maandag 20 november 2017

De goeien ouwen tijd.

"Of ik dat vroeger ook gedaan had?" wilden de kinderen die voor de zoveelste hevige stortvlaag bij mij in het tramhokje kwamen schuilen weten. Ze droegen alle zeven inline skates, skeelers heet dat blijkbaar in het Nederlands. Allé, zo van die rolschaatsen met alle 4 wielen op één rij dus. "Ja, hoor" antwoordde ik, "maar wij hadden per voet 2 wielen naast elkaar vooraan en 2 wielen naast elkaar achteraan. Wat jullie nu dragen, dat bestond toen nog niet." Ze keken me een beetje met ongeloof aan. "Maar ons model is toch ook al heeeel oud!" zeiden ze, "onze papa reed daar al mee!" "En in de winter" vertelde ik verder, "dan schaatsten wij op de dichtgevroren vijver van het park. Dat kon en mocht toen nog." 'k Heb maar niet beschreven met wat voor schaatsen, want hun verbazing was al groot genoeg. "Echt of wá!?" viel er verbluft uit de open monden.
De oudste van het stel, een slungelige gast bijna even groot als ik, 13 jaar en nog niet droog achter z'n oren maar wel zelfverklaarde 'man van de wereld', stak de hele tijd absoluut niet onder stoelen of banken dat hij mij een 'wreed knappe madam' vond. Met veel zogezegd gezag maande hij zelfs de rest aan om vooral eens goed en van dichtbij naar mijn ogen te komen kijken, want dat had hij nog nooit van z'n leven gezien, zulke ongelooofelijke licht-blauw-grijze ogen.
Al snel bleek ik ouder dan hun moeder te zijn, zelfs bijna even oud als hun oma. En dat moet voor hen vooral qua uiterlijk een wereld van verschil betekend hebben want ze bléven er onder elkaar met totale verwondering over praten. Het enige meisje in het gezelschap, een bijzonder mooi kind met prachtige grote hazelnootkleurige ogen, ik schat haar een jaar of 7, schuifelde heel voorzichtig tot dicht bij me en fluisterde "Jij bent zeker een prinses, zo mooi." 'k Had nog juist de tijd om haar intens gelukkig te maken door haar breed glimlachend te verzekeren "dat ik haar minstens even mooi vond en dat zij dus zeker ook een prinses kon zijn", want daar kwam haar broer alweer aanstormen met z'n volgende vraag. "Of ik ook een man had?" wilde hij, stoere gast, weten, overduidelijk hengelend naar een mogelijke 'openstaande vacature'... Maar daar draaide de tram luid piepend om de hoek en verlegde aldus meteen -oef- alle aandacht. "Niet meer" beantwoordde ik de vraag nog voor mezelf terwijl we allemaal in het rijtuig stapten, "want dié, die vonden mij niét mooi genoeg..."
Een paar haltes verder namen ze afscheid van me als van een geliefd familielid dat op verre reis vertrok, mij en de tram enthousiast en uitgelaten nazwaaiend.

En zowel dat familiegevoel als die herinneringen aan lang vervlogen tijden pasten wonderwel bij de planning voor de rest van deze zondag! Ik was namelijk onderweg naar ons moe, om samen naar een theaterstuk te gaan kijken waarin een nichtje van mij -één van de zovele nichtjes, maar dit is een specialleke, ligt me nét dat ietsje nauwer aan het hart- meespeelt!
Het Wijnegemse Toneelgezelschap speelt in de theaterzaal van 't Gasthuis, dus op hetzelfde podium dat ik over een 4-tal weken ook weer onveilig maak met mijnen O.C.D. (Obsessive Christmas Disorder), de productie 'De Parochie van Miserie'. En naast de serieuze dialogen en monologen wordt er ook hier geweldig veel gelachen en bijzonder veel gezongen, maar zij staan met minstens ne man of 30 méér op de scene...
Nog voor het doven van de zaallichten werden we door foto's en filmpjes 
meegenomen naar het Antwerpen uit lang vervlogen tijden, zo ergens rond 1900 -ja, dus toch nog ietske verder dan míjn rol- en ijsschaatsende jeugdjaren, mocht u het zich afvragen- waar in het Sint-Andrieskwartier het doodgewone volk z'n dagelijkse strijd om te overleven voert. En dat gaat net zo goed met ne lach, ne zwans en een lied als met meer dan bloedige ernst.
Voor je 't weet leef je helemaal mee met de vele typische volksfiguren, gun je hen van harte een beter bestaan en zou je bijna in hun plaats die Franssprekende blaaskaken met hun chichi kakmadammen een 'peer oep hun bakkes' willen verkopen. Wat me naadloos bij een gegeven brengt waar ik toch erg lang, enigszins verontrustend lang zelfs, gefascineerd bij stil ben blijven staan: één schijthuis -mijn excuses voor m'n taalgebruik maar een beter woord bestaat er niet- voor 10 gezinnen... ik kon het bijna tot op de vierde rij ruiken!...
Reeds tijdens de pauze, bij de gratis koffie met geweldig lekker koffiekoekjes -wat een traktatie!- ontspon zich een bijzonder boeiend gesprek over o.a. hoe het toen, in die tijd, wel gestonken moest hebben, en over het 
in een zinken teil met bruine zeep schoon geschrobd worden en met ijskoud water afgespoeld. 's Zomers buiten, en 's winters voor de kachel. Dat heb ík zelfs nog gekend!
Bon, genoeg herinneringen opgehaald, terug naar het stuk. Te midden de vele volksmensen in hun wat grauwe eentonig kleding, gebracht door acteurs en actrices van heel diverse leeftijden en bijna even divers talent, wiebelt en waggelt er één ontzettend kleurrijk figuur over het toneel: Zatte Nel, met verve en meer dan geloofwaardig straalbezopen tot leven gebracht door mijn nicht Ilke. Ze had me vooraf verteld super zenuwachtig te zijn om zo op de scene te zingen met haar nicht 'de échte zangeres' in de zaal, maar 'k weet nog steeds niet waar dat voor nodig was, want ik vond het geweldig! Dat ze kon dansen, dat wist ik al -ze was jarenlang een kleine beroemdheid op de televisie. Echt waar!- maar verdorie, acteren en zingen kan ze dus ook prima. Aha, interessant, dacht de concertorganisator in mij,
 al weet ik nog niet waarvoor, dat schept mogelijkheden!... Ilke, hou je maar klaar, daar spreek ik je nog wel eens over. Wordt vervolgd!
Ik heb echt van de voorstelling genoten, oprecht hartelijk gelachen en -emotionele softy die ik ben- onverwacht intens meegeleefd met het lief en leed van de personages. Het super schattige piepkleine blonde meisje dat als ne grote elke tekst kende en uit volle borst alles meezong, de acteur-accordeonist die de volledig orkestpartij schitterend voor z'n rekening nam, de vele begeesterde jongeren, de gemoedelijke ouwe rotten... zo leuk allemaal. Vooral de zang met de hele groep vond ik indrukwekkend. Bijna beangstigend dreigend, en evenredig krachtig in overtuiging als in aantal in decibels! Amai, m'n oren. Cool! 
En misschien was niet alles in de hele voorstelling van het zelfde niveau, of even juist, of even sterk, of wat dan ook, dat voegde wat mij betreft alleen maar extra charme toe.
De ijskoude wind en de hagelvlagen tijdens het eerste stuk van m'n reis huiswaarts brachten me in gedachten terug naar lang vervlogen tijden, m'n eigen kinderjaren waarin de wereld nog zoveel vredevoller en simpeler leek, en elke winter vol sneeuw en ijs. En even later stond ik met de zotte strakke wind in m'n wild flapperende losse haren kinderlijk gelukkig omhoog kijken naar een paar stralende regenbogen. "Ge wordt oud, Stinnewis", zei ik met een zucht luidop tegen mezelf, "als er steeds vaker van die verhalen over 'vroeger' en 'toen ik jong was' uit je rollen..." Al bewees vandaag me toch ook maar weer mooi dat m'n gezicht alvast nog een paar decennia achter loopt en dus -hoera- nog lang niet in de goeien ouwen tijd thuishoort... ;-)





woensdag 15 november 2017

2 maal tranen.

Voor de tweede keer die ochtend biggelden er dikke tranen over m'n wangen, resoluut en niet te stoppen. Gelukkig dit maal niet van ellende of verdriet, maar van pure opluchting.
Geen 20 minuten eerder hadden de tranen ook niet tegen te houden en overvloedig gevloeid, en dat was van puur pijn, toen de dokter, zij het uiterst voorzichtig, het eerste plaatselijke-verdovingsspuitje in m'n nek prikte. Ik weet niet wat het is met dat spuitje. Zo venijnig en scherp dat het me, zonder fout elke keer weer, prompt dikke snottebellen laat snotteren en kwistig zwarte mascara-strepen op m'n snuit tekent. De verpleegster van dienst stopt me steevast direct een stevig pak tissues in de hand, maar omdat je op dat moment totaal niet meer mag bewegen drupte ik, kin op de borst, 
ook deze keer gelaten verder de voorkant van m'n tuniek en m'n keurig opgeplooide en netjes op m'n schoot neer gelegde vestje kletsnat.
Ik kon een verschrikte en harde 'auw!' echt niet onderdrukken toen de dokter z'n tweede naald in me stak. 'Oei', zei hij, 'doe ik u pijn? Dan zal ik u nog een extra verdoving bij geven!' 'Keurig stil blijven zitten en rustig ademen' droeg de verpleegster me de hele tijd op. Een beetje overbodig, want met de herinnering van m'n vorige bezoek daar in het operatiekwartier nog zeer vers in m'n geheugen durfde ik me sowieso amper bewegen...
Doch, na die tweede afgrijselijk scherpe prik verliep deze epidurale infiltratie bijna gedenkwaardig perfect. Zo mogelijk nóg voorzichtiger en alles dubbel controlerend ging de dokter uiterst zorgvuldig en intens rustig te werk. Uiteraard liet het toenemen van de druk tussen m'n wervels zich voelen, reageerden m'n armen heel even ijskoud op de ingespoten vloeistof en spoelde er een golf van kippenvel over m'n hele lijf, maar dat is volkomen normaal, absoluut niets om ongerust over te zijn of tranen om te laten. 
Voor ik het goed en wel besefte was deze beproeving alweer voorbij. 'Ge zijt bijzonder flink geweest' zei de dokter goedmoedig, zoals een lieve opa tot z'n favoriete kleinkind spreekt, en gaf me een heel voorzichtig schouderklopje. En geloof het of geloof het niet: ik verwachtte op dat moment écht dat hij me nog een kleurrijke lolly in de hand zou stoppen... 
Oprecht ontroerd bedankte ik hem uitgebreid en zowel hij als de aanwezige verpleegsters namen geïnteresseerd de flyers voor de komende kerstconcerten aan. (Ja, rond deze tijd van het jaar krijg je, zélfs onder dit soort omstandigheden, die dingen te pas en te onpas door mij in je hand gedrukt... Ik sleep ze dus tot in het operatiekwartier met me mee! hihi)
Eenmaal in de wachtkamer gerold barstte ik opnieuw in snikken uit, maar dit maal dus van de enorme opluchting die zich van me meester maakte. Als alles voorbij is besef je pas hoe vreselijk bang en gespannen je wel was... 
Grappend over de niet waterproof zijnde mascara -ik zou ondertussen, na 8 keer, toch al zoveel beter moeten weten, hé- en het muzikaal-ritmisch niet samenlopen van de 'piep' van de hartslagmeter en de 'bliep' van de zuurstofsaturatiemeter verbruikte ik giechelend menig papieren zakdoekje -of waren het van die stugge handdoekjes?- zodat, tegen de tijd dat men mij netjes ingestopt en keurig half rechtop in het kussen liggend, als een koningin op haar troon bijna, terug in de grote gemeenschappelijke kamer binnen rolde mijn glimlach, breed van oor tot oor, helemaal droog en ontdaan van elke fout makeup-veegje, opnieuw oogverblindend stralend de ruimte kon vullen.
'Kijk, moeder, het zal wel meevallen, zenne. Deze mevrouw lacht nog steeds!' zei de vrouw tegen de oudere, blijkbaar net toegekomen, patiënte in het bed naast me. En terwijl ik haar positief bevestigend -uiteraard- uitgebreid verder geruststelde met een vrolijke babbel voelde ik onder de deken m'n van twee soorten tranen doorweekte vestje en dacht ik met een ingehouden, oprecht onschuldig grinnikje: 'Ze moesten eens weten...' 😁

















maandag 6 november 2017

Kort geknipt!

Tijdens de zomervakanties van de eerste jaren van mijn lagere-schooltijd werd ons steevast -voor het gemak, zeker aan zee- een kort jongenskopke aangemeten, maar voor de rest heb ik altijd lang haar gehad, en dat hing zelden of nooit los. M'n lange lokken in twee staartjes met strikjes -zij die mij al langer kennen zullen dat beamen: die strikjes hoorden onlosmakelijk bij mij en m'n zussen- werden door de jaren één staart -uiteraard nog steeds met strik- om rond m'n achttiende in elkaar gevlochten tot een soort rozijnen-koffiekoek-met-ministrikje boven op m'n hoofd te belanden. En daar zijn ze gebleven, die haren van mij. Het type dot wisselde wel eens. Strak elk haartje op z'n plek, of sierlijk met feestelijke krullen, of kunstig ingevlochten, al dan niet aangevuld met 'valse' stukken en andere hulpmiddelen, als vanzelfsprekend ten allen tijde voorzien van een zeer stevige dosis haarlak om vooral niets, maar dan ook niets uit de band te laten springen, alles kon. Zolang het maar 'strak, hoog en bij elkaar' was. Kristina en haar dot, volgens mij is het voor de meeste van m'n vrienden en kennissen een meer dan vertrouwd beeld. Ik mag dan niet heel groot zijn en dus nergens bovenuit steken, door dat bolletje op m'n bolletje haalt iedereen me zonder probleem uit gelijk welke indrukwekkende massa!
Afgelopen 3, 4 decennia zag slecht bij hoge uitzondering eens iemand mijn haren los. De situatie of de persoon in kwestie moest al wel héél erg uitzonderlijk zijn vooraleer dat gebeurde...
Met de jaren komt de wijsheid -dat zeggen ze toch- en ging ik langzaamaan beseffen dat m'n eigenwijze haarstijl niet alleen deel uit maakte van mijn bijzonder herkenbare verschijning, van mijn 'imago' als je het zo wenst te noemen, maar nog zoveel meer een belangrijk stuk van mijn 'harnas' was. Zelfs voorzien van strikjes, lintjes, glitters, bloemen, vlinders en vogeltjes maakte m'n kapsel me een heel stuk 'strenger' en minder benaderbaar. En dat was na die vele jaren in gewelddadige relaties behoorlijk belangrijk. Samen met m'n 'veel-laagjes' kledingstijl -liefst ook nog zo vormeloos en lang als mogelijk- creëerde m'n strakke, harde en onaanraakbare haarstijl een beschermend omhulsel voor me, een zelf geconstrueerd, heel eigen pantser waarin ik me enigszins veilig kon voelen in die bedreigende wereld vol onbegrip, pijn en misbruik, in die maatschappij en tussen al die mensen waar ik -nog vaak eigenlijk- zo bitter weinig van snapte... Maar da's prima, zou ik zo denken, als je op die manier 'normaal' kan functioneren. We hebben immers allemaal zo wel ons ding om overeind te blijven, hé. Niet dan?!...
En toen, een klein jaar geleden, sloeg het noodlot toe. Allé, voor mij dan toch. Op een ochtend werd ik wakker in een bed volledig bezaaid met grote plukken haar. Mijn haar! Ongeveer de helft van de lengte was zonder enige aanwijsbare reden afgebroken. Zomaar, boem pats, ineens. Niet leuk, écht niet leuk, maar er schoot nog genoeg over om, mits de hulp van een paar 'donuts', nog steeds een keurige dot te kunnen fabriceren. 't Leven ging gewoon verder. Of misschien toch niet... M'n haar bleef afbreken en uit vallen, aan een schrikwekkend hoog tempo zelfs. Wassen boezemde me angst in, kammen en opsteken werden een ware nachtmerrie. En je kan je gerust nog jarenlang het hoofd breken over het waarom, dat helpt absoluut geen zier. Er moest gehandeld worden!
Maar 'k heb nog lang getwijfeld, hoor. Zo een drastische verandering na meer dan 30 jaar is ook niet niks, hé. Maar uiteindelijk stond het al van 't begin vast: er moest geknipt worden! Niks aan te doen.
En vandaag was de grote dag: Kristina zou voor het eerst in haar leven naar de kapper gaan. Gelukkig kwam vriendin Ingrid met me mee, voor de morele ondersteuning, want de zenuwen waren ook van de partij. Al bleek al gauw dat dat nergens voor nodig was. Een stel bijzonder lieve kapsters stelden me meteen gerust: slechts het onderste stuk van mijn haar moest er af en de rest, weliswaar erg dun, is gezond genoeg om mits een klein beetje ondersteuning zonder problemen opnieuw te groeien. En wat een verschil zo'n knipbeurt maakt! Oké, een dot maken zit er voorlopig niet in, daarvoor is er geen lengte meer, maar m'n haar ziet er wel weer levendig en gezond uit. En 't is nog net lang genoeg om al die honderden speldjes, bloemetjes, strikjes en vlindertjes niet voorgoed te moeten opbergen. Ik kan er zelfs nog een bijzonder schattig bol staartje mee maken. Hoera! En, er is nog meer! Terwijl de kapster vlak achter me druk in de weer was had ik niets anders te doen dan in die grote spiegel vlak voor me naar mezelf te kijken, en, heel speciaal, mezelf zo plots als voor het eerst écht te zien, met het meer dan bevrijdende beseft dat m'n strakke kapsel als bescherming reeds lang overbodig was!... En heel eerlijk: 't was me voor het eerst ook even heel duidelijk -doch 'gewoon', hoor, zonder stoefen of kapsones en zo- da'k eigenlijk toch inderdaad wel een wreed schone madam ben. Als ge zoiets van uw eigen moogt zeggen natuurlijk... 't Zijn die ogen, hé, 'k snap het. 
Ja, 'k ben oprecht super content met m'n geknipte haartjes. Een beetje als nieuw en toch ook weer niet. En 'k moest Ingrid beloven dat m'n haar vanaf nu veel vaker -of misschien wel altijd, we zullen zien- zalig los mag wapperen in de zotte wind. "Dot of geen dot, lang of kort haar, ge ziet er nog altijd als een diva uit!" voegde ze er lachend aan toe. En om dat nooit meer te vergeten heb ik die uitspraak dan ook maar niet uit dit verslagje geknipt. 😉






woensdag 1 november 2017

Klein horror-verhaaltje.

'k Weet dat ik het al zo vaak gezegd heb, maar ik ga het tóch nog eens moeten zeggen: ik kan toch echt nooit eens iets gelijk ne normale mens doen, hé!...
Vanwege m'n nieuwe nekproblemen -zelfde probleem als voorheen, maar één wervel hoger- mocht ik gisterenochtend op bezoek bij de sympathieke Dr. Lasters voor een mij hopelijk van pijn verlossende epidurale prik. Die dokter ken ik al behoorlijk goed, van al die zovele eerdere verdovende spuitjes die hij me reeds een paar jaar geleden mocht zetten. Een bijzonder vakkundige, hartelijke, zachtaardige opa met een oprechte interesse in z'n patiënten. Zo wist hij nog zeer goed dat ik zangers was en vroeg of er dit jaar ook weer van die leuke kerstconcerten kwamen. Fijn toch, niet dan?
Bon, de gang van zaken was me bekend: netjes op de rand van het bed zitten, keurig in 't midden tussen het röntgen-apparaat dat me altijd doet denken aan een reuzegrote koptelefoon, kin op de borst -allé ja, zover ik dat nog kan met al die reeds gefixeerde wervels- en dan graag volledig tot rust komen. De verpleegster plakt een bescherming, een soort operatiedoek, langst de rand van m'n t-shirt, veegt m'n weerbarstig nekhaar daadkrachtig in een mutsje en ontsmet m'n nek met iets dat fenomenaal koud aanvoelt. Ondertussen babbelt ze honderduit met mij over klassieke componisten, kwestie van de patient relaxed te houden, af en toe onderbroken door de dokter die nog een waslijst medische vragen heeft en ijverig de antwoorden in de computer tikt.
Het eerste spuitje, de verdoving vóór de eigenlijke infiltratie, da's de meest venijnige prik die je je kunt voorstellen. Elk haartje op je armen en benen staat er rechtop van en je voelt het nazinderen in elke vezel van je lijf. "Rustig blijven ademen" zei de verpleegster moederlijk...
Van de daaropvolgende prikken voelde ik, behalve het herhaaldelijk krachtige duwen van de dokter, al die zovele vorige keren erg weinig. Eerst een naald tot vlak naast de zenuw, dan het inspuiten van contrastvloeistof -effe checken of ze 't juiste plekje hebben, hé- en dan is het beetje bij beetje de beurt aan de eigenlijke verdovende stof, met eventueel een plots hittegevoel in een arm of in beide armen. Daarna mag je nog 30 minuutjes tot een uur rusten om de plaatselijke verdoving te laten wegebben, dan ben je klaar en mag je beschikken. 
Da's dus in regel de gewone gang van zaken. Zo gaat dat met 'normale' mensen...
En nu voelt u hem natuurlijk al komen: zo ging het dit maal dus niet met mij. Verre van. 
Bij het inspuiten van de lang werkende verdovingsvloeistof ging het mis. Meteen over de hele lengte twee ijskoude armen en handen, het gevoel alsof er mij iemand met een hamer een stevige klap op het achterhoofd gaf, en op de prikplaats: pijn. En dan bedoel ik: PIJN!!! Echt, met geen woorden te beschrijven schreeuwende pijn. Terwijl een vloedgolf aan tranen spontaan en onbeheerst over m'n wangen stroomde bleef de verpleegster me met aandrang aanmanen rustig te blijven en vooral niet te bewegen. Wat ik met een bijna bovenmenselijke zelfbeheersing -braaf als ik ben- ook keurig deed. Al was het maar om het afzien niet nóg erger te maken, hé...
De wondverzorging en de rest van den opkuis heb ik niet meer bewust meegemaakt. Ze hadden me nog net op tijd kunnen opvangen en me plat in m'n bed gelegd. Totaal over m'n toeren en verschrikkelijk huilend van ellende hield ik met twee handen m'n arme hoofd vast, want dat kon volgens mijn aanvoelen elk moment met een enorme knal uit elkaar spatten. Op mijn borstkas had zich niet minder dan een olifant of zo neergezet. Mijn keel werd als door een bankvijs toegeknepen en zwol helemaal op. Maar de verschrikkelijke benauwdheid die daaruit voortvloeide verdween in het niks bij de duizend messen die overduidelijk mijn hele rug aan flarden reten. 'k Was de dag al afschuwelijk mottig begonnen, door de pijnstillers die me de voorbije maand op de been moesten houden, dus durfde ik ondanks dat alles nauwelijks bewegen uit angst ook nog eens het hele operatiekwartier onder te kotsen...
Gelukkig -allé ja- was ik niet de eerste -en vermoedelijk ook niet de laatste- patiënt wiens lijf nogal vervelend reageerde op deze epidurale. Ze kenden dus de symptomen en wisten wat te doen. Terwijl m'n hartslag en ademhaling gemonitord werd legden hele zorgzame en echt super lieve verpleegsters me in alle kalmte aan een baxter met pijnstillers. Jawel: pijnstillers om de gevolgen van de pijnstiller te verhelpen. Zelfs in die toestand vond ik dat ronduit hilarisch! Echt. 
De chirurg kwam ook regelmatig even kijken, oprecht bezorgd en om eventueel wat bij te sturen. Zijn duidelijke uitleg stelde me enigszins gerust: omdat hij exact op die plek waar de discus al zwaar op m'n ruggenmerg duwt ook nog eens een stevige hoeveelheid vloeistof in moet spuiten was in mijn geval de druk op de zenuwen in m'n rug plots zodanig groot dat m'n hele lijf het er van uitschreeuwde en niet beter wist dan efkes het licht volledig uit te doen.
Het kostte me nog een tweede baxter en een paar ongemakkelijke uren verdwaasd, mottig en veel te plat in het ziekenhuisbed voor ik me heel langzaam weer een beetje mezelf begon te voelen. Ondertussen zag ik patiënten gaan en komen, zelden langer aanwezig dan een half uurtje. En zowel een stroom verplegend personeel als een aantal medepatiënten passeerden langs m'n bed om te checken of ik oké was. Alweer zoveel leuke mensen leren kennen en zoveel boeiende verhalen en belevenissen gehoord! Ja, zelfs zo totaal onverwacht een paar uur lang bewegingloos moeten platliggen in een gemeenschappelijke hospitaalzaal heeft zo zijn mooie kanten... En dat meen ik, hoor.
Nog een hete kop thee met veel suiker en een koekje later verlangde ik zodanig naar m'n eigen bed dat ik toch maar heel voorzichtig huiswaarts geschuifeld ben. Ja, te voet, en met de tram. En daarom ook met dikke dikke tranen. Nee, niet meer echt van pijn, al was die er uiteraard ook nog, maar wel van verdriet. De hele dag lang had ik dames ouder dan mijn moeder om me heen gezien, allemaal stuk voor stuk begeleid door hun partner. En toen de bezorgde verpleegsters me vroegen of ik door iemand opgehaald werd kon ik niet anders dan afschuwelijk emotioneel vertellen over die laatste epidurale, een dikke 5 jaar geleden, toen mijn vader nog met me meegegaan was en me ook weer veilig thuis gebracht had...
Na een ontzettend lange nacht vol oeverloos verdriet, ongemak en pijn -te warm, te koud; in het bed, uit het bed; in de zetel, uit de zetel; licht aan, licht uit; de poezen raakten er helemaal de kluts van kwijt- ben ik, zo stijf als een heksenbezemsteel en over alle nog steeds aanwezige pijn heen, toch de Allerheiligen-mis gaan zingen. En het was mooi, intens mooi. De teksten van de priester, de liederen van het koor en omringt zijn door zoveel lieve mensen, het bracht emotionele rust. En -g
eloof me, ik kijk er zelf ook nog altijd van op- zelfs onder dit soort omstandigheden zing ik alsof er niks aan de hand is. Volgens ons moe vandaag zo mogelijk nóg beter dan anders. Komt dà tegen! Maar, alle gekheid op een stokje, het heeft me diep deugd gedaan. En die borrel bij de koffie achteraf, die had ik àbsoluut verdiend.
De weg naar beterschap gaat duidelijk niet echt over rozen, maar het komt helemaal goed, maak je maar geen zorgen. En positief en optimistisch als ik ben zag ik heel die griezeldag meteen als een kado: intens voelen dat je leeft, weten dat echt elke dag telt, en voor de rest met elke vezel in je lijf en uit volle borst zingen zolang het nog kan! Het zal wel zijn, verdorie!
En uiteraaaaard, wat had je gedacht, lag ik gisteren in het ziekenhuis al na te denken over het heerlijke horror-verhaal dat ik -o de ironie, o de zaligheid- juist gepast voor Halloween kon neerschrijven!... Wat zou je in 's hemelsnaam nog meer willen!? Gewéldig, toch! hihihi 😉

























maandag 23 oktober 2017

Opgeluchte darmen.

Eigenlijk had ik hier al een half jaar geleden over willen schrijven, en dat kwam er maar niet van. Nu ik er eindelijk toe kom besef ik dat die vertraging geen nadeel was, maar een extra stimulans om dit verhaal met volle overtuiging te kunnen vertellen: ik heb het namelijk heel persoonlijk en onder alle mogelijke omstandigheden uitgebreid uitgetest! En, het werkt echt.
Als je mij zo een klein beetje kent dan weet je dat mijn gezondheid nogal aan de fragiele en kwakkelende kant is. Het eindeloze gesukkel met tegenspartelende maag en moedwillige darmen is o.a. al vele jaren een hardnekkig probleem. En de vele operaties en algemene verdovingen, met hier en daar een stevige slokdarm- of maagontsteking tot gevolg, af en toe vergezeld van de occasionele darminfectie, maakten het steeds erger.
Wat ik ook at, het viel altijd verkeerd. 'k Was er mottig van, winderig, misselijk, ziek... Doffe ellende dus. Het ging zelfs zo ver dat elke hap die ik nam, van absoluut wat dan ook, puur als vergif innemen 
voelde. Mijn lichaam haalde ook geen ene sikkepit energie uit wat ik binnen speelde, en de kilo's vlogen er aan alsof het niks was. Voedsel werd een vijand. En dat voor zo'n smulpaap als ik...
De huisarts wist er na zoveel tijd ook écht geen raad meer mee. Die dacht al in de richting van een maag-darm-operatie! Of een dieet alla Bart De Wever...
Tot hij me op zeker dag een flyer meegaf -die eigenlijk diende als reclame voor pillen die lactose-intolerante mensen tóch af en toe eens een melkproduct kon laten genieten- waarop onderaan in kleine letterkes het F.O.D.M.A.P. dieet vermeld stond. 'Misschien is dat iets voor jou' zucht m'n dokter een beetje moedeloos.
Elke strohalm telt als je dreigt te verzuipen, dus ik ging op zoek. Mijn vraag op diverse sociale netwerken 'of iemand dit dieet kende' werd door slechts één iemand beantwoord, mijn Hansen-collega Gaby Lauwers. Werkelijk élk symptoompje, elke raar trekje van heel m'n verteringsstelsel, de eindeloos opspelende darmen, het volledige voedsel-is-vergif-verhaal, de haat-liefde relatie met eten... het was haar allemaal maar al te zeer bekend, en... jawel, inderdaad: het FODMap-dieet had haar daarin verlichting gebracht!
Het lange en intense gesprek met Gaby aan mijn toenmalig balie -ik zie het nog zó voor me- voelde werkelijk als een belangrijk keerpunt in mijn leven, met grote dankbaarheid voor altijd met stip bewaard tussen mijn gekoesterde herinneringen. Al de verschillende, ogenschijnlijk volledig afzonderlijke, jarenlange vervelende kwaaltjes vielen als stukjes van een grote puzzel in elkaar, en vormden één zeer duidelijk beeld. En ik moet je vermoedelijk niet vertellen wat een ongelofelijk aha-moment en heerlijke opluchting dat was.
Niet twijfelen, dacht ik -de koe bij de hoorns pakken- en meteen op naar de bron van alle heil en zegen! Allé, 't is te zeggen, op naar Britt dus.
Britt Van de Voorde, diëtiste bij 'Voeding op maat', en gespecialiseerd in het hier bij ons nog zo ongekende FODMaP-dieet -in Australië ontwikkeld in 1999 en pas sinds een paar jaar in België- heette me bijzonder hartelijk welkom en hielp me met geduld en toewijding op de goeie weg. En nog steeds kan en mag ik haar om raad vragen. Het is altijd leuk om haar wijze blogjes te lezen en vaak via Facebook maar ook via de site nieuwe en verrassende verwenrecepten te ontdekken en uit te proberen.
Ik ga hier niet tot in de kleinste details het hele FODMaP-dieet uit leggen, da's absoluut mijn 'bevoegdheid' niet. Daarvoor kan je veel beter naar een gespecialiseerde site met professionele informatie surfen, vind ik. Gewoon effe googelen. Je kan er trouwens -da's nogal logisch- ook een zeer duidelijke uitleg over lezen op de FODMap-diëtisten-pagina van Britt en haar collega's. 

Maar om het toch even in 't kort in mijn eigen woorden enigszins te verduidelijken: deze voedingswijze neemt in de eerste fase -de 'eliminatie-fase'- alles, werkelijk alles, maar dan ook echt àlles, uit je eetpatroon weg waar een mens mogelijk allergisch aan of intolerant voor zou kunnen zijn. Ik kom woorden tekort om te beschrijven hoe zalig het was m'n ingewanden in minder dan 2 weken volledig tot rust te voelen komen. Heeeeerlijk!
Later, na afloop van die eerste fase, worden er dan voorzichtig weer dingetjes uitgeprobeerd. Door steeds één bepaalde voedselsoort weer aan je dieet toe te voegen vormt zich langzaam maar zeker een duidelijk beeld van wat wel of niet lastig te verwerken valt 
voor jouw lijf. Soms zijn dat zaken die je op een later tijdstip toch wel weer verdraagt en dus gewoon weer kan eten, soms is het beter om bepaalde stoffen in etenswaren voor altijd te mijden. Allé, toch als je je op en top wil blijven voelen uiteraard.
Het is dus een heel erg persoonlijk dieet, en in mijn geval bleken gluten en lactose de grote boosdoeners, mijn persoonlijke ziekmakers. Met het mijden van alle producten die één van deze twee of allebei bevatte voelde ik me helemaal weer opleven. Echt waar.
Nu, al zovele maanden later, weet ik dus heel goed wat wel en niet kan, en er is ondertussen ook alweer heel wat terug bijgekomen. Voedingswaren bedoel ik natuurlijk, al moet ik meteen eerlijk bekennen dat het 'bijkomen' spijtig genoeg inderdaad ook van toepassing op m'n gewicht... Tja, wat wil je als je weer lekker kan smikkelen en smullen zonder ziek te worden. 
Met al dat bijkomen werd er trouwens nog een heel andere, erg vervelende, onderliggende voedselstoornis zichtbaar... Wreed goed om te beseffen, een behoorlijk harde confrontatie met mezelf, en dus nog serieus werk aan de winkel, maar... da's stof voor een later verhaal.
'Als je vegetariër bent én op de koop toe lactose- en gluten-intolerant, wat blijft er dan in 's hemelsnaam nog over om te eten!?' vraag je je nu misschien af. Wel, dat valt echt reuze mee, ik merk er nog weinig van in m'n dagelijks leven.
Lactose zal duidelijk altijd een 'no-no' voor me blijven, maar daar zijn zoveel vervangers voor dat dat echt geen enkel probleem vormt. Afgelopen zomer verlangde ik bij gelegenheid toch wel eens naar een paar stevige bollen ijscreme, maar als ik me er dan aan herinner hoe verschrikkelijk ziek ik daar de allerlaatste keer van was, dan is het waterijsje in m'n hand onmiddellijk een hemelse traktatie, ge moogt gerust zijn. Gluten probeer ik al af en toe, en soms gaat het goed, soms ook niet, en da's ook oké. Er zijn trouwens zoveel glutenvrije producten dat ik van m'n lievelingsgerechten, zoals bijvoorbeeld spaghetti, nog absoluut niks gemist heb. Uien en prei, waar ik vroeger steevast en in overvloed élke kooksessie mee begon, daar moet ik nog steeds echt niet zot mee doen: da's metéén serieus 'de wind van achteren', amai! En, nog steeds tot mijn grote verbazing, vallen appels -ja, hele gewone gezonde appels, komt dà tegen!-, die ik voorheen zowat ten allen tijde als fris tussendoortje in huis had, me ook nog altijd bijzonder zwaar op de maag, echt niet te doen. Instant mottig. Jammer maar helaas. Maar ach, waarom zou je daarom treuren als er nog zo ontzettend veel andere fruitsoorten bestaan die geen te vermijden lichaamsreacties veroorzaken. Toch?!
Sinds m'n kennismaking met Britt en het FODMap-dieet gaat het echt opvallend goed met me. Toch op maag- en darmvlak. Een terugval is altijd mogelijk, een gevoelig lichaam reageert nu eenmaal sneller op stress, moeheid en virusjes allerhande. En vergis je niet, deze voedingsmanier is ook geen kant en klare oplossing bij gevoelige darmen. Het blijft werken, ernstig timmeren aan de weg naar beterschap; en leren, wijzer worden van je eigen 'vergissingen'. Als ik nu nog eens urenlang kotsmisselijk rondloop of een hele nacht niet van de porseleinen troon geraak betekend dat simpelweg dat ik me -meestal goed geweten- weer eens heb laten verleiden tot iets da'k beter niet -of toch niet in die hoeveelheid- in m'n kas zou slaan, of dat ik m'n leesbril weer eens niet mee of opgezet had in de supermarkt...
Alleszins, ik wou hier heel erg graag over vertellen, niet alleen uit dankbaarheid naar diëtiste Britt toe -en uiteraard ook naar die lieve Gaby- maar vooral omdat deze voedingswijze mogelijk nog zoveel meer mensen kan helpen, en het voor de meeste huisartsen een nog volledig onbekende potentiële oplossing bij aanslepende klachten kan zijn. Mij heeft het absoluut geholpen! Ik ben er alleen maar gezonder en blijer van geworden. 
Hoera voor m'n opgeluchte darmen! 😉
























zondag 8 oktober 2017

Magisch.

Al behoorlijk wakker maar nog verre van bereid de behaaglijke warmte van de knusse kussens en het donzige dekbed te verlaten wentelde ik me op deze rustige zondagochtend in de alom heersende stilte. Niet dat het hier anders niet stil is, maar nu ontbraken ook de geluiden van de af en aan zoemende liften, open- en dichtslaande piepende deuren, het geronk van vertrekkende auto's in de garage en de harde naaldhak-voetstappen op de stenen vloer boven mij. Er waren zelfs geen sanitaire geluiden te registreren. Helemaal niemand nam een bad of trok het toilet door bij het aanbreken van deze dag. Zelfs de anders zo lustig kwetterende meesjes bij de zaadjes en nootjes op het terras waren blijkbaar nog niet uit hun nest geraakt... Genieten met een hoofdletter dus.
En dan, heel onverwacht maar met een meer dan perfect georkestreerde timing, zwol vanachter de nog gesloten roze gordijnen het zacht ritselende ruisen van een plotse hevige maar malse regenbui aan. Als miljoenen murmelende stemmetjes van een uit de kluiten gewassen elfenkoor. 
Het bijna sprookjesachtige moment toverde als vanzelf intense vreugde in m'n hart en een fenomenale glimlach op m'n snuit. Kan een zondag nóg mooier beginnen?!... Ja dus. 
Na toch even overwegen of dit wel allemaal neer te schrijven viel zette ik me, ongewassen ongekamd ongekleed, gesterkt door slechts een dampende kop koffie, achter m'n computer. Door de glinsterend natte dennenbomen priemde een verrassend stralend zonnetje en tekende vrolijk bewegende lichtfiguren op m'n bureautje en m'n gezicht. De laatste zachte regendruppels van de verkwikkende bui schitterden er als met gulle hand uitgestrooide diamantjes doorheen en deden struiken, bomen, gras en stenen fonkelen als van goud.
Ondertussen weerklinkt achter mij het vertrouwde gestommel en geroezemoes van de vele badkamers in dit ontwakende appartementsgebouw. Naast me zitten twee bijzonder wakkere poezen van tussen de kamerplanten opgewonden de ijverig en uitgelaten af en aan vliegende vogeltjes aan de andere kant van het raam te bespioneren.
Elke vezel van mijn lijf is op dit moment verzadigd met een onmetelijk gelukzalig gevoel. Echt, geloof me, magie is overal. 💗



woensdag 4 oktober 2017

De vierde dag van oktober.

De vierde dag van de maand oktober is een dag waarop ik altijd als een volleerd circusartiest uitgebreid jongleer met een hele resem aan emotionele uitersten. 
Velen zullen deze datum kennen als 'Werelddierendag', een dag om extra aandacht te besteden aan dierenwelzijn, -rechten, -bescherming en spijtig genoeg ook dierenmishandeling. En al bestaat deze speciale dag al van rond 1930, naar mijn gevoel is hij nog niet zo heel lang volledig ingeburgerd. Maar sinds de commerçanten dit potentiële gat in de markt opmerkten worden we als dierenliefhebbers al een paar weken op voorhand -zoals bij zowat elke speciale dag- gebombardeerd met reclame vol overbodige, vaak nutteloze dingen die we met z'n allen voor onze troeteldieren zouden moeten kopen. Geen huisdier? Dan verkopen ze je wel voer voor de vogels in het park of zo, als het maar centen oplevert... 
Allé, begrijp me nu niet verkeerd. Ik geniet er ook met volle teugen van om die twee zotte lieve katers van me, Poekie en Pompon, in de watten te leggen en heel die bonte vlucht gevederde bezoekers op m'n terras royaal van lekkers te voorzien. Absoluut. Dat zou ik zeker niet meer kunnen missen. Maar de verwennerij van onze geliefde dierlijke huisgenootjes staat in schril contrast met hoe er bijvoorbeeld omgesprongen wordt met de zogenoemde 'consumptie-beesten'. Men organiseert ware kruistochten tegen het eten van honden in China, maar is dat dan echt zo anders dan al die koeien en varkens die hier gruwelijk mishandelt worden om als onherkenbaar lapje vlees afgeprijsd maar niet gekocht op zaterdagavond in de afvalcontainer van één of ander grootwarenhuis te verdwijnen?... 
Bon, zo denk ik er over, maar uiteraard -met respect- elk zijn eigen mening, hé.
Uiteraard kom ik met heel die beestenboel als vanzelf terecht bij Sint Franciscus, patroonheilige van dierenbescherming en milieuzorg. 4 oktober werd in 1929 uitgekozen als ideale datum voor Werelddierendag omdat het de naamdag van deze heilige is. Franciscus van Assisi ruilde de rijkdom van zijn familie en z'n comfortabele luxeleven voor een bestaan als kluizenaar in volledige armoede. Hij wilde de armste der armen zijn en vulde zijn dagen niet alleen met gebed maar bekommerde zich ook onbevreesd en belangeloos over melaatsen, zieken en noodlijdenden. Zijn naam is natuurlijk vooral bekend om zijn enorme liefde voor alle leven op onze aarde. Franciscus zag in de schoonheid van die overdonderende hoeveelheid onnoemelijk prachtige en geweldig diverse fauna en flora het liefdevolle gezicht van zijn Schepper. Je kan gerust zeggen dat Sint Franciscus in alle eenvoud een gedreven dierenrechtenactivist en milieubeschermer avant la lettre was, met een boodschap die ook vandaag nog, niet minder dan 793 jaar later, verbluffend actueel is. In zijn 'Zonnelied' zingt hij z'n bewondering en dankbaarheid uit voor die wonderbaarlijke schepping waar hij deel van mocht uitmaken en zich door gedragen mocht voelen. En de 'god' waarover hij het heeft is wat mij betreft universeel en zeer breed interpreteerbaar, zelfs los van religie.
Van dat Zonnelied ontstonden door de eeuwen heen ontelbare versies, in zowat alle talen en muzikale stijlen. Zelfs heden ten dage verschijnen er nog nieuwe composities met zijn tekst. Toen ik er op YouTube een aantal beluisterde kwam ik de mooie Italiaanse vertolking van Angelo Branduardi, 'Il Cantico delle Creature', tegen, en, het klinkt misschien een beetje gek, maar dat bracht m'n gedachten meteen bij mijn familie.
Ja, inderdaad, mijn jongste broer heet ook Franciskus, maar ik geloof dat de voornaam van mijn grootvader, de vader van mijn moeder, daar eerder voor iets tussen zat... Super leuk, maar da's voor een ander verhaal. 
Het was de muziek van Branduardi die een massa herinneringen opnieuw naar voor schoof. Zijn vrolijk dansende melodieën weerklonken op de achtergrond bij zowat alle festiviteiten in onze familie. Als mijn moeder zei "Zet eens een goe muziekske op", dan was de kans heel groot dat mijn vader één van de platen van den Angelo op de pickup legde. 
Vandaag zou onze va 76 geworden zijn, en ook daarom is 4 oktober bijzonder. En een wat rommelige mengelmoes van zowel verdriet en gemis als dankbaarheid om zijn leven en de zovele grote en kleine herinneringen waar ik breed om kan zitten glimlachen heeft me al de hele dag in z'n greep. Dat zal voor de rest van de familie ook wel het geval zijn denk ik, zeker voor ons moe. Zij luistert -op CD tegenwoordig- nog ontzettend graag en best wel vaak naar Branduardi. Zijn muziek brengt haar altijd positieve energie, een flink pak broodnodige blijmoedigheid en absoluut ook wat warme troost. Gegarandeerd -ik zal 't haar straks even vragen- huppelen de dartelende melodietjes van Angelo daarom zeker vandaag, en vermoedelijk extra luid, uitgelaten en vol levenslust door alle kamers van haar flat. 
Goh, nu ik er zo over nadenk, eigenlijk is het een bijzonder goed idee, zo wat opgewekte en energieke klanken in huis. Een schitterend passende begeleiding voor de obligate Trippel 'van 't schap' -op kamertemperatuur dus, zoals het hoort- ter ere van onze va, uiteraard, maar toch ook een beetje ter ere van al de rest van die veelomvattende vierde dag van oktober. Schol! ♪♫♪😉♪♫♪




















zondag 1 oktober 2017

Poezenluxe voor luxepoezen.

"Serieus?!?! Allé, dat meent ge toch niet. Da's maar om te lachen, hé. Echt? Nóg ééntje?!" zei mijn vriendin Ingrid verbaasd toen ik in het tuincentrum dat we samen bezochten een wat kitscherig baby-roze poezenmandje met gezellig knisperende bodem en uitgevoerd in uitzonderlijk slecht geïmiteerde schapenvacht in het winkelkarretje legde. En die lichte verbijstering kwam eigenlijk niet geheel onverwacht, want ik had namelijk een half uurtje daarvoor in een andere winkel ook al twee poezenmandjes gekocht...
Voor mensen die hun huis niet met katten delen zal dit allemaal een tikje getikt klinken, maar 'k weet bijna zeker dat alle poezenknuffelaars begrijpend en instemmend zullen knikken.

Poekie en Pompon zijn altijd heel graag dicht bij mij. Allé, 't is te zeggen: als ze niet ergens verborgen en knus een diep en schijnbaar onverstoorbaar slaapje doen, hé. Zo'n dutje kan in een hangmatje aan één van de grote krabpalen, of in het mandje boven op de kleerkast, maar net zo goed pikken ze mijn plek tussen het nog warme laken en dekbed van m'n bed in, of installeren ze zich ongegeneerd breeduit in en onder de zelfbedachte en eigenhandig -eigenpotig dus- gebouwde forten van dekens en kussens in de zetel. Om geplette en daardoor uiterst furieuze katten te voorkomen -en meteen ook een stel wreed scherpe klauwen in je eigen achterwerk te ontlopen- is de boodschap dus nooit ofte nimmer zomaar 'boem' neer te ploffen in de sofa of bedstee!...  
In combinatie met ook nog eens grote matten overal op de vloer, zetels en stoelen in overvloed, en genoeg lege ruimte tussen de planten op zowat alle vensterbanken zou je misschien voorzichtig kunnen opperen dat ze dan eigenlijk toch al wel 'zitplaats' genoeg hebben, die 2 katers van mij. Ja, dat klopt. Maar... Vooral als ik achter m'n bureau zit te schrijven waren Poekie en Pompon een beetje 'zoekende'. Tot voor kort stond 'dicht bij Kristina zijn' voor hen gelijk aan op dat harde koude meubelhout tussen 't kantoormateriaal liggen of bovenop die kille gladde printer, eindeloos toertjes draaien onder m'n stoel en rond de schrijftafel, en uiterààrd ook onophoudelijk heen en weer óver de computer trippelen, met -aaaaaargh!- natuurlijk alle mogelijke desastreuze gevolgen...
Om mijn twee pluizige schatten in absoluut àlle comfort -evenzeer voor hen als voor mij- nog steeds zo dicht mogelijk bij mij doch in een duidelijk afgebakende poezenzone te laten vertoeven tijdens het computeren kocht ik dus extra poezenmandjes. Logisch, toch?!
Dat ronde roze nep-schapenvacht-ding vond z'n vaste plekje niet in m'n bibliotheek-muziek-schrijf-kantoorruimte. Dat ligt nu op het voeteneind van het bed als sluimerplekje voor degene die niet onder het donzige dekbed geraakte, of waarvoor de poezelige bedsprei in dikke fleece toch nét niet fluffy genoeg is.
Het grote grijze rechthoekige mandje in streelzacht fluweel past perfect op de printer, alsof het er speciaal voor gemaakt werd. Het werd tot verheven troon van Poekie gebombardeerd, en van daar uit houdt hij nauwgezet zowel de vrolijke vogeltjes aan het raam als de werkzaamheden op het computerscherm in 't oog, tot slaap hem overvalt. En... absoluut geen Pomponnen toegelaten.
Het kleine mandje met hoge rand, in een glad zwart-wit ruitjesstofje, dat bij aanraking lekkere knispergeluidjes voortbrengt, ligt naast de computer op het bureau zelf of op de poef naast m'n stoel. Da's daardoor dus meteen ook de meest ideale plaats om je als huisdier een hele namiddag of avond lang massa's fel begeerde knuffels en strelingen te laten welgevallen. En zo wordt tegelijkertijd die zone-afbakening positief inprent natuurlijk. Slim van mij.
Pompon vindt het heerlijk om er 'zogezegd' putten in te graven, de vulling uitgebreid mals te kneden en er zich daarna volledig in op te rollen. Yep, inderdaad: als een grote pluizige pompon. Altijd super grappig om te zien. "Uwe staart hangt er nog uit" giechel ik soms, waarop hij die prompt mee in de beperkte ruimte wringt. Soms mag ik het poten-en-oren-binnenboord-proppen zelfs een handje helpen door de rand nog wat hoger te trekken en eens lichtjes met het geheel te schudden zoals je een kussen in z'n sloop krijgt. 't Is alleszins overduidelijk dat die hoge rand en krappe afmetingen een zalige geborgenheid bieden voor zo'n bolleke poes. Goh, misschien moest ik voor mezelf ook zo eens iets kopen, in een paar maten groter dan...
Natuurlijk wenst ook Poekie van al die voordelen te genieten, dus vullen ze dat ruitjesmandje nu zonder ruzie, heel erg broederlijk, om de beurt. Al moet ik er wel bij zeggen dat er in Poekie's geval van soezen en dutten meestal niet veel in huis komt. Hij amuseert zich immers liever met hilarische wilde kunstjes doen in, om en onder het gekke knisperding.
M'n vriendin vindt het nog steeds lichtelijk overdreven. Overbodige poezenluxe. Maar ja, volgens mij kan je dit alleen maar echt begrijpen als je zelf zo een stel zalig lieve knuffelkaters in huis hebt, die, voor je 't goed en wel beseft, door en voor al die liefde als vanzelf -volautomatisch- super-de-luxe luxepoezen worden. En daar is niks mis mee. 😉



zondag 24 september 2017

Kristina's reizen.

De kalender verkondigde het al, de dikke ochtendnevel bevestigde het: de herfst is officieel in het land. Ideale ochtend dus om nog heel even terug te blikken op de voorbije zomer, want tussen alle operaties, ziekenhuisnachtjes en doktersbezoeken door heb ik de voorbije maanden toch niet uitsluitend ziek in bed gelegen, mottig in de zetel gehangen en uitgeput op de pot gezeten. Nee, raar maar waar, ik ben er gelukkig ook nog in geslaagd in die zo 'overvolle' agenda -gniffel gniffel- een paar gaatjes te vinden voor enkele leuke vakantie-uitstapjes! En eerlijk is eerlijk: ik zou absoluut nergens naar toe geweest zijn als m'n lieve vriendin Ingrid en haar man Rudi me niet als gewaardeerd en geliefd gezelschap op sleeptouw genomen hadden.
Onze eerste reisje ging -hoera, hoera- richting m'n levenslange grote liefde: de zee. Nee, niet naar Cadzand. Daar word ik vanwege alle ver- en volbouwing, het razendsnelle verdwijnen van het onderspit delvende natuurschoon en de rust, en van de vele herinneringen aan onze va toch alleen maar oeverloos verdrietig. We reden naar Westkapelle! En wel om de bijna lachwekkend simpele reden dat Rudi daar ooit eens wreed lekkere gebakken vis gegeten had. Blijkbaar hadden we per ongeluk -wat een chance- de juiste woensdag uitgekozen, want in het anders doodstille kleine dorpje troffen we niet alleen een zalig terras met heerlijke koffie, maar ook in alle straatjes een oldtimershow met o.a. nooit geziene schitterende landbouwvoertuigen, en allemaal kraampjes met prachtige brocanterie op het marktplein. Ik keek m'n ogen uit, maar kocht niks. Straf, hé. 
Na een stevige dosis gebakken vis ging de reis verder naar Domburg, waar geen van ons drie ooit al geweest was. Naar de als bergen zo groot en indrukwekkend, overdonderend prachtige, breed golvende en machtig groene duinen, en uiteraard naar het strand en de zee. Heel ver zijn we in al die natuurovervloed echter niet geraakt: de vele steile trapjes op en af de weelderig begroeide zandheuvels waren meteen nefast voor Ingrid's wat krakkemikkige knieën, en het verrassend smalle strand lag op deze stralende zonnedag meer dan overvol, dus daar konden wij vermoedelijk toch niet meer bij. Zalig languit neergeploft in een comfortabele brede loungezetel op een heerlijk terras met een ongelofelijk humoristische ober, boven op de top van 'den berg', dus met panoramisch zicht op zee en duinen, en met uiteraard een lekkere trappist in de hand overschouwden we dan maar uitgebreid het vanzelf voorbijkomende strandgedoe en vakantiegenot, en we zagen dat het goed was.
Trouwens, als je jezelf vol Immodium moet proppen om überhaupt zo een dagje weg te kùnnen gaan, dan is een zonnig namiddag met de geruststelling van ten allen tijde een toilet vlàk in de buurt een extra relaxerende ervaring...

Na nog een kleine maar hevige shoppingaanval en een lekkere maaltijd op een keurig terras in het dorpje zelf was het tijd om huiswaarts te keren, maar, beste Domburg, ik keer zeker en vast nog eens naar je terug, en dan hopelijk met genoeg energie en gezondheid om je écht te ontdekken.
Voor onze tweede uitstap namen we beste vriend Roger ook mee. Op een schroeiend hete dag -ik ook nog steeds vol Immodium- bezochten we dierenpark Pairi Daiza. Heel veel beestjes zagen we spijtig genoeg niet, want ook voor hen was het natuurlijk veel te warm om hun koele, van airconditioning voorziene privé-verblijven te verlaten. Hoe zou je zelf zijn, hé... 
Maar dat was niet echt een minpunt voor onze excursie. De schitterende aanleg van paden en perken met een verbluffende diversiteit aan bomen, planten en bloemen, de bijzonder waarheidsgetrouwe wereldarchitectuur, de verfrissend aanlokkelijke waterpartijen en het buitengewone oog voor detail overal op deze beperkte oppervlakte zijn op zich meer dan de moeite waard. Allé, volgens ons dan toch, hé. Ik wist alleszins helemaal blij niet waar eerst kijken.
Tussen het om de beurt hartstikke mottig-van-de-verzengende-hitte-zijn en mijn veel te talrijke onprettige toiletbezoeken dronken we allerlei lekkers op de verschillende mooie terrasjes en lieten we ons in een fraai restaurant verwennen met een verrukkelijke -jawel, in mijn geval vegetarische én glutenvrije- maaltijd, vergezeld van een daar ter plaatse gebrouwen hemels biertje. 
Maar vooral de ijs- en ijskoude -efkes serieus pijnlijke brainfreeze!- diep roze granité van hybiscus, die je aan verschillende kleine stalletjes kon kopen, zal ik niet snel vergeten: echt zó heerlijk dat ik er totaal geen woorden voor heb! Daar lust ik er alle dagen wel ééntje van, hoor...
En na zo'n heftig hete dag rondslenteren en nog eens een behoorlijk lange autorit -knikkebollend op de achterbank- is thuiskomen in je eigen koele flat waar een frisse douche en een comfortable bed je opwachten een meer dan weldadige 'kers op de taart', een grandioos orgelpunt bij een superfijn dagje uit.
Mijn laatste vakantietripje van afgelopen zomer kwam totaal onverwacht. Ik werd uitgenodigd om een eredienst op te luisteren in een magnifieke kapel -een mijn volledig ongekend verborgen pareltje- in Eeklo. En daar m'n begeleidende organist uit de tegenovergestelde kant van het land kwam moest ik m'n eigen verplaatsing regelen, wat voor deze autoloze diva dus betekend: met het openbaar vervoer. Je geraakt zo absoluut overal, geloof me, het kost je alleen heel veel tijd... Serieus beladen met partituren, concertkledij, extra schoeisel en gewapend met wat te drinken, te eten en -jawel, nog steeds- een doos Immodium vertrok ik in de vroege ochtend, helemaal alleen dit maal, op reis. 
En 'reis' is hier echt wel het juiste woord: te voet naar de tram, met de tram en nog een stukske te voet naar 't station, ticketje kopen en wachten op de trein, treinreis naar Gent, wachten op aansluiting en tenslotte den boemel naar Eeklo gevolgd door nog een piepklein stukje te voet. Alles bij elkaar toch een heenreis van een kleine 3 uur. Maar als je dat op voorhand weet en je er naar instelt dan kan ook zoiets genieten zijn. Vanuit de trein heb je sowieso een totaal ander zicht op de wereld, een bijna ongehoord, zelfs een piepklein beetje voyeuristisch perspectief op straten, huizen, koertjes en tuinen. En tussen de passerende steden en dorpen golven malse groene weiden -al dan niet met koeien of schapen- afgewisseld door vruchtbare velden met mais, graan en aardappelen, en weelderige wiegende bossen als een eindeloze en in minieme details immer veranderende, bijna serene en meditatieve, doch oneindig boeiend film aan je voorbij. Het gadeslaan van de drukte op de perrons en de steeds wisselende medereizigers, af en toe een klein babbeltje met zomaar iemand, een warm koffietje in het stationslokaal tijdens het wachten op de aansluiting en een beetje zonnevitamientjes opdoen op een bankje uit de wind op de verschillende perrons maken zo een 'werk-uitstap' -als je zingen al 'werk' wil noemen in mijn geval- tot een volwaardige en zeer te genieten expeditie. 
En een slordige 8 uur later was het, helemaal gelukkig van het heerlijke zingen en met zoveel voorbij-gegleden moois nog vers op m'n netvlies, weer thuiskomen in m'n eigen vertrouwde stekje, uiteraard met de vrolijke verwelkoming van 2 uitgelaten poezenbeesten, en het ontzettend moe doch geweldig voldaan kunnen neerploffen in m'n eigen knusse zetel ook voor deze originele dagtrip een passende en perfecte afsluiter. 
Ja, ik heb oprecht genoten van deze zomeruitstapjes, mijn persoonlijke Kristina-reizen. Ze zeggen niet voor niets dat het ware geluk in kleine dingen zit, hé. En 'wie het kleine niet eert...' Yep, inderdaad. hihi 😉




zaterdag 16 september 2017

De glimlach van 10.000,- euro.

Ongeveer 40 jaar lang liep ik rond met een stevige overbeet en tanden die vrolijk in alle mogelijke richtingen geweldig scheef stonden. Geen enkel probleem, zo zag ik er nu eenmaal uit, daar was iedereen, inclusief ikzelf, prima aan gewend. En ik lachte er in verste verte niet minder breed om.
Er was dus ook geen haar op m'n hoofd dat er aan dacht om daar iets aan te veranderen. Voor mijn part zou ik tot m'n allerlaatste dag gelukkig en tevreden geleefd hebben met die bijzonder eigenwijze tandenformatie. Maar daar dacht m'n gebit zelf blijkbaar heel anders over...
Met ouder worden 'vervormen' er wel meer dingen aan je lijf, akkoord, maar 'k had toch niet verwacht dat ook m'n tanden in m'n mond op wandel zouden gaan. Zo ergens vanaf 2010 bevond ik me daardoor met veel te grote regelmaat in de tandartsstoel vanwege abnormale slijtage en steeds weer en meer afgebroken stukken en brokken. De tandarts voorspelde binnen de vijf jaar een volledig vals gebit. En da's geen geweldig goeie optie voor een zangeres, volgens mij. Tenzij je er natuurlijk lol aan hebt om systematisch na een paar hoge noten je gebit uit de orkestbak te gaan vissen of het terug te moeten vragen aan de toeschouwers op de eerste rij... hihi
Het consult bij de plaatselijke, hoog aangeschreven orthodontist maakt meteen duidelijk dat mijn bijterkes, gezien hun topkwaliteit en hun stevige verankering in m'n kaak, zeker te redden waren, mits een paar jaar blokjes, een kaakoperatie en een aanzienlijke hoeveelheid pingping, waarvan gezien mijn leeftijd weinig of niks terugbetaald zou worden. 
Vol verwachting, hoop en goeie moed startte ik het aanbevolen parcours naar 'gebitsstabiliteit'... en bevond me algauw op een ware lijdensweg. Om je een lang verhaal vol ellende te besparen -details eventueel op aanvraag- en omdat je beter zwijgt als je niets positiefs te vertellen hebt: na dik 3,5 jaar (m'n nek-operatie zat daar natuurlijk ook voor iets tussen) bleef ik, mezelf nog nauwelijks herkennend in de spiegel en een slordige 7000,- euro armer, totaal teleurgesteld en intens verdrietig achter met een gebit dat zichzelf in een zo mogelijk nóg hoger tempo afbrak, een volledig onnatuurlijke grimas, en kaakgewrichten die voortdurend pijnlijk ploften, uit elkaar schoten of blokkeerden. Miserie, miserie, miserie. Maar gelukkig eindigde dit verhaal hier niet.
Een 2e kaakchirurg -dit maal eentje door mijn eigen tandarts hoogst persoonlijk aanbevolen- herstelde m'n gewrichten. Alweer een operatie, jawel, maar met onmiddellijk geen spatje pijn meer achteraf. En ook de vreselijke blokkades waren meteen verleden tijd, tot grote opluchting van m'n begeleidende muzikanten, al die tijd steeds bevreesd mij eens te moeten redden van een vastgelopen wijd opengesperde mond... 
En niet alleen daarvoor zal ik deze chirurg, Dr. Winderickx, voor altijd intens dankbaar zijn, maar zeer zeker ook, misschien zelfs nog méér, voor de doorverwijzing naar Orthodontie Vangeel.
Elk piepklein beetje beterschap had me, ongelukkig als ik was, sowieso dolblij gemaakt, maar voor mevrouw Vangeel volstaat slechts perfectie. Voor minder gaan zij en haar team niet, geloof me, en, o grote vreugde, ze zagen het zitten om mij te helpen. Er viel dus, hoera, nog iets van mij en m'n gebit te maken! 
Na een intensieve bestudering van m'n grondig gedocumenteerde gebitsavonturen en het op dat moment fameus bedroevende zogenaamde eindresultaat werd me een buitengewoon gedetailleerd plan van aanpak voorgelegd, begeleid van uitvoerige uitleg. De behandeling zelf, de gebruikte materialen, de tijdspanne, hun persoonlijke engagement, wat er van mij verwacht werd, het financiële plaatje... àlles kwam aan bod en elke mogelijk vraagteken kreeg een perfect helder antwoord. Beter ingelicht kon je écht niet zijn, dus ik had er -opnieuw- alle vertrouwen in.
En dat vertrouwen, dat hebben ze daar in Mortsel niet beschaamd, in tegendeel zelfs. Niet alleen is mevrouw Vangeel, Dymphna is haar mooie voornaam, élke belofte uit het vooropgestelde plan exàct nagekomen, zij en haar hele team verdienen ook een ontzettend dikke pluim voor hun omgang met de patiënten, klantvriendelijkheid van de allerhoogste plank daar bij Orthodontie Vangeel! Een uitstekend evenwicht tussen een hartelijk, bijna familiaal 'thuis-komen'-gevoel en gedreven professionalisme met nét genoeg -slechts een ietsiepietsie- afstand. Zonder fout, bij elk bezoek opnieuw, was er die warme ontvangst en persoonlijke begroeting, die welgemeende bezorgdheid over je welzijn, de ongeveinsde interesse in jou als volledige persoon (zoveel meer dan alleen een stel tanden) en de niet aflatende stroom van uitstekende uitleg en massa's andere nuttige informatie. Dat alles natuurlijk bovenop die sublieme, minutieus gemillimeterde en secuur uitgevoerde herstellende verbouwing van mijn verbroddelde gebit, met gebruik van de meest moderne en bij momenten verrassend verbazingwekkende materialen in alle comfort en zonder ook maar één ogenblik noemenswaardige pijn. Maandelijks aanschroeven met telkens drie dagen in bed door schele koppijn, daar was hier geen sprake van. Het speciale metaal deed door lichaamswarmte en koude drankjes of voedsel vanzelf elke seconde van elke dag z'n ultra-zachte trekwerk. En ook de bewuste zelfverminking waar zingen vele jaren voor me aan gelijk stond door die eerste, grote blokjes met scherpe uitsteeksels aan alle kanten, die bij elke nootje de binnenkant van m'n wangen en de zijkanten van m'n tong steeds verder en verder open haalden tot één onoverzichtelijke bloederige situatie, het was een gore doch vage herinnering uit ver vervlogen tijden. De zoveel kleinere, werkelijk pietepeuterige blokjes van deze orthodontist voelde ik zelfs niet zitten tijdens de meest veeleisende zangstukken. Zo een ongekende luxe!
Nu, dankzij 10 maanden bij team Dymphna, staan m'n tanden onberispelijk keurig in het rijtje. M'n stralende smile schittert meer dan ooit -komt dàt tegen!- en ziet er wonderbaarlijk naturel uit, alsof het nooit anders geweest is. Zalig! En als kers op de taart behoud ik, onder voorwaarde van geen stomme accidenten en verdere uitstekende verzorging uiteraard, zonder probleem m'n eigen tanden tot het eind mijner dagen. Geen afbrokkelen meer, dus ook geen vals gebit in mijn verre of nabije toekomst. Wauw. Heerlijk.
Spijtig genoeg gaat het, nu met een piekfijn gebit, afscheid mogen nemen van de blokjes -éindelijk, na al die tijd!- ook samen met afscheid nemen van een team fantastische dames, die ik ondertussen zelfs een beetje als vriendinnen ben gaan beschouwen. Beste Dymphna, Ingrid, Majda, Els en ook Kim, naar mijn bescheiden mening verrichten jullie niet minder dan wonderen en mirakels. Ik zal jullie altijd warm aanbevelen en ben zelf om onnoembaar veel redenen enorm dankbaar dat ik jullie leerde kennen!
Alles bij elkaar heeft die hele gebitsverbouwing me niet alleen een buitensporige 10.000,- euro gekost, maar vooral vijf jaar zwaar trammelant. Letterlijk zeeën vol bloed, zweet en tranen. Ik heb me machteloos, gefrustreerd, genegeerd, gepijnigd, tekort gedaan en intens bedroefd gevoeld. Gelukkig voor mij snelde een onwijs vakkundige tandensprookjesfee met haar ijverige team fonkelende tandenelfjes me sierlijk ter hulp, en toverden ze virtuoos en met zwier m'n reeds beroemde doch verhakkelde smile om tot een onvervalste, glorieus stralende, échte '10.000,- euro' glimlach! En dat geluk is onbetaalbaar. 💖😁
Op de foto van links naar rechts: Els, Majda, Dymphna, Kristina en Ingrid.
Orthodontie Vangeel, Liersesteenweg 290, Mortsel

donderdag 7 september 2017

Geen nieuws! Goed nieuws?

Omdat mijn moeder aan de telefoon het er ook even over had dacht ik terug aan een aangenaam en vooral boeiend gesprek, ergens vlak voor de zomer, tijdens de lunch buiten op het terras, met mijn toenmalige collega Maarten, over het feit dat er tegenwoordig steeds meer mensen bewust voor kiezen om geen nieuws meer te kijken op de televisie of te lezen in een krant. Er zou hierover zelfs een uitgebreid artikel verschenen zijn in het weekblad Humo.
Goh, dacht ik daar toen gniffelend bij, dan was ik al helemaal ‘in’ voor ‘in-zijn’ uitgevonden was! Al zijn er natuurlijk wel leukere manieren…
Reeds als tiener kon ik onmogelijk met de rest van de familie mee naar het journaal op de televisie kijken zonder totaal van slag te geraken. Toen al, ondertussen toch meer dan 30, 40 jaar geleden, was die constante overweldigende stroom van oorlog en doodslag, natuur- en milieurampen, hongersnoden, ignorante wereldleiders, en alle andere denkbare en ondenkbare ellende die ik dan over me heen kreeg nauwelijks te overleven. Ik werd er instant kotsmisselijk van, begon hevig te beven en te transpireren, en kreeg het Spaans benauwd met steken in m’n borstkas, vooral links, aan de kant van m’n hart. Door het niet in staat zijn van zowel mijn brein als mijn lijf om die overdosis miserie te incasseren, laat staan te verwerken, ging af en toe zelfs het licht in m'n kopke volledig uit. Dat verlammende gevoel van onmacht, dat overduidelijke onvermogen om -al was het maar met één sprankje, van hoop of zo- al die gruwel te verzachten, het maakte me keer op keer ontzettend ziek.
En hoe ongelofelijk mooi ik onze wereld, deze planeet, die wonderlijke blauwe bol ook vind, nog steeds weet hij mij behoorlijk te beangstigen. Vooral het kortzichtige, grenzeloze en alles verwoestende egoïsme van de machthebbers, de zelfingenomen leiders van het mens-dom, doen me soms bibberend van schrik met lakens en dekens ver over m'n hoofd getrokken diep in de kussens van m'n bed verdwijnen. Yep, tot op de dag van vandaag, geloof me, en misschien zelfs nu meer dan ooit...
Maar beslissen geen nieuws meer op te zoeken, via gelijk welk kanaal, is zeer zeker geen kwestie van 'het niet meer willen weten'. De gebeurtenissen in de wereld gaan trouwens toch ook nooit helemaal aan je voorbij. Of je dat nu wil of niet, ongezouten blijven ze je dagen binnensijpelen. Al was het maar bij het scrollen door Facebook, of in een gesprekje met je moeder of je vrienden, of door mensen achter jou op de tram er over te horen praten.
De enorme ontwikkeling en uitbreiding van communicatiemiddelen allerlei is geweldig, dat zal ik zeker niet ontkennen, maar we worden tegenwoordig werkelijk gebombardeerd met nieuwsberichten. En goed op de hoogte zijn en blijven van alles-en-nog-wat is prima, maar geef toe: het is toch echt niet meer bij te houden, veel te veel om nog te incasseren en te verteren.
Vroeger, laat ons zeggen 100 jaar terug of zo, gebeurde er overal in de wereld ook waanzinnige dingen, maar je wist dat niet, of pas dagen of weken later. Daardoor was het dagelijkse leven voor de gewone mens als u en ik veel leefbaarder. Het was een pak gemakkelijker om doodgewoon gelukkig te zijn. En exact daarnaar streven die mensen die er, net als ik, voor kiezen om niet langer de kranten te lezen of het journaal te beluisteren en te bekijken.
Blind en doof gaan zijn voor wat zich overal afspeelt is sowieso redelijk onzinnig, als je 't mij vraagt, want problemen houden nu eenmaal niet op te bestaan door ze te negeren. Maar de beperkening tot een soort algemeen bewustzijn -zonder sensatiedetails en gruwelbeelden- maakt dat er, niet meer platgedrukt door angst, woede en onmacht, zoveel meer ruimte is voor alle mooie dingen in ieders eigen dagen. Volop genieten en leven, en zonder schuldgevoel. Want je màg blij zijn met alles wat jouw bestaan waardevol en vreugdevol maakt! Daar heeft toch iedere mens ontegensprekelijk recht op. Niet dan?!...
Al knijpt de angst me nog met regelmaat de strot dicht -daar moet nog steeds zwaar aan gewerkt, hoera voor de psychiatrie- mijn houvast zit, zoals zo vaak, in de kleine wijsheden, die ogenschijnlijk onbelangrijke dingetjes waar blijkbaar toch ook anderen wat aan hebben door mijn vertelsels.
Bijvoorbeeldje? Leef vandaag! Gisteren is voorbij en komt nooit meer terug. En morgen? Tja, volgens mij weet niemand met zekerheid wat er dan komt, dus er over piekeren helpt geen ene sikkepit.
Onmacht en woede om grootse rampen -van welk soort ook, je begrijpt wel wat ik bedoel- moet je proberen los te laten. Je ben niet sterk genoeg daar iets aan te veranderen. Maar als jij doet wat wel binnen jouw bereik ligt, hoe minimaal ook, dan is dat écht geen druppel op een hete plaat, want alle beetjes helpen. Altijd. Je kan het zien als een soort dominospel: jij doet iets voor iemand, en omdat die daar gelukkig van wordt doet die op zijn of haar beurt weer iets voor iemand anders. Alleen al één oprechte warme glimlach kan zich razendsnel vermenigvuldigen als een hoogst besmettelijke maar o zo fijne infectie!
Minder -of wie weet zelfs ooit helemaal niet meer- verlamd en ontredderd door die onophoudelijke vloedgolf aan onheilspellende nieuwsberichten kan je beter zien wie jij bent en wat jij betekent voor je directe omgeving, je gezin, je familie, je vrienden, je buurt... en dat zet zich vanzelf in positieve zin verder.
Of om het met een bijzonder aanschouwelijk, uitermate begrijpbaar en door mijzelf bijzonder geliefd Vlaams gezegde uit te leggen: 'Als iedereen voor z'n eigen deur de stoep zou vegen, dan is heel de straat proper!'
Geen nieuws meer? Awel, volgens mij is dat wreed goed nieuws. 😉




vrijdag 1 september 2017

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand...

Geen idee waar hij ergens vandaan komt, hoe oud hij exact zou kunnen zijn, of wiens al dan niet ontzettend kostbare, intens geliefde of misschien slechts puur praktische bezitting hij eventueel ooit was... 
Één ding weet ik wél zeker: ongeveer een 40-tal jaren geleden moet het iemands afdankerke geweest zijn, want ik herinner me alsof het gisteren was -en ons moe bij navraag ook- dat hij toen al tegen het bloemetjesbehang van het wat krakkemikkige houten kot naast het kippenhok hing, met andere woorden: in ons allereerste speelhuisje dus. Daar, halverwege die magische tuin van ons ouderlijk huis, maakte hij vele jaren deel uit van 'den decor' waarin een groot stuk van onze onschuldige en rijke fantasiewereld zich afspeelde.
Ik schat hem dus minstens een jaar of 50, die oude, vertrouwde, eitje-op-z'n-punt-vormige spiegel met z'n kunstig in pitriet gevlochten rand. En wie weet wat er in z'n reflectie allemaal te zien is geweest al die tijd. Diep verborgen in het verfoliede glas ligt vermoedelijk meer dan stof genoeg voor een lijvig boek met legendes en sprookjes. Zoveel vergeten momenten, gezichten, verhalen, geheimen... voor eeuwig spoorloos opgeborgen.
Hoe de spiegel ooit mijn persoonlijke eigendom werd is ook een mysterie, een toen blijkbaar zo onbelangrijk moment dat m'n geheugen het niet registreerde.
Alleszins hing hij tijdens m'n eerste huwelijk 8 jaar lang in het artistieke gezelschap van m'n schildersezel, m'n naaimachine, m'n kasten met dozen vol kleurrijke kralen, ontelbare bollen breiwol en duizend-en-één andere gekoesterde prullekes en frullekes in mijn hobbykamer. Bij de scheiding verhuisde uiteraard de hele inboedel van deze ruimte met me mee, en in het huurappartement waar ik een dikke 17 jaar zou wonen kreeg de spiegel z'n vaste plekje aan de muur in het toilet.
Toen ik 3,5 jaar geleden m'n eigen stekje kocht werd ook de spiegel voorzichtig ingepakt en overgebracht, en sindsdien hoort hij opnieuw thuis in het sanitaire vertrek, boven het kleine lavabooke, het handenwasserke. Leuk en handig voor de occasionele visite, en ideaal voor mezelf om, vlak voor vertrek naar wie-weet-waar, nog snel even make-up, kapsel en gebit te checken. En nog steeds, na al die tijd, is die spiegel een dierbaar kleinood voor me.
Dat z'n pitrieten kader, zo, op zich, zoals hij altijd al geweest was, prima zou gaan passen bij het van dag 1 geplande stranddecor voor mijne WC, dat was een absolute plus. Maar bij de zoektocht naar alle nodige bouwmateriaal en wat later de aankoop daarvan, o.a. een stevige hoeveelheid dozen en bokalen vol schelpen in een zo divers mogelijke variatie aan kleuren en vormen, groeide langzaam maar zeker het lumineuze idee ook die oude spiegel op te leuken -te pimpen, als het ware- met wat sierlijke strandschatten...
In m'n hoofd was het plan van aanpak helder en volledig. Alle benodigde materialen -schelpen, lijm, pincet, stokjes, afdekzeil, krantenpapier,... en natuurlijk ook de spiegel zelf- lagen keurig uitgestald en startensklaar op de grote tafel in de woonkamer. En... daar zijn ze zo meer dan een week blijven liggen, want ik twijfelde, en twijfelde nog wat meer... Want wat als het eindresultaat zou tegenslaan? Wat als het in niets leek op het perfecte plaatje uit m'n dromen, uit m'n soms nét wat te fantasierijke verbeelding?! Dan had ik die emotioneel waardevolle antiquiteit misschien voorgoed om zeep geholpen!...
Uiteindelijk ben ik er op een moedige morgen, met een fris hoofd, het zonnetje op de ramen en een gevoel van "ten aanval, 't is nu of nooit!" toch aan begonnen. Twee volledige en heel erg lange dagen kostte het me om heel precies en met kolossaal veel geduld voor elk centimeterke rond de spiegel exact dat ene juiste schelpke uit te zoeken, in te passen en uiterst voorzichtig -liever geen gesmos met lijm!- vast te plakken. En langzaam, heel langzaam groeide het urenlange gepriegel en gefriemel uit tot prachtig schelpenboeket. 
Ik vond die spiegel altijd al erg mooi, maar nu, olala, nu is het pas écht een pareltje, een unieke schat zelfs. Eentje om de rest van m'n dagen dicht bij me te houden en plekje te geven ongeacht waar m'n leven me nog naartoe brengt. 
Ik ben er -terecht vermoedelijk- reuze trots op en kan er voorlopig nog niet mee stoppen om dit fraaie kunstwerkje te staan -of te zitten, uiteraard- bewonderen. M'n toilettijd is er zeer zeker niet korter op geworden dus. hihi
En nu dit heerlijke resultaat van 'een uitzonderlijk moment waarin m'n volledige, doch o zo bescheiden, dagelijkse dosis energie puur aan m'n grenzeloze creativiteit mocht en kon besteed worden' weer terug op z'n vertrouwde locatie hangt, kleurrijk glimmende schelpkes en al, kan ik nog nauwelijks meer geloven dat al die rijkelijke ogende schoonheid door mijn eigen handen gefabriceerde werd!... Sterk werk, al zeg ik het zelf.
En vanaf nu weerklinkt hier met volle overtuiging: "Spiegeltje, spiegeltje aan mijn wand, JIJ bent de mooiste van heel het land!" Zeker weten, o ja. 😉