gegeerd zitje veroverd! En... de meereizende kanarie-kleurige bierbak had hij zo te zien liefdevol op z'n schoot genomen. Op zich ook niets opzienbarend, tenslotte stap ik zelf ook vaak genoeg met de meest gekke dingen het openbare vervoer op, om vervolgens tijdens de hele reis alles netjes op schoot te houden. Kwestie van niet meer plaats in te nemen dan strikt noodzakelijk en aldus, als welopgevoede burger, voor geen overlast te zorgen.
Maar wat er toen volgde, dat had ik écht niet zien aankomen!
De man frutselde een opener voor kroonkurken uit z'n jaszak, trok een flesje open en goot in één vloeiende beweging de volledige 30 centiliter gerstenat zonder blikken of blozen, hoofd achterover, door z'n keelgat!
En het bleef niet bij ééntje. Nee, blijkbaar zaten er nog meer dan genoeg volle flesjes in de bak om tot aan de Groenplaats, waar hij net als ik en een paar honderd andere reizigers de tram verliet, op z'n gemakske het ene na het andere biertje achterover te kappen.
Ik veronderstel dat hij bij de Carrefour aldaar z'n bak leeggoed wou gaan binnenbrengen. Leeggoed dat dus duidelijk toch nog niet helemààl leeg was...
't Is algemeen geweten dat ik ook wel van een lekker biertje hou, zo op tijd en stond, en ten gepaste tijde. Allé, t is te zeggen: pils, dat brouwsel mag je met veel plezier zélf opdrinken, da's wat mij betreft alleen maar goed om de groten dorst te lessen als je een lange hete en vooral stoffige dag zwaar in den hof gewerkt hebt. Ik ben tenslotte een telg van een familie waar zowat élke reden goed was op met z'n allen aan ne zalige trippel te beginnen, uiteraard liefst ene van Westmalle én van 't schap. Maar voor ontbijt?... Ik dàcht het niet! Écht niet.
Och, elk z'n eigen leven met z'n eigen goesting, zal ik maar denken, hé. 'k Heb er alleszins alweer hartelijk door gelachen, en 't levert andermaal een straffe en plezante story op om te vertellen, want van een "glazen boterham", daar had ik al gehoord, maar zo'n volledig, uitgebreid én op de koop toe rijdend en geheel openbaar "glazen ontbijt"... Toch redelijk excentriek, niet?! ;-)
Aan elke halte proppen er zich nog meer reizigers bij, en al weet je écht niet meer op welke onmogelijk magische, uitzonderlijk ingenieuze manier je jezelf nóg minder ruimte-innemend zou kunnen maken, telkens opnieuw weerklinkt uitvoerig -soms smekend wanhopig, soms ronduit roodgloeiend woedend- het ondertussen ook al vertrouwde commando "doorschuiven!!!"
Eigenlijk had ik zo ongeveer exact de ruimte recht omhoog, dus ook absoluut niet breder, gelijk aan de centimeters die het vierkantje vloer onder m'n twee voeten vormden. En voor wie me niet in levende lijve kent: dat betekent dat er een behoorlijk overweldigend pak 'oren en poten' moet worden ingehouden...
Terwijl ik er net ernstig over begon te denken om zowel m'n handtas als m'n lunchzakje met ondersteuning van m'n kenmerkende dot bovenop m'n hoofd te gaan balanceren wrong een zoveelste luid 'doorschuiven'-schreeuwende man zich bij in het voertuig. Op zich niks bijzonders, ware het niet dat ik heel kort, een seconde maar, een glimp opving van de knalgele bak bierflesjes die hij met z'n voeten ruw tussen al die vele onderstellen van z'n medereizigers ook mee de tram trachtte in te schoppen.
'k Verloor hem een paar haltes uit het oog, maar plots zag ik hem weer: hij had zowaar -vraag me niet hoe, ik wil het zelfs niet weten- in die boordevolle tram een zeer gegeerd zitje veroverd! En... de meereizende kanarie-kleurige bierbak had hij zo te zien liefdevol op z'n schoot genomen. Op zich ook niets opzienbarend, tenslotte stap ik zelf ook vaak genoeg met de meest gekke dingen het openbare vervoer op, om vervolgens tijdens de hele reis alles netjes op schoot te houden. Kwestie van niet meer plaats in te nemen dan strikt noodzakelijk en aldus, als welopgevoede burger, voor geen overlast te zorgen.
Maar wat er toen volgde, dat had ik écht niet zien aankomen!
De man frutselde een opener voor kroonkurken uit z'n jaszak, trok een flesje open en goot in één vloeiende beweging de volledige 30 centiliter gerstenat zonder blikken of blozen, hoofd achterover, door z'n keelgat!
En het bleef niet bij ééntje. Nee, blijkbaar zaten er nog meer dan genoeg volle flesjes in de bak om tot aan de Groenplaats, waar hij net als ik en een paar honderd andere reizigers de tram verliet, op z'n gemakske het ene na het andere biertje achterover te kappen.
Ik veronderstel dat hij bij de Carrefour aldaar z'n bak leeggoed wou gaan binnenbrengen. Leeggoed dat dus duidelijk toch nog niet helemààl leeg was...
't Is algemeen geweten dat ik ook wel van een lekker biertje hou, zo op tijd en stond, en ten gepaste tijde. Allé, t is te zeggen: pils, dat brouwsel mag je met veel plezier zélf opdrinken, da's wat mij betreft alleen maar goed om de groten dorst te lessen als je een lange hete en vooral stoffige dag zwaar in den hof gewerkt hebt. Ik ben tenslotte een telg van een familie waar zowat élke reden goed was op met z'n allen aan ne zalige trippel te beginnen, uiteraard liefst ene van Westmalle én van 't schap. Maar voor ontbijt?... Ik dàcht het niet! Écht niet.
Och, elk z'n eigen leven met z'n eigen goesting, zal ik maar denken, hé. 'k Heb er alleszins alweer hartelijk door gelachen, en 't levert andermaal een straffe en plezante story op om te vertellen, want van een "glazen boterham", daar had ik al gehoord, maar zo'n volledig, uitgebreid én op de koop toe rijdend en geheel openbaar "glazen ontbijt"... Toch redelijk excentriek, niet?! ;-)
zondag 28 mei 2017
Even leven in slow motion.
Zo een tijdje niet kunnen fietsen -met die gekneusde derrière van me, weet u wel... (voor wie het gemist zou hebben, zie het blogje 'Amai, m'n gat!'), maakte dat ik voor een aantal zaken wat uitgebreider de tijd moest nemen. Op m’n gemakje voorzichtig wandelend met m’n caddy aan de hand duurde boodschappen inslaan bijvoorbeeld zeker 3 keer zo lang. En ja, ik zuchtte ook even, in het vooruitzicht van wat pijnlijk kwakkelend een kleine 4,5 km af te gaan leggen, toen ik zo de eerste keer op pad vertrok.
Maar, ge kent me ondertussen zo al een beetje, ik zou mezelf niet zijn moest ik ook hierin weer niet iets geweldig positiefs gevonden hebben!...
Als je eens niet op de fiets overal voorbij zoeft maar er in een slakkengangetje langsheen sloft, dan zié je nog eens iets. Kleine dingetjes waar je eindeloos gelukkig van kan worden, tenminste als je een beetje zoals ik in elkaar zit.
Dat er blijkbaar nog steeds behoorlijk wat meikevers in m’n buurt wonen bijvoorbeeld. De vele fris groene verse blaadjes vol gaten en gaatjes in de lange beukenhagen langs m’n pad leverden daar onweerlegbaar bewijsmateriaal van. En da’s toch wel fijn nieuws, vind ik.
In de Gallifortlei bewonderde ik uitgebreid de vele, vorig jaar volledig opnieuw aangelegde plantsoentjes. Met een brede waaier aan goedgekozen speciale planten, specifiek gericht op het welzijn van o.a. de tanende bijenpopulatie, in zowat alle mogelijke tinten purper netjes om de beurt bloeiend van de vroege lente tot laat in de herfst zijn ze echt een lust voor het oog. Iets om eens op te letten, mocht je er per ongeluk passeren. Dat heeft de groenvoorziening werkelijk fantastisch gedaan! En die leuke donzige hommels en naarstige bijen, die in hun leuk gestreepte kostummekes al druk nectar verzamelden, genoten er duidelijk ook met veel smaak ongegeneerd en uitvoerig van.
Zo super langzaam slenterend langst de straten vallen je plots ook fraaie details van de langzaam voorbij glijdende huizen en tuintjes op. Spijtig genoeg zag ik ook de minder fraaie kantjes, zoals de overvloed aan zwerfvuil overal, maar laat ons dat maar even gewoon negeren in dit verhaaltje.
Zo ineens is er blijkbaar ook, zoveel meer dan anders, tijd en ruimte voor een hartelijke ‘goedendag’, een onnozel grapje of zelfs een gezellig babbeltje met andere schuifelende, al dan niet ook vergezeld van een mee-rollend boodschappenwagentje, voorbijgangers. Het laat je allemaal volautomatisch breed glimlachen, en je voelt je er op slag een pak gelukkiger door.
Allé, bij mij werkt dat toch zo...
En omdat ik mezelf nu toch uitgebreid de tijd gaf om me te verplaatsen bleef ik, na er de afgelopen jaren op twee wielen steeds als een pijl uit een boog aan voorbij te vliegen, eindelijk eens vol bewondering stil staan onder die twee bomen die me al zo lang elke lente opnieuw verwonderden. Bomen van een voor mij totaal onbekende soort -en je weet dat ik toch wel wat kennis ter zake heb- die enigszins beschut leunen tegen een betonnen gebouw, een wat grillige tak- en schors-structuur vertonen, het zonlicht vangen met grote ronde lichtgroene bladeren en -wauw wauw wauw- extreem extravagant bloeien met een ware overdaad aan frêle purper-roze bloesem, die -nog nóóit gezien- ook op de meest gekke plaatsen uit de stàm en tàkken tevoorschijn komt!
Met m'n voeten tussen de kwistig rondgestrooide afgevallen bloemblaadjes -de stoep kleurde er voor de verandering erg vrolijk door- schoot ik zo goed als het ging een paar foto's met m'n mobiele telefoon. Google wist me wat later te vertellen dat dit de 'Ceris Siliquastrum' is, oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied. In de volksmond wordt hij de Judasboom genoemd, omdat de legende zegt dat Judas, de leerling die Jesus verried, zich uit wanhoop aan deze boom opgehangen zou hebben. De vorm van de bladeren verwijst naar de zilveren munten die hij voor zijn verraad ontving... Tja, of dat waar is... wie zal het zeggen, hé. 't Is alleszins een bijzondere en prachtige boomsoort, vind ik, en mét een verhaal. Wat wil je nog meer?! En dat kwamen we allemaal te weten door dat slow motion slef-slef-slef-wandelingetje van me!
Ja, al loop ik eigenlijk altijd wel met wijd open ogen door het leven, en al ontgaat er mij weinig van al het moois om ons heen, hoe onbeduidend het misschien ook mag zijn in onze hedendaagse wereld, dat tijdje verplicht 'te voet' openbaarde mij nog details die zelfs ik anders over het hoofd gezien zou hebben. Toch heerlijk, zoveel prachtige, verrijkende -en zelfs leerrijke- verrukkelijke onbenulligheden!
Al moet ik hierbij ook meteen toegeven dat het ontegensprekelijk, absoluut en volslagen zeker zo zalig was -verdómd zalig zelfs- om afgelopen weekend dat leven in slow motion toch weer achter me te laten en -volle gas vooruit, flitsend door de straten- eindelijk terug 'razendsnel' boodschappen te kunnen doen pijnvrij zittend op het piepende zadel van m'n geliefde ouwe trouwe fiets!... 😉
Maar, ge kent me ondertussen zo al een beetje, ik zou mezelf niet zijn moest ik ook hierin weer niet iets geweldig positiefs gevonden hebben!...
Als je eens niet op de fiets overal voorbij zoeft maar er in een slakkengangetje langsheen sloft, dan zié je nog eens iets. Kleine dingetjes waar je eindeloos gelukkig van kan worden, tenminste als je een beetje zoals ik in elkaar zit.
Dat er blijkbaar nog steeds behoorlijk wat meikevers in m’n buurt wonen bijvoorbeeld. De vele fris groene verse blaadjes vol gaten en gaatjes in de lange beukenhagen langs m’n pad leverden daar onweerlegbaar bewijsmateriaal van. En da’s toch wel fijn nieuws, vind ik.
In de Gallifortlei bewonderde ik uitgebreid de vele, vorig jaar volledig opnieuw aangelegde plantsoentjes. Met een brede waaier aan goedgekozen speciale planten, specifiek gericht op het welzijn van o.a. de tanende bijenpopulatie, in zowat alle mogelijke tinten purper netjes om de beurt bloeiend van de vroege lente tot laat in de herfst zijn ze echt een lust voor het oog. Iets om eens op te letten, mocht je er per ongeluk passeren. Dat heeft de groenvoorziening werkelijk fantastisch gedaan! En die leuke donzige hommels en naarstige bijen, die in hun leuk gestreepte kostummekes al druk nectar verzamelden, genoten er duidelijk ook met veel smaak ongegeneerd en uitvoerig van.
Zo super langzaam slenterend langst de straten vallen je plots ook fraaie details van de langzaam voorbij glijdende huizen en tuintjes op. Spijtig genoeg zag ik ook de minder fraaie kantjes, zoals de overvloed aan zwerfvuil overal, maar laat ons dat maar even gewoon negeren in dit verhaaltje.
Zo ineens is er blijkbaar ook, zoveel meer dan anders, tijd en ruimte voor een hartelijke ‘goedendag’, een onnozel grapje of zelfs een gezellig babbeltje met andere schuifelende, al dan niet ook vergezeld van een mee-rollend boodschappenwagentje, voorbijgangers. Het laat je allemaal volautomatisch breed glimlachen, en je voelt je er op slag een pak gelukkiger door.
Allé, bij mij werkt dat toch zo...
En omdat ik mezelf nu toch uitgebreid de tijd gaf om me te verplaatsen bleef ik, na er de afgelopen jaren op twee wielen steeds als een pijl uit een boog aan voorbij te vliegen, eindelijk eens vol bewondering stil staan onder die twee bomen die me al zo lang elke lente opnieuw verwonderden. Bomen van een voor mij totaal onbekende soort -en je weet dat ik toch wel wat kennis ter zake heb- die enigszins beschut leunen tegen een betonnen gebouw, een wat grillige tak- en schors-structuur vertonen, het zonlicht vangen met grote ronde lichtgroene bladeren en -wauw wauw wauw- extreem extravagant bloeien met een ware overdaad aan frêle purper-roze bloesem, die -nog nóóit gezien- ook op de meest gekke plaatsen uit de stàm en tàkken tevoorschijn komt!
Met m'n voeten tussen de kwistig rondgestrooide afgevallen bloemblaadjes -de stoep kleurde er voor de verandering erg vrolijk door- schoot ik zo goed als het ging een paar foto's met m'n mobiele telefoon. Google wist me wat later te vertellen dat dit de 'Ceris Siliquastrum' is, oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied. In de volksmond wordt hij de Judasboom genoemd, omdat de legende zegt dat Judas, de leerling die Jesus verried, zich uit wanhoop aan deze boom opgehangen zou hebben. De vorm van de bladeren verwijst naar de zilveren munten die hij voor zijn verraad ontving... Tja, of dat waar is... wie zal het zeggen, hé. 't Is alleszins een bijzondere en prachtige boomsoort, vind ik, en mét een verhaal. Wat wil je nog meer?! En dat kwamen we allemaal te weten door dat slow motion slef-slef-slef-wandelingetje van me!
Ja, al loop ik eigenlijk altijd wel met wijd open ogen door het leven, en al ontgaat er mij weinig van al het moois om ons heen, hoe onbeduidend het misschien ook mag zijn in onze hedendaagse wereld, dat tijdje verplicht 'te voet' openbaarde mij nog details die zelfs ik anders over het hoofd gezien zou hebben. Toch heerlijk, zoveel prachtige, verrijkende -en zelfs leerrijke- verrukkelijke onbenulligheden!
Al moet ik hierbij ook meteen toegeven dat het ontegensprekelijk, absoluut en volslagen zeker zo zalig was -verdómd zalig zelfs- om afgelopen weekend dat leven in slow motion toch weer achter me te laten en -volle gas vooruit, flitsend door de straten- eindelijk terug 'razendsnel' boodschappen te kunnen doen pijnvrij zittend op het piepende zadel van m'n geliefde ouwe trouwe fiets!... 😉
zondag 21 mei 2017
Krioelende kriebelkindjes.
Niet groter dan zo ongeveer de nagel van mijn pink. Als je niet weet waar je naar kijkt heb je het zo gemist. Zelfs als je het ziet zou je nog makkelijk kunnen denken dat het een bruinachtig vlekje op een blaadje is, een knopje van iets, het hartje van een verwelkt bloempje of de zaadjes van één of andere grassoort. Maar dat is het dus allemaal niet.
Elk jaar opnieuw, rond deze tijd in de lente, zie ik gedurende een klein weekje deze rare bolletjes een beetje overal op m'n terras tussen de planten hangen. En dat doet niets, zo'n hompje, dat beweegt niet of zo. Er gebeurt eigenlijk absoluut niks mee... tot je even een tikje geeft -per ongeluk of opzettelijk- tegen het takje of blaadje waaraan dit niemandalletje hangt...
Onmiddellijk komt het knotje in beweging en valt uit elkaar in hon-der-den minuscule spinnetjes die alle kanten uit rennen, zo hard hun onooglijk kleine pootjes hen kunnen dragen. Niet groter dan een speldenkop zijn ze, die kleine gele beestjes met hun zwart tekeningetje, elk op 8 mini kriebelvoetjes.
Het zijn de baby'tjes van de kruisspinnen die hier vorige herfst nog voor die prachtige Halloweenversiering zorgden. Persoonlijk vind ik ze werkelijk super-super-schattig, maar ik kan me voorstellen dat iemand met arachnofobie, spinnenvrees dus, er vermoedelijk behoorlijk nachtmerries en jeuk van krijgt...
Ze blijven maar een dag of zeven, zo gezellig samen op een kluitje. Zolang leven ze elk van het minuscule eierdooiertje van het piepkleine eitje waaruit ze, in de witte cocon, een soort veilig wattenpluishuisje gesponnen door hun moeder, geboren werden. En dan, op zo'n mooie zonnige dag -zoals vandaag- als er ook wat wind staat -zoals ook vandaag- dan klimmen al de kleine spinnetjes die ondertussen de occasionele aanvallen van de ijverige veel-mondjes-te-voeden mezenouders overleefd hebben zo hoog ze maar kunnen. De hele lange super fijne draad die elk van hen daar, op het uiterste puntje van het verste takje of blaadje, spint wordt door de wind opgepikt en zo reizen ze -vliegend zonder vleugels- naar verre nieuwe oorden. Allé, 't is te zeggen: toch al gauw verschillende honderden meters. Alleszins belanden die friemelende gele speldenkopjes op die manier allemaal op hun eigen nieuwe stekje waar ze meteen -als ne echte grote- aan een snoezige miniatuurversie van het ouderlijk web beginnen. Want er moet uiteraard zo snel mogelijk gegeten worden...
Maar ze vertrekken niet allemaal, hoor. Een deel van deze petieterige geleedpotigen blijft knusjes bij mij op het terras wonen. Hier vertoef je immers in het perfecte paradijs! Wat een kruisspin betreft dan toch... 's Morgens in het zonnetje, op 't heetst van de dag in de schaduw. Niet volledig vrij van wind en regen, maar toch meer dan genoeg beschut tegen de felste krachten der natuur. En natuurlijk met die wijde waaier aan plantensoorten, die niet alleen voor heerlijk vochtige schuilplaatsjes zorgen, maar ook voorziet in alle mogelijk en wenselijke 'aanknooppunten' voor absoluut élk soort webdesign. Wonen tussen fleurige kleurige groenvoorziening waar 'lekkere' hapjes van allerlei slag en soort zich maar wat graag naar toe laten lokken, als een zichzelf immer weer aanvullend buffet, dat moet toch écht wel een spinnenhemel zijn. Niet dan?
Zolang je maar op tijd razendsnel wegduikt voor de af en toe passerende residentiële vogels, voor wie je als spin natuurlijk zélf als lekkere snack op de menukaart staat...
Ondertussen ontdekte ik hier en daar al het bijzonder bescheiden begin van een paar miniatuurwebjes, blinkend in de ochtendzon. De rest van de lente en de zomer zullen deze enthousiast spinnende terrasgenootjes -élke dag minstens één nieuw web!- zich tegoed doen aan de overvloed van vieze vliegen, mottige motten, macabere muggen en alle ander voor mij onaangenaam ongedierte dat ze met hun steeds uitbreidende spinsels te pakken weten te krijgen.
Tegen het eind van de zomer zitten ze dan, met het zo kenmerkende kruis heel duidelijk afgetekend op hun bolle lijf, als grote dikke insectenvreetmachines in het midden van hun enorme web dat zich tegen dan uitstrekt van de balustrade tot het bijna 2 meter hogere plafond van m'n terras, en makkelijk een doorsnede een meter of 2 heeft. De ultieme Halloweenversiering, geloof me, een inmiddels vertrouwde jaarlijks weerkerende en gewaardeerde klassieker.
In datzelfde jaargetijde gaan de mannetjesspinnen op zoek naar een partner. Plichtsgetrouw, dat zeker, maar vooral ook bijzonder behoedzaam, uitermate voorzichtig en met weloverwogen bescheiden bewegingen, want madam wil de vader van haar nageslacht nog wel eens ongegeneerd en met veel appetijt als smakelijke tussendoortje oppeuzelen...
Aan het eind van de herfst geeft het vrouwtje meestal zelf ook de geest, maar niet voor ze op een beschut en veilig plekje met veel zorg een streelzachte witte cocon om haar honderden onooglijk kleine eitjes heen gesponnen heeft. Elke doorsnee arachnofobie-lijder huivert, griezelt en gruwelt vermoedelijk bij 't idee alleen al, maar ik persoonlijk verheug me voor de volgende lente alvast weer op het mogen begroeten van die vele knoddige kluitjes krioelende kriebelkindjes! 💗
Elk jaar opnieuw, rond deze tijd in de lente, zie ik gedurende een klein weekje deze rare bolletjes een beetje overal op m'n terras tussen de planten hangen. En dat doet niets, zo'n hompje, dat beweegt niet of zo. Er gebeurt eigenlijk absoluut niks mee... tot je even een tikje geeft -per ongeluk of opzettelijk- tegen het takje of blaadje waaraan dit niemandalletje hangt...
Onmiddellijk komt het knotje in beweging en valt uit elkaar in hon-der-den minuscule spinnetjes die alle kanten uit rennen, zo hard hun onooglijk kleine pootjes hen kunnen dragen. Niet groter dan een speldenkop zijn ze, die kleine gele beestjes met hun zwart tekeningetje, elk op 8 mini kriebelvoetjes.
Het zijn de baby'tjes van de kruisspinnen die hier vorige herfst nog voor die prachtige Halloweenversiering zorgden. Persoonlijk vind ik ze werkelijk super-super-schattig, maar ik kan me voorstellen dat iemand met arachnofobie, spinnenvrees dus, er vermoedelijk behoorlijk nachtmerries en jeuk van krijgt...
Ze blijven maar een dag of zeven, zo gezellig samen op een kluitje. Zolang leven ze elk van het minuscule eierdooiertje van het piepkleine eitje waaruit ze, in de witte cocon, een soort veilig wattenpluishuisje gesponnen door hun moeder, geboren werden. En dan, op zo'n mooie zonnige dag -zoals vandaag- als er ook wat wind staat -zoals ook vandaag- dan klimmen al de kleine spinnetjes die ondertussen de occasionele aanvallen van de ijverige veel-mondjes-te-voeden mezenouders overleefd hebben zo hoog ze maar kunnen. De hele lange super fijne draad die elk van hen daar, op het uiterste puntje van het verste takje of blaadje, spint wordt door de wind opgepikt en zo reizen ze -vliegend zonder vleugels- naar verre nieuwe oorden. Allé, 't is te zeggen: toch al gauw verschillende honderden meters. Alleszins belanden die friemelende gele speldenkopjes op die manier allemaal op hun eigen nieuwe stekje waar ze meteen -als ne echte grote- aan een snoezige miniatuurversie van het ouderlijk web beginnen. Want er moet uiteraard zo snel mogelijk gegeten worden...
Maar ze vertrekken niet allemaal, hoor. Een deel van deze petieterige geleedpotigen blijft knusjes bij mij op het terras wonen. Hier vertoef je immers in het perfecte paradijs! Wat een kruisspin betreft dan toch... 's Morgens in het zonnetje, op 't heetst van de dag in de schaduw. Niet volledig vrij van wind en regen, maar toch meer dan genoeg beschut tegen de felste krachten der natuur. En natuurlijk met die wijde waaier aan plantensoorten, die niet alleen voor heerlijk vochtige schuilplaatsjes zorgen, maar ook voorziet in alle mogelijk en wenselijke 'aanknooppunten' voor absoluut élk soort webdesign. Wonen tussen fleurige kleurige groenvoorziening waar 'lekkere' hapjes van allerlei slag en soort zich maar wat graag naar toe laten lokken, als een zichzelf immer weer aanvullend buffet, dat moet toch écht wel een spinnenhemel zijn. Niet dan?
Zolang je maar op tijd razendsnel wegduikt voor de af en toe passerende residentiële vogels, voor wie je als spin natuurlijk zélf als lekkere snack op de menukaart staat...
Ondertussen ontdekte ik hier en daar al het bijzonder bescheiden begin van een paar miniatuurwebjes, blinkend in de ochtendzon. De rest van de lente en de zomer zullen deze enthousiast spinnende terrasgenootjes -élke dag minstens één nieuw web!- zich tegoed doen aan de overvloed van vieze vliegen, mottige motten, macabere muggen en alle ander voor mij onaangenaam ongedierte dat ze met hun steeds uitbreidende spinsels te pakken weten te krijgen.
Tegen het eind van de zomer zitten ze dan, met het zo kenmerkende kruis heel duidelijk afgetekend op hun bolle lijf, als grote dikke insectenvreetmachines in het midden van hun enorme web dat zich tegen dan uitstrekt van de balustrade tot het bijna 2 meter hogere plafond van m'n terras, en makkelijk een doorsnede een meter of 2 heeft. De ultieme Halloweenversiering, geloof me, een inmiddels vertrouwde jaarlijks weerkerende en gewaardeerde klassieker.
In datzelfde jaargetijde gaan de mannetjesspinnen op zoek naar een partner. Plichtsgetrouw, dat zeker, maar vooral ook bijzonder behoedzaam, uitermate voorzichtig en met weloverwogen bescheiden bewegingen, want madam wil de vader van haar nageslacht nog wel eens ongegeneerd en met veel appetijt als smakelijke tussendoortje oppeuzelen...
Aan het eind van de herfst geeft het vrouwtje meestal zelf ook de geest, maar niet voor ze op een beschut en veilig plekje met veel zorg een streelzachte witte cocon om haar honderden onooglijk kleine eitjes heen gesponnen heeft. Elke doorsnee arachnofobie-lijder huivert, griezelt en gruwelt vermoedelijk bij 't idee alleen al, maar ik persoonlijk verheug me voor de volgende lente alvast weer op het mogen begroeten van die vele knoddige kluitjes krioelende kriebelkindjes! 💗
zaterdag 20 mei 2017
Als woorden tekort schieten...
Verdorie, verdorie, verdorie toch! Je zit als schrijfster in een verdraaid lastig parket als je, zelfs met een woordenboek naast je, de juiste termen niet vindt voor wat je wil beschrijven. Als, letterlijk, àlle woorden tekort schieten...
Allé, denk even met me mee: hoe beschrijf je een concert waar bij elk werk vanuit het diepste van je ziel en elke vezel van je lijf, telkens weer, als een duidelijk hoorbare zucht, een overweldigende 'WAUW' ontsnapt? Hoe verwoord je de ongrijpbare emotionele hartstocht van de meesterlijk gebrachte fenomenale stukken, zo intens dat je jezelf er keer op keer aan moet herinneren te blijven àdemen, zoals ik gisteren. Letterlijk 'adembenemend' mooi dus!... Zeg me, hoe pen je dat neer? In welke taal? En wie kent de woorden? Met de orkestrale orgelklanken en het schitterende geluid van een honderdtal geoefende koorstemmen nog nagalmend in m'n oren overloop ik hier aan mijn computer wanhopig opnieuw en opnieuw die onbeschrijfbare avond, op zoek naar wat dan ook -een woord, een adjectief, een kapstok, een houvast- om dat wat het met me deed enigszins verstaanbaar te kunnen neerkrabbelen.
Op stap gaan met beste vriend Roger staat op zich sowieso gelijk met een aantal bijzonder aangename uurtjes. En ook Rudi, echtgenoot van mijn lieve vriendin, groot liefhebber van (kerk)orgel en absolute fan van organist Peter Maus, ging mee, en dat voelt altijd alsof ik mijne persoonlijke bodyguard bij heb. Dus alvast super gezellig, zo'n avondje uit tussen die twee heren in.
Wachtend op het openen der deuren had ik een fijn weerzien met mevrouw Mia Vinck, m'n leerkracht 'notenleer-voor-zangers' uit m'n lang vervlogen conservatoriumtijd. Als toenmalig leidinggevende van het kinderkoor van de Vlaamse Opera nam ze me als 'assistente' voor de kinderen mee en zo beleefde ik vanuit de coulissen alle voorstellingen van 'Het sluwe vosje' van Leòs Janáček en de hele werking van een opera. Tot op vandaag bewaar en koester ik nog steeds het kleurrijke programmaboek met handtekeningen van de volledige cast. Zàlige tijd was dat, en echt niets dan respect voor deze bijzondere dame!
Tijdens de bijhorende receptie achteraf is het altijd fijn om oude kennissen terug te zien (zoals gisteren o.a. een paar dames en heren uit mijn eigen dagen in de Chorale), om lieve vrienden te kunnen omhelzen (da's waar, hé, Christel, en Jan, en Ingrid) en om boeiende nieuwe mensen -wie weet zelfs nieuwe vriénden- te leren kennen (zoals Dolores, en Phillipe, en Paul, bijvoorbeeld), maar 'k genoot ook -ja, echt, maar wel onopvallend natuurlijk- van het mogen begroeten van de aanwezige 'grootheden', ik noem Ria Bollen, Paul Dinneweth, Peter Van De Velde... De ietwat teleurstellende opkomst qua publiek werd ruimschoots goedgemaakt door -ja dadde- wàt een publiek!
En hoe vertel ik nu in godsnaam begrijpbaar over het concert zelf?... Kan hier iemand even onmiddellijk een hele rits nieuwe superlatieven uitvinden aub?!...
De prachtige meerstemmigheid van het koor bezorgde me de hele tijd kippenvel, en bewoog zelfs die twee stoere heren naast me meerdere malen tot nét-geen tranen toe. Het schitterende stereo-effect van zowel de opstelling van de 100 zangers als van de zingende opkomst vertienvoudigde -minstens!- de muzikale belevenis. De stemmen vermengden zich met elkaar én met het gebouw, en omhulden de aanwezigen met een warme mantel van emotie en ontroering. De enorme kracht die uit de samenzang van die vele getrainde kelen kwam stond als een huis, neen, als een bùrcht. En geloof me, ze waren even sterk in de werken ondersteund door het majestueuze orkest, dat Peter Maus -alweer- virtuoos uit het orgel toverde, als in de zeer bijzondere a capella stukken. Echt wereldklasse! Zeker weten. En dat ze er zelf overduidelijk ook van genoten maakte niet alleen de beluistering heerlijk maar ook het visuele geweldig mooi.
Dat Peter Maus een heel speciaal plekje in mijn muzikale hart heeft, da's ondertussen algemeen geweten. Ik hoef echt niet meer uit te leggen wat een geweldige muzikant hij is, naar mijn bescheiden mening dan toch, en hoe ik geniet van elke seconde als ik mag luisteren naar de door hem gespeelde grandioze stukken, en al helemaal als we weer eens mogen samenwerken. En ik dacht zo ongeveer wel te weten wat hij in z'n mars had -en geloof me, dat is heel wat- maar hij verraste me alsnog! En hoe!... 'k Was er even totaal m'n kluts van kwijt. Om te beginnen had hij, voor het concert, net zoals u en ik, 2 benen, met aan elk been één voet; en 2 armen, met aan elke arm één hand met telkens -heel gewoon, zoals gangbaar is bij mensen- 5 vingers. Dat had ik met m'n eigen ogen duidelijk gezien. Maar tijdens het concert vroeg ik me toch ernstig af of hij zichzelf daarboven niet stiekem een paar extra armen met handen en extra benen met voeten aangemeten had! De registrant zwoer alleszins met een kamerbrede smile dat hij alvast niet heimelijk hier en daar -behalve wat de registers betrof uiteraard- een handje toegestoken had.
Het ene na het andere meesterlijke stuk rolde met een indrukwekkende passie het hoogzaal af en vulde de kerk en de aanwezigen met klankkleuren waar, inderdaad, woorden tekort bij schieten. Peter dreef z'n kunnen en dat van het Stevensorgel tot het uiterste, als was het een strijd op leven en dood. 'Het was ook af en toe een beetje totaal doodgaan", zei hij zelf achteraf. Niet moeilijk als je meer dan het beste van jezelf geeft... Zwaar onder de indruk waren wij, Roger, Rudi en ik, en stonden achteraf tegenover Peter met ontzag en eerbied, en... ook met onze mond vol tanden. 'Wauw' was zo ongeveer het enige dat we eruit gestotterd kregen, gevolgd door een soort eindeloze herkauwing van dat ene woordje. 'Wauw nondedoemme, écht wauw wauw wauw!'
Ja, 'k weet het, hoor: ondanks het feit dat ik beweer woorden tekort te komen heb ik toch alweer stevig wat ruimte volgeschreven over dit concert. Het is echter slechts een povere zoektocht naar het weergeven van een gevoel dat alleen zij die er bij waren woordeloos zullen begrijpen. Wel lastig voor een schrijfster als ik uiteraard, kopzorgen en slapeloze nachten. Nee, hoor, da's een grapje. Alleszins, toch iets om verder over na te denken: hoe beschrijf je in godsnaam iets dat zo prachtig is dat woorden tekort schieten?!... Mocht jij het weten, geef me dan maar een seintje, hé. ;-)
Allé, denk even met me mee: hoe beschrijf je een concert waar bij elk werk vanuit het diepste van je ziel en elke vezel van je lijf, telkens weer, als een duidelijk hoorbare zucht, een overweldigende 'WAUW' ontsnapt? Hoe verwoord je de ongrijpbare emotionele hartstocht van de meesterlijk gebrachte fenomenale stukken, zo intens dat je jezelf er keer op keer aan moet herinneren te blijven àdemen, zoals ik gisteren. Letterlijk 'adembenemend' mooi dus!... Zeg me, hoe pen je dat neer? In welke taal? En wie kent de woorden? Met de orkestrale orgelklanken en het schitterende geluid van een honderdtal geoefende koorstemmen nog nagalmend in m'n oren overloop ik hier aan mijn computer wanhopig opnieuw en opnieuw die onbeschrijfbare avond, op zoek naar wat dan ook -een woord, een adjectief, een kapstok, een houvast- om dat wat het met me deed enigszins verstaanbaar te kunnen neerkrabbelen.
Op stap gaan met beste vriend Roger staat op zich sowieso gelijk met een aantal bijzonder aangename uurtjes. En ook Rudi, echtgenoot van mijn lieve vriendin, groot liefhebber van (kerk)orgel en absolute fan van organist Peter Maus, ging mee, en dat voelt altijd alsof ik mijne persoonlijke bodyguard bij heb. Dus alvast super gezellig, zo'n avondje uit tussen die twee heren in.
Wachtend op het openen der deuren had ik een fijn weerzien met mevrouw Mia Vinck, m'n leerkracht 'notenleer-voor-zangers' uit m'n lang vervlogen conservatoriumtijd. Als toenmalig leidinggevende van het kinderkoor van de Vlaamse Opera nam ze me als 'assistente' voor de kinderen mee en zo beleefde ik vanuit de coulissen alle voorstellingen van 'Het sluwe vosje' van Leòs Janáček en de hele werking van een opera. Tot op vandaag bewaar en koester ik nog steeds het kleurrijke programmaboek met handtekeningen van de volledige cast. Zàlige tijd was dat, en echt niets dan respect voor deze bijzondere dame!
Tijdens de bijhorende receptie achteraf is het altijd fijn om oude kennissen terug te zien (zoals gisteren o.a. een paar dames en heren uit mijn eigen dagen in de Chorale), om lieve vrienden te kunnen omhelzen (da's waar, hé, Christel, en Jan, en Ingrid) en om boeiende nieuwe mensen -wie weet zelfs nieuwe vriénden- te leren kennen (zoals Dolores, en Phillipe, en Paul, bijvoorbeeld), maar 'k genoot ook -ja, echt, maar wel onopvallend natuurlijk- van het mogen begroeten van de aanwezige 'grootheden', ik noem Ria Bollen, Paul Dinneweth, Peter Van De Velde... De ietwat teleurstellende opkomst qua publiek werd ruimschoots goedgemaakt door -ja dadde- wàt een publiek!
En hoe vertel ik nu in godsnaam begrijpbaar over het concert zelf?... Kan hier iemand even onmiddellijk een hele rits nieuwe superlatieven uitvinden aub?!...
De prachtige meerstemmigheid van het koor bezorgde me de hele tijd kippenvel, en bewoog zelfs die twee stoere heren naast me meerdere malen tot nét-geen tranen toe. Het schitterende stereo-effect van zowel de opstelling van de 100 zangers als van de zingende opkomst vertienvoudigde -minstens!- de muzikale belevenis. De stemmen vermengden zich met elkaar én met het gebouw, en omhulden de aanwezigen met een warme mantel van emotie en ontroering. De enorme kracht die uit de samenzang van die vele getrainde kelen kwam stond als een huis, neen, als een bùrcht. En geloof me, ze waren even sterk in de werken ondersteund door het majestueuze orkest, dat Peter Maus -alweer- virtuoos uit het orgel toverde, als in de zeer bijzondere a capella stukken. Echt wereldklasse! Zeker weten. En dat ze er zelf overduidelijk ook van genoten maakte niet alleen de beluistering heerlijk maar ook het visuele geweldig mooi.
Dat Peter Maus een heel speciaal plekje in mijn muzikale hart heeft, da's ondertussen algemeen geweten. Ik hoef echt niet meer uit te leggen wat een geweldige muzikant hij is, naar mijn bescheiden mening dan toch, en hoe ik geniet van elke seconde als ik mag luisteren naar de door hem gespeelde grandioze stukken, en al helemaal als we weer eens mogen samenwerken. En ik dacht zo ongeveer wel te weten wat hij in z'n mars had -en geloof me, dat is heel wat- maar hij verraste me alsnog! En hoe!... 'k Was er even totaal m'n kluts van kwijt. Om te beginnen had hij, voor het concert, net zoals u en ik, 2 benen, met aan elk been één voet; en 2 armen, met aan elke arm één hand met telkens -heel gewoon, zoals gangbaar is bij mensen- 5 vingers. Dat had ik met m'n eigen ogen duidelijk gezien. Maar tijdens het concert vroeg ik me toch ernstig af of hij zichzelf daarboven niet stiekem een paar extra armen met handen en extra benen met voeten aangemeten had! De registrant zwoer alleszins met een kamerbrede smile dat hij alvast niet heimelijk hier en daar -behalve wat de registers betrof uiteraard- een handje toegestoken had.
Het ene na het andere meesterlijke stuk rolde met een indrukwekkende passie het hoogzaal af en vulde de kerk en de aanwezigen met klankkleuren waar, inderdaad, woorden tekort bij schieten. Peter dreef z'n kunnen en dat van het Stevensorgel tot het uiterste, als was het een strijd op leven en dood. 'Het was ook af en toe een beetje totaal doodgaan", zei hij zelf achteraf. Niet moeilijk als je meer dan het beste van jezelf geeft... Zwaar onder de indruk waren wij, Roger, Rudi en ik, en stonden achteraf tegenover Peter met ontzag en eerbied, en... ook met onze mond vol tanden. 'Wauw' was zo ongeveer het enige dat we eruit gestotterd kregen, gevolgd door een soort eindeloze herkauwing van dat ene woordje. 'Wauw nondedoemme, écht wauw wauw wauw!'
Ja, 'k weet het, hoor: ondanks het feit dat ik beweer woorden tekort te komen heb ik toch alweer stevig wat ruimte volgeschreven over dit concert. Het is echter slechts een povere zoektocht naar het weergeven van een gevoel dat alleen zij die er bij waren woordeloos zullen begrijpen. Wel lastig voor een schrijfster als ik uiteraard, kopzorgen en slapeloze nachten. Nee, hoor, da's een grapje. Alleszins, toch iets om verder over na te denken: hoe beschrijf je in godsnaam iets dat zo prachtig is dat woorden tekort schieten?!... Mocht jij het weten, geef me dan maar een seintje, hé. ;-)
woensdag 10 mei 2017
Wisselgeldwissel.
Voor een dagje in de boekhouding neem ik altijd een uitgebreid schoofzakske mee. Een glutenvrij koekje voor bij de koffie ergens om 10u, een fruitsnackske om na de middag op te peuzelen, en voor de lunch een boterhammeke met een eitje of zo, een soyapuddingske en een soyadrinkske. En gewoonlijk ook één flesje cola zero waar ik, tussen de koffietjes door, de hele dag lang van geniet. We maken het ons daar toch wel een beetje gezellig en dat motiveert. Zo vliegen al die vele factuurcijferkes een heel stuk sneller de computer in!
En ook gisteren ging dat lunch- en tussendoortjes-verzamelingske dus netjes ingepakt mee. Eenmaal achter m'n bureau, misschien door dat plotse zonneke, liet geheel onvoorzien zowat elke vezel in mijn lijf z'n hevig verlangen naar water blijken, liefst veel en fris. En water, dàt had ik natuurlijk niét bij ...
Maar dat vormt geen probleem in een fabriek die vol frisdrankautomaten staat, al maak ik daar zo goed als nooit gebruik van, want zelf drinken meebrengen is zoooveel goedkoper... Maar voor een keertje moest dat wel eens kunnen, hé. En, noem het gerust kinderlijk, als ik dan toch eens iets uit zo'n automaat trek, dan vind ik het best wel spannend om zo'n verdeelsysteem in werking te zien.
Bon, gewapend met m'n portemonneetje vol nikkel ging ik aldus op jacht.
Al snel scoorde ik een halve liter ijskoud plat water voor slechts 70 cent. Één euro in de machine, flesje uit de lade en keurig 30 cent teruggekregen. Okidoki!
En toen viel m'n oog op de blikjes Aquarius, de 'sportlesser', 'ideaal voor de grote dorst en prima om te hydrateren'. Allé, dat zeggen ze toch, 'k zou 't echt niet weten want ik dronk het nooit eerder. Maar, 'waarom eens niet', dacht ik bij mezelf, voerde de automaat nogmaals een eurootje, en kreeg een ijskoud blikje plus 10 cent wisselgeld in ruil terug. Heel keurig allemaal.
Zo jonglerend met m'n geldbeugeltje, m'n flesje, m'n blikje en m'n wisselgeld glipte die laatste 10 cent me plots uit de vingers en rolde, uiteraard, hoe kon het ook anders, onder de verdeelmachine. Potverdorie!...
'Och, da's ook niet zo erg', dacht ik, maar keek wel even of ik het geldstuk misschien toch niet ergens kon zien liggen. En jawel, hoor, in het stof tussen de 4 redelijk hoge pootjes van de kast kon je in het donker vaag de contouren van een muntstuk waarnemen. Op één knie tastte ik er voorzichtig naar en behalve een stevig vuile hand kwam daar, hoera, ook het geld weer tevoorschijn!
Heel even stond ik totaal verbaasd naar m'n zwarte hand te kijken. Niet alleen omdat ze zo ontzettend smerig was, maar vooral omdat mijn 10 cent zich blijkbaar wonderbaarlijk getransformeerd had naar een stuk van 2 euro! Verbazingwekkend toch? Maar een leuke verrassing, dat wel.
Oké, dacht ik, dan kijk ik nog maar eens, want m'n 10 cent moet daar dan toch ook nog steeds ergens liggen. Terug omlaag, dit maal op m'n twee knieën, om met tot spleetjes geknepen ogen geconcentreerd doorheen de stoflaag te turen in de hoop nogmaals iets te spotten... En jawel, daar lag nog iets dat al zeker de juiste kleur had om een 10 centstuk te zijn! Jeeey!
Tja, de kleur, die klopte helemaal, maar 't was toch geen 10 cent, hoor...
't Was verdorie 50 cent! Komt dàt tegen, hé. hihihi
Een beetje giechelend kwam ik weer in de boekhouding bij m'n collega Nancy -die trouwens ook de lollige foto hieronder van me schoot- en we maakten samen, échte boekhouders als wij zijn, even het rekensommetje.
70 cent voor het water plus 90 cent voor de sportlesser, da's 1,60 euro.
2 euro in de machine gestopt, 40 cent teruggekregen.
10 cent verloren, maar 2,50 euro in de plaats gekregen.
Dat maakt een totaal van 2 gratis drankjes met daar bovenop 80 cent wisselgeld! Ja dadde, zo af en toe kunnen dingen echt wel eens meevallen, hé.
M'n heerlijke lekker koude drinks smaakten er eens zo goed door! 'k Heb er extra uitgebreid van genoten. Van kop tot teen weer helemaal gehydrateerd glimlach ik trouwens nog steeds om die toch wel grappige wisselgeldwissel. En als vanzelf kwam er natuurlijk alweer meer dan genoeg schrijf-stof voor een nieuw en plezierig blogje vanuit die stevige stoflaag onder de drankautomaat tevoorschijn en kunnen jullie nu ook een beetje meegenieten van de hele historie.
Waar die 10 cent van mij uiteindelijk beland is, dat zullen we vermoedelijk nooit te weten komen. Misschien wel bij het volgende onhandige klantje... ;-)
Abonneren op:
Posts (Atom)














